Startpagina > Wandelen > GR 577
> Meteen een eerste etappe vol 'highlights'. GR 577 vertrekt vanuit de officieuze hoofdstad van de Famenne, Marche-en-Famenne. Langs rustige landschapspaden kom je via de dorpen Aye en Humain in Rochefort. De trappistenabdij, grotten en de oude kapel van OLV van Loreto liggen allemaal langs de wandelroute te Rochefort.
> Onderweg naar de overbekende grotten van Han-sur-Lesse lopen we door het typische streekdorpje Hamerenne en door de donkere vallei Fond St-Martin. De paddenstoelen en plantengroei in en boven dit kalkgrondgebied zijn zeer bijzonder. Te Han-sur-Lesse is natuurlijk een bezoek aan de grotten een must. Deze eerste etappe is dan ook een uitstekende kennismaking met de Famenne en de band van de Calestienne.
> Voilà, toch niet te lang in Marche rond gehangen, er staat een stevige etappe op het programma. In het centrum van Marche pik je niet de tekens van GR 129 op, je moet eigenlijk nog een kilometertje wandelen, want GR577 heeft zowaar een officieel startpunt, een nulkilometerpaal! Om de paal te bereiken wandel je vanuit het centrum noordwestelijk over de oude N4 Brussel - Luxemburg. Vroeger liep de N4 immers dwars door het centrum, hij werd enkele honderden meters westelijk verlegd.
> Je stijgt langs deze Rue Victor Libert tot je de kapel van de Broeders Franciscanen bereikt (aan de linkerkant van de weg). Daarnaast staat dus die nulkilometerpaal van GR 577. Hij werd hier geplaatst in 1998, wellicht bij de (her-) inwandeling van de GR 577, toen herdoopt tot de 'Tour de la Famenne'.
> Marche ligt op de rand van de Famennedepressie. Net ten noordoosten van het centrum loopt de Calestienne-kalkband op een plaats met de naam Fond-des-Vaux. Interessante flora dus, we passeren er over 169 kilometer, als we weer in Marche aankomen....
> Eigenlijk is het nog het meest aangenaam om gewoon wat over de kasseistraten en pleintjes van Marche te flaneren en te genieten van de gevels en omgeving.
> Het pad gaat kort na die start links en kruist de N4 bij een kapel uit 1767. Verder rechtdoor loop je door een woonwijk om daarna een weg links te nemen, de Rue Pimpernelle. Verderop rechts over een grassige veldweg.En zo komen we meer in natuur terecht. Kijk ook even over je schouder, vanop deze hoogte heb je een mooi zicht over de depressie van de Famenne met in de verte nog een Tour de la Famenne, ditmaal een 'tour' in de betekenis van 'toren'.
> Terug op GR 577. We dalen dus licht verder door de Fond St Martin. Het pad komt verderop uit bij de rand van een weide bij prikkeldraad. Langs de rand van het bos loop je zo verder licht draaiend met links zicht op idyllische landschappen van groene weiden en beboste heuvels. Eigenlijk lopen we hier aan de voet van Le Belvédère (zie hierboven) op de plaats waar lang geleden de Lesse stroomde voor ze ondergronds dook. De Ruisseau de la Planche over om kort daarna de eerste huizen van Han-sur-Lesse te bereiken.
> Tot 2009 ging GR 577 hier rechts via de Rue des Grottes naar het centrum van Han-sur-Lesse. Sinds 2010 loopt GR 577 echter eerst nog rechtdoor naar de Lesse tot bij de plek waar de Lesse weer het zonlicht ziet. Daar volg je ze nog even om dan net voor de camping rechts tot in het centrum van Han-sur-Lesse te wandelen.
Hamerenne
> Het gehucht is een oude nederzetting die tot het Graafschap Luxemburg behoorde. Hamerenne ontstond wellicht rond een secundaire Romeinse heerweg. De mooie, oude Romaanse kapel (sterk verbouwd in de 17de eeuw) was oorspronkelijk aan St-Rémy gewijd, net zoals de abdij van Rochefort. Vanaf begin 18de eeuw kwam daar de verering voor Sainte-Odile bij omdat de graaf van Rochefort blind werd en Odile werd aangeroepen tegen oogziekten.
> In Hamerenne kom je ook langs een versterkte vierkantshoeve met jaartal 1661 boven de toegangspoort. Ze werd duidelijk gebouwd om ook een verdedigende functie te hebben, gevolg van de vele invallen en plunderingen en dus de onveiligheid in de 17de eeuw.


> Voorbij de recreatiezone links en wat verder steek je de Lomme over op een plaats waar de rivieroever ’s zomers vergeven is van Japanse duizendknoop. Hier ook ligt de Trou du Nou Maulin. Deze grot is erg populair voor speleologie en caving. Het gebeurt 's winters wel eens dat het water van een sterk gezwollen Lomme weer de grot en haar onderaardse gangen opzoekt. Voor de wandelaar is de grot op een hete zomerdag een plek om even af te koelen bij flink lagere temperaturen. Kort daarna neem je een zigzagwegje dat ongewoon scherp klimt door een bos met tongvaren. Snel kom je zo bij de kapel van Notre Dame de Lorette.
