Startpagina > Wandelen > Tour du Brabant Wallon
Overzichtskaart
> Bus 148a van TEC linkt ons startpunt ter hoogte van Bois de Buis (N29) rechtstreeks met eindpunt Orp-le-Grand. Deze bus, die tussen Landen en Gembloers rijdt, stopt ook in tal van andere plaatsen langs het traject van de TBW, zodat je de etappe kan inkorten als je wil. Kom je met de trein uit Vlaanderen afgezakt dan is het treinstation van Landen dus de ideale gateaway voor dit zuidoostelijk deel van Waals-Brabant.
> Cafés en winkels onderweg in Perwez, Ramillies (stationswijk), Jauche en Orp-le-Grand. VVV in Orp-le-Petit.
> De grotten van Folx-les-Caves zijn niet rechtstreeks langs het traject van de TBW gelegen. Ongeveer 1 km van de TBW, ten noorden van het dorp en langs de weg naar Jauche. Te bezoeken op zaterdag en zondag in de late voormiddag en de namiddag. Sluitingsperiode in hartje winter.
> Bus 148a dropt me langs de N29 in de buurt van Thorembais-Saint-Trond, daar waar ik de vorige etappe eindigde. We vervolgen de Tour du Brabant Wallon in oostelijke richting. Nog een kort stukje Bois de Buis door en aan een grote hangar links een betonwegje op.
> 800 meter verder neemt de TBW links een wat overgroeid pad, dit is de oude bedding van treinlijn L147. Door de regen was het er bovendien ook nog flink modderig. Mogelijk is de bedding hier nu (helaas) geasfalteerd in het kader van een RAVeLproject. Toen ik hier wandelde was het nog een lekker wild pad.
> Hun legers kwamen rond Ramillies tot een bloedige confrontatie op 23 mei 1706. Eigenlijk was het oorspronkelijk de bedoeling dat er aan de oevers van de Dijle zou worden slag gevoerd, maar er was om strategische redenen haast bij en zo werd een frontlijn, die zich 5 km uitstrekte in de vallei van de kleine Gete (tussen ongeveer het dorp Autre-Eglise en de tumulus van Hottomont) het strijdtoneel. De velden rond Ramillies-Offus vormden het centrum van de strijd.
> Hun legers waren qua manschappen ongeveer even sterk: Aan beide zijden iets meer dan 60.000 soldaten. Op één namiddag was de strijd beslecht! De Engelse en Nederlandse troepen stonden onder het bevel van Generaal Marlborough en konden 's avonds de overwinning opeisen van het afdruipende Franse leger onder leiding van Villeroi. Aan Franse zijde zijn, behalve duizenden gewonden, ook ongeveer 6.500 doden gevallen. Een groot deel van de Franse infanterie sloeg ook op de vlucht. Brabant en Vlaanderen zouden daarna onder controle vallen van Engelsen en Nederlanders. Het zou nog meer veldslagen kosten en tot 1713 duren vooraleer de vrede met Frankrijk werd getekend in het verdrag van Utrecht.
veldweg die eerst licht afdraait naar de kerk van Perwez toe. Het pad loopt Perwez binnen en aan een kruispunt op 100 meter van de kerk ga je even links om 200 meter verder rechts de spoorlijn weer op te lopen. Zo kom je in het commerciële centrum van Perwez (alle voorzieningen).
Spoorlijn 147
> Deze lijn van 60 km verbond Tamines (prov Namen, aansluiting naar Charleroi) via Gembloers helemaal tot Landen (aansluiting Brussel - Luik). Zowat 25 km daarvan lopen in ZW-NO-richting door Waals-Brabant. Ter hoogte van Ramillies-station (1 km van de TBW) vormt L147 'La Croix de Hesbaye' (het Kruis van Haspengouw) met L142. Op die plaatsen lopen beide spoorlijnen 1 km samen om dan weer te splitsen.
> Hier in Brabants Haspengouw waren deze spoorlijnen ook belangrijk voor de afvoer van suikerbieten of suikerprodukten. De lijn werd geopend vanaf 1865 maar vanaf 1960 werd ze in stappen weer gesloten. Het laatste (zuidelijke) stukje sloot in 1992. Het deel van Gembloers naar Perwez waar we nu over wandelen sloot al in 1971. Bus 148a nam over.
