Startpagina > Wandelen > Entre Lesse et Lomme
Gele Maskerbloem
Voormalige trambedding van lijn 93
Cargotram van lijn 93 dwars door bos over de bedding die nu wandelroute is
Dalen naar Pont-à-Lomme
Groot dikkopje
Sint-Jansvlinder
Door natuurreservaat Les Troufferies
Voormalige hoeve Gerbaifet
Koevinkje
Zilveren maan
Gehakkelde Aurelia
Geelsprietdikkopje
Iepenpage
Distelvlinder
Biolin, sequoia's
De Lomme tussen Smuid en Poix-St-Hubert
> Deze etappe staat volledig in het teken van de Lomme en haar zijbeken. De Lomme of Lhomme is de belangrijkste zijrivier van de Lesse. Nog een dag door uitgestrekte bossen, met af en toe stevig wat hoogteverschillen, als we de Lommevallei uitklimmen. We passeren ook vijvergebied en veenachtig landschap en krijgen af en toe een weids uitzicht over de centrale Ardennen. Buiten enkele huizen passeren we ook op deze etappe niet echt een dorp, we zoeken vooral eenzaamheid op. Vandaag hebben we ook extra aandacht voor wat er zoal rondfladdert aan vlinders langs Entre Lesse et Lomme.
Entre Lesse et Lomme Trekkingetappes
> Verder over Entre Lesse et Lhomme. We bereiken die verkeersweg en kruisen deze om na enkele tientallen meters, nog voor een vijver, links een steenslagpad in te slaan (ELL-bord nr 13 Pont Bozeau). Dat loopt even langs de spoorlijn maar draait er al snel weer omhoog van weg, zonder de spoorlijn te kruisen. We komen nu op een rechte steenslagweg, die prachtig is afgezoomd met overhangende beuken.
> Bij de N40, de verkeersweg tussen de Maasvallei en Libramont / Neufchâteau, gaan we dus links en ter hoogte van de domeiningang steken we de N40 over (bushalte voor lijn 61). We vervolgen parallel met de N40 maar over een pad een paar meters verwijderd van de weg. Dit pad leek me onmogelijk te volgen op het moment dat ik er passeerde, ook mijn blote benen zagen dat niet zitten omwille van meterhoge netels. Dan maar door de wei ernaast gewandeld en bij de bosrand de prikkeldraad onder om in het struweel weer aan te pikken op Entre Lesse et Lomme.
> Er volgt nu een traject over aanvankelijk wilde paden, soms onduidelijk maar extra markeringstekens zetten je verder op weg en leiden naar een licht verharde bosweg. Daar gaan we rechts en bereiken na een tijdje de bosrand van het Bois du Bané. Rechtdoor moet ergens achter een heuvel Ochamps liggen maar over Entre Lesse et Lomme gaan we scherp links om even later te arriveren op de bivakzone.
> We wandelen hier een tijd op de gemeentegrenzen tussen Libin en Saint-Hubert. Na 2 km verlaten we de trambedding, die met wat bochtenwerk onderweg verder koers zet richting Libin. We slaan op Entre Lesse et Lomme echter links af hier (ELL-bord nr 14-L Randour Vicinal). Al snel komen we op een eeuwenoud pad, dat vandaag de grens vormt tussen Libin en Saint-Hubert. Aan de zijde van Libin komen we langs een prachtig beukenwoud. De oudste beuken hebben meer dan een eeuw op de jarenteller. Zoals je zelf kunt vaststellen laat een oud beukenwoud door het dichte bladerdak amper ondergroei toe op de bodem, een kruidlaag is dan ook haast volledig afwezig.
> Ons wandelpad kan wat drassig zijn, wat verderop draaien we naar rechts over een smal hol paadje dat parallel maar wat op afstand van een ingesneden beekje loopt. Dat pad loopt ter hoogte van een plek met de naam 'Pré Lavau' kort door een zone met in de lente uitbundig bloeiende wilde planten, waaronder bramen, distels en vlinderstruiken.