Rochefort
> De omgeving rond Rochefort is al bewoond sinds onheuglijke tijden. Bewijzen daarvan zijn ontdekt in grotten en in landschapselementen zoals grafheuvels. De huidige gemeente Rochefort ligt op de middeleeuwse machtsgrenzen tussen het prinsbisdom Luik en het graafschap Luxemburg, met daartussen nog eens rist enclaves die tot andere machthebbers behoorden. Geestelijk lag de macht er eveneens op een invloedsgrens, die van de abdijen van Stavelot enerzijds en Saint-Hubert anderzijds. Geen wonder dat er in de 11de eeuw op een uitstekende rots een stoere burchttoren wordt opgetrokken ter verdediging. Het is rond deze versterking dat een dorp zal groeien.
> Rochefort wordt verheven van een heerlijkheid naar een graafschap eind 15de eeuw. Verscheidene adellijke families resideren er de volgende eeuwen. Net zoals de abdij van ND Saint-Rémy wordt de burcht eind 18de eeuw, in de periode van de Franse Revolutie, verbeurd verklaard. Ze zal als steengroeve dienen voor de lokale bevolking. Ooit was het de machtigste burcht van de Famenne.
> Eind 19de eeuw kent de streek een belangrijke groei: Ontsluiting door betere wegen, aanleg van een spoorlijn en begin van het grottentoerisme in de streek tillen het welvaartspeil op.
> Aan het einde van de dreef ligt de ingang van het grottencomplex van Rochefort.
Kapel Notre Dame de Lorette
> De kapel die hoog boven de vallei van de Lomme ligt werd gebouwd in opdracht van Josine de La Marck in de 17de eeuw.
> Er hangt een vreemde legende aan vast. De kasteelvrouw had de gewoonte om haar enig zoontje te laten wiegen door een gedomesticeerde aap. Op een dag was het kind uit de wieg verdwenen. Het hele dorp in rep en roer tot men de aap opmerkte met de kleine op het dak van het kasteel.
> GR577 loopt bij de grotten van Loreto links en komt bij het Croix St Jean, een oud grenskruis uit 1605. Het markeerde aan de rand van Rochefort langs een oude doorgaande weg de rechtsgrenzen tussen het graafschap Luxemburg en het prinsbisdom Luik.
> Afdalen in de vallei om aan de bosrand bij een waterpompstation rechts te lopen. Al snel weer rechts over een graspad, langs verwilderde fruitbomen tot een buitenwijk van Rochefort. Een km verder bereik je de prachtige vierkantshoeve van Hamerenne, in kalksteen gebouwd. Rechts passeer je ook de oude bron (onbruikbaar water) van Sainte-Odile. Net voorbij de enorme vierkantshoeve kom je bij een grote Saint-Odilekapel met witgekalkte muren. Ze is omgeven met oude lindebomen.
Marcheren in Marche-en-Famenne
> Startplaats Marche-en-Famenne is een oude nederzetting, opgravingen van voorwerpen uit het neolithicum bewijzen dat en Marche was een versterking in de Romeinse tijd. Vandaag is het stadje eerder bekend als verkeersknooppunt. Tot de jaren '80 passeerde nogal wat autoverkeer over de N4 langs Marche. Toen de autosnelwegen E25 en E411 openden en een sneller alternatief boden om naar de Ardennen te vlammen, werd het heel wat stiller langs de N4. Vandaag is het stadje toch nog steeds het economische centrum van de Famenne.
> Een bezoekje aan de oude binnenstad is zeker de moeite. Nogal wat oude gebouwen zijn mooi gerestaureerd, Marche heeft karakter. Het museum van de Famenne in het oude Maison Jadot
laat je alvast kennis maken met het wandelterrein voor de komende dagen, de Famenne. Kijk ook eens achter het museum, het Maison Jadot heeft een mooie Franse tuin. Dat kantwerk maken geen Brugs monopolie is, verneem je in het Kantmuseum van Marche.
> Op 1 km van het stadscentrum ligt de Kapel van de Heilige Drievuldigheid (Chapelle de la Trinité), een religieuze plek gelegen op de 'Butte de Cornimont' en gelinkt met allerlei legendes en een oude geschiedenis. Ze was het doel voor vele strafbedevaarten, er was ook een tijdlang een kluizenaarswoning, mogelijk vond er al Germaanse verering voor Odin plaats, voor de plek werd gekerstend.
Tour de la Famenne
> Met zijn 75 meter hoogte domineert de Tour de la Famenne het landschap. Hij werd gebouwd tussen 1970 en 1973. Een echt vakantiesymbool, want daterend uit de hoogdagen van de N4. In die tijd ging het grootste deel van het Ardennenverkeer over die N4 en als je de toren bereikte na vele uren rijden vanuit Vlaanderen of Nederland, begon de vakantie eigenlijk. De betonnen toren opende ahw de poort naar de Ardennen. Bovenin was een cafetaria gevestigd en nog een verdiep hoger was een restaurant. In 1990 sloot de toren, het afgeleide verkeer naar de nieuwe N25 en N411 en het sterk afgenomen bezoekersaantal zat daar zeker voor iets tussen.
