"Van alle prachtige plekken waarmee de natuur ons land heeft getooid, wekt er er geen enkele zoveel bewondering als deze wildwaterloop met zulk een poëtisch, primitief, wild en pakkend karakter. "
Emile de Damseaux, 1910
Op ontdekking met tekenpen en papier
Van echt toerisme (of 'excursionisme' zoals dat destijds heette) vanuit Spa naar de vallei van de Hoëgne was voor de 20ste eeuw amper sprake. Enkel reizigers met een specifieke interesse (bvb geologen en kunstenaars – schrijvers en tekenaars / natuurschilders belandden sporadisch in of boven de Hoëgne-vallei tussen Sart-lez-Spa en Hockai. Zo vereeuwigde
Charles-Denis De Beaurieux (°1653 - †?)tussen de jaren 1691 en 1701 al een vijftiental tekeningen in Chinese inkt van de watervallende Hoëgne.
Mogelijk inspireerde De Beaurieux ook Remacle Le Loup (°1694 - †1746), die rond 1730 eveneens de bovenloop van de Hoëgnevallei met Chinese inkt vastlegde op papier.
Voor talrijke schilders en tekenaars zou de wilde natuur van de Hoëgnevallei in latere eeuwen eveneens een bron van inspiratie vormen, met name in de tijd van de romantische landschapsschilders.
Een plek om te mijden...
Menselijke aanwezigheid was altijd zeer beperkt langs de
bovenloop van de Hoëgne, net zoals dat het geval was op het nog hoger gelegen
Hoge Venenplateau. Een omgeving die grotendeels als onherbergzaam of zelfs vijandig werd beschouwd tot de 20ste eeuw. Een gebied ook met enkele oude doorgangswegen, zoals de
Vecquée of de vroegmiddeleeuwse
Via Mansuerisca. Wegen die de kortste verbindingen vormden voor reizigers over langere afstand maar waarlangs zich amper permanente nederzettingen vormden. Economische noodzaak bracht mensen toch tot hier.
Turfontginningen in de venige gebieden of de middeleeuwse
ijzerertsontginningen en -smelterijen, waarvan je ook vandaag nog de sporen kunt ontdekken in de Hoëgnevallei rond Sart-lez-Spa. Die ambachtelijke ijzerertsbedrijvigheid in de Hoëgne-vallei bezorgde Sart zelfs welvaart en bekendheid.
Van recreatieve ontdekkingstochten in of boven de destijds
moeilijk toegankelijke Hoëgnevallei was tot pakweg de 18de eeuw weinig of geen sprake. Wellicht raakte hier enkel al eens een eenzame avonturier verzeild, op zoek naar verborgen en vergeten plekken bij de bovenloop van de Hoëgne.
De genoegens van Spa
Niet ver van de Hoëgne-vallei ligt het mondaine Spa. Een heel ander verhaal. Het kuuroord was in elitaire milieus eeuwenlang een 'must-see-plek' . Zien... en gezien worden! Een parade aan wereldse society-figuren ('bobelins') uit de adel, politieke en artistieke wereld bezocht Spa van de 16de tot de 20ste eeuw. Oorspronkelijk kwamen ze omwille van de op Europese schaal bekende
kuurwaters. Al snel lokten ook extra attrakties, zoals balzalen, praatsalons, casino's, speelzalen en flaneerpaden de
'beau monde' naar Spa. Er bestonden vanaf eind 18de eeuw zelfs gedrukte gidsen om die elitaire Spa-reizigers te informeren over de weldaden en genoegens van Spa. Tot half 20ste eeuw was Spa eeuwenlang veruit de
meest populaire toeristische bestemming in Waals gebied.
Voor 'nieuwsgierige excursionisten'
In de reisgidsen voor Spa duikt de Hoëgnevallei pas echt op vanaf het tweede deel van de 19de eeuw. Tevoren werd de Hoëgne wel eens sporadisch kort vermeld, zoals in een gids uit het jaar 1816,
“Itinéraire curieux des environs de Spa” van Spadois
Jean-Louis Wolff - alias Jean-Louis Leloup (°1756 - †1838), schilder, tekenaar, schrijver, amateurgeoloog, cartograaf, herborist en naturalist:
“Deze reis is heel gemakkelijk te maken, tot aan Hoquai, met een koets of te paard, via een van beide wegen. Koetsen en paarden kunnen nauwelijks verder komen; men moet dus te voet gaan en de rechteroever van de beek volgen, de moerassen vermijdend (….). Men komt hier prachtige watervallen tegen die elkaar op ongeveer een halve mijl afstand opvolgen en die met een vreselijk gedreun in het oor van de reiziger weergalmen, vooral tijdens het hoogwaterseizoen. In dit gebied kan men, zonder verder af te dalen, ook een grote hoop losse rotsen zien (wit dooraderde blauwe kwarts) van enorme omvang; en men ziet op verschillende ervan tamelijk diepe, ronde gaten, uitgehold door ronddraaiende stenen die daar vaak zijn achtergebleven. Deze kloof wordt versmald door bebost en tamelijk hoog gebergte. Uitstekende forellen zijn er in overvloed in deze beek, maar ze zijn moeilijk te vangen vanwege de vele ontoegankelijke schuilplekken die ze er vinden...”
Op excursie-avontuur tussen een chaos van rotsblokken
Nogal wat elitaire Spa-bezoekers tijdens de eerste helft van de 19de eeuw willen vanuit hun mondaine oord al eens een excursie maken. De verschillende reisgidsen uit die tijd hebben vooral aandacht voor relatief makkelijk toegankelijke attrakties, zoals de watervallen van Coo, de historierijke burchtruïne van Franchimont of kuuroord Chaudfontaine. Je moet je ook voorstellen dat de passage door de Hoëgnevallei nog niet was ontsloten met talrijke voetgangersbrugjes. Te Belleheid (waar zich vandaag zelfs een autoparking bevindt!) was er wel al eeuwenlang een
wed-passagepunt door de Hoëgne en nabij Hockai was er een wed en een brug van de historische verbindingsweg
'La Vecquée'. De omgeving bereiken te paard of per koets was dus geen probleem maar tussenin was er niks aan vaste voetgangersbruggen, laat staan passagepunten voor paarden of koetsen. Wie op avontuur wou in de Hoëgnevallei in de 18de of 19de eeuw moest zich dus te voet een pad zoeken tussen de chaos van rotsblokken, de rivier volgen op hoogte of een combinatie van beide uitproberen.
Schuimende, ontstuimige watervallen
Vanaf pakweg half 19de eeuw wordt er in de 'gidsen voor excursionisten' vaker wat tekstruimte gemaakt voor de Hoëgne-vallei. Ondermeer
Eugeen Gens (°1814 - †1881) vermeldt de Hoëgne in
"Ruines et paysages en Belgique" (1849):
"De Hoëgne is eerst een kleine beek, gevormd door de samenvloeiing van stroompjes die uit de moerassen sijpelen. De bedding verbreedt en verdiept zich en vormt een kloof met steile wanden, diep ingesneden tussen bijna verticale oevers. Eenmaal
uit deze kloof komend, moet het water een serie terrassen aflopen waarbij het water in schuimende watervallen naar beneden stort. Het is een merkwaardig en poëtisch schouwspel en ik denk niet dat er in België een primitievere, ruigere of meer gelijkende plek is om ruwe bergnatuur te karakteriseren. Ik zag het helaas vóór de regen van vorige maand, toen de lange zomerse droogte de beek voor driekwart had laten opdrogen. Ik heb het dus niet in al zijn schoonheid gezien, en als ik de tijd en de moed heb om na de regen terug te gaan, zal ik je erover vertellen..."
In de
"Guide pratique aux eaux de Spa" (editie 1881) van
Bruch-Maréchal wordt de Hoëgne-vallei aangeraden als een niet te missen spektakel, een theateropvoering waardig:
"We bevelen aan landschapsliefhebbers warm aan om Spa niet te verlaten zonder een bezoek te brengen aan de wilde vallei die de Hoëgne vormt in de omgeving van Sart-lez-Spa (...) Na deze pittoreske kloof moet het water over een lange reeks loodrecht op elkaar geplaatste rotsen stromen, als over de terrassen van een amfitheater. En dat over een lengte van meer dan een mijl en met een helling van meer dan 200 meter. Na regenval biedt deze ganse reeks onstuimige watervallen een schouwspel dat de aandacht van kunstenaars waardig is en waarvan de schoonheid nog wordt versterkt door het ongelooflijke aantal enorme zwerfblokken dat de rivierbedding bezaait en blokkeert."

Voor het begin van de 20ste eeuw, een tijd waar private 'automobielen' nog een exclusieve uitzondering waren, speelde bij de toeristische ontsluiting van de Hoëgne-vallei het
treinspoor een cruciale rol. Ter hoogte van de bovenloop van de Hoëgne moest een aanzienlijke ingraving worden gemaakt om het hoogteverschil van de treinsporen tussen het station Spa Géronstère (270 meter) en het aan de voet van de Hoge Venen gelegen station van Hockai (540 meter) permanent binnen het maximale stijgingspercentage van 3 % te houden. Daarom was de uitgraving tussen Sart-Station en Hockai de grootste
nivelleringsuitdaging bij deze spoorbouwwerken. Precies vlakbij de bovenvallei van de Hoëgnevallei tussen Sart-Station en Hockai!

De uitgebroken beddingsleuf even ten noorden van de Pont de la Vecquée op slechts enkele tientallen meters van de Hoëgne,
verminkte het landschap vreselijk destijds. Massa's rotsen werden 'opgeruimd' voor de spoordoortrekking naar Hockai, de hoogstgelegen treinhalte van België. Spoorlijn 44 Pepinster – Stavelot werd in
1867 berijdbaar, mét haltes in Spa, Spa-Géronstère, Sart-lez-Spa en Hockai. In 1880 / 1890 kregen Sart-lez-Spa en Hockai echte treinstations. Ze ontsloten de bovenvallei van de Hoëgne voor toerisme op grotere schaal. 150 jaren later rijden er geen treinen meer en vergroeide het litteken van de bedding met het landschap. Dat was niet het geval bij de aanleg en de jaren daarna.

Naar het voorbeeld van Spa, waar toerisme al eeuwenlang was ingeburgerd, werd ook in Sart-lez-Spa in 1890 een soort van
toeristische vereniging opgestart,
‘Sart-Attractions’. Een voorloper van de latere lokale toeristische agentschappen of
‘Syndicats d’initiatives’. Zoals de naam het al zegt had Sart-Attractions als doel om het dorp en de omliggende natuur bekender en attractiever te maken voor het ontluikend toerisme. Mét nabijgelegen
Spa als voor de hand liggend voorbeeld. Spa stond niet enkel bekend als eeuwenoud mondain kuuroord met bronnen maar vanaf de tweede helft van de 19de eeuw ook voor zijn beroemde
'Promenades' in en rond de stad. Zo'n toeristische Promenades wou men in Sart ook. Schilders en schrijvers hadden de Hoëgne-vallei tussen Sart en Hockai immers al talloze malen bejubeld zoals we weten.

Boswachter
Jean Legras nam mee het initiatief voor die toeristische kring 'Sart Attractions'. Zijn neef
Léonard Legras (°1839 - †1914), die ooit als
'barragist' nog instond voor de waterbeheersing van het prestigieuze stuwmeer op de Gileppe, werd aangesteld tot voorzitter. Als lokaal politieker in de gemeente- en provincieraad heeft hij op een gegeven moment genoeg van al het gepalaver en zoekt hij meer en langer de rust en schoonheid van de Hoëgne-vallei op. Een omgeving waarin hij volop bezoekers wil aantrekken.

Belangrijkste doelstelling van Sart-Attractions: de toeristisch schier onontdekte
Hoëgne-vallei vlotter ontsluiten met aangepaste faciliteiten. Hotels en restaurants waar toeristen meerdere dagen blijven hangen hebben ook pas nut als er ter plaatse voldoende recreatieve mogelijkheden zijn. Dat had men in die periode ook begrepen in andere Ardense locaties, zoals Bouillon of Spa.

De
spoorverbinding was ideaal om uit Spa de
'bobelins' (residerende bourgeoisie) vlotter aan te voeren naar de hooggelegen Hoëgne-vallei. De komst van de trein maakt de Hoëgne ook voor een veel groter reizigersvolk bereikbaar. Rond de wisseling 19de/20ste eeuw was het mogelijk om 's ochtends in Brussel een trein te nemen naar Spa. Daar nam je dan een trein die om 10.21 u naar Sart of Hockai (28 minuten) vertrok, zodat je nog in de voormiddag je ontdekkingstocht in de Hoëgne-vallei kon starten. Te Sart-Station was enkel nog een
vlotte padverbinding van enkele honderden meters nodig tussen de nieuwe stationswijk van Sart en de geïsoleerd gelegen valleibodem van de Hoëgne. Iets voor Sart-Attractions!

