Startpagina > Wandelen > La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay
> We wandelen aan de overzijde na een klein uitwijking ter hoogte van de voormalige stationssite, verder over de oude spoorlijn. Precies 1,5 km na het station van Rance komen we net als we het Bois d'Hernoy zijn ingewandeld, langs de bivakzone van Froidchapelle.
> Voilà, tijd om onze zwerftocht door de bossen van het Land van Chimay even te onderbreken voor een laatste bivaknacht.
> De eerste markeringen zijn nog met een doorstreept GR-teken (om aan te duiden dat het om een variant GR-traject gaat), daarna zijn het gewone GR-tekens. Ter hoogte van een staafkapel gaan we scherp rechts een dalende straat in, Rue Trieu Benoît. We kruisen wat lager een beekje en gaan dadelijk daarna links een weggetje op van verbrokkeld asfalt. Verderop gaat dat weggetje pal zuid lopen, voorbij een afgelegen huis wordt het een steenslagweg en op het hoogste punt wordt het een graspad. Als het pad weer gaat dalen evolueren we weer van gras naar steenslag en tot slot weer asfalt. Op de T-kruising met de Rue de la Haye links.
> Bus 109a dropt me vanuit Chimay in het centrum van het dorpje Sivry, niet ver van de kerk. Rug gedraaid naar de kerk en in zuidelijke richting wandel ik weg, langs het gemeentehuis (rustbank) en waar de hoofdweg een bocht naar links maakt, ga ik rechts de Rue des Ecoles in. Hier aan het 'Centre Régional d'Action pour la Nature' begint dit deel van La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay. Speciaal voor dit deel werd in mei 2013 een nieuw GR-traject gemarkeerd, dat een link maakt van 6,6 km naar een GR-verbindingsroute van GR 125. Ingewikkeld? Gewoon de GR-streepjes volgen!
> Pas na een beekkruising draait La Grande Traversée rechts het bos in. Het Bois de la Bruyère is een bijzonder mooi loofwoud met statige bomen. Meer rustbanken en didactische borden. Weer uit bos loopt het traject rechtdoor verder over een prachtig wegje dat aan beide zijden is afgelijnd met oude haagbeukstoven. Vroeger werden die bomen vaak laag geknot, nu schieten ze hoog op omdat hun hout niet meer van pas komt voor huishoudelijk gebruik. Zulke 'houtstoven' kunnen honderden jaren oud zijn.
> We bereiken uiteindelijk de verkeersweg Rue de France. Rechts loopt hij inderdaad richting Frankrijk, we gaan echter links en wandelen tot op het kruispunt dat bekend staat als 'La Pierre qui Tourne'. De naam verwijst naar de dubbele monolieten die opgesteld staan in de buurt van het kruispunt.
> Inmiddels volg ik wat onrustig de veranderende wolkenkleuren. De lucht wordt alsmaar donkerder, de wolken zijn zwanger van regen. Even later valt het water met bakken naar beneden. Ik krijg amper tijd om snel onder een boom de regenjas aan te trekken.
> Ter hoogte van een paar huizen is er opnieuw een T-kruising. We nemen de verkeersweg naar links daar en volgen die in een rechte lijn tot het eerste wegje rechts (Les Bruyères), tevens onderdeel van de fietsroute 'Véloroute des Lacs'. Langs de bosrand van het Bois de la Bruyère met nogal wat 'bochtenwerk'. Onderweg allerlei didactische panelen over het bos en regelmatig zijn er ook rust- of picknickbanken.
> Op het kruispunt gaan we ook 'tourner', naar rechts meer precies (richting Montbliart) maar al na enkele tientallen meters nemen we rechts een schuin aftakkend bospad. Een aangenaam bospaadje, ditmaal lopen we door het Bois de la Pierre qui Tourne. Het haast kaarsrechte paadje gaat wat sterker dalen en komt uiteindelijk ter hoogte van een hoeve het bos uit.
> Op een kruispunt van rustige asfaltwegen is het even opletten. Op dit punt eindigt het variant GR-traject vanuit Sivry dat speciaal voor La Grande Traversée werd uitgezocht. We vervoegen hier tijdelijk een ander GR-verbindingstraject dat tussen Val Joly (Fr) en GR 125 bij Froidchapelle loopt. De tekens naar LINKS volgen dus en over de asfaltweg wandelen tot op een kruispunt met bushokje. Even geschuild daar voor de hardste regen.
> Een eind verder lopen we in een paar bochten langs landbouwdomein. Plots lijkt de weg dood te lopen op een weide maar een voetgangerssluis verschaft verdere doorgang. Rechtdoor de weide over. Ik zie nog net een ree wegspringen in het bos. Aan de overkant wacht een nieuw sluisje waarna we ongeveer rechtdoor een perceel dennen doorkruisen over een onduidelijk pad. Eens een brugje over de Ruisseau de Fromont overgestoken, vervolgen we rechtdoor (naar links ligt op 400 meter een grote picknick- en bbq-zone). Het pad wordt weer duidelijker, we zullen het nu langere tijd volgen door het uitgestrekte Forêt de Rance.
