Overzichtskaart
> De 'koninginnerit' van onze tocht over het Krijtlandpad. Vanuit Slenaken lopen we een tijd vlak bij de grens met Vlaanderen. Via het Onderste en Bovenste Bos duiken we over een veldweg een stuk lager, langs de vakwerkhuizen van Terziet, in de vallei van de Geul nabij Epen. Voorbij de mooi gerestaureerde volmolen van Epen beginnen we na een tijdje over de sterkste doorlopende padstijging van heel Nederland, we klimmen van 100 naar 260 meter hoogte door het uitgestrekte Vijlenerbos. Even uithijgen bij Café 't Hijgend Hert waar we gaan dalen, niet voor lang echter. Eens op en over nog 'een col' stijgen we weer 130 meter hoger naar het hoogste punt van Nederland, het drielandenpunt NL - B - D bij Vaals op 325 meter hoogte. We zetten door meer
bos de daling in naar grensstad Vaals. Daarna begint een tocht langs oude pelgrimsplaatsen: Het mooie dorpje Holset, langs de hoogstgelegen kerk van Nederland te Vijlen, door de velden naar het klooster van Wittem en voor we in Gulpen de vallei van de Gulp inkomen wacht er eerst nog een calvarietocht over de Gulperberg, getopt met een groot Mariabeeld. Zowaar een Nederlandse bergetappe dus én een vijfsterrentraject! Speciale aandacht vandaag voor grenspalen.
Startpagina > Wandelen > Krijtlandpad
> Gewapend met mijn topogidsje over het Krijtlandpad en mijn wandelstok ben ik vroeg op pad voor een lange etappe. Over een stijgend asfaltpaadje Slenaken uit. Het landschap golft hier stevig. We krijgen mooie uitzichten over Slenaken en de beboste omgeving, terwijl we verder stijgen. In de padberm groeien ondermeer rode kornoelje, sleedoorn, bosroos, geel nagelkruid en grote ereprijs. Even langs een bredere asfaltweg om dan rechts naar het 'Onderste Bos' toe te lopen.
> Terug in Slenaken. Mergelland, Krijtland, Heuvelland, Klein-Zwitserland, lyrische namen genoeg die op deze streek worden geplakt. Een mooi klein dorpje overigens: Kerktoren met daarrond een oud kerkhof, een bron, een oude pastorij met museum en nogal wat tavernes, restaurants en familiehotels die wijzen op de lange toeristische traditie van dit stukje Nederlands Limburg. Slenaken (of Sjlennich zoals men hier zegt) was lang een onafhankelijke gemeente, tegenwoordig hoort het dorp bij de gemeente Gulpen.
> Het Onderste Bos in de huidige vorm is geen oud bos. Eeuwenlang was het eerder een wastine, bestaande uit struikheide, bomen en kreupelhout. De boeren uit Eperheide lieten er hun vee rondstruinen en kapten er overvloedig hakhout voor hun levensonderhoud. Het waren arme gemeenschapsgronden tot begin 18de eeuw, tot onder het Franse bewind de gemeente in eigenaar werd. Eigenlijk veranderde het gebruik van het bos niet onmiddellijk.
> Het onderscheid in Onderste en Bovenste Bos dateert wellicht ook uit die tijd. Hiermee werd eigenlijk een al lang bestaand vruchtgebruik bevestigd: De inwoners van Eperheide 'gebruikten' het Onderste Bos en die van Diependal het Bovenste Bos.
> De wastine is pas echt naar bos geëvolueerd als eind 19de eeuw de schapenhouderij in de streek begon uit te doven en het gebied dus niet meer zo sterk werd begraasd. De economische rol van het gebied was uitgespeeld in de 20ste eeuw en het bos kwam onder Staatbosbeheer (= te vergelijken met Natuur en Bos in Vlaanderen) in 1968. De voorbije decennia wordt geëxperimenteerd om een compromis te vinden tussen het oude halfopen heidebos en dichter bos. Het kernwoord daarbij is biodiversiteit, biotopen creëren of herstellen die een gevarieerde ontwikkeling van fauna en flora mogelijk maken.
> We lopen tijdelijk op enkele meters van de grens tussen Nederland en België. Onderweg door dit bos ben ik even naar de grenspalen gaan speuren, ze staan verstopt opgesteld in het struikgewas, krak op de rand tussen bos en akker / weide. Aan de andere kant van de grens ligt Teuven (gemeente Voeren). Op de topografische kaarten in je wandelgids staan de palen genummerd aangeduid met de afkorting 'Gp' (= grenspaal).
