Startpagina > Wandelen > GR15 Hoge Ardennen
> Na de snelle, hooglopende en relatief vlakke vorige etappe, krijgt GR 15 weer een sportiever karakter. We verlaten het hoogplateau van de waterscheidingslijn tussen Maas- en Rijnbekken voor een sterker golvend landschap waarbij de paden afwisselend tussen weiden en bos naar afgelegen dorpen en gehuchten slingeren. Plaatsen niet ver van de Luxemburgse grens waar je nooit zou komen, was het niet dat GR 15 je er doorheen voert. Hou wat energie over voor de laatste 10 km, want als we de sterk ingesneden en meanderende Sūrevallei in het Groot-Hertogdom Luxemburg bereiken, komt er wat steviger klim- en daalwerk aan te pas. Geen bevoorradingsmogelijkheden onderweg, enkel te Bastogne (op 1,4 km van GR) en te Martelange-Rombach.
Letzebuergesch

Letzebuergesch schwätzen as flott! / C'est cool de parler Luxembourgeois!

Het verhaal van een vergeten minderheid in België:
> We wandelden over GR 15 sinds het Belgische dorp Tintange de hele tijd door een gebied waar Luxemburgs werd of wordt gesproken. Als GR 15 de Luxemburgs / Belgische grens oversteekt in Martelange kijk dan even naar het straatnaambord aan de N4 : 'Route d'Arlon' en daar onder 'Areler Stross'. De vertaling van de straatnaam naar het Letzebuergesch staat daar niet om de Luxemburgers van het Groot-Hertogdom te plezieren. Dit is het resultaat van een lang gevecht voor erkenning van de eigen volkstaal in deze Belgische regio. Bij de oprichting van België werd Luxemburg in 1839 opgesplitst. de splitsing gebeurde op basis van taalgebruik. Het Letzebuergesch sprekende deel van Luxemburg bleef nog tot in 1890 in handen van Nederland, terwijl het hoofdzakelijk Frans (Waals) sprekende deel bij het nieuwe België werd gevoegd. In Frankrijk was men over die taalindeling niet erg te spreken, vooral omdat ze hun strategische belangen in gevaar zagen gebracht. Daarom werd beslist om een deel van het Letzebuergesch sprekende gebied ook bij België te voegen. In ruil kregen de Nederlanders het stuk Limburg ten noorden van de Maas. Voor de politiekers was de koehandel daarmee beslecht. Arel (Arlon) werd de nieuwe provinciehoofdstad. Het kleine stadje kende daardoor een toevloed aan ambtenaren, die enkel Frans gebruikten. Net zoals dat in Vlaanderen het geval was, werd de oorspronkelijke taal van de bevolking door de francofonen en de bourgeoisie als minderwaardig aanzien. In de dorpen groeiden de kinderen echter nog steeds op in hun eigen Letzebuergesch. In 1960 kreeg het Letzebuergesch een nieuwe klap. Vanaf dat jaar werden overal kleuterscholen opgericht waarbij 'Mademoiselle' de kleuterjuf enkel Frans sprak met de kinderen. Daardoor werd een nieuwe generatie opgevoed zonder het Letzebuergesch. Het kwaad was geschied en op een paar decennia betekende dit haast de dood voor deze taal in België. Het tij keerde in 1984 toen de taal als officiële landstaal werd erkend in het Groot Hertogdom Luxemburg. Dat heeft ook zijn invloed in Belgisch Luxemburg. Velen werken in het GH en voelen de nood om de taal opnieuw te kunnen spreken. Bovendien vindt de regio steun in de Europese erkenning voor regionale talen. De weg naar meer erkenning voor de eigen volkstaal is echter nog lang. Jongeren kunnen de taal terug studeren als ze dat willen en er zijn een paar verenigingen die de taal aktief promoten. Echte erkenning zal er echter pas komen als ook het onderwijs in het Letzebuergesch zou zijn, daarvoor is de verfransing misschien al te ver ingekankerd en bovendien is het terugkeersentiment naar de oude moedertaal zeker niet algemeen.