> Rechtdoor op dat kruispunt (nog steeds Ry de Fromont), de weg lijkt een eindje verder dood te lopen bij een kasteeldomein met vijvers, het Château de Bruyère. De kitscherige gebouwen en beschilderingen dateren uit de tijd dat hier nog een hostellerie was. Je kon hier 100 jaar geleden geleden bootjevaren op de vijver en tot eind 20ste eeuw was er nog een café-restaurant en caravanterrein. De site is wellicht eeuwen ouder, zoals vaak in de streek is de vijver wellicht ontstaan als waterbuffer voor een lang verdwenen ijzersmederij. Opgelet voor de nogal enthousiaste Duitse schepers van het kasteeldomein!
> Het asfalt eindigt wel maar ongeveer rechtdoor loopt een pad verder. Door de lage, vrij vlakke ligging kan het onderweg behoorlijk modderig zijn tussen het struikgewas. De regenbuien zorgen voor nog wat extra zompigheid. Het hoofdpad aanhouden en lichtjes links na de kruising met een beek. We stijgen naar een afgelegen huis, waar het graspad weer asfaltweg wordt. In dezelfde richting verder en op een volgende kruising krijgen we even zicht op de kerk van Sautin. Op dat punt draaien we echter alweer weg van Sautin door rechts de Rue Blagnies te nemen, een grassige steenslagweg, wat een heel stuk vlotter wandelt dan het modderpaadje van daarstraks.
> Wie echter wil afwijken van de route om te overnachten op het Bivouac des Frès, moet onderweg wat uitkijken. Je moet een zijpad nemen dat is gemarkeerd met een paal waarop een geel teken staat. Je doet dat echter pas als je een tweede identieke paal tegenkomt. Pik daar een bospad op dat ongeveer zuidelijk loopt en met wat geluk arriveer je na zowat 600 meter rechts op de bivakzone. Een goeie test ook voor je oriëntatiegevoelen. De Grande Traversée loopt nog steeds verder over hetzelfde bospaadje. Op het punt waar je een steenslagweg dwarst, zou je eventueel ook nog naar de bivakplek kunnen; neem dan scherp rechts een paadje en blijf het volgen tot op een asfaltweg bij huizen. Neem de asfaltweg daar naar rechts en wandel op het punt waar hij een bocht naar links maakt nog kort rechtdoor over een steenslagweg.
> Terug naar de Grande Traversée. Na de kruising met een steenslagweg nemen we een pad dat naar de N53 (Chimay - Charleroi) loopt. We kruisen die eveneens en aan de overkant, op de open plek, het pad linksvoor nemen. Dat boswegje is verhard met een dikke laag steenslag. Verderop kruisen we de oude spoorlijn 109a, nu RAVeL. Na zowat 50 meter draaien we naar rechts en wandelen tot op een verharde bosweg bij een kleine picknickzone.
> We nemen de weg naar rechts en volgen hem tot op een punt waar hij een bocht naar rechts maakt, daar gaan we echter linksvoor, langs een onderhouden jagershut. Over een grassige steenslagweg lopen we nu een tijdje rechtdoor verder door het domeinbos van Rance. Rechtdoor gaat de weg uiteindelijk over in een pad dat een beekje kruist via de 'Pont Bertoldi'. Er volgt een leuk pad dat wat licht gaat kronkelen en parallel loopt met een greppel waarin zich oude grenspalen bevinden.
> We nemen er het bospad links. Dat volgen we alweer een tijd tot op een schuine T-kruising, waar we rechts gaan om even later de RAVeL te bereiken. Naar links, we lopen over de verharde bedding van de voormalige spoorlijn 109a, tot we bij de Rue Pauline Hubert komen, vlakbij het station van Rance. Wil je een bus nemen of moet je in het centrum van Rance zijn dan kan je hier de wandelroute verlaten en naar rechts wandelen tot bij de verkeersweg Chimay - Charleroi.
> Wat verder lopen we dan weer een tijd parallel met de bosrand maar steeds in het bos. Het pad wordt daarbij even grassig en loopt door struikgewas maar trekt even later weer door dichter bos. Via bruggetjes en plankenpaadjes over de meest natte stukken bereiken we uiteindelijk een kruispunt, vlakbij een asfaltweg die rechtstreeks naar Rance loopt. We gaan daar echter rechts verder (Chemin des Quize Pieds) om na 450 meter bij een opsplitsing van boswegen te komen. De naam Chemin des Quinze Pieds (Vijftien Voet) verwijst naar de breedte van deze bosweg, die in de Napoleontische tijd werd aangelegd. Normaal was zo'n weg 3,5 meter breed maar hier was hij uitzonderlijk 4,5 meter breed (15 voet).
