Startpagina > Wandelen > La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay
> De expresbus van Nismes naar Namen dropt me in het centrum van Philippeville. De bedoeling is om na 33 km wandelen weer in de Viroinvallei terecht te komen, maar dan in Olloy-sur-Viroin. Het is zaterdag, marktdag in Philippeville, terwijl ik op een zonnig terras wat opwarm bij een koffie, kijk ik hoe de marktkramers op de Place d'Armes hun stellages opbouwen voor de aankomende markt. Philippeville is een raar stadje, met zijn marktplein dat nogal kil aanvoelt door de vele grijze bouwsteen. Vanuit dit plein waaieren de straten in de vorm van een spinnenweb uit.
> Het paadje draait links, we komen op een parking. Rechts nu, we wandelen een tijdje langs de Viroin (picknickzone bij het water, populair op een mooie zomerdag). Wat verder links een startpunt voor wie eventueel naar de burchtruïne wil klimmen over een stevig stijgend pad op spectaculaire rotsen. Het tracé van de GTFPC / GR 12 draait weg van de Viroin om langs een 'croix d'occis' te passeren, La Croix Sauvage. Zo'n croix d'occis, waarvan er honderden zijn in Wallonië, herdenkt iemand die is gestorven op onnatuurlijke wijze. In dit geval voor Jacques Sauvage, schepen te Olloy, die in de nabijgelegen steengroeve verongelukte op 27 feb 1862.
> Rechtdoor, het hoofdpad verlaten voor een kleiner pad en na 100 meter niet het pad naar rechts nemen. We gaan geleidelijk weer dalen. Onderweg wandelen we over een weide, lopen we nog even parallel naast een weide en kruisen we een betonweg. Enkele meters na die kruising een pad rechts nemen en even later kort maar scherp dalen tot we tussen huizen een straat bereiken. Links hier, voorzichtig de verkeersweg oversteken en over een pittoreske brug het centrum van Olloy-sur-Viroin binnen (2 cafés, slager, bakker, superette, drankautomaat, bushaltes) tot bij de kruising van GR 12 en GR 125.
> Voilà, dit gedeelte van de Grande Traversée zit er ook op. Boven Olloy ligt camping Try des Baudets. Even de batterijen opladen voor het laatste deel van de Grande Traversée de la Forêt de Chimay: van Sivry-Rance naar Chimay.
> Op pad dan, niet met de zware rugzak ditmaal maar met een dagrugzak en met uitzicht vanavond op een nachtje camping te Olloy-sur-Viroin, ter afwisseling van de bivakzones. Het wordt een prachtige, zonnige dag vandaag. La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay zal de hele dag in het spoor lopen van GR 12 (Amsterdam - Parijs). We verlaten de markt van Philippeville over de Rue de la Reine, waar zich een lange rij bushaltes bevindt. Steeds rechtdoor, langs een paar scholen en op een meerstratenkruispunt nemen we ter hoogte van een voetbalveld rechts een graspad.
> We volgen het graspad langere tijd en kruisen ondermeer een niet al te proper beekje. Verderop raken we even aan een vrij recente buitenwijk van Philippeville. Bij de eerste huizen kiezen we resoluut voor een zuidelijke koers, we gaan er links een steenslagweg op. Die voert ons over een groene vallei naar Samart.
> We draaien voor de kasteelhoeve scherp links weg over een asfaltweg waarvan het wegdek al snel overgaat in steenslag. Langs het Bois de Corroy met aan onze rechterzijde verre uitzichten over valleien en beboste heuvels. Voorbij het bos komen we op een T-kruising met een andere steenslagweg, duidelijk zeer oude verbindingswegen hier. Rechts en verderop lopen we over asfalt rechtdoor naar een laag punt bij een verkeersweg. Rechts en op het volgende V-kruispunt niet links het weggetje met het brugje over de Ruisseau de Gerinaux (toevoerbeek van de Hermeton) maar de licht oplopende rechtertak nemen. 500 meter verder kruisen we toch de beek en minder dan 50 meter verder scherp links. Via enkele buurtpaden komen we ter hoogte van een Sint-Rochuskapel op een verharde toegangsweg tot Sautour. Rechts verder tot het dorpscentrum waar we een halve ronde maken in tegenwijzerzin.