> De mooie gietijzeren hoofdpalen zijn gegoten door Cockerill en werden geplaatst in 1843 als gevolg van de grensvastlegging in 1839 tussen Nederland en het nieuwe België. We zullen trouwens straks bij nr 1 passeren op het drielandepunt bij Vaals.
> Als je echter wat speurt zal je nog veel meer maar lagere tussenpalen ontdekken. Zo vind je misschien tussen paal 15 en 16 de arduinen tussenpaal of 'hulppaal' 16a. Hij heeft een stompe top en steekt maar ongeveer 30 centimeter uit de bosgrond.
> Dat is nog niet alles. Er zijn hier op de bosrand een pak nog kleinere - betonnen - tussenpalen, ze zijn langs de zijkant genummerd van 1 tot ongeveer 29 en bovenaan hebben ze allen het nummer 15. Waarom nog eens zoveel palen? Grenspalenkenner Aafko Tuin geeft er volgende uitleg aan. In de jaren '70 moet er een dispuut zijn geweest tussen de eigenaar van het Onderste Bos (Staatsbosbeheer) en landbouwer Roex van de Gieveldhoeve (dat is de boerderij die je ziet aan de Voerens kant van de grens), die bomen had gekapt die tot het Onderste Bos behoorden. De Belgische en Nederlandse overheid besloten een extra palenreeks te plaatsen. Die palen kwamen er in 1978.
> We lopen door het Onderste Bos een tijdje tussen de grens (de bosrand) en het Kinkepad. Dat pad is een oude handelsweg, gebruikt door marktkramers (= kinkers) om tussen Gulpen en Aubel te reizen. Bij een kruispunt van paden links dieper het Onderste Bos in. Het Krijtlandpad loopt verderop door een bosdeel waar flink aan bomenkap is gedaan. De oude paaltjes in geelrode kleuren die je moeten gidsen zijn veelal los tegen een boom geplaatst.
herkenbaar zijn in het landschap. Ze werden gebouwd voor personen die aanzien of macht hadden binnen de gemeenschap. Lang werden ze totaal genegeerd of als hinderlijk gezien. Tot niet lang geleden was ééntje zelfs nog een 'springschans' voor mountainbikers. Ze hebben nu het statuut van archeologisch monument.
> Verder zuidelijk neemt het Krijtlandpad vrij kort na elkaar een aantal padwissels, volg goed de padmarkering, zo moet je een tweede grafheuvel bereiken. Een heuvel die de bijnaam kreeg van 'fransozenheuvel' omdat de volksgossip lang dacht dat hier soldaten van Napoleons leger begraven lagen.
> Hier start de graduele klim naar het hoogste punt van Nederland, gelegen op het drielandenpunt van de Vaalserberg (325 meter). Een wat vervelend asfaltwegje klimt eerst naar het dorp Wolfhaag. De nummerplaten van de auto's voor de huizen verraden dat hier ook nogal wat Duitsers wonen, hoewel we weldegelijk nog in Nederland zijn. Update mei 2015. Het tracé van Het Krijtlandpad werd bij Wolfshaag sterk verbeterd. Je wandelt niet meer langere tijd over asfalt maar door natuurgebied van Stichting Ark. Even vlakt de klim wat uit, je kruist de weg Vaals - Gemmenich en daalt langs veld licht naar een veldkruis op een dikke boom. Hier rechts voor een volgende klim over een stenig pad. Eens weer in bos ga je links om gradueel verder te stijgen. Het vrij brede bospad vlakt uit na 500 meter en even later bereik je de eerste gebouwen van de Nederlandse kant van het drielandenpunt. Boven staat ook een groot ANWB-infobord over het Krijtlandpad.
> Nog aan Nederlandse kant van de grens staat een groepje van 3 grenspalen. Ze moeten een grenspaal van ieder land voorstellen. Een grens wordt uiteraard gevormd tussen minstens 2 landen en het gaat dan ook over 'gemeenschappelijke palen', maar zelfs dat is niet correct.
1. De paal op de voorgrond van de foto links is helemaal niet historisch. Het is een arduinen paal die door de VVV van Vaals in 1928 werd geplaatst voor de fun.
2. De middenste paal is wel een orginele grenspaal uit 1843. Hij bakent de grens af tussen Nederland en het toen nieuwe België. Aangezien de 369 palen op de Belgisch-Nederlandse grens werden genummerd vanaf de Vaalserberg, draagt deze dus het nummer 1. De gietijzeren paal, die is getopt met een gestileerde dennenappel, is gegoten in de Cockerillfabrieken van Luik.
