Startpagina > Wandelen > Tour du Brabant Wallon
Overzichtskaart
>Nijvel en Villers-la-Ville zijn onderling niet rechtstreeks verbonden per bus. Beide plaatsen zijn wel bereikbaar per trein. Het station van Nijvel ligt iets meer dan 1 km van de collegiale kerk. Het station van Villers-la-Ville ligt bonk op het traject van de Tour du Brabant Wallon. Het zijn verschillende treinlijnen die noord-zuid-lopen. Om van Villers-la-Ville naar Nijvel te reizen per trein wissel je best in Charleroi-Zuid. Reis je toevallig op de treinlijn Villers-la-Ville - Ottignies kijk dan uit naar de passage bij de abdijru´nes van Villers-la-Ville, het spoor loopt er dwars door. De ru´nes liggen op meer dan 2 km van het spoorstation. Als het eindpunt van je tocht de ru´nes zijn ipv het station van Villers-la-Ville dan kan je daar ook wel wegraken per bus maar om terug in Nijvel te geraken kan het vrij ingewikkeld zijn. Gebruik de online reisplanner van TEC. Voorzieningen onderweg, zoals cafÚs en winkels, vind je in Nijvel, Hautain-le-Val (beperkt), LoncÚe (beperkt), Sart-Dames-Avelines en Villers-la-Ville. De abdijru´nes van Villers-la-Ville liggen niet langs de TBW. Reken op 1,5 km extra om er te geraken vanuit het dorpscentrum. De toegang tot de ru´nes van Villers-la-Ville is betalend. Openingsuren winter 10-17u, 's zomers langer. Dinsdag gesloten. Ook de VVV van Villers is daar gelegen. Het kasteel van Hautain-le-Val is niet te bezoeken. De echte bron van de Dijle ligt eigenlijk op 1,3 zuidelijk van het centrum van Hautain-le-Val. In principe is die plek afgesloten voor watercaptatie.
> De wandeling hier en de volgende 5 km kan wat eentonig zijn: Over beton en asfalt door veld. Even na de kapelkerk van Bois de Nivelles kruis je de spoorweg Brussel - Charleroi en de N586.
> In totaal is de Dijle zowat 83 km lang, waarbij ze dwars door de steden Waver, Leuven en Mechelen loopt. In Werchter ontvangt de Dijle de Demer en die heeft eigenlijk een groter debiet dan de Dijle. Je zou dus kunnen argumenteren dat stroomafwaarts de Dijle eerder Demer zou moeten heten. De Dijle wordt onderweg door Waals- en Vlaams-Brabant versterkt door heel wat relatief sterk stromende grote beken en riviertjes, waaronder de Train, Thyle, Nethen en IJse. Voorbij Mechelen krijgt de Dijle er dan nog de Zenne bij om kort daarna via de Rupel in de Schelde te stromen.
> De Tour du Brabant Wallon loopt vanaf de collegiale kerk in Nijvel door een paar oude kasseistraten van de wijk Saint-Jacques. De naam van de wijk staat in verband met een middeleeuws opvanghuis en kapel voor pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela. EÚn cafÚ hier heet trouwens nog 'Le Saint-Jacques'. Verder waren in dit stadsdeel ook een aantal brouwerijen gevestigd. Het is de meest schilderachtige wijk van Nijvel, met enkele smalle kronkelende straatjes.
> Via een trappenpad bereik je de Boulevard de la Dodaine. Aan de overkant loopt de TBW langs de rand van de groene long van Nijvel: Het Parc de la Dodaine.
> We zijn bij het einde van deze etappe net over halfweg over het 217 km lange hoofdtraject van de Tour de Brabant Wallon. De volgende 100 km wandelen we ook weer in 5 etappes.