Sautour
> Sautour staat niet op de lijst van Mooiste Waalse Dorpen maar heeft wel een merkwaardige geschiedenis en best karakter. Sommige historici beweren zelfs dat Sautour van de 12de tot de 16de eeuw de belangrijkste versterking was in het gebied tussen Maas en Samber. Dat was dan tot achtereenvolgens de versterkte stadjes van Mariembourg en Philippeville werden gebouwd.
> In Vieux-Sautour is mogelijk de oudste woonkern gelegen. Dat deel ligt in de vallei van de Hermeton en bestaat ondermeer uit een oude kerkruïne en een kasteelhoeve die mogelijk werd gebouwd over de resten van een galloromeinse villa. Door dat deel wandelen we niet.
> Op een heuvel, die tot 80 meter hoog is, werd in de 12de eeuw een versterkte vesting gebouwd die er met zijn zestien torens moet hebben uitgezien als een citadel. Sautour wordt daarmee een belangrijke voorpost ter bescherming van het Prinsbisdom Luik. Daarvan zien we behalve een toegangspoort (oude sluippoort?) nog wat sterk vervallen ruïnes onderweg door het dorp. De originele bouwperiode van de zogenaamde 'Porte Romaine' of 'Romeinse poort' is moeilijk te achterhalen, feit is dat ze heropgebouwd werd rond 1890...
> Dat er niet veel is van overgebleven kan worden verklaard doordat het versterkte Sautour zijn militaire functie in de 17de eeuw verloor en dat omwonenden werden aangemoedigd huizen te bouwen binnen de oude vestingmuren. Daarvoor gebruikten ze veelal gerecupereerde vestingstenen. Door een welvarende economie begint Sautour in de loop van de 19de eeuw uit zijn voegen te groeien. Er ontwikkelt zich een nieuwe woonkern buiten de oude vestingmuren, aan de voet van de heuvel. Die wijk staat nu bekend als 'Faubourg'.
> Langs de overgroeide burchtruïne verlaten we alweer Sautour. De link van het hoge naar het lage deel van Sautour loopt via een stenen poort, Porte du Midi of in de volksmond 'Porte Romaine', hoewel ze wellicht niks met Romeinen te maken heeft. Over het verharde paadje dalen we snel naar de wijk 'Faubourg'. Ook hier nog enkele typische dorpshuizen in traditionele bouwsteen. Over asfalt dalen we verder naar de vallei van de jonge Hermeton. Rechts ligt een picknickzone wat verstopt in een bosje van hoge elzen. De Hermeton over en zo zitten de eerste 5 kilometers van de tocht naar de Viroinvallei er alweer op.
> De Grande Traversée draait in het centrum (rustbank) echter scherp links en loopt dan over een grassig paadje stijgend onderlangs de kerk van het dorpje. Eigenlijk is er een beter alternatief door via de kerk naar het oude kerkhofje te wandelen en daar het bospad door het natuurgebied af te wandelen (Réserve du Bois Cumont). Dat natuurgebied van kalkgrasland, bos en struweel wordt ook bezocht door naturalisten maar mijn eigen speurtocht leverde niet veel verrassends op. Wel een vogelnestje gezien (orchideeënsoort), een ree op het pad en nog wat kalkflora.
> We zetten koers naar Roly over een steenslagweg, eens in bos volgt een passage die gewoonlijk behoorlijk modderig is. Het is hier nogal venig. Verderop botsen we aan de bosrand weer op asfalt, links op dat punt. Helaas zullen we deze asfaltweg over 2,3 km volgen. Voorbij een eerste boerderij draaien we rechts mee, de asfaltweg loopt wat door bos, daalt dan naar een beekvallei en daarna is het geleidelijk stijgen, waarbij we rechts aanhouden om wat later Roly binnen te lopen.
> Café 'Le Vieux Roly' sloot alweer jaren geleden, daarmee werd Roly een slaapdorpje. Wat verder maar eigenlijk niet langs La Grande Traversée, ligt de indrukwekkende kasteelhoeve van Roly, inclusief donjon en kapel. De geschiedenis van dit historische geheel gaat terug tot minstens 13de eeuw. Vandaag is het domein privé-eigendom van de familie Leone.
> De Grande Randonnée loopt wat lager en volgt een verhard wegje dat tussen bosrand en akkers loopt en langs nog enkele huizen. We lopen op den duur vrij vlak door open veld in de richting van een volgende bos. Daar trekken we door op een aangenaam bospad. Terug in meer open landschap krijgen we een zicht over het dorpje Villers-en-Fagne in de verte. Op het einde van een grote hoogstamboomgaard nemen we het asfaltwegje naar rechts, voorbij enkele huizen.