> Jaren stond de Tour de la Famenne leeg, hij kwam af en toe in het nieuws met wilde plannen, zoals het idee om er loften van te maken voor 'wittebruidskoppels'. De hoge renovatiekosten en verhoogde veiligheidsinvesteringen schrikten potentiële kopers echter af. Tot een Hollandse vastgoedspeculant, Pieter Monsma, de toren en omliggende grond opkocht in 2007 voor 300.000 €. Wellicht gekocht in een opwelling want sindsdien deed hij er niks mee. De top van de toren werd in netten verpakt om vallende brokstukken op te vangen in afwachting dat Monsma een project zou ontwikkelen. Daarvoor kreeg hij 5 jaren de tijd. Er gebeurde echter niks. Monsma gaat er prat op het geschopt te hebben van boer tot multimiljonair en geeft daarover goeroe-lezingen maar zijn Tour de la Famenne lijkt dan toch een flop. 2012 wordt dus het jaar van de waarheid. Er gaan nogal wat stemmen op om - gezien het verval en stijgend gevaar voor veiligheid - de Tour de la Famenne af te breken.
Merkwaardige planten van de Calestienne
Geel zonneroosje (zeldzaam) Karthuizeranjer (zeer zeldzaam)
Kogelbloem (zeldzaam) Kogellook (zeldzaam)
Grote graslelie (zeer zeldzaam) Kalkaster (zeer zeldzaam)
> Ik passeerde langs de abdij van Rochefort net toen de noon plaats vond. Even de nieuwe abdijkerk binnen gewipt dus. Het is mooi om de monniken te horen zingen tijdens één van de gebedsstonden. Daarna verder gewandeld langs het abdijpark om even later de rand van Rochefort te bereiken.
> Bij de rivier Lomme gaat GR 577 niet de stad in, je blijft de loop van de rivier stroomafwaarts volgen langs de linkeroever. Zo kom je ondermeer langs een recreatiezone met parkje en openluchtzwembad. Hier ook ligt de jeugdherberg van CBJT en de camping van Rochefort ligt vlakbij (links).
Rochefort, abdij Notre Dame de St-Rémy
> Het ontstaan van deze abdij gaat terug tot de golf van abdijstichtingen in Europa. Het waren oorspronkelijk echter cisterciënzerzusters die zich hier in 1230 vestigden, op grond geschonken door Gilles de Walcourt. Abdijen leefden in die tijd door schenkingen van grote stukken grond die ze lieten ontginnen en waarop pacht en tienden werden geheven. Voor de abdij van Rochefort waren die inkomsten echter vaak te krap. Rond 1452 hielden de zusters het bekeken hier. Er vond een soort 'ruiloperatie' plaats waarbij cisterciënzers en cisterciënzerinnen van klooster wisselden.
> Vanaf 1464 namen monniken dus de abdij over. Ze exploiteerden er wellicht al rond 1500 een marmergroeve, waar ook ijzer en lood werden gewonnen. Door het intensieve graven in de 18de eeuw, ontsprong in de mijngangen een bron uit een waterlaag, de Tridaine. Dat moet de mijnaktiviteiten danig hebben bemoeilijkt door grondverzakkingen die hierdoor ontstonden. De oude groeve Saint-Rémy is nu waardevol natuurgebied en beschermd industrieel patrimonium. Ander gevolg was dat te Humain een hoger gelegen bron opdroogde. Het pure water werd sindsdien wel aangewend voor de aanmaak van abdijbier.
> Wil je het centrum van Rochefort bezoeken, wandel dan door dat parkje en dan omhoog via enkele snelle zigzags. Je staat dan meteen bij het VVV-kantoor in het hartje van Rochefort. Even de tijd genomen daar om neer te ploffen op een terras en te nippen aan een Rochefort 8.
Lomme
> De Lomme of Lhomme ontspringt op Ardense hoogten boven Saint-Hubert, nabij het dorpje Bras-Haut. Na 40 km vloeit de Lomme in de Lesse bij Eprave, op enkele kilometers van Rochefort. Een groot deel van de bedding werd gebruikt om spoorlijn 162 (Namur - Luxemburg) in te leggen. Kort na Jemelle bereikt De Lomme de Calestienne. Net zoals de Lesse heeft de Lomme er nogal wat verdwijngaten, grotten en gangen in uitgeschuurd, zodat ze eigenlijk vooral ondergronds een weg zocht naar Eprave. Door menselijke inmenging loopt de rivier vandaag weer grotendeels bovengronds in de Famenne. Wat de Lomme echter in de Calestienne uitschuurde is interessant exploratieterrein voor speleologen.
> TEC-busvervoer in de streek is sterk gericht op de treinstations van Jemelle en Marloie. Veel kans dat je moet wisselen van bus op deze scharnierpunten. Marche-en-Famenne heeft een treinstation, Rochefort wordt bediend via het station van Jemelle, dat 4 km verwijderd ligt en Han-sur-Lesse heeft geen treinstation (ook via Jemelle of via Grupont). GR 577 komt ook op 1 km van het kleine treinstation van Aye.
