Startpagina > Wandelen > GR57 Ourthe + Sentier du Nord
Onderweg naar Pas Bayard
> Dit variante traject van slechts 7 km geeft je de kans om ook de andere megalieten van Wéris te ontdekken. Nog voor je het dorpje Wéris bereikt, draai je de velden in naar de mooie dolmenformatie van Noord-Wéris (Wéris I). Van daaruit gaat het naar de dolmen en de menhirs van Oppagne (Wéris II). Het variante traject sluit weer aan op de hoofdroute ten oosten van het dorp Wéris. Met deze variante is het ook mogelijk om in combinatie met de hoofdroute een rondwandeling van 13 km te maken langs alle megalitische stenen van Wéris.
> Dit keer lopen we - komende uit het noorden - niet door naar Morville en Wéris maar slaan we op een padenkruispuntje in de velden rechtsaf een brede steenslagweg op. Het bordje dat hier stond om de aftakking aan te duiden stond er niet meer maar het staat toch duidelijk op een ijzeren weidepaaltje geverfd.
> We volgen deze weg, die wat gaat slingeren, over iets meer dan één kilometer. Zo komen we op de kruising met de weg tussen Wéris en Barvaux. Bij dit kruispunt zien we de eerste dolmen, bekend als de dolmen Wéris I of de noordelijke dolmen of de 'allée couverte'. Er staat hier ook een rustbank.
> We gaan op het kruispunt bij de noordelijke dolmen rechtdoor door open veld over een ietwat monotone verharde weg. Let even op linksvoor als je de N841 (Barvaux - Erezée) nadert. Er staat daar een eenzame menhir. Je bereikt hem door de N841 even 100 meter naar links te volgen. Dit is de menhir Danthine.
> De noordelijke dolmen van Wéris werd 'herontdekt' eind 19de eeuw als de interesse voor archeologie ontluikend is. Tevoren stonden de stenen er maar wat bij, grotendeels overdekt met aarde en struikgewas. Voor de plaatselijke boeren hadden ze al lang hun betekenis verloren. De reuzenstenen werden hooguit als een merkwaardigheid in de natuur aanzien.
> Rond 1882 kocht de Belgische staat het lapje grond op voor 1200 franken. De dolmen werd weer volledig bloot gelegd en gerestaureerd. Bij opgravingen in 1906 kwamen oa menselijke beenderen, scherven en pijlpunten naar boven.
> De staat liet er een borduur en een hek rond plaatsen. Jean d'Ardenne, de eerste bekende reisgidsuitgever voor de Ardennen, vond het rond de eeuwwisseling maar ridicuul om de dolmen zo belangrijk te beschouwen dat er een hek rond moest. "Zo krijgt het Gallische graf het uitzicht van dat van een gestorven legerofficier" schreef hij toen. Pas in 1974 kreeg de dolmen een beschermd statuut. Tussen 1979 en 1984 vond nieuw archeologisch onderzoek plaats. Het ijzeren hek werd verwijderd in 1991 bij een nieuwe restauratie. Nogmaals onderzoek van 1999 tot 2001.
> Deze dolmen diende dus als begraafplaats en bestaat uit een reeks rechtopstaande monolietstenen waarop horizontale dekstenen rusten. Het dolmencomplex is 10,8 meter lang en 4,6 meter breed, 15 stenen vormen hierdoor een soort overdekte gang. De conglomeraatsteen of zogenaamde 'puddingsteen' waaruit ze bestaan is eigenlijk samengekoekt zand, schelpen, keien etc., een soort natuurlijk beton ontstaan door persingdruk van jongere geologische lagen op sedimentpuin. De dichtst bijgelegen groeve waar deze steen vandaan kan komen, ligt op 1,5 km. Het moet dus een haast bovenmenselijk werk zijn geweest om ze daar uit te kappen en tot hier te sleuren, aangezien de zwaarste steen toch meer dan 20 ton weegt! Hoe ze dat flikten is maar één van de raadsels. De 2 menhirs die bij de dolmen staan zouden niet op hun oorspronkelijke plaats staan.
> Waarom gingen ze zo ver van de groeve de dolmen bouwen? De schrijver van het merkwaardige boekje 'Raadselachtige Ardennen', Paul de Saint-Hilaire, ontwikkelde in de jaren '70 een wel erg opvallende theorie over de megalieten van Wéris. Volgens hem vormen ze een soort boerenkalender. Hij kwam tot de ontdekking dat er een berekende oplijning zit in de verschillende megalieten van het land van Wéris ten opzichte van elkaar en ook ten opzichte van de stand van de zon in de loop van een kalenderjaar. Ze zijn volgens hem helemaal niet toevallig geplaatst maar grondig georiënteerd gezet. (Zie ook info over de Pierre Haina, etappe Barvaux - Hotton.) De Saint-Hilaire gaat echter nog verder. Volgens hem komt de stand van de megalieten overeen met die van de sterren die samen het sterrenbeeld Grote Beer vormen! Paneuropees kan je deze theorie doortrekken naar de stenenmystiek van Carnac of zelfs tot de Camino naar Santiago de Compostela, naar de theorieën van Louis Charpentier en de weg naar de sterren. Vooral voer voor zij die sterk geloven in mystieke verschijnselen. Wetenschappers zijn vaak heel wat sceptischer tegenover zulke theorieën maar kunnen ze meestal ook niet met harde bewijzen weerleggen.
Hoe oud is deze dolmen nu? Volgens vrij betrouwbaar koolstof 14-onderzoek moet hij zijn gebouwd tijdens de eerste helft van het 3de millennium v/C.