Windmolenpark Perwez
> 9 windmolens van de bedrijven Electra Winds en Aspiravi produceren hier groene stroom. De locatie is natuurlijk niet toevallig. De hoogte en open ligging zijn ideale factoren voor veel wind. De molens zijn 130 meter hoog en zijn sinds 2006 in werking. De voorbije jaren zijn in Waals en Naams Haspengouw de windmolens als paddenstoelen uit de grond gerezen. Ook in Perwez is de druk groot om meer windmolens te plaatsen. Ondertussen komt er meer protest op gang bij de bevolking. Met meer dan 100 windmolens in een straal van 10 vierkante kilometer beginnen velen het stilletjes aan meer dan genoeg te vinden. Eind 2009 werd groen licht gegeven voor nog 5 windmolens in Perwez. De gemeente Perwez was alvast voor, ze houden er ook 12% van de inkomsten aan over...
De Slag van Ramilies
> Het bekendste slagveld van Waals-Brabant is uiteraard Waterloo, minder bekend is dat van Ramillies. Het heeft niks met Napoleon te maken, deze velden leverden de Engelse John Churchill, hertog van Marlborough eeuwige roem. Ramillies vormde één van de trieste hoogtepunten in de strijd voor gebiedsuitbreiding die in de 16de en 17de eeuw werd uitgevochten door de machtige mogendheden van die tijd.
> De Spaanse erfopvolging bij de dood van de kinderloze Spaanse Karel II was aanleiding tot een breuk in de Europese machtsverhoudingen. Lodewijk XIV van Frankrijk wou de toenmalige Spaanse Nederlanden inlijven bij zijn rijk, terwijl de Engelsen en de Nederlanders dat niet zagen zitten. Eigenlijk was het ook een strijd tussen protestantse en katholieke machtsblokken.
> Infoborden ter plaatse vertellen je meer details over het strijdverloop. Voor de Engelsen betekende dit één van de grote overwinningen in hun geschiedenis en Marlborough (in het Frans Malbrouck omdat ze zijn Engelse naam niet konden uitspreken) is één van hun grote oorlogshelden. In de 20ste eeuw werd één van hun belangrijkste slagschepen 'HRM Ramillies' gedoopt. Het werd zowel in WO I als WO II ingeschakeld. Hier in Brabants Haspengouw is er weinig dat herinnert aan deze belangrijke veldslag als je het vergelijkt met de Slag van Waterloo.
> Ongeveer 200 meter links, ter hoogte van een eerste groepje huizen, ontspringt de Kleine Gete, waarvan we de loop tijdens deze en volgende etappe een tijd zullen volgen. Het pad is ondertussen weer geasfalteerd geworden. Verder op een kasseiweg links. Een zeer mooie kasseistrook die in een bocht naar de kerk van Ramillies toeloopt. Aan de kerk van Ramillies staat naast een kanon ook een goed informatiebord over de slag van Ramillies. Aan de kerk links en de eerste verharde weg rechts die in een paar bochten een zessprong van wegen bereikt. Onderweg passeer je ook een merkwaardige muurplaat uit 1698 met de wapenleuze ‘Spes mea deus’ (Mijn hoop is in God gesteld).
> Bij mooi weer is het hier wellicht prettig wandelen met zoals vaak in een oude spoorwegzate ook hier een gevarieerde plantengroei. Als lijn 147 onder de snelweg E411 Brussel-Luxemburg door loopt zijn we 140 km ver op de Tour du Brabant Wallon. Haast ongemerkt passeren we hier ook het allerhoogste punt van de hele wandelroute, zo'n 170 meter hoogte. Aan de horizon verschijnen enorme windmolens.
> De TBW zal vlak langs één van deze windmolens lopen, eerst echter volgt onze wandelroute ter hoogte van de grote kwadraathoeve Ferme de la Sart een met de spoorlijn parallelle grindweg. De spoorwegbedding is immers verderop volledig overgenomen door struikgewas. Dat grindwegje is een toegangsweg tot het windmolenpark van Perwez.
> Voorbij het windmolenpark komt de TBW weer bij de spoorlijn L147 op een punt waar de bedding geasfalteerd is. Onze wandelroute neemt hier echter niet dat RAVeLpad maar volgt een
> De beschrijving in de topogids over het deel tussen Perwez en Petit-Rosière klopt niet meer, dat heeft alles te maken met de asfaltering van de oude treinbedding voor RAVeL. Het traject zelf is in feite niet veranderd. In Perwez blijf je gewoon de RAVeL (spoorlijn 147) volgen over verscheidene kilometers. Als je een bosje bent gepasseerd moet je links een parallel betonwegje nemen. In feite kan je gewoon de RAVeL blijven volgen tot hij een groepje huizen bereikt bij het oversteken van de Gete.
