Startpagina > Wandelen > GR 571
> Dit is naar 'Ardense maatstaven' een spectaculaire etappe. Er zitten lange en stevige stijgingen in, telkens beloond met mooie uitzichten. Onderweg allerlei merkwaardigheden: De rotsblokken van Fonds de Quarreux, de schitterende klim langs de Chefna die in watervalletjes klatert en de watervallen van Coo met bijhorende kermis. De Amblève is ook vandaag de rivier waarvan we enkele malen opnieuw het dal opzoeken. Een etappe voor wandelaars met een goeie conditie.
> Langs het pad groeit ook nogal wat reuzenbalsemien, een agressieve exoot uit de Himalaya. Na een goeie kilometer bereik je het einde van dit gebetonneerd pad, bij een kleine camping ga je onder de spoorweg tot de weg Remouchamps – Trois-Ponts. Hier was tot 2000 decennia lang een café-restaurant-hotel met de naam 'Le Moulin du Diable'.
> Het pad houdt dezelfde richting aan en daalt over een brede weg naar Monthouet. Bij het binnen komen van dit dorp daal je sterker en ga je links bij een kruispunt. Je passeert hier een bron op de linkerkant. Dit asfaltwegje slingert door het dorp en daalt lager door bos richting Stoumont. Onderweg heb je op 40 meter rechts een picknickbank met mooi uitzicht over de beboste hellingen rond Stoumont en de Amblèvevallei.
> Na een paar padwisselingen bereik je de N633 (Remouchamps – Trois-Ponts) en het centrum van Stoumont. GR571 volgt deze drukke weg een tijdje en loopt zo langs het gemeentehuis, de VVV en de kerk van Stoumont.
> Update aug 11: In de wijde omgeving rond het Croix Honnay zijn de dennen gekapt. En van de beuken rond het kruis is in het voorjaar van 2011 op het kruis gevallen, waardoor het afbrak.
Fond de Quarreux

> De enorme rotsblokken zijn hier gevormd door het schurende effect van het Amblèvewater op gesteente van een verschillende hardheid. De overgebleven blokken bestaan uit het keiharde kwartsiet. Opvallend is dat het rotsen zijn met een volume van soms meer dan 1 kubieke meter.
> De volgende kilometers zijn werkelijk schitterend. We zijn klaar voor een doorlopende klim die uiteindelijk bij 560 meter hoogte zal afklokken, meer dan 350 meter hoger dus. Het pad vernauwt al snel, wordt rotsig en nat, steekt de Chefna een paar malen over, passeert kleine watervallen en stroomversnellingen en loopt door woud waarin hier en daar indrukwekkende bomen staan. Het is er heerlijk rustig op een mistige zaterdagmorgen.
> Tijdens deze etappe zijn er onderweg enkel cafés en beperkte shoppingmogelijkheid te Stoumont (km 13) en Coo (km 25)en uiteraard in Trois-Ponts. Café te Ville-au-Bois is dicht sinds 2006.
> Start en aankomst van deze etappe zijn vlot bereikbaar per bus, bus 42a volgt GR 571, of althans toch de loop van de Amblève en de Salm. Stops te Sedoz, Quarreux, Stoumont, Coo, Trois-Ponts. Er is een treinstation in Coo en Trois-Ponts, beide stations liggen dadelijk langs GR 571.
> Camping langs de Amblève te Nonceveux, een kleine in Quarreux, Coo. Niks biezonders aan te raden, ze richten zich in de eerste plaats op residentiële verblijvers.
> Het volgende stuk van deze etappe loopt over het grootste hoogteverschil tijdens een GR in België. Van 170 meter gaat het naar ongeveer 560 meter hoogte. Het pad verlaat de vallei van de Amblève door op de weg Remouchamps – Trois Ponts even rechts te lopen en na 200 meter een pad links te nemen dat kort en stevig stijgt om bij een slingerend asfaltwegje even uit te vlakken naar het dorpje Quarreux. Als je op het laagste punt dan het riviertje Chefna bereikt draait het pad weg uit de Amblèvevallei.
Pad langs de Amblève te Quarreux
> De plaats staat bekend als Fond de Quarreux en is toegankelijk gemaakt voor wandelaars in de jaren ’20 van vorige eeuw. Het is dat pad waarover GR 571 nu loopt, hoewel het pad ondertussen gebetonneerd werd, de Amblève treedt hier immers geregeld eens buiten haar bedding.
