Startpagina > Wandelen > Via Arduinna
> Dit is een verslagje over de 5 km langere variante van Via Arduinna. Voor een vergelijking met de hoofdroute: Zie de pagina over wandelinfo. Een leuke tocht vol afwisseling, historie en natuurschoon. Voor GSM-nerds melden we er even bij dat er tijdens de laatste 8 km waarschijnlijk geen bereik zal zijn. In de plaats van ringtones krijg je vogelgefluit en een brok wilde Gaume-natuur.
> Aan de bronzen schelp voor de overdekte wasplaats van Suxy volgt Via Arduinna nog even de hoofdroute, de Vierre dus over en dan asfaltwegje links. Na een bocht rechtdoor tot een padsplitsing. Ditmaal lopen we rechtdoor over een wegje dat al snel hoogte opzoekt. Bij een laatste huis evolueert de padbodem naar onverhard. Achter jou ligt Suxy wit te schitteren in een groen decor.
> Zowat 5 km loop je over dit pad, dat consequent een Z-W richting aanhoudt. Afwisselende bebossing: Aanvankelijk vnl loofwoud van beuk en eik, verderop meer den.
> Dit pad, dat de meest direkte verbinding vormt tussen Suxy en Chiny wordt wellicht al sinds de vroege middeleeuwen belopen door kolenbranders en 'hotteuses'. 'Hotteuse' is frans voor 'mandendraagster'. De vrouwen van Chiny waren tot begin 20ste eeuw bekend voor hun arbeid van hout sprokkelen en vervoeren in grote puntvormige manden. De inwoners van de streek hadden namelijk van de graven van Chiny allemaal rechten om de omliggende bossen te exploiteren. In de 21ste eeuw kan je zo'n hotteuse eens 'proberen'... maar dan wel in de vorm van een smakelijk biertje met dezelfde naam (zie lager).
> Onderweg naar Chiny wordt je niet enkel geleid door de bordjes met het logo van Via Arduinna op. Overgroeid met boommos merk je op de oudere bomen hier en daar nog witrode streepjes, die zo kenmerkend zijn voor een GR-pad. Hier liep tot begin jaren '90 namelijk ook het Ardennen-Eifelpad, het traject werd verlegd naar de vallei van de Vierre (ook hoofdroute van Via Arduinna).
Via Arduinna, werp even een blik over je schouder voor een laatste zicht over Suxy
> Er is een variant traject van Via Arduinna over 1,8 km dat langs het centrum van Chiny loopt. De tocht gaat volledig over asfalt en eindigt bij de cafés gelegen aan de kayakkade bij de passerelle over de Semois. Je gaat eerst over de Pont Saint-Nicolas, klimt wat tot je ter hoogte van de grote kapel voor ND de Luxembourg rechts een kleiner asfaltwegje inslaat (rustbank). Kort daarna links langs het oude kerkhof.
> In de kerkhoftrap is een Santiagoschelp gemetseld. Het pad vervolgt nu in een draai naar links die je op een kruispunt brengt. Rechts hier, langs het 'nieuwe' kerkhof en langzaam afdalen over de asfaltweg naar de passerelle op de Semois, waar je weer de hoofdroute opneemt. Café-resto, kayak.
> Het zal je dus niet verwonderen dat deze etappe evenals de toekomstige volgende etappe van via Arduinna door gebied loopt dat ooit tot het machtige graafschap Chiny behoorde. Vreemd dat het dorp nooit is uitgegroeid tot een echte stad zoals Montmédy of Bouillon, nee Chiny straalt enkel de rust van eender welk ander Ardens of Gaums dorp. Enkel in de zomer kan het hier druk zijn, waarbij alle aktiviteit zicht concentreert rond de Semois.
> Terug naar de Pont Saint-Nicolas, om er de rechteroever van de Semois te volgen in het gezelschap van een pak andere lange en lokale paden, Het is een druk bewandeld pad dat meedraait met de Semoismeanders, de bodem is verhard met een substantie van gemalen zandsteen. Uiteindelijk kom je aan bij een passerelle over de Semois die je oversteekt. Ruiters over Via Arduinna moeten hier even rechts van de passerelle de rivier doorwaden. Op deze plaats, voorzien van horeca, kan er 's zomers flink wat toeristische drukte zijn. Hier kan je met de kayak te water of kan je op een platbootje van de 'Passeurs Réunis' de Semois afvaren.
