Schildpad
Cederwoud
Wilde tulpen
Imkers
Klaprozen
Lelies
> Op de lagere gedeeltes is het in de lente vaak lopen over een kleurig bloementapijt van klaprozen, margrieten en andere gele en witte bloemen.
> Al die lentebloemen zijn natuurlijk een ideaal habitat om bijenkorven te plaatsen. Je komt er heel veel tegen, vaak tientallen naast elkaar. Ze zijn niet zelden vlakbij het pad geplaatst. Ik heb geen last van de bijen gehad maar andere wandelaars werden wel aangevallen. Probeer een afstand van een tiental meter te houden en blijf er niet rondhangen.
> Enkele malen zag ik prachtige slangen. Er zouden enkele giftige soorten bij zijn. Zolang je er niet op trapt of de slang niet in het nauw drijft is er weinig te vrezen. Deze reptielen proberen gewoonlijk om zich zo snel mogelijk “uit de voeten” te maken. Hagedissen zie je in alle kleuren en maten. Met wat geluk kom je ook kameleons tegen, ik heb er helaas geen gezien. Opgepast voor schorpioenen. Ook deze heb ik niet gezien maar ze zijn er wel degelijk (zie in het verslag van Op Pad jounalist Roel van den Eijnde). Ze houden zich bij voorkeur op onder rotsen en stenen. Opgepast hiervoor als je kampeert. Prettige ontmoetingen die je dagelijks te beurt vallen had ik met de talloze schildpadden onderweg. Als je op stranden kampeert zie je misschien wel zeeschildpadden ’s nachts.
Er zijn ook een aantal moeilijk waarneembare wilde dieren zoals stekelvarkens, waarvan ik op een plek een aantal pennen terugvond. Verder zag ik tijdens de beklimming van de berg Olympos een hertachtig dier over een sneeuwveld rennen. Enkele malen zag ik eekhoorns.
Over vogels weet ik niet veel maar liefhebbers kunnen hun hart wellicht ophalen aan reiger, ibis enz… in de buurt van moerassen (vb nabij de Patara-ruïnes) of aan typische bergvogels op de hogere delen. Enkele malen hoorde ik ook geweldige fluiters.
> Je komt onderweg heel veel geitenkuddes tegen. Ze worden gewoonlijk begeleid door een herder al of niet met een hond. Die herders hebben een wonderlijk fluit-,sis- en roeptaaltje om hun kudde bijeen te houden. Opgelet wanneer zo’n kudde zich op een rotswand boven jou bevindt, één maal moest ik me uit de voeten maken voor vallende stenen die de kudde veroorzaakte.
> Onaangenaam zijn de honden die je vaak aantreft op afgelegen boerderijen. Die beesten zien een hele dag niemand en gaan wild tekeer als je daar plots opdaagt. Ze zijn meestal slecht opgevoed. Mijn wandelstok was vaak een handig verdedigingsmiddel maar stenen gooien is nog effectiever. Ik had spijt dat ik mijn Dazzer thuisgelaten had. Er zijn natuurlijk ook vriendelijke honden en enkele malen volgden er enkelen me kilometers lang, waarna ik alle moeite had om ze weer af te schudden.
> De lente is het uitgelezen seizoen om de Turkse natuur op zijn best te zien. Onderweg is de lucht vaak zwanger van heerlijk geurende wilde kruiden, zoals tijm. Wilde lelies kom je vaak tegen. Een traject waar er veel groeien is bvb op het traject Xanthos- Akbel, daar waar je het oude aquaduct volgt. Enkele malen zag ik ook wilde irissen in bosjes groeien, vooral op het stuk tussen Saribelen en Phellos. De plek om rode en paarse anemonen te zien is in de buurt van de laatste rivieroversteek na Gökceören. De tulp is niet afkomstig uit Nederland maar uit Turkije. De enige plaats waar ik ze in het wild zag was tijdens de lange tocht langs Kirk Merdiven en Karliöz Tepe, daar waar het pad na lang afdalen de bosweg oploopt. Orchideeën kom je zowat overal tegen en vaak op de meest onverwachte plaatsen. Gezien het harde klimaat loop je vaak door een maquisachtige begroeiing, gekenmerkt