> De aanwezigheid van de vreemde kwartsietblokken heeft echter nog een andere verklaring: In de buurt van Quarreux woonde ooit een molenaar die graag een windmolen had in plaats van een watermolen. Zijn watermolen viel immers nogal vaak stil door het sterk wisselende debiet op de Amblève. De duivel bood de molenaar aan die windmolen voor hem te bouwen op voorwaarde dat hij zijn ziel dan aan hem zou overleveren. De molenaar vond het een aantrekkelijk voorstel, hij nam het aan op voorwaarde dat de duivel klaar was met de bouw van de molen vooraleer de haan de volgende morgen zou kraaien. Zo gezegd, zo gedaan en de duivel begon aan de bouw van de windmolen. Dat was echter buiten de vrouw van de molenaar gerekend. De molenaar was immers zo opgewonden dat hij ’s nachts het hele complot onbewust en hardop nadroomde. Zo kreeg zijn vrouw lucht van het duivelse complot. Ze nam een lantaarn en ging naar het hok waar de haan sliep. Opgeschrikt door het lantaarnlicht schraapte de haan midden in de nacht zijn keel en begon uit volle kracht te kraaien. De duivel die het hanengekraai nog helemaal niet had verwacht werd biezonder woest en vermoordde in zijn toorn de molenaarsvrouw. De onafgewerkte windmolen zelf liet hij in de Amblève storten. De dikke bouwblokken van de duivelse molen liggen nu verspreid in de Amblève…
> Aan het kruispunt van GR-paden in Sedoz bij café 'Le Ninglinspo' kies je een zuidelijke richting. Helaas volgt eerst zo’n 700 meter over de asfaltweg richting Coo. Dan neem je een wegje rechts dat parallel loopt en bij de laatste huizen overgaat in een gebetonneerd pad langs de Amblève. Bij hogere waterstand kan het eerste deel van dit pad onderwater staan, zoals een paar dagen voordien duidelijk het geval moet zijn geweest. Nu is er echter geen probleem om het pad te volgen. Al dadelijk wordt je geconfronteerd met de enorme rotsblokken die langs en in de Amblève liggen over een afstand van zowat 4 km.
Pad langs de Amblève
Toegang tot de Chefna
Fond de Quareux
> Een pad springt over het pad, een eekhoorntje hopt een boom op en steeds het klaterende geluid van de Chefna. Eind augustus en de eerste paddenstoelengolf is opgeplopt. Een aardappelbovist wordt geparasiteerd door opvallend grote kostgangerboleten. De halve boomstammen die als brug over de Chefna dienen zijn vaak te mossig en glad om ze te gebruiken, te gevaarlijk. Meestal hop ik over de stenen, ondanks de relatief hoge waterstand.
> Dit pad met zijn bruggetjes was al opgenomen in Cosyns 'Sentier de l'Amblève', het werd aangelegd in de jaren '20 van vorige eeuw door 'Les amis de l'Amblève'.
> GR571 komt op een iets bredere (nog steeds stijgende) parallelle piste en klimt daarover voort. De eerste zonnestralen komen in de mistige vallei piepen. De beuk van Bablette is de dikste met een omtrek van meer dan 5 meter. Ik vond hem niet dadelijk. Je zou na een stevige klim langs de Chefna bij een brugje een klimmend pad links moeten nemen.
> We volgen nu verder de Chefna hogerop, nog steeds flink stijgend. In een hoger deel, bebost met den en waar nogal wat boskap is gebeurd loopt GR571 weer naar de linkeroever van de rivier (oversteken dus en de Chefna aan de linkerkant houden). Je komt via een andere dikke oude eik op een bospiste die je links een hele tijd volgt door bos en halfopen, wat venig landschap. Verderop verlaat je deze onverharde weg weer voor een pad dat terug vlakbij de Chefna gaat lopen. Het riviertje is ondertussen op hoogte verdund tot een venig beekje.
Porallée

> De zone die nu bekend staat als de Porallée is een beboste strook met een breedte tot 1 km die NW - ZO loopt en waarbij we hier op het meest zuidoostelijke punt staan. De geschiedenis ervan gaat terug tot de 17de eeuw, wellicht Zeker is dat de zone een scheiding vormde tussen de invloedzones van het oude Hertogdom Limburg en Luxemburg.
