Startpagina > Wandelen > Tour du Brabant Wallon
Overzichtskaart
> Het begin- en eindpunt van deze etappe liggen amper 1 km uit elkaar. Makkelijk circulair te wandelen dus, met als uitgangspunt het gehucht Stéhoux, langs de N6, dat tot Tubize hoort. Dichtst bijgelegen treinstation en regionaal busstation is dat van Tubize, op 2 km. Bij de afstand van 17 km tel je dus nog een kilometertje bij om de cirkel rond te maken + eventueel 2 x 2 km tot het station van Tubize. Er zijn een paar kleine trajectwijzigingen: 1/ Tussen gehucht Tri-Bas en Saintes en 2/ Tussen Rebecq en Quenast. De padmarkering is daar verschillend met het traject op je kaart. Voorzieningen zoals cafés en winkels vind je in Saintes, Rebecq en Quenast. Ideale afsluiter op het einde is een biertje van brouwerij Lefebvre in één van de cafés.
> Rechts is de oude hoeve Laubecq die is omgevormd tot exclusieve feestzaal. Verder naar Saintes. In het centrum zijn enkele winkels en een paar cafés.
Saintes
> Saintes is de voorbije eeuwen wat een speelbal geweest op de grens van verschillende graafschappen, provincies, arrondissementen en kantons. De laatste verschuiving vond plaats in 1963, bij het vastleggen van de taalgrens. Saintes (of Sint-Renilde) verhuisde toen van het tweetalige arrondissement Brussel naar het ééntalige arrondissement Nijvel.
> Op het ingetekend traject van de topografische gids loopt de TBW zowat rechtstreeks naar Saintes over een pad. Op het terrein loopt de TBW echter anders. Je volgt hier het asfaltwegje dat naar de Fontaine Sainte-Renelde leidt. Een merkwaardige plek. De fontein ligt links in een veld en is herkenbaar aan de vreemde metalen constructie waarboven een beeld van Sinte-Renelde prijkt.
> De beste dag om in Saintes te passeren is de dag waarop de jaarlijkse paardenprocessie voor de Heilige Renelde uit gaat. In de kerk worden de relikwieën van Renelde bewaard. Haar reliekschrijn wordt op zondag na Pinksteren meegedragen in een paardenprocessie van maar liefst 28 kilometers doorheen de velden. Er nemen zowat 150 ruiters aan deel. Gezien de afstand vertrekken ze al om 7u30 's morgens, na een misviering om 5 uur in de kerk. 's Avonds, rond 17u30 worden ze in Saintes weer opgewacht en vergezeld een voetprocessie hen door de straten van Saintes. Het kerkgebouw van Saintes is in laatgotische stijl (16de eeuw).
De Zenne
> De 103 kilometer lange Zenne was ooit de vuilste rivier van België. Van een rivier kon je meer dan een eeuw bijna niet meer spreken, 'brede riool' was een betere naam. Ze ontspringt in de provincie Henegouwen, in de velden bij het dorpje Naast (bij Zinnik). Onderweg naar Rebecq en Tubize wordt ze versterkt door nogal wat
Korporaal Tresignies' heldendaad
> Deze straat was een verrassing voor mij. Korporaal Tresignies is in Vlaanderen en Wallonië niet bekend maar in mijn geboortestreek rond Grimbergen is hij dat wel. We passeren hier langs zijn geboortehuis, gemarkeerd met een herinneringsplaat in de gevel.
> De tweetalige soldaat Leon Tresignies werd met de mobilisatie voor WO I onder de wapens geroepen. Zijn compagnie krijgt op 24 augustus 1914 de opdracht om vanuit Antwerpen op te rukken naar Brussel. Op 25 augustus, 's avonds laat, arriveren ze in de buurt van het kanaal Brussel - Willebroek. Aan de overkant van het kanaal, in het gehucht Verbrande Brug, zitten de Duitsers. Ze hebben de brug over het kanaal opgehaald. De
Rebecq
> De molens van Arenberg zijn de toeristische trots van Rebecq. Zoals de meeste watermolens uit het oude Brabant dateert een eerste watermolen hier wellicht uit de 14de-15de eeuw. Hier te Rebecq profiteert men van een relatief sterk verval op de Zenne om ze af te dammen en molens op te plaatsen. De naam Arenberg herinnert aan de eigenaars uit de 18de eeuw. De 'Grand Moulin' brandde af in de 19de eeuw en werd in 1854 weer herop gebouwd. Tot 1974 waren de molens economisch aktief. Vandaag zijn ze
Quenast & porfier
> De enorme porfiersteengroeve van Quenast beslaat een oppervlakte van maar liefst 140 hectaren. Het is uit deze groeve dat sinds 1864 de 'kinderkopjes' kwamen waarmee zoveel oude wegen een steenverharding kregen. De kassei van Quenast werd niet enkel in Waals-Brabant gebruikt, ook voor vele bestratingen elders in Wallonië en in Vlaanderen, Zuid-Nederland en Noord-Frankrijk. De kasseien van Quenast vonden zelfs hun weg tot in Duitsland en Rusland. De porfiermijn van Quenast is dan ook uitgegroeid tot een enorme open mijn. Ze is op het breedste punt meer dan 1 km lang en op plaatsen meer dan 100 meter diep.
