> Als je op de topokaart in je GR-gids kijkt dan zie je 1 km ten westen van Sint-Joris-ten-Distel een gehucht met de naam ‘Miserie’. De benaming komt van de bocht die het kanaal hier maakt. Deze bocht, gemaakt in een zanderige heuvelrug, was jarenlang hét pijnpunt van de hele waterweg. Door constante slibafzetting in de bocht was de diepgang er zeer beperkt. De volgende eeuwen werd er regelmatig gewerkt aan de loop van het kanaal om de doorgang van schepen te verbeteren. Zo werden enkele bochten recht getrokken en kon de ‘Miseriebocht’ van Sint-Joris-ten-Distel ook worden weggewerkt. Die Miseriebocht is nu een brok beschermde natuur.
> Nu is het kanaal bevaarbaar tot Aalter voor schepen tot 2000 T, oostelijk van Aalter is scheepvaart beperkt.
> Terug nu naar het kanaal Brugge – Gent. Onnodig te zeggen dat door de zesjarige oorlog tussen Brugge en Gent de werken aan de vaart volledig waren stilgevallen. Pas meer dan 200 jaren later, in 1604, werd er eindelijk overeenstemming bereikt tussen Gent en Brugge om het kanaal te realiseren en zelfs nog verder door te trekken, tot Oostende. Bedoeling was om zo een nieuwe uitweg naar zee te creëren. Een noodzaak, want de vijand, ditmaal de Hollanders, blokkeerden de scheepvaart vanuit de Westerschelde.
> Onder het bewind van de populaire Albrecht en Isabella werd dus opnieuw gegraven vanaf 1613. In 1623 kon de nieuwe waterweg van 42 km worden geopend tussen Brugge en Gent.
Filips van Artevelde
(tekening Huens, s' Lands Glorie)

> In Brugge werd druk overlegd om de Gentenaars te lijf te gaan, maar het kwam op een erg slecht moment. De Heilige Bloedprocessie was net door de Brugse straten getrokken en in de nasleep daarvan was een groot deel van de bevolking vermoeid van te feesten. Lodewijk wou de opmars naar de Gentenaars daarom nog een dag uitstellen, maar het nieuws had zich ondertussen als een vuurtje verspreid onder de bevolking.
> Aangevuurd door feestgezuip zetten vele groepjes mannen overmoedig de mars in naar Beverhoutsveld. Daar wachtte de Bruggelingen een kater van jewelste. De ongeorganiseerde en ongecontroleerde groepjes zatte Bruggelingen zonder echte leider werden één voor één omsingeld en in de pan gehakt.
> Vervolgens trokken de Gentenaars nog diezelfde avond op naar Brugge waar ze zonder veel weerstand door de Gentpoort de binnenstad in wandelden. Iedereen die weerstand bood werd gedood en de Gentenaars startten een ware heksenjacht door de stadstraten om iedere sympathisant van de graaf van Vlaanderen te doden.
> Lodewijk van Male zelf kon maar ternauwernood uit de stad ontsnappen met een bootje over de Reien om dan bij de rand van de stad per paard via Roeselare naar Rijsel te vluchtten. De Gentenaars hielde ‘grote opkuis’ in Brugge: Stadspoorten werden afgebroken, medestanders van Lodewijk werden gedood en er werd grondig geplunderd.
> De opstand tegen Lodewijk van Male liep nu volledig uit de hand, Gentenaars trokken onder leiding van Jan Lyoens langs de Vlaamse provinciesteden zoals Dendermonde, Deinze, Aalst en Ninove, steden binnen het gerechtsgebied Gent, om de wethouders trouw aan de stad Gent te laten zweren. In hun overmoed trokken ze daarna rechtstreeks op naar Brugge, waar de meeste Gentenaars werden gedood.
> In 1382 kwam het weer tot een uitbarsting van geweld: Gedreven door gemor door een tekort aan voedsel in de stad Gent verzamelde Filips van Artevelde een leger om een opmars naar Brugge in te zetten. Dit leger kampeerde in Beverhoutsveld toen Lodewijk van Vlaanderen ruchtbaarheid kreeg van de Gentse opmars.
Startpagina > Wandelen > GR 131
> Deze eerste wandeltocht over GR 131 loopt door een vlak landschap van weiden en akkers met af en toe wat plukken bos. Je vertrekt op de grens met Nederland om in een lichte bocht over enkele buurtpaden rond de stad Maldegem te lopen. Door het Beverhoutsveld, een open landbouwgebied waarin de dreven en percelen afgelijnd zijn met eik, populier of wilg, bereik je de beruchte bossen van Beernem.
> Deze etappe vertrekt in de provincie Oost-
huishoudelijke vervuiling, zodat stroomafwaarts over het Schipdonkkanaal vaak een kwalijke geur hing. Vandaar dus de benaming van ‘blinker’ voor het Leopoldkanaal dat polderwater vervoerde en ‘stinker’ voor het Schipdonkkanaal. De geur is uit dat kanaal inmiddels alweer lang verdwenen en zo liggen er dus momenteel 2 blinkers, prachtig afgelijnd met rijen populieren. Dit vormt een attraktief landschapselement. De wortels van de populieren zorgen bovendien voor een natuurlijke dijkversteviging.
> In 2008 kwam het Schipdonkkanaal weer in het nationale nieuws omdat de Vlaamse regering plannen ontvouwde voor een aanzienlijke verbreding van het Schipdonkkanaal waardoor containerschepen tot 9000 ton het binnenland zouden kunnen bereiken. Die plannen kwamen er vooral op vraag van de havenautoriteiten van Zeebrugge als alternatief op het steeds vaker dichtslibbende vrachtverkeer over de weg.
> Maldegem is zeker niet de meest spannende stad van Vlaanderen, maar straalt toch karakter uit. Rond het marktplein van Maldegem is het meest opvallende gebouw wellicht het stadhuis met beiaardtoren (1909). Bij de kerk dan weer roepen smalle gekasseide straatjes een wat middeleeuwse sfeer op. Her en der in de stad verspreid staan standbeelden van folkloristische en historische figuren uit de Maldegemse geschiedenis. Er is een toeristische dienst, gehuisvest in een bakstenen gebouw, het Oude Stadhuis (17de eeuw), gelegen naast het voormalige Schepenhuis (16de eeuw maar sterk herbouwd in 1930).
Vlaanderen, loopt dan een tijdje op de grens met de provincie West-Vlaanderen om dan definitief voor deze laatste provincie te kiezen.

