Op de vorige pagina vertelden we het verhaal van een van de laatste verborgen wildernissen in België en hoe die wilde bovenloop van de Hoëgne een echte 'wandelhit' werd.
Op deze pagina nemen we je ook virtueel mee over die historische Promenade de la Hoëgne, een beeldverhaal van vroeger en nu.
Tot slot geven we je op een derde pagina een pak wandeltips mee voor je eigen tocht.
Op de vorige pagina vertelden we het verhaal van een van de laatste verborgen wildernissen in België en hoe die wilde bovenloop van de Hoëgne een echte 'wandelhit' werd.
Op deze pagina namen we je ook virtueel mee over die historische Promenade de la Hoëgne, een beeldverhaal van vroeger en nu.
Tot slot geven we je op een derde pagina een pak wandeltips mee voor je eigen tocht.
Vanaf de Pont de Belleheid (Sart-lez-Spa) tot de Pont de la Vecquée (Hockai) wandelen we La Promenade de la Hoëgne helemaal af. Slechts 3,6 km maar wel vol van 'kleine histories'.
Op het einde wandelen we vanaf de Pont de Belleheid ook even in de andere richting, stroomafwaarts over anderhalve kilometer tot Moulin Thorez. We illustreren de korte tocht met een pak oude beelden, vooral van postkaarten die massaal werden gekocht in de schuilhut van wandelpromotor Léonard Legras begin 20ste eeuw en tijdens het interbellum.

Vertrekken doen we dus vanaf
Pont de Belleheid stroomopwaarts. Er is hier in het gehucht
Belleheid van oudsher een
wed (doorwaadbare plaats) in de Hoëgne. Op de Ferrariskaart uit ± 1777 is dat wed reeds aanwezig maar ongetwijfeld is dit passagepunt door de Hoëgne nog vele eeuwen ouder als verbinding naar de oude veenweg
Chemin des Tapeux (Sart – Solwaster – Baraque Michel). Ook vandaag doet die Hoëgne-passage te Belleheid nog dienst... om autotoeristen aan te voeren die op de
parking aan de andere oeverzijde terecht kunnen met hun auto. Uiteraard is dat enkel een optie als de Hoëgne niet uitzonderlijk hoog staat.

De Pont de Belleheid is het meest populaire
startpunt voor de Promenade de la Hoëgne. Het eerste gebouw werd hier opgetrokken opgetrokken voor 1910 op initiatief van Léonard Legras, een café-restaurant met de naam
'Le Chalet des Cascades'. Vandaag staat dat huis er nog steeds en wordt het verhuurd als vakantiehuis
'Le Refuge de la Hoëgne'. Vlakbij kwam er tijdens het interbellum ook een hotel met brasserie-restaurant,
'Hotel du Pont de Belleheid'. Ook dat gebouw staat er nu nog, als restaurant
'Le Petit Normand'. Er was een vrij groot terrein aan verbonden met onder andere een speeltuin en kermismolen. Na WO kwam op die terreinen ook een chalet, nu is dat
'Le Chalet du Pont de Belleheid', een populair en volks restaurant. De huidige brasserie onder die naam gaat er prat op al in bedrijf te zijn sinds 1962. Speelgelegenheid voor kinderen is nog steeds aanwezig. De wat pretparkachtige sfeer is hier dus al decennialang! Er zou in de jaren voor en na WO II ook jeugdaccommodatie en kampeermogelijkheid zijn geweest.

Het
wandelbruggetje – de eigenlijke Pont de Belleheid – is al minstens een vijftal keren vervangen sinds ze eind 19de eeuw werd geplaatst. Tijdens de nacht van 14 -15 juli 2021 spoelde de Pont de Belleheid weg. Het watergeweld van de Hoëgne bereikte op dit punt toen een zware debietpiek van meer dan 50 m³ per seconde! De huidige brug, die net zoals meer dan een eeuw eerder rust op twee dennenstammen, werd in september 2021 geplaatst.

We wandelen door de autoparking naar een
portiekje dat aanduidt dat we hier aan de historische Promenade de la Hoëgne beginnen. Je merkt al snel een met afgesleten steenbrokken verharde padbedekking, ongetwijfeld gelegd eind 19de eeuw door de boswachterij met medewerking of op vraag van Léonard Legras. Een houten bordje vertelt ons wat verder dat hier in de omgeving de gammele woonst van
Antoine Raquet (°1885 - †1953) ooit stond.

Het verhaal van
Antoine Raquet. Na WO I vestigde zich een tijdje een eenzame man in de Hoëgne-vallei. Niet voor even maar zowat 30 jaar lang...Stroomopwaarts van de Pont de Belleheid bouwde Antoine Raquet een barak van houtresten, blik en golfplaat om er een teruggetrokken leven te leiden.
'Antoine, de Kluizenaar van de Hoëgne' werd hij genoemd, hoewel het over geen eenzame monnik ging, eerder een zonderling. Heemkundige Michel Carmanne schrijft in zijn boek
'La Vallée de la Hoëgne' het volgende:
"Het gebeurde dat hij zich kleedde als een vrouw, dat hij naakt baadde in de Hoëgne en dat hij sliep in zijn toekomstige doodskist die hij zelf had gefabriceerd." Georges Barzin schrijft in zijn Hoëgne-gids eind jaren '40 :
"Om nieuwsgierige Hoëgne-wandelaars weg te houden, heeft hij bedreigende opschriften rond zijn optrekje geplaatst: 'Gevaar voor mijnen', 'Opgepast voor wildvallen', 'Geladen geweren ', enz." Toch lijken die bedreigende opschriften eerder onschuldig, net zoals het karakter van 'de kluizenaar' wellicht. Het barakje van Antoine Raquet verdween in de jaren '50. Bij leven werd bij zijn woonst de Hoëgne-passerelle, die steunde op drie dennenstammen en geen leuning had, al naar hem genoemd:
'Le Pont Antoine L'Ermite'. Vandaag bestaat een vervangende brug nog steeds onder de naam
'Le Pont Raquet'. De oude passerelle was iets meer richting Belleheid gelegen.