door hard en doornachtig struikgewas met klein lederachtig gebladerte. Op natte plaatsen, zoals aan riviertjes of aan bronnen kom je nogal eens platanen tegen, die een voor ons ongekende dikte bereiken hier, er zijn enkele echte monumenten bij. Kijk ook uit naar de zgn aardbeiboom, makkelijk herkenbaar door zijn zachte gladde donkerrode stam en takken. Deze zou bloeien in de herfst? Ik zag ze op hoogtes tussen 400 en 1000 meter, bijvoorbeeld tijdens de tocht van Adrasan naar Olympos. Hier en daar staan eiken en op de hogere gedeelten van het pad (boven ongeveer 1400 meter) zie je ceders. Tijdens de klim naar de berg Olympos of tijdens het stuk net voorbij Kirk Merdiven wandel je zelfs door cederwoud.
Cakil Plaji
> Wil je het nog rustiger dan kan je bvb aan Kabak-strand blijven hangen. Er zijn daar bungalows of tenten te huur en eetmogelijkheden maar er zijn geen winkels. Goederen worden per muilezel van het hoger gelegen Kabak-dorp aangevoerd.
> Wil je echt van alles weg zijn en je eigen privé-strand hebben dan zou je kunnen kiezen voor Çakil Plaji, op het traject Uçagiz – Myra. Er is daar niks, behalve een schitterend keienstrand, met prima zwemmogelijkheid. Je moet alles meebrengen, want drinkbaar water en eten zijn op enkele wandeluren gelegen.
> Verder zijn er op de Likya Yolu 2 plaatsen die erg in trek zijn bij de Lonely Planetbackpackers van Oceanië. Olympos is echt een bijennest van dit volkje met de populaire treehouses (hutten op stelten), bars en disco’s etc. In mindere mate is dat ook het geval in het zomerseizoen met Butterfly Valley, beneden Farali gelegen. Hier zijn behalve een zandstrand en een café/resto geen andere voorzieningen.
> Zoek je het een beetje meer “upmarket” dan kan je kiezen voor het droomstrand en de accommodatie van Ölüdeniz, of de hotels en pensions in de kleine stadjes Kalkan, Kas of Cirali.
> Wandelen langs de Likya Yolu kan behoorlijk vermoeiend zijn en het is leuk om hier of daar wat langer te blijven hangen om te relaxen.
> Uçagiz, zowat halverwege de Likya Yolu, was voor mij daarvoor ideaal. Het is een klein plaatsje aan de zee dat vooral leeft van de dagtoeristen die hier per boot aankomen om ’s middags hier te middagmalen. Buiten de middaguren is het er vrij rustig en gezellig. Er zijn enkele pensions en resto’s.
Yayla Upper-Olympos : Je moet al een ezel zijn
om op deze mooie plek niet te kamperen.
> Eind april koelde het op de hogere gedeeltes (1700 meter) ’s nachts af tot een graad of 7, wat niet echt koud is. Kate Clow vermeldt in haar gids meestal de goeie kampeerplekken, vaak naast een bron of water gelegen. In april was het donker van 19 u tot 6 u ongeveer. Wie een vuurtje wil maken zal bijna steeds dood hout vinden kortbij. Ik probeerde mijn tent zo te plaatsen dat ze ‘s morgens de eerst zon kon opvangen zodat het dauwnat vlug verdampt was. Er zijn ook enkele georganiseerde campings onderweg. De comfortstandaard ligt er wat lager dan bij ons maar die van Kas en Ölüdeniz waren best OK. Prijs op een camping is 1,8 tot 3.6 €.
> Ongeveer de helft van de tijd heb ik de tent gebruikt. De andere keren overnachtte ik in een pension. Voor één persoon betaalde ik meestal zo’n € 9 . De prijs voor twee personen kost een derde meer. Ontbijt kost meestal € 1,8 extra p.p. en bestaat gewoonlijk uit een eitje, olijven,tomaat, komkommer, kaas, jam, brood en thee.
> Je kan een aantal stukken van de Likya Yolu gewoon als dagwandelingen doen, zodat je geen zware rugzak hoeft mee te sleuren. Een goede uitvalsbasis is bvb Kalkan, van waaruit je zelfs 4 dagwandelingen uit de gids kan maken, gecombineerd met openbaar vervoer van/naar Kalkan. Het gaat hier om trajecten 7,8,9 en 10 uit de gids. Traject 10 verlaat je op het einde dan wel richting Kalkan ipv naar Saribelen. Eventueel kan je ook verblijven in Patara ipv in Kalkan.