Maldegem
> Wil je Maldegem bezoeken dan kan je bij dit kruispunt een variante wandelroute volgen. Dit met doorstreept witrood gemarkeerde traject koppelt af van de hoofdroute, loopt door het centrum van Maldegem om te eindigen bij de jeugdherberg even buiten het stadscentrum.

> Door een met populieren afgezoomde dreef tot een asfaltweg. Links langs deze door meer populieren afgezoomde straat. Hier loopt ook de grens van de provincie Oost-Vlaanderen met West-Vlaanderen dat we nu binnenlopen. Mooi typisch landschap, en ook de typische stank van varkens en Beernemse beer. Rechts piekt de kerk van Oostveld, en linksvoor doemt de kerktoren van Knesselare op. GR131 komt niet door deze dorpen. Er volgt een wat langer stuk over asfaltwegen langs verspreid gelegen huizen en waarbij ondermeer de weg Oedelem-Knesselare wordt gekruist. Via een mooie wilgenrij in een bocht kom je voorbij een sterk gerestaureerde kapel (ingebouwde steen met datum 1680) waar je even over een privé-weg loopt. GR131 vervoegt even de grote verkeersweg Knesselare – Beernem om het kanaal Brugge-Gent over te steken.

Veel inwoners van de streek zijn niet tegen een verbreding van het Schipdonkkanaal, de haven is nu eenmaal een belangrijke werkgever in de streek.
Er is echter ook aanzienlijk protest gerezen, vooral ‘gekanaliseerd’ in de vereniging ’t Groot Gedelf’. Zij pleiten voor alternatieve oplossingen per spoor oa. Voornaamste drijfveer is de rust en landschappelijke schoonheid die de omgeving rond het kanaal uitstraalt. Voor de weinige huiseigenaars langs het kanaal komen de verbredingsplannen dus niet echt als een verrassing, die huizen liggen trouwens in een zogenaamde reservatiezone, die onteigening makkelijker mogelijk maakt. Het is niet de eerste maal dat over een verbreding van het Schipdonkkanaal wordt gesproken, maar dit keer blijkt het menens.
> Het is kort bij de plaats waar GR 131 passeert dat beide kanalen in elkaars buurt komen om samen parallel naar zee toe te lopen. De jaagpaden, waarover vroeger paarden schuiten trokken, vormen nu biezonder aangename fietspaden, afgelijnd met monumentale bomenrijen. Je kan langs het Schipdonkkanaal helemaal van Gent in een vrij rechte lijn naar de kust fietsen.
De stinker en de blinker.
> Het Leopoldkanaal begint in de polders van Sint-Laureins en zorgt voor de afwatering naar zee van het overtollige polderwater. Dit kanaal werd gegraven van
1846 tot 1848 en verbindt over 43 km Boekhoute met Zeebrugge. Economisch is het van geen rechtstreeks belang (niet bevaarbaar voor vrachtschepen), maar het zorgde wel voor een drooglegging van de vaak overstroomde polders ten noordoosten van Eeklo.
> De werken voor de bouw van het Schipdonkkanaal startten amper een paar jaren eerder, in 1842. Op kaarten vind je het kanaal ook terug onder de naam ‘Afleidingskanaal van de Leie’. Dit kanaal zorgde voor de afvoer van overtollige Leiewater.
> Vroeger was er blijkbaar een aanzienlijk verschil in de vervuilingsgraad en reuk van het Leopoldkanaal en het Schipdonkkanaal. Boeren legden massaal vlas te roten in de Leie, later was er sterke industriële en

Mijnheerken van Maldegem.

