Startpagina > Wandelen > La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay
> Verderop dalen we wat scherper en komen we op een steenslagweg. We volgen hem lange tijd, onderweg negeren we nogal wat naar rechts aftakkende paden. We lopen nu dus eigenlijk een stukje door Frankrijk. Aan de vele kleine pimpernel in de berm te zien, wandelen we hier ook duidelijk door een uitloper van de Calestienne-kalkband. Orchideeën merk ik niet op, wel andere kalkflora.
> Van 1 oktober tot eind januari wordt hier gejaagd op zondag waarschuwt een bord. Als wandelaar is het in tegenstelling tot Wallonië hier echter in principe niet verboden om het GR-pad te volgen als er jacht is. We dalen langzaam verder. In de mist over het pad zie ik verderop een haas stilzitten.
> Bij een wat vervallen kapel gaan we rechts op het centrum van het Belgische dorpje Vaucelles af. Dit is het soort dorp dat zo in een uithoek van België verstopt ligt dat je hier nooit zou komen, was het niet dat je over La Grande Traversée aan het wandelen was. Het Gat van Pluto.
> Inmiddels zijn we gestegen van 100 meter hoogte in de Maasvallei tot 210 meter op het plateau. Weidse vergezichten over het plateau en naar de Maasvallei. Langzaam draait de weg naar rechts over steenslag. Op een kruispuntje rechtdoor een graspad op. Klaprozen, kamille en korenbloemen geven de berm een kleurrijke tint in de late lente.
> Ik wordt op de bivakplaats van Mazée wakker in een tent waarop een laagje bevroren dauw ligt. Wachten op de zon heeft niet veel zin, want die zit nog wel een tijdje achter de crête waartegen de bivakzone ligt. Om op te warmen loop ik even de uitzichttoren op, de zon schijnt er over een heerlijk panorama waarin Najauge, de cité Maroc en de Franse Ardennen liggen. Is wat raar om in deze omgeving uit te kijken over een kleine cité maar het feit dat in dit stukje Frankrijk in de 19de en 20ste eeuw nog een bloeiende metaalindustrie was, verklaart alles. Ook veel arbeiders uit de Viroinvallei trokken de Franse grens over om in de metaalfabrieken te werken. In de riviervalleien hangen nog wat vroege mistslierten.
> La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay volgt tussen verwrongen eiken het bijzonder mooie crêtepad verder omhoog. Die crête is hier toch vrij scherp, links beneden ligt België, rechts beneden Frankrijk. Het bos verdicht wat en we gaan rechts ietsje lager lopen om een lijn van enkele oude grenspalen te volgen. Ze werden geplaatst om de scheiding tussen het Prinsbisdom Luik en Frankrijk te markeren en vormen vandaag de grens tussen België en Frankrijk.
> De zachte daling loopt door tot aan het Franse dorp Hierges. Helaas gaat de fotogenieke kasteelruïne van Hierges letterlijk wat de mist in. Het fotootje hiernaast is dan ook genomen tijdens een tweede verkenning. Bij de rand van Hierges gaan we rechts-links en rechtdoor lopen we al snel weer weg van Hierges om kort daarna ongemerkt weer België binnen te wandelen.
> Nog voor de kerk gaat het weer links over een wegdraaiende weg die we even later inruilen voor een paadje rechts dat vrij steil de flank van een grashelling oploopt. Het draait verderop door bos en we komen langs een oude steengroeve. Even vruchteloos rondgelopen om te kijken of er geen orchideeën te vinden waren. Afwisselend lopen we vervolgens door veld en door bos over soms wat modderige paden die door boeren en jagers zijn kapot gereden. De Franse grens ligt nog steeds vlakbij.
> Steeds maar rechtdoor om na een tijd de daling naar Doische in te zetten. We lopen daar niet langs de kerk maar houden ze aan onze linkerkant om rechtdoor te lopen langs een oude trap die naar een kerkhof leidt. Het volgende stukje heb ik geskipt want ik ben in Doische op zoek gegaan naar een winkel.