> De gebouwen waar nu een bed & breakfast is gelegen (Jardin d'Abondance) zijn eigenlijk oude mijngebouwen, die tot 1930 dienden voor pyriet- en loodwinning. De oudste delen zijn meer dan 200 jaar oud. In de jaren '80 van vorige eeuw was er nog een chocolaterie gevestigd. De asfaltweg verandert in steenslagweg en we lopen langs een landgoed met een piekfijn onderhouden tuindomein. Zacht dalen tot in een beekvallei waar we weer door bos wandelen.
> Verrassing ter hoogte van bijna het laagste punt in de Fond d'Ingremée: er groeit hier volop knikkend nagelkruid in de berm, dit is slechts de vierde plaats in België waar ik dit mooie plantje ontdek. Boeiend in deze brede, venige berm zijn ook de vlinders bij mooi weer. Zo zie ik verschillende soorten parelmoervlinders. Plotse confrontatie ook met een ree kortbij, ik weet niet wie het meest verschoot. We volgen de steenslagweg nog een tijdje en botsen uiteindelijk op een asfaltweg.
> Links, over deze nogal saaie, kaarsrechte weg maar we hoeven hem niet meer te volgen tot Fagnolle, het traject werd in 2021 ingrijpend aangepast. Na 350 meter slaan we dus links af op RAVeL 156. Na 1,6 km verhard fietspad gaan we rechts over een bosweg. Op de 130 meter links (opgelet voor het autoverkeer), dan eerste graspad rechts omhoogdraaien door bos. Er volgen nog een paar padwissels, in westelijke richting zetten we onze tocht verder naar Fagnolle, een dorp dat op de lijst staat van Mooiste Waalse dorpen.
> Nog wat verder dalen naar Dourbes. We kruisen de verkeersweg Nismes - Matagne en gaan daar links-rechts de Rue de Fagnolle in, verder dalend tot bij de kerk van Dourbes. Achter de kerk begint een aangenaam wandelpaadje.
> We hebben onderweg een mooi zicht over de hooggelegen en met de rotsen vergroeide burchtruïne van Haute-Roche. Ze torent 50 meter boven de Viroinvallei uit en net zoals de burcht van Fagnolle, waar we eerder langs kwamen, werd ze verwoest rond 1555, tijdens de oorlog tussen de Fransen en de Habsburgse Nederlanden. Er is hier ook een natuurreservaat.
> De Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay loopt door Fagnolle, neem even de tijd om van het nog vrij authentieke dorpszicht te genieten. In het dorpje is een gemeenschapscafé maar het is enkel open tijdens het weekend als er wat gebeurt in het dorpscentrum, zoals een kaatsmatch. Ook de volgende kilometers is het traject van de GTFPC / GR 12 sinds 2021 ingrijpend gewijzigd en verscheidene kilometers langer geworden. Op een splitsing bij een lavoir (oude wasplaats) tap ik wat drinkwater bij voor die extra kilometers. Waar de Rue du Calvaire een steenslagweg wordt, wandelen we naar links Fagnolle weer uit.
> Het rustige weggetje, dat meer dan 2 km langs een bosrand loopt en uitkijkt over een pastoraal landschap, botst uiteindelijk na 2,5 km op een T-kruising op een plek genaamd 'Le Choqui'. Hier gaan we links en in de bosrand naar rechts om in tegenwijzerzin langzaam rond de grotendeels beboste heuvel Tienne aux Pauquis te wandelen. We komen onderweg even bij de museumspoorlijn Mariembourg - Treignes. We kruisen ze niet maar aan de andere zijde van de spoorlijn, even voor het punt waar we bijna de spoorlijn raken, ligt de samenvloeiing van de Eau Noire en de Eau Blanche, ze vormen hier tesamen de Viroin. We draaien weer langzaam weg van de museumspoorlijn. Hier en daar kun je tussen het struikgewas gote partijen wilde buxus ontdekken. De heuvel draagt dan ook de naam 'Montagne aux Buis', oftewel 'de Buxusberg'.