Die taak nam Léonard Legras zelf op zich tijdens de laatste jaren van de 19de eeuw. Een met rode strepen op bomen gemarkeerd
toegangspad naar de 'Trou de la Hoigne' (in 1899 omgedoopt tot
'Cascade Léopold II') én een
oeverpad van enkele honderden meters tussen deze Trou de la Hoigne en het wed van Belleheid (waar nu een autoparking is) om van daar deels via al bestaande wegen weer aan te sluiten met Sart-Station. Langer was het wandeltraject langs de Hoëgne aanvankelijk niet toen de in Spa residerende
Koningin Maria Hendrika werd uitgenodigd om het wandelpad in te huldigen. Léonard Legras zette de Hoëgne-vallei op de toeristische kaart.

Spa en de Hoëgne-vallei waren helemaal niet onbekend voor de tweede koningin van België, integendeel. Terwijl Leopold II vooral Oostende verkoos voor zijn vakantie-verblijf, trok
Maria Hendrika (°1836 – †1902) steeds vaker naar Spa. Ze kocht er uiteindelijk een villa en leidde er een eigen leven, of zoals journalist Kris Clerckx het verwoordt in zijn boek
'Reizen in het spoor van Leopold II':
“Van haar man krijgt ze in Spa amper bericht. Die heeft het te druk met Congo en met zijn minnaressen in Parijs en op andere locaties waar hij verzeild geraakt”. Maria-Hendrika vindt meer rust in de Ardense natuur en tussen haar vele huisdieren.

Maria Hendrika verblijft de laatste 3 jaren van haar leven zowat permanent in Spa en mengt zich af en toe in het plaatselijke publieke leven. Ook de Hoëgne-vallei was haar bekend. Voor het wandelpadproject van Sart-Attractions schenkt ze 200 franken (equivalent van 5 à 10.000 € vandaag). Ze gaat ook in op de wens om er op
25 september 1899 de Promenade de la Hoëgne officieel te openen, althans het toen gerealiseerde deel tussen de
'Trou de la Hoigne' (Cascade Leopold II) en de Pont de Belleheid.

De lokale bevolking van Sart-lez-Spa is op die grijze, regenachtige septemberdag in 1899 al vroeg ter plekke om
'Hare Hoogheid' een warm welkom te geven. Even is er verwarring, als er een mooi opgesmukte koets arriveert. Enthousiaste schoolkinderen en inwoners denken dat de koningin er in zit, lijnen snel op in rijen en roepen
'Vive la Reine'. De lokale fanfares en een koor zetten meteen de Brabançonne in, gendarmes te paard en te voet springen in houding, vlaggen worden gehesen... tot blijkt dat er slechts enkele 'bobelins' van Spa uit de koets komen (de familie van de Franse schilder Valérie Havard)... Vals alarm maar even later daagt Maria Hendrika wel op en wordt de Brabançonne voor een tweede maal ingezet...
De burgemeester van Sart-lez-Spa is niet zo'n geweldige spreker, hij laat de dorpsonderwijzer het hoge woord voeren:
“...We moesten in de harde rotsen een pad uithouwen, moerassige passages droogleggen, draineren en bestraten, rustieke banken plaatsen om de toerist te laten rusten, een brug plaatsen bij de belangrijkste waterval, pontons leggen, hellingen aanpakken en nivelleren. Daarbij zo kort mogelijk bij de Hoëgne blijvend om de wandelaars toe te laten om de natuurlijke dammen van de grillige rotsen van zo dicht mogelijk te bewonderen. Deze enorme, majestueuze rotsen creëerden ook twee belangrijke watervallen waarvoor we de toelating kregen om ze te vernoemen naar hunne majesteiten Leopold II en Maria-Hendrika...”. Na nog wat hoogdravende woorden van de lokale pastoor begaf Maria-Hendrika zich onder de voor die gelegenheid geplaatste triomfbogen. Er was ook tijdelijk een kleine afdamming op de Hoëgne gemaakt, waardoor de Koningin voor de openstelling ahw het water kon laten 'doorstromen'. In witte kledij uitgedoste meisjes boden haar bloemen aan.

Maria-Hendrika overleed in 1902, kenmerkend voor haar verhouding met Leopold II was dat de uitvaartdienst niet plaats vond in Brussel maar in haar geliefde Spa.

Sart-Attractions, onder leiding van Léonard Legras, heeft de eerste jaren van de 20ste eeuw ook een pad
stroomopwaarts van de Cascade Leopold II doorgetrokken met ondermeer een paar brugjes. Medewerking kwam er voor de verkenning van Kolonel Jean-Fréderic
Plücker (°1847 - †1929), financieel en materieel van
Spa-Attractions en financieel ook met 100 frank van Graaf Horace
Van der Burch (°1848 - †1945). Je kon daardoor vanaf
1904 langs de Hoëgne helemaal
tot aan de Pont de la Vecquée wandelen en vandaar naar het dorpje
Hockai waar ook een treinstation was, destijds het hoogst gelegen treinstation van België.

Ook stroomafwaarts van de Pont de Belleheid
tot Moulin Thorez werd in 1905 en
1906 twee kilometer
wandelpad gerealiseerd in combinatie met nieuwe Hoëgne-overbruggingen. Op de reeds aangelegde paden van enkele kilometers werd gewerkt aan betere
passerelles en aan meer verbindingspaden tussen de oever en bredere boswegen. De huidige
'belvédère' boven de Hoëgne-vallei werd ook in die periode ingericht en van een eerste schuilhut voorzien.

Al die werken werden grotendeels gerealiseerd door de inbreng van Sart-Attractions en Spa-Attractions en met medewerking en advies van het Agentschap voor Waters & Bossen onder leiding van de gewaardeerde hoofdboswachter
Nélis. Ook privé was er inbreng, ondermeer door
Emile de Damseaux, die niet enkel voor een brug zorgde... en die naar zichzelf benoemde, maar die in 1906 ook een eerste brochure publiceerde over dit deel van Hoëgne-vallei en de nieuwe Promenade de la Hoëgne.

Met
Emile de Damseaux (°1830 - †1913) kreeg de Hoëgne-vallei er nog een enthousiaste promotor bij. De Damseaux kwam via zijn huwelijk in een kasteeltje van het Henegouwse Ghlin terecht. Na een jonge carrière als legerofficier was hij nog schepen en zelfs tijdelijk burgemeester van Ghlin. De Damseaux was een vrijdenkend man die mee was met nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals
fotografie.

Zo zwierf hij tussen 1865 en 1875 te voet en met allerlei vervoersmiddelen langs 168 Belgische kastelen om ze te fotograferen. Onderweg had hij een zelf ontworpen mobiel fotografisch laboratorium bij, demonteerbaar in een soort van opbergbare kruiwagen. Van een draagbaar – laat staan digitaal – fototoestel was toen immers nog lang geen sprake. De Damseaux had zelfs een patent genomen op zijn demonteerbare fotoapparatuur. Resultaat: een
unieke reeks foto’s die niet zomaar werden gepubliceerd maar vooral werden gebruikt om gedetailleerde litho’s te maken voor publicatie in een aparte uitgave van de destijds gerenommeerde boekenreeks
‘La Belgique Illustrée’. Vandaag zijn dat historische, zeer gewaardeerde beelden.

De Damseaux reisde in de 19de eeuw als toerist ook naar Amerika per boot. Op latere leeftijd vestigde hij zich in Spa, waar hij zich al snel mengde in het dagelijkse leven als
‘bobelin’ met een late roeping. Bobelins waren tijdelijke of permanente inwijkelingen in Spa, een naam die de Spadois gaven aan deze vaak rijkere en soms excentrieke lui die vanaf de 16de eeuw in Spa kwamen kuren. Van de Damseaux wordt trouwens gezegd dat hij in Spa de eerste was die een grammofoon bezat. Hij liet het lokale publiek meegenieten door op zomeravonden in open lucht
fonograafconcerten af te spelen. De Damseaux als DJ avant la lettre! Zijn persoonlijke interesses leken alle kanten uit te waaieren, de voormalige luitenant was ook ondermeer betrokken bij archeologisch projecten en horticultuur.

Bovenal was de Damseaux als krasse zeventiger ook een
fervent wandelaar. Tijdens zijn vele tochten in en rond Spa maakte hij kennis met de Hoëgne-vallei en het net gerealiseerde Leonard Legras-wandelpad naar de ‘Cascade Léopold II’. Hij nam vanaf 1904 het
initiatief om ook vanaf de Pont de Belleheid in stroomafwaartse richting tot de watermolen van Solwaster (Moulin de Thorez) de Hoëgne-oevers beter toegankelijk te maken door middel van
nieuw gemaakte paden en bruggen. De Damseaux betrok er Sart-Attractions bij maar schrok er ook niet voor terug om gedeeltelijk eigen financiële middelen te injecteren. In 1905 en
1906 werd door middel van meer passerelles het wandelpad stroomafwaarts mede met zijn steun doorgetrokken tot Moulin Thorez.

Emile de Damseaux was helemaal weg van de schoonheid en wildheid van de Hoëgne-vallei. Ongetwijfeld geïnspireerd door zijn Amerika-reis, stelt hij zelfs voor om dit deel van de Hoëgne-vallei te beschermen met de status van
‘Nationaal Park’. Er was in die tijd in gans Europa nog geen enkel natuurgebied Nationaal Park! De Damseaux wist dus wat een Nationaal Park voorstelt maar hier in België riep die benaming destijds vooral de verwarrende vergelijking op met een klassiek kasteel- of stadspark... De tijdgeest is er nog niet rijp voor. Het eerste Belgische Nationaal Park zou er pas 20 jaren later komen... in (ex-)kolonie Congo.

Om toeristen beter te informeren, publiceert De Damseaux in 1905 een
brochure over de Hoëgne-vallei van 8 pagina's, gevolgd in
1910 door een meer uitgebreid,
uitstekende gids met wandelsuggesties en kaart, opgesmukt met eigen foto’s, onder de titel
‘Spa, en excursion à la vallée de la Hoëgne’. Zeer praktische bruikbaar voor de toerist. De Damseaux was toen al 80 jaar! In 1906 organiseerde hij ook een bezoek aan de Hoëgne-vallei voor de notabelen van Spa, bijgewoond ook door
Prinses Clémentine.

In het tijdschrift van Touring Club de Belgique worden in 1907 de verdienstelijkheden van 'het genie' de Damseaux voor de bossen rond de Hoëgne, vergeleken met wat toeristisch pionier (en eveneens ex-militair) Claude-François Denecourt realiseerde rond half 19de eeuw in het Franse Forêt de Fontainebleau.

Emile de Damseaux overleed in
1913. Als vrij denker regelde hij dat ook zijn leven kort na zijn dood even 'flamboyant' verliep! In een tijd dat crematie in België nog uitzonderlijk en zelfs illegaal was, liet hij zijn lichaam naar het buitenland overbrengen voor verbranding en latere asverstrooiing op zee.

Léonard Legras en ook Emile de Damseaux mogen als pioniers en promotors worden beschouwd in de ontwikkeling als toeristische bestemming van de voordien moeilijk toegankelijke bovenloop van de Hoëgne. Een massa wandelaars komen er op af. De Promenade de la Hoëgne nestelde zich sindsdien en tot vandaag tussen de grote
'must see' - attrakties in de Ardennen. Er stond bij Leonard Legras die eerte jaren van de 20ste eeuw geen rem op de aantrekking van bezoekers. De Hoëgne-beleving kon nog beter volgens Legras.

Als voorzitter van 'Sart-Attractions' wou hij nog veel meer met de Hoëgne doen als het enkel van hem afhing. Tijdens langere periodes van droogte kan het debiet van de Hoëgne tussen de Pont de la Vecquée en Moulin Thorez zakken naar slechts 20 liter per seconde. Van klaterende watervalletjes en schuimend Hoëgnewater is dan geen sprake. Met enige meewarigheid ziet Legras in die drogere periodes teleurgestelde toeristen afdruipen.
“Wat een miserabel aanzicht biedt onze rivier dan? Weg magie en poëtische ervaring...” aldus Legras.
“Zij die van ver komen om ze te bewonderen, keren teleurgesteld naar huis terug, niet langer gelovend in de magische, verrukkelijke en poëtische aantrekkingskracht van de rivier”.

