Startpagina > Wandelen > La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay
> De verrassing zijn echter de vlinders. Voor het eerst kan ik een groentje fotograferen en tot mijn grote verrassing komt er een een koningspage voorbij vliegen! Waaw, echt zeldzaam. Helaas kon ik hem niet fotograferen, wel de koninginnenpage die kort daarna in zijn spoor passeerde, maar die is dan weer niet zo zeldzaam. Uitnodigend genoeg om nog wat te blijven rondhangen om meer bijzondere fladderaars te ontdekken: hooibeestje, oranjetipje, bont zandoogje, bruin dikkopje, paarse parelmoervlinder, boswitje en een icarusblauwtje of bleek blauwtje passeren de revue.
> Aan de overzijde nemen we de Rue des Crayas tot op een T-kruising, daar links door de woonwijk en 150 meter verder de eerste rechts. De straat wordt nu snel een pad, dat verderop modderig kan zijn en wat sterker gaat stijgen. We bereiken een bocht van een verharde wegje en lopen rechtuit verder over 150 meter om dan het eerste paadje links te nemen. Dit 'rollercoasterpad' loopt door bos en achter een woonwijk en komt dan op een T-kruising. Wil je de bivakplaats 'La Roche Trouée' gebruiken, dan moet je hier La Grande Traversée verlaten, wandel dan naar links over 350 meter.
> Goede bewegwijzering leidt ons even later naar links een mooi pad op, het begin van een 'crêtepad'. Al snel doemt een uitzichttoren op, in deze mooie omgeving ligt de kleine bivakplaats Mazée.
> Net op tijd gearriveerd, want de nacht valt nu in. Even zoeken naar een plekje waar ik de tent redelijk horizontaal kan plaatsen, het kleine terreintje loopt immers vrij sterk af, eigenlijk kunnen er maar een paar niet te grote tentjes vrij vlak worden geplaatst. Het wordt een frisse bivaknacht hier.
> Even op verkenning over de paden die door het natuurgebied Tienne Sainte-Anne lopen vooraleer de tocht verder te zetten. De mannetjesorchissen staan al in bloei en even later ontdek ik ook een groepje bergnachtorchissen. Wat ik graag eens wou zien is de bokkenorchis maar die vind ik hier niet (ik zou hem later ontdekken in een ander natuurgebied rond Nismes, zie ook de extra natuurpagina). Hier en daar duiken ook al grote muggenorchissen op maar de meeste staan nog niet in bloei. Verder is er ook nog andere kalkflora te ontdekken.
> We draaien in tegenwijzerzin rond de 'abannets' over een onopvallend pad tussen het struikgewas en gaan dan rechts verder door wat gemengd bos. Dalen langs een voormalige steengroeve (Roche Nanette) tot bij de verkeersweg. La Grande Traversée loopt dan over asfalt verder via de Chemin du Circuit tot de kruising met de verkeersweg door de Viroinvallei (N99).
> La Grande Traversée vervolgt echter naar rechts en gaat over een grassig bospad, we zullen een hoogteverschil van 50 meter overwinnen. De stijging wordt 400 meter verder al afgebroken als we links een pad opgaan dat een beek en haar brongebied moet overwinnen. Even dalen en daarna weer verder stijgen dus. Een paar honderd meter na de beekkruising nemen we rechts weer een pad zuidelijk, de stijging wordt minder scherp en eens boven komen we bij een goede steenslagpiste.
> We gaan op de steenslagweg naar links, passeren langs een plek die bekend staat als 'Beronot' en wandelen nog wat rechtdoor. We zijn nu op bijna 330 meter hoogte, meteen ook het hoogste punt op de hele Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay.
> Pas na zowat 1,2 km verlaten we de steenslagweg, we gaan links dalen. Interessant zijn de vele oude grenspalen hier tussen Nismes en Olloy-sur-Viroin.
