GR de Pays Aux Marches de Meuse
Startpagina > Wandelen > Pad van Koning Dagobert
> Een rondje door het reservaat leverde de verhoopte vondst van orchideeën op. De beste periode om dit reservaatje te bezoeken is wellicht tussen 10 mei en 15 juni. De asfaltweg voorbij Villecloye gaat al snel over in een licht verharde weg en we trekken bos in. Op een driesprong de hoofdweg volgen (rechts dus). De hele tijd volgen tot de kerktorenspits van Bazeilles-sur-Othain opdoemt.
> Langs 2 dikke lindes, waartussen een kruis, naderen we het stille dorp. Afdalen naar de kerk en daar rechts houden om nog even verder af te zakken tot de brug over de Othain. Onderweg door het dorp passeer je ook 3 bronnen. Rechtdoor over de Othain, de Rue Haute in tot op een T waar je de asfaltweg links neemt, door bos. Hogerop gaat deze weg draaien en steviger stijgen tot we het landbouwplateau bereiken.
> Een boeiende tweede etappe, zeker het middenstukje (St Hilaire + Marville). Net zoals bij het begin van de eerste etappe worden ons eerste enkele kilometers asfalt onder de schoenen geschoven. Villecloye is een typisch Lotharings dorp. Het natuurgebiedje op de rand ervan herbergt unieke flora. Over nogal wat verharde bos- en veldwegen bereiken we het piepkleine Flassigny. Wat verder ligt het zeer bijzondere kerkhof van Saint-Hilaire, niet te missen! Nabij gelegen Marville is een schitterend oud stadje. Daarna volgt een eentonige lange asfaltstreep naar Jametz, waarna we enkele dorpen aanéénrijgen met tussenin gevarieerde paden: Remoiville, Louppy-sur-Loison en tot slot Juvigny-sur-Loison.
> Een vroege start voor deze 2de etappe over het Dagobertpad is nodig, tenminste als je onderweg ook de tijd wil nemen om St Hilaire en Marville te bezichtigen. Opgelet bij het naderen van Marville. Je mist het kerkhof van Saint-Hilaire makkelijk, het Dagobertpad loopt er in tegenstelling tot de Gaumeroute (witgele streepjes) niet vlak langs, maar loopt op 350 m ervan de vallei in richting Marville. Wil je de kapel van Saint-Hilaire ook binnenin zien (mooie oude grafzerken) dan moet je op het gemeentesecretariaat van Marville (bij de Sint-Nicolaaskerk) de sleutel op halen + ev. een selfguide)= extra 30 + 30 min H/T tussen het kerkhof en Marville. Check vooraf de beperkte openingsuren van het secretariaat.
> Als je Marville verlaat richting Jametz moet je goed opletten. Er loopt hier immers nog geelrode bewegwijzering van een zuidelijke GRP-aftakking. Je moet op het einde van Marville de Rue de Chavillard nemen. Van Marville naar Jametz kan je er dan 7 km flink de pas inzetten want er valt absoluut niks te beleven.
> Onderweg zijn er enkel in Marville (beperkte) inkoopmogelijkheden voor proviand. Overnachting onderweg op de camping (ook chalets) van Marville (kortbij het pad). In Juvigny is geen officiële budgetovernachting. Vrijkamperen eventueel tussen Louppy en Juvigny. Er is (zeer schaars) busvervoer tussen Montmédy - Marville - Jametz.
> Zelf heb ik deze etappe circulair gewandeld. Dat betekent dat ik bij het binnen komen van Juvigny het Dagobertpad heb verlaten en op de topokaart een vrij recht traject heb uitgezocht dat bijna volledig over onverharde paden via Iré-les-Près naar Montmédy terug loopt. Tel in dit geval 7 km bij de 28 km.
> In het gidsje van het Dagobertpad staat ook aangegeven dat er een bewegwijzerde link is van de citadel naar de merkwaardige veldbasiliek van Avioth (6 km). Dat is niet helemaal juist. Wel maakt de Gaumeroute een rechtstreekse verbinding tussen deze 2 plaatsen (witgele streepjes). Het is een vrij prettige wandeling, vnl over veldwegen. Onderweg passeer je ook versterkingen van de Maginot-linie. We gaan er in dit verslag niet dieper op in. Zie: Gaumeroute.