Dus heeft Legras een plan bedacht, een plan dat hij met vuur verdedigt bij een journalist van de krant La Meuse, die hem opzoekt in de schuilhut aan de Hoëgne. Hij wenst de
creatie van een waterbekken tussen de Pont de la Vecquée en de eerste stroomversnellingen (Les Cascatelles), dat 20.000 m³ water kan vasthouden. In drogere tijden kan zo het debiet van de Hoëgne worden opgetrokken en kan een (geforceerde) waterdoorloop van 2 m³/s worden bereikt aldus Legras.
“Om toeristen te verleiden moet er toch wel 2 m³/s vloeien in plaats van 2 liter. De maalderijen verderop in de vallei hebben daardoor ook een veel regelmatiger debiet en er kan vanuit het waterbassin forel op de Hoëgne worden uitgezet”.

In 1910 legt Legras zijn plan voor aan de overheidsdienst 'Waters & Bossen'. Die vonden het maar niks, te omstreden en bovendien twijfelachtig qua nut omdat het bekken vaak droog zou staan. Legras daarentegen is niet te vermurwen en blijft het idee zeer genegen. Zelf blijft hij jaren vragende partij om het project
"vol energie te hernemen en zo de reputatie van de Hoëgne te redden. Ze wil pronken als een gegeerde minnares...”.

De creatie van zo'n waterbassin is er (gelukkig) nooit gekomen. Waarom Legras dit idee zo genegen was, is misschien te verklaren door zijn vroeger beroep van eerste damwachter aan het stuwmeer van de Gileppe. In de tijdgeest van vandaag zou zo'n plan om de wandelende toeristen te plezieren door kunstmatige watertoevoer onacceptabel zijn. Toen was het blijkbaar toch ook al een paar Hoëgne-bruggen te ver...

Tijdens de meer dan 125 jaren dat de Promenade de la Hoëgne bestaat als toeristische wandelattraktie is de bovenvallei van de Hoëgne verscheidene malen bedreigd. De basisoorzaak ligt vaak bij een sterke menselijk drang om in te grijpen in de natuurlijke omgeving.

Verscheidene malen werden er plannen opgemaakt om de
Hoëgne af te dammen om zo een stuwmeer te creëren voor wateropslag. Succesvol voorbeeld is de spectaculaire afdamming van de Gileppe in nabijgelegen Jalhay (jaren 1860 en 1870). Zoiets moest ook met de waters met de Hoëgne gebeuren en dus concrete afdammingsplannen. In de loop der jaren tot driemaal toe zelfs!

In
1863 wou men de loop van de Hoëgne via galerijen en aquaducten verbinden met een zijrivier van de Gileppe, om zo het stuwmeer van de Gileppe extra bij te voeden. Dat gebeurde niet.

Rond
1913 kwam er een ernstigere bedreiging: plannen om de Hoëgne al af te dammen boven de Pont de la Vecquée met een stuwmeer van 33 meter hoogte om daar een waterbassin aan te leggen met capaciteit van
5 miljoen m³ water. Een tweede, lager gelegen en veel groter bassin dat liefst
30 miljoen m³ kan vasthouden, zou dan ter hoogte van het gehucht Royompré komen, vanaf Moulin Thorez afwaarts. Daarbij zou de totale watercapaciteit meer bedragen dan de grootte van het Gileppe-stuwmeer destijds en zouden er bovendien 10.000 gezinnen van electriciteit worden voorzien. De Eerste Wereldoorlog kwam 'als een redding'. Het plan werd bevroren er kwam na het beëindigen van de oorlog niet meer uit de diepvries.

Tijdens de
jaren '30 van de twintigste eeuw steekt het afdammingspook opnieuw de kop op. Blijkbaar is er vraag voor watervoorziening vanuit de waterstad bij uitstek... Spa! Niet om het water op flessen te trekken, maar net omdat men vreest dat de aftapping in Spa van miljoenen liters mineraal flessenwater een te laag grondwaterpeil tot gevolg kan hebben voor het oppompen van water voor huishoudelijk gebruik. Alweer wordt naar de Hoëgne gekeken voor een stuwdam te Hockai, bij de Pont de la Vecquée. Aftapping veel verder stroomafwaarts op de Hoëgne lijkt geen optie, gezien de vervuilende industrie die zich her en der heeft gevestigd in het lagere bekken van de Hoëgne. Ook dit plan verdween weer in een stoffige lade.

Nog was het niet gedaan. Rond
1967 doken voor de derde maal afdammingsplannen op. In een tijdsgeest van economische welvaart en grote openbare werken, waaronder enorme betonnen constructies, komen heel wat Ardense riviervalleien in het vizier voor afdamming. Er is immers een sterk gestegen vraag naar huishoudelijk water en electriciteit. Ook de Hoëgne verschijnt weer op die afdammingslijst. Voor deze regio blijven de grote werken uiteindelijk beperkt tot een verhoging van de Gileppe-stuwdam.

Als gevolg van de droge zomers maar ook van overstromingsproblemen de voorbije jaren is de vraag naar een betere regulering van het Ardennenwater weer opgedoken, anderzijds biedt een veel sterkere bewustwording rond natuurwaardering de voorbije decennia toch een zekere garantie voor een optimaal behoud en bescherming van de bovenvallei van de Hoëgne. De verschillende megalomane plannen rond afdamming van Ardense rivieren over de voorbije 120 jaren, met protesten van bevolking en aktiegroepen tot gevolg, waren van niet te minimaliseren belang voor de evoluerende bewustwording rond algemene
natuurbeschermingsideeën in de Ardennen.

Vanaf het tweede deel van de 20ste eeuw werden in de Ardennen massaal
dennen en vooral
sparren aangeplant voor een meer lucratieve houtproduktie. Ook als vandaag waardevol gecatalogeerde natuur, zoals de Hoge Venen en de Hoëgnevallei, ontsnapten daar niet aan.

Beschrijvingen en oude beelden van de bovenloop van de Hoëgne lijken te wijzen op een meer open riviervallei met meer lichtinval, vooraleer
aangeplante naaldbomen de omgeving verdichtten en verdonkerden. Bijkomend kwam er ook op plaatsen verdroging van de bodem door drainage en dichte aanplant van deze snel groeiende bomen.

Het tijdschrift
'Pourquoi Pas?' schreef hierover in
1946:
“Zij die deze magnifieke wandelingen ondernamen 30 of 40 jaar geleden, zullen de omgeving niet meer herkennen. Van de rivieren Hoëgne en de Statte blijven enkel nog beekjes over. De enige reden? De venen, uitgestrekte natuurlijke vergaarbassins van waterreserves, worden uitgedroogd door ganse plantages van naaldbomen.” Natuurbeheer is er vandaag op gericht om waar mogelijk opnieuw meer
streekeigen loofbomen aan te planten. Gezien het beschermd karakter van de Hoëgne-vallei op het deel dat als 'Promenade de la Hoëgne' is ingericht, wordt dennenaanplant beperkt. Het resultaat van zo'n monotone, landschappelijk waardeloze dennenaanplant kun je zien langs de Hoëgne oostelijk van de Pont de la Vecquée.

De Hoëgne, verpietert soms tot een beekje met meer sijpelend dan stromend water tijdens lange droogte. Het kan er ook helemaal anders aan toegaan in de Hoëgne-vallei, zoals op
14 /15 juli 2021. Toen viel over de Ardennen een
waterbom, een meteorologisch fenomeen van massale regen veroorzaakt door een dagenlang rondtollende hoogtedepressie. De pluviometers van Mont Rigi en Jalhay registreren over 48 uren tijd absolute recordwaarden (192,4 mm en 271,5 mm!) van water, dat praktisch volledig afstroomde omdat de bodem al verzadigd was de vorige dagen. De
ramp kostte het leven aan tientallen Ardense valleibewoners.

De Vesder- en Hoëgnevallei werden bijzonder sterk getroffen op die fatale nacht in 2021. Op het meetpunt van de Pont de Belleheid ligt het debiet van de Hoëgne op 'een normale dag' ergens tussen
0,3 en 3 m³/s. Jaarlijks komen er enkele uitzonderlijke (korte) pieken voor tussen 10 en 20 m³/s, met een kolkende rivier als resultaat. In de nacht van
14 op 15 juli 2021 veroorzaakte die beruchte waterbom een
debietpiek van meer dan
50 m³/s volgens de Waalse overheid! Andere bronnen melden zelfs op die plek pieken van 85 en zelfs meer dan 100 m³/s! De Hoëgne bereikte bij die Pont de Belleheid kort een historische hoogte van meer dan
2 meter.
Du jamais vu. Veel verder, te Pepinster, waar de Hoëgne uitstroomt in de eveneens gezwollen Vesder, had dat rampzalige gevolgen, met een dodelijke water- en modderstroom tot gevolg. Te Pepinster versterkt de Hoëgne immers de Vesder met een extra debiet van 50 à 70 %. Er vielen in de Vesdervallei 39 doden.

In de bovenvallei waar de Promenade de la Hoëgne loopt, zorgde deze waterbom voor een
inferno van weggespoelde bomen, meegesleurde houten bruggen, geblokkeerde paden, geërodeerde oevers en kapotte houten looppaden. Menselijk leed bleef beperkt, er liggen amper nederzettingen in dit ingesneden deel van de Hoëgne-vallei. Dankzij doorgedreven inzet van heel wat vrijwilligers tijdens de daaropvolgende maanden, kon alles er geleidelijk weer worden hersteld.

Met een continue flow van toeristen vanaf 1899 kwam een einde aan het stille, ongestoorde leven in de bovenvallei van de Hoëgne. Pakweg
twee miljoen wandelaars zijn hier sindsdien gepasseerd. Esthetische omgang met unieke natuur was vroeger enigszins anders dan vandaag. Op de postkaarten die Léonard Legras verkocht vanuit het toeristisch huisje dat hij had opgericht bij de Léopold II-waterval, kun je zien hoe men met de
verfkwast aan de slag ging op de dikste kwartsietblokken waartussen de Hoëgne kabbelde. Met grote letters op de rotsen werd de dagtoerist geïnformeerd over de plaatselijke benamingen, zoals 'Les Cascatelles' of 'Le Fa du Diable'.

De toeristen die onvermijdelijk langs de boshut van Sart-Attractions moesten passeren, konden er naast kennismaking met de kleurrijke gids en bewaker van de Hoëgne-vallei, dus ook een postkaartje kopen of zelfs een pintje drinken. De toeristische uitbating kreeg in de loop der jaren ook versterking van een hotel-restaurant in de buurt van de Pont de Belleheid, waaraan al snel
recreatieve attrakties werden toegevoegd, zoals een speeltuin.

In 1930 kreeg de Pont de la Vecquée in het kader van '100 jaar België' een omstreden
upgrade. In
sierbeton werd de toerist zowaar de Hoëgnevallei ingevoerd onder een triomfboog, waarbij de naam
'Pont de la Vecquée' wijzigde in
'Pont du Centenaire' (Eeuwfeestbrug). Toen al werd deze betonnen toevoeging niet door iedereen als geslaagd beschouwd. Sommigen zagen er eerder een misplaatst, schabouwelijk gedrocht in.

De treinen voerden op sommige dagen hele ladingen toeristen én onvermijdelijk ook zwerfvuil aan langs het pad. Over de jaren heen en tot nu werd en wordt ook regelmatig
vandalisme aan de padinfrastructuur gerapporteerd. Vaak gebeurt dat wanneer mensen in groepen reizen en individueel verantwoord gedrag minder aan de orde is.

Je kunt je ook de vraag stellen of het nodig is dat je met de
auto tot in de bovenvallei kunt rijden (Pont de Belleheid) en dat daarvoor in de vallei ook een grote
autoparking moet worden aangelegd. De Promenade de la Hoëgne is immers ook perfect bereikbaar met openbaar vervoer naar Sart-Station. Anderzijds was het aanvankelijk ook het openbaar vervoer - met treinstations te Sart-Station en Hockai - dat een zekere stroom van
massatoerisme op gang bracht naar de Hoëgne-vallei. Na WO II namen excursiebussen die toeristische aanvoerrol van de trein geleidelijk over. Vanaf de jaren '80 overheerst het individueel autotoerisme.

'Fagnard'
Antoine Freyens (°1897 - †1978), voormalig stichter en voorzitter van 'Les amis de la Fagne', vat de toeristische druk op de Hoëgne-vallei nogal zwart-wit samen in zijn boek
'Guide de la Fagne' (1946):
"Destijds was de Hoëgne een wilde, ongerepte kloof. In de 19de eeuw bracht Léonard Legras de Hoëgne-kloof zowel roem als ongeluk, doordat ze werd omgevormd tot een makkelijke wandelpromenade."