Grenspalen Prinsbisdom Luik
> De palen werden geplaatst rond 1755. Van het oorspronkelijke aantal van 15 zijn er nog een stuk of 9 overgebleven. Hoewel zowel Nismes als Olloy toen tot zijn Prinsbisdom behoorden, vond de prinsbisschop van Luik het nodig om dat nog eens te bevestigen. Over Olloy-sur-Viroin, dat werd bestuurd vanuit Hierges (nu in Frankrijk gelegen), was immers nogal onenigheid: ook de Hertog van Bouillon maakte aanspraak op Hierges en Olloy. Daarom staan op de palen de letters LG (Prinsbisdom Luik) enkel maar aan de zijde van Olloy. Tussen de twee letters is ook een perroen afgebeeld, een zuil van hardsteen op een voet geplaatst en getopt met een dennenappel, typisch Luiks symbool voor autonomie en vrijheden.
> We gaan in een perceel dennen even scherper dalen en belanden zo in de ingesneden vallei van de beek 'Damier' of 'Dernier Ry'. Voor de beek gaan we rechts zachter dalen door de donkere beekvallei. Bijna aan de bosrand gekomen (we zijn inmiddels meer dan 100 hoogtemeters gedaald!), gaan we rechts een grassig pad op dat een tijdje licht dalend langs de rand van het Woud van Nismes zal lopen. Helaas moeten we er ook het autolawaai van de parallelle verkeersweg door de Viroinvallei bij nemen. Misschien zie je ook wel de museumstoomtrein voorbij puffen in de vallei.
> Uiteindelijk loopt het pad uit in een asfaltweg (scherp rechts gaan indien je naar camping Try des Baudets wil). We wandelen rechtuit verder en komen nog wat lager aan in het centrum van Olloy-sur-Viroin, waar we links gaan om de museumspoorlijn Mariembourg - Treignes te kruisen. In het centrum van Olloy-sur-Viroin vind je winkels en horeca.
> In Olloy-sur-Viroin is een splitsing van GR-paden. Je kan er over La Grande Traversée naar Dourbes en Philippeville wandelen (GR 12) of zoals we nu zullen doen: kiezen voor de richting Treignes (GR 125). De route naar Oignies-en-Thiérache (GR 12) maakt geeen deel uit van La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay.
> Op naar Vierves-sur-Viroin, Treignes en Mazée dus. Voor de kerk van Olloy rechts en via een paar achterafwegeltjes komen we op een betonwegje dat na een tijd de Viroin weer gaat opzoeken op een plaats met mooi 'geschoren' gras en een rustbank, 't is zelfs wat idyllisch gelegen. Leuk voor een rustpauze. We draaien mee met dat weggetje naar rechts, stijgen en dalen wat, waarbij we onderweg de museumspoorlijn door de vallei kruisen om dan te stijgen naar een plaats van waaruit nordicwalkingroutes vertrekken (rustbanken). Voor die site gaan we links, het begin van een prachtig pad door het groen boven de oever van de gezapig kabbelende Viroin.
> Bijzonder aangenaam wandelen hier. Op de oeverhelling van de Viroin staat in juni volop witte rapunzel in bloei. Bij onduidelijke padsplitsingen kies je voor het pad dat in de buurt van de Viroin blijft. Links krijg je verderop een zicht over het dominerende kasteel van Vierves-sur-Viroin. We komen even later aan in Vierves-sur-Viroin, ter hoogte van een café en de kruiden- en plantentuin van het natuurcentrum Marie Victorin.
> Vierves staat op de lijst van mooiste dorpen van Wallonië maar om het dorp te ontdekken moet je over de brug van de Viroin links stevig stijgen naar het dorpscentrum.
> La Grande Traversée loopt niet naar het dorpscentrum van Vierves: over de spoorlijn en de Viroinbrug gaan we daarentegen rechts verder. Een paar padenwissels verder en wat hoger wandelen we een graspad op dat overgaat in een bospad. Na een tijdje passeren we een bronnetje (links gelegen en ongeveer 50 meter voor een bareel van een privéweg).
> Wat verder komen we in open veld. Ik ontmoet er een jonge man die onderweg is naar Compostela met de gids van de Via Limburgica / Monastica in de hand. Inderdaad, dit GR-traject maakt ook deel uit van een Belgische Compostela-route. De jongeman heeft nog iets van 2800 km voor de boeg.