'E Vollek dat seng Sprooch opgëtt, gëtt sech selwer op' (Gilbert Trausch, Luxemburgs historicus). Zie ook http://www.alas.be/ en http://www.sprooch.be/
Kijk op je topografische kaart en je zal ten zuiden van Martelange (of Martelingen) een pak topografische benamingen terug vinden die nog duidelijk een Letzebuergesche oorsprong hebben.
> Als we een paar kilometers verder weer uit het bos komen, kruisen we de weg van Bastogne naar Lutremange en lopen rechtdoor naar de kerk van het schaars bevolkte dorpje Lutrebois.
De ramp van Martelange
> 21 augustus 1967, 12u15: Een tankwagen met 45.000 liter uiterst ontvlambaar propeen komt uit de richting Marche de N4 afgedaald, richting Martelange-centrum. Waren zijn remmen doorgebrand, reed hij veel te snel of moest de tankwagen uitwijken (?), feit is dat hij met volle kracht op een auto is gebotst. De tank ontplofte. De gevolgen waren rampzalig. Het centrum van Martelange werd herschapen in een inferno van kapotte gebouwen. Daken werden gewoon weggeblazen. In de ramp stierven 22 personen, waarvan sommigen door gruwelijke verbranding. Behalve het monumentje aan het busstation merk je niks meer van deze vreselijke geschiedenis. De gebouwen in de buurt van de Sauerbrug waren allemaal verwoest: het Aralstation, de Luxemburgse bank,...
> Mede naar aanleiding van deze ramp in 1967 kwam de invoering van het verplicht vermelden (met borden) van gevaarlijke stoffen op tankwagens. De openstelling van de Autoroute des Ardennes in 1989 moest ook het zwaar verkeer op deze dodenweg terugdringen. Een eenvoudige bloemenruiker aan het monument (uit leisteen/porfier van Martelange en hier geplaatst in 1992 na 25 jaar) is een teken dat de ramp nog niet is vergeten in Martelange.
Spookdorp Romeldange
> Eeuwenlang was hier een parochie met een kerk, meer dan 200 jaar geleden weggeveegd door de pest. De weinige overlevenden emigreerden later naar Amerika, deze regio van Luxemburg was zeer arm. Romeldange heeft een oeroude geschiedenis, de oudste bewijzen zijn er in de vorm van sporen van een romeinse versterking. In de buurt was ook een kluizenaarskapel, doel voor bedevaarten tijdens de middeleeuwen.
> In 1781 werd de parochie overgeheveld naar Tintange en enkele jaren later werd ook de kerk afgebroken. Ze bevond zich op de plaats waar nu het gedenkteken staat, het kijkt ook uit op het verdwenen kerkhof. De oude dorpsgronden zijn nu waardevol natuurgebied geworden hier in de vallei van Boven-Sûre. De Sûre verlaat bij Romeldange trouwens België om hier het Groot-Hertogdom Luxemburg binnen te lopen.
> Als ik mijn tent opentrek zie ik een rozige horizon in een landschap van verre nevels over de Hoge Ardennen. Mooi! Een rustige nacht gehad in mijn tent op een stukje gras in de schaduw van het Mardasson-memoriaal. Het dingdong-mechanisme van het memoriaal is nog niet in werking getreden zo vroeg op de dag. Er staat een zuchtje wind, zodat ik tot mijn verrassing het tentzeil droog kan opplooien en vroeg kan starten aan de 31 km lange etappe.
> Aan de kerk van Villers-la-Bonne-Eau gaan we rechts (wegwijzer Livarchamps). De straat stijgt en bereikt na 500 meter een kruispunt met een rustbank. Links en voorbij het bord dat het einde van de dorpskom aanduidt, nemen we rechts een aanvankelijk parallel asfaltweggetje. Het loopt een eind verder dood maar via een hek kunnen we verder langs de bosrand. Einde bos rechts 90° en langs de afspanning van een langgerekte akker. Op het einde, weer bij bos, gaan we via een hek rechtdoor over een snel dalend pad in de vallei van de Livarchampsbeek.
> De beek oversteken over een ponton en aan de overkant loopt een duidelijker pad verder. Het arriveert op een weg die we links volgen. We komen aan in het volgende dorpje, Livarchamps (Lischfeld).