> De huidige kapel van Martué - gewijd aan Sint-Rochus - werd in 1726 gebouwd, een datumsteen op het portaal is daar het bewijs van. Waarschijnlijk is de afbeelding boven het portaal dan ook altijd aanzien als een voorstelling van Sint-Rochus. Dat is in feite niet zo verwonderlijk: Sint-Rochus wordt vaak voorgesteld met staf en pelgrimshoed, net zoals zijn 'collega' Jacobus. Zelfs het bekende Sint-Jacobsschelpmotief is vaak aanwezig, hoewel Sint-Rochus naar Rome pelgrimeerde en niet naar Santiago de Compostela. Je kan de beelden van Jacobus de Meerdere en Sint-Rochus echter meestal wel vlot onderscheiden omdat Sint-Rochus de wonde, veroorzaakt door builenpest, toont en vaak in het gezelschap verkeerd van de hond die hem in leven hield door brood te brengen.
> De afbeelding boven het kapelportaal van Martué is echter totaal anders. Geen pelgrim of vrome apostel, maar de voorstelling van een verbeten strijder te paard. Met zo'n scene wordt Sint-Rochus echter nooit gerelateerd, maar wel Sint-Jacob. Het verhaal van Santiago, de onoverwinnelijke strijder, dateert uit de periode van de moorse bezetting in Spanje. In 842 vindt een belangrijke slag plaats tussen Spanjaarden en Moren, die toen het grootste deel van Spanje bezetten. Clavijo (17 km ten zuiden van Logroño en de huidige Camino de Santiago) was het strijdtoneel. De Spanjaarden
> Via Arduinna steekt dus de Semois over en gaat 100 meter verder bij het eerste kruispunt rechts. 200 meter verder neem je dan een pad links. We stellen hier voor om Via Arduinna even te verlaten door niet links af te slaan maar nog even rechtdoor te lopen en iets verder links af te slaan. Dit pad stijgt wat en na 10 minuten kom je voorbij het mooie uitzichtpunt 'Hat' (staat rechts aangeduid).
> Info Suxy: Zie verslag hoofdroute <
> Het pad dat Suxy met Chiny verbindt eindigt bij een kruispunt van verharde en onverharde wegen, vlak bij de mooie Pont-Saint-Nicolas. Bij deze brug start er een kort variant traject van Via Arduinna dat over de brug loopt en klimt naar het centrum van Chiny. De hoofdroute gaat die brug niet over, maar volgt naar rechts de Semoisoever.
Via Arduinna anno 1921, voorlopers van de 'rugzaktrekkers': Korfdraagsters waren tot WO II een vertrouwd zicht rond Chiny. Meestal werd gesprokkeld hout vervoerd. Bovenop sleurden ze vaak nog een horizontaal gelegen houtbundel mee. Rond 1960 verdween het ambacht volledig. (Postkaartfoto)
Sint-Niklaas en wapenschild Chiny
De graven van Chiny hadden op de burchtheuvel zicht over de Semois.
> Op het oude kerkhof van Chiny zijn in hoekje wat oude grafzerken bij elkaar geplaatst. Ze zijn allen vervaardigd uit lokale leisteen en geven een mooi beeld van 'kerkhofkunst' uit de 19de eeuw. Dit kerkhof is bijna 100 jaar verlaten eigenlijk, langs het 'nieuwe'
passeer je zo dadelijk. Hier op de site van het oude kerkhof, stond waarschijnlijk nog vroeger de oude burcht van de ooit zo machtige graven van Chiny. Elk spoor daarvan lijkt verdwenen.