We steken de Pont Raquet over maar blijven niet lang op dat eilandje in de Hoëgne. Al snel komen we bij de
'Nouveau Pont du Renard' (
'de Nieuwe Brug van de Vos'), waar we weer de Hoëgne oversteken. Het huidige brugje werd in juli 2020 aangelegd.
Nouveau? Zoals de naam doet vermoeden was er ooit een oudere
'Brug van de Vos', die lang geleden een eind verder stroomopwaarts lag. Die is er al lang niet meer. De eerste
'Pont du Renard' werd wellicht aangelegd in de periode dat Léonard Legras het Hoëgne-pad ontwikkelde, eind 19de eeuw.

Afgaande op de vele postkaarten van de oude brug die destijds circuleerden, was de verdwenen
Pont du Renard misschien de
meeste gefotografeerde brug van de Promenade de la Hoëgne. Kort nadat boswachters de brug geslagen hadden eind 19de eeuw, merkte een jonge wandelaarster op de besneeuwde brug verse sporen van een vos. Vandaar de brugnaam volgens de overlevering. Aanvankelijk was bij deze
Pont du Renard ook een rustbank en tafeltje geplaatst. Nogal wat van die eerste wandelbruggen werden oorspronkelijk voorzien van leuningen in een decoratieve rustieke stijl van takkenweefsel. In latere decennia werden de vervangende wandelbruggen opgebouwd met een puur functionele metalen of houten brughek en -leuning.

Onderweg naar de rand van de Hoge Venen komen we al stijgend langs een aantal
zijbeken die de Hoëgne voeden tot een volwassen rivier. 's Zomers komt er uit die beken soms niet veel meer uit dan wat gedruppel of staan ze zelfs droog, 's winters dan weer kunnen ze aanzwellen tot stevig watervallende beken. De kleinste hebben geen naam, de wat grotere dragen namen als Ru de la Chèvresse, Ru des Mollets, Ru des Cwèbéhis, Ruisseau des Plénisses of Reni Ru.

Een eind voorbij de
Nouveau Pont du Renard lag dus ergens de oorspronkelijke
Pont du Renard. Nog wat verder langs de rechteroever komen we bij het volgende houten brugje, de
'Pont Nolay'. Ze heeft haar naam pas in 2023 gekregen en is opgedragen aan de inwoners van de Boergondische gemeente
Nolay, zustergemeente van Jalhay.

Van begin 21ste eeuw tot juli 2021 lag hier de
'Pont Noël et Marquet' (of
'Pont Noël Marquet'?). De brug spoelde weg bij de zware overstroming tijdens de nacht van 14 op 15 juli 2021. Toen de Franse gemeente Nolay (Frans Boergondië) gehoor kreeg van de waterramp die haar zustergemeente Jalhay zo hard had getroffen, stelde het bestuur zich dadelijk bereid om hulp te bieden. Een donatie van 3000 € door de Nolaytois werd gebruikt om ondermeer deze brug te herstellen. De vorige
Pont Noël et Marquet was weggespoeld. De Maandagvrijwilligers van Sart-lez-Spa gingen aan de slag en in de lente van 2023 werd de nieuwe brug in aanwezigheid van een Franse delegatie, het gemeentebestuur van Jalhay en de Maandagvrijwilligers officieel ingehuldigd. Om haar zustergemeente te eren werd de wandelbrug herdoopt tot
'Pont Nolay'.

We steken de Hoëgne via de
Pont Nolay over. Vanop de brug heb je stroomopwaarts een mooi zicht. Zo belanden we weer op de linkeroever van de Hoëgne. Langs de
'Gouffre de l'Hippopotame' (=
'de Kloof van het Nijlpaard'), al moet je wel erg veel verbeelding hebben om in de dikke kwartsietrotsen op deze plek waar de Hoëgne-bedding versmalt, de vorm van een nijlpaard te ontdekken. Het is zo een van die exotische namen die Léonard Legras (?) gaf aan aan plekken in de vallei van de Hoëgne. Alsof we hier op de Nijl zitten...

Hier ook zien we de
Waterval van Koningin Maria-Hendrika, eerder een kabbelende stroomversnelling. De waterval wat verder, die naar haar echtgenoot Leopold II werd genoemd, is een stuk hoger. Zo ging dat destijds. Voorrang voor de mannen. Of moest het hiërarchisch protocol worden gerespecteerd? Hier stond dus in 1899 Koningin Maria-Hendrika maar het was Koning Leopold II, die hier nooit is geweest, wiens naam werd toegekend aan de grootste waterval.

We zijn eigenlijk nog maar een goeie kilometer gevorderd als we voorbij de de Waterval van Maria-Hendrika over een deels met houten leuningen beveiligd pad een klein plateau bereiken. Dit was in 1899 het hoogtepunt van de wandeling, met de
Waterval Léopold II boven de
'Trou de la Hoëgne' en een paar rust- en picknickbanken. Hier ook bouwde Léonard zijn
ontvangsthut voor toeristen. Hij verbleef er 's zomers het grootste deel van de dag (en nacht). Nog hier vond in
1899 de
officiële inhuldiging van de Promenade de la Hoëgne plaats in aanwezigheid van Koningin Maria-Hendrika. Als inwoonster van Spa leverde Maria-Hendrika ook een financiële bijdrage voor het vrijmaken van de toegang tot de Hoëgnevallei. Ze stond er op om op maandag 25 september 1899 de openstelling van de Promenade de la Hoëgne zelf bij te wonen.