> Vanop de RAVeL gezien vervolgt de TBW in dit gehucht rechts en verderop links over een kasseiweg (Rue du Tombois). Zo wandel je door Petit-Rosière om de drukke N91 (Leuven – Namur) te bereiken. Even rechts en na 20 meter links een wegje in. Nu even opgelet want er is hier een trajectverandering, de padmarkering was hier niet zo goed en bovendien is er verwarring mogelijk met de variante van TBW die hier vertrekt en noordelijk naar Jodoigne loopt.
> Als je dus de N91 bent overgestoken blijf je de Rue de l’Ermitage volgen, neem niet het graspad rechts zoals beschreven in de topogids. De Rue de l’Ermitage raakt even aan de RAVeL en loopt er 500 meter parallel mee. Als de straat zich weer verwijdert van de RAVeL bereik je net na een beekbrugje een kruispunt.
> Er is zowel padmarkering links als rechts op dit kruispunt. Om de variante naar Jodoigne te volgen loop je links hier, het hoofdtraject neemt de rue Louis Toissant. Dit gebetonneerd wegje klimt geleidelijk naar open veld. Na 800 meter maakt deze weg een bocht van 80° naar links en 100 meter verder nogmaals 80° naar links. Zo daal je weer. Linksvoor ligt de kerk van Gérompont. Het betonpad bereikt een asfaltweg in het gehucht Tainières en gaat even rechts. Kort daarna scherp links een overgroeid graspad op. Bij een kruising met een veldweg rechts een betere veldweg op.
> Op de zessprong de meest linkse betonweg nemen. Voorbij een landbouwbedrijf ga je dadelijk rechts. De betonweg gaat wat op en af door een typisch Haspengouws landschap, gedomineerd door enorme, golvende bieten-en tarwevelden op zandleemgrond. Die teelten zijn typisch voor Droog-Haspengouw. De dorpskernen zijn gecentreerd en liggen verscholen in lagere beek-en riviervalleien. De landbouwplateaus worden gedomineerd door grote landbouwdomeinen, vaak vierkantshoeven.
> Het kasseiwegje blijven volgen en alle zijpaden negerend bereik je kilometers verder de eerste huizen van Folx-les-Caves. In het dorpscentrum de kerk aan je rechterzijde langs lopen. De stoere toren van de Sint-Pieterskerk van Folx-les-Caves is romaans. Binnenin zou ondermeer nog een grafsteen van een ridder te zien zijn van meer dan 3 meter lang uit 1312. De TBW loopt niet langs de grotten waarnaar de dorpsnaam Folx-les-Caves verwijst. Om de grotten te vinden volg je gewoon de bruine borden of de asfaltweg naar Jauche. Het is 1 km tot de grotten.
> Nadat je de 2 toegangswegen tot zo'n kwadraathoeve (de 18de-19de eeuwse Ferme Wayaux) hebt gepasseerd, gaat het beton over in kassei. De rest van deze etappe zal over meer gevarieerde ondergrond lopen dan het eerste deel van deze tocht. Misschien is het wat eentonig om hier te wandelen, zeker als je hier midden op een hete zomerdag wandelt. Zelf vond ik het een aparte ervaring om hier op een late zomeravond te wandelen. In dit stille landschap wordt je overweldigd door 2 dominante natuurelementen: De aarde in de vorm van haast eindeloze wiegende velden, scherp afgesneden door de horizon, waarboven de meest fantastische wolkenformaties steeds in beweging zijn. Je hebt hier een raar gevoel van nietigheid in ruimte.
Grotten van Folx-les-Caves
> Het is zaterdagnamiddag en de grotten zijn dus open voor een bezoek. Ik ben alleen, maar dat is geen probleem. Gelukkig heb je geen gids nodig of moet je niet in groep afdalen. Ik krijg van mijnheer Maurice Racourt een MP3-speler mee, een stem in je oor vertelt je in de grotten over alle geheimen. De grotten van Folx-les-Caves mag je niet vergelijken met die van de Condroz en de Famenne, zoals Han-sur-Lesse, Remouchamps of Couvin. Die druipsteengrotten zijn vooral natuurlijke creaties, veroorzaakt door kalkoplossing bij waterdoorstroming. In Folx-les-Caves zijn het man-made-creaties in een totaal andere geologische omgeving: Zachte zanderige krijtsteen of mergel.