> Het succes voor wegenaanleg schuilt hem in de aard van de porfiersteen, een vulkanisch stollingsgesteente dat zeer hard is en goed weerstaat aan slijtage. Het is bovendien zo goed als ondoordringbaar en weerstaat perfect aan vorst. Porfier is een granietsoort waarin kristallen zitten zoals kwarts.
> Vermoedelijk werd hier al vanaf de 13de eeuw op beperkte schaal porfier ontgonnen maar pas in de 18de eeuw neemt de ontginning een grote vlucht, als onder het Oostenrijkse bewind aan betere bestrating en verbindingswegen wordt gewerkt. Half 19de
eeuw breekt de grote succesperiode aan. Overal is nu een sterke vraag naar kasseibestrating. In de tweede helft van de 19de eeuw waren er te Quenast naar schatting 3000 arbeiders aan het werk. Met de Henegouwse porfiergroeve van Lessines ging het nog beter, daar werkten op een bepaald moment meer dan 10.000 arbeiders.
> Na WO I verminderde de vraag naar porfier gestaag door het succes van nieuwe wegbedekkingen, zoals beton, 'macadam' en tot slot asfalt. Doorgedreven betere machinatie zorgde ervoor dat ook de ontginning veel minder arbeidsintensief werd. Toch is de groeve ook vandaag nog steeds in werking. Porfier wordt tegenwoordig vooral vermaald voor vermenging in bouwmaterialen. Ook voor spoorballast (bvb voor de aanleg van de TGV-lijn) en in beperkte mate voor siersteen wordt porfier nog aangewend. Grotere blokken doen ook dienst bvb als dijkversterkingen. De huidige exploitatie wordt door de NV Gralex gedaan.
gemeentelijk eigendom. Het raderwerk binnenin bestaat gelukkig nog. Er is een VVV ingericht en tevens een museum rond de beroemde porfiersteen van Quenast (dorp van de gemeente Rebecq). Ook de zogenaamde 'kleine molen ' is mooi gerestaureerd. Soms vinden er nog maaldemonstraties plaats.
> De Saint-Gerykerk is van 1867. De beroemdste inwoners van Rebecq waren ongetwijfeld de familie Solvay, grondleggers van het gelijknamige chemieconcern. Hun geboortehuis is in Rebecq bewaard gebleven. Ernest Solvay maakte fortuin dankzij zijn innoverend chemisch procédé van natriumcarbonaat. Hij had ondermeer ook een enorm kasteeldomein in Terhulpen (nu wandelpark met privé-kasteel).
> In Rebecq kan je ook een toeristentreintje nemen op de oude spoorlijn 115. Een spoorvereniging van vrijwilligers baat er 'Le petit train du bonheur' uit. De originele sporen werden vervangen door smalsporen (breedte 60 cm) waarover met kleine stoomlocs wordt gereden. Door de vallei van de Zenne kan je zo 6 km sporen naar Rognon op zondagen vanaf 1 mei tot eind september. Start bij het oude treinstation van Rebecq.
Bron Sint-Renelde
> Volgens de legende is deze bron met een stokslag door Sainte-Renelde uit de grond gekomen om dorstige bedevaarders te laven. Sint-Renelde zou in de nabijgelegen hoeve hebben gewoond. Renilde maakt deel uit van een hele familie die allemaal heiligen zijn geworden. Haar moeder is Sint-Amelberga en zuster is Sint-Goedele. Na een pelgrimage naar het Heilige Land vestigt ze zich hier in de hoeve Laubecq. Daar wordt ze rond 680 met 2 volgelingen vermoord door de Hunnen. De huidige muur en ijzeren versiering met beeld van Sinte-Renelde werd geplaatst in 1861 (gegoten in Tubize), maar de bron bestaat al vele eeuwen langer. Het water zou oa goed zijn tegen oogziekten.
beken. Tot in de buurt van Halle is de Zenne nog redelijk proper, daarna begint haar leven als riool. Ze loopt door Halle en Brussel om dan voorbij Mechelen uit te monden in de Dijle. De Zenne is dus een Belgisch symbool bij uitstek, ze stroomt door de 3 regio's.