> Geen gebrek aan voorzieningen onderweg. Alle winkels, horeca en vertegenwoordiging van VVV in Marche, Rochefort en Han-sur-Lesse. Beide laatste plaatsen zijn ook behoorlijk toeristisch en hebben een . gîte d'étape en enkele campings, allen in het centrum gelegen.
> Wil je de grotten van Rochefort en / of Han-sur-Lesse bezoeken, vergeet dan vooraf niet de openingsuren te checken. Voorzie warme kledij en extra 2 uren tijd voor een (begeleid) bezoek aan de grotten van Han, een dik uur voor Rochefort. Indien je onderweg grotten wil bezoeken, wat wil rondhangen in Rochefort of tijd wil doorbrengen op het mooie 'belvédère' boven Fond St Martin, dan zou je kunnen overwegen om deze etappe in twee te delen. Je kan eventueel overnachten in Rochefort in de gîte d'étape (langs GR 577) of gebruik maken van de camping in de buurt.
> Na een passage langs bos bereikt GR 577 een spoorbrug. Onderdoor en dan dadelijk rechts over een oude steenweg. Terug op asfalt nabij het dorpje Aye, moet je links tot bij een bank met kapelletje voor Sint-Donaat, beschermheilige tegen de bliksem. GR577 verlaat er de asfaltweg voor een pad rechts.
> Bij de toegang tot het gehucht Jamodenne loop je links de stijgende asfaltweg op om in een bocht van deze weg een bospad te nemen. Al na een paar honderd meter zie je rechts een schuilhut, de 'Abri du vieux marbre' (refererend naar een oude marmergroeve), gebouwd in 2004. Als het groen er 's zomers niet te hoog is opgeschoten heb je alweer een mooi zicht over de Famenne.
> Ik loop hier over een aangenaam pad de volgende 2 kilometer. Het is goed onderhouden en loopt vlot door bos, dat aanvankelijk uit hoge dennen bestaat. Vederop is de samenstelling van dat bos veel dichter en schaduwrijker. In een bocht daal je naar Humain.
Humain
> Dit dorp stond vroeger wellicht dikker aangestipt op de landkaart. Vandaag ingesluimerd maar vanaf de 12de eeuw ooit zetel van een van de vier heerlijkheden die deel uit maakten van het graafschap La Roche (tesamen met Beauraing, Houffalize en Han-sur-Lesse). Het huidige kasteel werd gebouwd in 1756 in een bouwstijl die vandaag als classicisme bekend staat. In 1756 moet die bouwstijl vrij revolutionair zijn geweest. Het kasteel werd in U-vorm gebouwd en later werden er nog wat bijgebouwen aan toegevoegd.
> Helemaal origineel 18de eeuws is het kasteel niet. In 1944 kreeg het immers met strijdgewoel te maken van de Slag om de Ardennen met de nodige verwoestingen tot gevolg. De Duitsers slaagden er in om door te dringen tot Havrenne en Humain op 23 december 1944. Lang zijn ze niet gebleven, op Kerstdag werden ze aangevallen door Amerikanen en nog een dag later terug gedreven na harde gevechten. Enkele oorlogsmonumenten in Humain herinneren daar nog aan en de Duitse generaal Von Rundstedt zou nog op het kasteel hebben verbleven (dat moet zeer kort zijn geweest!). Het is een vrij mooi kasteeldomein, temeer daar er ook een park en vijvers bijhoren. Helaas is het niet te bezoeken.
> Ook de kerk van Humain moest er aan geloven rond Kerstdag 1944. De huidige kerk werd 100 meter verder terug opgebouwd in 1953.
> Het pad loopt door boerendorp Humain op 100 meter van de kerk met zijn wel erg spitse toren, langs het kasteel en het oorlogsmonument. Hier takt een verbindingsroute af van GR 577. Over een 9 kilometer gemarkeerd traject kan je hier rechtstreeks naar Sinsin wandelen, waar je kan aanpikken op het noordelijke deel van GR 577. We blijven echter op de hoofdroute en gaan aan het kasteel dus links langs een paar dorpshuizen en boerderijen. Eén van die hoeven heeft in de zoldering een massa vogelnesten van boerenzwaluwen. We zullen richting Rochefort nu over nogal wat verharde wegen lopen maar ze zijn wel erg rustig. Zo volg je na Humain een tijd een weg langs een bosrand met uitzicht over een vallei die uit groene weiden bestaat. Rechtsvoor markeert een kerktoren het kleine dorp Havrenne.
> We zijn nu 10 km ver over GR 577. Voorbij een rustbank daalde GR 577 vroeger de vallei in om een ommetje te maken via het wel erg stille boerendorpje Havrenne. Sinds 2010 is Havrenne echter uit het GR 577-traject geknipt en steek je dus de beek Biran (of Biron) niet meer over. GR577 loopt verder langs de boshellingen en over een aangenaam pad vervolg je door bos naar de abdij Saint-Rémy van Rochefort.