> Onderweg passeer je in het bos ook een oude steengroeve. Dit soort groeves is typisch, de lokale bevolking van de dorpen ging gewoon de bouwsteen voor hun huizen in de buurt halen. Vele dorpen hebben zo een eigen steengroeve.
> Aan de bosrand niet de richting Othe volgen maar ongeveer rechtdoor de open velden in. Alles kleurt geel van enorme koolzaadvelden in de lente. Mijn verouderde kaart gaf hier alweer niet het juiste traject weer. We blijven de asfaltweg immers de hele tijd volgen, hij klimt nog licht tot voorbij bos. Een hele tijd later arriveert deze weg op een kruispunt van oude paden. Hier ontmoeten we ook weer de Gaumeroute en lopen er samen mee in de richting van Flassigny. Op dit kruispunt zie je ook een kaarsrechte veldweg (we volgen hem niet) die wellicht een oude Romeinse heerweg moet zijn geweest. Eerste links dus op dit open kruispunt.
> We gaan dalen naar het centrum van het kleine Flassigny. Ben je onderweg in de vroege lente dan zie je hier massa's sleutelbloemen in de weiden. Bij de 'mairie' gaan we rechtsaf. We volgen dit wegje en waar dit een bocht maakt naar rechts verlaten we het door rechtdoor omhoog te lopen over een grassige aarden weg. We klimmen wat door bos en komen op het hoogste punt langs een mooie oude linde die zijn takken grillig uitspreidt. Rechtdoor en wellicht word je even later opgeschrikt door wild hondengeblaf, afkomstig van een soort hondenasiel hier midden in het bos.
> 'Wij waren zoals gij, gij wordt zoals wij'. Allemaal goed en wel maar voorlopig heb ik mijn knoken nog nodig om nog 70 kilometer Dagobertpad af te wandelen.
> Bijzonder zijn de verscheidene orchideeënsoorten. Er groeit er hier zelfs ééntje die in België volledig is uitgestorven, de spinnenorchis. Verder kan je er ook wildemanskruid aantreffen, tussen andere kalkminnende planten die van warmte houden. Gelijkaardige perceeltjes zijn ook te vinden nabij het dorp Velosnes en aan de Belgische kant van de grens te Torgny.
> Aangezien ik dit stuk van de Chemin Saint-Dagobert ga wandelen in een cirkel door op het einde van de dag door te steken van Juvigny naar Montmédy, hoef ik dit maal geen zware rugzak mee te sleuren. Het is een frisse, bewolkte dag als ik van de citadel afdaal naar de benedenstad van Montmédy (eerste weg rechts), een hoogteverschil van 100 meter.
> Nog snel een koffie in de benedenstad en dan de bevlagde brug op de Chiers over in de richting van Ecouviez. Een paar 100 meter verder de eerste weg links (afslag voor Villecloye). Een paar minuten later passeer je op de linkerkant een Duits oorlogskerkhof. Er liggen vreemd genoeg ook enkele Belgische burgerslachtoffers begraven. Op de rechterkant de Aldi-supermarkt.
> Tot Villecloye volgen we helaas de hele tijd deze asfaltweg. Onderweg aan de linkerzijde wel mooie uitzichten over de valleien van Othain en Chiers en de dorpen die er vrij harmonieus in liggen gebed. In Villecloye dalen we eerst even om de Othain over te steken en 100 meter verder gaan we rechts de Rue de l'Eglise in. Zoals de naam al doet vermoeden lopen we langs de kerk.
> Villecloye telt een aantal mooie oude zandstenen huizen uit de 17-19de eeuw, een bouwstijl die aansluit bij die van de Gaume en het stadje Marville dat we na zowat 10 km zullen passeren. Einde straat links, de Rue du Chaufour in. Je passeert een bron en wat verder het kerkhof, dat bestaat uit een aaneengesmolten oud en nieuw deel. Vele gietijzeren kruisen sieren nog de grafzerken.
> Kort na het kerkhof maakt de weg een bocht naar rechts. In die bocht is een stijgend graspad, dat behoort niet tot het traject van de Dagobert wandelroute maar het biedt je wel de mogelijkheid om 'de pelouse calcaire' (kalkgrasland) met zijn unieke flora te ontdekken.
