Startpagina > Wandelen > La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay
> We volgen vanuit Boussu-en-Fagne een tijdje vrij vlak rechtdoor in een soms wat venige omgeving. Een paar honderden meter nadat we een hoogspanningslijn zijn onder gelopen, bereiken we de Rue de l'Argoulet, die we rechtuit volgen langs verkavelingen van Frasnes. 500 meter verder gaan we bij een kapel met rustbank en linden rechts, een rechte roetsjbaan naar beneden, hoewel het zeker niet de meest aangename wandelweg is...Maar goed, omgekeerd vormt deze straat een nijdige klim bij warm weer.
> Helemaal beneden werd tussen 2015 en 2020 het landschap grondig omgekeerd voor de ingrijpende aanleg van extra wegen. Ze moeten een vlotte verkeersdoorstroom garanderen rondom het stadje Couvin, al kun je je afvragen of er hier niet wat overdreven werd. Voordien moest zowat al het doorgaand verkeer door de smalle straten van Couvin. Beneden ga je eerst dus een spoorbrug over, daarna hou je even rechts aan om via een rotonde onder een brug van de expresweg E420 of N5 (Brussel - Couvin) te lopen naar...een volgende rotonde. Bij die rotonde volg je de richting Petigny en daarna neem je het tweede weggetje rechts.

> Zo, weer wat meer rust langs de GTFPC. We verlaten al snel dat ingesneden verhard weggetje voor een pad dat ons linksvoor over de top van de Tienne du Lion voert.

> Ook op deze kalkhoudende heuvel tref je in de late lente misschien wel orchideeën aan zoals mannetjesorchis of bergnachtorchis of andere kalkflora zoals kogelbloem of smal vlas, met name langs de warme zuidzijde van het natuurgebied. Verder geniet je er van een weids uitzicht richting Frasnes.

> Weer aan de voet van de heuvel kruisen we een wegje van verbrokkeld asfalt. Tot 2018 liep de GTFPC hier rechtdoor de vallei van Eau Noire in. Nu wordt een stevig ommetje gemaakt via de grotten van Pétigny. Al snel naar rechts dus, er volgt een wat grillig traject, let goed op de bewegwijzering. Over een slingerend natuurpad langs het bosmassief Les Rocailles en over een geforceerde corridor bereiken we de Eau Noire en de infrastructuur rond de grotten van Pétigny.
> Er volgen nog enkele padwisselingen langs de vallei van de Eau Noire, tenslotte wandelen we bij een kapel voor Notre Dame de Foix het dorpje Pétigny binnen. We steken te Pétigny de Eau Noire niet over maar nemen naar links een weggetje dat wat verder overgaat in een bijzonder aangenaam wandelpad door de vallei van de Eau Noire. Dat pad loopt helemaal naar het centrum van Nismes maar ter hoogte van een voetbalkantine laat La Grande Traversée ons eerst nog een ommetje maken. We gaan daar dus scherp links over een stijgend pad door een bosgebied waarin ook een reservaat en het arboretum Mousty liggen.
> We passeren langs een 19de eeuwse groeve voor ijzerontginning, ontwikkeld in een meer dan 100 meter lange 'fondry', een verzakking of instorting van het landschap als gevolg van differentiële erosie veroorzaakt voornamelijk door de oplossende inwerking van water op kalksteen. Vandaag is deze site, die bekend staat als Le Matricolo (naar de naam van mijnontginner Mathieu Colot), een rustig en bebost natuurgebied. De ondergrondse tak van de Eau Noire zou vlak onder de Matricolo doorlopen.
> Na wat padsplitsingen en een paar rustbanken, passeren we langs de reeds in de 16de eeuw door de Fransen verwoeste burcht van Nismes. Na 1600 kwam er op de versterkte plek de Sint-Lambertuskerk met kerkhof maar ook deze verkeerd al lang in staat van ruïne. Begin 19de eeuw was ze immers te klein geworden en werd onder het Hollands regime in het centrum van Nismes de vandaag dienst doende Sint-Lambertuskerk opgetrokken. De oude kerk werd rond 1890 afgebroken.