Nijvel - Parc Dodaine
> Dit lang gerekte park, bestaande uit enkele vijvers en een Franse tuin met veel bloemen, werd aangelegd rond 1815 in een toen moerassig gebied waardoor de Dodaine stroomde, een zijriviertje van de Thines. Het is nu een populaire plek voor de inwoners van Nijvel om er hun hond uit te laten of om te joggen. De protserige beelden van engeltjes en waterspuwers zijn wat buiten proportie, maar ze zijn dan ook van elders afkomstig. Die engelen symboliseren eigenlijk de post- en telegramcommunicatie van eind 19de eeuw, de beelden zijn naar hier verplaatst en stonden oorspronkelijk op het Brusselse Muntplein. De waterspuwers bij de vijver en de barokke poort zijn dan weer afkomstig van de collegiale van Nijvel, vooraleer ze weer werd opgebouwd.
Kasteel Hautain-le-Val
> Het kasteel van Hautain-le-Val oogt bijzonder pittoresk. De symmetrie en harmonie van de gebouwen is eigenlijk wel wat schijn want verschillende delen werden over de eeuwen heen bijgebouwd en verbouwd. Het oudste deel, gevormd door de ingangspoort en de 2 centrale torens, dateert uit de 16de eeuw. Het deel onmiddellijk rechts van de 2 torens is mogelijk een herbouwing van een donjon uit de 12de of 13de eeuw. Feit is dat hier al in de 12de eeuw een versterkte vesting moet zijn geweest. Andere delen zijn veel jonger. Bij de bouw werd vooral zandsteen gebruikt.
Bron van de Dijle
> In de buurt van Hautain-le-Val ontspringt dus de Dijle zoals een tekst bij een voormalige sluis te Hautain-le-Val vermeldt. Om de echte bron te vinden moet je echter van de TBW afwijken. Via de Rue des Ecoles en de Rue de Rêves kom je na 1 km langs de Ferme de la Hagoule. Nog 200 meter verder zie je rechts in de weiden een watercaptatiestation. Om tot daar te geraken moet je 'wat creatief' zijn. Uit de bunker van het watercaptatiestation komt een buis en daaruit stroomt het eerste Dijlewater.
de 15de tot 17de eeuw, beleefde Villers-la-Ville opnieuw een gouden tijd in de 18de eeuw, onder het Oostenrijkse bewind. Met de Franse Revolutie kwam er, zoals in zowat alle kloosters en abdijen, een definitief einde aan de macht die de abdijen overal te lande hadden. De monniken werden in 1796 verjaagd en de abdijgebouwen kwamen in handen van een Brusselse opkoper. Die startte met de verkoop van de steen uit de eeuwenoude gebouwen. Een volgende eigenaar verdiende dan weer flink geld in 1851 door zijn toestemming te verlenen om een spoorlijn over het domein te trekken.
> Aan het verdere verval van Villers-la-Ville kwam een einde toen de Belgische staat in 1893 de ru´nes opkocht. Sindsdien wordt er aan stabilisatie van de oude gebouwen gewerkt. Het geheel oogt vandaag erg fotogeniek en geeft toch nog een mooi beeld van de grandeur en uitstraling die Villers-la-Ville moet hebben gehad vanaf de 13de eeuw. Architecturaal komt ook nog zeer mooi tot uiting hoe de vroeggotische stijl zich ontwikkelde.
> De abdij van Villers-la-Ville trekt ondertussen al een volle eeuw toeristen aan, die zonder twijfel genieten van het mooie kader van de abdijrestanten, of waarin verval mooi kan zijn. Bij
de consolidatie van de ru´nes werd met opzet gekozen om de belangrijkste gebouwen niet herop te bouwen om zo het mysterieus-romantisch karakter van de ru´nes te behouden.
> De ru´nes zijn dagelijks te bezoeken tegen betaling van 10 tot 18 u, 's winters een uur minder lang en gesloten op dinsdag.
Basse Cense & Haute Cense
> De grote hoeve aan onze linkerkant is de Ferme Basse Cense. Kort na de Basse Cense passeren we ook in de buurt van de kleinere Haute Cense. Beide hoeven hebben een zeer lange geschiedenis. Ze behoorden tot de Franse Revolutie tot de eigendommen van de abdijgemeenschap van Villers-la-Ville. Het is uit dit soort bedrijven dat de abdij haar rijkdom puurde in de vorm van cijnsinkomsten. Wellicht was de boerderij hier in de 13de eeuw al in bedrijf. De oudste delen van de huidige gebouwencomplexen zijn 17de-18de eeuws met latere bijbouwingen.