> Mijnheerken van Maldegem ging op een dag uit jagen. Het bleek niet mee te zitten, geen wild te zien in het bos. Onder een dikke linde ontmoette hij een rustende herder.
‘Er valt hier in dit bos niks te beleven’ zuchtte Mijnheerken tegen de herder.
Zijn aandacht werd getrokken door de wonderlijk hoorn die de herder om de hals droeg.
‘Deze hoorn behoorde mij toe’ veinsde Mijnheerken.
‘Herder hoe kom je daaraan?’
‘Ga weg, deze mooie hoorn gaat u niet aan, u hebt hem mij ooit geschonken lang geleden toen ik uw leven redde als wapenknecht’ vermaande de herder.
‘Als ik op mijn mooie hoorn blaas zullen 36 keteleirs uit hun slaap worden verstoord en kwaad worden’ (noot: keteleir = maker van ketels of scheepsmatroos van lage rang, hier is ‘keteleir’ eerder gebruikt als struikrover).
Ongelovig als Mijnheerken van Maldegem was rukte hij de hoorn uit de handen van de herder en zette de tuit aan zijn mond. Als wilde hazen sprongen de 36 keteleirs voor de dag. De woeste mannen gaan Mijnheerken te lijf tot één onder hen Mijnheerken herkent als zijn vroegere meester.
‘Hou op kameraden, sla hem niet dood, ik heb met Mijnheerken 7 jaren lang meegereisd en met hem spijs en drank gedeeld.’ riep de oude knecht.
Mijnheerken van Maldegem, geschrokken als hij was, diepte uit zijn zak snel 3 goudstukken op die hij aan de herder gaf. De rovers lieten Mijnheerken vrij, maar enkel nadat hij op zijn ziel had gezworen dat hij de schuilplaats van de rovers in het bos van Maldegem niet zou verraden door wat was gebeurd verder te vertellen of op een blad te schrijven.
En hij hield woord… Hij zweeg en nam de pen niet ter hand maar onderweg naar huis schreef hij met zijn voet in het zand dat het bos van Maldegem vol rovers zat!
De rovers werden al snel gevat door de ordehandhavers.
‘Grijp die 36 keteleirs maar bij de keel, doe ze een halsband om en zet ze vast in de onderaardse kerker op mijn Maldegemse kasteel!’ beval Mijnheerken.
‘Geef ze een homp brood en een kruik water en metsel dan de ingang van de kerker dicht’.
‘Genade Mijnheerken’ smeekten de keteleirs tevergeefs, ‘metsel die ingang toch niet dicht’.
Mijnheerken van Maldegem zou niet lang meer op het kasteel blijven leven. De kerker bleef wel gesloten maar het kasteel begon al snel in te storten.
Toen Mijnheerken op een dag uit Brugge kwam afgezakt om te controleren of de kerkeringang nog steeds gesloten was, werd hij verpletterd onder een vallende lindeboom.
In de onderaardse kerker spookt het nog elke nacht. Men kan er nog de ijzeren halsbanden zien die met kettingen in de muur zijn verankerd en die 's nachts een rammelend geluid maken.
Wandelaar die hier ’s avonds langs komt, maak een kruisteken en stap wat sneller door… (Vrije navertelling)
Start van GR131, wandelboom bij Strobrugge