> Even later loop ik Treignes binnen. Langs de kerk (bushalte, rustbanken) en links alweer het dorp uitdraaien. Treignes telt nog 3 musea en is tevens terminus van de museumspoorlijn door de vallei van de Viroin. De oude stationssite (aan de andere kant van het dorp) is eigenlijk totaal buiten proportie voor zo'n dorp, maar het station van Treignes had dan ook een belangrijke grensfunctie.
> We gaan stevig stijgen op de flank van een heuvel (vergeet niet achterom te kijken voor een mooi uitzicht over Treignes en de beboste heuvels) en eens in het Bois de Matignolle stijgen we nog wat verder. Verderop gaan we links en zetten we met enkele richtingwissels de daling in naar de vallei van de Ruisseau des Fonds de Ri. In de beekvallei is het superstil en vrij wild. Langs de beek bloeit op een aantal plaatsen massaal daslook eind mei. Opnieuw een heel mooi stukje Grande Traversée.
> We gaan uiteindelijk weer stijgen over een steenslagweg (rustbank). Voorbij de woudrand komen we op het landbouwplateau het gehucht Matignolle binnen. De eerste huizen langs en wat verder liggen een paar grote boerderijen, waaronder een kasteelhoeve met wapenschilden boven de ingangspoort. Wellicht is dit de oudste kern van Matignolle. De weg maakt een korte zigzag (om de camping van Matignolle te vinden moet je op dat punt 400 meter naar links) en loopt als een gebetonneerde veldweg verder.
> We volgen dat betonveldwegje een hele tijd rechtdoor langs weiden, stukjes bos en ander stil gebied. Waar de weg uiteindelijk naar links draait, gaan we rechtdoor over een onverharde steenslagweg. We stijgen nog lichtjes en dalen dan wat. Ter hoogte van een veldweg gaan we rechts om pas dan echt de daling in te zetten naar het dorp Mazée. Even opletten om een paar padafslagen niet te missen en een eind lager bereiken we de verkeersweg N99, die we naar rechts nemen om verder Mazée in te dalen.
> Net VOOR de kerk nemen we links een paadje langs de kerk. Loop je in dezelfde richting verder dan kom je bij een café en nog wat verder langs een speeltuin met rustbanken. La Grande Traversée gaat daar echter niet naartoe maar draait rond de kerk om wat verder de eerste links te nemen (Rue des Casernes) Dit is het centrum van het laatste Belgische dorpje in de Viroinvallei, de Franse grens ligt vlakbij. De Viroin mondt op Frans grondgebied in de Maas uit.
> De avond valt stilaan, nog even doorstappen om de bivakzone van Mazée te bereiken, die ligt een kleine kilometer van het dorpscentrum. De Rue des Casernes verlaten we in een eerste bocht alweer om rechtdoor een buurtpad op te lopen, dat we ook na een wegkruising blijven volgen. Aan de rand van de bebouwde stijgen we verder rechtdoor over een breed bospad dat hogerop met steenslag is bedekt als het weer in meer open gebied komt.
Onderweg van Nismes naar Fondry des Chiens
Museumspoorijn Mariemburg - Treignes
Onderweg door het Forêt de Nismes
Bivakplek La Roche Trouée
Kasteel van Vierves-sur-Viroin
Vierves-sur-Viroin
Onderweg naar Treignes
Mazée
Bivakplaats Mazée
Door de groene vallei van de Ruisseau des Fonds de Ri
Mannetjesorchis
Grenspaal Prinsbisdom Luik
Bergnachtorchis
Koninginnepage
Kogelbloem
La Grande Traversée tussen Olloy-sur-Viroin en Vierves-sur-Viroin
Witte rapunzel
Fondry des Chiens
Achteromkijkend over Treignes
Op deze derde etappe van La Grande Traversée lopen we door het hart van de Viroinvallei. De rivier Viroin vormt dan ook de rode draad. De ene keer lopen we boven de vallei, dan weer langs de rivier. Een rist karakterdorpen ligt langs ons pad: Olloy, Vierves, Treignes en Mazée. Meest bijzonder is echter de erg gevarieerde kalkflora en vlinders die je hier kan vinden, zeker in de late lente. Het wandellandschap oogt dan ook vriendelijk en afwisselend. Eindigen doen we tegen de Franse grens aan, op de mooi gelegen bivakzone van Mazée.