3. De achterste arduinen paal is de oudste, hij maakt deel uit van oude grensafbakening tussen de Nederlanden en Pruisen, uit de tijd dat België en het GH Luxemburg nog tot de Nederlanden hoorden en de Oostkantons bij Pruisen waren. De meeste van die 'Pruisische' palen werden met de latere grensverschuivingen niet weg genomen. De nr 1 stond op het drielandenpunt van Schengen en deze
paal, met nummer 193, is er gewoon eentje uit die rij, hij vormde dus niet het eind- of beginpunt in een markeringslijn, de nummering loopt gewoon door richting Vaals. Sinds de jaren '20 van vorige eeuw staat dit trio hier broederlijk naast mekaar opgesteld, gewoon als symbool. Het lijkt erop dat de Nederlandse VVV van Vaals destijds gewoon de attraktie van het drielandenpunt wat naar zich heeft willen toetrekken want ze staan nu duidelijk op Nederlands grondgebied.
> Het echte drielanden- of vierlandenpunt ligt 50 meter verder, richting Boudewijntoren. De paal daar staat op een klinkerterras waarin de oude grenslijnen zijn uitgetekend. De paal is een kopie van een zogenaamde Pruisische paal, zoals nr 193 maar hij is eigenlijk een symbolisch Duits geschenk voor oorlogsschade. Hij is dus jonger dan de andere 3 palen. Hij draagt het nummer 1032 en is daarmee de laatste in rij van de grensmarkering tussen het huidige Duitsland en België, zoals bepaald in het Verdrag ven Versailles in 1919. Die grenspalenlijn (waarvan nr 1032 geen typisch voorbeeld is) werd geplaatst in de jaren '50 van vorige eeuw en de nummering begint op het drielandenpunt L / D / B nabij het dorpje Ouren.
> Dan is er natuurlijk nog het verhaal van Neutraal-Moresnet (= het huidige Kelmis), een eeuw lang neutraal gebied omdat Nederland en Pruisen het niet eens raakten over wie de rijke zinkmijnontginning mocht krijgen bij de grensbepaling na het Napoleontische regime in 1815. Ook na de Belgische onafhankelijkheid bleef het gebied neutraal terrein tot het Verdrag aan Versailles in 1919 (na WO I) het gebied definitief bij België schoof. Eigenlijk werd het oude drielandenpunt hier dus tussen 1815 en 1830 gevormd door Pruisen, Nederland en Neutraal-Moresnet. Daarna was het tot 1919 dus een vierlandenpunt, tenminste als je Neutraal-Moresnet als een land beschouwt. Op de geschiedenis van Neutraal-Moresnet gaan we hier in dit verslag niet dieper op in, er is zoveel over te vertellen.
> Rond het drielandenpunt hangt zeker op vakantiedagen en tijdens weekends een kermissfeer. Vooral bij Nederlanderse dagjestoeristen is de plek nog steeds ongemeen populair. Nederland heeft dan ook maar één drielandenpunt (België heeft er 3 en Duitsland nog veel meer) en bovendien voelen Nederlanders zich hier in de bergen... op het hoogste punt van het land. Nogal wat ijskreemlikkende en fritvretende toeristen hier dus. Aan Nederlandse kant ligt ook nog een hagenlabyrint.
> Wil je het allemaal van nog wat hoger bekijken dan kan je de 50 meter hoge Boudewijntoren op voor enkel euro's. Zo heb je een mooi zicht over de Euregio boven de boomkruinen uit. Deze Boudewijntoren (die uiteraard op Belgische bodem staat) werd gebouwd in 1993. Hij is voorzien van een lift en vervangt een ouder exemplaar uit 1970.
> Een pak lange afstandspaden komen langs het drielandenpunt. Behalve lokale paden en het Krijtlandpad passeren hier ondermeer ook GR 128 (Vlaanderenroute), GR 563 (Herve), de Zuid-Limburg wandelroute en de hoofdas van Grenzrouten.
> Het Krijtlandpad loopt dus noordelijk verder, op de grens Nederland - Duitsland. Het Krijtlandpad blijft strict op Nederlandse bodem. We gaan dus vlak VOOR het eigenlijke drielandenpunt links een bospaadje op. Zoals we eerder opmerkten is grenspaal 193 niet de laatste paal in die rij. Paal 194 staat echter pas een paar kilometer verder. We zullen tussen die 2 palen een reeks tussenpalen volgen, genummerd van 193A tot 193H. Hier loopt ook een natuurleerpad dat onderdeel is van het Grenzrouten-net.