De wat hoger gelegen en met iets meer hoogteverschil geprofileerde waterval, werd dus naar Leopold II zelf genoemd, hoewel de tweede, vandaag fel gecontesteerde, 'Koning der Belgen' hier nooit persoonlijk is geweest. Daal even af over het trappenpad tot op de wandelbrug boven de
'Trou de la Hoigne' en de
Leopold II-waterval. In een rotsmonoliet is een
memoriaal aangebracht ter ere van
Léonard Legras. Dat bas-reliëf met een levendige afbeelding van 'de valleiwachter' en 'promotor van Hoëgne-wandelingen', werd gemaakt door de Vervierse kunstenaar
Fernand Heuze. Het lijkt wel of dat gisteren gebeurde maar het werd al op zondag 18 september
1932 ingehuldigd bij vlammende toespraken ter ere van Legras.

Als er stevig wat water over de Hoëgne-bedding stroomt, dan toont de Leopold II-waterval zich op zijn best: stortwater wordt hier dan door een sterke versmalling geperst. Onmiddellijk onder de waterval bevindt zich die zogenaamde
'Trô del Hougne' ('het gat van de Hoëgne'), waarover we uitgebreid uitweiden op de vorige pagina. Vanop het brugje heb je een uitstekend zicht, keer daarna op je stappen terug.

Boven de waterval bevond zich het infopunt van
Sart-Attractions, 's zomers haast permanent bemand door Léonard Legras. Hij gidste bezoekers maar serveerde er ook drank en verkocht er postkaarten. Na zijn dood in 1914 verviel die schuilhut langzaam in ruïne. Er kwam een overdekte houten rustplek in de plaats, die op oude postkaarten de naam
'Abri Linard' kreeg. Een verbastering van 'Léonard'? In
1999 werd dit kleine plateau wat heringericht met een kopie van de oude rustplek
Abri Léonard, rustbanken en een
herdenkingsplaat voor
100 jaar Hoëgne-wandeling in 1999. Naar aanleiding van dat eeuwfeest werd trouwens het hele Hoëgne-pad onder handen genomen en maximaal gerestaureerd om de aantrekkelijkheid te behouden.

Vanaf dit rustpunt kun je ook weer de Hoëgne-vallei verlaten om naar Sart-Station wandelen, al is het mogelijk wat zoeken, want de bewegwijzering met de blauwe kruisjes is niet zo duidelijk. Het pad, gedeeltelijk met trappen, dat Léonard Legras ooit aanlegde tussen het treinstation van Sart en de Leopold II-waterval is (in omgekeerde richting) moeilijk te traceren.
Maar de Hoëgne heeft nog heel wat moois te bieden, we blijven dus nog een tijdje in de vallei en steken ook de Pont Leopold II NIET over.

Voorbij de Waterval 'Léopold II' en de 'Abri Legras' blijven we op de linkeroever het blauwe plusteken en de geelrode tekens van GRP 573 verder volgen. Langs het
'Rustpunt 'Princesse Clémentine'. Destijds een plek met een rustbank. Waar dat rustpunt zich precies bevond was is moeilijk te achterhalen, wellicht ergens tussen 100 à 500 meter stroomopwaarts van de Waterval 'Léopold II'. Er is ook geen bewijs dat Prinses Clementine (°1872 - †1955), de jongste dochter van Léopold II, de Promenade de la Hoëgne heeft afgewandeld, laat staan gerust heeft op de plek die naar haar werd genoemd. Zeker is wel dat Clementine de Hoëgne-vallei elders heeft bezocht. Op zaterdagnamiddag 4 augustus 1906 was ze enkele uren te gast te Solwaster bij de huidige verkeersbrug over de Hoëgne (Moulin Thorez). Promotor van de Promenade de la Hoëgne, de flamboyante Emile de Damseaux, zat daar voor iets tussen. Hij had de beau monde van Sart-lez-Spa en de bobelins van Spa opgetrommeld voor een exclusief feestje van de Automobielclub van Spa daar.

Zowat 700 meter voorbij de Waterval 'Leopold II' komen we langs een over de jaren heen wat verweerd bordje met de tekst
'site du chêne rustique' ('de rustieke eik') en enkele m² afgerasterd terrein waarop een paar jonge eiken proberen te overleven. Waarover gaat het? Eeuwenlang stond hier een dikke eik. Al in de tijd dat op initiatief van Léonard Legras het Hoëgnepad werd aangelegd, had deze stokoude eik zijn laatste levensfase bereikt. De dikke stam stak nog met een uitstekende tak boven de Hoëgne maar van een fiere stevige eik was toen al lang geen sprake meer. De rustieke eik met zijn rare en fotogenieke vorm was wel onderwerp op veel postkaarten met Hoëgne-zichten die voor WO II werden verspreid.

Het lijkt er op dat ergens in de jaren 1940
'de chêne rustique' definitief de geest gaf. Het feit dat wandelaars soms op zijn korte, holle stam klommen was wellicht ook niet van dien aard om de oude knar van een rustig pensioen te laten genieten...
Sommige regionale schrijvers - zoals Nicolas-Alphonse Fauchamps en Hervé Barzin tijdens de jaren '40 - beweren dat de eik hier eigenlijk niet zo toevallig stond. Volgens hen werd met deze eik vele eeuwen geleden een historische grenslijn gemarkeerd. Die afbakening werd bepaald in de 7de eeuw door de Frankische koning Theuderik III als gevolg van concessies en landdonaties ten voordele van de abdijen van Stavelot en Malmedy.
Op de plek waar tot driekwart eeuw geleden de oude eik stond, zijn in 2004 enkele jonge opvolgers geplant. Die jongelingen hebben in deze vrij donkere omgeving met een hard klimaat nog veel mensengeneraties te gaan vooraleer er met wat geluk weer van
'rustieke eiken' sprake zal zijn...