> Deze trapeziumvormige menhir van zowat 3,6 meter hoogte en 8 ton gewicht werd door een ploegende boer ontdekt in het veld vlakbij in 1946. Hij werd in 1947 naar de rand van het veld verplaatst (130 meter van de vindplaats) onder de leiding van de Luikse professor in archeologie Hélène Danthine, vandaar dus de huidige naam van de menhir. Voor de boeren waren die rare stenen maar hinderlijk, daarom werden ze omgegooid en in de grond gestopt. In 1983 werden op 50 meter van de originele plaats in hetzelfde veld nog 2 andere menhirs gevonden. Ze werden bij de noordelijke dolmen geplaatst, waar we nu zowat 1500 meter van zijn verwijderd.
> Het bestaan van deze menhirs was al bekend in 1888, toen Wéris II werd ontdekt. Ze zijn later weer heropgericht en meten tussen 2 en 2,7 meter hoogte. Pas in 2001 werd onderzoek verricht in de bodem maar zonder vondsten.
Stenig pad onderweg naar Morville
Vuurvlindertje
Barchon - Angleur / Angleur - Hamoir / Hamoir - Barvaux / Barvaux - Hotton / Hotton - La Roche-en-Ardenne / La Roche-en-Ardenne - Engreux / Engreux - Gouvy / Gouvy - Troisvierges / Troisvierges - Goebelsmühle / Goebelsmühle - Diekirch
Fotoke van de menhirs van Oppagne nog in te schuiven
> Het 'Duivelsbed' en de 'Pierre Haina' liggen langs het hoofdtraject van GR 57, die bespreken we hier niet nog eens. Zie de etappe Barvaux - Hotton. Er zijn geen cafés of andere voorzieningen langs het variante traject.
> Het wordt een hol, stenig pad en 10 meter voor we een asfaltweg bereiken, gaan we naar links op een steenslagpad langs een huis. Het pad versmalt wat verderop en verbreedt weer kort voor we het gehucht Pas-Bayard bereiken. Op de asfaltweg naar rechts tot bij een pleintje (rustbank) bij een grote weg. Deze oversteken en schuin rechtdoor, langs de grote kapel van Pas Bayard. De steenslagweg stijgt wat en komt uiteindelijk in bos op een bredere bosweg waar we links gaan. Iets verder kon ik een keizersmantel fotograferen die op braambloesem op zoek was naar nectar.
> Bij een V-splitsing nemen we linksvoor, we stijgen nog wat verder. Onderweg aan de linkerzijde een grote 'borne géodesque', op een hoogte van 395 meter. 10 minuten later komen we weer op het padenkruispunt van Refuge de Brocard en hier sluit het variante traject ook weer aan op de hoofdroute van GR 57.
Menhirs van Oppagne
Kapel Pas Bayard
> Even terugkeren op onze stappen om de GR 57 variante in dezelfde richting te vervolgen over een wat verbrokkeld asfaltwegje. Linksvoor zien we onder enkele bomen de dolmen van Oppagne liggen, Wéris II. Even 100 meter naar links voor een bezoek aan deze fotogenieke dolmen.
Dolmen Oppagne of Wéris II
Menhir Danthine
Ingekleurde postkaart van Wéris I in het begin van de 20ste eeuw.
Wéris I
Weris I, noordelijke dolmen
Keizersmantel
> Terug op GR 57 variante vervolg ik over het verbrokkeld asfaltwegje. Licht stijgen wat en verderop een steenslagweg links laten liggen. Kort daarna nemen we op een V-splitsing linksvoor. Nogmaals kort daarna naar links bij een grote hangar. In de buurt zou op 250 meter ook nog een menhir(s) moeten staan. Die vond ik echter niet en ik moet toch wat doorstappen. Licht omhoog door een bos dat vooral uit eiken bestaat.
> Wéris II werd ontdekt door een boer bij het ploegen van zijn veld in de lente van 1888. Hij stootte toen op een wel heel zware steen. In tegenstelling tot Wéris I lag deze dolmen dus volledig ondergronds.
> De site wordt blootgelegd in de daaropvolgende jaren. De eerste onderzoekers laten hun fantasie gaan. Ze zien in de rare stenen van Wéris I en II een offertafel waarbij de slachtoffers onder 'het altaar' werden gevangen gehouden om vervolgens als zoenoffer bloederig geslacht te worden bovenop...De vondst van beenderen onder de stenen moesten hun beweringen staven...
> Net zoals Wéris I vormen de stenen hier een overdekte lange ruimte. Deze dolmen is ook iets langer dan Wéris I; 11,2 meter bij 4,6 meter breed. Er werden beenderresten gevonden van een tiental personen, waaronder mogelijk ook kinderen. Van de grafgiften werden enkel wat potscherven en een versierde pijlpunt gevonden.
> Op 25 meter van de dolmen staan 5 menhirs opgesteld. 3 ervan werden ontdekt in 1888, de andere 2 in 1996, toen de hele site na nog een grondig onderzoek werd gerestaureerd tot haar huidige toestand. Van deze 5 menhirs werden er 4 weer recht gezet.
> In 1906 vindt ook hier grondiger onderzoek plaats. De megalieten van Wéris werden in vorige eeuwen begraven (mogelijk 16de of 17de eeuw) omdat ze een hinder vormden voor de boeren op hun veld. Oorspronkelijk lagen ze dus niet zo diep.
5 menhirs naast Weris II
GR 57 Ourthe / Sentier du Nord

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barchon - Diekirch (279 km)