> Deze warme bloemenhelling lokt bij zonnig lente- of zomerweer dan ook een grote verscheidenheid aan vlinders: witjes, distelvlinders, dikkopjes, parelmoervlinders, zandoogjes,...De verrassing was echter een iepenpage, een mooi vlindertje dat ik nog nooit eerder waarnam. Hij zit meestal dan ook hoog in de bomen en komt eerder zelden afgezakt naar de kruidlaag. Ook merkwaardige bloemen gezien: er groeit hier een kleine kolonie gele maskerbloem op een drassig stukje land. Eigenlijk een exoot uit Noord-Amerika die dus niet inheems is maar tot dusver alsnog niet overdreven invasief is. De toekomst moet nog uitwijzen of hij sterk uitbreidt en verstorend wordt voor inheemse planten. Hij produceert in ieder geval mooie bloemen maar dat doet reuzenbalsemien ook.
> Opgelet, dit pad niet helemaal ten einde lopen, kort daarvoor maken we een kwartdraai links over een (normaal gezien) gemaaid graspad dat ons 10 meter hoger op een ander wandelpad brengt, het “Sentier des Loups” of “Wolvenpad”. Naar rechts kun je naar het dorpje Smuid wandelen (op 1 km) maar Entre Lesse et Lomme gaat hier links en loopt door woud verder in “een trechter”, een versmallende valleihelling waar zowel de spoorlijn (links), de Lomme (links) als de verkeersweg Smuid – Poix-St-Hubert (rechts) te samen komen. Indien je hier je voettocht wil afbreken om de trein te nemen te Poix-St-Hubert, wandel dan door de spoortunnel en blijf de verkeersweg 1 km volgen tot het treinstation.
> Het steenslagpad loopt nu wat dalend maar opgelet, mis de afslag niet ter hoogte van een grote vijver. Rechts het jong beekje over dat deze privé-vijver voedt en links even langs die vijver. Hier wandelen we nu korte tijd over een privé-terrein, verlaat het pad niet. Niet de plek om rond te hangen bij de vijver. Verderop winnen we snel hoogte over een onduidelijk ruw pad dat ongebaand lijkt. Het is gelukkig intensief bewegwijzerd en bereikt hogerop een steenslagpiste. Daar gaan we 50 meter naar rechts, draaien dan links mee en bij een ander steenslagpad gaan we scherp links. We stijgen wat en in een eerste bocht gaan we rechtdoor verder over een graspad dat ruwer wordt. Deze omgeving staat op de topografische kaart als “Petite Taille”. Voor het eerst lopen we nu ook in de buurt van de Lomme en de spoorlijn Brussel – Luxemburg.
Contranhez & kabouters
> De Roche de Contranhez is alvast onderwerp van een Ardense legende, die verhaalt over kabouters, 'nutons', die onder de rots huisden. Enkele stoere mannen uit Libin gingen de uitdaging aan om zo'n 'nuton' te gaan vangen en gingen zich 's nachts verschuilen achter de rots van Contranhez. De eerste kabouter die vanonder uit het rotshol vandaan kroop, werd overvallen en nog die nacht opgesloten in een brouwkuip. Groot was hun verbazing de volgende morgen, toen ze vaststelden dat de kabouter er blijkbaar in geslaagd was om zich met bovenmenselijke krachten uit de brouwkuip te bevrijden en de ijzeren baren van een venster had kunnen forceren om te ontsnappen...
Les Troufferies
> We zijn nu in het centrale deel van natuurreservaat Les Troufferies. De naam verwijst trouwens naar het middeleeuwse gebruik hier om de wilde gronden aan te wenden voor turfwinning (voor brandstof), een praktijk die zelfs nog plaats vond tot in het interbellum vorige eeuw. Onder de meer bijzondere flora voor de Ardennen vind je hier ondermeer zevenster, slangenwortel en kraaihei. Nogal wat vlindersoorten en libellen vinden hier ook een geschikt habitat.
Gerbaifet
> Het kasteelachtige hoevedomein Gerbaifet is eigendom van de familie Coppée. De recente geschiedenis van het dorp Ochamps en wijde omgeving is onlosmakelijk verbonden met de Coppées.