We stijgen verder langs de linkeroever langs een Hoëgne die er niet minder mooi op wordt maar integendeel blijft borrelen, klotsen, watervallen en schuimtaarten produceren tussen de kwartsietrotsen door. Al even geleden dat we nog een langs een bruggetje kwamen. We bereiken de
'Pont du Palmier' (
'de Brug van de Palmboom'). Een palmboom is hier in de verste verte niet te bekennen in dit harde Ardense klimaat op een hoogte van nog net geen 500 meter. Ook hier is wat verbeelding nodig om een naamverklaring te vinden. Kijk niet verder dan een paar meters stroomopwaarts van de brug. Het water kabbelt er over een langgerekte stenen 'kolom'. Sommigen zien in deze natuurlijke stuw het restant van een antieke Babylonische zuil, de
'Barrage de la Colonne'.

Anderen dan weer zien er de stam van een
versteende palmboom in. Dat laatste idee vormde ook de inspiratie voor de brugnaam. Over een versteende boom gaat het echter niet, hoewel dat bestaat in de wereld. Een meer waarschijnlijke geologische verklaring voor deze steenmassaronding is dat ze het gevolg is van opstuwing door druk. Rotsplooiing is dan vaak het resultaat en in dit geval werd die plooiing verder gepolijst door de stroming van duizenden jaren Hoëgne-water. De versie van de palmboom gaf in ieder geval inspiratie voor de brugnaam kort na het jaar 2000, want dit is nog een relatief recente brug. Ook deze Pont du Palmier spoelde weg tijdens de overstroming van 14-15 juli 2021, ze werd al in september 2021 heraangelegd door de Maandagvrijwilligers.

Via de Pont du Palmier belanden we weer aan de rechteroever van de Hoëgne om al snel bij de
'Pont des Bénévoles' te komen. Deze steken we niet over. Naar een verklaring voor de brugnaam hoef je niet ver te zoeken. De brug brengt eer aan
'Les Bénévoles du Lundi' (de
'Maandagvrijwilligers') van Sart-lez-Spa. Dat zijn de gepensioneerde mannen die wekelijks aan de slag gaan in de vallei van de Hoëgne of in een van haar zijvalleien, om bruggen zoals deze en andere padinfrastructuur te herstellen en te vernieuwen. Het zijn zij die zorgen voor jouw betere wandelbeleving hier. Ook deze brugoverspanning is relatief recent, van na 2000.

Het oorspronkelijke pad langs de Hoëgne uit begin 20ste eeuw liep vanaf de verdwenen
Pont du Renard eigenlijk bijna continu langs de linkeroever van de Hoëgne. De
Pont des Bénévoles geeft toegang tot die linkeroever maar die is moeilijker toegankelijk en de natuur herbergt er aan die valleizijde een grote verscheidenheid aan eerder zeldzame soorten mossen, waaronder levermossen. Daarom ziet men daar liever geen massa wandelaars. De Promenade de la Hoëgne blijft tegenwoordig op de
rechteroever, we steken de Pont des Bénévoles dus NIET over.

Enkele honderden meters verder toch weer de linkeroever opzoeken via de
'Pont de la Grosse Roche' (of
'Pont des Grosses Roches'). De
'Brug van de Dikke Rots' dus. Laatst vernieuwd in september 2011. Ze lijkt dus het overstromingsgeweld van 2021 overleefd te hebben. De naam verwijst naar een groot, wat overhangend rotsblok hogerop de rechterflank van de vallei, kort voor je wandelbrug bereikt. De grote monolietblokken in die omgeving gaven ook hun naam aan het uitzichtpunt met schuilhutje (
belvédère) hoog boven de Hoëgne.

Het plaatsen van zo'n schuilhutje op een ingericht uitzichtpunt (
belvédère) was erg populair bij de realisatie van recreatieve wandelroutes tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw. Zo'n plekken vormden letterlijk en figuurlijk vaak het hoogtepunt van een dagwandeltocht. Soms werd dan op zo'n uitzichtpunt ook een ronde, stenen oriëntatietafel geplaatst, wat bij deze
'Belvédère de la Hoëgne' of
'B. de la Grosse Roche' of
'B. du Rocher' niet het geval was. Vandaag staat die oude belvédère wel op ons programma maar we passeren ze pas later, op de terugtocht.

Oorspronkelijk behoorde een rechtstreekse passage langs deze
belvédère wél tot de Promenade de la Hoëgne. Toen begaven de meeste wandelaars zich immers
'one way' door de Hoëgne-vallei. Ze stapten af in het treinstation van Sart, wandelden de Promenade en namen dan op het einde weer de trein te Hockai om terug te sporen naar Sart-Station of naar Spa of naar huis. Of ze legden de Promenade de la Hoëgne af in omgekeerde richting tussen de treinstations van Hockai en Sart. Vandaag bestaat die mogelijkheid niet meer. Terug wandelen over hetzelfde of een alternatief traject of verder door wandelen in het geval van een volledige dagtocht.

Je hoeft niet dadelijk in en uit de vallei te klimmen, je kunt ook langs de belvédère passeren over je alternatieve terugweg boven de Hoëgne-vallei. Wil je toch even naar boven klimmen (50 meter hoogteverschil) dan kun je bijvoorbeeld het
Sentier Ghislain Lespire volgen (staat aangeduid onderweg). Dat paadje draagt de naam van de in 2019 overleden pionier en voortrekker van de Maandagvrijwilligers. Door dichtere aanplanting van ondermeer naaldbomen is het zicht van daarboven op de Hoëgnevallei in vergelijking met meer dan 130 jaren vroeger sterker belemmerd. Niettemin is het nog steeds een leuke plek.