> In Lutrebois staat een hagelwit kerkje op kortgeschoren gazon, maar helaas was er geen waterkraantje te vinden rond de kerk en mijn watervoorraad is er op deze zonnige dag alweer door gedraaid.
> Ook naar Villers-la-Bonne-Eau is het mooi wandelen. Voorbij de kerk van Lutrebois moeten we wel eerst de asfaltweg op naar links over 500 meter. Dan nemen we scherplinks een pad dat aanvankelijk wat terugdraait maar al snel weer een zuidelijke koers volgt. Het loopt door een beboste beekvallei om na 2 km aan te sluiten op een asfaltweg die Villers-La-Bonne-Eau binnen loopt. In een dorp met zo’n naam moet zeker water te vinden zijn, ditmaal heb ik wel prijs, aan het kerkhof.
Als grenspalen konden spreken...
> Voor 1830 waren de huidige Waalse provincie Luxemburg en het Groothertogdom Luxemburg één gebied, het stond onder het gezag van het Nederlandse huis van Oranje. Met de opstand van de Zuidelijke Nederlanden tegen Willem I in 1830 moeten de grenzen opnieuw worden vastgelegd.
> De internationale grootmachten Groot-Brittanniė, Rusland, Oostenrijk en Pruisen erkennen in 1830 al het Voorlopige Bewind van de jonge Belgische staat en publiceren in 1831 de 'Grondslagen der Scheiding'. Daarbij wordt ondermeer heel Luxemburg aan de Nederlanders gegeven. Belgiė protesteert en dat resulteert in een akkoord waarbij het Frans sprekend deel van Luxemburg aan Belgiė zou worden gegeven en het Letzebuergesch sprekend deel aan Nederland. Omwille van strategische redenen laat Frankrijk die grens nog wat aanpassen. Een krachtmeting tussen Nederland en Frankrijk over de grenzen zal de volgende jaren de jonge Belgische politiek overheersen. Ondertussen blijft Belgiė nog jaren heel Luxemburg besturen.
> In 1838 aanvaardt Willem I eindelijk de XXIV artikelen en dus ook de uitgetekende grens. In 1839 wordt het akkoord ondertekend en vanaf 1843 start een Belgisch-Nederlandse commissie met de afbakening van de oostgrens op het terrein. Vandaar dat in de ijzeren palen het jaartal 1843 is gesmolten.
Villers-la-Bonne-Eau
> Villers-la-Bonne-Eau is een onopvallend dunbevolkt dorpje, bijna van de kaart geveegd door duizenen granaten tijdens het Ardennenoffensief in 1944. Zowat alle gebouwen die je ziet zijn dus na de oorlog grotendeels heropgebouwd.
> Op 9 september 1999 was Villers-La-Bonne-Eau echter plots wereldnieuws in België. Enkele kranten lekten toen de nakende verloving van Filip van België met Mathilde d'Udekem d'Acoz. Mathildes ouderlijk optrekje van vader Patrick en zijn van oorsprong Poolse echtgenote, bevindt zich in Villers, of liever in Losange, een gehucht op 2,5 km. Cameraploegen en journalisten bestormden de volgende septemberdagen halsoverkop het dorpje en elke inwoner die zich op straat durfde begeven kreeg een microfoon onder de neus geduwd... Ardennenoffensief deel 2!
> Mathilde zelf werd in feite gedoopt in het kerkje van Lutrebois dat we net passeerden, op 11 februari 1973. Het verhaal wil dat er in Lutrebois geen doopvont is en dat het doopwater werd meegebracht uit Villers (-het-Goede-Water!). De dorpsnaam verwijst naar een muraculeuze bron die ontsprong om de godvruchtige inwoners te helpen een uitslaande brand te blussen. De bron bevindt zich in een hoek van het kerkhof. Haar Eerste en Plechtige Communie (1980/1985) deed Mathilde dan weer wel in de Sint-Lambertuskerk van Villers. In beide kerken werden de voorbije jaren herinneringsplaatsjes aangebracht.