> Onderweg is voldoende horeca en bevoorradingsmogelijkheid. Je vindt winkels in Nismes (alles), Olloy-sur-Viroin (superette Chez Nancy, bakker, slager, frituur, cafés) en Treignes (Proxy Delhaize). Te Vierves-sur-Viroin en te Mazée is er enkel een café.
> Je kunt bivakkeren voorbij Nismes ('La Roche Trouée) en voorbij Mazée. De bivakplaats van Nismes ligt 3 km voorbij het centrum, La Grande Traversée doet immers eerst nog een ommetje langs Fondry des Chiens. Ze ligt op een paar honderd meter van het wandelpad, verifieer dus goed de locatie vooraf. De bivakplaats van Mazée ligt op minder dan 1 km voorbij Mazée, onmiddellijk langs het pad. Zie voor details op bivakzone.be . In Olloy-sur-Viroin kan je eventueel ook gebruik maken van de camping daar (Try des Baudets), op een paar honderd meter van de wandelroute gelegen. Ook te Matignolle is er een camping (Fontaine du Roy), eveneens op slechts een paar honderd meter van de wandelroute.
> Ben je geïnteresseerd in de speciale natuur van de Viroinvallei, dan is een grondigere verkenning van de omgeving rond Fondry des Chiens (langs de route) een aanrader, zeker in de late lente en vroege zomer, als allerlei zeldzame orchideeën en vlinders hun opwachting maken. Rond Nismes liggen meer bijzondere natuurgebieden, met name daar waar de kalkband van de Calestienne dagzoomt. Zie ook de speciale pagina daarover.
> In deze etappe zit alweer wat meer golving dan in de vorige, al lopen de hoogteverschillen zelden op tot meer dan 50 meter, met een uitschieter tot 100 meter. In het centrum van Nismes vind je ook een toeristische dienst en daarnaast ligt ook het bureel van het Parc Naturel Viroin-Hermeton, coördinator van het wandelproject 'La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay'.
> Wat vervoersmogelijkheden betreft vermelden we hier nog eens extra dat door de vallei van de Viroin ook de museumtrein van Chemin de Fer à Vapeur des Trois Vallées rijdt. Het is mogelijk om tussen Nismes en Treignes wandelen te combineren met een treinrit, je kan zelfs vanuit Mariembourg vertrekken als je de hele treinrit wil meemaken. Het vraagt een zorgvuldige tijdsplanning vooraf. Meest interessant is met een stoomtrein te reizen, soms wordt ook met diesel of met autorail gereden over de sporen. Verder rijden er natuurlijk ook reguliere TEC-bussen door de Viroinvallei.
> Mijn rugzak is zwaar geladen doordat ik wat rekening moet houden met zowel warm als koud weer. Trouwens aangenaam wandelweer op deze lentedag (15 à 20°), vannacht zal het kwik mogelijk echter het vriespunt opzoeken, dus heb ik ook warme kledij en een dikke slaapzak mee. Een etappe om naar uit te kijken, ik hoop stilletjes om onderweg naar Mazée orchideeën en vlinders te ontdekken die ik nog nooit eerder zag. Nergens anders in België kan je immers zo'n verscheidenheid aan zeldzame orchideeën en vlinders aantreffen dan hier rond Nismes.
> Ik neem een late start vanuit het centrum van Nismes, La Grande Traversée (hier in het spoor van GR 125) steekt er ter hoogte van de dorpskerk de Eau Noire over, loopt nog even rechtdoor (aan de linkerzijde de ingang van een vrij groot park met daarin kasteel Licot, nu gemeentehuis) om dan in een bocht van de weg nogmaals rechtdoor te vervolgen over een trappenpaadje. Voorbij enkele huizen gaat het trappenpad over in een verder stijgend bospaadje. We kronkelen wat door bos en langs bosrand en gaan dan rechts over een asfaltwegje weer wat dalen. Een onopvallend paadje links tussen afspanningen van huizen voert ons weer bos in om wat later langs het merkwaardige geologische verschijnsel van Fondry des Chiens te komen (rust- en picknickbanken).