Het schuilhutje is ook niet meer het oorspronkelijke uit
1903. Dat werd wellicht al verwoest door de Duitse bezetter in 1914. De huidige constructie is vrij idendiek met wat na WO I werd opgetrokken. Je kunt er een speurtocht van maken om op basis van de inkrassingen van passanten te achterhalen hoe lang het huidige optrekje er al staat! Zoek tussen de vele inscripties op de houten planken de oudste data, mogelijk vind je vermeldingen van bijna 100 jaar oud...

De wandelaar die hier 130 jaar geleden liep, week hier na een lange passage over de linkeroever af van de Hoëgne via een stroomopwaarts gelegen brug, de
'Pont du Rocher' (of
'Pont de la Roche' of
'Pont du Belvédère'), om zich rechtstreeks naar het uitzichtpunt te begeven, een stijging van 50 meter hoogteverschil.

Die Pont du Rocher bestaat vandaag enkel nog onder de naam
'Pont du Belvédère'. Net voor je over een loopbruggetje die overspanning bereikt zie je rechts restanten van de vorige Pont du Rocher / Belvédère uit het jaar 2000, verwoest bij de watersnood van juli 2021. Dat rottende hout is voedsel voor de verscheidenheid aan mossen die - met name op de linkeroever - talrijk aanwezig zijn. De huidige Pont du Belvédère dateert van januari 2022, alweer het werk van de Maandagvrijwilligers uit Sart-lez-Spa.

Een rotsig en bijwijlen smal pad, leidt ons langs de onophoudelijk kabbelende en ruisende Hoëgne naar de plek waar zich zowat de volledige 20ste eeuw de Pont des Forestiers bevond. Dat traject, gemarkeerd met het blauw kruisje van Promenade 55 of de geel-rode streepjes van het GRP 573-pad, volgt vandaag trouw de Hoëgne verder stroomopwaarts langs de rechteroever. Dat was begin 20ste eeuw niet zo. We weten dat de Promenade de la Hoëgne toen langs 'de belvédère' liep en over een bospad weer geleidelijk daalde naar de Hoëgne om weer de rivier te bereiken kort bij de sinds begin 21ste eeuw weggenomen brug
'Pont des Forestiers' (
'Brug van de Bosarbeiders').

Precies een eeuw lang lag die Pont des Forestiers er. Zoals de naam doet vermoeden bracht ze eer aan de plaatselijke bosbeheerders: arbeiders en boswachters. Ze werd in de loop van een eeuw enkele malen vervangen maar rond 2001 werd ze definitief weggenomen om te hoge recreatieve druk op de linkeroever (met name door schoolkinderen) te vermijden. Helemaal weg is deze brug eigenlijk niet. De Maandagvrijwilligers bouwden op deze plek een houten uitkijkplatform waardoor je nog steeds een mooi zicht hebt over een Hoëgne met stroomversnellingen.

We blijven op de rechteroever volgen over een pad dat ruw, rotsig en grillig is en komen nu in een deel van de Hoëgne dat bekend staat als
'Les Cascatelles' ('de Stroomversnellingen). Naarmate we hier verder stijgen gaat de rivier nog meer kolken in mini-watervallen en stroomversnellingen. Bij hoog water in de Hoëgne klotst en schuimt het water hier met veel geruis en gebruis tussen een chaos van dikke rotsblokken door. De Hoëgne op zijn wildst. In oude gidsen en artikels over de Promenade de la Hoëgne, wordt over deze passage meestal zeer uitbundig gerapporteerd.

Er was verderop ook een brug die naar de stroomversnellingen werd genoemd, de
'Pont des Cascatelles'. Ook deze brug is er al lang niet meer maar vroeger staken de wandelaars over de Promenade de la Hoëgne die brug over om zo langs de linkeroever tot aan de laatste brug te wandelen, de Pont de la Vecquée. Ook het G.R.-pad nummer 5 en later GRP 573 hebben tot het jaar 2000 hier altijd de linkeroever gevolgd om de Pont de la Vecquée te bereiken. Sinds 2000 loopt het traject van de Promenade de la Hoëgne daar niet meer, we blijven dus onveranderd langs de rechteroever wandelen.

Onder die grillige dikke rotsen, net voor de locatie van de verdwenen Pont des Cascatelles, schuurde het Hoëgne-water opnieuw een groot cilindrisch gat uit dat de naam
'Fât du Diable' opgeplakt kreeg. Het betekent zoiets als
'het Lot of de Last van de Duivel'. De omgeving is hier vandaag veel dichter bebost dan 100 of meer jaren geleden.

De loop van de Hoëgne wordt wat verder weer een stuk rustiger, we trekken door een zone waar een recente kolonie
bevers stevig heeft huisgehouden. Om aan voldoende takkenmateriaal voor afdamming te geraken hebben ze nijverig veel bomen doorgeknaagd. De afdamming veroorzaakte in 2023 – 2024 hier dan ook tijdelijk overstromingen en padblokkering. Sinds 2024 is er voor het GRP 573-traject dan ook een korte alternatieve omweg uitgewerkt in het geval de bevers de omgeving weer onder water zetten.