> Evence Coppée maakte in de 19de eeuw faam en fortuin in België dankzij de opkomst van de industrialisering, met name in de sectoren van siderurgie, hoogovens en steenkoolontginningen. Ze hadden een flinke poot in het steenkoolbekken van Henegouwen maar stonden met de eerste concessies voor steenkoolontginning in Limburg ook aan de wieg van ondermeer de steenkoolmijn van Winterslag en lieten er hele tuinwijken optrekken. De voornaam 'Evence' lijkt wel heilig in de familie, in die zin dat dat Evence Coppée werd opgevolgd door zoon Evence II, III en IV.... Dynastie Coppée dus. In de Ardennen te Ochamps kocht Evence II het landgoed Roumont op. Evence III inspireerde zich op de pompeuze kastelen van de Franse Loirevallei om te Roumont ook zo'n optrekje neer te planten (gelegen langs de N40 maar op 2,8 km van ons wandeltraject. Kasteel Roumont wordt dan ook wel eens smalend “Roumont-sur-Loire” of “Chambord-en-Ardenne” genoemd... Begin 20ste eeuw groeide het grondbezit van de Coppées rond Ochamps ook uit tot zo'n 2000 hectaren. Het domein van Gerbaifet (Gerbéfè, Gerbéfay of La Djerbefe) lieten ze optrekken als modelboerderij, ze werd verpacht aan boeren. Echt oud zijn deze voormalige hoevegebouwen dus niet, vermoedelijk uit begin 20ste eeuw. Vandaag is het geen boerderij meer, gewoon een privé-domein van waaruit de financiën en immobiliën van een tak van de familie Coppée nog steeds worden beheerd. In de buurt van de plek waar we bij de N40 komen, staan trouwens nog enkele opvallende gebouwen. Vlakbij maar verborgen in het groene lover staat het privé-kasteel Ronfay of Ronfè, gebouwd begin 20ste eeuw en nu eigendom van de Brusselse familie Deneef. Rechts langs de N40 ligt de grote veeboerderij van Peroy, uitgebaat door de familie Paquet.
"Abissage"
> Onderweg verklaart een infobord ons het systeem van 'abissage', een typisch Ardens bevloeiingssysteem van kanaaltjes, vijvers, greppels, dammen en sluisjes om beekwater te controleren en aan te wenden om de kwaliteit van agrarische gronden te verbeteren. Niet enkel voor het water maar vooral ook voor de opname van vruchtbaar beekslib op de meestal voedselarme Ardense bodems. Zo'n systemen waren in zwang van de middeleeuwen tot begin 20ste eeuw op veel plaatsen in de Ardennen. Uiteindelijk werd de 'abissage' overbodig door de komst van industriële meststoffen in de loop van de 20ste eeuw. Hier in de vallei van Bozeau is het echter lucratieve beplanting met dennen voor snelle houtproduktie die vanaf het interbellum het systeem overbodig maakte en ook het eeuwenoude landschap van hooiweiden grotendeels teniet deed. In de vallei waren vroeger ook watermolens, waarvan een paar vijvertjes nog zowat de enige overgebleven sporen zijn.
Lomme (Lhomme)
> De Lomme of Lhomme ontspringt op Ardense hoogten boven Saint-Hubert, nabij het dorpje Bras-Haut. Na 40 km vloeit de Lomme in de Lesse bij Eprave, op enkele kilometers van Rochefort. Een groot deel van de vallei werd gebruikt om spoorlijn 162 (Namur - Luxemburg) in door te trekken. Kort na Jemelle bereikt De Lomme het sterk kalkhoudend gesteente van de Calestienne. Net zoals de Lesse heeft de Lomme er nogal wat verdwijngaten, grotten en gangen in uitgeschuurd, zodat ze eigenlijk vooral ondergronds een weg zocht naar Eprave. Door menselijke inmenging loopt de rivier vandaag weer grotendeels bovengronds in de Famenne. Wat de Lomme echter in de Calestienne uitschuurde is interessant exploratieterrein voor speleologen.