> Even later komen we langs een prachtige grenspaal. Een 'Oostenrijkse' adelaar symoliseert hier de grens van het oude Aachense Reich. De gebeeldhouwde steen dateert uit ongeveer 1450!
> Zowat 900 meter na het drielandenpunt komt het Krijtlandpad voorbij de Wilhelminatoren, die wat verscholen in het bos staat. De eerste uitkijktoren werd hier in 1905 gebouwd, veel vroeger dan de Boudewijntoren dus. De toren had te lijden onder stormschade, blikseminslag en vernielingen tijdens de 2 Wereldoorlogen. Hij werd na WO II afgebroken. In 1951 opende een nieuwe, hogere toren. In 2010 was de toren echter te bouwvallig geworden. Een nieuwe toren met 'skywalk' opende in juli 2011.
> Kort na de passage in de buurt van de Wilhelminatoren verlaat je de grenslijn en buig je links af. Een snelle daling brengt je op een hol wegje, rechts hier en verder dalen. Langs een residentieel appartementsblok en zo daal je door een woonwijk naar het centrum van Vaals.
> Vlak voor de Sint-Pauluskerk links en langs het stadsmuseum en het grote Van Clermontplein. Deze grensgemeente heeft eerder een wat Duits uitzicht. Er zijn een aantal indrukwekkende gebouwen in Vaals, wat wijst op de lange geschiedenis van dit stadje. Het is de moeite om - als je de tijd hebt - voor Vaals wat meer tijd uit te trekken. In dit grensstadje wordt een mengeling aan streektalen gesproken.
> Voorbij het Van Clermontplein hou je nu 2 km een noordwestelijke richting aan, door woonwijken, langs een luxueus hotel (Bloemendalkasteel), een voetgangersbrug over en verder dalen tot bij de oude Schuurmolen.
> Het Krijtlandpand neemt onmiddellijk na de Schuurmolen via een draaihekje een pad door een weide. Dit pad loopt aanvankelijk wat parallel met de Zeiversbeek en kan af en toe flink drassig zijn bij nat weer.
> Het werkelijke traject van dit paadje klopte niet met de trajectintekening op het topografische kaartje in de gids. Even later maak je immers een kwartdraai rechts langs de rand van een tweede weide, met links een dubbele palenafspanning. Een paar honderd meter licht hogerop ga je dan links door een volgend draaihekje. Er volgen meer drassige passages, en het pad kan 's zomers nogal dichtgegroeid zijn. Zo kom je uiteindelijk op een klein asfaltwegje, waar je rechts gaat. Steeds rechtdoor nu, op de kerk van het kleine dorp Holset af.
> Holset is een bijzonder plaatsje. Het mooie kerkje heeft een erg oude geschiedenis en is ook nu nog een vrij populaire bedevaartsplaats voor pelgrims, vooral uit de regio Aken. De Heilige Genoveva, geneester van oogziekten is er 'de star'. De Genoveva die hier wordt vereerd is niet die van Brabant maar Genoveva van Parijs, een 5de eeuwse Frans heilige die ondermeer haar moeder van blindheid heeft genezen door gezegend water op haar ogen te sprenkelen.
> Op het moment dat ik bij de kerk passeer is er net een Duitse pelgrimsdienst aan de gang. Een mooi excuus om in afwachting van een bezoek mij even op het terras van café Oud-Holset , tegenover de kerk, neer te vleien. Het café biedt trouwens ook overnachting aan en is een etappeplaats op het 55 km lange Kroegjesroutepad. Binnenin de kerk, die niet veel groter is dan een kapel, staat het beeld van de heilige Genoveva en kan je ook Genovevawater verkrijgen.
> De verering is gelinkt met allerlei oude legendes en mirakels, ook over de passage hier van de heilige Lambertus, die eveneens parochiepatroon is. Achter het kerkje is er ook nog een Lourdesgrot maar voor Genoveva was de Mariaverering nooit echt concurrentie.
> Hier dus weer het Krijtlandpad opgepikt. Holset is goed gelegen als je van het meest oostelijke deel van het Krijtlandpad een dagrondwandeling wil maken. Op minder dan 1 km passeert immers het zuidelijke deel van het traject. De dag is nog niet ten einde, er resten nog een 12 à 13 km tot Gulpen. Het volgende deel van het Krijtlandpad is ietsje minder aantrekkelijk maar we zijn de voorbije 25 kilometer echt al verwend geweest qua afwisseling. Het blijft prettig wandelen, zei het over iets meer asfalt.