> Met de vorming van machtstructuren, opgebouwd door de abdij van Stavelot en feodale rijkjes was de Porallée mogelijk lange tijd een soort bufferzone. Er zijn nog grensstenen te vinden die daarop wijzen. De kaarsrechte weg die hier loopt wijst mogelijk op een van oorsprong nog veel oudere grensweg. Hij is gelegen op de waterscheidingslijn tussen de bekkens van Vesder en Amblève. De indeling in bospercelen langs deze weg is recenter. Een deel van die bossen zijn trouwens privé. In een verder verleden waren de bossen van de Porallée wellicht gemeenschappelijk bezit, waarbij de boeren van de omliggende dorpen vrij konden gebruik maken van de grond voor begrazing, houtwinning ed maar die ze niet in bezit mochten nemen door er bvb op te bouwen.
> De Porallée omvatte echter eeuwen geleden een groter - ingesloten - gebied met ondermeer de Amblève vanaf Aywaille en de dorpen Sougné en Remouchamps. De Chefna vormde de zuidelijke grens van dit gebied. We lopen dus al even op de oude Porallée, concreet sinds we de Chefna in haar bovenloop overstaken naar de linkeroever en er een dikke getopte eik passeerden.
> Het woord Porallée is afkomstig van 'Pour aller' (interpretatie = een strook weg met recht op doorgang). Die afgebakende weg is tot op de dag van vandaag ook nog herkenbaar in de historisch gevormde gemeentegrenzen. Hier bij de N606 staan we immers op de grenzen van Theux, Aywaille en Stoumont. Kortbij ligt ook de grens met de gemeente Spa. Onder het Franse regime werd rond 1800 komaf gemaakt met dit soort feodale structuren.
> Je kan de kaarsrechte Porallée in NW richting gebruiken om naar het brongebied van de Ninglinspo te wandelen en daar over de schitterende beekvallei weer af te dalen naar de vallei van de Amblève te Sedoz. Pik daarvoor na 4 km langs de Porallée de tekens op van het GR-pad 15 (Ardennen - Eifelpad) en volg ze daar in westelijke richting. We hebben het ook over de Porallée in het wandelverslag van GR 575/576, waar je onderweg langs een monument voor de Porallée komt.
> Kort daarna bereik je het gehucht Ville-au-Bois, erg rustig gelegen. Het café-restaurant, dat hier een aantal jaren weekendwandelaars verwelkomde, is sinds 2006 gesloten. Verhuur van de panden als gîtes is wellicht een meer lucratieve business.
> Via de geasfalteerde toegangsweg tot Ville-au-Bois stijg je nog zacht door. In de beekbermen van deze weg groeit een opvallende kleurrijke combinatie van wilde planten: Wilde bertram, blauw knoopkruid, wilde chicorei en wollige munt zijn maar een paar soorten die je hier aantreft.
> Deze weg komt uit op de grotere weg N606 Stoumont - Haute Desnié, waarop nogal snel wordt gereden. Net voor je deze weg bereikt passeer je op je linkerkant (schuinlinks) het begin van een kaarsrechte weg, de Porallée.
> Aan de N606 even rechts over 200 meter om links een brede onverharde brandweg op te lopen die verderop is afgezoomd met hoge dennen en een kaprijp stadum. Deze brede weg, die tegenwoordig enkel nog voor houtvesters lijkt dienst te doen is de Vècquée. Opnieuw een historische weg!
Braakrussula of appelrussula
Wilde chicorei
Bloedooievaarsbek
Onderweg naar de Chefna-vallei
Chefna: Alles wat blinkt is goud?
Croix Honnay in 2008 en in 1930 >
De KAJ-jongens van Peizegem passeerden in 2009 tijdens hun tweedaagse trekking langs het kruis van Honnay. Het kruis, net zoals de lijdende Christus, hadden net een fris kleurtje gekregen.
(ingezonden foto Berten van Herp)
Boswederik
Brugje over de Chefna
Schuimkoppen op de venige Boven-Chefna
Langs de Chefna op een mistige zomermorgen
> Een asfaltwegje draait stijgend uit Monceau, onderweg word je ook nu weer getracteerd op een prachtig panorama. Deze weg loopt naar een bos toe, een privé-bos, opengesteld voor wandelaars over het GR571-pad. Afwijken van het pad is niet toegestaan, evenals loslopende honden.
> Een flink stijgend bospad, afgezoomd met bloeiende heidestruiken (in augustus/september) leidt naar een bredere bosweg die maar blijft stijgen. Voorbij een bareel kom je weer in publiek bos.