> In Martué staat al eeuwenlang een gerechtskruis. Dit is niet zomaar een kruis langs de weg. Het symboliseert de vrijheden die het dorp ooit had verworven via de wet Beaumont. Het kruis dateert uit 1327 (!) en staat trots opgesteld aan de ingang van het dorp als je de Semois oversteekt. Behalve de Via Arduinna passeren ook de langeafstandspaden GR 16 (Sentier de la Semois) en Gaumeroute
> Het kruis stond er dus. Op 23 maart 2006 schepte boer Verger met zijn tractor per ongeluk het oude monument van zijn sokkel. De schade was vreselijk: Het kruis en de kolom waren opgetrokken in lokale kalksteen, eeuwen wind en regen hadden van het gerechtskruis een broos monument gemaakt. Alles lag in gruizelementen. Van ne 'lompen boer' gesproken!
> Sinds 1946 werd het kruis beschermd als monument, het oudste van de streek en zelfs vrij uniek in België. Er bleef nu enkel een sokkel over. Hoe het verder verliep? Er werden al plannen gemaakt om het kruis te reconstrueren met een kolom in lokale steen of in beton en waarbij fragmenten van het originele kruis zouden worden opgeslagen in de kapel van Martué.
Lacuisine
> Recent lijkt men nu toch de beslissing te hebben genomen om de kolom en het kruis herop te bouwen uit de originele stukken. Dat wordt een geduldwerkje, uitgevoerd door kunstenaars, want de schade was erg groot en alles is grotendeels gefragmenteerd. Met bindmiddel wordt dus alles terug zo goed mogelijk in elkaar gepuzzeld. In juli 2014 was het zover, het door de Brusselse restaurateur Vereecke herstelde 'Croix de Justice' staat weer op zijn plaats. De restauratie kostte 15.000 €.
> Bij het café vervolgt Via Arduinna door de N85 over te steken en het onverhard wegje te nemen dat dadelijk een bocht maakt en splitst. Hier neem je het meest rechtse (lagere) pad. We zullen de volgende 2 km bonk op de Frans-Belgische grens lopen, een kronkelende lijn die hier al sinds 1639 vast ligt.
> Aan een plaats die Fontaine du Taureau heet lopen we door de Fond de Nanty. 'Nanty' is afgeleid van het gallische woord 'nant' wat ravijn zou betekenen. We wandelen hier inderdaad door een bosgebied waar meer dan 2000 jaar geleden de Trevieren woonden. De Font de Nanty waarin we de hele tijd de gelijknamige grensbeek volgen is een prachtig stukje natuur. Hoewel in deze grensregio een
> De aanwezigheid van deze afbeelding in Martué past perfect bij de passage van pelgrims langs dit dorp. De naam van 'Martué' is waarschijnlijk afgeleid van 'Martin wé', het 'wed' van Martin. Een wed is een doorwaadbare plaats in een beek of rivier. Hiermee wordt uiteraard de passage door de Semois bedoeld, we zullen dadelijk langs Via Arduinna die plaats passeren. Martin of Maarten was wellicht de bezitter van de grond waarop deze doorwaadbare plaats lag in de vroege middeleeuwen. Waar een passage over een beek of rivier nu overal vlot wordt genomen door bruggen, was dat in de middeleeuwen niet zo evident. De weinige brugoverspanningen waren vaak in hout en verkeerden in slechte staat of spoelden 's winters weg. Vaak waren ze onderwerp van tolheffing. In Martué is waarschijnlijk nooit een brug geweest in de middeleeuwen wat niet betekende dat er geen tol moest worden betaald. Deze hindernissen waren dan ook vaak verzamelplaatsen voor reizigers zoals handelaars en pelgrims.
> Via Aduinna loopt naar de Semois en steekt deze in de 21ste eeuw niet via een wed over maar 'gewoon' via de brug. Hier heb je een prachtig uitzicht over Florenville en de relatief steile noordzijde van de eerste cuesta van de Gaume, we klimmen straks deze cuesta op. 's Morgens en 's avonds hangen er vaak mistflarden over de weiden hier, die het landschap iets mysterieus geven.