> Over een holle weg in open veld naar Harles. Voor het Krijtlandpad dit gehucht bereikt moet je rechts een dalende holle weg in (niet het MTB-paadje net ervoor). Voorbij Harles klim je wat over een asfaltweg naar een grotere weg met meer verkeer. Rechts daar bij een bushalte. Na 600 meter bereik je een kruispunt waar je de hoofdweg
verlaat voor een sterk dalend asfaltwegje in het Mechelderbeekdal, een natuurgebied. 150 meter verder rechts door een draaihekje. Een prettig pad loopt door weiden en boomgaarden op een grassige heuvelflank naar de hooggelegen kerk van Vijlen toe.
> Vijlen heeft de faam van het hoogstgelegen Nederlandse dorp te zijn. Wat de hoogteligging van de Sint-Martinuskerk betreft bestaat er alvast geen twijfel. Met een ligging op een rotsige helling 242 meter boven de zeespiegel, piekt ze echt over het omliggende land.
> De grafheuvels in het Vijlenerbos waarlangs we vanmorgen passeerden, wijzen er op dat er in de streek al duizenden jaren bewoning moet zijn. Hoe lang er al een woonkern is hier in Vijlen zelf is moeilijk precies te achterhalen. De plaatsnaam Vijlen is wellicht een afgeleide van het Romeinse 'villa', wat dan zou betekenen dat er al minstens sinds het Galloromeinse tijdvak een woonkern moet zijn. Vandaag is Vijlen met een goeie 1500 inwoners één van de grotere dorpen van de streek.
> Het Krijtlandpad loopt niet door het centrum van Vijlen maar draait scherp af bij een Mariabeeld. Vijlen is maar een kort trappenpad verwijderd. In het centrum vind je ondermeer een VVV, het wandelcafé van Yvonne Cox ('A gen Kirk'), en een buurtwinkel.
> Dus langs het Mariabeeld naar beneden om bij een kruispunt rechts te gaan over een asfaltweg. Voorbij een volgend kruispunt kom je langs een boerderij-camping, waar je rechts gaat om een slingerend asfaltweg te volgen. In een bocht neem je een paadje links, dat afwisselend tussen hagen en weiden loopt met ook hier weer mooie uitzichten over het Heuvelland. Onmiddellijk na de kruising met een asfaltweg een met steenslag verharde weg op naar links. Je loopt hier langs de rand van het dorp Nijswiller.
> De weg draait 90° rechts 500 meter verder om dan te klimmen over 1,5 km naar de Kruisberg. Hoogteverschil ongeveer 60 meter. De zessprong op de Kruisberg is wellicht zeer oud. Er staat een eik en een memoriekruis voor Arnold Bouillon. De Duitstalige tekst op de herdenkingssteen vertelt het volgende 'de dood kwam hier als een dief in de nacht'. Wat is hier gebeurd? Boerenknecht Arnold was op weg tussen Eys en Wahlwiller toen er een hevig onweer uitbrak. Hij liep naar de boom hier om te schuilen maar de bliksen sloeg in...
> Aan de jonge boom (vroeger stond er een forsere) neem je de weg linksvoor, deze weg houdt een hele tijd goed hoogte op het plateau,
daarbij heb je uitzichten over vele dorpen in de valleien aan beide zijden. Je bereikt de verbindingsweg tussen Eys en Wittem bij een oorlogsmonument. Het Krijtlandpad vervolgt naar links achter dit monument. Een prachtige holle weg daalt af van het plateau naar de vallei van de Geul, daarbij passeer je nog een herdenkingsmonument aan WO II.
> Vooraleer je het gehucht Cartils bereikt, moet je wel even opletten, want het Krijtlandpad kiest plots voor een paadje naar links dat dwars door een veld loopt. Het pad wordt hier door de boer jaarlijks mee omgeploegd. Er staat een bordje om het pad aan te geven. Verderop moet je nog 2 maal van richting veranderen over een soortgelijk paadje. Het brengt je tot bij de kloostermuren van Wittem. Op de asfaltweg rechts naar het centrum van dit bedevaartsoord (alweer).