> Onder een nogal sterk bewolkte hemel vertrokken vlak op de Belgisch/Nederlandse grens. Raar begin zo bij een drukke en brede expresweg, maar wellicht is dit gedaan om hier een aansluiting op het Nederlandse wandelnet (LAW 11) en GR 5A te realiseren. Bij de vertrekplaats staat dus een wandelboom langs deze drukke weg, evenals een infopaneel. GR 131 volgt nog even deze brede expresweg om het Leopoldkanaal en kort daarna het Schipdonkkanaal over te steken.
De Stinker: Schipdonkkanaal of Afleidingskanaal van de Leie
De blinker: Leopoldkanaal
< Pinksterbloemen langs de oever van het Schipdonkkanaal
Polderhoevetje onderweg naar Maldegem >
Stadhuis en standbeeld van Salomon van Maldeghem, kruisvaarder.
Bij de jeugdherberg van Maldegem staat een standbeeld over het sprookje van Meneerke van Maldegem
< Maldegemse wegels >
> Maldegem ligt vlakbij, maar GR131 laat de stad de hele tijd links liggen. Na een passage door een wijk kiest GR 131 voor de Akkerwegel. Dit pad voert je een hele tijd door stroken bos, afgewisseld met akkers. Het is duidelijk dat dit bos vroeger wellicht veel meer aaneengesloten moet zijn geweest. Nu is het een lappendeken van akker en plukken bos. De zanderige bodem is in de eerste plaats eerder geschikt voor aanplantingen van grove den. Verderop komt er meer variatie in het bomenbestand. De betere stukken land worden geëxploiteerd voor landbouw.
< Kallekesbos >
> Al na een paar honderd meter, aan een picknickbank, verlaat GR131 het geasfalteerde jaagpad om langs een sloot over een paar rustige asfaltstroken door het Meetjesland te slingeren. In een bocht kiest GR131 dan een onverharde veldweg die gedeeltelijk is afgelijnd met een mooie rij – wat scheefstaande –
> Het betreffende kasteel wordt in oudere versies als het verdwenen kasteel van Male geïdentificeerd, in jongere versies als het kasteel van Resinge. Folkgroep Kadril maakte over Mijnheerke van Maldegem een lied.
Cornelis van Dalem, 'De backer van Eelco'
Sinte-Barbarakerk en VVV van Maldegem.

Stoomcentrum

> Dé attraktie in Maldegem is het stoomcentrum. Van begin mei tot eind september kan je vanuit het oude treinstation van Maldegem op zondag een treinritje maken naar Eeklo of Donk. In juli en augustus kan je ook sporen op woensdag en vrijdag. Er wordt zowel op normaalspoor als op smalspoor gereden, afwisselend met stoom- en diesellocs.
> Die oude treinen door het Meetjesland laten bollen kost handenvol geld, het treinticketje dekt maar een fractie van de kosten. De vereniging die het spoortraject openhoudt werkt hard om oude treinstellen weer ‘spoorklaar’ te maken. Gelukkig kan men daarvoor rekenen op een leger vrijwilligers en de laatste jaren ook op wat financiële steun van ondermeer Toerisme Vlaanderen. Behalve een ritje per trein kan je er ook een spoormuseum bezoeken, een film bekijken of iets drinken in het gerestaureerde treinstation. Het leukste moment om hier te zijn is begin mei als voor het stoomfestival ook andere stoom- en diesellocomotieven de Maldegemse locomotieven Fred en andere komen bezoeken.