> Via Arduinna loopt door naar een driehoekig pleintje met kastanjelaars. Negeer alle andere markeringen van lange afstandspaden want die lopen hier echt alle kanten uit. Ons pelgrimspad draait niet naar Florenville maar blijft bij deze splitsing rechts houden en bij de volgende splitsing links. Het gaat wat steviger omhoog nu over een asfaltwegje dat naar het plateau op de eerste cuesta klimt. Na een strookje bos kom je op een wegkruising bij een kruis met zitbank aan de bosrand.
> Zo heb je ook het licht golvende plateau bereikt. De richting is duidelijk: Rechtdoor over het open landschap, kruising met de N83 (Florenville - Bouillon) en nog steeds rechtdoor over een veldweg die wat later langs hoge dennen passeert. Als je bos bereikt hou je dezelfde richting aan.
> 50 meter rechts langs de N85 is een oorlogsmonument, ter ere van de maquisards die in het Bois du Banel een belangrijke schuilplaats vonden om van hieruit het verzet tegen de Nazi's te organiseren tijdens de oorlog '40 - '45. Adelin Husson, verzetstrijder aan het hoofd van een onsamenhangend leger van duizenden verzetstrijders die opereerden van Limburg tot Lotharingen, richtte er zijn verborgen hoofdkwartier op. Ze organiseerden er ondermeer ontsnappingslijnen voor bevrijde gevangenen, maakten pamfletten en organiseerden spionageaktiviteiten. Bij een geplande levering van 30 ton wapens liep het verkeerd. De Duitsers waren getipt door infiltranten en omsingelden met 3000 soldaten het Bois du Banel op een vroege
> Het is een heerlijke plek voor een picknick. Om weer op Via Arduinna te komen vervolg je het paadje en neem je wat verderop links om zo weer op het hoofdpad te komen. Dit pad komt na een bocht naar rechts op de N894 (Chiny - Lacuisine). Vervolg deze asfaltweg zuidelijk om via de brug over de Semois Lacuisine binnen te lopen.
> Bij de oude watermolen loopt Via Arduinna volgens de topokaart links naar de spoorweg om deze over te steken en rechts te vervolgen. Op het terrein is er echter verschillende markering.
> Onderweg heb je een mooi zicht op de eerste cuesta van de Gaume waarop Florenville is gelegen. Het veldpad gaat over in een prettig graspad dat bij een boerderij (camping à la ferme) in het centrum van het dorpje Martué komt. Links (bron) naar de mooie kapel van Martué.
> Is het niet zo duidelijk loop dan gewoon bij het waterrad rechtdoor over de N85 tot net voorbij de kerk van Lacuisine. Neem voorbij de kerk de eerste weg links (wandelpaal met oa Via Arduinna-markering). Deze weg leidt naar de spoorlijn Dinant - Virton, die je oversteekt. Links en dadelijk rechts over een pad dat jaarlijks wordt omgeploegd door de boer die het omliggende veld bewerkt.
> Mede aanleiding tot de ontwikkeling van Via Arduinna was de ontdekking van een merkwaardige afbeelding van Sint-Jacob als 'matamoros' of 'morendoder. Je kan dat bas-reliëf bekijken op het fronton van de voorgevel, boven de (meestal gesloten) kapeldeur. De vraag is natuurlijk waarom dat beeld pas rond 1993 werd geïdentificeerd als een afbeelding van Sint-Jacob de Meerdere. De kapel zelf is gewijd aan Sint-Rochus, een erg populaire heilige die over heel Europa sterk aanwezig is in afbeeldingen, namen van oude hospitalen en kapellen. Zijn populariteit dankt hij aan het feit dat hij vroeger ondermeer werd aanroepen voor bescherming tegen ziekte en tegen de pest in het biezonder.
> De meest populaire verklaring voor de dorpsnaam 'Lacuisine' (= de keuken) is dat de graven van Chiny op deze locatie tijdens hun jachtpartijen in de 11de eeuw hier een soort kook- en eetplaats hadden.