> Je kan de grote kapel bezoeken waar Sint-Gerardus wordt vereerd, een Italiaanse heilige die omwille van zijn mirakuleuze bedeltochten in de 18de eeuw verheven werd door Rome. De orde van redemptoristen, die zich sinds 1835 in Wittem vestigde vanuit Vlaanderen, telt ook een zalige in haar rangen: Petrus Donders, beter bekend als Peerke Donders (1809 -1887). Hij werd geboren in Tilburg (Noord-Brabant). Zijn eenvoudige komaf en twijfels over zijn
capaciteiten bemoeilijkten zijn roeping om priester te worden. Ook als monnik werd hij geweigerd, oa door de redemptoristen. Men was hem liever kwijt dan rijk blijkbaar, hij scheepte in als missionaris naar Suriname en zou er zijn hele verdere leven blijven. Zijn werk onder de leprozen en voor de verdrukte minderheden maakten hem legendarisch. Omwille van een herstructurering in de kerk werd hij redemptorist maar eigenlijk heeft hij dus nooit een voet gezet in het klooster van Wittem. Zijn hart lag in Suriname. Op 23 mei 1982 werd hij zalig verklaard. We vertellen dit verhaal omdat er sinds 2009, ter gelegenheid van de 200ste verjaardag van Peerke Donders, een ongemarkeerd maar volledig beschreven wandelpad is gemaakt van 156 km tussen Tiburg en Wittem via Vlaams Limburg, het Peerkepad.
> In Wittem zijn een aantal cafés en zowaar een soort supermarkt van heiligenbeelden, noveenkaarsen ed. In het centrum even rechts-links, door een dreef tot bij de grote weg Gulpen - Vaals. Het Krijtlandpad volgt deze weg naar rechts over een 200 meter, daarbij heb je een mooi zicht over de indrukwekkende kasteelhoeve van Wittem.
> Via een draaihekje een weide in, over het erf van een boerderij, om daar de meest rechtse weg te nemen richting Gulpen. Een laatste korte maar stevige klim ligt voor ons. Een trappenpaadje verderop brengt je aan de voet van een enorm Mariamonument dat de 157 meter hoge Gulperberg domineert. De hoge betonnen sokkel is in typische modernistische stijl uit de jaren '30 van vorige eeuw. Er komen hier een pak lokale paden te samen.
> Het Krijtlandpad houdt nog even hoogte op verharde paden om dan snel hoogte te verliezen over een trappenpad dat je meteen in het centrum van Gulpen dropt.
> Bij een open kruispunt van paden meedraaien in een flauwe bocht naar rechts tot je wat verder de ingang van het Bovenste Bos bereikt bij een ijzeren kruisbeeld. Voorbij de barrière van dit bos wandel je over prachtige bospaden. De ondergrond is er steniger en minder lemig dan in het Onderste Bos. Na een tijdje ga je wat dalen om dan links af te slaan.
> Wat ongewoon naar markeringsnormen hier, maar plots zie je geverfde witrode GR-tekens op de bomen: Het zijn 'Vlaamse tekens' van GR 128 Vlaanderenroute. Ze zijn aangebracht om je tijdig te verwittigen dat GR 128, na een lang gezamelijk traject met het Krijtlandpad, hier weer afsplitst. Volg je GR 128 dan kom je al snel bij grenspaal 15 en loop je verder richting Teuven. Met het Krijtlandpad blijven we echter binnen de Nederlandse grenzen.
> Na een paar bochten en een sterkere daling, gedeeltelijk over houten trappen, kom je bij de rand van het bos, een heerlijke plek om op de rustbank daar even uit te blazen. Voor ons ligt een schitterend weids landschap. Het is hier genieten van de rollende heuvels van het Krijtland.
> Een prachtig breed slingerend hol veldwegje loopt helemaal tot het gehucht Diependal. Onderweg zie je in de smalle maar steile padberm een bonte variatie aan wilde bloemen: Akkerwinde, heggenrank, gewone rolklaver en zelfs bosaardbeien groeien er. Bij de afslag naar het gehucht Diependal komen we op asfalt.
> Verder rechts naar het gehucht Terziet, waar je eerst links afslaat om dan rechts langs een boerderij-camping te lopen. Populair blijkbaar om hier een kleinschalige camping te openen, in die mate dat de gemeente een halt heeft toegeroepen aan de vestiging van nog meer campings.
> Volgens Wikipedia kreeg Terziet pas riolering rond het jaar 2000. Aan een T-kruispunt bij de camping links. Dit pad brengt je naar een brede asfaltweg in de buurt van Epen. Zo hebben we voor het eerst het dal van de Geul bereikt. Koeien staan er in de Boven-Geul af te koelen van de vroegzomerse hitte bij temperaturen boven 25°.
> Vandaag worden er nog regelmatig maaldemonstraties gegeven. Het verwerkte graan dient dan als veevoer voor een landbouwbedrijf in de streek. De watermolen is sinds 2009 ook een showstuk voor energiebedrijf Nuon dat ermee uitpakt om haar imago van groene stroomleverancier aan te scherpen.