> We dalen ter hoogte van de kerkruïne over trappen af naar het centrum van Nismes. Vlakbij ligt de Pont d'Avignon, waar in de buurt het deel van het riviertje Eau Noire dat bij de Neptunusgrotten van Pétigny in de ondergrond verdween, weer het daglicht ziet. We komen langs de toeristische dienst, waar ook de overheid van het Parc Naturel Viroin-Hermeton haar zetel heeft. Naar rechts om even later te arriveren in het hart van het levendige stadje Nismes, bij de brug over de Eau Noire.
Fondry des Chiens
> Toch nog een 6 km te gaan vooraleer ik mijn slaapplek bereik, de Bivakzone Fondry des Chiens, gelegen in de bossen rond Nismes. Vanuit het centrum van Nismes, steekt de GTFPC ter hoogte van de kerk de Eau Noire over, nog even rechtdoor (links gemeentepark Les Jardins d'O met kasteel Licot (gemeentehuis) om dan in een bocht van de weg rechtdoor te vervolgen over een trappenpaadje. Voorbij enkele huizen gaat het trappenpad over in een verder stijgend bospaadje. We kronkelen wat door bos en langs bosrand en gaan dan rechts over een asfaltwegje weer wat dalen. Een onopvallend paadje links tussen afspanningen van huizen voert ons weer bos in om wat later langs het merkwaardige geologische verschijnsel van Fondry des Chiens te komen (rust- en picknickbanken).
Koninginnepage
Fondry des Chiens & Tienne Sainte Anne
> De grillige rotsformatie die bekend staat onder de naam 'Fondry des Chiens' is uniek in België. Dit is zonder meer een van de merkwaardigste geologische verschijnselen die je aantreft in de Calestienne, de smalle kalkband die dwars door de Ardennen loopt, van Remouchamps tot Chimay.
> Miljoenen jaren afzetting en uitschuring van gesteente door zee en wind heeft hier wel een bijzonder opvallend effect. De zachtere kalklagen werden door erosie en oplossing met koolzuurhoudend water weggeschuurd. Enkele hardere steensamenstellingen hielden stand, waaronder ijzerhoudend gesteente.
> Het uitzicht van Fondry des Chiens heeft de mens ook wat mee bepaald, in het verleden werd er immers ook ijzer uit gewonnen op ambachtelijke wijze, wat de naam Fondry (van fonderie of ijzergieterij) verklaart. De toevoeging des chiens dan weer zou verband houden met het feit dat inwoners van Nismes er wel een dode huisdieren zoals honden, paarden of dierlijk afval dumpten.
> Er zijn nog enkele tientallen kleinere plekken in de omgeving die op gelijkaardige wijze zijn ontstaan. Ze worden abannets genoemd. Daarin herken je het woord abandonner of 'bannen'. Dat slaat op het feit dat die plekken tot 'no go-zones' werden verklaard voor veehouderij, de dieren zouden in zo'n afgrond kunnen storten. In de grillige rotsvormen kan je hier en daar nog fossielen ontdekken, zoals hierboven verklaard zijn deze abannets immers primair ontstaan door sedimentair gesteente uit zee, met dus ook koraal en schelpdieren.
> Achter de Fondry des Chiens ligt een kalkheuvel met een eigen naam, de Tienne Sainte-Anne. Zo'n tienne is een ronde of ovaalvormige heuvel met sterk kalkhoudende grond. Vooral de zongerichte zuidzijde is interessant. De snel opwarmende kalkgrond zorgt er voor een warm microklimaat, waarop tussen schraal kalkgrasland nogal wat orchideeënsoorten en andere merkwaardige planten goed gedijen. Nergens anders in België tref je dan ook zo'n verscheidenheid aan orchideeën dan op de tiennes van Nismes. Idem voor vlinders. Vlinders vertoeven immers graag in een warme omgeving en vinden er bovendien volop nectar of geschikte waardplanten. Net zoals sommige orchideeënsoorten komen een aantal vlinders in België zelfs enkel rond de Viroivallei voor, waaronder de koningspage.