Herbakkers

> Na Eeklo is Maldegem de grootste stad van het Meetjesland. Tussen beide steden was eeuwenlang rivaliteit. Tot midden de 13de eeuw vormde Maldegem het machtscentrum van de streek, lang voor Eeklo ontwikkelde.
> Merkwaardig is het verhaal over de Eekloose ‘herbakkers’. De adellijke heren van Maldegem voelden zich oppermachtig in hun gebied en eigenden zich het recht toe om zelf belastingen te innen en belangrijke functionarissen te benoemen in het Maldegemse Land. Daarmee kwamen ze in 1220 in conflict met de Gravin van Vlaanderen, Johanna, die zelf de inningen opeiste. Dit was het begin van een lange reeks uitputtende gerechtszaken waarbij
Maldegem meestal in het ongelijk werd gesteld en het onderspit moest delven. Al die processen kostten de inwoners van Maldegem een pak geld.
> Om aan de jaren aanslepende conflicten tussen de heren van Maldegem en het Graafschap Vlaanderen een einde te maken nam Graaf Thomas van Savoye, echtgenote van Johanna van Vlaanderen, de radicale beslissing om nabijgelegen Eeklo als nieuw machtscentrum te ontwikkelen, op grond deels toebehorend aan Maldegem. Eeklo kreeg in 1240 ook meteen stadsrechten.
> De jonge stad Eeklo, die aanvankelijk alle steun genoot van de graven, viel echter al snel in ongenade: Herhaaldelijke overtredingen van de gerechtsregels in een moordzaak te Eeklo werden door de Graaf van Vlaanderen bestraft met een zware geldboete en een verplichting tot openbare excuses van alle notabelen. Die schuldbelijdenis vond plaats in de kerk van Eeklo in het jaar Onzes Heren 1458. De Maldegemnaren kwamen massaal naar de Eeklose kerk afgezakt om te beleven hoe de notabelen daar deze openbare vernedering moesten ondergaan. De afgang voor het Eeklose bestuur was kompleet toen wat later bleek dat het de boete niet kon betalen en als gevolg daarvan werd gevangen gezet in Brugge. Voor de Maldegemnaren kon de pret blijkbaar niet op. Op Vastenavond, als de burgers heer en meester zijn van de straat, kwamen ze in Eeklo dansen en feesten en de inwoners uitlachen.
> Volgens de lokale heemkundigen zit hierin wellicht de oorsprong van de bijnaam van ‘herbakkers’ die de Eeklonaren kregen opgeplakt: Na zelf jarenlang als moreel overwinnaar tegen het opdringerige Maldegem te zijn beoordeeld, moest Eeklo zelf het onderspit delven tegen zijn vroegere beschermheer, de Graaf van Vlaanderen.
> Dat ‘herbakken’ is in de volgende eeuwen een eigen leven gaan leiden versterkt door het volksboek ‘De Vermaeckelijcke klugt’ uit 1750. Daarin kreeg een vader de raad om zijn domme zoon van een nieuw hoofd te voorzien in Eeklo, waar men lelijke hoofden afsneed om ze te vervangen met een vers gebakken kop naar eigen ‘goesting en smaak’.
> In het Muiderlslot te Muiden (langs het Floris V-pad) is nog een schilderij te zien van de Vlaamse schilder Cornelis van Dalem die dat herbakken van hoofden in Eeklo wel erg levendig uitbeeldt… (links). In afwachting van een 'vers' hoofd wordt een witte kool op de hals van de patiënt gezet.
populieren. Kort nadat je weer asfalt bereikt steekt de wandelroute de drukke expresweg naar Knokke over. Even verder passeer je langs café Vierwegen (Bij Omer van Maldegem).