Abdijru´nes Villers-la-Ville
> De cisterciŰnzerabdij van Villers-la-Ville werd gesticht door Bernardus van Clairvaux zelf, die vanuit de moederabdij in Clairvaux een groepje monniken naar deze streek stuurde in 1146. Gesteund door de hertogen van Brabant, die de monnikengemeenschap voorzagen van duizenden hectaren grond (en de daaraan verbonden opbrengsten), kwam de abdij tot grote bloei in de 13de eeuw. Een honderdtal monniken en nog eens 3 x zoveel lekenbroeders gaven de abdij een grote culturele en religieuze uitstraling. Ook de meeste gebouwen van de abdij werden in die periode opgetrokken. Er werd een flink deel van de 13de eeuw aan gebouwd.
> Na een paar eeuwen van verval en heropleven, veroorzaakt door het labiele politieke klimaat in
> Rond de stoere constructie dalen en verder afzakken in de vallei van de Thyle. Een prettig pad slingert door de vallei van de Thyle waar het zelfs voor de stieren op een wei warm genoeg is om een bad in te nemen.
> Even later bereik je na 27 km het einddoel van deze etappe: Villers-la-Ville. In het centrum zijn een paar winkels en het treinstation (lijn Ottignies - Manage). De kerk van OLV van Visitatie is romaans van stijl maar werd in de jaren '20 van vorige eeuw sterk gerestaureerd. Ze is meestal gesloten. Binnen zijn 2 mooie retabels te zien.
> DÚ attraktie van Villers-la-Ville zijn echter de spectaculaire ru´nes van de oude abdij. Ze liggen op 1,5 km ten noorden van het centrum van Villers. De TBW passeert er helaas niet, maar het is zeker de moeite om deze extra kilometers te wandelen.
> 15 minuten later kom je voorbij een laatste hoeve. Links op de elektriciteitspaal staat een hele pijltjesschets van de TBW geschilderd. Kort na deze hoeve houdt het beton immers op en de volgende kilometers zullen over veldwegen lopen met een gebrek aan steunpunten voor padmarkering.
> Met een korte studie van de topokaart van de TBW en de pijltjesschets op de paal kan er echter weinig verkeerd lopen. Over een weinig belopen - en dus mogelijk wat overgroeide - veldweg door graanakkers gaat het rechtdoor. Aan een kruispunt van veldwegen rechts. De veldweg wordt hol en is aan beide kanten dicht begroeid met een uitbundige flora in de lente.
> We zijn nu 100 km ver over de Tour du Brabant Wallon
> 800 meter verder links en rechtdoor. We komen op het grondgebied van de gemeente Genappe. Onder een hoogspanningslijn en dalen tot het centrum van Houtain-le-Val. Voor zij die de controleposten aandoen is het misschien goed om weten dat zowel het cafÚ van Houtain-le-Val als dat van Sart-Dames-Avelines (op 10,5 km) (definitief?) gesloten zijn. Om even een kijkje te nemen naar het prachtig kasteel van Houtain-le-Val wandel je aan de N93 even rechts richting kerk.
> De TBW volgt deze Rue Banterley een hele tijd. Eerst langs lintbebouwing, dan langs een strook laag gelegen bos en vervolgens door een nieuwe woonwijk. Over de N5, door alweer een nieuwe woonwijk. In de beek die je volgt na deze wijk groeit wel gele lis maar ze lijkt meer op een open riool. Rechts aan 2 cabines. De veldweg daalt zachtjes over kassei naar een moerassig gebied en een paar stroken bos. Links rond een hoeve waarvan de grote gebouwen bijna een dorp op zich vormen.
> Links van een parking in het centrum van Hautain-le-Val neemt de TBW een publieke weg die via een smal paadje langs enkele huizen en een holle weg in veld terecht komt. Als je bij een asfaltwegje komt onmiddellijk rechts een veldweg in. De volgende kilometers lopen we weer over stroken kassei midden in veld. Bij een andere asfaltweg rechts en 100 meter verder weer rechts over kassei.