> Even zoeken naar het veldweggetje dat vanaf het onthaalpaviljoen en de busparking bij het oorlogsmemoriaal wegloopt. Het bereikt na iets meer dan 1 km de N874 (Bastogne - Clervaux). Even links de weg op en eerste straatje rechts, we volgen het dadelijk verder nogmaals links en lopen eigenlijk in het spoor van een RAVeL-fietsroute tussen Bastogne en Wiltz. Ze loopt over de opgebroken spoorlijn 164 die tussen 1880 en 1950 Bastogne verbond naar Luxemburg met passagierstreinen. Sinds 1986 werd het tracé omgevormd tot fietspad. Het is een afwisselend en aangenaam traject over 19 kilometer met tunnels en oude stations.
> Hier bij Neffe lopen we eigenlijk een paar meter rechts van de spoorbedding. In Neffe nemen we het eerste straatje rechts en houden rechts aan om het riviertje Wiltz over te steken, hier nog een beek.
> Op het kruispunt bij de kapel van Livarchamps is GR 15 weinig origineel. Gewoon de rustige verkeersweg naar Honville (Honeref) volgen. De straat bereikt dat dorpje na 1,5 km. Na Honville wordt GR 15 weer wat spannender. Op het kruispunt bij de kerk in Honville gaan we links over een straat die na 400 meter uitloopt in een steenslagpad.
> GR 15 begint af te dalen in de vallei van de beek Surbich. We bereiken de beboste vallei na een paar bochten en bij de oude watermolen van Honville, nu een luxueus buitenverblijf. Voor de molen vervolgen we rechts om een paar beekjes over te steken die de Sirbech voeden. Tijd voor een korte picknick aan de Syrbaach. Kijk uit naar de oude bruinberoeste grenspalen die de grens van dit weggestoken stukje België met het Groot-Hertogdom Luxemburg al meer dan 170 jaar markeren.
> We zijn nu 160 km gevorderd sinds de start van GR 15 te Monschau. We negeren voorbij een laatste boerderij een paar aftakkende en wegdraaiende wegen om resoluut een zuiderse koers aan te houden. Inmiddels lopen we ook al een hele tijd in het spoor van geelwitte bewegwijzering met een wit golfje. Die is van het Rijn-Maaspad. Het verbindt over vele honderden kilometers Andernach (D) aan de Rijn met Monthermé (Fr) aan de Maas.
> Op het kruispunt verderop vervolgen we nog steeds rechtdoor, ditmaal over een onverharde veldweg naar en door bos. Het pad is eind augustus afgezoomd met struikheide. Een vroege paddenstoelenplukker is al op jacht.
> Ook nu weer steeds alle zijwegen negeren tot we een tijd later uit het bos meteen op de N84 (Bastogne - Wiltz) belanden. Links tot net voorbij taverne-restaurant 'Chalet Royal' en daar scherp rechts. Wat uitkijken nu want GR 15 wisselt een paar keer van bosweg in dit bos dat hoofdzakelijk produktiebos is van dennen.
> We blijven echter niet lang in de stille vallei van de Surbach. GR 15 steekt de grens niet over maar loopt krak op de grenslijn en stuurt ons stevig omhoog over een bospad van 400 naar 450 meter hoogte. Let op de bewegwijzering want er takken heel wat paden af en we kruisen ook andere paden. Op een zessprong nemen we links een brede piste die verderop het bos uit loopt en vervolgt tussen velden. We volgen hem nog een hele tijd tot op een verhard wegje waar we links gaan. Op de weg naar Tintange gaan we nogmaals links en na 1 km zijn we in het centrum van Tintange (Tėnnen).
> GR 15 kruist voorbij het herinneringsmonument van Romeldange voor het eerst de Sûre (Sauer). We doen dat over een houten brug die door de Genie van het Belgische leger werd aangelegd in 2002. Meteen zijn we ook in het Groot-Hertogdom Luxemburg en we blijven er wel even.
> Aan de Luxemburgse kant loopt het pad de heuvel op naar Martelinville (Rommelerhaff). De franstalige naam doet vermoeden dat het over een grote nederzetting gaat. Niks van, zelfs geen dorp. Martelinville heeft welgeteld één grote boerderij-manège. Het pad draait bij de boerderij rechts, langs een paardenstal en dan door de hooiweiden. Botten stro liggen onder de hete namiddagzon te drogen op een veld . We lopen kort door een bosje waarna weer velden volgen. Tot we bij een T-kruising komen. Links naar dennenbos, we stijgen nu stevig en gaan enkele minuten later rechts-links.