Kalkgrasland
> Een grote troep schapen zorgt er voor dat op dit unieke stukje kalkgrasland de flora alle kansen krijgt. Traditioneel waren er vroeger veel meer van zulke droge graslanden. Herders gingen aan de rand van hun dorp om het vee er te laten grazen. Met het verdwijnen van dit beroep zijn vele oude graslanden op hellingen verdwenen om plaats te maken voor struikgewas of bos.
> Door het open te houden met begrazing kunnen hier unieke plantensoorten groeien die normaal gezien in veel meer zuiderse streken voorkomen. Het grasland is zuiders georiënteerd en ligt op de helling van een cuesta.
> Bij een weide NIET het hoofdpad blijven volgen maar rechtdoor lopen over een grasweg. Onderweg panoramische uitzichten over de vallei van de Othain. Linksvoor ligt het recreatiedomein 'Vallée de l'Othain' met oa een camping, chalets en een zwembad. Als we een asfaltweg bereiken volgen we deze rechtdoor maar het is absoluut de moeite om eerst 300 meter rechts te gaan om de wat verborgen gelegen kapel en kerkhof van Saint-Hilaire te bezoeken. Wat onbegrijpelijk dat het Dagobertpad hier de asfaltweg neemt en niet langs de kapel loopt zoals de Gaumeroute (witgele tekens) wel doet. Wellicht wil men absoluut passeren langs de afslag voor het recreatiedomein. Even opletten dus om het unieke kerkhof van Saint-Hilaire niet te missen aangezien het niet onmiddellijk staat aangegeven.
> In feite is het mooier om van aan de kapel het dalende trappenpad te nemen richting Marville, zoals de Gaumeroute doet maar 'for the record' volgen we het Dagobertpad. Ik wandel dus 300 meter terug over de asfaltweg om bij de splitsing rechtsaf te gaan en te dalen in de vallei van de Othain. Wie wil overnachten op de camping kan dan onderweg links afslaan naar het recreatiecentrum. We komen uit op de drukke N43.
> We steken deze weg voorzichtig over om te vervolgen aan de overzijde langs een watervalletje op een beek. We blijven op deze weg, Rue des Tisserands, die niet onmiddellijk door het hart van Marville loopt. Het is dus aangeraden om ter hoogte van de kerk via een paar steegjes naar boven te lopen en even rond te lopen over het langgerekte marktplein.
> Op het einde van de Rue des Tisserands (de 'straat van de wevers') gaan we naar rechts. Zo komen we kort daarna op een kruispunt van wegen waar je even moet opletten. De geelrode GR-padmarkering loopt hier immers 2 kanten uit. Voor het Dagobertpad moet je NIET links gaan maar rechtdoor over de Rue de Remoiville vervolgen om na een 250 meter links de Rue de Chavillard te nemen.
> We stijgen stevig door tot op het landbouwplateau en in feite houden we nu over asfalt kilometerslang dezelfde richting aan tot helemaal in het volgende dorp, Jametz. Onderweg is er weinig bewegwijzering omdat er bijna geen steunpunten zijn. Van links komt er na 1,5 km een asfaltweg bij, maar we blijven in dezelfde richting de asfaltweg volgen, de weinige zijpaden negerend.
> Aan het zicht onttrokken lopen we hier kort bij de voormalige NAVO-luchtmachtbasis, van waar tot eind jaren '60 de Canadezen vele oefenopdrachten uitvoerden.
> In feite ben ik van het huidige pad afgeweken omdat mijn wandelkaart dat zo aangaf, maar die klopte dus niet. Oorspronkelijk volgde de Dagobert wandelroute de asfaltstreep niet helemaal tot Jametz maar ging je onderweg naar links over een veldweg, dan over een akker, vervolgens zigzag door bos en dan op een veldweg naar rechts helemaal tot Jametz. Met een beetje zin voor oriëntatie geraak je op deze, meer afwisselende wijze, ook in Jametz. Het is echter wel een stuk langer.
> We volgen dus in dit verslag de actuele bewegwijzering. Net voor je de D905 in Jametz bereikt ga je links langs de rand van het dorp zuidelijk afzakken. Niet het dorp inlopen maar langs veestallen en daar rechts (Rue du Pressoir) om wat verder de D905 over te steken en rechtdoor te vervolgen.