> We passeren ter hoogte van een aflopend asfaltweggetje langs wat bewoning met veel bric à brac-brol en een kleine Mariagrot. Dadelijk zitten we weer in de natuur en slaan we naar links af voor een abrupte stijging door het buxusbos. Het heeft iets ontegensprekelijks bizar dit pad. Stijgen door een buxusbos is best uniek en langs het pad liggen dikke bemoste kalksteenblokken. Waar de helling uitvlakt, draaien we scherp rechts en op een V-splitsing nemen we de rechtertak.
> We zijn nu op arm kalkgrasland met ook hier veel buxus. Hier kun je afhankelijk van het seizoen de merkwaardige en soms zeldzame kalkflora van de Montagne des Buis aantreffen. Aan onze rechterzijde krijgen we vanop de weiden even een prachtig vergezicht over de Viroinvallei, met aan de linkerzijde de Roche à Lomme. Nniet veel later slaan we rechts af en verliezen we weer wat hoogte. Net voor de GTFPC resoluut naar links draait, is het de moeite om even van de witrode streepjes af te wijken naar rechts voor een bezoek aan de Roche à Lomme (H/T + bezoek = 1 uur). 150 meter verder links het paadje nemen dat naar de top van uitzichtpunt Roche à Lomme over de Viroinvallei leidt.
> Terug op de GTFPC, volg goed de padmarkeringen, er volgen enkele padenwissels vooraleer we in westelijke richting draaien en op een volgend kruispunt van weggetjes kiezen voor rechts. We volgen een steenslagweg door verkaveld bos en gaan dalen naar Dourbes. Eens op de geasfalteerde Rue de Fagnolle sluiten we naar rechts aan op het oude traject van de GTFPC of GR 12. (Links op de Rue de Fagnolle ligt het geofysisch centrum). Dadelijk weer links, naar het centrum van Dourbes.
Onderweg van Philippeville naar Samart
Knikkend nagelkruid
Roly
Bosparelmoervlinder
Wilde buxus
Liggende ereprijs (zeer zeldzaam)
Roche à Lomme
Roche à Lomme, landmerk in de Viroinvallei
Kalkasters, op de achtergrond leerlooierij Houben
Fagnolle, burchtruïne
Sautour, 'Porte Romaine'
Philippeville, halle
Dourbes, Roche-Haute
Olloy-sur-Viroin
Dourbes
Geofysisch centrum Dourbes
Veldweg tussen Roly en Fagnolle
Roly, voormalige kasteelhoeve
Onderweg naar Roly
Gele morgenster
Fagnolle
Samart, schuur
Oude steenweg tussen Samart en Sautour
Dit deel van La Grande Traversée de la Forêt du Pays de Chimay volgt eigenlijk integraal het GR-pad 12 tussen Philippeville en de Viroinvallei. Vertrekken doen we vanuit het (ex-) militaire stadje Phillippeville. Via enkele pittoreske dorpen, zoals Samart, Sautour en Roly wandelen we weer naar laaggelegen bossen rond de kalkgordel van de Calestienne en de Fagne. Het dorpje Fagnolle is een van de mooiste van Wallonië. Bij de romantische ruïne van kasteel Haute-Roche bij Dourbes, zijn we weer in de vallei van de Viroin beland. Via een oude brug maken we weer de verbinding met Olloy-sur-Viroin.
> Aangezien dit deel van de GTFPC volledig in het spoor loopt van het Grote Routepad 12 (Amsterdam - Parijs) vind je dit traject behalve in de topogids van de GTFPC ook terug in de Waalse topografische gids over GR 12. Het routeverloop werd aanzienlijk gewijzigd in 2021, waardoor ook de afstand verhoogde tot van 25 naar 33 km. Dit etappeverslag is hieraan aangepast.
> Er is bevoorradingsmogelijkheid op het startpunt Philippeville. Rond de Place d'Armes vind je behalve cafés misschien niet veel winkels. De meeste liggen immers in de Rue de France, die van de Place d'Armes aftakt. Rond diezelfde Place d'Armes is ook een toeristische dienst gelegen. Onderweg naar Olloy heb je geen winkels, ook geen cafés in Samart, Sautour, Roly of Dourbes. In Fagnolle is aan het dorpsplein een café onregelmatig open tijdens het weekend. Te Olloy-sur-Viroin zijn er twee cafés, een frituur, bakkers, slager en een superette in het dorpscentrum.