> Een wild pad leidt ons over de crête hoog boven de Sûre, waarover we mooie uitzichten krijgen. Ergens diep in de vallei, aan de Belgische kant, ligt de watermolen 'Moulin d'Oil', waarvan de oorsprong als molen voor het malen van graan terug gaat tot de 14de eeuw. Vandaag is het een hotel-restaurant. 'Moulin d'Œil' betekent letterlijk 'molen van het oog'. Het is een mooi taalvoorbeeld van hoe taalonkunde leidt tot een absurde naamgeving. We zijn hier immers in een gebied waar tot in de 20ste eeuw het Luxemburgs-Duits nog de moedertaal was. De naam van de molen was toen 'Oehlermühle' of 'oliemolen'. De franstalige verbastering naar 'Moulin d'Oil' is dus pure klanknabootsing uit gebrek aan taalkennis en de betekenis slaat dus op niets.
> We dalen verderop 50 hoogtemeters om een beekvalleitje te kruisen, waarna we meteen weer de verloren hoogte moeten terug winnen. Weer een mooi zicht over de Sûrevallei (rustbank). Niet veel later verliest een slingerende GR 15 opnieuw 90 hoogtemeters, helemaal tot beneden in de Sūrevallei. We steken ter hoogte van de de Belgische boerderij 'Ferme d'Oil' (Eilerhaff) niet de grens naar België over maar kruisen wel een beekje. Op een warme dag als vandaag is het op deze plek heerlijk om even te baden in de Sūre.
> GR 15 stuurt ons dadelijk weer de hoogte in na de beekkruising. Hogerop gaan we rechts over een vrij breed wegje. Na 500 meter scherp links vervolgen over een andere duidelijke weg/graspad. Na 200 meter komen we op een belangrijke splitsing van wandelpaden.
> We stijgen rustig verder over de Prätelsbierg, de veldweg wordt verderop geasfalteerd en blijft stijgen, tot een hoogte rond 480 meter. Kort nadat de daling is ingezet nemen we rechts een pad dat veel sterker gaat dalen. Het loopt verderop langs een paar huizen waar we op een kruising de asfaltweg links nemen. Die vervoegt even later een andere verharde weg en 50 meter verder verlaten we die door rechts een dalend pad te nemen. Het arriveert een kilometer verder op de verkeersweg N23.
> We zijn nu in Rombach-Martelange, nog steeds in het Groot-Hertogdom. Naar rechts op de N23, langs de grote site van de voormalige leisteenfabriek en helemaal tot in het centrum van Martelange op de N4 tussen de Sûrebrug en de kerk.
> Martelange is een vreemd dorp. Het wordt doorsneden door de N4, die hier ook de grens vormt tussen Luxemburg en België. Omwille van taxverschillen heeft dat zo zijn gevolgen. Langs de Luxemburgse kant van de weg richting Aarlen zijn minstens 10 tankstations met drank en sigarettenwinkels. De Belgische kant van de weg is een grijze woongevelrij, zonder winkels. Martelange draait dus op de goedkope Luxemburgse taxen, hoewel de prijsverschillen aanzienlijk minder zijn geworden de voorbije jaren.
> Tot 2008 eindigde GR 15 te Martelange. Sindsdien werd de langeafstandsroute echter doorgetrokken tot Aarlen, dat een echt GR-kruispunt is geworden. We hebben dus nog een extra etappe voor de boeg!
> De gietijzeren palen (hol binnenin) werden vervaardigd in de Cockerill-fabrieken van Seraing. Ze wegen ongeveer 372 kg per stuk. Je verplaatst dus de grens niet even snel. Het octagonale onderste deel (grotendeels in de grond) is 1 meter lang. De top is een gestileerde dennenappel.