Neptunusgrotten van Pétigny
> Tot de jaren '70 stonden de kalksteengrotten van Pétigny bekend als 'Les Grottes de l'Adugeoir'. Zeg nu zelf: 'de Neptunusgrotten' klinkt toeristisch een stuk aantrekkelijker. Je kunt deze grotten dan ook bezoeken, tenminste als bij uitzondering het water van de Eau Noire niet te hoog staat. Een deel van de rivier heeft deze grotten over duizenden jaren heen immers uitgesleten in de zachte kalksteen van de Calestienne. Een bezoek verloopt gedeeltelijk via een bootje op het water.
> De grotten werden eind 19de eeuw ontdekt en sinds de jaren '30 van vorige eeuw toeristisch toegankelijk gemaakt. Een deel van het water van de Eau Noire legt een lange weg ondergrondse weg af. Pas zo'n kleine 3 km verder, bij de Rue d'Avignon in het centrum van Nismes, ziet dat water weer daglicht na zowat 24 à 48 uren om weer de hoofdbedding van de Eau Noire te vervoegen. Vermoed wordt dat er zich dan ook een ondergronds meer bevindt dat het water een tijd ophoudt. Slechts een deel van de ondergrondse gangen en zalen is al geëxploiteerd ondanks de vele speleologische expedities die ook nu nog bijna jaarlijks plaats vinden. Smalle spleten en passages maken exploratie dan ook niet evident, zelfs met duikers. Voor een bezoek reserveer je best een dag op voorhand, voorzie minstens een uur bezoektijd en pas eventueel je kledij aan (12° ondergronds).
Nismes
> Nismes is een prima uitvalsbasis voor een bezoek aan zowel de historische, geologische als natuurlijke merkwaardigheden rond de valleien van Eau Noire, Eau Blanche en de Viroin. Even ten noorden van Nismes, aan de voet van de Roche à l'Homme vloeien de Eau Noire en de Eau Blanche trouwens te samen om er als de Viroin langs mooie dorpen als Dourbes, Olloy, Vierves, Treignes en Mazée in de Maas uit te monden ter hoogte van het Franse Vireux-Molhain. Het stadje is vrij vlot ontsloten met bussen van de TEC, er rijdt van hieruit zelfs meerdere keren per dag een expresbus helemaal naar provinciehoofdstad Namen. Behalve wandelen is de meest aangename manier om de vallei te ontdekken misschien een rit met de stoomtrein die sporadisch op de sporen wordt gezet door de vrijwilligers van de Chemin de Fer des 3 Vallées. Heb je wat tijd over in Nismes, ga dan eens flaneren door Les jardins d'O, het kasteelpark. Wie interesse heeft voor de wel erg bijzondere flora en de grote variëteit aan vlinders die hier rondvliegen moet zeker eens op een zonnige lentedag vanaf eind april gaan speuren op de Tienne de Breumont of rond de Fondry des Chiens. Er is te Nismes ook een beperkt aanbod van horeca en animatie.
Bergnachtorchis
> Even op verkenning over de paden die door het natuurgebied Tienne Sainte-Anne lopen vooraleer de tocht verder te zetten. De mannetjesorchissen staan al in bloei en even later ontdek ik ook een groepje bergnachtorchissen. Wat ik graag eens wou zien is de bokkenorchis maar die vind ik hier niet (ik zou hem later ontdekken in een ander natuurgebied rond Nismes, zie ook de extra natuurpagina). Hier en daar duiken ook al grote muggenorchissen op maar de meeste staan nog niet in bloei. Verder is er ook nog andere kalkflora te ontdekken.
Kogelbloem
> De verrassing zijn echter de vlinders. Voor het eerst kan ik een groentje fotograferen en tot mijn grote verrassing komt er een een koningspage voorbij vliegen! Waaw, echt zeldzaam. Helaas kon ik hem niet fotograferen, wel de koninginnenpage die kort daarna in zijn spoor passeerde, maar die is dan weer niet zo zeldzaam. Uitnodigend genoeg om nog wat te blijven rondhangen om meer bijzondere fladderaars te ontdekken: hooibeestje, oranjetipje, bont zandoogje, bruin dikkopje, paarse parelmoervlinder, boswitje en een icarusblauwtje of bleek blauwtje passeren de revue.