> De vervuiling van de Zenne in Brussel was eind 19de eeuw al zo sterk dat toen werd beslist om ze in de stad volledig te overkappen en te bedekken met brede boulevards. Dat deed men later ook in andere grote woonkernen (Halle, Vilvoorde). Waar de rivier wel open bleef, was de stank amper te harden bij warm weer. Schuimkoppen dreven op het zwarte water. Vanaf de jaren '90 is men begonnen met de vervuiling ten gronde aan te pakken. Een pak zuiveringsstations moeten er voor zorgen dat afvalwater gezuiverd de rivier inkomt. Het belangrijkste is dat van Brussel-Noord, waar sinds 2007 zowat alle afvalwater van de Brusselse huishoudens wordt gezuiverd.
> In Quenast passeer je langs de voormalige bedrijfsgebouwen, gedeeltelijk opgetrokken in kasseisteen! Ook de artisanale brouwerij Lefèbvre is hier gevestigd. In één van de plaatselijke cafés (of ook in de taverne bij de molens van Arenberg te Rebecq) kan je één van hun brouwsels proeven. Bekendst is de productie van abdijbier Floreffe.
> Door een overstromingsgebied van de Zenne, overbrugd met een nieuwe houten brug. De TBW werkt zich na een spoorwegkruising (industriële lijn Quenast – Tubize) omhoog naar de hoog gelegen N6, die je weer kruist op amper 1 km van waar deze etappe vertrok.
> Het padtraject naar Quenast is vrij speciaal en doorbreekt het patroon van constant harde asfalt onder de voeten. Vlakbij ligt de enorme porfiermijn van Gralex. Een slingerend wegje leidt naar de schitterende Brabantse vierkantshoeve Bel-Air, waarvan de eigenaar een fortuin moet hebben geïnvesteerd in gele verf. Aan de gevel van een buitenmuur bevindt zich naast een niskapel een herdenksteen voor de gesneuvelde milicien Richard Faut.
> Aan de hoeve gaat de TBW links door een draaihekje. Over een verdwenen publiek pad zal de TBW nu door 4 weides lopen. Daarbij moet je steeds ongeveer dezelfde richting aanhouden: ONO. Vlakbij, aan de rechterkant, stroomt de Zenne en onmiddellijk aan de andere oeverzijde ligt een uitbreiding van de porfiermijn van Quenast.
> Bij de laatste weide moet je links een stijgend asfaltpaadje op. Zo kom je op de redelijk drukke weg Wisbecq – Quenast bij een containerpark. Even rechts dalen over deze weg en net VOOR de Zenne moet je links een paadje nemen. De padmarkering is even niet zo goed op dit deel maar verbetert weer als ook het pad beter zichtbaar wordt.
> We vatten dus de etappe aan precies op het punt waar het traject van de TBW 'een flessenhals' maakt ten zuiden van Tubize. Vanaf de N6 (Chausseé de Mons) gaan we westelijk de Rue des Six Censes in. Door een wijk dalen naar de industriële spoorlijn, die van de porfiergroeven van Quenast naar Tubize loopt. Spoor over om bijna dadelijk een rivier te kruisen: De Zenne.
waar je mooie uitzichten over de sterk golvende velden hebt. Hoewel de omgeving hier erg landelijk is, verlopen de volgende kilometers tot Rebecq zowat volledig over asfalt. De TBW komt voorbij nog enkel grote hoeves. We zijn inmiddels in Bierghes. Bij een grote meubelzaak moet je links, de Rue de Caporal Tresignies is.
> Wat omhoog naar het plateau, langs een boerderij en verder over rustige landbouwwegen met een paar padwissels om dan weer te dalen naar de beekvallei van de Ruisseau de Froye, een toevoerbeek van de Zenne. Langs een kapelletje. In Tri-Bas steek je achtereenvolgens de Froye over om dan onder de TGV-lijn (Brussel-Parijs) en de E429 (Brussel – Doornik) te lopen. Vrij indrukwekkend trouwens om de snelweg eens langs de onderkant te zien.