> Begin 14de eeuw vertrok Sint-Rochus op pelgrimsreis naar Rome. Onderweg verzorgde en genas hij talrijke mensen die aan de builenpest leden, zonder onderscheid van klasse. Toen hij tijdens de terugweg van zijn pelgrimstocht zelf de pest kreeg werd hij geweigerd in een hospitaal omdat hij geen geld had. Hij leefde een tijd teruggetrokken in een kluizenaarsverblijf, afgelegen in bos. Een engel kwam hem verzorgen en de hond van een edelman kwam regelmatig brood brengen tot Sint-Rochus weer genezen was. De pest heeft in verscheidene periodes van de middeleeuwen, zowel in de stad als op het platteland, echte ravages veroorzaakt. In de Ardennen en de Gaume stierven sommige dorpen zelf uit door deze zeer besmettelijke ziekte, andere dorpen zagen hun inwonersaantal decimeren. De ziekte veroorzaakte een ware paniekgolf overal te lande, waarbij dorpsbewoners soms zelfs vluchtten uit hun dorp. Eénmaal getroffen door de builenpest had je meer kans te sterven dan te genezen. De laatste massale sterftes door pest vonden in België plaats in de 17de eeuw.
dreigen de slag te verliezen tot plots uit de hemel Santiago op een witte schimmel verschijnt. De Moren worden meedogenloos in de pan gehakt. Deze slag betekende een ommekeer en het begin van de Spaanse Reconquista (herovering). Niet verwonderlijk dat Sint-Jacob in Spanje ook de nationale patroon is.
> Terug naar Martué. Vreemd dat in een 'boerengat' zo'n afbeelding van Sint-Jacob verschijnt. Hier zijn enkele persoonlijke ideeën hierover. Mogelijk is het bas-reliëf met de afbeelding veel ouder dan het in 1726 opgetrokken kapelgebouw, het beeld in het timpaan lijkt eerder naar romaanse stijl te neigen (12de - 14de eeuw). Wellicht werd de steen herbruikt in de gevel. Op het eerste zicht lijkt de beeldhouwer gebruik te hebben gemaakt van lokale steen, het gaat dus wellicht niet over een uit het zuiden 'geïmporteerde' afbeelding. De stijl van het beeldhouwwerk is erg simplistisch, geen hoogstaande kunst, maar eerder een amateuristisch werk, noem het volkskunst. Vermoedelijk is de maker van de afbeelding zelf op tocht geweest naar Santiago de Compostela en heeft hij daar inspiratie gevonden op bestaande afbeeldingen.
> Het uitzicht van Martué als een typisch Gaums straatdorp van aaneengebouwde huizen met voor de woning een lange 'usoir' (voor stockering van hout, karren, mest) is nog mooi bewaard. Je draait bij een prachtige kastanjelaar mee met de hoofdweg (bron) naar links en daar staat het uniek gerechtskruis van Martué (of wat er nu van over is!).
Uitzichtpunt Hat
Martué, Sint-Rochuskapel
Wandelwegwijzers in Lacuisine
Links, het gerechtskruis, gefotografeerd in 2006, rechts de toestand in 2008.
Santiago Matamoros van Martué
Martué, klein Gaums straatdorp.
Miniatuur (14de eeuw) uit het oorkondenboek van de kathedraal van Santiago. Stijl en detail stemmen opvallend overeen met het bas-reliëf van Martué.
Lacuisine: Oud schoepenrad, behorende tot de molengebouwen en voormalige smidse op de achtergrond gelegen.
Markering van het oudste lange pad door de Semoisvallei: TCB-pad nr 4 'Sentier de la Semois' van Florenville naar Bouillon (en verder) uit 1923.
> Via Arduinna, die hier goed is gemarkeerd met de bekende groenblauwe tekens, komt op een breder pad dat je naar links neemt. We wandelen even later precies op de Belgisch-Franse grens. Een bocht brengt je bij de achterkant van het afgelegen café-resto Le Fond de Nanty bij de N85 (Florenville - Carignan) te Barrière Busch.
> Langs de Semoisoever staan een massa lokale paden gemarkeerd, dit is een erg populair wandelstuk, je zal hier niet alleen lopen. Vlakbij ligt ook de ‘Moulin Cambier’.