> De afrastering hogerop is van de waterbekkens die tot de elektriciteitscentrale van Coo behoren. De bekkens zelf krijg je niet te zien. Het pad loopt door een gebied met langs de éne kant gekapt bos en aan de andere kant de afrastering van de waterbekkens. Je bereikt een punt rond 480 meter hoogte.
> We zijn dus weer zo’n 280 meter gestegen en daarmee zit de tweede lange stijging van de dag er op. Net voor het hoogste punt op de weg gaat GR571 op een kruispunt van paden rechts. We zijn hier op de Mont de Brume. Achter de afspanning aan je linkerzijde liggen 2 enorme waterbekkens.
> De boven-Amblève en zijn bijrivieren trokken in de loop van de 19de eeuw wel eens meer avonturiers aan, maar op het einde van de 19de eeuw ontstond er zowaar een mini gold-rush. Professor Esser verklaarde in 1878 de vele heuveltjes die soms nog langs Ardense rivieroevers te herkennen zijn als hopen steen- en slibafval, resten van goudwasserij door onze voorouders lang geleden (tot 2500 jaar?).
> Een Pruisische ingenieur neemt in 1886 te Montenau (langs de bovenloop van de Amblève) de proef op de som door zelf slib te wassen. Het resultaat zijn enkele schilfertjes goud. Het nieuws verspreidt zich als een vuurtje en gesterkt door de wilde verhalen over goudzoekers in Amerika wagen ook hier nogal wat gelukzoekers hun kans in de Amblève en zijn zijriviertjes. De geschreven pers draait de zaken nog wat op door te stellen dat er een waar Eldorado verscholen ligt in die Ardense goudaders.
> De goldrush in de Ardennen levert echter weinig op voor veel inspanning: 1 ton gezift alluvium bevat 0,25 tot 5 gram goud. De Staat ziet echter de goudwinning op grotere schaal niet zitten omwille van het lage rendement en legt een verbod op om het landschap te beschermen. De grote schade die wordt veroorzaakt door rivierbeddingen en hun oevers om te keren staat niet in verhouding met de schamele opbrengst.
Goldrush

> De Chefna is één van die kleine riviertjes waar in het verleden naar goud werd gespeurd, met succes overigens. Hier is het wonderlijke verhaal dat terug gaat naar het begin van de 19de eeuw. In 1802 meldden zich 3 gezagsgetrouwe mannen uit de omgeving van Quarreux bij de prefect van het toenmalige 'departement Ourthe'. Ze hadden stalen bij zich om te bewijzen dat ze goud hadden ontdekt. De prefect gaf de mannen een symbolisch schouderklopje en scheepte hen verder af door hen te vertellen 'dat ze zich toch maar beter met hun patattenveld zouden bezig houden'. Verbouwereerd dropen de mannen af.
> Begin 20ste eeuw werden op beperkte schaal tijdelijk enkele concessies verleend en werd nog onderzoek verricht. Locaties waar de mini-goldrush plaats vond liggen ondermeer aan de randen van Baraque de Fraiture, de loop van de Salm, de bovenloop van de Amblève en aftakkende beken en rivieren.
> Nu nog kunnen sporen van goudwinning worden herkend in de streek: Honderden heuveltjes die zijn samen gesteld uit alluvium uit de rivieren en beken met daarop een humuslaag wijzen er op dat er ooit zeer intensief goud werd gepand. Die heuveltjes zijn wellicht meer dan 2000 jaren oud. Ze zijn 0,5 tot 5 meter hoog en 2 tot 15 meter lang. De goudader van de Ardennen loopt over lange afstand dwars door het massief, de goudsplinters komen vrij door erosie (door bvb water) op kwartsietgesteente.
> In het dorpje Faymonville wordt sinds enkele jaren een kampioenschap voor goudzoekers georganiseerd. Om ter snelst goudsplinters uit een hoeveelheid (aangevoerd) zand filteren. Het evenement wordt hier gehouden omdat in Faymonville de laatste Belgische goudzoeker woonde. Maar goud zoeken gebeurde niet enkel door rivierslib te filteren. In 2000 werd na het droogpompen van een put op een afgelegen plek vlakbij de Baraque de Fraiture voor het eerst een echte antieke goudmijn ontdekt!