Grotten van Loreto-Rochefort
> Typisch voor deze druipsteengrotten van Rochefort is de verticale structuur in tegenstelling tot de meeste Belgische grotten die vooral horizontaal zijn georiënteerd. De grotten zijn te bezoeken (voorzie iets meer dan een uur) en je daalt af tot ongeveer 65 meter diepte, waar zich de grootste 'zaal' bevindt. Check vooraf de openingsuren, deze grotten worden minder bezocht dan die van Han en de gegidste bezoeken zijn dus minder frequent.
De grotten van Han-sur-Lesse
> Han-sur-Lesse lokte al van oudsher avonturiers en vroege wetenschappers. Ze kwamen zich vergapen aan de Lesse die er raadselachtig verdween onder de heuvel van Boine en gingen soms al eens een stukje van het gangenstelsel exploreren. De grotten, die de Lesse hier heeft uitgeschuurd door kalkoplossing, werden al betreden in het prehistorische tijdvak betreden door mens en dier. Meer zelfs, ontdekkingen in de jaren '60 en '80 in een voor toeristen niet opengestelde galerij wijzen er op dat hier door de Kelten rituele onthoofdingen van vijanden en ceremonieel doden van mensen voor offergave plaats vonden (cfr boek 'De oude Belgen', Ugo Janssen). Er werden schedels, beenderen en onderkaken aangetroffen. Professor Eugène Warmenbol (ULB) noemde de Trou de Han 'de ingang tot de hel'. Daarnaast werden heel wat bronzen, keramieken en ijzeren gebruiksvoorwerpen gevonden uit de bronstijd en de La Tène-periode. In het 'Musée du monde souterrain', gelegen aan het dorpsplein van Han, kan je er een deel van bekijken. Dat museum vormt trouwens een prima startplaats voor wie grondig voorbereid en voorgelicht de grotten wil bezoeken. Er wordt je piekfijn uitgelegd hoe de grotten van Han het resultaat zijn van een chemisch en mechanisch proces tussen water, lucht en kalkbodem, met de rivier Lesse in de hoofdrol.
> Baron Edouard de Spandl besefte al vroeg wat voor welke wetenschappelijke waarde en toeristisch potentieel de grotten hadden en kocht het domein van Han op in 1856 voor 405.000 frank. Hij bouwde de grotten toeristisch uit en bij zijn dood in 1880 had hij er vooraf voor gezorgd dat het domein niet onder zijn kinderen zou worden verdeeld maar werd onder gebracht in een naamloze familievennootschap. Deze maatschappij kocht in 1904 ook de grotten van Rochefort. In 1905 kregen de grotten elektrische verlichting en nog een jaar later rolde het eerste trammetje van Han-centrum naar de grotingang.
> De grotten van Han zijn altijd al een van de belangrijkste natuurlijke bezienswaardigheden in België geweest. Zowat de enige natuurlijke attractie in België die door het ouwe Michelinimperium nog steeds een rating krijgt van drie sterren. Je moest er destijds wel wat over hebben om over de slechte Ardense wegen tot in Han-sur-Lesse te geraken. Met de komst rond 1875-1880 van een spoorlijn tot Jemelle, kwam ook de burgerij uit de steden afgezakt naar Han-sur-Lesse om het natuurwonder te bekijken.
> Schrijver en Nederlandse criticus Conrad Busken Huet (1826 - 1886) reisde in 1879 naar de grotten en deed er op zijn typische knorrige en kritische wijze konde over in zijn boek 'Het Land van Rubens'. Hij vervloekt zichzelf omdat hij een zondag koos om naar Han te reizen. Hij moet in het station van Jemelle immers het gezelschap dulden van 150 medereizigers: "Had de wassende karavaan aan het station van Jemelle kunnen bevroeden, welke onheusche gedachten omtrent de bestgekleede helft der belgische zamenleving mij op dat oogenblik vervulden, men zou zich gewacht hebben mij toe te laten. Wie kiest ook een zondagochtend, om de grot van Han te gaan zien? Wie weet niet, dat pleiziertreinen wederregtelijk zoo genoemd worden? Wie heeft aanspraak op natuurgenot, wanneer hij met open oogen zich bij honderdvijftig geëndimancheerde menschen voegt?".
> Reizen gebeurde toen nog in stijl en daar hoorde geen lange voettocht bij met vuile schoenen als gevolg..."De roem der grot vooral heeft groote verpligtingen aan de flesch met schoensmeer. Van Jemelle tot Rochefort zit men een uur in den omnibus; van Rochefort tot Han, nog een half uur. Volgt eene wandeling van drie kwartier over steenachtige heiden, in de brandende zon."