> Dit asfaltwegje steekt een beek over, passeert een kapelletje voor OLV des Armées en steekt over een brug de Loison over. Daarna onmiddellijk rechts meedraaien over een aarden weg. Verderop gaat deze weg over in een grasweg, loopt door een bosje, langs weiden, om uiteindelijk te arriveren bij een schaduwrijke picknickruimte met verscheidene tafels.
> Hier nemen we het rustige en eigenlijk mooie asfaltwegje naar rechts. Onderweg ook weer een paar mannetjesorchissen gezien en veel bloeiende gevlekte aronskelk. Dit wegje leidt ons helemaal tot Remoiville. Een Sint-Jacobsschelp verraadt dat de geelrode bewegwijzering vanaf hier het gezelschap krijgt van een Santiagopad, uitgezet in april 2010.
> De brug over, de weg oversteken en doorwandelen tot de kerk (Rue du Pont). Net voor de kerk links (Rue du Moulin), weg kruisen en rechtdoor de Rue Saint-Jacques in. We passeren een een zandstenen calvariekruis ('Ave spes') (Sint-Jacobskruis?). Langs het kerkhof en even dalen tot een grotere weg (D69). Links ligt het enorme kasteel van Louppy-sur-Loison maar we passeren niet door het centrum van dit dorp.
> Een paar honderd meter rechtdoor langs de grote weg om voor de brug over de Loison, ter hoogte van een grote ijzeren poort (links van de weg), rechts een oud pad (een oude kasteelweg?) te nemen. Een schitterend pad dat eerst een tijdje in de vallei van de Loison loopt, langs een oude wasplaats. Verderop wordt de weg grassiger en loopt hij op een verhoogd talud tussen de weiden. Steeds maar rechtdoor om uiteindelijk uit te komen in de bocht van een asfaltweg die ons verder meeneemt naar Juvigny-sur-Loison.
> Net voor het dorp heb ik het Dagobertpad verlaten om door te steken over 7 km voornamelijk onverharde paden richting Montmédy.
Saint-Hilaire kerkhof en kapel
> De geschiedenis van dit heiligdom gaat minstens terug tot in de 5de eeuw! Er stond hier toen wellicht al een eerste eenvoudig kerkgebouw, voorafgegaan door een nog oudere tempel. De huidige kerk dateert uit de 12de eeuw, Romaanse stijl dus. Je herkent aan de buitenkant van het gebouw echter ook een paar gotische stijlelementen.
> Toen in de 13de eeuw de kerk te klein werd en het centrum van het dorp zich uitbreidde naar het huidige Marville, werd besloten om een nieuwe kerk te bouwen, de huidige Saint-Nicolaskerk in het centrum van Marville. Gelukkig bleef de oude kerk bewaard als begraafplaats. Dankzij een aktief beeldhouwersatelier in Marville konden de lokale
Marville
> Flanerend door Marville valt je zeker de rijkdom op van een paar oude gevels. Vooral in de Spaanse tijd (16de -17de eeuw) was Marville zeer welvarend. Talrijke ambachtslui vestigden zich hier en vooral de weverij zorgde voor een bloeiende handel. Het was zondermeer het belangrijkste stadje van de streek, verscheidene religieuze orden vestigden er zich, evenals gilden.
> Doordat Marville een soort neutraal statuut had tussen de machtige hertogdommen van Bar en Luxemburg, wist het te ontsnappen aan de ergste oorlogen, die verwoestend waren voor andere stadjes in de streek.
> Na de inlijving bij Frankrijk in de 2de helft van de 17de eeuw, ging het bergaf met Marville. De glorietijd zou nooit meer terug keren. Vandaag telt het stadje niet eens de helft van de inwoners die er een paar eeuwen geleden woonden.
> De stoere Sint-Niklaaskerk is van oorsprong 13de eeuws. Binnenin kan je nog oude kunstwerken zien, zoals gebeeldhouwde grafstenen. De kerk is meestal open voor bezoek. Elders in Marville vallen een paar sierlijke gevels op die aan het rijke verleden herinneren.
> Kortbij Marville ligt een militaire luchthaven die tot in de jaren '60 door de Canadezen werd gebruikt als NAVO-basis. Sindsdien ligt de landingsbaan er vrijwel ongebruikt bij.
notabelen en rijkere handelsfamilies tijdens de bloeiperiode van Marville (Spaanse tijdvak) kunstige zandstenen grafmonumenten op het kerkhof plaatsen.