De meeste huizen in Monceau zijn opgetrokken uit natuursteen van de streek, de ene restauratie is al meer geslaagd dan de andere, maar het is wel een mooi dorp. In de kant van de weg nog maar een wegkruis.
boerderij links een pad op dat aanvankelijk hard stijgt en je snel in een volgend dorp brengt: Monceau. Het water van de bron die je passeert in het dorp is officieel niet drinkbaar volgens een inwoner van het dorp, maar de dorst is sterker.
> Het pad daalt kort daarna naar een asfaltweg (La Gleize – Cheneux). Scherp rechts hier en over deze asfaltweg dalen naar een brug over de Amblève. Denk het asfalt en de auto’s weg en je wandelt hier werkelijk in een schitterende omgeving van beboste heuvels en groene weiden. Nog een spoorwegviaduct. Even stijgen naar de ingang van het dorp Cheneux.
> Waar de asfaltweg scherp gaat draaien bij de ingang van Cheneux ga je links een wegje op dat langs een mooie boerderij komt. Net voorbij deze
> Helaas volgt je deze weg met veel verkeer nog enkele honderden meters. Er zijn wel mooie uitzichten onderweg. Rechts dan, je wisselt asfalt voor een mooi grassig paadje rechts dat tussen weidenafspanningen in op een bosje toeloopt. Even een strook bos door om dan langs een weide en onder overhangende haagbeuk te wandelen.
> Links heb je ondertussen een prachtig uitzicht over het neoklassieke kasteel van Froidcour (1912 -1919), een beeld dat werd gebruikt voor de cover van de tweede topogids over GR 571 in 1971.
> Na bijna 2 km over de Vecqué gaat GR 571 rechts aan de rand van een bos. Het pad was slecht zichtbaar en in feite was het eenvoudiger om door het bos maar wel kort bij de bosrand te lopen. Zo bereik je een nogal karakterloos betonnen kruis, Croix Honnay, aan een open hooggelegen ruigte bij een kruispunt van onverharde wegen. Hier eindigt de lange klim vanuit de vallei van de Amblève. We zijn ondertussen zowat 400 meter hoger beland, meteen ook het hoogste punt van deze etappe, ongeveer 565 meter en bijna het hoogste punt langs de hele GR 571.
Vècquée

> De naam 'Vècquée' slaat op het Franse woord 'Evêché', 'bisdom'. Die betekenis staat in verband met het gebruik van deze weg door notabelen en geestelijken onderweg tussen de ooit machtige abdij van Stavelot en het prinsbisdom Luik. Ook de geschiedenis van deze weg deemstert weg in een ver verleden, hij was mogelijk al in gebruik onder de Galliërs. De Vecquée loopt van hier helemaal tot Baraque Michel op de Hoge Venen.
Stoumont
Froidecour
Berijpte russula
Vècquée
Bos van mos
Croix Honnay

> Het betonnen kruis is ouder dan je zou vermoeden. Het is hier ingezegend op 28 oktober 1928 ter gelegenheid van het katholieke feest 'Christus Koning'. Het vorige (houten) kruis was immers verwoest in een grote veenbrand in de zomer van 1927. Rond het kruis werden jonge beuken aangeplant in een cirkel. Die beuken deden het niet zo goed, momenteel is het Croix Honnay vooral ingesloten door hoge dennen. De kruisbeelden van de verbrande kruisen werden oorspronkelijk op de sokkel van het betonnen kruis geplaatst. Volgens de legende liep hier ooit een reiziger verloren in de met sneeuw bedekte Venen. Hij beloofde een kruis op deze plek te plaatsen om andere reizigers te gidsen als hij behouden terecht zou komen, wat ook gebeurde. De naam 'Honnay' is teruggevonden in lokale parochieregisters uit begin 19de eeuw maar uitsluitsel over de man op wiens initiatief hier een kruis werd geplaatst is er niet.
> De plaats waar het om ging is Heid de la Mine d'Or, gelegen in het bos van Bablette op de rechteroever van de Chefna. Dat verhaal is opgetekend door Dr Bovy, kroniekschrijver, in 1838. Maar daar eindigt het niet. Volgens Bovy, heeft één van de 3 mannen de raad van de prefect in de wind geslagen en is hij blijven volharden. Is hij dan op een aanzienlijke brok goud gestoot? Bijna dagelijks pendelde hij naar Luik om er zijn vondsten 'te verzilveren'. Feit is dat die man 30 jaren later bekend stond als miljonair. Wat er ook van aan is, de mijnputten zouden nu nog te merken zijn ter plaatse. Mail en neem foto's van de plek als je ze vindt!