> Hoewel Doische het statuut van gemeente heeft, is er behalve een eigen toeristische dienst weinig middenstand te vinden. Wellicht heeft de Delhaize, die aan de rand van het centrum ligt, alle buurtwinkeltjes opgeslorpt. De Delhaize dan maar opgezocht. Daarna verder gewandeld over de hoofdweg om in de buurt van een calvariekruis weer La Grande Traversée op te pikken (eigenlijk nog steeds GR 125).
> Op de verkeersweg die uit Doische komt, is er nog een bakkerij en één van de twee cafés die Doische nog rijk is: 'Chez Mariette'. Het andere café is 'Chez Jeanette'. Retteketet. We volgen ter hoogte van het café Mariette de rechte verkeersweg naar rechts een eind, tot bij de kruising met de RAVeL-route (oude spoorlijn 138a tot een halve eeuw geleden) . Daar gaan we links op een parallelweg met de RAVeL. De steenslagweg neemt verderop een bocht van 90° rechts. Op dat punt is soms links een café open van een klimvereniging, ook wandelaars zijn er welkom voor een drankje en een babbel.
> Na een paar honderden meters over de weg naar Romedenne, nemen we rechts een graspaadje dat een eind verder begint te dalen naar de vallei van de Hermeton. Op een asfaltweg gaan we rechts, steken de Hermeton over en gaan weer rechts. We lopen voorbij de gebouwen van een voormalige watermolen en in het verlengde verder over een mooi bospad.
> Na een tijdje komen we weer korter bij de Hermeton. De rustbank is blijkbaar nog niet uitgevonden in deze streek. Het water van de Hermeton ziet wat bruin, wellicht door de gulzige regen van de afgelopen dagen. De Hermeton zal de rode draad bliven voor de rest van de etappe tot de Maasvallei.
> Verder over de steenslagweg lopen we recht op de drukke N40 af, we kruisen de snelle weg voorzichtig om aan de overkant een bospad te nemen. Mannetjesorchis en veel vleugeltjesbloem verraden dat er in dit venig landschap ook kalk moet zitten. Verderop komen we langs een strook nieuw ingericht halfopen bos- en venig landschap, om ideaal habitat te creëren voor vlinders. Men wil hier ihb de moerasparelmoervlinder aantrekken. Die heb ik alvast niet gezien, maar wel de zilveren maan (!), het bont dikkopje, de aardbeivlinder en nog wat meer meer algemene vlindersoorten zoals hooibeestje, citroenvlinders, atalanta en boswitjes. Een mooie visuele oogst toch.
> We passeren een paar open plekken met opeenvolgende padsplitsingen maar de bewegwijzering was ook hier prima. Een passage die erg modderig kan zijn wordt gevolgd door een goed steenslagpad naar Vodelée. Verderop rechts naar het centrum. Voor de kerk gaan we links (richting Romedenne). Er is hier ook een camping die OK blijkt te zijn voor doortrekkers. Ik had eerst gedacht om hier te kamperen maar dan zou de dagafstand toch wat kort zijn uitgevallen. Doorstappen tot Hermeton-sur-Meuse of Hastière is dan weer wat te lang eigenlijk. We wandelen dus verder over La Grande Traversée.
> Ik moet het stapritme er wat inhouden om op een redelijk uur te arriveren. Over schaduwrijke paden wandel ik verder langs de Hermeton. We kruisen een zijbeekje van de Hermeton, de Ruisseau d'Omeri, draaien naar rechts en stijgen meteen over schiefer naar het dorpje Soulme. Dit dorp staat eveneens op de lijst van mooiste Waalse dorpen.
> Langs een paar rustbanken (!) maken we in wijzerzin bijna een rondje van 360° rond de kerk en het dorpsplein van Soulme om dan pas links een zijstraatje te nemen. Dat gaat al snel over in een weg van verbrokkeld asfalt. We dalen wat en na een kruising met de N977 (even links-rechts daar) komen we weer bij de Hermeton. We zullen de rivier nu helemaal volgen tot haar monding in de Maas. Vanaf nu begint een avontuurlijk pad door een wild stuk Hermetonvallei van wel een kilometer of acht.
> Hier duik je in de lente ook een bloemenweelde in, bij zonnig weer ziet het er zelfs wat paradijselijk uit, al moet je de aandacht er wat bijhouden want het pad is vaak verraderlijk slipperig na nat weer, soms is het wat schuiven. Het hoogtepunt qua planten komt er even later als ik gele monnikskap ontdek langs de Hermeton-oever, tientallen planten zelfs. Waarom hij 'gele monnikskap' als naam draagt zie je wel als hij in bloei staat in mei / juni.