> Met de slogan 'de enige berghut van Nederland' slaagt de goed draaiende horeca-zaak er in een massa dagjestoeristen en wandelaars aan te trekken. Het café is elke dag van het jaar geopend vanaf 11 uur. Behalve een pak lokale gemarkeerde en ongemarkeerde wandelingen werd ook het concept van de 'kroegjesroutes' ontwikkeld: Rondwandelingen, waaronder ook een langeafstandswandeling van 55 km, langs cafés in de grensstreek. Tijdens het weekend kan het onaangenaam druk zijn in 't Hijgend Hert.
> Het Krijtlandpad steekt over een kasseiwegje de Geul over om bij de Volmolen te arriveren. De rustieke gebouwen van de Epense watermolen lijken een oude geschiedenis uit te stralen. In feite is de geschiedenis ervan relatief jong in vergelijking met veel andere watermolens waarvan de ontstaansgeschiedenis terug gaat tot soms de 13de-14de eeuw. De volmolen van Epen kwam in bedrijf eind 18de eeuw. Hij werd gebouwd op de Geul voor de lakenindustrie, die toen in de steden van wat vandaag de Euregio is, een sterke bloei kende.
> Het waterrad bracht een mechanisme van stampplaten in beweging. Door middel van toegevoegde stoffen, zoals vetstoffen en urine, werden geweven stoffen tot hard textiel geperst, zoals lakens. De molen van Epen moet in die tijd echt een milieuvloek zijn geweest: Stankoverlast van de gebruikte produkten en sterke bezoedeling van de Geul. In de 19de eeuw groeide het molencomplex uit tot een echte textielfabriek, inclusief spinnerij. Een paar branden in 1867 en 1870 betekenden het einde van de volmolen. Nadien begon de Epense molen een nieuw leven als een traditionele graanmolen.
> Na 1900 worden gietijzeren turbines geplaatst. Na WO II verliest de watermolen zijn economisch belang en gaat hij uit bedrijf. Nadat in 1973 een groot deel van de infrastructuur verloren gaat aan nog een brand beginnen uitgebreide restauratiewerken om de watermolen te bewaren als geklasseerde graanmolen, in eigendom van Natuurmonumenten en beheerd door een vzw. Het binnenwerk komt grotendeels van een andere molen en ook het waterrad werd volledig nieuw geplaatst rond 1976. Eigenlijk heeft er nooit een rad met zo'n grote diameter gestaan. In 1977 werd het vernieuwde complex feestelijk geopend, niet enkel als monument maar hij wordt weer in bedrijf genomen voor commerciële graanverwerking tot bloem voor bakkers. Die laatste aktiviteit wordt na 1994 weer gestaakt door de overspoeling van de markt met goedkopere Duitse bloem.
> Rechts van de volmolen loop je via een draaihekje dwars over een weide om dan langs de rand van een bosje in het gehucht Terpoorten te komen. Hier begint misschien wel de grootste klim die je op een Nederlands pad kan doen: Van 110 meter naar 260 meter.
> Links bij dit tweede graf over een smal stenig paadje dat snel gaat dalen, het voert je naar de bosrand en je komt na een bocht op een asfaltwegje dat door rustig open landschap voert. Rechtsvoor ligt de Vaalserberg die we straks zullen 'beklimmen'. Langs een paar huizen daalt het rustige asfaltwegje verder naar het boerderijgehucht Meelenbroek, waar je rechts moet bij een zoveelste veldkruis. We zijn hier in deze beekvallei op ongeveer 200 meter hoogte.
> Aanvankelijk gaat het redelijk steil over een uitgesleten hol pad. Je klimt naar het Vijlenerbos. Dit bos van zowat 600 hectaren is eigendom van Staatsbosbeheer en maakt deel uit van een grensoverschrijdend bosgeheel dat 5 x zo groot is. Even vlakt het pad uit in de buurt van een café bij een asfaltweg, niet ver van het gehucht Camerig, om dan verder te stijgen over prettige bospaden. Hogerop bestaat het bos uit den. Zo bereik je een kruispunt van bospaden, waar je één van de paden links neemt. Na een tijdje bereik je een asfaltwegje dat je even links neemt om dan rechts langs café 't Hijgend Hert te lopen.
> Het pad draait verderop noordoostelijk om bij de volgende bosrand scherp rechts te gaan. Je hebt op dit punt een inkortingsmogelijkheid. Als de tocht langs het drielandenpunt te lang is kan je hier in plaats van scherp rechts te draaien, rechtdoor lopen. Een kilometer verder ben je dan in het dorp Holset waar het Krijtlandpad ook passeert. We volgen echter trouw het Krijtlandpad en draaien dus scherp rechts dieper het Malens Bos in. Langs het keiig pad groeit adelaarsvaren in dichte bosjes. Er volgen wat padwissels maar we houden een hele tijd een zuidelijke koers aan.