Sivry
Glooiend landschap boven Rance
Bivakplaats Les Fres
Oude grenspaal
La Pierre-Qui-Tourne
Langs het Bois de la Bruyère
Over ex-spoorlijn 109 naar de bivakplaats van Froidchapelle
Onderweg naar de Pont Bertoldi
Toegangssluisje tot een weide
Modderig pad bij het Château de Bruyère
Door het Bois de la Bruyère
Terug naar de grote bossen in het Land van Chimay. Tijdens deze en volgende etappe wandelen we vooral door loofbossen. De wandelroute doet zijn naam alle eer aan. Onderweg komen we langs de megalieten van La Pierre Qui Tourne maar verder komen we niet door dorpskernen of langs bijzondere merkwaardigheden. Het wandelterrein is vrij vlak of licht golvend, dus vlot wandelend. Voor de rest is het vooral genieten van de stilte en de natuur in de bossen!
> Er is bevoorradingsmogelijkheid op het startpunt te Sivry, oa Spar-supermarkt. Onderweg geen winkels of cafés tot je ter hoogte van het voormalige station van Rance komt (km 18). Je kan van daaruit eventueel een paar honderd meter naar het centrum van Rance stappen.
> Er zijn twee bivakplaatsen langs het traject. De bivakzone Les Fres ligt op ongeveer 600 meter van de wandelroute (in vogelvlucht). Check de locatiecoördinaten goed vooraf. 1,5 km voorbij het voormalige treinstation van Rance kom je over de RAVeL langs de bivakplaats van Froidchapelle. Zie bivakzone.be voor meer informatie.
> Zowel Rance als Sivry zijn verbonden met Chimay of Charleroi per TEC-bus 109a. Al deze bussen stoppen onderweg te Rance, vanwaar je nog 300 meter naar het oude treinstation wandelt om op La Grande Traversee aan te sluiten. Niet alle 109a-bussen stoppen echter in Sivry-dorp, zeker niet de directe bussen naar Charleroi. Sivry-gare is geen interessante bushalte voor de wandelaar omdat ze verschillende kilometers van het dorp af ligt. Verzeker je er dus van dat je een bus neemt die langs Sivry-dorp rijdt.
Rance, het Waalse Carrara
> Dit dorpje was tot de 20ste eeuw tot over de grenzen bekend omwille van zijn glanzend rode marmersteen die ter plaatse werd gewonnen. Aanvankelijk vond de luxesteen zijn weg naar rijke Belgische burgerhuizen en kerken, later werd Le Rouge Belge van Rance zelfs verwerkt in Europese gebouwen, zoals de Sint-Pietersbasiliek van Rome, de paleizen van Versailles of het Parijse Louvre. De marmerlaag ontstond door duizenden jaren organische omzetting van koraal en schelpdieren naar kalklagen. De roodachtige kleur werd versterkt door oxidering met ijzerhoudend water. Er waren verscheidene marmergroeven aktief in Rance, vandaag zijn ze allen gesloten omwille van economische onrendabiliteit. De natuur neemt de oude groeven weer over.
> Rance heeft wel een marmermuseum waar je al dat moois kan bekijken, het ligt op een goeie kilometer van La Grande Traversée, onderweg langs de N53 richting kerk. Via spoorlijn 109 (nu de RAVeL waar we over wandelen) werd heel wat marmer afgevoerd naar verre bestemmingen.
La Pierre-Qui-Tourne
> La Pierre-qui-Tourne. Een van de bekendste megalieten van België... of ten minste: daar gaan ze voor door. Ze werden herontdekt in 1868, in 1897 werden ze uitgegraven en rechtop gezet. Eigenlijk gaat het over twee monolieten. De ene, La Pierre Qui Tourne, zou tijdens het oorlogsgeweld van WO I zijn omgegooid door de Duitsers en in twee stukken zijn gebroken. Die werden door een metselaar uit Sautin weer aan elkaar gebetonneerd rond 1920. Zoals je zelf kan zien passen die stukken niet echt op elkaar, dus de theorie dat het oorspronkelijk over een monoliet ging wordt ook al in twijfel getrokken. Mogelijk werden de twee stukken dus op elkaar geplaatst om in verhouding te staan met de andere, die als naam Le Polissoir ('de polijststeen')heeft en iets minder hoog is.
> Er zijn in België en Frankrijk nog andere monolieten die de naam van 'Pierre-qui-tourne' dragen. Hun naam hangt dan ook samen met de legende als zouden de stenen voor middernacht een halve toer draaien, om dat bij het eerste hanengekraai nog eens te herhalen. Een variant hierop heeft het over druïden die op kerstnacht rond de stenen dansen en ze doen draaien. Wetenschappers houden het wat nuchterder bij de stelling als zou het zelfs niet om megalieten gaan maar om polijststenen. Het zou ook kunnen dat de stenen over de eeuwen heen verschillende functies hadden, mogelijk dus menhirs, later gebruikt als polijststenen of misschien hadden ze ook een functie als grenspaal? De verwarring met de naam en functie zou te maken hebben met een (verdwenen) monoliet die oorspronkelijk de naam Pierre Qui Tourne droeg en bij Froidchapelle werd gevonden. Het grijs-rozige gesteente is Landeniaanse zandsteen, een gesteente dat 56 miljoen jaar geleden werd gevormd (eigenlijk relatief jong) en genoemd is naar de stad Landen. Dit gesteente dagzoomt in Henegouwen, er was trouwens een zandgroeve in de omgeving.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

La Grande Traversée (178 km)