Zo naderen we het meest zuidelijke punt van de Promenade de la Hoëgne en de laatste wandelbrug, de
'Pont de la Vecquée', ook bekend sinds 1930 onder de naam
'Pont du Centenaire' (de
'Eeuwfeestbrug'). Tot het jaar 2000 benaderden de wandelaars over dit zuidelijke punt van de Promenade de la Hoëgne dus langs de andere oeverkant van de Hoëgne. Dit wed in de Hoëgne vormt een historisch passage van de zogenaamde
'Grande Vecquée' (vrij vertaald
'de Grote Bisschopsweg'), een erg oude verbindingsweg over lange afstand, waarvan de ontstaansgeschiedenis niet helemaal duidelijk is. Hij liep tussen Bronromme en Baraque Michel (25 km) als onderdeel van een traject tussen Luik en de abdijen van Stavelot en / of Malmedy. Mogelijk liep die laat-middeleeuwse weg al in het spoor van een pre-Romeinse weg of pad. De Vecquée heeft ook eeuwenlang grenzen gemarkeerd, getuige daarvan zijn nog oude grenspalen die je onderweg langs die Vecquée tegen komt. Hier kruiste de Vecquée dus de Hoëgne om koers te zetten naar een hoog punt op de Hoge Venen, dat vandaag bekend is als 'Baraque Michel' en waar ondermeer aansluiting was op de Via Mansuerisca.

Een brugje zorgt er voor dat - behalve paarden, karren en koetsen die door het wed gingen - ook voetgangers met droge voeten de Hoëgne over konden raken. Tot 1930 lag er een eenvoudige brug van hout en ijzer, rustend op hoofden van opgestapelde stenen. Naar aanleiding van de vieringen voor '100 jaar België', werd deze brug in 1930 vervangen door een constructie van cementrustiek, een nabootsing van de eerste (toeristische) wandelbruggen over de Hoëgne. Ze werd ook nog eens voorzien van een
triomfboog. Haar naam veranderde naar
'Pont du Centenaire' ('Eeuwfeestbrug'). Toen al was er vanuit diverse hoeken kritiek op dit soort kitsch van kunstmateriaal. Sommigen noemden het een gedrocht of een misbaksel dat niet paste in de omgeving
(zie ook op de pagina over de padgeschiedenis). Lang heeft de brug haar uitzicht niet behouden. Vermoedelijk werd reeds tijdens WO II de triomfboog verwoest of weggenomen (door de Duitsers?). Wat nadien overbleef zie je ook vandaag nog, een brug van gewapend beton met leuningen van nagebootste takken in cementrustiek.

Bij de Pont de la Vecquée
eindigt de Promenade de la Hoëgne. De Hoëgne verandert ook vrij radicaal van stroomrichting én van naam. Hier, op de rand van de Hoge Venen neemt de rivier onder de naam
Ruisseau de Poleûr een noordoostelijke richting aan door de venen. Van oudsher is dit punt een kruispunt van oude wegen.

Je kunt er als wandelaar alle kanten uit. De Hoëgne trouw verder volgen naar haar brongebied bij Baraque Michel en Mont Rigi of de oude Vecquée volgen, rechtstreeks naar Baraque Michel via het Croix des Fiancés. Of naar links wandelen en een grote wandellus maken, terug naar de Pont de Belleheid eventueel via de eveneens mooie vallei van de Statte. Of naar links en na 150 meter weer links om via de hogergenoemde 'Belvédère' terug te wandelen naar de Cascade Léopold II en de Pont de Belleheid, parallel met de Hoëgne maar dan een eind boven de vallei (blauwe plustekens variant B).

Ga je naar rechts (over de Pont de la Vecquée) dan heb je de mogelijkheid om het dorpje Hockai binnen te wandelen of via de verharde bedding van de voormalige spoorlijn terug te wandelen naar Sart-Station (blauwe plustekens variant A). Of je kunt ook de Pont de la Vecquée oversteken om de geelrode streepjes van GRP 573 te blijven volgen naar Signal de Botrange. Bij de Pont de la Vecquée zijn ook een paar picknicktafels geplaatst. Tijd om daar je wandelkaart of -gids open te plooien en een beslissing te nemen!

Ons verhaal is nog niet helemaal uitverteld. Terug bij ons beginpunt aan de Pont de Belleheid gaan we ook nog één kilometer
stroomafwaarts langs de Hoëgne wandelen. Op verkenning
tussen Pont de Belleheid en Moulin Thorez op een stukje Promenade de la Hoëgne dat in 1904 - 1906 werd ontwikkeld en opengesteld voor wandelaars. Dat was vooral op initiatief van Emile de Damseaux, Sart-Attractions en Spa-Attractions. Op dat moment bouwde Léonard Legras zijn
'Chalet des Cascatelles', een stevig huis dat er ook vandaag nog staat als vakantiehuis
'Le Refuge de la Hoëgne'. Dit was het eerst gebouwde huis bij de Pont de Belleheid.

We lopen voor deze Hoëgne-wandeling van anderhalve kilometer in het spoor van de geelrode streepjes van
GRP 573 in de richting Sart en Spa (niet het eveneens met geel-rode streepjes gemarkeerde variant traject via Polleur). Op de linkeroever van de Hoëgne te Belleheid, ga je dus achter het café-restaurant een buurtpaadje op dat je langs de rand van weiden terug naar de Hoëgne leidt. De Hoëgne-vallei is hier met nogal wat naaldbomen beplant.

Onderweg naar de voormalige molensite
'Moulin Thorez', steek je twee maal de Hoëgne over, een eerste keer doen we dat over de
'Pont Michel Thorez'. Deze brug draagt de naam van de 19de-eeuwse molenaar van de voormalige watermolen van Solwaster verderop. Deze wandelbrug spoelde weg in juli 2021 bij de rampzalige overstromingen toen. De huidige brug werd door de Maandagvrijwilligers gelegd in mei 2023. De overspanning ligt niet exact op dezelfde plek dan tijdens de eerste decennia van de 20ste eeuw, aangezien het tijdens die eerste jaren van de 20ste eeuw ging om een houten brug met een dubbele overspanning. Tussenin lag bij rustig debiet immers 'een eilandje' waarop de brug deels steunde.