Toeristisch geheim
> Hoewel de grotten van Folx-les-Caves al meer dan 100 jaar te bezoeken zijn als toerist, hebben ze nooit de massa aangetrokken. Hier komen op een dag gemiddeld tussen 5 à 10 bezoekers, niks in vergelijking met Han-sur-Lesse dat er bijna 100 X meer lokt. Zelfs bij een betere vergelijking, de grotten van de mergelstreek op de grens van Vlaams- en Nederlands Limburg, komen er hier toch wel erg weinig bezoekers. Zelf was ik hier dus helemaal alleen tijdens mijn bezoek. Het lijkt erop alsof de grotten van Folx-les-Caves een stil bestaan kennen zonder uitgesproken toeristische promotie, laat staan een marketingplan. Het is al meer dan 100 jaar zo.
Racourt-dynastie
> Al bijna 2 eeuwen is een groot deel van van de grotten van Folx-les-Caves in het bezit geweest van de familie Racourt. Het was Charles Racourt die rond 1840 als eerste gids voor bezoekers optrad en de sleutels bezat tot de onderaardse gewelven. Hij publiceerde zelfs een eerste gidsboekje in 1852. Sindsdien bleven de Racourts, tot op de dag van vandaag, de officiële gidsen! Charles werd opgevolgd door Désiré (die met champignonkweek begon), nog een Charles, Georges en Maurice.
> Merkwaardig is ook het volgende: Het officiële gidsje dat ik me aanschafte aan de ingang is eigenlijk een herdruk van de eerste gids die Charles maakte... in 1852! De familie Racourt is dat gidsje blijven herdrukken. Mijn versie van het boekje moet uit eind jaren '50 zijn. Er is nog een voorwoord van Georges aan toegevoegd in een herdruk uit 1936. Ook gedrukt lijkt dus de gids van generatie op generatie mee te gaan.
> Om maar te zeggen dat het grottenbeleid van Folx-les-Caves in 100 jaar eigenlijk zowat onveranderd is gebleven. Het maakt van Folx-les-Caves een charmante plek, niet bezoedeld door commerciële merchandising. De familie Racourt heeft daar blijkbaar geen behoefte aan. 2 jaar na mijn bezoek aan Folx-les-Caves is Maurice Racourt op 75-jarige leeftijd gestorven. Het was een aimabel man. De grotten waren zijn leven, als 12-jarige knaap gidste hij er al. Ze bleven na zijn dood 9 maanden gesloten. Op 3 juli 2010 heropenden de grotten van Folx-les-Caves. De broer van Maurice, Paul Racourt en zijn nicht Monique Racourt ontvangen nu de bezoekers.
Johan & de Alverman
> De structuur van de grotten doet denken aan catacomben. Het maakt van Folx-les-Caves wel iets bijzonders en fotogeniek. Zo apart dat deze ‘gewelven’ in het verleden voor TV-programma's (bekendste is 'Johan en de Alverman'), films en fotoreportages het gedroomde decor vormden. In 1996 nog was Jan Verheyen hier aan het werk voor een scène van de film 'Alles moet weg' (Tom Lanoye).
Hoe bezoeken?
> De grotten liggen op een diepte tussen 13 en 18 meter. Toegang over een lange trap. Kom je hier in volle zomer vergeet dan niet iets warmer aan te trekken. Echt koud is het er niet, de temperatuur schommelt rond 12 à 14 graden. Trek voor een bezoek 45 min tot 1 uur uit. In goed Nederlands vertelt je MP3-player je de interessantste verhalen over het grottencomplex. Genummerde bordjes helpen je de weg onderaards te vinden. Het voor bezoekers opengestelde deel van het ondergrondse labyrint van de familie Racourt is niet van een grootte dat je er echt verloren kan lopen.