> Rond de 'abannets' zetten we koers naar het natuurgebied La Roche Trouée. Het traject van de GTFPC werd hier gewijzigd in 2018. 'La Roche Trouée' dankt zijn naam aan het rotsmassief met middenin 'een gat'. Over een natuurpad door het struweel bereiken we de hoofdverkeersweg door de Viroinvallei, de N99. Rechts over 300 meter, dan eerste links een verhard weggetje op. We volgen de licht stijgende asfaltweg om pas na 400 meter links een onverhard pad in te slaan. Aan de rechterzijde was tot 2020 Bivakzone 'La Roche Trouée' gelegen. Vandaag ligt deze bivakzone bijna anderhalve kilometer verderop in het Bois de Nismes.
Bivakplek La Roche Trouée
Onderweg door het Forêt de Nismes
> La Grande Traversée vervolgt blijft dit aangename bosweggetje nog een tijd (stijgend) volgen. Een eind hogerop laten de witrode GTFPC-tekens ons links afslaan. Nog even kort en scherp dalen en stijgen door een jonge beekvallei en bij een padenkruispunt hebben we Bivakzone 'La Roche Trouée' bereikt, temidden van loofwoud. Tijd voor een rustig nachtje bosbivak.
Nismes, Bergnachtorchis
Nismes
Wilde akelei
Pétigny langs de Eau Noire
Nismes, door het Bois de Mousti
Nismes, Chateau Bivort, voormalige woning van meestersmeden. Symbool van industriële welvaart in de streek dankzij ambachtelijke ijzersmederijen van de 16de tot 18de eeuw.
> Van wit naar zwart: vandaag wisselen we het riviertje Eau Blanche in voor de Eau Noire. Een eind voorbij de bivakzone van Boussu-en-Fagne moeten we in de buurt van Couvin een paar verkeersaders kruisen. Dan trekken we de Calestienne-band binnen voor de rest van de dag met enkele van de meest bijzondere stukken topnatuur van België. Via de kalkstenen heuvel Tienne de Lion en de Neptunusgrotten zoeken we de vallei van de Eau Noire op bij Pétigny. Een aangenaam valleipad voert ons naar Nismes, zowat het toeristisch centrum tussen de valleien van Eau Blanche, Noire en Viroin. Rondom Nismes zijn meer geologische merkwaardigheden te ontdekken, waaronder de unieke Fondry des Chiens. 't Is vandaag trouwens ook de dag van 'de Tiennes': ovaalvormige kalkheuvels waarop vaak bijzondere plantengroei en insektenleven is te vinden. Hoog boven Nismes ligt onze overnachtingsplek, Bivakzone La Roche Trouée.
> Horeca en bevoorradingsmogelijkheden en winkels vind je in Nismes. Deze etappe laat ook voldoende tijd voor een eventueel bezoek aan de Neptunusgrotten van Pétigny (reservatie) die onmiddellijk langs de GTFPC zijn gelegen.
> Bivakkeren kun je te Boussu-en-Fagne (km 0, langs het pad), of te Nismes (km 15,5) La Roche Trouée. De bivakplaats van Nismes ligt 6 km voorbij het centrum, La Grande Traversée doet immers eerst nog een ommetje langs Fondry des Chiens. Voor meer detailinfo, zie op bivakzone.be .
> Over de bijzondere natuur rond Nismes en de Calestienne hebben we trouwens een extra pagina. Gezien de eerder beperkte afstand van deze dagetappe, heb je nog voldoende tijd voor natuurexploratie onderweg op 'de tiennes', de Fondry des Chiens of voor een bezoek aan de grotten van Pétigny.
> In het centrum van Nismes vind je ook een toeristische dienst en in de buurt is ook de administratie van het Parc Naturel Viroin-Hermeton gevestigd, initiatiefnemer van de wandelroute La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




La Grande Traversée (189 km)