> De oude molen, ontwikkeld voor het malen van bloem werd gebouwd door éne Clement Lamain in 1844. De waterkracht werd geleverd door een afgeleid kanaaltje langs de Semois. Van 1862 tot 1907 kreeg de molen een functie als zagerij toen hij in 1862 werd aangekocht door Joseph Hauter, een Elzasser die in Chiny woonde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de molen door de Duitse bezetter dan weer getransformeerd tot electriciteitscentrale, een functie die hij ook na de oorlog, tot 1932, zou vervullen. Rond 1940 wordt de molen opgekocht door de 3 gezusters Cambier uit Brussel. Ze zullen de molen later donneren aan de gemeente Chiny. De molen en de omgeving er rond werden in 1973 geklasseerd als waardevol erfgoed.
> Vanaf 1980 krijgen het molengebouw en het domein een recreatieve bestemming, met ondermeer een picknickterrein en een soort strand. Vlakbij liggen ook inschepingoevers voor kajak en kano.
Café 'Le Fond de Nanty', langs de Belgische kant van de grens.
> In het molengebouw is ook een café-restaurant gevestigd, je kan er behalve een stempel op je wandelkaart ook een streekbiertje proeven: La Hotteuse’(= de korfdraagster). Nu ja, ‘streekbier’, ter plaatse serveert men het graag als een lokaal brouwsel, maar het wordt zeker niet van Semoiswater gemaakt... Dat was ook zo toen het bier in 1980 werd gelanceerd ter gelegenheid van het 1000-jarig bestaan van de stad Chiny. Le Maire uit Meix-devant-Virton was de brouwer. Enkele jaren later stopte deze brouwerij waarna de Hotteuse verhuisde naar Vlaanderen, bij brouwerij De Smedt uit Affligem.
> Het brouwen gebeurt in opdracht van een drankenbedrijf uit Pin-Izel (Chiny) die ook voor de verdeling zorgt in de streek. Het is niet zo gemakkelijk te achterhalen van waar de Hotteuse tegenwoordig uit de vaten komt, maar alles wijst er op dat Roman uit Mater (Oudenaarde) de brouwer is. De Hotteuse Grand Cru (8°) is een redelijk zwaar, sterk smakend en amberkleurig bier.
Chiny Pont Nicolas
> De huidige Pont Saint-Nicolas, met zijn bogen die over een rustige Semois reflecteren in volle cirkels, dateert maar uit 1955. Ze werd gebouwd nadat de vorige brug werd verwoest door de Franse genie in 1940. Sinds de middeleeuwen stonden de inwoners van Chiny en de omliggende dorpen in voor het onderhoud van de brug, in ruil kregen ze het gebruiksrecht van een nabijgelegen bos. Tot 1737 was dit een houten brug, waarna een stenen brug werd opgetrokken. Het beeldje van bescherm-heiligeSint-Niklaas dat midden op de brug staat is wellicht nog een overblijfsel van deze eerste stenen brug, hoewel het ook nog ouder kan zijn.
> Vlakbij (rechts voor de brug) is een camping, evenals het 'strand' van Chiny.
> Chiny is op het eerste zicht een dorp als een ander. Het dorp, dat slechts een kleine 1000 inwoners telt, heeft echter de status van ‘stad’ en boogt op een rijke geschiedenis. Het graafschap Chiny wordt gevormd tijdens de 2de helft van de 10de eeuw. Op het hoogtepunt van hun macht beheerden de graven van Chiny honderden dorpen. Zelfs Neufchâteau, Florenville, Virton en de Franse steden Carignan en Montmédy behoorden tot Chiny. De successie van graven kan in 2 dynastieën worden opgedeeld, waarbij de eerste machthebbers hun hoofdzetel hadden in Chiny, terwijl de latere graven Montmédy kozen. Tussen 980 en 1364 was het Chiny hét machtscentrum van het gebied dat nu de Gaume heet. Na 1364 werd het graafschap Chiny bij het hertogdom Luxemburg gevoegd.