> Zoals dat gaat in de Ardennen met landschapskenmerken waarvan de oorsprongsverklaring in de tijd wegdeemstert is ook aan de Porallée een legende verbonden. Ze speelt zich af rond het jaar 1200: De kasteelheer van Montjardin (nabij GR 571 te Remouchamps) gaf op een avond zijn jachtopziener Emprardus de opdracht hem voor zonsopgang te wekken om op tijd te kunnen jagen die dag. Zoals afgesproken was Emprardus present net voor zonsopgang bij de bedsponde van zijn meester om hem te wekken. De kasteelheer - wellicht in een ochtendhumeur - maakte zich echter kwaad tegen een verontwaardigde Emprardus omdat het al veel te laat was naar zijn zin. 'Probeer eens een stuk land rond te gaan voor de zon opkomt' morde de kasteelheer, 'al wat je rond loopt mag je hebben'. Emprardus nam die uitspraak letterlijk, sprong op zijn paard en begon een enorm stuk land te omcirkelen. De zon bleef als bevroren hangen onder de horizon tot Emprardus maar liefst 4 mijlen had omcirkeld en terug in Montjardin arriveerde. De kasteelheer kon enkel maar zijn belofte houden en hij gaf de grond aan zijn dienaar. Bij zijn dood in 1230 schonk Emprardus alles aan de inwoners van Remouchamps en omstreken en zo ontstond de 'Heilige Porallée'...
Pad in de buurt van Froidecour
Klim uit de vallei van de Amblève naar 480 m.
Brede wespenorchis
Stuifzwam
Dit wegkruis te Monceau werd opgenomen in het boek 'Heritages de Wallonie', petit patrimoine sacré' als typisch voorbeeld van een volledig in ijzer gegoten kruis.
Verdere klim uit het Amblèvedal na Monceau, met rugzicht over het kasteel van Froidcour
Elektriciteitscentrale Coo

> De waterverbekkens behoren tot de electriciteitscentrale van Coo. Waterkrachtcentrales werken meestal op aanvloeiend water dat opgehouden wordt in een hoog bassin. De kracht van neerstortend water over korte afstand zet turbines in werking die electriciteit produceren. Nu, in Coo werkt dat lichtjes anders.
> Het grote verschil is dat de kunstmatige bassins op de Mont de Brume niet worden bevoorraad door beken of een rivier. Om de bekkens te vullen moet water worden opgepompt uit de dode Amblèvemeander die 250 meter lager ligt en daarvoor speciaal is afgedamd. De pompen, turbines en pijpleiding tussen het benedenreservoir van de dode Amblève en de bekkens bovenaan werden onder de grond gestopt om het landschapsuitzicht wat te sparen. Het volume van de bekkens boven stemt zowat overeen met de capaciteit van de aan beide zijden afgedamde Amblèvemeander lager.
> Dat oppompen naar boven verbruikt meer energie
> GR 571 loopt verderop door jonge denaanplant, neemt een pad links dat even terug stijgt tot je op een asfaltweg komt. Op deze brede asfaltweg met weinig verkeer ga je weer links. Na 500 meter kom je voorbij de Fontaine Saint-Remacle. De waterbron stond echter droog op het moment dat ik er passeerde. Rustbank
dan de geproduceerde energie bij neerstorting vanaf de Mont de Brume. Wat is dan de zin van een electriciteitscentrale die maar 75 % van de energie produceert dan wat ze verbruikt? Het lijkt erg onlogisch maar het principe is gebaseerd op de economische wetmatigheid van vraag en aanbod. Dat zit zo: De elektriciteit van de centrale van Coo wordt ingeschakeld op pieken met een hoog stroomverbruik. Op dat moment wordt electriciteit geproduceerd die aan een dure prijs kan worden verkocht. Op kalme momenten met weinig en goedkoop stroomverbruik (zoals ’s nachts) wordt het water dan weer naar de bekkens op de Mont de Brume gepompt. De centrale van Coo is dus echt bedoeld om pieken op te vangen. De nucleaire centrales in België kunnen immers veel minder inspelen op deze pieken.
> Om het water op te pompen en de bassins bovenaan te vullen zijn er zowat 8 uren nodig. In dalende richting kan er dan 6 uren electriciteit worden geproduceerd, wat zo’n 900 MW oplevert.