> Je kan stellen dat sinds 2007 de Zenne er in zowat 150 jaar nog nooit zo proper heeft bij gelegen. Er wordt weer vis waargenomen waar de rivier decennia lang qua graad van leven de status 'morsdood' had. Toch blijft de Zenne een zorgenkind, daarvoor is de mens verantwoordelijk. In 2010 was er eerst het schandaal rond het wanbeleid van het Brusselse zuiveringsstation, waardoor opnieuw ongezuiverd water in de Zenne werd gestort. In november 2010 trad de Zenne na dagenlange regenval buiten haar oevers, waarbij vooral de omgeving van het laag gelegen Tubize werd getroffen. De waterschade, die een groot deel van het stadje onder water zette, werd voor Tubize alleen al rond 30 miljoen € geschat.
compagnie komt hier vast te zitten. Tresignies stelt zich kandidaat om de riskante opdracht te ondernemen naar de overkant te zwemmen en te proberen om de brug neer te laten. Hij glijdt in het water en zijn gewaagde poging verloopt aanvankelijk goed. Hij slaagt er in de overkant te bereiken, klimt uit het kanaalwater en begeeft zich naar het brugwiel waaraan hij begint te draaien. Ongelukkig draait hij in de verkeerde richting. Zijn makkers aan de overkant zien dat het verkeerd loopt en roepen hem toe in de andere richting te draaien. Helaas wordt hierdoor ook de vijand gewekt en hij sterft onder het mitrailleurvuur van de Duitsers. De Belgen zullen er niet in slagen nog over het kanaal te geraken hier.
> Aanvankelijk kreeg hij een graf aan de oostzijde van het kanaal maar dat werd later verplaatst naar de westkant, de plaats waar hij stierf. Hij liet een weduwe en een kind achter. De heldendaad van Tresignies is in Verbrande Brug tot vandaag niet vergeten.
> We kruisen een spoorlijn. In Bierghes passeer je een paar winkels en volg je een hele tijd een wijkstraat die uitmondt in groene velden. Weer de snelweg E429 en de TGV-spoorlijn over.
> We zijn nu 60 km ver over de Tour du Brabant Wallon. Na de snelwegbrug links over een klimmend asfaltwegje. Bij een hoeve meedraaien rechts en even later zie je Rebecq liggen. Een slingerend hol asfaltwegje brengt je in het centrum van het dorp (cafés, winkels).
Time to get high. De Tour du Brabant Wallon langs een papaverveldje
> Nadat je de N7 bent overgestoken volgt eindelijk nog eens een onverhard wandelstuk. Langs de bosrand van het kasteel van Mussain en door een grassige holle weg klim je naar een hoogte van
> We zwerven door de meest westelijke uithoek van Waals-Brabant tijdens deze etappe. De hele tijd lopen we in het stroombekken van de Zenne en de aanvoerbeken die haar voeden tot een echte rivier vanaf hier. We kruisen de Zenne zowel bij het begin als het einde van de etappe. Hoewel het rustig wandelen is door een landelijke omgeving, lopen we toch bijna 80 % van de tijd over verharde wegen, een minpunt. Onderweg 3 boeiende dorpen: Saintes (Sint-Renelde), Rebecq-Rognon (Roosbeek) en Quenast. Uit dat laatste dorp komen bijna alle kasseien vandaan waarover we zo vaak lopen over de Tour du Brabant Wallon.
Het water van de bron van Sainte-Renelde smaakt lekker fris
Rebecq, kleine watermolen op de Zenne
Saintes, laatgotische kerk
Links langs het pad een kapel voor OLV van Walcourt maar met een beeldje van de lokale heilige Sint-Renelde in.
Zenne (Senne) nabij Ripain
Bron Sint-Renelde
Dorpswinkel in Tri-Bas, of hoe een autogarage
een tweede leven kan leiden.
Door het meest westelijk deel van Waals-Brabant, met in de verte het dorp Bierghes (Bierk)
Onderweg in de buurt van kasteel Mussain.
Straatje in Saintes
Le petit train du bonheur
De TBW slingert langs de porfiermijnen van Quenast (beeld Google Earth)
Eén van de mooiste delen van de Zenne op haar 103 km lange tocht. In het water vlotten bladeren van waterlelies en gele plomp
Made in Quenast: Floreffe-bier
'Style Quenastois'! In Quenast-dorp wordt porfier niet enkel voor straatbedekking gebruikt. Ook muren en sommige publieke en private gebouwen zijn opgetrokken en/ of aangekleed aan de gevels met porfier, zoals de voormalige bedrijfsgebouwen. Baksteen wordt eerder geïntegreerd als sierelement rond deuren en vensters en op de hoeken waardoor een sterk contrast wordt gecreëerd. Deze lokale stijl werd toegepast in het begin van de 20ste eeuw.
Via draaihekjes wandel je door weiden
langs een sterk meanderende Zenne
Hoeve Bel Air


Ronde van Waals-Brabant - 217km