> Zo komen we diep in het bos langs een eerste grafheuvel uit de voorchristelijke tijd. Over de leeftijd van die grafheuvels verschilt de mening nogal. Ze worden gelinkt met de bronstijd (ongeveer 1500 v/C) of nog veel ouder (tot 5000 v/C). In de jaren '20 heeft een Akense archeoloog een aantal artifacten opgegraven, waaronder een sikkel.
> De aanwezigheid van zulke grafheuvels duidt er ook op dat hier waarschijnlijk in die tijd geen bos was, zodat ze in het gezichtsveld lagen van woonkernen. Er zijn verschillende graven in het Malensbos bekend maar wellicht waren er nog veel meer, het zijn waarschijnlijk enkel de grootste heuvels die vandaag nog wat
> Voorbij café-restaurant 't Hijgend Hert links en voorbij een huis meedraaien naar rechts. Bosrand rechts, weer een strook bos door en bij volgende bosrand terug rechts. Een prachtig sterk golvend landschap. Waar het bos niet te dicht is, groeit boswederik, een laag groeiende plant met vrij harde bladeren en gele bloemetjes. Hij is zeldzaam in Nederland maar langs dit deel van het Krijtlandpad komen we hem wel vaker tegen.
Slenaken, 18de eeuwse hoeve in de Waterstraat
Toegang tot het Onderste Bos
Hondsroos
Slenaken, gezien vanop het Krijtlandpad
Bloeiend dalkruid aan de voet van een beuk
Tussenpaaltje 20 van 29
Pad in het Bovenste Bos langs berkenbomen en een kruidlaag met adelaarsvarenoverwoekering.
Hulppaal 16a
Veldweg naar Diependal en Terziet
Hoofdgrenspaal nr 16
Terziet telt nogal wat vakwerkwoningen
Grote stinkzwam
Boscafé t' Hijgend Hert
Stijgend pad door het Vijlenerbos
Boswederik
Verlaat bij de Sint-Pauluskerk even het Krijtlandpad. Volg 50 meter rechtdoor de Kerkstraat en dan rechts de Akenerweg in. Na 100 meter kom je bij een gebouwtje dat er uitziet als een kapel. Het is de 'Ajjen Kleng Wach' en het ligt krak op de grens NL / D. Kleng
Wach = Kleine Wacht. In de middeleeuwen was hier de hoofdgrenspost, lang voor de Rijksweg werd gebouwd door Vaals. Nadien werd deze passageplaats dus 'de kleine wacht'. Het gebouwtje uit eind 19de eeuw is sinds 1994 het kleinste museum van Nederland geworden. Binnenin zie je een aantal 'grensobjecten', verzameld door de lokale heemkundige kring. Let ook even op de omgeving. Voor liefhebbers van grenspalen is het hier weer likkebaarden want je vindt hier zowel grenspaal 196 als een oude paal van het Aachense Reich (op de foto rechts onder).
Grafheuvel 2
Grafheuvel 1
Aan het Van Clermontplein met een grote beuk in het centrum van Vaals, liggen de 18de eeuwse gebouwen van een oud lakenbedrijf. Sinds eind 'jaren '70 is er het gemeentehuis van Vaals gevestigd.
Via stegeltjes op naar Holset
Holset, bedevaartsoord
Een goede slok heilig Genovevawater, ideaal om
beter de tekens van het Krijtlandpad te zien.
Vijlen, met de hoogst gelegen kerk van Nederland
Op de Kruisberg (rustbank) linksvoor verder
Over een dalende hollende weg langs graften naar Wittem
Veldpad naar Wittem
Noveenkaarsen van de Heilige Gerardus
Mariaberg op de Gulperberg
Mariaberg op de Gulperberg
Kasteelboerderij te Wittem
Leerpad van Grenzrouten
Grenssteen van het Aachense Reich
Langs de 193X-tussenpalen
Officiële drielandenpunt (of vierlandenpunt)
Toeristisch drielandenpunt en Boudewijntoren
Toeristisch drielandenpunt
Stereotiepe postkaart uit de eerste helft van de 20ste eeuw
met een tafereeltje van douaniers die smokkelaars van koffie en suiker arresteren.
Het giftige vingerhoedskruid is in Zuid-Limburg geen zeldzaamheid
Waterrad van de Epense volmolen
Afkoelen in de Geul
Gewone rolklaver
Epen. Even voorrang geven...
Krijtlandpad (NL-Limburg)- 89 km