Rietje Koane
> In 1977 kwam bij opgravingen in het centrum van Maldegem een wonderlijk beeldje te voorschijn. Meteen weer voer voor een biezondere legende, een wonderlijke vertelling over een baby die troonopvolger had moeten worden. De kleurrijke legende kan je lezen op de site van de Confrérie van Rietje Koane. Het beeldje staat nu bij het VVV-kantoor in het centrum. Zoals dat ook met het Brusselse Manneken Pis het geval is heeft Rietje ondertussen al enkele kostuumpjes verzameld en kan je een Koanebiertje drinken tegenwoordig. Het hele verhaal doen we deze keer niet uit de pampers, daarvoor kan je de site van de bovengenoemde broederschap terecht.
> GR131 zigzagt een tijdje over deze ‘Akkerwegel’ om dan bij de toegangspoort van het kasteel Rezinge een drukke asfaltweg over te steken. Opgelet! Langs het kasteeldomein van Rezinge moet je wat sneller doorstappen... Waarom? Lees het volgende Maldegemse sprookje:
> Terug op GR 131. Weer wordt een buitenwijk van Maldegem doorkruist, niet voor lang, want we komen op een in ere herstelde ‘wege’: De ‘Hertecamp Boschwegel’. Terwijl de Akkerwegel vooral door bos liep, loopt de Hertecamp
Boschwegel vooral door veld, of eerder weiden. De wegel wordt een prettig paadje dat tussen de weideafspanningen een paar maal bocht.
> Hier is het duidelijker dat GR131 tegenwoordig blijkbaar rond het bos loopt. Jammer dat de eigenaar geen wandelaars toelaat, het is een mooi bos met in de vroege lente ondermeer talrijk aanwezige slanke sleutebloem. Nu dat hebben we dan toch weer gezien. De regen is ondertussen wat minder geworden. Wat doorstappen nu, want door het gezoek heb ik wat tijd verloren. Je bereikt nu een uitgestrekt landbouwgebied dat Beverhoutsveld heet en waar we een tijdje zullen vertoeven.
Beverhoutsveld
> Net zoals Beernem niks met beren te maken heeft zijn er al evenmin bevers te vinden in Beverhoutsveld. Met beverhout wordt wellicht de oude benaming voor ‘ratelpopulier’ bedoeld. Minder voor de hand liggend maar niet onmogelijk is dat de naam Beverhoutsveld in verband kan worden gebracht met de 13de eeuwse landeigenares van het gebied, ‘de Vrouwe van Beveren’. Er is trouwens alweer een merkwaardige legende verbonden aan die dame:
> Deze adellijke dame verloor als klein kind al beide ouders, hierdoor werd ze bij erfenis al vroeg eigenares van een groot landareaal. Bloedverwanten van haar hadden het niet zo begrepen op haar toekomstige rijkdom en waren er op uit om op termijn alsnog haar eigendommen binnen te rijven. Daarom lieten ze het kleine kind met een ingreep onvruchtbaar maken om er zich van te verzekeren dat ze later geen erfgenamen zou baren. Op oudere leeftijd gekomen vernam de dame van Beveren echter de toedracht van haar verminking. Ze liet uit wraak daarom een testament opmaken waarin ze het Beverhoutsveld voor eeuwig en altijd als gemeenschappelijk eigendom toewees aan de omwonende boeren (‘aanborgers’).
> Honderden jaren lang was het Beverhoutsveld dus een gezamenlijk leenland van omwonenden. Dit gebied strekt zich uit over meer dan 450 hectaren (tussen 4,5 en 5 vierkante kilometer) en zag er vroeger volledig anders uit dan nu: Het was een onontgonnen, wild gebied van heide en
> Het pad bereikt de wijk Vossenhol en kort daarna kom je bij de afsplitsing met het variant traject. Deze variant is blijkbaar gecreëerd omwille van mogelijke jacht in het Kallekesbos verderop. Het is dan wel een erg lange variante. De hoofdroute gaat kort daarna weer over in een paadje, met een ‘gevaarlijke bocht’ over een beekbrugje. Het pad slingert dan wat door veld over verharde weg en langs een paar boerderijen.
> Op een kruispunt van paden, waarbij de hoofdweg rechts afbuigt, was de padmarkering heel verwarrend. Update: zou nu duidelijk moeten zijn. Een en ander heeft te maken in het verleden met de verboden toegang tot het mooie Kallekkesbos, dat privaat domein is en waar de GR nu niet langer dwars door loopt.
struikgewas, waar de boeren hun vee lieten grazen of turf gingen steken, de brandstof van de arme man. Pogingen van machthebbers om de gronden in beslag ten nemen of via processen in bezit te krijgen mislukten steeds. De oude aanspraken waren immers in een middeleeuwse keure vast gelegd.
> In het midden van de 19de eeuw werd aktief aan ontginning van het gebied gedaan, vanaf dan krijgt het Beverhoutsveld het uitzicht zoals het er nu bij ligt, grote stroken akker en wei, met daarin met populieren afgezoomde veldwegen en door