> Vele van die zerken zijn nu in veiligheid gebracht in het kerkje van Saint-Hilaire, dat meestal dicht is. De kerk ziet er uit als een typische Zuidfranse of Spaanse kerk, opgetrokken uit zandsteen en getooid met rode dakpannen. Binnenin zijn dus tientallen grafzerken te bewonderen uit de 16de tot 18de eeuw. Het loont zeker de moeite om even rustig door de rijen grafzerken te wandelen. Op de uithoeken van de begraafplaats kan je ook nog een paar expressieve beelden zien, zoals een piëta en een ecce homo, beelden uit de 16de eeuw.
> Dat is nog niet alles. De ‘pièce de résistance' bevindt zich elders op het kerkhof : Een knekelhuis, met daarin mooi gestockeerd 40.000 beenderen van zowat 3000 personen. De doodshoofden
spreken je aan met volgende confronterende tekst boven het knekelhuis: ‘Wij waren zoals gij , gij zult worden zoals wij’. Het oord roept meer vragen op dan je antwoorden vindt. Waarom zo’n knekelhuis? Van waar komen die 40.000 beenderen? Nu was het in de middeleeuwen niet ongewoon om beenderen op te slagen in een ossuarium, er waren wel meer kerkhoven die zo’n ‘opslagplaats’ hadden. De meeste werden echter door de eeuwen heen
opgeruimd. Die van Saint-Hilaire bleef wonderwel bestaan. Kerkhofbewaker Constant Motsch maakte er in 1897 werk van om duizenden knoken uit een periode van 4 eeuwen te verzamelen en ze netjes te ordenen. Enkele doodshoofden zijn in houten bakjes geplaatst, 'horloges de la vie', het zijn hoofden van notabelen. Marville had in het Spaanse tijdvak 5 maal meer inwoners dan nu, wat ook het groot aantal beenderresten verklaart. Er was bovendien een leprozerie in de buurt. De collectie beenderen is ook het resultaat van verzamelen over vele generaties heen. Het kerkhof van Saint-Hilaire werd tevens ‘gevoed’ door de stoffelijke resten van overledenen uit de dorpen in de wijde omgeving. Update 2013. Crapuleuze dieven hebben het ossuarium beschadigd. Veel van de houten 'horloges de la vie' werden gestolen in maart 2012.
Stinkend nieskruid is familie van de kerstroos.
Een kalkminnende plant die je in de lente op
meerdere plaatsen langs het Dagobertpad kan zien.
Montmédy, Vaubanversterkingen, citadel en Sint-Maartenkerk
Villecloye, typisch huis in lokale natuursteen
Montmedy, Duits militair kerkhof
De spinnenorchis is een orchideeënsoort die niet voorkomt in Nederland en Vlaanderen en die is uitgestorven in Wallonië. Hij groeit wel op 1 km van de Belgische grens, gehoopt wordt dat hij ooit weer 'de grens oversteekt'. Zijn naam dankt hij aan de bloem die er wat uitziet als een dik spinnenlijf.
16de eeuwse expressieve piëta
Onderweg naar Flassigny langs koolzaadvelden
Padmarkering van zowel GRP Sentier Dagobert
als van de Gaumeroute, die hier rechts
naar de kapel van Saint-Hilaire loopt.
Beelhouwwerk op een grafsteen met als thema de kruisafneming
Constant Motsch aan het werk
te Saint-Hilaire
Marville, gezien vanaf de Koning Dagobert wandelroute
Marville, Sint-Nicolaaskerk
Marville, watervalletje
Marville, sierlijke deurlijst
Jametz is een typisch straatdorp
Kasteel Louppy-sur-Loison
Remoiville
Mooi pad van Louppy-sur-Loison naar Juvigny-sur-Loison
Mannetjesorchissen
Gevlekte aronskelk
Eentonig asfaltstreepje naar Jametz
Saint-Hilaire, ossuarium
Aankomst in Bazeilles-sur-Othain
Voila, waarom de naam van dit plantje 'muur' is.
Kapel St-Hilaire binnenin
Etappe2 / Klik op de uitsnede
voor de hele kaart.

Chemin de St-Dagobert - 113 km