> Op het uitvaren na vond Conrad Busken Huet de gegidste tocht door de grotten maar niks met al die rook van fakkels en de uitleg van de gidsen. Op gidsen had hij het sowieso al niet begrepen: "...en van den gids te bedingen dat hij u toesta, aan te vangen met het einde. Alleen het uitvaren der grot is werkelijk belangwekkend. Alleen door elektrisch licht aan te wenden, kan een denkbeeld gegeven worden van het overige." is zijn conclusie maar hier volgt zijn volledige relaas: "Een dozijn kinderen verschijnt met riekende petroleumlampen; een gids met walmende nafta-fakkels. Men bevindt zich aan den ingang der grot. De heeren stroopen hunne pantalons op, en keeren hunne jassen binnenstbuiten. De hoeden der dames verdwijnen onder, zakdoeken. Hare kousenbanden zouden zigtbaar worden, zoo het minder donker was. Langs een halsbrekend pad van glibberige steenen, wankelend in den modder, scharrelt men, trap op trap af, door de duisternis verder. Hetgeen er merkwaardigs te zien zou zijn, wordt door de fakkels in rook gehuld. Telkens als de gids met luider stem verkondigt, dat deze druipsteen-formatie de Trône de Pluton is, die andere het Boudoir de Proserpine, nogmaals die andere de Galerie de la Grenouille, zoudt gij 's mans loon wenschen te verdubbelen, zoo hij den mond hield en voortgang maakte. Doch het satanische van het geval is, dat drijven niet baat, Achteruit kan men niet; vooruit slechts langzaam. De grot heeft u voor vier volle uren in hare magt. Eene hellevaart, tusschen twee rijen kleverige stalaktieten regts en links, met een gewelf van lekkende boven het hoofd. Verrukkelijk met dat al is het uitkomen. Voor het laatst heeft zich eene der kamers ontsloten, wier doolhof den inhoud der grot vormt. Hooger en ruimer dan al de vorige, spant de Salle du Dôme zich uit. Hare wanden
en hare zoldering zijn als behangen met trossen, die aan de baarden van antieke riviergoden doen denken, met leem bezwaard. Andere trossen kroonen altaren en zuilen, fantastisch uit den grond geschoten. Ter weerszijde verheffen zich bergruggen, in de holten aan wier voet de verbeelding een heiligen Antonius laat knielen, gekweld door booze geesten. Het zou niet verwonderen, zoo in deze omgeving vledermuizen met heksentronien kwamen aanvliegen, rijdend op vischstaarten. De bouwkunstige motieven echter zijn menigvuldiger. Eigenhandig schetst hier de natuur den mensch voor, hoe men gewelven door gewelven laat steunen, wanden en kolommen bekleedt met vachten van steen, vormen uit de plantenwereld dienstbaar maakt aan de architektuur. Een donkere waterplas, zwart als de Styx, duidt aan dat de togt volbragt is. De nacht wordt volkomen. Charon's boot ligt vastgemeerd aan den oever. Roeijers noodigen tot instijgen. Een knallend kanonschot doordavert de gewelven, en geeft het sein tot vertrekken. De overmoedige aardbewoners, die eene reis naar het doodenrijk durfden ondernemen, dobberen de bewoonde wereld langzaam weder te gemoet. Aan den horizont begint zich eene lichtende stip te vertoonen, bleek van glans als de maan. De stip groeit tot eene schijf. Het zwarte water gaat de blaauwe tint van vloeibaar staal aannemen. Onder het voortglijden ziet men den nacht ochtendschemering, de schemering morgenstond, den morgen dag, het maanlicht rijzend zonlicht worden. Nog één riemslag, en bij het zwenken ligt men onder den lagen, wijden boog der aanlegplaats."
> Sinds begin 20ste eeuw word je met een trammetje van het centrum van Han naar de ingang van de grotten gebracht. Daar wordt een opdeling gemaakt per taalgroep, waarna het bezoek van zowat anderhalf uur begint. Behalve het feit dat de gangen en zalen beter toegankelijk zijn en dat er vandaag wel elektrisch licht is, is er eigenlijk niet zoveel veranderd sinds Conrad Busken Huet ze bezocht. Het boottochtje en de kanonknal op het einde zijn er nog steeds. De geur van lang vergeten schoolreisjes is nog indringend aanwezig.
> In 2008 waren de grotten van Han-sur-Lesse genomineerd voor de lijst van nieuwe natuurlijke wereldwonderen. Flink overroepen, Han haalde het niet en eigenlijk niet onterecht. De grotten zijn zeker de moeite maar helaas kon ik me niet van de indruk ontdoen dat de grotten ook een 'versleten' en beschadigde indruk nalieten. Het gevolg van de miljoenen bezoekers die er op 150 jaar passeerden en schade berokkenden, niet in het minst ook door de naft en de fakkels die jarenlang werden gebruikt door de gidsen. Gelukkig zien de toeristen maar een deeltje van de grotten, zo'n 3 van de 14 km gangen die in kaart zijn gebracht. De rest is voor wetenschappers en speleologen. In de loop van de 20ste eeuw werd Han-sur-Lesse verder uitgebouwd tot een amusementspark. Je kan er op safari en dieren bekijken, er is een speeltuin en allerlei andere attrakties om toeristen te lokken. Horeca is ook volop aanwezig, waaronder een jeugdherberg en twee campings.
> Einde van deze eerste etappe vol afwisseling en beleving. Dag 2 belooft alvast nog meer interessante natuur en ontdekkingen in de Famenne.
De kasteelvrouw - die doodsangsten doorstond - zweerde om een kapel te laten bouwen als haar kind weer levend op begane grond zou geraken. Iemand kwam op het idee om de wieg in het zicht van de aap te brengen. Die daalde weer af met het kind en legde het weer mooi terug in de wieg... En zo kwam de kapel er dus, als dankbetuiging. Het is een kopie van het geboortehuis van Maria uit Nazareth dat in 1291 miraculeus in het Italiaanse Loreto was terechtgekomen. De wondere wereld der wonderen...