Grottenbier
> Overigens zijn de grotten die we bezoeken maar een deel van een groter geheel. In totaal zijn ze zowat 5 hectaren groot, bestaande uit 2 netwerken die met elkaar zijn verbonden door slechts één gang (al lang gesloten). Het te bezoeken deel is dus dat van de familie Racourt. Het andere deel was van de familie Bodart en is sinds 1985 officieel niet meer te bezoeken. Pierre Celis (Hoegaarden) kocht de grotten in dat jaar op. Hij had de bedoeling er zijn Grottenbier te laten rijpen. Celis vond de inspiratie voor dit zware bier in de keldergrotten van de Champagne. Hetzelfde procédé van flessen draaien in de vochtige grotten wou hij in Folx-les-Caves toepassen om zijn exclusief bier op smaak te brengen. Hij kreeg echter nooit de nodige toestemmingen van de Waalse overheid om er een toeristische attraktie rond uit te bouwen en ze
als 'bierkelder' te gebruiken, officieel omwille van de aanwezigheid van vleermuizen. Zijn Grottenbier, dat wordt gebrouwen in Watou, rijpt nu in de Limburgse mergelgrotten van Kanne en Valkenburg. De grotten verkocht hij uiteindelijk aan de provinciale overheid van Waals-Brabant in 2006 voor 300.000 €. De provincie had de bedoeling om dat lager gelegen deel van de grotten open te stellen voor toerisme maar onderzoek in 2010 wees uit dat er een zeker gevaar voor instorting bestaat. Een verschil met de grotten Racourt is dat in zogenaamde grotten Bodart, die nu van de provincie zijn, ook een onderaardse rivier stroomt. Er zijn ook aanwijzingen dat de grotten zich mogelijk nog veel verder uitstrekten. Elders werden immers meer zalen gevonden maar de gangen er naar toe zijn lang geleden ingestort.
Oorsprong van de grotten
> In het boekje uit 1852 schrijft de toenmalige gids van Folx-les-Caves, Charles Racourt, dat de ontstaansgeschiedenis van deze grotten in het Romeinse tijdvak moet worden gesitueerd, dus zowat rond het begin van de jaartelling. Als bewijs daarvan vermeldt Charles Racourt de passage van de Romeinse heerweg Keulen-Bavay en de aanwezigheid van Romeinse sporen van bewoning in de regio, zoals de tumulus van Hottomont. Maurice Racourt volgde aanvankelijk die stelling van zijn voorouder maar herzag toch zijn mening op latere leeftijd. De sporen van uitgraving wijzen op het gebruik van horens van dieren als werktuig, wat zou betekenen dat ze kunnen zijn uitgegraven lang voor de mens over metalen werktuigen beschikte. In dit geval zijn de grotten dus veel ouder dan de Galloromeinse tijd. In de grotten van Bodart daarentegen zouden de sporen van uitgraving een veel regelmatiger en gelijker patroon vertonen en bovendien is er een harde steenlaag uitgegraven. Dat kan er op duiden dat die grotten wel later van origine zijn.
> Volgens sommige bronnen gaat de uitbouw van het grottencomplex zelfs terug tot de ijstijden, toen holbewoners warmere plaatsen opzochten om te ontsnappen aan de barre klimatologische omstandigheden van die tijd, een stelling die helemaal niet bewezen kan worden. Bovendien beschikten ze niet over het materiaal om zelfs over een hele generatie gespreid een grottencomplex uit te bouwen. Mogelijk werden ze gecreëerd in het late steentijdperk (vanaf 10.000 v/C) om er op grote schaal silex uit te exploiteren voor wapens en gebruiksvoorwerpen.
> De stelling dat de grotten zijn gemaakt tijdens de Romeinse bezetting heeft echter het meest aanhang. Sommigen menen dat de grotten eigenlijk een steengroeve waren voor de aanleg van de Romeinse weg Bavai – Tongeren die op ongeveer 4 km passeerde.
> De meest fantastische verklaring is die van de heksensabbatten die er werden gehouden onder de bescherming van Satan. Vriendelijker is de legende over de vlijtige kabouters die onversaagd aan de grotten werkten. Samengevat: Een sluitende verklaring over de oorsprong is er niet.
Fossielen en graveerkunst
> De grotten van Folx-les-Caves zijn sinds 1993 een beschermd monument. In de wanden zijn nog de ruwe inkervingen van pikhouwelen duidelijk te zien. Op sommige plaatsen zie je ook nog schelpjes in de rotswanden zitten. Meer fossielen zijn er in de vorm van sponzen en haaientanden. De bas-reliëfs en graffiti in de steen zijn relatief recent. De oudste nog leesbare inscripties gaan terug tot einde 18de, begin 19de eeuw. De bas-reliefs zijn nog jonger, de meesten zijn gemaakt in de eerste helft van de 20ste eeuw. Onderwerpen zijn vooral dierenmotieven maar ook koningsportretten.
Gedroomde schuilplaats
> De grotten hebben voor vanalles dienst gedaan. Ze waren ook de gedroomde schuilplaats in onzekere tijden. De dorpsbewoners vluchtten er in als vreemde legers het land afstroopten, of ze verborgen hun vee in de grotten. Dat was ook het geval bij de bloedige slag van Ramillies in 1706. Maar ook tijdens de 2 wereldoorlogen dienden ze nog als schuilplaats voor soldaten en weerstanders. Er werden zelfs verboden missen opgedragen in de woelige jaren van de Franse Revolutie, wat doet denken aan de allereerste christelijke missen in de Italiaanse catacomben. Sporen daarvan zijn nog merkbaar in een kleinere zaal die als kapel was ingericht met religieuze inkervingen, helaas wat verminkt door graffiti.