Het duurt nog enkele jaren na WO I vooraleer de Hoëgne-vallei wordt herontdekt. Pioniers en promotoren Emile de Damseaux en Leonard Legras zijn dan niet meer in leven maar de Hoëgne staat definitief op de toeristische kaart, tussen
grote Ardense attrakties zoals de watervallen van Coo, de grotten van Han of Remouchamps en historische stadjes als Spa, La Roche of Durbuy. Ook voor de nog hoger gelegen
Hoge Venen komt toeristische interesse op gang. De ruwe omgeving daar werd eerder vooral ervaren als vijandig, leeg, onherbergzaam en zelfs gevaarlijk. Plekken om te mijden. Vooral na de uitbreiding van België met de Oostkantons in 1919, kwamen ook de Hoge Venen sterker in het toeristische vizier. De grens tussen 'het oude België' en Pruisen lag voordien bij Baraque Michel, daar ook waar het prille brongebied van de Hoëgne ligt.

Ondanks de heropleving van het toerisme in de Hoëgne-vallei lijkt de gemeente Sart-lez-Spa het onderhoud en
noodzakelijke restauratie van de
padinfrastructuuur te negeren en te verwaarlozen. Het toeristische ontvangsthuisje bij de Waterval 'Léopold II', waar Leonard Legras de bezoekers ontving, wordt niet meer bemand en raakt in verval. Het zou tijdens het interbellum worden afgebroken en vervangen door een eenvoudige houten shelter.

In de loop van de jaren 1920 komt er echt een
stroom van massa-toerisme op gang. De Touring Club de Belgique - de belangrijkste toeristische organisatie van die tijd - spaart in 1924 zijn
kritiek niet op de gemeente Sart-lez-Spa en brengt de
vervallen padinfrastructuur onder de aandacht. Wellicht zijn de wandelbruggen die tijdens de eerste jaren van de 20ste eeuw werden geplaatst, grotendeels versleten. Naar aanleiding van de opkomst van 'massa-toeristen' wordt in een adem ook een waarschuwing uitgestuurd:
"Bij regenachtig weer wordt het wandelpad, dat langs de oever slingert en er zich dan weer van verwijdert om een rotsuitsprong te overwinnen, moerassig door stilstaande waters of door de bronnen die van de valleiflanken afwateren. Zo'n obstakel rondwandelen is vaak geen optie, waardoor je van rotsen naar boomwortels en zo naar de oever moet hoppen, om dan vast te stellen dat je niet verder kunt en je je daar moet bij neerleggen. Het pad is trouwens bezaaid met rotsige oneffenheden waardoor dalen of stijgen in de vallei ongemakkelijk en zelfs gevaarlijk is. Natuurlijk zijn er ook vastberaden en doorgewinterde excursionisten die er de padongemakken met genoegen bijnemen. Het maakt hun wandeltocht des te uitdagender.
Vergis u echter niet: onder de bezoekers van de Hoëgne bevinden zich niet enkel wandelaars met gamachen, zware schoenen en wandelstokken met ijzeren punten. Er zijn ook – en zij zijn het talrijkst – vrouwen die flaneren op lakleren schoenen met hoge Louis XV-hakken en wiens slanke benen gehuld zijn in verfijnde zijden kousen... Hier en daar liggen enkele houten wandelbruggen over de wilde rivier maar ze zijn allen in slechte staat, sommige staan zelfs op instorten. Andere overbruggingen zijn beperkt tot een vierkanten boomstam, bekleed met vastgenagelde planken. De beste hebben een opengewerkte bedekking maar die is wel vol gaten...".

Tijdens het interbellum werd de prijs van een treinkaartje financieel haalbaar voor iedereen. Vanaf
1933 neemt de NMBS zelfs
'Radio-treinen' in gebruik. Deze treinen zijn voorzien van een
geluidsinstallatie met omroepsysteem, micro's en luidsprekers in de wagons. Zo kan er commentaar worden geleverd of een platenspeler worden aangesloten zodat muziek klinkt of er soms zelfs wordt gedanst in de wagon!
Touring Club de Belgique, de Vlaamse Toeristenbond en andere grote reisorganisaties charteren zulke treinen maar de NMBS organiseert zelf ook reizen per radio-trein. Die lange dagreizen vinden ook hun weg naar de stations van Sart-Gare en Hockai. Meestal rijden ze op zondagen of op feestdagen, de NMBS vervoert honderdduizenden reizigers op zulke treinen in de jaren '30, vooral leerlingen en zondagtoeristen. Per autocar wordt er ook wel gereisd maar het zal pas vanaf de jaren 1950 zijn dat de autocar het groepsverplaatsingsmiddel bij uitstek wordt. Vanaf de jaren 1980 overheerst dan het indvidueel autotoerisme naar de Hoëgne.

Met de sterke influx van toeristen voor en tijdens het interbellum strijkt ook de
horeca neer. Niet enkel in de dorpen Sart-lez-Spa, Sart-Gare en Hockai maar ook diep in de vallei zelf, bij de Pont de Belleheid met de
'Chalet des Cascades'. De komst van hotels liep parallel met de bereikbaarheid per trein, de heropleving van de stad Spa als sportief en exclusief reisdoel, prille interesse voor verkenning van de Hoge Venen en zeker ook de komst van
excursionisten naar de Hoëgne-vallei. In de gemeente Sart waren er rond 1900 één of twee hotels. Rond 1910 - 1914 waren dat er liefst negen!
Toeristische bouwwoede! Horeca was er dus al vanaf eind 19de eeuw kende zeker een hoogtijd na de openstelling van de Promenade de la Hoëgne.

De Hoëgne-vallei begon wat een 'pretpark-achtig' label te krijgen. Zoals uit een reisverslag in de krant
'Het Nieuws van den Dag' (hierboven) blijkt, kon je bij de Pont de Belleheid in 1937 zowaar frieten verorberen onder accordeon-begeleiding! Eind jaren '30 werd het
recht op vakantie erkend voor arbeiders en ook de wekelijkse arbeidsduur verminderde. Zonder meer was dat een nieuwe accelerator voor toeristische verplaatsingen. Er kwamen bij de Hoëgne-vallei ook faciliteiten voor
sociaal toerisme. Zo kon je te Sart slapen in een gîte d'étape en te Hockai opende in 1935
'Les Hautes Fagnes', het eerste
Natuurvriendenhuis (van de arbeiderstoeristenbond) in Wallonië. Dat natuurvriendenhuis te Hockai groeide de volgende decennia uit tot een
legendarisch verblijfsplek voor natuurontdekkers op de Hoge Venen en in de Hoëgne-vallei. Van hieruit vertrokken ook de GR-markeerders in 1959 om bij de Pont de la Vecquée de allereerste wit-rode GR-strepen in België te schilderen...

Mocht je je afvragen waar het verhaal van het Belgische net van duizenden kilometers aan GR-paden ooit werd opgestart, wel ook dat was
in de Hoegne-vallei! Enkele jongemannen uit de regio Luik / Verviers – liefhebbers van stevige wandelingen al kamperend of overnachtend in jeugdherbergen en Natuurvriendenhuizen – brengen eind jaren 1950 meermaals hun zuiderse trekkingvakantie door in de jeugdherberg Regain van de legendarische jeugdherbergvader François Morenas in het Franse zuidelijke Luberon-massief (Vaucluse). Behalve tochten ondernemen door oa
'de Franse Colorado', helpen ze er vanuit die jeugdherberg ook met de uitrol en bewegwijzering van regionale Grande Randonnée-paden (G.R.).
Alain Dawance is een van dat legendarische drietal. Hij wordt in Morenas' jeugdherberg door Franse GR-padenontwerpers Georges Gillo-Lohan en Alain Chevalier gestimuleerd om ook in België met GR's te beginnen. In casu: om het
G.R. 5-traject, dat in Frankrijk en het GH Luxemburg al grotendeels is bewegwijzerd, ook in België door te trekken. In Frankrijk zijn ze op dat moment al 10 jaren bezig met deze G.R.-paden stapje voor stapje uit te rollen over heel het land. Een van de meest uitdagende routes wordt de G.R. 5, gebaseerd op de vooroorlogse '
Internationale Wandelweg", van Brusselaar
Maurice Cosyn.

In augustus 1959 schrijft Alain Dawance (19) vanuit Jeugdherberg Regain een brief hierover aan
Lucien Cailloux (30), die inmiddels alweer thuis is te Luik. De jongemannen vinden het een geweldig idee en laten er geen gras over groeien. Ze gaan meteen aan de slag. Om precies te zijn: op
6 september 1959 – met als uitvalsbasis het Natuurvriendenhuis van Hockai (!) – schilderen Lucien Cailloux en vriend
Henri Léonard (29) de
eerste wit-rode GR-tekens buiten Frankrijk... En jawel, dat gebeurt hier in de Hoëgne-vallei!

Het huidig netwerk van duizenden kilometers aan wit-rood gemarkeerde GR-paden in België heeft dus zijn oorsprong in de Hoëgne-vallei! Met dank aan pioniers Alain Dawance (°1940), Lucien Cailloux (°1929 - †1995) en Henri Léonard (°1930 -†2014). Het oorspronkelijke Ardense G.R. 5-tracé liep hier in de Hoëgne-vallei in 1959 tussen het Natuurvriendenhuis van Hockai, de Pont de la Vecquée en de Pont de Belleheid. Daar verliet de G.R. 5, die aanvankelijk de naam
'Sentier Ardennais de Grande Randonnée' kreeg, tijdelijk de Hoëgne-vallei om via het rotsmassief Bilisse (kruising met de Statte-vallei bij Solwaster) naar Polleur en Spa te lopen, waar het eerste Waalse GR-tracé van slechts enkele tientallen kilometers aanvankelijk eindigde.
Nieuwe GR-pioniers zoals
Roland Huysmans (°1930 - †2006) en vooral
Francis van Mechelen (°1931 - †1976) hielpen in 1960 met de
doortrekking van G.R. 5 noordelijk tot Moelingen (grens NL) en zuidelijk naar Vielsalm en verder tot Ouren (grens GH Lux). Er werd een
'Comité National Belge des Sentiers de Grande Randonnée' (C.N.B.S.G.R.) opgericht.

In
1968 kwam er een ander G.R.-pad bij:
G.R. 573 (G.R.V.), dat over 59 km Vaux-sous-Chèvremont (in de Vesder-vallei) verbond met de
Pont de Belleheid (in de Hoëgne-vallei) om daar aan te sluiten op G.R. 5. Het hele G.R. 573-project werd gesponsord door de regionale toeristische federatie
'Vesdre, Hoëgne & Plateaux' onder drijvende kracht van
Achille Lejeune. De markering van G.R. 573 startte in maart 1967 en werd afgewerkt in 1968. Ook dit nieuwe G.R.-pad was dusdanig ontworpen dat je onderweg kon overnachten in natuurvriendenhuizen en jeugdherbergen. Op
11 mei 1969 volgde vanuit Sart-lez-Spa de officiële inhuldiging met een zogenaamde
'rallye pédestre', een wandeltocht voor groepjes, met onderweg proeven en waarbij vragen moesten worden opgelost. Dat soort
rally's was erg populair in die periode. Er kwamen vele honderden wandelaars op af en bij het inhuldigingsmoment te Sart tekenden een pak regionale gezaghebbers, toeristisch personeel en buitensportorganisaties present, ook vanuit Vlaanderen. En zo was de Hoëgne vanaf 1968 ontsloten met
twee G.R.-paden!

In
1991 volgde een
hertekening van heel wat Belgische G.R.-trajecten. Het bestuur van de Waalse G.R.-paden
(Comité Belge des Sentiers de Grande Randonnée) besloot om het internationale G.R. 5-pad rechter door te trekken in de Ardennen en zo werd ondermeer de Hoëgne uit het G.R. 5-traject geschrapt. Het traject tussen Sart en Hockai werd gerecupereerd voor een
veel langere G.R. 573, waarbij vanaf de Pont de Belleheid ook een aftakking kwam. Komende vanaf de Hoge Venen kreeg de wandelaar die door de Hoëgne-vallei daalde, nu de
keuze om bij de Pont de Belleheid G.R. 573 verder te volgen via Polleur naar Pepinster of via Spa naar Pepinster.

We springen nog eens 31 jaren verder in de tijd. Enkele jaren eerder heeft het Waalse comité voor G.R.-paden beslist om net zoals in Vlaanderen, Frankrijk en Nederland qua bewegwijzering een onderscheid te maken tussen een doorlopend GR-pad (wit-rode markering) en een streekpad in lusvorm (geel-rode markering). Voordien was alles enkel met wit-rode verftekens gemarkeerd. Als rondwandeling door het land van de Vesder met zijn wilde zijrivieren en met de Hoge Venen, wordt G.R. 573 vanaf dan
'een streekpad' ('Grande Randonnée de Pays'), G.R.
P. 573 dus. Aan het traject door de Hoëgne-vallei verandert niks maar na meer dan een halve eeuw werden hier in
2022 de wit-rode streepjes gewijzigd in de typische
geel-rode streepjes van een Streekpad. G.R.P. 573 groeide ook uit tot een lusvormige wandelroute van meer dan
140 km.