De rivier kabbelt hier een stuk rustiger dan hogerop in de vallei. Via de Pont Michel Thorez wandelen we weer op de rechteroever van de Hoëgne. Niet voor lang want wat verder komt de
'Pont du Gouffre des Moutons' eraan, wat zoveel betekent als
'De brug van de Schapenkloof'. Die naam verwijst naar een eeuwenoud gebruik waarbij in de buurt gekweekte schapen naar hier werden gebracht om ze te wassen vooraleer ze werden geschoren. Dat 'schapenwassen' was op deze plek al niet meer gebruikelijk rond het jaar 1905, toen dit deel van de Promenade de la Hoëgne werd aangelegd. Zoals je zelf nog kunt vaststellen was hier ook een wed in de Hoëgne.

Het was bij het uitwerken van het wandeltracé 125 jaar geleden eigenlijk niet de bedoeling dat hier een wandelbrug kwam. Vanaf de vorige brug, de Pont Michel Thorez, zou de wandelaar over de Promenade de la Hoëgne op de rechteroever blijven om deels tussen struikgewas, over weiden en langs het inwateringskanaal van de watermolen, uiteindelijk bij de watermolen van Solwaster te arriveren. Door een conflict met een landeigenaar is dat anders gelopen en daardoor kwam hier ook een extra wandelbrug.
Emile de Damseaux in zijn Hoëgne-gids uit 1910:
"Le passage des touristes à travers ce terrain, ennuyait le propriétaire, on ne sait pourquoi, il a cloturé sa prairie et défendu d'y circuler. Malgré de pressantes sollicitations, ce fabricant de simili-chocolat veut qu'on respecte sa boue et reste intraitable ; que faire alors? Une seule chose: s'inspirer des idées du Général Boum-Boum de la Grande Duchesse et tourner la difficulté, c'est ce qui a été fait."
Vrij vertaald:
"Om onbekende redenen stoorde de terreineigenaar zich aan de passage van toeristen. Hij omheinde dus zijn weiland en verbood de toegang. Ondanks herhaald aandringen staat deze fabrikant van imitatieleder erop dat zijn modder met respect wordt behandeld en daarom blijft hij onvermurwbaar. Wat te doen? Slechts één ding: het probleem oplossen door die belachelijk strikte regels letterlijk en figuurlijk de rug toe te keren en dat is precies wat er gebeurde."
Dat gebeurde inderdaad, door via een extra brug weer de Hoëgne over te steken en langs de linkeroever van de Hoëgne het pad verder te ontwikkelen. Die brug werd bij leven als eerbetoon naar Emile de Damseaux zelf genoemd, de
'Pont Emile de Damseaux'. Op de pagina over de geschiedenis van de Promenade de la Hoëgne zie je een foto van de Damseaux, fier poserend boven het naamplaatje van 'zijn' brug in aanbouw. Het afgewerkte resultaat was een mooie wandelbrug, voorzien van stilistisch stijlvol hekwerk aan beide zijden. Er is steeds een brug blijven liggen, tijdens het interbellum was dat een brug met eenvoudiger hekwerk. Na 2000 heeft deze wandelbrug ook haar oorspronkelijke naam
'Pont Emile de Damseaux' verloren. Vandaag verwijst de brugnaam naar de aloude plaatsnaam van
'schapenkloof'. Ook deze wandelbrug werd meegesleurd door woest Hoëgne-water op 14/15 juli 2021. Ze werd in april 2022 vervangen door een nieuwe.

Verder langs de linkeroever van de Hoëgne. Wat verder zie je aan de overzijde van de Hoëgne een modern ogende
dam voor waterregulering. Ze dient voor het kunstmatig
inwateringskanaal van de watermolen van Solwaster (Moulin Thorez). Decennia lang was dit kanaaltje, waarvan het water het molenrad moest aandrijven, niet meer in gebruik geweest. Ergens rond 2015 werden in het voormalige molencomplex echter twee kleine hydro-electrische installaties geplaatst, elk goed voor 5 kW. Ze kunnen tot 50.000 kWh per jaar produceren. Er wordt dus weer energie opgewekt maar dan wel van een heel andere soort dan eeuwenlang het geval was voor de toenmalige graanmolen.

Een eind verder loopt het Hoëgne-pad uit in een brede steenslagweg die al snel arriveert bij een verkeersweg (verbinding tussen autosnelweg E42 en Solwaster) ter hoogte van een calvariekruis. Aan de overzijde van de Hoëgne liggen links de schuren van een voormalige houtzagerij. Rechts wat achterin ligt het
domein Moulin Thorez. De graanmolen viel definitief stil rond het begin van WO II. Ooit was dit een geliefd doel waar wandelaars welkom waren en waar gastvrijheid hoog in het vaandel stond. Niet toevallig wilde Emile de Damseaux aanvankelijk de Promenade de la Hoëgne in 1905 rechtstreeks langs Moulin Thorez leiden. De tuin en het kanaal van de watermolen waren een aantrekkelijke plek. Zo was er ook een (kunstmatige)
waterval bij de watermolen. In 1908 brandde een deel van het molencomplex af maar alles werd snel heropgebouwd. Er was begin 20ste eeuw ook een populair pension hier, met een goede naam. De boerenfamilie, afstammelingen van Michel Thorez, serveerden in deze kleine, propere oase uitstekende maaltijden, grotendeels met ingrediënten die ter plaatse werden geproduceerd. Dat is allemaal lang verleden tijd. In de 21ste eeuw stond het domein al enkele keren te koop, vandaag is het niet meer publiek toegankelijk maar het uitzicht van de gebouwen werd met respect voor de geschiedenis stijlvol gerestaureerd.