Tramlijn 93
> Dit is niet zomaar een bosweg, we wandelen hier over de oude bedding van tramlijn 93 Poix – Libin – Maissin – Paliseul (28 km). Hier door dit bos reden trams van 1903 tot ongeveer 1957, zowel voor passagiers- als vrachtvervoer. De Ardennen waren tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw dooraderd met honderden kilometers tramsporen. Vooral na WO II zette de sluiting van veel tramlijnen in, vaak kwamen autobussen in de plaats.
> Langs een rustbank. We negeren aanvankelijk enkele naar rechts aftakkende paden en gaan op een padenkruispunt uiteindelijk wel rechts. We bereiken de verkeersweg Poix – Libin en kruisen die (ELL-bord nr 15 Maison Blanche) om op een graspad te komen dat dadelijk naar links draait en al snel bij een kruispunt van steenslagwegen arriveert. We kiezen voor de rechtse weg en draaien even later met de hoofdweg mee naar links (dalend). Voor ons een van de zeldzame vergezichten op onze wandelroute. We kijken uit over de ver weg gelegen donkere beboste hoogten rond Saint-Hubert en Libramont. Zelf zoeken we de laagte op, na een paar bochten bereiken we het valleitje van de Ruisseau du Dossay, niet ver van een brug over de rivier Lomme (Pont-à-Lomme) en vlakbij de spoorlijn Brussel – Luxemburg.
> Laat staan dat ik onderweg kabouters zou tegenkomen, de rots van Contranhez vond ik ook al niet. Meer mysterie, ligt de rots verborgen achter de afsluiting van een jonge sparrenaanplant? Verder dan maar over het dalend pad. Ergens langs de linkerzijde stond in de vallei tijdens de middeleeuwen een hoogoven voor ijzererts, zoals te Marsolle. Zowat enkel ertsslakken verraden nog ergens de plaats waar de hoogoven van Contranhez moet hebben gestaan, op wat fundamentsporen na is al de rest verdwenen.
> We verwijderen ons nu weer langzaam van de spoorlijn en gaan rustig stijgend in zuidwestelijke richting wandelen. Door dichter landschap van dennenbos bereiken we één kilometer nadat we wegwandelden van de spoorlijn, een eeuwenoud padenkruispunt (ELL-bord nr 19-G Sapins Peltzer). Het weggetje dat we links inslaan is al sinds lang vervlogen tijden deel van een oude verbindingsweg tussen Libin en Libramont.
> De naam Peltzer verwijst naar de oude eigenaar van de dennenpercelen hier. De Rijnlandse familie Peltzer vestigde zich eind 19de eeuw in de regio Verviers en maakte er de volgende decennia fortuin in de industrie. De dennenpercelen rond dit kruispunt zijn ook vandaag nog grotendeels in privé-bezit. We zetten dus naar links, aanvankelijk door bos, koers naar het natuurreservaat 'Les Troufferies'. Het landschap opent en aan onze linkerzijde wandelen we langs een rustbank bij een grasveld. We kijken er uit over een aflopend landschap dat niet wordt verstoord door dennen maar waar de natuur grotendeels zijn gang kan gaan. Dat resulteert hier vooral in een landschap van struiken zoals brem en grassen.
> Verderop aan onze rechterzijde hooiland waarin wilde bloemen en planten ruimte en tijd krijgen om te groeien en te bloeien. Vlinders en insekten fladderen er aan en af met een opvallend sterke aanwezigheid van de Sint-Jansvlinder. Het oude wegje daalt rustig naar de beekvallei en het brongebied van de Noire Eau en de Ruisseau de Large Fontaine, aanvoerbeken die meer noordelijk de Lomme debiet geven. Hier wordt het natuurgebied echt zompig en venig. Nogal wat dazen en muggen proberen me het leven zuur te maken in dit vochtig milieu. Langs de beek zijn nog steenhoopjes te zien, het resultaat van goudzoekers die hier vele eeuwen geleden aan het werk zijn geweest met de goudpan.