Rond
1955 werd er noordelijk van Moulin Thorez, tussen Moulin de Sart en Royompré, nog een nieuw oeverpad opengesteld. Een initiatief van de toeristische dienst van de Hoëgne-vallei, met steun van
Touring Club de Belgique en de toeristische federatie van de provincie Luik. Het werd op 15 mei 1955 feestelijk ingehuldigd en het traject werd opgenomen in het toenmalige Belgische padennet van Touring Club de Belgique met padnummer
T.C.B. 11. Niet voor lang, in 1958 werd het TCB-net van langeafstandspaden 'overgedragen aan de staatsdienst voor toerisme (lees: opgeheven!). Dit Hoëgne-pad is de laatste realisatie geweest binnen het sinds 1936 ontwikkelde nationale TCB-wandelnet. Dit nieuwe pad werd 12 jaren later wel gedeeltelijk geïntegreerd in het traject van GR 573 in 1967.

Op het klassieke deel van de Promenade de la Hoëgne (tussen Pont de Belleheid en Pont de la Vecquée) viel het wandeltoerisme na WO II helemaal niet stil. De radiotreinen van voor WO II hielden het nog even vol maar in de loop van de jaren '50 nam de
autocar het praktisch helemaal over voor verplaatsingen.
In 1959 sloot de NMBS lijn 44 tussen Spa en Stavelot voor reizigers, regionale busdiensten zorgden voor een blijvende maar iets minder vlotte bereikbaarheid.
Individueel toerisme neemt een hoge vlucht
vanaf de jaren '60. Het grootste deel van de wandelaars komt nu
per auto afgezakt naar Hoëgne. Hoewel het ook vandaag nog perfect mogelijk is om de Hoëgne-vallei met openbaar vervoer te bereiken (trein naar Verviers + autobus naar Sart-Gare) is dat inmiddels al meer dan een halve eeuw amper nog een optie voor het overgrote deel van de wandelaars-bezoekers aan de Hoëgne-vallei. Er wordt ook veel minder in de onmiddellijke omgeving gelogeerd. 100 jaar eerder kwamen hotels als paddenstoelen uit de grond, vandaag zijn er nog slechts een paar van die originele hotels overgebleven, zoals Hotel Beau Site te Hockai.

In
1999 ging de openstelling van het Hoëgne-pad precies een eeuw eerder niet onopgemerkt voorbij! In de aanloop naar die verjaardag werd zelfs onder auspiciën van de gemeente Jalhay (waartoe Sart-lez-Spa sinds 1977 behoort) een
herdenkingscomité opgericht, bestaande uit verschillende lokale en regionale verenigingen en de boswachterij. Een zestal vrijwilligers gaven het Hoëgne-pad voor die gelegenheid maandenlang een intensieve
‘schoonheidsbehandeling’: paden en oevers werden opgekuist en van te veel aan modder en zompigheid ontdaan, nieuwe rustbanken en vuilbakken werden geplaatst en nogal wat bruggen werden hersteld. Er was in aanloop van dat eeuwfeest dus veel werkkracht en -tijd nodig voor een grondige opruiming en herstelling. Naast een gemeentelijke subsidie, werd de clubkas van het dorpsfeestcomité te Sart hiervoor aangesproken.

Op
23 oktober 1999 volgde er een
herinwandeling vanaf Sart-lez-Spa naar de Pont de Belleheid en verder tot de Cascade Leopold II. Daar werd een
herdenkingsplaat ingewijd voor 100 jaar Promenade de la Hoëgne. Hoewel op vraag van het herdenkingscomité het beschermheerschap van koning Albert II werd toegekend via de hofmaarschalk, was er dit keer geen koninklijke aanwezigheid bij de herinwandeling. Het ging hier zuiver om de officiële toekenning van een ceremoniële eretitel. In het centrum van Sart-lez-Spa vonden twee
tentoonstellingen plaats rond het thema ‘100 jaar Promenade de la Hoëgne”.

Tijdens het eerste kwartaal van de
21ste eeuw blijft de Promenade de la Hoëgne onverminderd een
populaire bestemming. Terwijl wandelaars en bezoekers voor het jaar 2000 vooral met wandelgidsen, wandelkaarten en papieren brochures van toeristische organisaties op pad gingen, komt daar nu het
internet bij als belangrijke inspiratiebron. Aanvankelijk vooral via
privé-blogs, internetfora en digitale wandelverslagen.
Na 2010 worden wandelaars vooral gelokt door
digitale routeplanners en
sociale media (Facebook, Instagram, TikTok, YouTube). Persoonlijke ervaringen en vaak ook personencultus spelen daarbij een belangrijke rol, waarbij de berichtplaatser met commentaar maximaal in de spotlight komt en de natuurlijke omgeving vooral fungeert als illustratief achtergronddecor. Eigenlijk produkten van een veel sterker individualistisch georiënteerde maatschappij. Toch ook wat de illusie van iets voor te stellen als uniek terwijl die duizenden instagram- en facebookbeelden door hun veelheid en grensloze verspreiding ook kunnen worden bekeken als
nieuwe beleving van massa-toerisme.

De overspoeling met zowel statische als bewegende beelden bereikte een hoogtepunt in 2020 / 2021, tijdens de
lock-down periodes van de
Covid-pandemie. Net zoals op heel wat andere populaire outdoorplekken waren er ook bij de Pont de Belleheid files van autotoeristen die allemaal de Promenade de la Hoëgne wilden doen. Daarbij ook heel wat wandelaars voor wie dit soort natuuraktiviteit helemaal nieuw was, ondanks het laagdrempelig karakter. Tijdens 'de coronaperiode' van
2020 streken vele duizenden bezoekers neer in de Hoëgne-vallei.

Het waren in de 18de en 19de eeuw
schilders en etsers die de schoonheid van de bovenvallei van de Hoëgne in beeldvorm bekend maakten voor een breder publiek. In de 20st eeuw kwamen er
fotografen om publicaties over de Hoëgne op te fleuren of om ze daarna af te drukken als postkaarten. In de 21ste eeuw is het maken van kwalitatief hoogstaande natuurbeelden bereikbaar voor
iedereen. Zelfs eenvoudige camera's zijn vandaag uitgerust met heel wat functionaliteiten om kleur, scherpte, lichtinval, belichting, enz. te corrigeren, uit te vlakken of te versterken. Idem voor bewegende beelden, lang een exclusieve creatie door de occasionele documentairemaker, vandaag een alledaagse tool in een
smartphone.

Veel amateurnatuurfotografen maken vandaag ook gebruik van
filters of digitale nabewerking om
'een ander soort werkelijkheid' te creëren. Niet wat het oog echt ziet maar wat de realiteit aantrekkelijker maakt, door bijvoorbeeld contrastkleuring, kleurwijzigingen of belichtingstijdverlenging. Naar smaak en goesting. De Promenade de la Hoëgne vormt daarvoor een perfecte omgeving. Er worden zelfs veelvuldig
fotografie-workshops in de Hoëgne-vallei georganiseerd die specifiek tot doel hebben om de watervallende rivier en haar oevers op een zo bijzonder mogelijke wijze digitaal in beeld te brengen.

Het resultaat van zo'n fotoshoot met aangepaste instellingen, filters en met nabehandeling bewerkte beelden is soms wat
onwezenlijk. Je krijgt veelal een Hoëgne te zien in de meest gekke kleuren: van diepbruine waters tot een helderblauw watervallende rivier. Vaak dus niet echt de realiteit maar het ideaalbeeld van de maker en misschien ook voor de fotobekijker. Voor dit soort Hoëgne-wandelaars is het nemen van geslaagde beelden meestal belangrijker dan het genieten van de omgeving en de wandeling. De Hoëgne door een cameralens gezien.
"Wij hebben op lange na niet de complete tocht gelopen. Als je met een groepje fotografen door een mooie omgeving loopt schiet het wandelen natuurlijk niet op. Na een paar kilometer zijn we omgekeerd en terug gewandeld." (uit Photofacts.nl).
Trailrunning is een aparte vorm van hardlopen, waarbij vooral op onverharde paden wordt gelopen, liefst in natuur. Er mogen best hoogteverschillen en stevig wat oneffenheden inzitten onderweg. Een duursport, gericht op persoonlijke krachtmeting maar ook op intense
'buitenbeleving', die vooral
na het jaar 2000 populair is geworden en tijdens de corona-periode een extra boost kreeg. Er wordt zowel alleen als in groep gelopen. Heel wat gelegenheidsevenementen worden georganiseerd voor trailrunners maar net zoals in de wandelwereld bestaan er ook permanent bewegwijzerde trailrunroutes. Zo ook in de vallei van de Hoëgne.

In de Hoëgne-vallei wordt de Promenade de la Hoëgne gedubbeld met een looproute van 26 kilometers in lus, die vertrekt vanuit Sart-lez-Spa. Het gecumuleerde positieve hoogteverschil tijdens deze trailrun is zo'n 540 meter. Dit gemarkeerd traject maakt deel uit van het groter netwerk '
ExtraTrail', een vrijwilligersinitiatief dat in 2014 een aanvang nam en inmiddels zowat 600 kilometers aan bewegwijzerde trails omvat. Een voor de Ardennen trendsettend initiatief van trailrunners
Benoît Lambert, Frédéric Jérôme en Pierre Florkin. De lusvormige routes lopen door een achttal gemeenten rond de Luikse valleien van Vesder en Amblève. Elke gemeente heeft vier of vijf routes, die zoals skiloipen met kleuren opgedeeld zijn qua moeilijkheidsgraad / afstand. De Promenade de la Hoëgne werd opgenomen als een
'rode route' die tot het in
2016 gecreëerde netwerkje van de gemeente
Jalhay behoort. De trailinfo wordt uitstekend omkaderd met digitale info.

Mogelijk spot je ook het logo
'UTDS' op de Extratrail-markeringsborden. Die afkorting staat voor
'Ultra Trail des Sources' ('Ultra trail van de Bronnen'). Het betreft hier een aaneenschakeling van verschillende extratrail-trajecten, die samen een veel grotere lus vormen van liefst
157 kilometer, met een gecumuleerd positief hoogteverschil van liefst 4140 meter! Loopt over Spa - Sart - Malmedy - Stavelot - Trois-Ponts - Stoumont - Theux - Spa, en de Promenade de la Hoëgne maakt ook deel uit van de UTDS.

Moet je een getrainde ultraloper zijn om de extratrails of de UTDS te voltooien? Helemaal niet. Je kunt deze bewegwijzerde routes ook al wandelend afleggen!
Lopend of wandelend: genieten van de natuur hier komt op de eerste plaats.

De
Watertrek was een initiatief van
Aqualis, een intercommunale regiovereniging waarvan oa de besturen van Spa, Verviers, Malmedy, Herve en Jalhay deel uitmaken. In
2016 organiseerden ze een eerste Watertrek: drie dagen wandelen in lijn. Bedoeling was om na 5 jaarlijkse edities een wandellus van meer dan
300 km helemaal rond te hebben. De hele route zou ook permanent worden bewegwijzerd als langeafstandswandelpad. Ook de Promenade de la Hoëgne zat in het geprojecteerde traject.

Na de vierde editie in 2019 stokte de Watertrek echter. Een vijfde (laatste) editie stootte op de lockdown-maatregelen van de covid-pandemie en ook in 2021 en 2022 raakte Aqualis niet georganiseerd voor die laatste editie van de Watertrek. De echte reden voor het
mislukken van de laatste editie en het afblazen van een permanente wandelroute, was het verdwijnen uit Aqualis van de twee belangrijkste personen achter het project: eerst Jean-Paul Mawet en toen een paar jaren later ook Alexandre Moonen andere horizonten opzocht, was de drive eruit. Jammer van die twee fijne mensen en zo'n mooi project maar het eindresultaat, een permanent gemarkeerde Watertrek, kwam er
nooit.

Alles in de natuur is vergankelijk. Dus ook in de Hoëgne-vallei. Zowat 130 jaar geleden werd in de bovenvallei van de Hoëgne door Legras en zijn geestesgenoten een doorgang gecreëerd op mensenmaat. Met wandelbruggen, relingen, nivellering, schuilhut,... Een relatief hard klimaat met frequente regen- en vriesperiodes hier op een hoogte tussen 380 en 520 meter, maken dat de meeste
wandelinfrastructuur uit natuurlijke materialen (voornamelijk hout) maximaal een twintigtal jaren meegaat. Onvermijdelijk 'verval' dus of beter
'vergankelijkheid'.