> Wie hier en daar een stukje Likya Yolu wil wandelen kan mits wat planning zonder tent trekken. Link je echter langere stukken aan elkaar dan wordt een tent haast onvermijdelijk. Een tent geeft je de vrijheid te overnachten waar je maar wil. Er zijn weinig beperkingen op kamperen en vaak sta je op plaatsen waar toch niemand komt. Een uitzondering op vrij kamperen zijn vaak archeologische plaatsen en ook op Patara-strand bvb is het verboden te kamperen.
Turkse picknick
> Een enkele maal was ik echt uitgehongerd maar dan is er nog de Turkse gastvrijheid die in de afgelegen dorpen nog levendig is en ik werd enkele malen uitgenodigd om te blijven eten. Een geschenkje of een beetje geld aanbieden behoort tot de hoffelijkheid in dit geval.
>Soms passeer je geïsoleerde restaurants. Je kan hier ook vragen om een picknickpakket te maken en 1 keer heb ik ook gewoon brood gekocht in een restaurant. Als je enkele uren na Olympos door het dorpje Ulupinar komt is het haast een must om hier één van de vele forelrestaurants te proberen.
> Ik heb de eerste dagen langs de Likya Yolu problemen gehad om eten te vinden. De eerste winkel na Ölüdeniz kom ik pas tegen in Letoön, traject 5 in de gids! Neem dus genoeg eten mee bij de start en wijk eventueel af van het pad om inkopen te doen.
Van eventuele dorpswinkels in de kleinste dorpen moet je niet veel verwachten. In deze dorpen zijn de mensen zelfvoorzienend. Al hun eten komt uit de achtertuin en platbroden bakken ze zelf. In zo’n winkeltje vind je meestal alleen aanvullende dingen zoals kookolie, wasmiddelen, enz… In de grotere dorpen, die gelinkt zijn door asfalt is er meestal wel een winkel met alle voorzieningen. Opmerkingen over winkels vind je meer gedetailleerd hieronder.
Appelsiensap uit een waterput niet ver
van Apollonia, of is het bronwater?
> Ik vermeld ook even een lang stuk zonder water : Van het dorp Karaöz, langs de de vuurtoren van Kaap Gelidonia, tot een half uur voor Adrasan. Langs dit traject van ongeveer 6 uren is enkel water te vinden in een citerne aan de vuurtoren en dan nog is het niet gegarandeerd dat er water in de citerne is. Neem dus voldoende water mee op dit zeer eenzame stuk. Een ander waterloos stuk loopt van even na Zeytin (810 meter) tot voorbij Goncatepe Yaylasi (1640 meter hoogte), een klimmend traject van 5 uren.
> Neem waterzuiveringstabletten mee of als je met enkelen gaat is het misschien het overwegen waard om een waterfilter mee te nemen. Soms is het water roodbruin gekleurd, doordat de aarde zo gekleurd is (bvb tussen Apollonia en Aperlae), het ziet er dus onsmakelijk uit en het is mogelijk te vervuild om zuiveringstabletten hun werk te laten doen, maar ik werd er niet ziek van.
> Als je een dorp nadert kan je altijd water vinden aan de plaatselijke moskee, of vraag aan de bewoners water (su [soe] in het Turks).
> Zorg dat je genoeg water mee hebt onderweg. Op een warme dag kan je watervoorraad zeer snel slinken. Aangezien ik in april wandelde vond ik overal waar de kaart en gids melding maken van watervoorziening ook effectief water. In de lente zijn er dus genoeg bronnen. In de zomer en de vroege herfst zijn vele citernes en bronnen echter opgedroogd en moet je wellicht een grotere watervoorraad meenemen. Mogelijk is de watervoorziening in zomer en herfst totaal verschillend dan in de lente.