> Enkele aangelegde plankenpaden helpen ons om de natste stroken te overbruggen. Daarna aan onze linkerzijde een deel van het natuurreservaat waar het landschap nog 'in herstel is', dankzij stevige subsidiëring via het Europese LIFE-project voor landschapsherstel en biodiversiteit. Hierdoor kon dit reservaat, dat al sinds 1975 bestaat, na 2010 worden uitgebreid met zo'n 60 hectaren.
> Verder zuidelijk over het pad bereiken we een plek met de namen Coûrbôle / Les Vieilles Huttes (ELL-bord nr 20-G La Haie – Coûrbôle), en vervolgen rechtdoor. We zitten inmiddels volop in beukenwoud, er zou hier vaak groot wild (herten) vertoeven. Op een gegeven moment rechts een doorsteekje en met een uitwijking naar links wandelen we nu weer tussen dennenpercelen. Na 350 meter dennen gaan we scherp rechts een tijd in zuidelijke richting wandelen tussen nog meer dennenpercelen. Dit steenslagpad bereikt langzaam een hoogte van 480 meter, een van de hoogste punten van Entre Lesse et Lomme.
> We wandelen verderop langs bosranden in halfopen landschap waardoor we linksvoor ook zicht krijgen op een opvallende kasteelhoeve. 150 meter voor we de verkeersweg N40 bereiken, zie je aan je rechterkant door de mooie beukendreef die de steenslagweg dubbel aflijnt, een langgerekt hooiland van wel 750 meter diepte. Het werd tijdens WO II door de Duitse bezetter gebruikt als militair vliegveld. We wandelen tot bij de verkeersweg N40 en gaan er links op een paadje langs de haag van het domein Gerbaifet (ELL-bord nr 21-O Ronfè-Gerbéfè).
> De naam is afkomstig van het gelijknamige veenachtige natuurgebied Fagne de Tailsus, 25 hectaren groot. Aan de overzijde van deze ongerepte beekpassage is voor de wandelaar over Entre Lesse et Lomme een rustbank geplaatst. Een absoluut intiem, afgelegen plekje in de Ardense bossen, was het niet dat hier op slechts enkele tientallen meters verwijderd ook weer af en toe een trein over ijzeren sporen dondert, onderweg naar Brussel of Luxemburg. We draaien rond een rotspartij steil omhoog en wandelen wat hogerop gewoon rechtdoor door licht dennenbos. Ergens aan onze linkerzijde ligt de beekvallei van de Noire Eau (die te Pont de Libin de Lomme wordt) en de ijzeren weg tussen Brussel en Luxemburg.
> Steeds rechtdoor nu, we stijgen naar een halfopen gebied, het plateau van Contranhez. Nog zo'n eenzame plek, geaccentueerd met de tentakeltakken van een kapotgebliksemde boom. Ooit moet hier een woning hebben gestaan en hadden de dennenbossen nog niet zoveel weiden ingenomen. Op de T-kruising links en langs een geologische merkwaardigheid. Hier dagzomen ergens 500 miljoen jaren oude rotsen uit het cambrium.
> We zijn hier in een desolaat stukje woud, de vele omgewoelde padkanten zijn een teken dat het hier anders wel vol wildleven zit, met name everzwijnen. Even later kom ik zelfs een hele familie everzwijnen tegen. Ik verstoor hun bad dat ze namen in een modderig bronbeekje. Een heel eind lager over een nogal ruw pad houden we rechts aan over een breder en licht stijgend pad dat eindigt bij de verkeersweg tussen Libin en Pont de Libin.
> We gaan links om over een van de zeldzame stroken asfalt te wandelen die deel uitmaken van Entre Lesse et Lomme. Dat eindigt in het gehucht Pont de Libin, waar het aangenaam en vooral erg rustig leven moet zijn. Het gehucht, dat zich ontwikkelde rond een brug over de Lomme en het (niet meer bediende) spoorwegstation van Hatrival, telt een 20-tal huizen, waaronder een aantal vakantiewoningen. Er zijn dan ook geen bijzondere voorzieningen, wel een schaars bediende bushalte waar al eens een scholier opstapt.