Dansvloer
> Merkwaardig is ook dat je er een dansvloer vindt. In 1952, rond Pinksteren werd er een ondergronds bal ingericht, met kandelaars en al. Het was zo'n succes dat er tot 1989 jaarlijks een bal plaats vond. Nu zijn die dansevenementen verboden omwille van veiligheidsredenen: Weinig evacuatiemogelijkheden. De 'Salle de fête' is met een lengte van zowat 50 meter de grootste. De mooiste is zonder twijfel de 'Salle des arcades', de enorme 'steunpilaren' en gebogen lijnen hebben iets mysterieus. Dit is zeker ook het meest fotogenieke deel.
Champignons
> In 1828 was er een aardbeving in de streek waarbij een aantal galerijen zijn ingestort en voor altijd vernietigd. Enkele jaren later, vanaf de Belgische onafhankelijkheid, begint dan voor de grotten van Folx-les-Caves een timide begin van het eerste toerisme, avonturiers nog in die tijd, die met fakkels in de grotten rond dwaalden. De grotten hebben ook bijna 100 jaar lang gediend om champignons te kweken, een teelt die eind 19de eeuw nog vrij exclusief was en kwam overgewaaid uit Frankrijk. Het was eigenaar Désiré Racourt die in België hier in 1886 voor het eerst champignons begon te kweken. Champignons waren vroeger een echte elitaire delicatesse. De prijs van 1 kilo champignons ging tot 25 frank de kilo, in een periode dat een dagloon zo’n 40 frank bedroeg. Er werden tot 180 kilo champignons per dag geplukt en de verse aanvoer van champignons hadden gretig aftrek in het nabijgelegen Brussel.
Ook in de grotten van Bodart werden champignons geteeld. De teelt in de grotten duurde tot 1975. Een sterke concurrentie en als gevolg ook stevige daling van de prijs maakte de champignonkweek in Folx-les-Caves niet langer rendabel.
Struikrover Pierre Colon
> En dan zijn er de legendes van de struikrover Colon, die hier zijn schuilplaats had. Hij wordt tegenwoordig afgeschilderd als een soort Robin Hood van Brabant. Zijn standbeeld bevindt zich bij de ingang van de grotten, aan de straatkant. Pierre Colon had zijn rovershol niet ver van de plek waar nu het huis van de Racourts staat. Als het duister gevallen was trok hij de velden in, tot de tanden gewapend. Zijn geliefkoosd doel was de omgeving langs de Romeinse weg. Hij ging er op de loer liggen naar passerende handelaars, die met hun koopwaar onderweg waren naar Holland. De nietsvermoedende handelaars werden onverwacht aangevallen en beroofd van hun rijkdom. Zijn reputatie was na een tijd zo berucht dat niemand uit de streek 's zich 's nachts nog buiten waagde.