> Verder rechtdoor hier over een mooie veldweg omringd door groene weiden en bossen. Deze weg houdt een tijdje gelijke hoogte, loopt langs de rand van het bos van Monti en gaat uiteindelijk dit bos in. Je begint sterker te dalen. Nog steeds loopt het pad algemeen in oostelijke richting tot je scherp rechts en dan links draait.
> Weer kort stijgen en dan stevig dalen naar de Amblèvevallei waarin Coo ligt. Op je rechterkant heb je enkele doorkijkjes op de oude Amblèvemeander van Coo, nu dienst doende als waterbekken. Je kruist een asfaltweg en loopt langs de eerste huizen van Coo. Dalen tot in het centrum en tot bij de waterval onder de brug van Coo.
Gespleten franjezwam
> !!! Opgelet: De gecumuleerde stijging op deze wandeling bedraagt zo'n 1000 meter; waaronder de sterkste continue stijging van alle GR-paden in België: Sedoz (op 160 meter) tot bij het verlaten van de Vêckée (op 560 meter). Vertrek dus op tijd 's morgens. Je kan eventueel eindigen in Coo (inkorting van 5 km en -260 meter stijging). De houten overbruggingen over de Chefna kunnen superglad zijn.
Rechte koraalzwam
> Bij de transformators ga je rechts over een wegje dat begint te dalen. Je passeert een wegkruis omringd door een paar mooie eiken van verschillende ouderdom.
> In Coo kan je deze etappe breken door eventueel bus of trein te nemen, maar we wandelen nog 5 kilometer door. De brug over de waterval over. Even links over de drukke weg Trois-Ponts – Remouchamps om op de rechterkant een trap omhoog te nemen. Klaar voor de derde grote stijging van de dag.
> Hier begint een zigzagpad dat zich snel omhoog werkt. Het kruist hogerop een breder bospad en klimt verder tot een volgende brede bosweg wordt bereikt op een hoogte rond 400 meter. Vlakbij draaien liftstoeltjes af en aan. Hier rechts, deze weg volgen over zowat 500 meter om dan een onopvallend pad links te nemen dat weer harder doorstijgt in zigzags.
> Zo kom je bij een eerste overdekte picknickplaats en kort daarna aan een tweede picknickhut. Dit is het uitzichtpunt van Ster, het derde hoge punt op deze etappe langs GR 571. We zijn weer zowat 270 meter gestegen sinds we Coo verlieten.
Croix des chênes
> Aan het uitzichpunt neemt GR571 een pad dat door kaarsrechte dennen loopt, even langs een weide en dan rechts een bredere weg op. Bij een volgende kruispunt met wandelinfoborden (en een beter uitzicht over de streek) scherp rechts over een asfaltwegje.
> GR 571 daalt nu in zuidelijke richting. Voorbij een schuilhut met een kruis voor een ontmijner vertrekt een pad dat continu daalt en dat op sommige plaatsen sterk is uitgesleten. Bij regen is dit wellicht meer een beek dan een weg.
> Dit pad blijf je maar de hele tijd volgen tot je op het einde kort een asfaltwegje bereikt dat tussen 2 tunnels in uit mondt vlakbij het centrum van Trois-Ponts. Onder de rechtse tunnel en dadelijk links over de weg Stavelot – Trois-Ponts. Deze weg loopt over een Amblèvebrug en draait na een paar honderd meter 90° naar rechts. In deze bocht loop je echter gewoon rechtdoor, richting station, tesamen met GR14. Bij het station gekomen zit ook deze dagetappe er op.
Coo

> Over het ontstaan van de watervallen is geen uitsluitsel. Aangenomen wordt dat het waarschijnlijk de monniken van Stavelot zijn die hier in de 17de eeuw de Amblève op een scherpe meander doorstaken en zo de beroemde waterval creëerden. Wellicht nooit gedacht dat deze attraktie zo’n toeristische goudmijn zou worden.
> Zoals je ziet valt de Amblève in feite in 2 stromen neer. Op de kleinere tak van de waterval was ooit nog een watermolen gebouwd. Die kleine doorsteek bestond mogelijk al veel langer dan de grote, want uit documenten van de 15de eeuw blijkt dat er toen al een watermolen was hier. Al sinds eind 18de eeuw trok de waterval bezoekers aan. Sinds eind 19de eeuw is het hier echter een massaal komen en gaan van dagjestoeristen.