> Er zijn nogal wat stromende bronnen onderweg, zie de kaart en de gids hiervoor. Vaak hang je echter af van waterputten (citernes) die gevoed worden door een bron of door regenwater. Dit water is gewoonlijk niet zuiver en soms echt vuil. Ik ben er echter nooit ziek van geweest. Er is meestal een emmer of blik met daaraan een koord om het water op te halen; te vinden in een boom of verstopt in de kortst bijgelegen struik. Soms is die emmer er niet, het is dus geen slecht idee om zelf iets te hebben om te scheppen (vb een afgesneden petfles met een koord aan).
Metalen wegwijzer
> Kate heeft met haar Likya Yolu-project een wedstrijd gewonnen die uitgeschreven was door de Turkse Garanti-bank. Deze bank sponsort dan ook de metalen gele wegwijzers die je tegenkomt wanneer de Likya Yolu een hoofdweg kruist. Enkele keren zijn die wegwijzers echter verkeerd geplaatst en wijzen ze niet de juiste kant op. Uitkijken dus.
> Als je geen tekens meer vindt ga dan terug naar het laatste teken en probeer opnieuw het volgende teken te vinden. Helaas heb ik me niet altijd aan die gouden regel gehouden waardoor ik enkele malen flink verloren ben gelopen. Als je twijfelt over de juiste richting verifieer dan met kaart en kompas. De Likya Yolu zoekt meestal de laagste doorgang in de horizon.
> Een enkele maal gaat het pad over een krakkemikkig brugje (nabij Pydnai) en tijdens de laatste dagen (tussen Olympos en Göynük) moet je enkele malen riviertjes al wadend oversteken. Eind april waren deze allen doorwaadbaar en kwam het water niet hoger dan net boven de knieën. Update jun04: Markering werd in de lente van 2004 en in oktober 2005 vernieuwd.
> De markering is gebaseerd is op het Franse GR-systeem: Wit/rood dus. Soms zie je ook een dubbele wit/rode lijn, gebruikt om de splitsing aan te duiden met een alternatieve wandeling. Als het pad van richting verandert werd meestal geen extra aanduiding of apart teken aangebracht. Hier wijkt de bewegwijzering dus af van het Franse systeem en het is dus uitkijken geblazen.Update 2004: Als de hermarkering in 2004 de markeringswijze van de St Paul Trail volgt dan worden richtingveranderingen gemarkeerd met een gebogen of gebroken wit/rode lijn. Ik had steeds de padbeschrijving bij de hand om zo te kunnen uitkijken naar richtingveranderingen. De markering is over het algemeen goed en hiaten worden vermeld in de update op de website. De tekens zijn meestal aangebracht op rotsen, soms ook op bomen of op palen. Op enkele plaatsen zijn de tekens echter weg omdat ze door lokale bewoners werden verwijderd, door overbegrazing, of gewoon door afbladdering. Soms kom je ook rode strepen tegen, gespoten met een verfbus en bedoeld als
> De meeste paden zijn graad 2 en graad 5.
> Soms zijn de paden overgroeid, vaak door hard en stekelig struikgewas.
> Als het regent kunnen de paden er zeer modderig bijliggen. De grondsubstantie is dan heel kleverig en je krijgt plakken modder aan je schoenen.
> Er zijn geen gevaarlijke passages, en misschien op één of twee keer na zijn er geen situaties die aanleiding kunnen geven tot hoogtevrees.
> Gezien het rotsige karakter van de paden vond ik het handig om te wandelen met een telescopische wandelstok.
> Ik had ook een Suunto polscomputer bij, uitgerust met kompas en hoogtemeter. Ik heb van dit kompas vaak gebruik gemaakt om mij van de juiste richting te vergewissen. De hoogtemeter is dan weer interessant om te weten hoeveel je nog moet klimmen. In Kate Clows boek worden er weinig hoogtes opgegeven, daarom heb ik grafieken gemaakt met daarop hoogteoverzichten. Deze metingen zijn geen exacte gegevens en moeten daarom wat flexibel worden geïnterpreteerd. Ze zijn vooral bedoeld om wat meer overzicht te hebben. Deze grafieken zijn terug te vinden bij "Etappes".