Variant traject via Chiny-centrum
> Een aparte attraktie hier in Chiny is een boottochtje op de Semois. Dit is zelfs één van de oudste attrakties in de Ardennen. Al sinds 1868 kunnen bezoekers hier op platbootjes over 8 km de Semois afvaren. Algemeen wordt Aloïs Mercatoris gezien als de man die het allemaal in gang zette, toen hij als 15-jarige knaap reizigers begon te vervoeren. Een veerman met stuurstok loodst de toeristen over de bochtige Semois. 8 km meer stroomafwaarts, in Lacuisine wordt weer aangelegd, waarna je terug wandelt of op vervoer kan beroep doen.

> In 1912, wordt met het opkomende toerisme zelfs een heuse vereniging van veermannen opgericht, de Passeurs Réunis, die enkele tientallen veermannen groepeerde. De mooie tocht duurt iets langer dan een uur.

> Sinds de jaren ’70 hebben de kleine platbodems stevige concurrentie gekregen van flashy kano’s en kajaks. Tegenwoordig zijn er van deze tochtjes zelfs mini-boozecruise versies, eventueel met maaltijd. Het verschil met de kanoafvaarten wordt ook gemaakt doordat gidsen onderweg legendes en verhalen vertellen over het landschap waar je doorschuift over de Semois. De motorloze bootjes varen van april tot september en nemen maximum een tiental passagiers mee. Deze excursie is vooral populair bij jongere families, bejaarden en minder sportieve toeristen.

Chiny, platboottochtjes sinds 1868 (postkaart)
Chiny, 'embarcadère'
Lievevrouwebedstro
Dit is niet de officiële site van Via Arduinna.
> Je kan in 'Le Fond de Nanty' 110 X een verschillend bier drinken! Misschien niet het beste idee, er resten nog 8 km tot Orval (meer bier...). Het café is een oud grenshuis, groen oververfd, wat het een Iers cachet moet geven. Overdag kan je er rustig iets eten of drinken, 's avonds worden de boxen opengedraaid of zijn er live-optredens en scheuren de hardrockgitaren - vrij van burengezeur - door de bossen van Beauban en Banel.
18de juni 1943. Er werd een massale klopjacht gemaakt op de verzetsstrijders waarhij tien maquisards werden gedood. Adelin Husson werd gefusilleerd. Een aantal van de verzetstrijders en enkele Amerikaanse piloten die zich hier schuilhielden konden ontsnappen. Waarom dit bos zo geschikt was als schuilplaats merk je als je over de Gaumeroute het Bois du Banel doorkruist, het is een opvallend dicht bos.
> Volg je de N85 (met nogal wat verkeer) rechts verder dan kom je na 2 km in een bocht voorbij het moderne 'Pavillon du Sanglier', gelegen waar vroeger de Franse douanekantoren stonden. Het 'Pavillon du Sanglier' (= paviljoen van het everzwijn) is de belangrijkste toeristische dienst (met tentoonstellingsruimte) van het Pays des 3 Cantons (oa Carignan en Mouzon). Update juni 12. Dat is geen toeristische dienst meer.
pak langeafstandspaden lopen, zoals we in Chameleux zullen merken, is de Via Arduinna het enige lange pad dat door deze intieme beekvallei loopt. Na een goeie 2 km draai je plots links om kort daarna op een asfaltwegje te komen. Rechts hier. De ravijn wordt een brede groene vallei, je daalt langzaam naar het bijzondere plaatsje Chameleux.
Kleuren (en geuren!) in de Fond de Nanty: Bosjes daslook fleuren het beekdal op in april.
Via Arduinna, onderweg tussen de N83 en Barrière Busch.
Witte rapunzel
> Chameleux. De smalle vallei waarin het gehucht ligt fungeert als een bottleneck. Een waaier aan paden en wegen komen hier te samen. Zelfs de Romeinse weg maakt hier de enige echte bocht van het hele traject tussen Reims en Trier. Midden in de vallei loopt ook de grens tussen België en Frankrijk. Een oud verkeersbord verbood de doorgang op dit punt, aangezien er geen officieel douanekantoor was. Vlakbij ligt het dorpje Williers, hoog op een soort vooruitstekende rots. Heb je de tijd dan kan je er even naartoe wandelen. In Williers was het erg populaire caféetje 'Chez Odette' gelegen, het is nu een 'chambre d'hôte'. In Chameleux zelf kan je het gelijknamige café-restaurant moeilijk missen. Dit no-nonsense familierestaurant is een uitstekende plek om even uit te blazen voor de final run naar Orval. Je kan er ondermeer 'truite meunière' eten, de forel komt uit de vijver vlakbij.(Gesloten dinsdagnamiddag en woensdag.)