> De waterval van Coo behoort dus tot de oudste en meest populaire attrakties van de Ardennen. Nu nog trekt de waterval op een zomerse dag duizenden toeristen, hoewel een flink deel van hen natuurlijk ook in de eerste plaats voor kabouter Plop en C° naar Coo komt afgezakt. Sinds 2006 heeft de Studio 100-fabriek immers het toen tanende pretpark TeleCoo overgenomen. Een aantal attrakties, zoals de stoeltjeslift (1250 meter lang), maakten oorspronkelijk deel uit van het oude TeleCoo. De Plopsakoorts is alvast beter dan sommige attrakties waarmee de molenaar en zijn kinderen een paar eeuwen geleden de toerist trachtten te verleiden, zoals voor geld een hond in de Amblève gooien en kijken of het dier de waterval overleefde.
> Ondanks alle toeristische verpakking blijft het toch een indrukwekkend zicht die waterval. De Amblève stort hier met veel geweld zo’n 13 meter lager. De site van de waterval zelf is vrij te bezoeken, de pretfabriek van Gert Verhulst heeft wel de wandeldijk wat ingepalmd met hamburger- en worstenkramen en een merchandisingshop. Behalve veel jonge families is Coo blijkbaar ook een populaire verzamelplek voor bikers die hier op een zondag met veel lawaai door de Amblèvevallei scheuren en zich dan op de terrassen van Coo neerploffen. De hele kermis is eigenlijk nogal een zicht na de stille paden van GR 571.
Stoeltjeslift PlopsaCoo
Ster (498 meter)

> Ster is één van de bekendste uitzichtpunten van de streek. Een wandeling naar deze plek stond al beschreven in de eerste wandelgidsen uit het begin van vorige eeuw. Toen bood het uitzichtpunt blijkbaar één van de meest schitterende panorama's over de Ardennen. Eigenlijk valt het uitzicht hier tegenwoordig behoorlijk tegen. Dat heeft alles te maken met de dichte dennenaanplant in de omgeving. Vlakbij de overdekte picknickhut staat ook een geodetische paal van het NGI.
Ster
> Verder rechtdoor tot aan een transformatorpark van de electriciteitscentrale. Onderweg, vlak langs de straatkant (rechterkant), bloeien van eind juli tot begin september prachtige brede wespenorchissen.
Dalend pad naar Trois-Ponts
Trois-Ponts

>
Trois-Ponts was altijd al een plaats met een zeker strategisch belang. Hier vloeien de Salm, Bodeux en Baleur in de Amblève. De naam van het dorp is dan ook toepasselijk, de plaats waar 3 bruggen liggen. Mogelijk komt er nog een vierde brug bij in de toekomst en zou dus ook de plaatsnaam beter worden aangepast...
> Toch is Trois-Ponts altijd een bescheiden nederzetting gebleven. Het machtscentrum van de streek lag eeuwenlang in Stavelot waar de monniken tot ver in de Ardennen belangen hadden. Pas in de 20ste eeuw heeft het dorp zich echt ontwikkeld, gestimuleerd door de
aanleg van het spoor en de ligging op een knooppunt van een paar belangrijke verkeersaders. Er is nogal wat doorgaand wegverkeer dat door de 'flessenhals' van Trois-Ponts passeert.
> De jonge gemeente draagt Sint-Jacob in haar wapenschild, verwijzend naar het plaatsje Saint-Jacques, hoog op een heuvel gelegen. Hoewel er weinig historische bewijzen zijn denkt men in Trois-Ponts dat de plek ooit een belangrijke plaats van passage was van pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela.
Trois-Ponts voor WO II
tijdverdrijf in de omgeving. In Trois-Ponts ontmoet GR571 voor de eerste maal GR 14 (Sentier de l’Ardenne). Dat pad loopt vanaf Trois-Ponts richting Stavelot over een traject dat tussen 1965 en 1993 deel uitmaakte van GR 571 en een verbinding vormt met de beroemde GR 5.
> Voor vandaag is het wel even genoeg na zowat 1000 meter hoogteverschillen. Er wacht morgen weer een ander avontuur, dat vanaf hier niet langer meer langs de Amblève loopt maar langs de Salm.
> Rond Trois-Ponts liggen veel interessante plaatsen om te exploreren als je er de tijd voor hebt. Wandelen is dan ook zeker een leuk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GR 571
Ardennen
169 km