Moeilijk voor te stellen als je hier bent tijdens een droge zomerperiode maar de Hoëgne kan zich soms ook presenteren als een beukende wildwaterrivier. In juli 2021 gebeurde dat in zulke extreme mate dat de meeste bruggen en vlonderpaden simpelweg meegesleurd werden door de wilde stroom. De meeste wandelaars vinden het een evidentie dat die wandelinfrastructuur aanwezig is, zonder er verder over na te denken. Achter die realisaties schuilen echter veel arbeidsuren en handenarbeid. Het is dankzij
zeer veel vrijwillige inzet van bewoners uit de regio, dat je ook vandaag kunt genieten van een relatief vlot bewandelbaar pad langs de Hoëgne! Wie zijn die onbaatzuchtige werkers die er voor zorgen dat jaarlijks vele duizenden wandelaars op pad kunnen?

In de aanloop van de viering voor een eeuw 'Promenade de la Hoëgne' vormde zich te Sart in 1999 een
groepje vrijwilligers dat maandenlang regelmatig de Hoëgne-vallei introk met kruiwagen en kettingzaag om 'grote kuis' te houden en padherstellingen uit te voeren. Ze waren slechts met
4 à 6 man, afkomstig uit het
Cultuurcomité van Sart, dat jaarlijks ook het grote dorpsfeest organiseert. Hun namen:
Ghislain Lespire, Emile Deblon, José Wilkin, Fernand Roumez, Daniel Appeldoorn en Michel Evrad. Doel: La Promenade de la Hoëgne weer haar 'koninklijke uitstraling' geven.

Logistiek werden deze
vrijwilligers bijgestaan door de dienst openbare werken van de
gemeente Jalhay en de
boswachterij adviseert. Occasioneel springen ook andere vrijwilligers bij, met name voor het opruimwerk. Behalve
herstellingen veroorzaakt door slijtage en vandalisme wordt ondermeer ook
sluikafval van toeristen opgeruimd en ook de
houten bordjes met ingebrande plaatsnamen evenals de
padbewegwijzering zijn hun werk. Ook de schuilhut 'Léonard Legras' wordt vernieuwd. Aanvankelijk pakte de vrijwilligersgroep in 1999 het historische deel tussen de Pont de Belleheid en de Waterval Léopold II aan en net zoals een eeuw eerder werd dan de volgende jaren stroomopwaarts naar Hockai toe gerestaureerd. Op het hogere deel van de wandeling wordt het wandelpad tijdens de eerste jaar van de 21st eeuw aan de andere oever gelegd, omwille van veiligheid en natuurbescherming (mossen). Daardoor verdwijnt de Pont des Forestiers en loopt La Promenade de la Hoëgne een langer eind op de rechteroever in plaats van de linkeroever.

Ook na de viering van een eeuw Promenade de la Hoëgne bleef de groep vrijwilligers aktief en breidde geleidelijk uit met meer vrijwilligers, voornamelijk
gepensioneerden met de meest gevarieerde achtergrond als voormalig boswachter, houtvester, beenhouwer, mechanieker, houtbewerker,... De halve werkdag van afspraak is gewoonlijk een maandag, vandaar ook hun naam van
'les bénévoles du lundi' of de 'maandagvrijwilligers'. Er wordt zowel zomer als winter gewerkt als het weer het toelaat. Niet enkel meer in de
Hoëgne-vallei maar ook het klein patrimonium van het best fraaie dorp
Sart-lez-Spa wordt aangepakt, evenals de aantrekkelijke vallei van de riviertjes
Statte (11 wandelbruggen),
Sawe (8 wandelbrugjes) en
Gileppe (knuppelpaden).

Wat de Hoëgne betreft worden in de
periode 1999 - 2010 tussen Royompré en de Pont de la Vecquée ondermeer 20
wandelbruggen en kleinere houten
pontons vernieuwd over de Hoëgne en haar zijbeken. Nog in de vallei van de Hoëgne (afwaarts van de Promenade de la Hoëgne) wordt oude ambachtelijke industrie weer zichtbaar gemaakt, zoals
middeleeuwse fundamenten te Parfondbois van de ijzernijverheid die Sart ooit welvaart bracht. Meer dan
15.000 werkuren besteden deze vrijwilligers aan de verfraaiing van de valleien en klein patrimonium tijdens het eerste decennium van de 21ste eeuw.

Tijdens de jaren 2010 groeien de Maandagvrijwilligers aan tot
twee dozijn en behalve op maandag kan zo ook een groep
'vrijdagwerkers' worden ingezet.
Ghislain Lespire (°1933 - †2019), inwoner van Sart-lez-Spa en eerste bezieler van dit vrijwilligersproject, overlijdt in
2019 op 86-jarige leeftijd. Zijn naam wordt blijvend herinnerd in de benaming van het wandelpad dat de Hoënge-vallei rechtstreeks linkt met de schuilhut (belvédère) boven de vallei (
Sentier Ghislain Lespire).

Half
juli 2021 slaat het noodlot toe: de Hoëgne wordt als gevolg van een
waterbom overspoeld. Deze dramatische
overstromingsramp veroorzaakt lager in de Vesdervallei een menselijke en materiële catastrofe. Langs de Promenade de la Hoëgne spoelen bomen, de meeste wandelbruggen, plankenpaden en zelfs oeverpaden en grotere rotsen weg. Als de van beek tot wildwaterrivier gezwollen Hoëgne weer kalmeert, is de schade amper te overzien. Sommige bruggen zijn meer dan een halve kilometer weggesleurd. De valleien van de Hoëgne, Statte, Sawe en Wayai moesten noodgedwongen
voor wandelaars worden afgesloten.

Er liggen in totaal meer dan 50 bruggen en brugjes over deze veenrivieren. Liefst
29 daarvan werden
door het woeste water weggeritst, verwoest, gedestabiliseerd of zwaar beschadigd. Of door het water meegesleurde bomen trokken wandelbruggen mee. Ook heel wat bruggenhoofden moesten er aan geloven. In de vallei van de Statte overleefde zelfs geen enkele brug het wilde water. Bij de vriendengroep van gepensioneerde onderhoudsvrijwilligers moest hoger worden geschakeld.
Meer werkdagen, langere werkuren!

Tijdens de maanden na de ramp daagden op maandag en vrijdag telkens zo'n 20 van de
33 vaste vrijwilligers op om in deelgroepjes reparaties uit te voeren. Ze komen uit de dorpen in de omgeving. Gelukkig kwam en ook
versterking van onder andere
'Les Amis de la Fagne' (de natuurbelangvereniging van de Hoge Venen),
ExtraTrail en vele
anderen. Voor bijstand in werkmateriaal en planken kunnen de vrijwilligers nog steeds op de
gemeentelijke diensten rekenen en financieel ook van een occasionele
donatie. Waar mogelijk worden sommige wandelbruggen een meter
hoger gelegd dan voordien. Dankzij dit doorgedreven vrijwilligerslabeur kunnen verscheidene wandelroutes al in het
najaar van 2021 terug worden opengesteld!
Een jaar later is weer heel de Promenade de la Hoëgne vlot toegankelijk al is er toch nog een jaar nodig om te werken aan verder oeverherstel en opruiming van al wat het water meesleurde.

Tijdens de zomer van
2023 werd te Sart een
tentoonstelling georganiseerd om de catastrofale rampdagen en het arbeidsintensieve herstelwerk van deze vrijwilligers in de kijker te stellen. Dankzij hen kan er vandaag nog altijd worden genoten van een tocht door de Hoëgnevallei, van de klassieke wandelaar tot de Tiktoktoerist!
Ga je op pad over de Promenade de la Hoëgne, vergeet dan niet dat al die toegankelijke passages mogelijk zijn door veel onbaatzuchtig vrijwilligerswerk!

Net onder het watervalletje dat in 1899 naar Léopold II werd genoemd, bevindt zich een poeltje met de eeuwenoude naam
'Trô del Hougne' ('Gat van de Hoëgne'). Het heeft een doormeter van ongeveer twee meter. Merkwaardig is dat de diepte daarvan blijkbaar
moeilijk viel te peilen.
Plaatselijk heemkundige Michel Carmanne (°1936 - †2020) kon hierover een merkwaardig document opdiepen in de plaatselijke archieven: een proces-verbaal, opgemaakt in
1904 op vraag van Léonard Legras.

Volgens Legras leefde onder de bevolking van Sart een oude zegswijze waarin
'het Gat van de Hoëgne' zo diep was dat het de klokkentoren van Sart kon opslokken! Het comité van Sart-Attractions en met name Léonard Legras – steeds op ontdekking naar nieuwigheden die enerzijds bezoekers aantrekken en anderzijds bijdragen tot de lokale folklore – vond het opportuun om na te gaan wat er van die plaatselijke wijsheid klopte. Ze vonden er niks beter op dan te proberen om de Trô del Hougne
leeg te maken!

Afwachten tot een langere droge periode om een zo laag mogelijk debiet van de Hoëgne te verkrijgen. Op zondag
17 juli 1904 – de datum was enkele dagen tevoren aangekondigd in de regionale kranten – stond er vanaf de vroege uurtjes al een troep nieuwsgierigen te wachten bij het bosoptrekje van Sart-Attractions. De Hoëgne, waarin door droogte amper een tweetal liters per seconde stroomde, werd vanaf 50 meter hogerop afgeleid om de Cascade Leopold II droog te leggen.

Na 6 uren hard labeur slaagde een ploeg mannen er in om het gat met emmers leeg te maken. Tijd voor de toeschouwers om in het gat te piepen en 'de klokkentoren-mythe' met eigen ogen te verifiëren... De uitgraving werd geblokkeerd door een enorm blok kwartsiet dat houthakkers ooit neerhaalden van de rechteroever, en dat zich inbedde in de 'putmuren'. Daardoor ontstond over eeuwen heen een spoelgat, wat men met een Franse term
'une marmite géante' noemt. Deze kloof is cilindervormig en onderin gevuld met rolstenen die bij sterke stroming werden meegevoerd met het Hoëgne-water. Die puinblokken vullen de bodemholte onder de grote steen, waardoor de echte diepte slechts bij benadering kan worden bepaald met de hulp van een paal van vier meter lang. Helemaal lukte
'opération Trou de Hoëgne' dus niet, hoewel het comité van Sart-Attractions graag al deze blokkades had laten verwijderen om een meer exacte diepte te kunnen schalen...

De Promenade de la Hoëgne was een
instant succes. Vanaf de eerste jaren van de 20ste eeuw kwamen er duizenden wandelaars op af, vanuit Spa maar ook van veel verder per trein of per gehuurde bus. De snel stijgende toeristenstroom bracht
Léonard Legras ertoe om rond 1910 bij de Pont de Belleheid ook een café-restaurant te laten bouwen, de
'Chalet des Cascades'. Als vertegenwoordiger van
Sart-Attractions bemande hij tijdens de zomerperiode zowat dag en nacht dat gebouwtje met schuilhut. Legras had er toen al zowat 70 levensjaren opzitten.

Legras
gidste in de Hoëgne-vallei, vertelde oude verhalen en
serveerde er biertjes, limonades en koolzuurhoudende Spa-waters. In die periode kende ook de postkaart zijn hoogdagen. Vele duizenden
postkaarten met zichten over de Hoëgne werden in zijn chalet gekocht. Als kleurrijk
'bewaker van de Hoëgne-vallei' was hij zelf ook onderwerp op sommige van die postkaarten. Hij poseert er in gewone volkskledij, vaak ook met een lange houten rookpijp in de mond. Hij cultiveerde zelf wat dat profiel van kleurrijke
'bewaker van de Hoëgne'. Men noemde hem zelfs
'de kluizenaar van de Hoëgne'.

In
1914 vielen de Duitsers binnen in Blitzkrieg-stijl. Legras kwam met de snel oprukkende soldaten uit nabijgelegen Pruisen rechtstreeks in confrontatie en werd koudweg
geëxecuteerd. Met Legras verdween na de oorlog - na jaren verval - ook weer het schuil- en souvenirhuisje van Sart-Attractions.

In
1932, 18 jaar na zijn dood, werd Leonard Legras geëerd met een bronzen
bas-reliëf waarop zijn beeltenis en de terechte titel
'Promoteur des Promenades de la Hoëgne'. Heel wat verenigingen en prominente figuren waren bij inhuldiging aanwezig, waaronder de destijds bekende historicus Henri Pirenne en schrijver-'fagnard' Albert Bonjean. Er werd nogal wat afgespeechd die dag.