> Er zijn geen bivakzones langs het traject. Vanuit Olloy kun je eventueel richting Nismes wandelen over de GTFPC voor bivakzone La Roche Trouée maar je moet er dan nog eens 5 wandelkilometers bijtellen. Te Olloy-sur-Viroin is echter ook een camping met ruimte voor trekkers: camping Try des Baudets ligt op korte wandelafstand boven Olloy, wegwijzers in het centrum van Olloy.
> Philippeville is vrij goed ontsloten met TEC-bussen vanuit het centale busstation daar, richting Charleroi, Namen, Couvin en Nismes (expresbus). Meer sporadisch zelfs naar andere plaatsen langs de GTFPC zoals Rance en de stopplaatsen Heer-Pont en Givet voor verdere verbinding naar bvb Hermeton-sur-Meuse of Doische. Te Olloy kun je een TEC-bus nemen naar Nismes, Couvin, Treignes, Mazée, Doische maar vergewis je ervan dat je wacht aan de juist bushalte. Niet alle bussen aan TEC-halte bij de kerk stoppen ook aan TEC-halte Olloy Pont en vice versa.
KMI Geofysisch centrum Dourbes
> In dit wetenschappelijk onderzoekscentrum, dat afhangt van het KMI, worden kosmische straling, de structuur van de ionosfeer, aardmagnetische velden en gerelateerde fenomenen bestudeerd. Dit instituut kwam er in 1956 op initiatief en onder leiding van professor Edmond Lahaye, toenmalig directeur van het KMI. Waarom men het hier zo ver van Brussel ging zoeken heeft te maken met de afwezigheid van electrische en magnetische storingen in de buurt. Er werken een dertigtal personen. De onderzoekers worden soms ingeschakeld voor de meest verrassende toepassingen, bvb voor archeomagnetische datering, waarbij via storingen in magnetische velden aan tijdsbepaling kan worden gedaan van opgegraven materialen.
Roche à Lomme
> Met zijn vrij scherpe zuidzijde is de Roche à Lomme een opvallend merkpunt vanuit de vallei van de Viroin bekeken. Tot in de 19de eeuw schreef men nog Roche-à-L'Homme. De huidige schrijfwijze is etymologisch correcter en refereert naar het Land van Lomme, de middeleeuwse streeknaam voor het gebied dat vandaag bekend staat als 'Entre Sambre et Meuse' dat toen ondermeer werd begrensd door het riviertje de Lomme (in de Ardennen). Aan de voet van de Roche à Lomme vormen Eau Noire en Eau Blanche trouwens de Viroin.
> Het leidt geen twijfel dat de Roche-à-Lomme van het neolithicum tot de middeleeuwen een strategisch belangrijke plek was, gezien het feit dat ook kleinere rivieren de belangrijkst te beveiligen verkeersaders waren. Er zijn dan ook sporen en voorwerpen teruggevonden uit duizenden jaren beschaving. Ook hier bijzondere flora en fauna, gelinkt met de kalkhoudende grond. Met wat geluk kun er 's zomers misschein een koningspage observeren. Naast andere typische flora tref je hier rond september ook plaatselijk massaal kalkasters aan, bloemen die elders in België haast niet voorkomen.
> Het betonnen kruis is 4 meter hoog en werd geplaatst op vraag van de arbeiders van de Leerlooierij Houben die beneden in de vallei ligt. Die industriële gebouwen staan er nog steeds maar de fabriek, die hier in 1856 opstartte, staakte al in 1981 haar aktiviteiten. Op het hoogtepunt, in de jaren na WO II, stelde de fabriek tot 150 personen te werk. Neem je tijd om vanop 234 meter hoogte rustig te genieten van het geweldige uitzicht hier over de valleien en kalkstenen heuvels.
Montagne-aux-Buis, de Buxusberg
> Deze plek wordt ook wel eens 'le jardin des fleurs sauvages' genoemd, de tuin der wilde bloemen. Ook hier ligt de kalkhoudende, arme grond aan de basis van al dat moois. Voeg daarbij nog een warme, zuiders georiënteerde helling en je hebt de ideale ingrediënten voor een bijzondere planten- en insektenhabitat. Net zoals enkele andere locaties rond Nismes is er ook hier een uitbundige insektenvariëteit waarbij vooral de vele vlinders de show stelen op een zonnige dag laat in de lente of vroeg in de zomer. Onder de uitzonderlijke plantensoorten ondermeer wildemanskruid, welriekende muggenorchis, liggende ereprijs en bloedooievaarsbek.