> De vallei verbreedt en even later wandelen we langs de oude molengebouwen van Hermeton-sur-Meuse. Even op adem komen voor de laatste 5 km aan te vatten kan als je wat verder rechts richting het dorp wandelt, er is een café en een bushalte. La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay loopt echter niet tot op die verkeersweg. Enkele tientallen meters voor de T-kruising, gaan we links langs een huis om meteen te stijgen.
> Tussen het groen winnen we snel hoogte. Wat hogerop komt van rechts een verhard weggetje maar we blijven stevig stijgen, nu door meer open landschap. Weer in bos gaan we scherp rechts op een kruispunt van bospaden. We draaien door bos en over een helling van gekapt dennenbos, waar op de vrijgekomen ruimte in de lente massaal vingerhoedskruid bloeit.
> Nog wat hoger gaan we weer links en wandelen we in de schaduw van de bosrand. We passeren enkele chalets en caravans die hier zijn neergepoot en bereiken kort daarna het plateau. Op een volgende splitsing kiezen we niet rechts voor het asfaltweggetje maar vervolgen we rechtdoor over een aangenaam pad door de bosrand. We lopen nu vrij vlak of dalen zelfs lichtjes. Verderop vervoegen we rechtuit een asfaltwegje dat tussen de weiden nog zacht verder stijgt en zo komen we helemaal boven.
> Een eindje verder is het pad kapot gemaakt door boskapmachines, verderop verbetert het wat maar het blijft wel modderig. Wat verder moet je een paar steile oeverhellingen overwinnen met de hulp van een paar stevig gespannen touwzelen. Eens hogerop daal je haast onmiddellijk weer af naar de rivierbedding. Dat gaat nog vrij vlot ondanks de steilte en de rugzak, bij nat weer is het wellicht wat meer schuiven. Daarna verloopt de voortgang over het oeverpad wat moeizamer.
> Hier zijn heel wat gevallen bomen waar je over, onder of rond moet. In deze omgeving was het pad tussen de zomer van 2010 en de lente van 2011 ontoegankelijk: een massa gevallen bomen (na stormen) hadden de doorgang zo geblokkeerd dat het pad maandenlang moest worden afgesloten voor wandelaars. Dat is nu niet meer het geval, al is het hindernissenrijk. Tot de 20ste eeuw was dit deel van de vallei grotendeels ontoegankelijk. Pas rond 1923 hebben leden van Touring Club de vallei met de aanleg van een pad geopend voor wandelaars. Dat pad liep toen grotendeels aan de andere rivieroever en was 1,5 meter breed.
> Verderop toch nog een paar passages waarbij koorden zijn gespannen en je nog wat kort moet dalen en stijgen. Als het weer vlotter loopt, kom je door een zone die in mei is afgeboord met sterk ruikend daslook. Wat een prachtige vallei! De aanwezigheid op de andere oever van een waterzuiveringsstation kondigt de beschaving aan en het einde van deze prachtige brok wilde natuur.
Startpad te Mazée-Najauge op een crête tussen eiken
Aardbeivlinder
Onderweg naar Doische
Vodelée
Bleke schubwortel
Hazelworm
Vingerhoedskruid
Maasvallei bij Hastière
Hastière
Onderweg naar Hastière
Gele monnikskap
Doische
Vaucelles, in de ochtendmist
Witte engbloem
Oude burcht te Hierges
De Hermeton bij Soulme
Hermeton
Zicht vanop de uitzichttoren te Najauge
Het meest oostelijke deel van La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay eindigt uiteindelijk in de Maasvallei bij Hastière. Voor we daar geraken wachten er nog een rist stille dorpen en beboste beek- en riviervalleien. De meest wilde en eenzame is ongetwijfeld die van de Hermeton, waar je soms rotsige inhammen moet overwinnen met de hulp van zeeltouwen. La Grande Traversée wordt hier zowaar wat avontuurlijk. Alles bij elkaar een sterk afwisselende etappe met ook nu weer veel boeiende natuur onderweg.