Zelfs overdag vermeed men angstvallig het gebied of men passeerde er onder bewaking. Niemand uit het dorp wou Colons schuilplaats verraden, eerder uit angst voor wraak dan uit sympathie voor hem. Wellicht was dat ook het motief waarom een klacht tegen hem in 1758 zonder gevolg werd geklasseerd. Niet eenvoudig dus om hem aan te houden, temeer daar hij onder zijn huis een geheime gang had gegraven die verbonden was met de grotten van Folx-les-Caves, waardoor hij zich bij een razzia kon verstoppen in het labyrint van onderaardse galerijen. Hij kende er elke hoek en kant. Colon bleek dus ongrijpbaar. Meer dan één gendarme moest het met zijn leven bekopen toen hij verloren in het donker Colon in de grotten probeerde te arresteren. Toch had de gevreesde en brute Colon ook zijn genereuze kant. Zo verdroeg hij geen onrecht tegen armen en schonk hij hen vaak een stuk van zijn rijke overvalsbuit. Op een dag in 1765 liet hij zich dan toch verrassen en kon hij worden aangehouden en opgesloten in de kerkers van het kasteel van Jauche. De triomf van het gerecht was echter van korte duur. Zijn vrouw, Marie Tirion, had een vijl verstopt in een taart die ze voor Colon had gebakken. Daarmee zaagde hij de tralies in de kerker door en kon hij ontsnappen. Voor hij
zich wegrepte uit Jauche ging hij nog snel even de ruiten ingooien van de schout die wellicht opdracht had gegeven tot zijn arrestatie. In zijn cel had hij een briefje achter gelaten voor de schout met de boodschap dat die een stevigere 'colombier' (= versterkte toren die dubbelt als duiventoren) moest bouwen als hij zijn duiven ('colons' = duiven = allusie op zijn familienaam) wou behouden. En zo ging het kat-en-muisspel verder tussen de vrijbuiter en de gerechtelijke overheid die nu echt klopjacht maakte op Colon. Hij kwam de grotten nog amper uit, behalve 's nachts als hij zijn strooptochten op de rijken voort zette. Op een dag in 1769 was het dan toch zover. Hij had zich in zijn onvoorzichtigheid toch nog eens uit de grotten gewaagd om met zijn familie het avondmaal te eten. Onverwacht vielen gendarmes binnen. Colon werd gearresteerd en onmiddellijk afgevoerd naar Namen waar hij en ook zijn naaste familie tot de dood met de strop werden veroordeeld. Het schavot werd opgericht niet ver van de grotteningang vandaan. De opgeknoopte lichamen bleven er nog wekenlang hangen om eventuele sympathisanten met Colon te ontmoedigen. Hun huis werd trouwens met de grond gelijk gemaakt.
> De TBW loopt onder de oude spoorlijn Namen – Tienen door (nu geasfalteerde RAVeL) en de veldweg vervolgt door meer open veld naar Ramillies. Dit open veld waardoor we nu en de volgende kilometers lopen was in de 18de eeuw het strijdtoneel voor de slag van Ramillies.
Onderweg naar Ramillies
> Terug bovengronds op de TBW. Aan de kerk van Folx-les-Caves loopt de TBW naar een gedeeltelijk gerestaureerde vierkantshoeve om daar links te lopen over een veldweg. Dit is ook de toegangsweg naar een huis. Net na het oversteken van de Kleine Gete rechts. Dit pad draait wat verder noordwestelijk en bereikt een kruispunt van onverharde paden. Rechts nemen en over een diep ingesneden hol pad naar een volgende gerestaureerd oud hoevegebouw. De padmarkering is hier niet zo duidelijk. Aan dit woonhuis links en dadelijk links aanhouden over een grassig pad (lokaal wandelpad met gele bordjes volgen). Op deze wat afgelegen plek is ook vlakbij een café-restaurant.
> We zijn nu 160 km gevorderd over de Tour du Brabant Wallon. Over een paar kilometers volgt de TBW nu een grassig pad, dat af en toe flink overgroeid kan zijn. Zo bereik je Jauche, een vrij groot dorp. De eerste straat links en na 100 meter rechts een buurtpad op. Steeds rechtdoor over dit buurtpad. Aan een T links om kort daarna het markplein van Jauche te bereiken.
Jauche
> De imposante en fotogenieke kasteeltorens uit de 17de eeuw en met sierlijke daken domineren dit plein. In feite is deze gevel het enige wat nog is overgebleven van het kasteel. Een groot deel is verdwenen bij de aanleg van spoorlijn L147 die vlak achter de kasteelmuren loopt. Dit is ook het kasteel waar vrijbuiter Pierre Colon werd opgesloten in 1765 (zie geschiedenis grotten Folx-les-Caves). Toen Colon hier gevangen zat moet de kerk naast de torens net in aanbouw zijn geweest, ze werd immers opgetrokken tussen 1763 en 1766.
> Rechts op het plein. Links heel even de drukke N240 op en dadelijk de eerste straat rechts. Deze leidt naar het voormalige treinstation van Jauche, nu restaurant. In 2007 werd ook hier de oude treinbedding geasfalteerd. Je wandelt hier dus niet langer tussen opgeschoten struiken en bomen zoals de topogids je vertelt, maar over een zwarte streep asfalt. Een goeie kilometer verder
moet je onopvallend LINKS afslaan, een helling af om dadelijk onder de oude spoorweg door te lopen en door een strook bos af te dalen in de vallei van de Kleine Gete. Een betonnen brugje helpt je het riviertje te overbruggen. Even stijgen naar een asfaltweg. Deze kruisen en over een holle schaduwrijke onverharde weg klimmen naar het plateau. Eens boven rechts op een betonweg die je helemaal tot in Orp-le-Petit brengt.