> Rond de kapel is ook nog een calvarie van rond 1900 en een kunstmatige 17de eeuwse (?) grot waarmee het graf van Jezus wordt nagebootst. Opmerkelijk is ook de mooie lindendreef die naar de kapel leidt. De linden zouden de respectabele leeftijd van ongeveer 300 jaar hebben. De hele site is sinds 1959 een geklasseerd monument.
> Ook vandaag is toerisme voor Rochefort van vitaal belang, de grotten van Han-sur-Lesse liggen immers ook in de gemeente Rochefort. Behalve de grottencomplexen heeft Rochefort echter nog zoveel meer te bieden: De Romeinse villa van Malagne bijvoorbeeld, het kasteel van Lavaux-Ste-Anne met zijn musea en natuurlijk de burchtruïnes waarrond de stad Rochefort destijds kiemde. Je zou Rochefort de 'lazy way' kunnen exploreren door op een toeristentreintje door de stad te hossen maar ongetwijfeld ontdek je groot-Rochefort het beste te voet. Het natuurpark Lesse et Lomme en talloze kleine natuurgebiedjes van schraal kalkgrasland herbergen een ongelooflijke variatie aan flora.
> Zoals de meeste abdijen moest ook die van Rochefort verplicht sluiten in 1796, de tijd van de Franse Revolutie. Een scenario dat zich toen overal afspeelde bij het einde van het 'Ancien Régime' volgde: De gebouwen werden voor een prikje verkocht aan privé-opkopers, nadien volgde afbraak. De stenen werden herbruikt voor andere gebouwen in Rochefort.
> Pas in 1887 kwamen er weer monniken naar Rochefort, trappisten uit de abdij van Achel. Ze bouwden de abdij weer helemaal op. De meeste gebouwen dateren dan ook uit begin 20ste eeuw. Voor de brouwerij werden later nog bouwsels toegevoegd.
> De Romaanse kerk ziet er rustiek oud uit maar schijn bedriegt, ze werd pas in 1993 afgewerkt ter vervanging van de neogotische kerk uit 1900. Het nieuwe kerkgebouw, opgetrokken tussen 1991 en 1993, is gebaseerd op het Romaanse bouwplan van de eerste cisterciënzerabdijen. Het resultaat is prachtig, let ook op de geometrische figuren die zowel binnenkant (de vloer) als buitenkant versieren. In de narthex staat ook nog een mooi Romaans wijwatervat waarop de 12 apostelen zijn afgebeeld.
> De abdij is in principe niet opengesteld voor toeristen, de cisterciënzers respecteren immers nog steeds strikte regels van gebed en bezinning naast het werk dat zich grotendeels in de brouwerij afspeelt. Toch kan de kerk sinds 1993 (als gevolg van het Vaticaans concilie) ook door buitenstaanders worden bezocht, maar dan enkel om een gebedsdienst bij te wonen. De verschillende gebedsstonden vinden plaats tussen tussen 3u30 en 19u30 (vigilie, lauden, terts, sekst, noon, vespers en completen).
> Meest bekend is de Notre Dame de St Rémy-abdij van Rochefort echter om haar bier. Dit is een van de zes erkende trappistenbrouwerijgen in België. Bier brouwen vindt hier al minstens sinds de 16de eeuw plaats. Vanaf de 18de eeuw wordt het bronwater van de Tridainebeek gebruikt. Die bron ontstond dus door de mijnaktiviteiten van de abdij. Het
watercaptatiestation bevindt zich langs de weg die GR 577 volgt naar en langs de abdij. De eigenlijke bron bevindt zich wat hoger in de beboste kalksteenhelling boven de vallei van de Biran.
> Het water van de Tridaine is vooral afkomstig van het plateau van Gerny, via algemene doorsijpeling en verdwijngaten. Hoewel het niet onmiddellijk zichtbaar is ter plaatse op dat plateau, bereikt de kalkband van de Calestienne in de Famenne daar haar maximale breedte van zowat 5 kilometer. Dat grote landbouwplateau ligt boven de beboste helling die we onderweg naar de abdij volgden. De paters van Rochefort zijn bezorgd over de waterkwaliteit van de Tridaine. Een lichte verhoging van het nitraatgehalte als gevolg van de landbouw op het plateau van Gerny wordt met argusogen gevolgd. De watercaptatie van de Tridaine voedt de abdij en zijn brouwerij maar voorziet ook zowat 15.000 inwoners van Rochefort en omgeving van drinkwater. Een andere mogelijke bedreiging voor de Tridaine is de kalksteenmijn van de firma Lhoist (carrière de la Boverie), gelegen net ten noorden van de oude mijnexploitaties van de paters.