> Onderweg is er enkel bevoorradingsmogelijkheid te Doische (Eurospar op enkele honderden meters van de wandelroute), er is ook een café daar. Daarna is er pas terug een café te Hermeton-sur-Meuse, als je in de Maasvallei even naar rechts de verkeersweg opwandelt. In Hastière vind je alle winkels, ondermeer een bakker, slager, Eurospar, cafés en restaurants in de hoofdwinkelstraat van Hastière-Lavaux.
> Na Mazée liggen er geen bivakplaatsen meer langs het traject. De laatste wandelkilometers door de vallei van de Hermeton en de Maas lopen trouwens over het grondgebied van de gemeente Hastière, die geen deel uitmaakt van het Parc Naturel Viroin - Hermeton. In Vodelée kan je eventueel camping 'La Vallée Merveilleuse' binnen lopen. Er is geen camping in Hermeton-sur-Meuse of in Hastière.
> Uit Hermeton-sur-Meuse of Hastière raak je vrij gemakkelijk weg per bus. Te Hermeton-sur-Meuse ga je - komende uit de Hermetonvallei - op de Chaussée de Givet rechts 100 meter (bushalte Hermeton Pont). TEC-bus 154a rijdt frequent via Hastière (bushalte Hastière Eglise ligt het kortst bij de wandelroute) naar Dinant-treinstation. Deze bus rijdt ook tijdens het weekend maar minder frequent. In de richting Frankrijk is het soms tijdens de week mogelijk om via een wissel te Heer-Pont met bussen 154a en 60/3 op een uurtje weer in de Viroinvallei te zijn te Nismes. Op andere momenten heb je meer tijd nodig om weer in de Viroinvallei te geraken en moet je mischien te Dinant de trein nemen naar Namen om daar de expresbus naar Couvin te nemen, deze rijdt als lokale bus nog door naar Nismes. Een lange weg maar je geraakt er zo ook.
> Voorzie voldoende tijd voor de passage door de Hermetonvallei tussen Soulme en Hermeton-sur-Meuse. Op een paar stukken in deze wilde vallei vorder je traag door bomen die over het pad liggen, modderige delen of door een paar steile passages die je met hulp van gespannen touwen overwint. Dit stelt geen bijzondere fysieke eisen, wel is een periode van stormweer of hevige regenval niet van aard om een vlotte en veilige doortocht daar te vergemakkelijken. Het is geen goed idee om de passage door de Hermetonvallei aan te vangen als er zware regen is aangekondigd, de rivier kan zeer snel en sterk reageren op zware neerslag.
> Een eind verder rechtdoor en langs uitdeinende verkaveling van het gehucht Inzémonts. In het oudere deel van dat gehucht (rustbanken) gaan we rechts om even later in lange zigzags de daling in te zetten over een oud grassig pad op de beboste Maashelling. Onderweg uitzichtpunten over de Maasvallei met Hastière.
> Zo arriveren we na nog wat snelle bochten en door een paar steegjes in Hastière-Lavaux. La Grande Traversée loopt dan richting Maasbrug waar de tocht van Macquenoise naar Hastière na 4 lange etappes eindigt.
> Tijd om weer naar de Viroinvallei te reizen om ook de andere delen van La Grande Traversée af te wandelen.
Grenspalen
> Met de Vrede van Utrecht in 1713 kwam grotendeels een einde aan de steeds verschuivende zuidgrens van de Zuidelijke Nederlanden. Tevens het einde van een periode waarin de Franse koning Louis XIV een ongebreidelde veroveringsdrang ten toon spreidde. In grote lijnen werd toen de huidige zuidgrens van Begië beklonken.
> Dat was niet het geval voor de streek waardoor we nu al enkele dagen wandelen over La Grande Traversée. Die bestond uit een lappendeken van enclaves die ofwel tot de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk of het Prinsbisdom Luik toebehoorden en die plaatselijk bestuurd werden door vazallen.
> Om de passage van goederen en personen te vergemakkelijken en minder grensconflicten en -hinder te hebben kwamen Frankrijk en het Prinsbisdom Luik in 1772 overeen om delen van hun grondgebied uit te wisselen. Aldus stond Frankrijk een pak enclaves af en kreeg het in ruil daarvoor vooral gebiedsuitbreiding rond Givet. Zo kwam ondermeer het versterkte dorp Hierges in Franse handen.