Ook vandaag is dit herinneringsbord nog aanwezig, alsof het gisteren werd geplaatst. Je treft het aan op een monolietrots ter hoogte van de Leopold II-waterval. Een kunstenaar uit Verviers en natuurliefhebber,
Fernand Heuze, is de maker van de levendige beeltenis, die ook vandaag nog prijkt op de plek waar Leonard Legras de bezoekers ontving.

Het moet gezegd dat toch niet iedereen zo gelukkig was met de attractieve 'inrichting' van de Hoëgne-vallei. Journalist en schrijver van de bekendste Ardennengids uit de 19de eeuw,
Jean d'Ardenne - pseudoniem van Léon Dommartin (°1839 - †1919), was zelf uit Spa afkomstig. Hij vermeldde de Hoëgne-vallei in elke heruitgave van zijn beroemde 'rode boekje'. Terwijl Jean d’Ardenne in de eerste editie (1885) nog sprak in termen van
'een vreemde wildheid' en van
'een watervallende rivier die over de rotsen gutst als over een rudimentaire trap', is hij na de toegankelijkheidswerken olv Sart-Attractions al heel wat minder enthousiast.

In zijn Ardennengids van
1909 klinkt het zo:
“Het is storend dat onder het voorwendsel van verfraaiing, zich hier de onvermijdelijke tussenkomst van de toeristische dienst (in dit geval ‘Sart-Attractions') manifesteert in verschillende rustieke voorzieningen, uitgedost met pretentieuze en domme, onderdanig vleiende benamingen.
Een loopbrug over een rivierkloofje heet 'Pont Léopold'; een uitzichtpunt over stroomversnellingen, ‘Rustpunt van de Koningin'. We bevinden ons in het deel van de Hoëgne-loop dat bijzondere bekendheid verwierf. Uit de tijd dat hier de omgeving nog niet werd mismeesterd, had ik nochtans unieke herinneringen. Onder het voorwendsel om bezoekers aan te trekken, moeten de vallei en zijn natuurlijke merkwaardigheden het lot ondergaan zoals bepaalde lokale verenigingen zelf vergenoegend voor ogen hebben. Niet enkel betuttelen en promoten maar helaas ook de drang om te 'verfraaien' door er ‘attrakties' aan toe te voegen. (...)”

Ook
Maurice Cosyn (°1895 - †1951), publicist van populaire Ardennengidsen vanaf de jaren '20 van vorige eeuw, gaat mee in de oprispingen van Jean d'Ardenne. In zijn eerste gids over Spa en omgeving (1930) schrijft Cosyn:
“Andere personen hebben het werk van Léonard Legras voortgezet. Het is amusant om te lezen wat sommige onder hen daarover hebben gepubliceerd"
Wellicht refereert Cosyn in de eerste plaats naar Emile de Damseaux maar eigenlijk deed Léonard Legras dat ook: beiden cultiveerden referenties met de Nijl, mythologie en koninklijke status.
"
Exploraties van de Hoëgne evenaren het belang van de ontdekking van de Victoria Watervallen en de charmante watervalletjes worden vergeleken met de stroomversnellingen op de Nijl. Niet verwonderlijk dat de onderschrijvers van deze 'tuinwerken’ aan de bruggen en watervallen namen toekenden die refereren naar hun eigen inbreng of namen die pompeus klinken, wat slecht samengaat met de wildheid van de omgeving. Kon men er geen lokale benamingen op kleven? Je kunt het ook spijtig vinden dat men er zogenaamde 'rustieke bruggen' plaatst.”

Met die 'pompeuze' namen en persoonlijke verheerlijking refereert Cosyn naar benamingen zoals
'Gouffre de l'Hippopotame' (= 'de Nijlpaard-kloof') ,
'Repos de la princesse Clémentine' (= 'rustplek Prinses Clémentine'),
'Cascade Léopold II',
'Cascade Marie-Henriëtte',
'Avenue du Pont Léopold II' voor een toegangspad,
'Promenade Léonard Legras',
'Pont Emile de Damseaux', vergelijkingen met de stroomversnellingen op de Nijl...

Ook de natuurvereniging van de nabij gelegen Hoge Venen,
Les Amis de la Fagne, zijn niet altijd zo enthousiast over wat zoal wordt ondernomen in de Hoëgnevallei. Over de in 1930 nieuwgebouwde
Eeuwfeestbrug (de vroegere Pont de la Vecquée), schrijven ze in 1938:
“Laten we proberen de vreselijke Eeuwfeestbrug te vergeten, ze doet pijn aan de ogen en is een oneer voor deze wandeling”.
Antoine Freyens (°1897 - †1978) ventileert zijn mening over de Eeuwfeestbrug als volgt in zijn boek
'Onze Hoge Venen':
“Het effect is afschuwelijk. Hopen maar dat een en ander niet te veel navolging krijgt. De ontwerper van dit wangedrocht had moeten weten dat dergelijk 'kunstwerk' op de eerste plaats met de omgeving moet harmoniëren.” Freyens, medestichter en eerste voorzitter van de vereniging
Les Amis de la Fagne drong er bij de gemeente Francorchamps zelfs op aan om minstens de triomfboog te laten wegnemen.
Op deze pagina vertellen we je het verhaal van een van de laatste verborgen wildernissen in België en hoe die wilde bovenloop van de Hoëgne een echte 'wandelhit' werd.
Op de volgende pagina nemen we je ook virtueel mee over die historische Promenade de la Hoëgne, een beeldverhaal van vroeger en nu.
Tot slot geven we je op een derde pagina een pak wandeltips mee voor je eigen tocht.
Op deze pagina vertelden we je het verhaal van een van de laatste verborgen wildernissen in België en hoe die wilde bovenloop van de Hoëgne een echte 'wandelhit' werd.
Op de volgende pagina nemen we je ook virtueel mee over die historische Promenade de la Hoëgne, een beeldverhaal van vroeger en nu.
Tot slot geven we je op een derde pagina een pak wandeltips mee voor je eigen tocht.
Over een lekkende waterspons...
De Hoëgne
ontspringt uit 'de enorme waterspons' van veenmos die typisch is voor het landschap van de
Hoge Venen en zijn venige ondergrond. Die plek ligt tussen twee van de hoogste punten in België, Baraque Michel en Signaal van Botrange, op een honderdtal meters ten zuidwesten van
Mont Rigi. Een echt bronpunt is er niet. Op een hoogte rond 660 meter vormt zich hier uit de 'sponzige'
Fagne de Polleur een pril beekje, de
Ruisseau de Polleur.
Al snel vervoegen andere afwaterende veenbeekjes op natuurlijke wijze de Polleur, waaronder de Ruisseau de la Baraque, die rechtstreeks water uit het veengebied bij Baraque Michel afvoert. Kronkelend door de ruwe veenvegetatie en lager door dennenaanplant, zoekt het water van de Polleur-beek zich een traject.
De afstand in vogelvlucht tussen brongebied en de Pont du Centenaire bedraagt 6 km, de hoofdloop van de Ruisseau de Polleur doet er als veenbeek kronkelend een paar kilometers extra over. Verder stroomafwaarts spreken we niet meer van de 'Ruisseau de Polleur' maar van 'de Hoëgne'.
Chaos van dikke rotsblokken
Tussen de
Pont de la Vecquée (of Pont du Centenaire) en de
Pont de Belleheid loopt het
spectaculairste deel van de Hoëgne. De inmiddels van beek tot riviertje gezwollen waterloop verliest hier tussen een wirwar van kwartsietblokken zeer snel hoogte: van ongeveer 510 meter hoogte bij Pont du Centenaire naar 360 meter bij de Pont de Belleheid, over een afstand van slechts 3,5 km.