> De vorm van deze grenspalen is zowat identiek aan die op de huidige grenslijn tussen Belgiė en Nederland. Op de grens tussen Luxemburg en Belgiė zijn ze echter niet of slecht onderhouden. In de 170 jaren dat ze er staan hebben ze heel wat te verduren gekregen: Jagers die ze als schietobject gebruiken, boeren die ze scheefrijden met hun machines, vandalisme, oorlog, enz... Niet weinigen zijn er hun dennenappeltje, dat de paal aftopt, bij ingeschoten. Gezien hun respectabele leeftijd verdienen ze eigenlijk toch wat meer zorg en bescherming. Het zijn excentrieke symboolobjecten van het oude Europa met zijn vaak verschoven grenzen.
> De grenspalen tussen het GH Luxemburg en Belgiė zijn genummerd van 1 tot 286. Langs GR 15 passeren we hier de nummers 184 en 185. Verder tijdens deze etappe en ook tijdens de volgende zullen we er nog meer zien. Niet altijd zijn ze even gemakkelijk te ontdekken. Het vinden en fotograferen van al die palen is voor sommigen een echte sport geworden. En na 170 jaar heeft elke paal wel wat zijn eigen geschiedenisverhaal.
Kruising Ardennen-Eifelpad
> Hier op een agrarisch plateau boven Grumelange en de Sūre lag de kruising tussen de twee takken van het bijna 800 km lange internationale Ardennen-Eifelpad. Het Belgische deel, GR AE, werd opgeheven sinds 2005 maar bestaat nu als GR's 15, 151 en 16. Het Luxemburgse deel, dat is gemarkeerd met donkergroene driehoekjes, bestaat nog steeds. Eigenlijk had hier nooit een kruising van het Ardennen-Eifelpad mogen komen. Sinds de start van het AE-project in de jaren '60 was het de bedoeling om één grote rondwandeling te maken van meer dan 1000 km door vier landen. In Walloniė werd die cirkel echter nooit rondgemaakt maar in de jaren '70 en '80 werd 'het gat gedicht' met de verbinding die nu grotendeels bestaat als GR 15. Meer hierover op de pagina's over de padgeschiedenis van GR 15 en AE. Zie ook de kaart van GR AE. Overigens vertrekt hier nog een ander langeafstandspad, het 68 km lange Luxemburgse Sentier de la Haute-Sure (Bovensūrepad), een van de meest aantrekkelijke en sportieve lange paden in het Groot-Hertogdom. Markering met een geel balkje op blauwe achtergrond.
> We zijn nu 180 km ver sinds de start van GR 15 te Monschau. Aan de kerk van Tintange gaan we het kleine graspleintje met picknickbank langs links voorbij. 100 meter verder nemen we een straat links. Ze loopt na 300 meter uit in een veldweg die we nog een een heel tijdje volgen.
> Aan een eerste V-splitsing vervolgen we rechts en aan tweede links. We komen langs een oud veldkruis en aan een derde V-splitsing houden we rechts aan. Een eind verder gaat het pad sterker dalen en draait het naar rechts.
> We komen het verdwenen dorpje Romeldange (Romeldingen) binnen, vreemdgenoeg wordt dat nog aangekondigd met een tricole plaatsnaambord, hoewel hier niemand meer permanent woont.
Zonsopgang in de omgeving van het Mardasson-memoriaal
Het Rijn-Maaspad
vervoegt GR 15
Wandelen tussen zomen van heide in de late zomer
Villers-la-Bonne-Eau. Een foto van de kerk siert ook de cover van de GR 15-wandelgids
Livarchamps
Grenspaal l85
Romeldange op de Ferrariskaart van 1771
Monument dat herinnert aan een verdwenen dorp en zijn onfortuinlijke inwoners
Zicht onderweg over de wilde Sûrevallei
Monument voor de slachtoffers te Martelange
Line-up van tankstations te Martelange
Veld met margrieten onderweg naar Tintange
Eekhoorntjesbrood
Lutrebois, kerk
Livarchamps
Villers-la-Bonne-Eau
Lutrebois
Rijn-Maaspad
Rommeldange
Romeldange
Romeldange spookdorp
Sûrevallei
Martelange tanken
N4 Martelange
ramp Martelange
GR 15
Hoge Ardennen
(220 km)