Graad 1 Niet bestaand pad of amper zichtbaar.
Graad 2 Zichtbaar pad, weinig gebruikt, vaak door geiten.
Graad 3 Duidelijk zichtbaar pad.
Graad 4 Een breed pad.
Graad 5 Vaak “tractortrack”,vergelijkbaar met veldweg.Onverhard of piste.
Graad 6 Goede piste of asfaltweg.
> Meestal wandel je over rotsige paden. Goed schoeisel is dan ook een noodzaak. Gewone sportschoenen kunnen op enkele dagen worden kapot gelopen.
> De moeilijkheidsgraad bij het wandelen wordt niet alleen door de hoogte bepaald maar vooral door de kwaliteit van de paden. Zo zijn enkele stukken met amper hoogteverschillen toch zwaar om te stappen en dat omwille van de losse stenen op de paden.
> Enkele malen draait de Likya Yolu dieper het binnenland in waarbij hoogtes worden opgezocht die over 1000 meter gaan. Twee maal wordt zelfs over 1700 meter hoogte gegaan en ben je echt aan het bergwandelen.
>Kate deelt de kwaliteit van de paden in in graden. Meestal komen deze graden overéén met volgende paden:
Overstekend wild op
een Graad 3 - pad
> Artikels over de Likya Yolu verschenen onder andere in Reiskrant 127, Op Weg (september 2004) en Op Pad (maart 2001). Het artikel uit Op Pad werd overgenomen in het boek "Wandeltochten in Europa", ISBN 9018016489. Update jan05 : Ook een verslag in het magazine "Grasduinen" januari 2005.
llycian way gids
> Een tweede infobron is ongetwijfeld de website van de Likya Yolu.
Je vindt er updates met de laatste info over het pad, aanvullend op het boek evenals een forum met ervaringen van andere wandelaars,foto's enz...
> De gids “The Lycian Way” van Kate Clow is echt onmisbaar. Deze gids bevat naast de padbeschrijving een pak waardevolle praktische info evenals zeer goede achtergrondinfo.
Bij de gids is ook een los kaartgedeelte. Deze kaarten zijn schetsmatig, gebaseerd op militaire kaarten. Gedetailleerd kaartmateriaal is nog altijd militair geheim in Turkije en er is tot de dag van vandaag dus geen meer gedetailleerde kaart beschikbaar. Het is wel flink zoeken naar de info aangezien de gids weinig overzichtelijk is.
> In een toekomstige update versie van deze gids komt wellicht wat meer overzicht en zal de info die de intussen tientallen wandelaars hebben verzameld worden verwerkt. Er is ook een Duitstalige versie in de maak. Update jul05: In maart 2005 kwam de 2de editie uit, nu met beter kaartmateriaal. Ook in het Duits verkrijgbaar nu.
Update aug09: Vernieuwde topogids met betere kaart en hoogteprofielen. Verkoop via boekhandel 'Atlas & Zanzibar' (VL) of 'Pied à Terre' (NL).
> Sinds 1999 heeft Turkije een volledig bewegwijzerd en beschreven wandelpad van 510 km lang. Het loopt van Ölüdeniz (nabij Fethiye) tot Antalya. Het volgt de kust maar draait ook enkele malen het binnenland in. Onderweg worden talloze oude Lycische ruïnes gepasseerd, vandaar de naam Likya Yolu (of Lycian Way). Dit project om in dit deel van Turkije oude paden aan elkaar te linken tot één lang pad is grotendeels het werk van 1 vrouw: Kate Clow. Ze woont al lang in Turkije en heeft in al die jaren deze regio zeer intensief bewandeld. In het jaar 2000 heeft Kate ook een wandelgids uitgebracht over de Likya Yolu.

> In dit eerste deel (onder "wandelinfo") behandel ik enkele algemeenheden, aanvullend op de reisgids. In het tweede deel (onder "etappes") geef ik mijn ervaringen weer langs de trajecten, waarbij ik een overzicht geef van de hoogteverschillen.

© Luc Selleslagh 2004 - 2015

 

 

 

 

Likya Yolu Lycian Way (509 km)

 

Startpagina > Wandelen > Likya Yolu > Wandelinfo / Etappes