> De imposante kwadraathoeve 'Grande Ferme' in het centrum van Orp-le-Petit, langs de Kleine Gete, zijn 18de eeuws. Aan beide zijden van de voorkant wordt ze geflankeerd door stevige torens. In 2015 werd de dorpskerk afgebroken omdat ze in te slechte staat was, enkel het waardevolle gotisch koor bleef bewaard.
> In Orp het plein met de GR-wegwijzer over, de kleine Gete over en de Rue Joseph Jadot in. Aan een kasteel links, een wat stijgende weg op. Bij het einde van een lange bakstenen omheining en vlak na een kapel links langs de muur over een snel dalend pad dat weer bij de Kleine Gete komt.
> We zijn nu zowat 165 km opgeschoten over onze 217 km lange tocht door Waals-Brabant. Nog een goeie 50 km nog tot we weer in Waver zijn.
Orp-le-Grand
> In het centrum van Orp-le-Grand ligt de Sint-Maarten en Sint-Adèlekerk. Het is een schitterend Romaans kerkje. Echt mooi. Het kerkgebouw van Orp-le-Grand is één van de mooiste romaanse stijlvoorbeelden van Waals-Brabant of zelfs van heel Wallonië. Orp-le-Grand wordt vaak in één adem genoemd met de collegiale van Nijvel en de kerk van Bertem als mooiste Brabantse romaanse gebouwen.
> Ze werd gebouwd eind 11de – begin 12de eeuw. Sommige delen hebben wel wat verandering ondergaan in de loop der eeuwen als gevolg van oorlog en brand. Binnenin is ook nog een interessante romaanse crypte. Veel oud meubilair werd verwoest tijdens WO II, gelukkig bleven de romaanse muren gevrijwaard. De restauratie werd zeer zorgvuldig uitgevoerd.
Men ging zelfs zover om een oude lokale steengroeve te Orp te heropenen om er de passende steen uit te halen waaruit ook de rest van de kerk mee was gebouwd.
> Patroonheiligen zijn Sint-Maarten en Sinte-Adèle. Die laatste werd als kind blind geboren maar kreeg haar zicht terug na een bezoek aan het graf van Sint-Lambertus. Onder bescherming van Pepijn van Herstal sticht Sint-Adèle een klooster. Elders in Orp-le-Grand bevindt zich ook een neogotische kapel ter ere van Sinte-Adèle met vlakbij een bron die miraculeus water produceert tegen oogziekten. Jaarlijks gaat ook nog een processie uit ter ere van Sinte-Adèle.
> Over de Tour du Brabant Wallon passeren we haast ongemerkt het hoogste punt van de hele tocht, midden op het Brabantse leemplateau en getopt met windmolens. Over een oude spoorlijn stomen we Perwez binnen om dan koers te zetten naar Ramillies. We trekken hier over vredige velden die ooit het strijdtoneel waren voor de bloedige Slag van Ramillies. In Folx-les-Caves gaan we ondergronds op ontdekking in de merkwaardige mergelgrotten. In de vallei van de Kleine Gete lopen we langs de dorpen Jauche, Orp-le-Petit en Orp-le-Grand waar een kasteel, vierkantshoeve en romaanse kerk de aandacht trekken. Een etappe vol afwisseling dus.
RAVeL tussen
Perwez en Petit-Rosière
De Sint-Maartenskerk van Perwez heeft een fotogenieke klokkentoren
Ferme de la Sart
Een stomende spoorbedding na een korte
maar hevige zomerse stortbui
Windmolenpark van Perwez
Bij de kerk van Ramillies staat een oud kanon maar het heeft wellicht niks te maken met de Slag van Ramillies
Over de verdwenen spoorlijn 147 naar Perwez
Langs de weidse velden van Brabants Haspengouw
All peace and quiet hier in de velden naar Ramillies,
dat was helemaal niet het geval op 23 mei 1706.
Ingang grotten
Bas-reliëf
Lang schuilen in de grotten moet deze kunstenaar zin voor wat fantasie hebben aangewakkerd.
Niet bijster geslaagd portret van Kon. Astrid
Dansvloer
Champignonkwekerij van
de familie Racourt
Standbeeld Pierre Colon
Kasteel Jauche, waar Colon nog even gevangen zat.
Orp-le-Petit, La Grande Ferme
Orp-le-Petit, bakermat van de groene pens
Orp-le-Grand, reliekschrijn
Relikwie
Orp-le-Grand, kerk
Folx-les-Caves
Generaal Marlborough


Ronde van Waals-Brabant - 217km