> De afbakening van de nieuwe grens gebeurde met deze grenspalen. Aan de ene zijde van de grenssteen kun je dus de wapenschilden van Frankrijk zien, aan de andere zijde die van het Prinsbisdom Luik. Elke grenssteen is genummerd met een romeins cijfer en aan de bovenkant is een inkeping die de richting aanduidt naar de volgende grenspaal. 25 jaren later zou het Prinsbisdom Luik na zowat 800 jaar worden ontbonden in de nasleep van de Franse Revolutie. De grens van wat later onafhankelijk België zou worden was toen echter al vast gelegd hier...
Pilootbewegwijzering
> Onderweg over de crête van Najauge merk je wellicht de markeringstekens van het lokale wandelpad 'Les Bornes-frontières', donkerblauwe ruiten. Dit lokale wandelpad van 8 km langs een aantal merkwaardige grenspalen, werd bewegwijzerd in 1991, ter gelegenheid van het Waals jaar voor klein erfgoed. Niks bijzonders, was het niet dat deze luswandeling, tesamen met 2 andere lokale paden in 1995 als eerste in Wallonië werd bewegwijzerd met een nieuw markeringssysteem.
> De toegankelijkheidsreglementering tot natuur en bos in Wallonië was steeds gebaseerd op een wet uit het jaar onzes heren 1854. Eind 20ste eeuw was het dringend tijd voor een aanpassing aan modernere tijden na zo eventjes 140 jaren. In die boscode werd ook een officieel markeringssysteem voor wandelaar, fietsers en andere bosrecreanten opgenomen. Hiervoor werd ook advies gewonnen bij ontwikkelaars van wandelroutes.
> Inspiratie voor de nieuwe merktekens vond men in het systeem van de Vogezen en de Elzas: geometrische tekens in verschillende kleuren. Interessant weetje is dat ook de witrode GR-tekens van La Grande Traversée ooit geïnspireerd werden op het systeem van de oude Club Vosgien!
> ICARe, de vzw die voor de dorpen van de Viroinvallei instaat voor het onderhoud en de bewegwijzering van de lokale wandelpaden, was er zeer snel bij om het nieuwe systeem te implementeren, nog voor het nieuwe Waalse bosdecreet op 1 januari 1996 van kracht werd. Inmiddels zie je nu over heel Wallonië dit soort wandeltekens. Een harmonisering was nodig, voordien deed iedere gemeente of routeontwikkelaar maar op. Het markeringssysteem werd trouwens enkele jaren later ook verplicht voor elke wandelomgeving, niet meer enkel in bossen.
> Inmiddels is er weer verandering gekomen. In 2007 werden de signalisatievoorschriften nogmaals aangepast. Voor wandelaars zijn er in principe enkel nog gekleurde rechthoeken toegelaten (in 4 mogelijke kleuren), geen andere vormen meer. Dat decreet werd van kracht in 2007, met een overgangsregeling van 5 jaren. Het blauwe ruitje dat we hier zien had dus eigenlijk al veranderd moeten zijn in een rechthoek!
Soulme
> Na Lompret en Vierves-sur- Viroin komen we hier opnieuw door een dorpje dat op de officiële lijst van Mooiste Waalse dorpen staat ingeschreven. Soulme is eigenlijk maar een zakdoek groot en telt dan ook slechts een 150 inwoners. Rond de stoere romaanse kerktoren (11de eeuw) van de Ste-Colombekerk, liggen harmonieus de dicht op elkaar gebouwde kalkstenen dorpshuizen geschaard. Er loopt geen grote verkeersweg door het dorp, het is er dan ook opvallend rustig. Misschien valt die rust ook te verklaren doordat vele huizen een buitenverblijf zijn geworden. Soulme ligt eigenlijk op een heuvelkam, wat boven de vallei van de Hermeton.