De loop van al dat water door een chaos van dikke rotsblokken, zorgt (zeker in regen- of sneeuwsmeltperiode) voor een bruisend, borrelend en kolkend spektakel in de vorm van watervallen, stroomversnellingen en poeltjes tussen sterk ingesneden, beboste oevers. Afwaarts van de Pont de Belleheid loopt de pittoreske Hoëgne wat
rustiger tot aan de voormalige watermolensite van Solwaster (Moulin Thorez) om dan als een bredere 'doorsnee-rivier' verder te vloeien naar Royompré, Polleur en Franchimont-Theux.
Te
Pepinster vervoegt de Hoëgne dan de
Vesder, die op haar beurt bij Luik in de Ourthe stroomt om kort daarna in Luik het Maasdebiet te versterken.
Aantrekkelijk maar ook verraderlijk
Het deel tussen Pont de Centenaire en Pont de Belleheid is zondermeer het meeste attraktieve. Inmiddels al meer dan 125 jaren lokt de aantrekkelijke Hoëgne hier jaarlijks duizenden wandelaars. Toch kan de Hoëgne zich ook wel eens anders gedragen...Een uitzonderlijk gezwollen Hoëgne was in juli 2021 immers mee verantwoordelijk voor een dramatisch hoge waterstand van de Vesder... met een dodelijke overstromingsramp tot gevolg.
Hoëgne & Polleur
De naam 'Hoëgne' is van zeer oude origine. Wellicht is de naam uit oud-Waals afkomstig, de schrijf- en uitspraakwijze evolueerden nogal over de eeuwen heen: Hwègne, Houxhengne, Xhougne, Hoingne, …
Tegenwoordig wordt enkel nog de uiterste bovenloop van de Hoëgne als 'de Polleur' of 'Ruisseau de Polleur' bestempeld maar dat was niet altijd zo. De ganse rivier werd op kaarten en in geschriften soms ook Poleda, Poleud of Polleur genoemd in plaats van 'Hoëgne'. Het gelijknamige mooie Ardense dorpje 'Polleur' herinnert daar nog aan.
Bronnen:
De teksten op deze pagina's zijn op klassieke, natuurlijke basis opgebouwd, zonder artificiële intelligentie (AI).
De samenstelling is voornamelijk gebouwd op persoonlijke wandelervaring met deze wandelroute.
Aanvullend en met name voor historische achtergronden, werden heel wat externe bronnen geraadpleegd:
Kranten: L'Avenir,
L'Indépendance Belge, Le Patriot, La Meuse, Le Petit Bleu du Matin, Le Matin, L'Etoile Belge, Gazette de Charleroi, Le Soir, Le Peuple, La Légia, Het Belang van Limburg, Le Métropole, Gazet van Antwerpen, Het Nieuws van den Dag, La Dernière Heure, Sudinfo Nordeclair.
Archieven & bibliotheken: KBR Brussel, Sentiers de GR, Germaine Tillion Paris,
Musée de la Vie Walonne - Fonds Musées de Verviers
Websites: connaitrelawallonie.wallonie.be, caersbart.be, delcampe.com, sparealites.be, trainworld.be, facebook
Tijdschriften: ABC Geïllustreerd Weekblad, Pourquoi Pas?, Le Soir Illustré, Les Amis de la Nature, Bulletin Tourisme Féd de Tourisme du Prov de Liège,
Bulletin Amis de la Fagne (Hautes Fagnes), Histoire - Archéologie Spadoises,
Bulletin Touring Club de Belgique, Info Vakantiegenoegens, Bulletin de l'Association Belge de Photographie, Bulletin communal Jalhay, Geonieuws 2015/2
Boeken & brochures:
Toeristische gidsen Guides Cosyn - Spa Vallée de la Hoëgne, Maurice Cosyn ± 1930
Gids voor Spa en omliggende, Vlaamse Toeristenbond 1953
La Baraque Michel et La Haute Ardenne, Albert Bonjean 1926
Spa-Attractions Guide Illustré des promenades pédestres ± 1920
Itinéraires pédestres Spa, Hautes Fagnes Hertogenwald, Denis Closson 1908
Guide de la Fagne, Antoine Freyens 1958
Onze Hoge Venen, Antoine Freyens ± 1970
Reizen in het spoor van Leopold II, Kris Clerckx 2009
Trente randonnées pédestres originales en Wallonie, Jean-Marie Maquet 2001
La mise en tourisme de l’Ardenne Belge 1850 – 1914 Chapitre III, Stéphanie Queriat 2010
Landschap in Veelvoud, België en enscenering pittoreske landschap in het 19de-eeuwse album en boek, Lut Pil 2020
Images et visages des Hautes-Fagnes, Serge Nekrassoff 2007
L'Ardenne, Jean d'Ardenne (Léon Dommartin) 1881 / 1909
Itinéraire curieux des environs de Spa, J.L. Wolff, 1816
Album 'dit de Beaurieux' Schetsboek regio Spa, Charles-Denis de Beaurieux, ± 1700
Petite Histoire Sartoise, Michel Carmanne 2005
La Vallée de la Hoëgne, Michel Carmanne 2007
Spa en excursion à la vallée de la Hoëgne, Emile de Damseaux 1905 / 1910
Wandelgidsen C.N.S.G.R. / SGR G.R. 5 en G.R. 573/ GRP 573 periode 1965 - 2023
La Belgique Illustrée, Eugeen Van Bemmel 1880
Dictionnaire géographique de la Province de Liège, Vandermaelen 1831
Valerie Havard artiste peintre, biographie et oeuvres littéraires, V. Morand 1920
Guide complet de la Hoëgne, Hervé Barzin ± 1950
Promenade 55, brochure Office du Tourisme de Jalhay-Sart
Diverse:
Tenzij anders vermeld, zijn veel zwart-wit afbeeldingen afkomstig van oude prentbriefkaarten
Toespraak inhuldiging Legras-medaillon 'Le Bienfaiteur', Edmond Duesberg 1932
Nieuwsberichten media: RTL, RTBF, BRF
Onderzoek mmv Jean-Pierre Englebert
Al meer dan 125 jaar is de Hoëgne-wandeling een van de meest geliefde wandelroutes in de Ardennen. Het wild stromend en in watervalletjes kabbelende veenbeekje lokt nog jaarlijks duizenden wandellustigen. Van de Pont de Belleheid bij Sart-lez-Spa trekken ze langs de met dikke rotsblokken bezaaide rivier een heel eind hoger, naar de Pont de la Vecquée, aan de rand van de Hoge Venen.
We vertellen je in dit verhaal hoe vanaf eind 19de eeuw een wilde en moeilijk toegankelijke riviervallei een van de populairste Ardense wandelattrakties werd. Hier, bij de Hoge Venen werd een stukje wandelgeschiedenis geschreven. Hier ook werden in België de allereerste wit-rode markeringsstreepjes van een GR-pad geverfd. Terug naar lang vervlogen tijden waarin wandelpioniers de Hoëgnevallei bekend en toegankelijk maakten.
Jean-Louis Wolff was een merkwaardige autodidact. Hij maakte rond het jaar 1815 de eerste 'wandelkaart' voor de excursionist in de Hoëgne-vallei.
De Polleur-beek (of de prille Hoëgne)
op het Hoge Venen-plateau
De Hoëgne is tussen Hockai en Pont de Belleheid in
droge
zomerse periodes door een laag debiet meer beek dan rivier
Koningin Maria-Hendrika (°1836 - †1902)
De Hoëgne getekend door Charles-Denis De Beaurieux eind 17de eeuw
De Hoëgne getekend door Remacle Le Loup rond 1730
Hoëgne: Gouffre de l'Hippopotame (= 'de Nijlpaardkloof') en 'watervallen Maria-Hendrika'
Léonard Legras (°1839 - †1914)
Léonard Legras, promotor van de Promenade de la Hoëgne. Hier gezeten aan de Avenue (!) Léopold II
bij de wandelbrug Léopold II en de Cascade Léopold II.
Precies op de plek waar Legras op deze postkaartfoto zit,
zou 18 jaren na zijn dood een herdenkingsmedaillon met zijn beeltenis op worden geplaatst.
Treinstation van Hockai
Afbeelding uit 'La Belgique illustrée' (1878) van uitgever Bruylant en onder coördinatie van Eugeen van Bemmel. 'Le torrent de la Hoëgne", gravure van Alphonse Pecqeureau (°1831 - †1917)
Links: startpunt afdaling vanuit Sart-Station naar de Promenade de la Hoëgne.
Rechts: Vanuit Hockai-Station liep de aangenaamste toegang tot de vallei van de Hoëgne via een privé-passage (aangegeven op de wandelkaart hieronder met 'droit de passage exigé'). Dat pad over een weide naar de oude Vecquée-weg en zo naar de Pont de la Vecquée en de Hoëgne, was afgesloten met een hek. Bij afroep kwam een meisje met sleutel het hek openen voor 10 centiemen per persoon.
(Foto's Emile de Damseaux)
Nieuw paviljoen met uitzichtpunt ('belvédère') over de Hoëgne
Jean-Louis Colette, de onderwijzer in het schooltje van Hockai, tekende in 1910 deze uitstekende kaart van de Promenade de la Hoëgne.
een verbeterde versie van de kaart die Emile de Damseaux in 1905 tekende van de Promenade de la Hoëgne.
De treinstations van Sart-lez-Spa (Sart-Station) en Hockai waren de start- en eindpunten bij uitstek van de Promenade de la Hoëgne.
Een van de nieuwe bruggetjes over de Hoëgne, de Pont des Cascatelles. Aangelegd rond 1903.
Dit wandelbrugje tussen de Pont de Belleheid en Moulin Thorez liet Emile De Damseaux naar zichzelf noemen: Pont Emile de Damseaux. De wandelbrug die vandaag op dezelfde plaats ligt, is tegenwoordig bekend als de Pont du Gouffre des Moutons.
Emile de Damseaux, poserend rond 1905 op de nieuwe, naar hem genoemde wandelbrug ter hoogte van de 'Gouffre des Moutons'.
Ze is nog in aanbouw, er kwamen ook nog houten relingen op.
Emile De Damseaux (°1830 - †1913)
Ter gelegenheid van 100 jaar België, kreeg de locatie van de Pont de la Vecquée in 1930 een nieuwe brug en een nieuwe naam: de Pont du Centenaire (of Eeuwfeestbrug). De sierbetonnen triomboog vonden sommigen een kitscherig misbaksel in deze natuurlijke omgeving. De triomfboog verdween tijdens WO II of kort daarna, de rest van de betonnen brug bleef.
Optrekje van Sart-Attractions in de Hoëgne-vallei op het kleine plateau nabij de Cascade Leopold II,
met Leonard Legras als 'bewaker'.
Bas-relief aan de Cascade Leopold II sinds 1932. Ter herinnering aan Leonard Legras, 'Promoteur des Promenades de la Hoëgne'
Instant succes voor de Promenade de la Hoëgne. Bezoekers in 1904. (Foto Fettweis - coll Musées de Verviers)
Wandel- en waterplezier langs de Hoëgne in 1916 (Foto Montfort - coll Musées de Verviers)
Tijdens de jaren 1920 verviel 'het huisje' van Sart-Attractions / Léonard Legras. Enkel een herbouwde schuilhut bleef over.
Op reis naar de Hoëgne in 1937 per Radiotrein...(Krant Het Nieuws van den Dag)
Picknick langs de Hoëgne rond 1916 (Foto Monfort - coll Musées de Verviers)
De Radio-trein naar de Hoëgne: Onderweg zijn was al de helft van het reisplezier
Per Radiotrein naar de Hoëgne in 1934 (Foto's ABC Geïll. Weekblad)
Al voor 1910 liet Léonard Legras dit café-restaurant 'Chalet des Cascades' bouwen bij de Pont de Belleheid. Vandaag is het een vakantiehuis voor verhuur geworden.
Café - Restaurant - Frituur - Dancing 'Terminus de la Hoëgne' tijdens de jaren 1930.
Het Natuurvriendenhuis 'Les Hautes Fagnes' te Hockai eind jaren 1930.
Uitvalsbasis of etappepunt
voor een tocht door de Hoëgne-vallei of de Hoge Venen.
Het eerste G.R.-pad in België was zo ontworpen dat je onderweg kon overnachten in Natuurvriendenhuizen, jeugdherbergen en eventueel op een camping.
Kaart gebaseerd op publicatie in 'Voyages Plein Air' (1960).
De eerste kaart van de Waalse G.R. 5 (1960?), geschetst door Edmond Robyns, verkocht voor 12 franken. +
cover eerste wandelgids voor G.R. 5 (1965) (Arch. SGR)
Eerste topogids (1967) over G.R. 573
en de huidige 7de editie van GRP 573 (2023)
Vanaf eind jaren '40 publiceerde Georges Barzin (°1910 - †1972) gidsen en brochures over Spa en de Hoëgne-vallei
Promenade de la Hoëgne bij de Nouveau Pont du Renard
De lokale pers berichtte uitgebreid over 100 jaar Promenade de la Hoëgne
Herdenkingsbord over 100 jaar Promenade de la Hoëgne
Een kleine greep uit de massale digitale beeldenstroom via sociale media (Emma / Michaël / Cindy / Nicolas & Eline / Danisa)
De Hoëgne in onwezenlijke kleuren: van diepbruin over zijdewit tot diepblauw (Foto's Judith / Erik / Raymond)
Werk van de Maandagvrijwilligers: oa knuppelpaden aanleggen
Voor de viering van 100 jaar Promenade de la Hoëgne, bouwden
de Maandagvrijwilligers
ook een vernieuwde 'Abri Legras' bij de waterval 'Leopold II'. (Beeld L'Avenir 2000)
De Maandagvrijwilligers volop aan het werk. (Beeld L'Avenir)
Ghislain Lespire (°1933 - †2019)
Al de houten bordjes in de Hoëgne-vallei zijn eveneens het werk van de Maandagvrijwilligers. Aanvankelijk werden ze wellicht door Ghislain Lespire zelf gemaakt (initiaal G.L.)
Enkele Maandagvrijwilligers bij alweer een nieuw afgewerkte (en verhoogde) wandelbrug. (Beeld Sart Tourisme)
Enkele Maandagvrijwilligers op een wandelbrug in opbouw (Beeld RTL)
Leonard Legras (rechts), op de wandelbrug bij de Waterval Leopold II, boven de 'Trou de la Hoëgne'
Léon Legras tekende een doorsnede van wat ze hadden kunnen vast stellen. Daaruit deze kaartuitsnede. De meetbare diepte van de poel die 2 meter diameter heeft, werd geschat op 2 meter water + 2,5 meter vulling met rotsen en rolstenen. Totaal gemeten diepte: 4,5 meter dus. (Bron Histoire et archéologie Spadoise - Michel Carmanne)
Tijdens de nacht van 14 op 15 juli 2021 bereikte de Hoëgne ter hoogte van de Pont de Belleheid op een gegeven moment een historische doorstroming van meer dan 50 kubieke meter per seconde! (Statistiek hydrometrie.wallonie.be)
De Hoëgne kort voor Pont de Belleheid met een snel stijgend waterpeil op 14 juli 2021. Geen watervallend beekje meer
maar een beukende, woeste wildwaterrivier,
op weg naar een recorddebiet tijdens de daaropvolgende nacht. Beeld Théatre
Met wegwijzers, locatieborden en beschilderingen op rotsen
werden begin 20ste eeuw toeristen door de Hoëgne-vallei geleid.
Ook hier weer Leonard Legras op deze ingekleurde postkaartfoto.
Leonard Legras hield ook café bij de Waterval Léopold II. Bij de Pont de Belleheid,
te Sart-Gare en bij Hockai openden ook cafés en restaurants.
Opvallend merkpunt langs de Promenade de la Hoëgne was een eeuwenoude eik, de 'Chêne Rustique'. Sommige toeristen vonden het leuk om de boom, die in de eindfase van zijn leven was, op te klimmen. De eik stierf af half 20ste eeuw.(Foto Monfort - coll Musées de Verviers)
Een pad dat naar een 'Koninklijke Waterval' leidt moest ook een prestigieuze naam krijgen! Geen 'pad' dus maar een 'Avenue'!
'Trou de la Hoigne' kreeg naar aanleiding van de officiële openstelling van de Promenade de la Hoëgne in 1899 de meer prestigieus klinkende naam 'Cascade de Léopold II'.
1. Van kabbelbeek naar wildwaterrivier...
2. Een mysterieuze, wilde vallei
17de - 18de - 19de eeuw
3. Léonard Legras & Sart-Attractions
1890 - 1899
4. Koninklijke inhuldiging
1899
5. Verlenging Promenade de la Hoëgne
1900 - 1906
6. Emile de Damseaux, bobelin & excentriek pionier...
7. Stanley achterna...
Op safari in de Hoëgne-vallei.
8. Leonard Legras, initiator & promotor van de Promenade de la Hoëgne
9. 'De Hoëgne moet pronken als
een gegeerde minnares...'
10. Het onpeilbare 'Gat in de Hoëgne'.
1904
11. Bedreigingen voor de Hoëgne-vallei
12. Radio-treinen & massa-toerisme
1919 -1940
13. De Hoëgne als eerste GR-traject
1959
14. Een eeuw Promenade de la Hoëgne
1999
15. Nieuwe 21ste eeuwse 'excursionisten':
Over trailrunners, instagramtoeristen & outdoor photographers...
16. De Helden van de Hoëgne
A. Plannen voor stuwdammen
B. Massale dennenaanplant
C. Overstromingen - flash flood
D. Toeristische druk
A. Instagram- & Tiktoktoeristen
B . Outdoor-fotografen
C . Trailrunners





