> We dalen weer naar de vallei van de Dijle. Over een smal brugje de jonge Dijle over en klimmen naar het dorpje Loupoigne waarvan we het gehucht LoncÚe doorkruisen. Als je de Rue Banterley indraait let dan even op een trapje rechts. 2 meter onder het wegniveau vind je hier een bron.
> Over een afwisseling van holle wegen en kasseistroken kom je zo in Sart-Dames-Avelines, een dorp dat zijn naam dankt aan een adellijke vrouw (Dame Aveline) die er in de 13de eeuw eigendommen had. De landbouwrijkdommen werden er eeuwenlang afgeroomd door de abdijen van Affligem en vooral Villers-la-Ville. Er is een winkel niet ver van de kerk. Even opletten voor een paar plotse padveranderingen hier. De TBW komt hier bij het verlaten van het dorp langs een bron met vijver, Tri Cokia, een captatiegebied voor drinkwater. Aan de straatkant is een 'tapkraantje' om je watervoorraad bij te vullen.
> De TBW stijgt door met als doel de enorme bakstenen watertoren boven op het plateau. De bakstenen toren van 43 meter hoog omhult een betonnen constructie. Hij werd gebouwd in de jaren '30 en staat op een wachtlijst om te worden geklasseerd omwille van zijn art deco-bouwstijl. Aan de watertoren links tot je een golfveld raakt. Links hier over een veldweg die 700 meter verder hol wordt en daalt naar een kasteelhoeve, Le ChÔtelet.
Le ChÔtelet
> Dit kasteel dateert uit de 12de eeuw. Het zijn de toenmalige kasteelheren van Marbais die aan de monniken van Citeaux de grond en bossen schonken om in de omgeving de beroemde abdij van Villers-la-Ville op te richten.
> We lopen over de gebetonneerde Vieux Chemin de Bruxelles langs enkele afgelegen boerderijen zoals de Ferme du Vallon waar je - afhankelijk van het seizoen - hoeveprodukten kan kopen, zoals aardbeien, aardappelen, asperges en melkprodukten. Rechts passeer je een kapelletje voor ND de Walcourt, geflankeerd door 2 kastanjelaars.
Hol paadje in de omgeving van Le Rapoi
> Nog verder langs de parkrand kom je voorbij de sportterreinen 'Reine Astrid' ( (aangelegd in 1938) en het zwembad, waarna het pad links gaat en nog door enkele straten loopt van een buitenwijk van Nijvel. Voorbij de boerderij Grand'Peine kruist de TBW de zuidelijke ringweg van Nijvel. Opletten hier want het verkeer is behoorlijk druk. Aan de overkant parallel links over een wegje dat verderop links omhoog draait.
> Op deze etappe linken we de 2 belangrijkste historisch-religieuze plaatsen van Waals-Brabant: Nijvel met zijn unieke romaanse collegiale kerk en op einde arriveren we in Villers-la-Ville, waar de meest fotogenieke abdijru´nes van BelgiŰ liggen. Tussenin ligt Hautain-le-Val: De Dijle ontspringt hier en in in haar jonge vallei ligt een schitterend kasteel. Als je houdt van wandelen door open velden en over oude kassei- en veldwegen dan is dit een etappe op maat gesneden. Er zitten prachtige oude uitgesleten paden bij in dit boerenland. De holle wegen kleuren volop als in de lente hun bermen begroeid zijn met een rijke variatie aan wilde bloemen.
Abdij Villers-la-Ville
Zaaddoos van een klaproos
Bermooievaarsbek
TBW pijltjesschets
Kapel ND de Walcourt
Kerk Bois de Nivelles
Slipbladige ooievaarsbek
Onderweg naar een plek die op de topokaart als 'Le Rapoi' staat vermeld
Ongedefinieerde kever op het pad
Een holle kasseiweg in de omgeving
van Sart-Dames-Avelines
Gewone reigersbek
Bron van de Dijle
Oranje havikskruid
Bron te Loncée
Pad naar Le Châtelet
Le Châtelet
Dikkopje op een lentebloesem
Onderweg naar LoncÚe


Ronde van Waals-Brabant - 217km