Hermeton-vallei
> De ongeveer 30 km lange Hermeton ontspringt op de hoogten rond Philippeville, meer precies in de buurt van het dorp Neuville. Verschillende beken vloeien daar vanop een hoogte tussen 250 en 280 meter van het plateau af. Het water zoekt zich een weg naar Sautour (we zullen de jonge Hermeton daar tegenkomen op de volgende etappe van La Grande Traversée). Vandaar loopt haar vallei in een pastoraal landschap waar helaas ook een hoogspanningslijn is doorgetrokken. De dorpen langs de Hermeton zijn eerder gehuchten, er ligt geen groot dorp langs haar loop.
> Onderweg wordt de Hermeton versterkt met het water van verschillende toevoerbeken. Vanaf Romedenne wordt haar loop meer ingesneden en voorbij Soulme loopt ze zelfs diep ingesneden, het hoogteverschil met het plateau boven de vallei loopt op tot 100 meter. Die laatste 8 km stroomt de rivier ook door een uitloper van de Condroz, met een licht kalkhoudende bodemsamenstelling.
Hastière
> Gelegen aan de Maas moet Hastière al sinds de oertijden bewoond zijn geweest. Tot het Romeinse tijdperk verplaatste de mens zich in onze streken voor grotere afstanden immers vooral via de rivieren. Het huidige dorp ligt gespreid aan beide oevers van de Maas. Het deel waar we via La Grande Traversée in Hastière arriveren en dat het eigenlijke centrum vormt, is Hastière-Lavaux. De overzijde, waar ook de historische abdijkerk ligt, is Hastière-par-Dela. Tot de gemeente Hastière behoren verder ook nog Hermeton-sur-Meuse, Agimont, Heer, Blaimont en Waulsort.
> De gemeente strekt zich dus uit over beide zijden van de Maas. Twee bruggen (een te Hastière en een te Heer) maken de verbindingen tussen beide delen. Met meer dan 160.000 overnachtingen overtroeft Hastière de stad Namen of Dinant zelfs als meest populaire tijdelijke verblijfsplaats in de provincie Namen. Dat cijfer valt te verklaren doordat de gemeente een aantal grote sociale vakantiecentra op haar grondgebied heeft, zoals het domein Massembre te Heer, dat schoolkinderen uit het katholiek onderwijs ontvangt.
> De gemeente Hastière is anderzijds al vele jaren terug te vinden in de top van armste gemeenten in de provincie Namen of in de lijst van Naamse gemeenten met de grootste werkloosheid. Overigens zijn ook de gemeenten Doische en Viroinval (waar we eerder wandelden) bovenaan die lijsten terug te vinden. De verklaring ligt misschien gedeeltelijk in de teloorgang van de oude Franse en Waalse metaalindustrie waardoor grensarbeid sterk afnam. Verder is er al vele jaren een socialistisch geïnspireerd bestuur te Hastière.
> Toeristisch is het meest interessante in en rond Hastière dat waar we mee bezig zijn: de streek al wandelend ontdekken door een verscheiden natuur. Historisch-architecturaal loont het zeker de moeite om even de Maas over te steken om er de voormalige abdijkerk te bezoeken. Het is een van de best bewaarde en meest interessante romaanse gebouwen in heel België. De kerk werd gebouwd in romaanse maasstijl in de 11de eeuw. Meestal is ze open voor bezoek. Binnenin kan je ondermeer in het gotisch koor het 15de eeuws koorgestoelte bekijken. Pelgrims kunnen in het koorgestoelte een houtgesneden motief van een Sint-Jakobsschelp ontdekken, de kerk ligt trouwens ook op de Santiagoroute Via Mosana. Ongetwijfeld passeerden op deze plek al talloze anonieme pelgrims in de middeleeuwen.
> De ingesneden vallei is een dan ook een paradijs voor botanici. Zo vindt je hier nergens anders in België zo'n sterke aanwezigheid van gele monnikskap. Verder kan je er in de lente met wat geluk ook bosgeelster, gele anemoon, bleke schubwortel, kleine kaardebol en enkele orchideeënsoorten en zeldzame varensoorten aantreffen. Delen van vallei worden ook bedekt met de bloempjes van muur of daslook in de lente. Best mogelijk ook dat je bevers spot. De wat verstopt gelegen en relatief moeilijk toegankelijke vallei is hier bijzonder mooi en wild. Tot slot mondt de Hermeton uit in de Maas ter hoogte van het dorpje Hermeton-sur-Meuse.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

La Grande Traversée (178 km)