Kanaal Brugge - Gent
> Op initiatief van de Bruggelingen werd al in de 14de eeuw begonnen met het uitgraven van dit kanaal. Vlaanderen beleefde in die tijd een welvarende periode onder het gezag van Lodewijk van Male. Er groeide echter een grote rivaliteit tussen de steden Brugge en Gent. De talloze bouwprojecten werden gefinancierd door zware heffingen, iets wat vooral in Gent nogal tegen de borst stootte. Bovendien bleek Lodewijk van Male vooral populariteit te genieten in Brugge. Het uitgraven van de vaart Brugge – Gent bleek uiteindelijk te aanleiding te worden voor een uitbarsting van geweld tussen beide steden. Gent was helemaal niet te vinden voor dit kanaal. Men vreesde er ook voor een daling van het waterpeil van de Leie.
Oostkerk
knotwilgen gescheiden percelen. Pas in 1902 wordt na een lang proces het gemeenschappelijk vrij bezit van het Beverhoutsveld afgeschaft. Het gebied wordt gemeentelijk eigendom, verdeeld over de 3 gemeenten waarop Beverhoutsveld ligt, door de fusies in de tweede helft van de 20ste eeuw, gereduceerd tot 2 gemeenten: 78 % voor Beernem, 22 % voor Oostkamp. Die gronden worden sindsdien verpacht aan landbouwers.
> In de tweede helft van de 20ste eeuw zorgt schaalvergroting voor het verdwijnen van nogal wat landschapselementen die zo typisch zijn voor het Beverhoutsveld, met name de knotwilgen sneuvelen massaal door het afbakenen en bewerken van veel grotere percelen. Dat heeft ook rechtstreeks invloed op een aantal diersoorten die zich thuis voelen in struweel of knotwilg, zoals de ransuilen, waarvan de populatie er sterk op achteruit ging.
> Een ander opmerkelijk feit over het Beverhoutsveld is dat hier in 1382 een bloederig treffen tussen Bruggelingen en Gentenaars plaats vond, zie ook lager in dit verslag bij de geschiedenis rond het kanaal Brugge – Gent.
> Wil je meer zien van het Beverhoutsveld dan kan je eventueel het GR 131-traject combineneren met de oude wintervariante die is ingetekend in de topografische gids. Deze variante is ondertussen ondertussen onderdeel geworden van Streek-GR Uilenspiegel en is dus met geelrode strepen gemarkeerd. Helaas loopt dat traject bijna volledig over asfalt. Misschien een beter idee is om in één van de VVV’s of bezoekerscentra van de streek de uitstekende brochure over het Beverhoutsveld Wandelpad op te vragen.
> Toen de gravers in 1379 Sint-Joris-ten-Distel hadden bereikt en zo bij de grens van het Gentse grondgebied kwamen, stuurde de stad Gent 120 gewapende mannen op de gravers af, de Witte Kaproenen. Opdracht: De gravers terug naar huis sturen, weerspannigen moesten desnoods worden doodgeslaan. Het nieuws kwam Lodewijk van Male ter ore en op zijn beurt stuurde hij de gravers terug, ditmaal met bescherming van soldaten. Te laat bleek, want de Witte Kaproenen hadden de nog aanwezige gravers al gedood. Hiermee werden ook de werken aan het kanaal Brugge – Gent gestaakt. Lodewijk van Male gaf vervolgens zijn hoogbaljuw van Gent de opdracht om de Witte Kaproenen na te jagen en op te sluiten in het Gravensteen. Gent stond meteen in rep en roer. De weversgilde, gesteund door een groot deel van de stadsbevolking bevrijdden en aangehouden Kaproenen en vermoordden de vazal van Lodewijk van Male, de hoogbaljuw.
Beverhoutsveld
> Over asfalt loop je naar een overweg van de spoorlijn Oostende-Brussel. Aan de overkant 1 kilometer parallel met de spoorlijn tussen beken in. Langs dit pad zie je in de vroege lente ondermeer viooltjes en speenkruid.
> GR 131 draait dan weg van de spoorlijn om verder nog een vitale weg via een brug over te steken: de E40 Brussel – Oostende. Daarna zigzagt het pad over rustigere wegen. Op een moment steek je over een graspad velden over. Update maart 2014: GR 131 werd hier hertekend en ingekort met meer dan 1 km omwille van een afgesloten pad.
> De oorspronkelijke doorsteek liep blijkbaar 100 meter vroeger. Je loopt dus bij het bereiken van een asfaltweg na het graspad even rechts en dan links door een gebied van bos en akker. Verderop links over een ander asfaltwegje dat is afgezoomd met populieren.
> Een eind verder, nabij de weg Wingene - Beernem hield ik het voor deze etappe bekeken, verzadigd aan sagen, legendes en wilde middeleeuwse verhalen.