Bij deze verkeersweg
eindigt onze historische wandeling over de Promenade de la Hoëgne. Er is echte nog meer te beleven als je de Hoëgne verder stroomafwaarts volgt, over meer wandelbruggen en met ondermeer resten van oude nederzettingen van de ambachtelijke ijzernijverheid. Of je kunt de Hoëgne nog verder blijven volgen naar de oude dorpskern van Polleur... allemaal voor een andere keer.
Wandeling over de Historische Promenade de la Hoëgne
De huidige Pont Raquet
Antoine Raquet, in rok gekleed
Tot de jaren 1950 arriveerden wandelaars voor de Promenade de la Hoëgne vooral per trein in de stations van Sart-Station of Hockai.
Pont de Belleheid
Pont Nolay, ex-'Pont Noel et Marquet'
Met de eerste wandelaars kwamen ook snel toeristische faciliteiten bij de Pont de Belleheid. Het eerste café-restaurant kwam er al voor 1910, de 'Chalet des Cascades' (zie vorige pagina bij artikel nr 12). Tijdens het interbellum werd Hotel-café-restaurant 'Pont de Belleheid' gebouwd (ingekleurde foto). Het gebouw staat er nu nog als Restaurant 'Le Petit Normand'.
Het huidige restaurant 'Le Chalet du Pont de Belleheid' bij de Hoëgne was in de jaren
1960 en '70
nog een eenvoudige chalet
De Pont de Belleheid rond 1905, tijdens de eerste jaren van
La Promenade de la Hoëgne
Op 30 april 2023 werd de nieuwe Pont Nolay ingehuldigd in aanwezigheid van een delegatie van de Franse zustergemeente Nolay (Foto J.Wolff)
De Kloof van het Nijlpaard met watervallen tijdens de eerste jaren van de 20ste eeuw
De Kloof van het Nijlpaard met de watervallen 'Koningin Maria-Hendrika'
Ingekleurd beeld van de oorspronkelijke Pont du Renard met rustbank
De oorspronkelijke Pont du Renard met een hekwerk van takkenweefsel, begin 20ste eeuw
De zogenaamde 'Repos de la Princesse Clémentine',
precieze lokatie vandaag onbekend
In de loop der jaren werd ook de Pont Léopold II enkele malen vernieuwd
De 'Pont Antoine l'Ermite' tijdens het interbellum, toen Antoine Raquet vlakbij woonde
Op excursie naar de Waterval Leopold II rond het jaar 1910
De Hoëgne ongeveer in de omgeving waar het rustpunt 'Repos de la Princesse Clémentine' zich zou bevonden hebben
Le Nouveau Pont du Renard met terugkijkend in de achtergrond de Pont Raquet.
De 'versteende palmboom'
Uittreksel van de Promenade de la Hoëgne-kaart uit 1910, getekend door Jean-Louis Colinet uit Hockai. De rode lijn toont de wandelroute uit die tijd met de passage langs het uitzichtpunt. Toen bestonden nog de bruggen 'Pont des Forestiers' en 'Pont des Cascatelles', vandaag verdwenen. De ingetekende groene stippellijn toont het huidige traject dat grotendeels via de rechteroever van de Hoëgne loopt. De bruggen 'Pont du Palmier', 'Pont des Bénévoles' en 'Pont de la Grosse Roche' bestonden in 1910 nog niet. De 'Pont du Rocher' werd ook de 'Pont du Belvédère' genoemd. De 'Pont de la Vecquée' is sinds 1930 ook bekend als de 'Pont du Centenaire'. De grootste trajectwijzigingen vonden hier plaats tijdens de eerste jaren van de 21ste eeuw.
Pont du Palmier
Pont des Bénévoles
Pont de la Grosse Roche
De verdwenen Pont des Cascatelles rond 1905, een wild 'schilderachtig ' hoekje
Pont du Rocher / du Belvédère rond 1912
Pont du Belvédère
Mogelijk overstroomd pad!
De Pont de la Vecquée ten tijde van de openstelling van La Promenade de la Hoëgne (1899) - ingekleurde postkaart
1930: De Pont de la Vecquée is vervangen door de Pont du Centenaire
De Pont du Centenaire (of Pont de la Vecquée) zonder triomfboog na WO II tot vandaag.
Een rustige Hoëgne net voor ze aan haar watervallende stroomversnellingen begint.
Veel naaldbomen langs dit deel van de Hoëgne
'Pont Michel Thorez'
'Pont Michel Thorez' tijdens de eerste jaren van de 20ste eeuw (ingekleurde postkaart)
De Hoëgne tussen 'Pont Michel Thorez' en 'Pont du Gouffre des Moutons'
'Pont Gouffre des Moutons' (ex-'Pont Emile de Damseaux')
'Pont Emile de Damseaux' begin 20ste eeuw
'Pont Emile de Damseaux' tijdens het interbellum
Pension en watermolen 'Moulin de Michel Thorez'
Het schuil- of picknickhutje zoals het er nu al zowat een eeuw bij staat
De huidige belvédère
De oorspronkelijke belvédère rond de jaren 1905 -1910. Links op de voorgrond een mast waar bovenop een windwijzer was geplaatst. De bedoeling was om daarmee de aandacht te trekken van passerende treinreizigers onderweg tussen Spa en Stavelot. Het eerste idee om op die mast een vlag te hijsen ging niet door omdat men dat dan weer té opvallend vond...
Bobelins op wandel langs de belvédère boven de Hoëgne-vallei rond de jaren 1905 - 1910
Op de plaats waar de Pont des Forestiers lag is nu een klein uitkijkplatform
De 'Pont des Forestiers' begin 20ste eeuw
Les Cascatelles
De Maandagvrijwilligers plantten in 2004 nieuwe eiken nabij de plek waar tot half 20ste eeuw de bekende 'chêne rustique' stond.
De Waterval 'Leopold II' vandaag