Fondry des Chiens & Tienne Sainte Anne
> De grillige rotsformatie die bekend staat onder de naam 'Fondry des Chiens' is uniek in België. Dit is zonder meer een van de merkwaardigste geologische verschijnselen die je aantreft in de Calestienne, de smalle kalkband die dwars door de Ardennen loopt, van Remouchamps tot Chimay.
> Miljoenen jaren afzetting en uitschuring van gesteente door zee en wind heeft hier wel een bijzonder opvallend effect. De zachtere kalklagen werden door erosie en oplossing met koolzuurhoudend water weggeschuurd. Enkele hardere steensamenstellingen hielden stand, waaronder ijzerhoudend gesteente.
> Het uitzicht van Fondry des Chiens heeft de mens ook wat mee bepaald, in het verleden werd er immers ook ijzer uit gewonnen op ambachtelijke wijze, wat de naam Fondry (van fonderie of ijzergieterij) verklaart. De toevoeging des chiens dan weer zou verband houden met het feit dat inwoners van Nismes er wel een dode huisdieren zoals honden, paarden of dierlijk afval dumpten.
> Er zijn nog enkele tientallen kleinere plekken in de omgeving die op gelijkaardige wijze zijn ontstaan. Ze worden abannets genoemd. Daarin herken je het woord abandonner of 'bannen'. Dat slaat op het feit dat die plekken tot 'no go-zones' werden verklaard voor veehouderij, de dieren zouden in zo'n afgrond kunnen storten. In de grillige rotsvormen kan je hier en daar nog fossielen ontdekken, zoals hierboven verklaard zijn deze abannets immers primair ontstaan door sedimentair gesteente uit zee, met dus ook koraal en schelpdieren.
> Achter de Fondry des Chiens ligt een kalkheuvel met een eigen naam, de Tienne Sainte-Anne. Zo'n tienne is een ronde of ovaalvormige heuvel met sterk kalkhoudende grond. Vooral de zongerichte zuidzijde is interessant. De snel opwarmende kalkgrond zorgt er voor een warm microklimaat, waarop tussen schraal kalkgrasland nogal wat orchideeënsoorten en andere merkwaardige planten goed gedijen. Nergens anders in België tref je dan ook zo'n verscheidenheid aan orchideeën dan op de tiennes van Nismes. Idem voor vlinders. Vlinders vertoeven immers graag in een warme omgeving en vinden er bovendien volop nectar of geschikte waardplanten. Net zoals sommige orchideeënsoorten komen een aantal vlinders in België zelfs enkel rond de Viroivallei voor, waaronder de koningspage.
Olloy-sur-Viroin en 'Grand Central Belge'

> Voor arme dorpen als Olloy-sur-Viroin betekende de komst van de spoorlijn Mariembourg - Treignes - Vireux in 1854 een economische zegen. Olloy en de andere dorpen in de Viroinvallei werden zo verbonden met zowel het industriebekken van Charleroi als dat van de Franse Maas en Chiers. Hierdoor floreerden ondermeer bosbouw en steengroeven, naast allerlei nieuw opgerichte fabriekjes en handelszaken.
> De spoorlijn werd aangelegd en geëxploiteerd door een privé-maatschappij, de 'Chemin de fer de l'Entre Sambre et Meuse'. Private spoorlijnen waren helemaal geen uitzondering in die tijd, de vraag naar nieuwe spoorlijnen was enorm toen, zodat behalve staatslijnen ook privé-maatschappijen concessies toebedeeld kregen. In 1865 fuseerde de Entre Sambre et Meuse met andere privé-spoormaatschappijen tot de Compagnie des Chemins de Fer Grand Centrale Belge. Zo ontstond een publiek spoornet (privé uitgebaat) van Vireux-Molhain tot Rotterdam in een periode van volle industriële expansie tijdens de eerste decennia van het Belgische koninkrijk. In 1897 kocht de Belgische overheid de spoorlijnen van de Grand Centrale Belge op en kwam er een einde aan deze 19de eeuwse spoormaatschappij.