> Om hun veroverde gebieden beter te ontsluiten en militaire bewegingen vlot te kunnen laten verlopen trokken de Romeinen snelle rechte wegen. De weg door Chameleux dateert uit ongeveer 44 na Christus, dat kon worden bewezen door de vondst in Montauban van een mijlpaal die uit Etalle afkomstig was. De weg door Chameleux was van primair belang, hij verbond Trier met Reims, via ondermeer Aarlen. Soms lagen de woonkernen langs de weg te ver uit elkaar voor paard en mens. Daarom werden om de 15 kilometer een soort tussenstations ontwikkeld waar paarden konden worden gewisseld of gelaafd, en waar een aantal basisvoorzieningen voorhanden waren. Chameleux is zo'n relaisstation, gelegen tussen de stations van Carignan en Etalle. De site was in functie van de 1ste tot de 5de eeuw. Met het verval van het Romeinse rijk verdween ook voor een stuk de functionaliteit van de weg. Opgravingen vanaf de 19de eeuw brachten ook interessante vondsten uit die Romeinse periode aan het licht, zoals munten, keramiek en objecten uit de plaatselijke smidse. Die zaken verdwenen naar de musea in de streek. Wat je nu ziet aan ruïneresten zal je misschien wat
Het Romeinse relaisstation van Chameleux
teleurstellen. Enkel de basisfundamenten zijn nog over. Als je echter goed kijkt ontdek je een bepaald patroon in de ruïnes. Het (verhoogde) wegdek van de weg Trier-Reims met aan de wegkant een kolommenrij en de gebouwen voor facilitaire voorzieningen zijn duidelijk te ontwaren. Als het toch niet zo zichtbaar is verklaren de infopanelen op de site wel de lay-out voor jou. De weg Reims-Trier is op een kaart van Zuid-Luxemburg nog gemakkelijk te onderscheiden. Grote delen ervan zijn nu veldweg of een rustige landweg. Zoek naar 'Chaussée Brunehaut' of 'Chaussée Romaine' op je topokaart. Ook op het hoofdtraject van Via Arduinna passeerden we deze belangrijke weg al. Wandelen over het hele traject van deze weg is wellicht een leuke oefening in kaartlezen, door het rechte traject is fietsen misschien nog een beter idee.
Oud verkeersbord dat de grens-overgang door Chameleux verbood.
Bord sneuvelde in 2008.
> In Chameleux steekt Via Arduinna even de Franse grens over om 30 meter na café 'Le Chamleux' scherp links te gaan. Bij een brugje heb je rechts een bron. De rest van het traject, zo'n 5 km, loop je gewoon maar rechtdoor langs de oever van de beek Williers. Via Arduinna verkeert in het gezelschap van andere langeafstandspaden: Gaume Buissonnière, Gaumeroute en GR 16 - GR151. Het is een prettig wandelpad, erg populair bij wandelaars. Onderweg wordt het pad even smal als het op de wat geërodeerde beekoever loopt. Uiteindelijk bereik je Orval bij het grote kruispunt met de weg Florenville - Virton. Wil je naar de abdijgebouwen ga dan 400 meter naar links.
> In het asfalt is de vertrouwde bronzen Sint-Jacobsschelp aangebracht. Ze wijst naar het zuiden, naar de paden die door de mensen achter het Via Arduinnaproject in de toekomst zullen worden gemarkeerd.... wordt ooit nog vervolgd....
> Info Orval: Zie verslag hoofdroute <

 

 

 

 

 

Via Arduinna
Suxy - Orval (20 km/25 km)