> Meest opvallend is echter de massale aanwezigheid van wilde buxus, struiken die ongecultiveerd in België nergens in zulke dichte en grote proporties voorkomen in België, op het randje van invasief zelfs. Om de unieke variëteit aan fauna en flora maximale kansen te geven wordt de omgeving elk jaar enige tijd begraasd met schapen. De waarde van dit landschap werd al erkend in 1947, door dit gebied, inclusief Roche à Lomme, als beschermd patrimonium te erkennen. Sinds 2009 staat het zelfs op de officiële lijst van uitzonderlijk Waals patrimonium.
Samart
> Samart wordt gedomineerd door een indrukwekkende kasteelhoeve met enorme schuur. De hoeve ontwikkelde in de 16de eeuw uit een middeleeuwse versterking. De daaropvolgende eeuwen werd de hoeve nog verschillende malen verbouwd of aangepast tot wat je nu ziet. Merkwaardig is ook dat de kasteelhoeve eeuwenlang een enclave vormde van het prinsbisdom Luik, terwijl het omliggende gebied Naams was. De kasteelboerderij is vandaag eigendom van de Vlaming Willy Gevaert. De dorpsnaam is een samentrekking van Saint-Médard (de patroonheilige).
Philippeville
> Dit stadje heeft een wat atypische historische geschiedenis, die begint bij een ander stadje, Mariembourg. Om de grens beter te beschermen tegen de Franse invallen liet Maria van Hongarije rond 1542 een nieuwe versterkte stad bouwen die haar naam droeg: Mariembourg. Amper een goeie 10 jaren later werd Mariembourg echter al ingenomen door de Fransen. Karel V was dus genoodzaakt om defensief achteruit te schuiven en een nieuwe versterking te bouwen. Dat werd Philippeville, genoemd naar zijn zoon en opvolger, die de geschiedenis zou ingaan als Filips II.
> Typisch aan zowel Mariembourg als Philippeville is dat het stratenpatoon geometrisch is opgebouwd als een web, de meeste straten monden uit op een centraal plein. Oorspronkelijk waren de stadjes omwald maar zoals dat in zoveel Belgische steden gebeurde, werden de middeleeuwse omwallingen in de loop van de 19de eeuw afgebroken omdat ze geen nut meer hadden en vaak dorps- of stadskernuitbreiding hinderden. Merkwaardig is ook dat onder Philippeville een gangenstelsel werd ontwikkeld van maar liefst 10 kilometer, dat uitwaaierde tot buiten de stad. Een klein deel daarvan is bewaard gebleven en te bezoeken.
Fagnolle
> Na Lompret, Vierves-sur-Viroin en Soulme komen we hier over La Grande Traversée opnieuw door een dorpje dat op de officiële lijst van Mooiste Waalse dorpen staat ingeschreven. Fagnolle ligt tegen de zuidelijke flank van een langgerekte kalkheuvel (of een 'tienne') en kijkt uit over een natte vallei van de Naamse venen, waardoor de beek Ruisseau des Grand Viviers loopt. Talrijk zijn de huizen en andere constructies in lokale kalksteen. Fagnolle heeft dus karakter, dat vind je ook terug in de gerestaureerde wasplaats, het baljuwhuis en het kerkgebouw. Tot voor enkele jaren zag je hier nog dampende mesthopen op de usoirs voor de huizen. Vooral in de 18de en 19de eeuw was Fagnolle een echt boerendorpje.
> Sinds enkele jaren investeert de Belgische overheid ook in het commercialiseren van toepassingen, gebaseerd op die sterke wetenschappelijke kennis te Dourbes. Het project kreeg de naam Magnetic Valley. Het leverde vooralsnog amper spin-off projecten op. Nog recenter wil de overheid projecten opstarten in het kader van wetenschapsvulgarisatie, lees: het onderzoekscentrum openstellen voor een geïnteresseerd publiek van zowel kinderen als volwassenen.
> Zoals veel oude dorpen had ook Fagnolle zijn burcht. Ze onderging hetzelfde lot dan veel andere middeleeuwse burchten in de 16de eeuw: verwoesting door de Franse koninklijke legers tijdens hun barbaarse veroveringstochten. De lokale bevolking recupereerde later de stenen van de vervallen waterburcht voor eigen woningen. Opvallend is dat de burcht van Fagnolle niet boven het dorp troont maar lager dan het dorp is gelegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




La Grande Traversée (189 km)