> Vanaf de jaren 1950 werden - mede door de sterke opkomst van het wegverkeer - heel wat spoorlijnen gesloten. Voor de lijn Mariembourg - Treignes was dat het geval in 1963 wat reizigersverkeer betreft, in de loop van de jaren '70 was het ook gedaan met cargoverkeer. Een groep stoomtreinfanaten slaagde er in om sinds 1976 en mits inzet van veel vrijwilligerswerk, opnieuw nostalgische stoomtreinen voor toeristen te laten rijden tussen Mariembourg en Treignes. Ook vandaag kan je door hun gedreven inzet op onregelmatige tijden een ritje maken over dit mooie spoortraject, waarbij er onderweg ook wordt gestopt voor het pittoreske stationsgebouw van Olloy-sur-Viroin. Wie interesse heeft in oude spoorinfrastructuur moet zeker de hele rit uitmaken, zowel in het station van Mariembourg als dat van Treignes is spoornostaligie volop aanwezig.
> Aan te raden is ook het boek van Pascal Verbeken, 'Grand Central Belge, een voetreis door een verdwijnend land', ook in een Canvas-documentaire gegoten in 2014. Treignes, Olloy-sur-Viroin en andere plaatsen in de Viroinvallei komen er uitgebreid aan bod. Het boek gaat niet enkel puur over de oude spoorlijn maar bekijkt die geschiedenis vooral ook in het licht van het verdampend avondland België.
Vierves-sur-Viroin
> Ook dit dorp staat ingeschreven op de lijst van zowat 20 mooiste dorpen van Wallonië. Terecht, je treft er nog heel wat huizen aan die gebouwd werden in de typische kalk- en leisteen van de streek, er is een harmonieus dorpsplein met fraaie gebouwen en een kasteel dat boven de mooie vallei van de Viroin torent. Neem daar nog een af en toe voorbij puffende stoomtrein bij en het plaatje is kompleet.
> Het kasteel is minstens 800 jaar oud, misschien was er tevoren nog een oudere versterking aanwezig. Over de eeuwen heen werd het geleidelijk hervormd van een versterkte burcht naar een residentieel kasteel. In de 18de eeuw brandde een groot deel af, waarna het snel werd heropgebouwd. Wat je nu ziet is dus eigenlijk wat een amalgam van stijlen, waarvan enkel wat lagere delen in natuursteen nog uit de verre middeleeuwen dateren.
> Vierves behoorde zoals de meeste dorpen in de Viroinvallei eeuwenlang tot het Prinsbisdom Luik. De Luikse macht was echter ver weg en plaatselijk hadden vooral de kasteelbaronnen de macht in handen, ook wat rechtspraak betreft. Het kasteel (waarin ook een gevangenis was) werd berucht voor zijn vele heksenprocessen die er in de 17de eeuw werden gevoerd. Nogal wat vrouwen en enkele mannen werden er meestal na foltering tot wilde bekentenissen gedwongen over hun vermeend contact met de duivel. Op schijnprocessen werden die verklaringen aangedikt door roddels van getuigen. In het beste geval kwamen ze er vanaf met verbanning, in het slechtste werden ze schandelijk veroordeeld tot de galg of de brandstapel. Een zwarte pagina uit de dorpsgeschiedenis van Vierves maar zoals dat gaat met geschiedenis uit een ver verleden worden de feiten vandaag vooral als folklore bekeken.
> Plezieriger gaat het er aan toe met carnaval, dat hier en ook in de andere dorpen van de Viroin, elk jaar nog uitbundig wordt gevierd. Allerlei legendes en oude gewoonten zijn tot vandaag nog verbonden met die carnavalsviering die op Vastenavond wordt gevierd.
> In het laag gelegen deel van het dorp komt La Grande Traversée langs de gebouwen en tuinen van de Koninklijke Kring van Naturalisten, het centrum Marie Victorin. Deze natuurvereniging, die al sinds 1958 bestaat, vestigt via educatie en onderzoek ondermeer de aandacht op de unieke flora en fauna van de Calestienne. Deze kring was ook de initiële motor achter de oprichting van het Parc Naturel Viroin - Hermeton. De gebouwen waar de kring nu huist, maken oorspronkelijk deel uit van het spoorwegstation van Vierves.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

La Grande Traversée (178 km)