> Sinds 2016 is er in het kader van het LIFE-programma een natuurgebied erkend van 17 ha voornamelijk natte zones rond de Lomme. Het ligt onmiddellijk ten noorden van Pont de Libin. Het traditionele landschap en de biodiversiteit werden er de voorbije jaren gestimuleerd door er de produktiedennen te kappen.
> Te Pont de Libin gaan we op de T-kruising (ELL-bord nr 17 Pont de Libin) rechts en na enkele tientallen meters links een draaiende bosweg op. Verderop langs dit pad krijgen we aan onze linkerzijde een weids overzicht op de Lommevallei. Vanop een nieuwe rustbank kun je bij mooi weer genieten van het zicht over de nog jonge rivier, die hier is afgedamd voor enkele grote privé-vijvers waar vroeger hooiweiden waren. Het brede pad gaat verderop rustig wat stijgen en voorbij een rechts-linksbocht verandert het in een graspad dat even steviger gaat stijgen door dichte, donkere dennenpercelen. Steeds rechtdoor tot op een T-kruising, waar we rechts gaan (ELL-bord nr 18-L Aux Tachenires).
> Indien je je tocht over Entre Lesse et Lomme begon vanuit het gehucht Lesse, dan ben je nu na 39 km precies halfweg de hele wandelroute. Nu volgt een parcours met nogal wat afslagen en padwissels, goed op de bewegwijzering letten de volgende kilometer. De wandelroute loopt uit in een ruw graspad dat dood lijkt te lopen tussen berken tot we wat lager bij een bruggetje komen over het veenbeekje Ruisseau de la Fagne de Tailsus.
> Zo'n 100 meter voorbij een afgespannen hooiland, gaan we links voor een stevig stijgend pad door donker dennenbos. Op een T-kruising links (ELL-bord nr 16 Chipteuse) en even later twee maal rechts. Onderweg wandelen we tussen de hoge dennen van het Chipteuse-bos, dat werd aangeplant in 1933. Wat verder weer links, dalen op een pad dat 's zomers nogal stevig is afgeboord met varens.
> Beekje over en dadelijk rechts, we keren dus de rug naar de spoorlijn. Zowat 50 meter verder moet je even opletten. Entre Lesse et Lomme neemt hier links plots een ruw stijgend traject, een scherpe maar korte stijging over een rotsig pad. We stijgen hogerop rustiger verder over een grassig pad naar een produktiebos van dennen en overwinnen onderweg bijna 100 hoogtemeters.
> Het feit dat we nu een tijdje over een voormalige trambedding wandelen, betekent ook dat de weg maar een beperkte hellingsgraad heeft en het dus relax wandelen is. Het tramtraject plooit mooi mee met de valleihelling van het beekje Ruisseau du Pont Lozet of Ruisseau de Bozeau, dat beneden aan onze rechterzijde loopt.
> Het traject van Entre Lesse et Lomme vervolgt vanaf de open plek Biolin rechts door een dreef van sequoia's, voorbij een bareel tot bij een rustige verkeersweg. Op de asfaltweg gaan we rechts en 150 meter verder links op een graspad. Dat draait wat lager naar rechts en verruwt wat omdat het weinig gebruikt werd in het verleden. Het leidt naar een verhard wegje waar we scherp links afdraaien (ELL-bord nr 12-S Spinet).
> Voorbij een terrein voor hondentraining draaien we in wijzerzin mee over een pad door een bebost brongebied met vijvertjes. In die bosrijke helling, zowel links als rechts van ons, zitten enkele ontspringende bronnetjes verscholen. Deze omgeving staat op de kaart als “La Grande Taille”. Rechts beneden van de bronnen liggen de provinciale kweekvijvers van Le Spinet. Ze behoren tot het lint van meer dan 30 provinciale kweekvijvers van Mirwart. Hier te Spinet is ook een broedplaats, waar al miljoenen forellen het prille leven zagen. We draaien nog steeds rechts mee ter hoogte van een infobord over lokale wandeling “Le Vieux Moulin de Mirwart” (rustbank).