> Terug naar het trappistenbier. De paters brouwen jaarlijks ongeveer 30.000 hectoliter. In principe wordt enkel gebrouwen om financieel in het eigen onderhoud te kunnen voorzien. Door de populariteit van trappistenbieren is er zeker geen financieel tekort. Er worden drie varianten van het donkere vocht aangemaakt: Rochefort 6, 8 en 10, refererend naar het alcoholpercentage. In werkelijkheid zit er nog een dik percentje meer alcohol in. Het huidige brouwproces werd pas begin jaren '50 ontwikkeld. Op 29 december 2010 brandden enkele zijgebouwen van de abdij af als gevolg van een kortsluiting. De brouwerij kon echter grotendeels worden gevrijwaard. Om het Rochefortbier te savoureren moet je niet in de abdij zijn, dat kan je in het centrum van de stad Rochefort.
GR 577 in de omgeving van Hamerenne
> Vooraleer de 170 kilometer lange trek aan te vangen nam ik eerst rustig de tijd om wat over de oude gekasseide straten en de pleintjes van Marche te flaneren. Het Musée de la Famenne (in La Maison Jadot met een mooie tuin) had ik al 2 jaren eerder bezocht. Je ziet er ondermeer archeologische vondsten uit de streek.
Marche-en-Famenne, gotische Sint-Remacluskerk
met barokke toren uit 1715.
Detail uit een 16de eeuwse doopvont
GR 577, kilometerpaal 0
Marche-en-Famenne, Maison Jadot. Herbergt het streekmuseum
Marche-en-Famenne, kunst in de stad
Onderweg door de velden
boven Marche-en-Famenne
Sint-Donaatkapel Aye
Onderweg door de hoogten boven Marche
Herfsttijloos (zeldzaam)
< Onderweg tussen Jamodenne en Humain
Rochefort, abdijkerk Saint-Rémy
Humain, kasteel
Rochefort, abdij St Rémy
Wijwatervat abdij St Rémy
Rochefort, stadhuis
Stijgen naar de kapel van OLV van Loreto langs een pad met tongvarens
Kapel Notre Dame de Lorette
Onderweg door de Fond St-Martin

Geromantiseerde afbeelding op een gravure van de grotten
Grotten van Han-sur-Lesse
Affiche van de Belgische Spoorwegen uit 1903
Trammetje van Han-sur-Lesse
Spateltrilzwam (zeer zeldzaam)
Reuzenknotszwam (zeldzaam)
Ruige weerschijnzwam (vrij algemeen)
Hamerenne, kapel St Rémy
Crois St Jean, grenskruis uit 1605
De Lhomme te Rochefort
Rochefort 8
> In de weide vlak naast de kapel stond een appelboom met daarop een ruige weerschijnzwam. Door de velden op het plateau wandelen en aan een kruising links richting de met een antenne gemarkeerde Mont de Justice. Voor de berg rechts om over een veldweg het donker valleitje van Fond Saint-Martin in te lopen.
> We zijn nu 20 km ver op GR 577. Enkele schitterende paddenstoelen ontdekt hier in dit kalkgebied: De reuzenknotszwam en de spateltrilzwam, echt wel twee speciallekes. Ze zijn zeldzaam temeer omdat ze kalkhoudende ondergrond verkiezen en die is in dit uitgeschuurde valleitje volop aanwezig. Donker bos, een diep ingesneden pad, maar mooi wandelen.
> BUITEN GR: LE BELVEDERE . Op een gegeven moment kom je, licht dalend door de Fond St Martin, op een padenkruispuntje. GR 577 gaat rechtdoor en daalt nog lichtjes verder. Ben je geïnteresseerd in de bijzondere flora van de Calestienne, dan loont het zeer de moeite om af te wijken naar rechts. Dat kost je wat inspanning, want de stijging is ruw. Na 5 minuten vlakt dat pad uit en 50 meter voor je een infobord bereikt over de Rocher Serin, ga je links over een slingerpaadje door een perceel zwarte den. Na 1 minuut bereik je één van de mooiste uitzichten in de Famenne.
> Voor jou spreidt zich de 'Chavée' van Han uit. Hier stroomde lang geleden de Lesse in een grote meander langs de voet van de helling. Pakweg 100.000 jaar geleden zocht de Lesse ondergronds een bedding in wat nu het grottencomplex van Han-sur-Lesse is. Bij hoge winterse waterstanden zoekt de Lesse nog wel eens haar oude bedding op en kan zelfs de hele vlakte onder water komen. Het uitzicht is fantastisch, je kan er uren turen en genieten van de stilte.
> Er is echter nog meer te zien. De rand van dit terrein van schraal gras herbergt een hele reeks extreem interessante planten. De diversiteit aan zeldzame en beschermde planten is fantastisch hier. Uiteraard is de kalkbodem daarvoor verantwoordelijk maar ook de warmte door de zuiderse oriëntering. Die warmte en de flora trekken dan op windloze, zonnige dagen veel vlinders aan. Ik ben hier zowat op alle momenten van het jaar geweest en van de vroege lente tot diep in de herfst is er altijd wel iets boeiends te ontdekken. Loop de rand van de rotskant maar eens helemaal af. Eigenlijk is dit één van mijn meest favoriete plekken in heel Wallonië. De foto's hieronder tonen enkele zeldzaamheden, ze zijn genomen op verschillende momenten in het jaar.

 

 

 

 

 

 

GR 577 Famenne (170 km)