Lattenklievers
> De inwoners van Sint-Joris-ten-Distel staan dus bekend als lattenklievers. Niet zomaar een bijnaam, het hele dorp was economisch betrokken bij het lattenklieven.
> Alles had te maken met houtbedrijf Lemahieu, sinds 1890 in Sint-Joris-ten-Distel gevestigd. Boomstammen werder er ambachtelijk in latjes ‘gespleten’ van 1 meter lang, 3 cm breed en een paar mm dik om als lattenframe voor de beplaastering van plafonds te dienen. Tijdens het interbellum werden zelfs bomen uit het Hoge Noorden aangevoerd. Deze industrie floreerde zodanig dat een groot deel van de dorpsbevolking werk vond als lattenkliever. Er werd zelfs geëxporteerd.
> Vanaf de jaren ’30 ging het echter bergaf. Nieuwe smaken, materialen en bouwmethodes zorgden voor een sterk dalende vraag. De houtzagerij in Sint-Joris ging dicht, die in Beernem bleef nog voort werken.
> Lemahieu bestaat nog steeds in Beernem en is een bloeiend bedrijf dankzij een geslaagde reconversie vanaf de jaren ’60. Er worden nu omhulsels en verpakkingsmateriaal in schuimstof vervaardigd voor schier eindeloze toepassingen. Lemahieu is zo op een wonderlijke wijze geëvolueerd van een ambachtelijk naar een hoogtechnologisch bedrijf.
Na de Tweede Wereldoorlog stierf het ambacht volledig uit en ook de laatste lattenkliever van Sint-Joris is al een tijdje overleden. Enkel het standbeeldje herinnert nog aan die bedrijvigheid hier.
>Dadelijk na de brug loopt GR131 via de kanaalboord naar het centrum van het dorp Sint-Joris toe. Er zijn nog verscheidene café’s/tavernes in het dorp en je passeert een Spar-buurtwinkel. Voorbij de kerk draait GR 131 bij het standbeeld van de lattenkliever links, om een eind verderop nogmaals de weg Knesselare – Beernem te kruisen.
Sint-Joris-ten-Distel
Kanaal Brugge - Gent te Sint-Joris-ten-Distel
Sint-Joris-ten-Distel
> Over het achtervoegsel 'ten-Distel' zijn ook weer heel wat theorieën ontwikkeld. Meest voor de hand liggend is de verwijzing naar een gebied met distels, een andere verklaring is het feit dat Sint-Joris in de streek bekend was als bedevaartsoord tegen puisten en huidziekten, één van die ziekten werd 'distel' genoemd. De echte naamsoorsprong is waarschijnlijk te verklaren als een verwijzing naar een woest en onvruchtbaar gebied met de naam 'diesele'.
> Oorspronkelijk werd er in dit gebied een kapel gebouwd, toen al gewijd aan de doder van de draak, Sint-Joris. De stichting van de parochie is redelijk precies terug te vinden. In 1242 bakende de bisschop van Doornik, Walter van Marvis hier een gebied af met de kapel als middelpunt. De kapel en later de kerk werd verscheidene malen verwoest en weer opgebouwd. Behouden bleef echter een uniek Sint-Jorisbeeldje. Een prachtige en levendige afbeelding van Sint-Joris als ruiter uit de 15de eeuw. Sint-Joris-ten-Distel stond in augustus 2001 dan ook op zijn kop toen bleek op een nacht dat het beeldje gestolen was. Sint-Joris dook een maand later op in Parijs toen een dievenbende het beeld trachtte te verpatsen aan een antiquair voor 100.000 €. Die man tipte echter de Parijse politie en zo kwam de ruiter weer terecht waar hij al eeuwenlang thuis is.
W-Vl
O-Vl
Ten strijde op Beverhoutsveld (afbeelding Kroniek van Vlaanderen)

 

 

 

 

 

 

GR 131 Kreken - Ieperboog (128 km)