Startpagina > Wandelen > GR 131
> We zetten onze tocht over GR 131 verder door West-Vlaanderen in westelijke richting (met het nodige bochtenwerk onderweg). Voorbij Ruddervoorde overheerst weer volop agrarisch landschap, waar boer en tractor heersen. Het Groenhovebos vormt een frisgroene verademing tussen die akkers en veekwekerijen. In een grote bogen trekken we rond de stad Torhout, op zoek naar het provinciaal kasteeldomein d'Aertrycke. Via een lange kasteeldreef en een stukje voormalige spoorlijn (de Groene 62) trekken we naar groendomein Wijnendale, waar deze etappe eindigt. Zowel bij het start- als het eindpunt zijn er busverbindingen.
> Terug aan de rand van het centrum van Ruddervoorde. Het traject van GR 131 draait er ter hoogte van een speelweide en rustbank links de Koebroekdreef in, een met fijne steenslag licht verhard weggetje. Het slingert voorbij een boomgaard links naar Hofstede Koebroek, een voormalig hoevecomplex dat sterk werd gerenoveerd en herbouwd in een traditionele stijl. De nog aanwezige omwalling met een brede gracht duidt op een lange geschiedenis, er was hier zeker al een hoeve sinds de 16de eeuw.
> De witrode streepjes van GR 131 leiden ons zacht naar rechts en verderop volgt onze wandelroute de toegangsweg tot Hoeve ’t Soetewey. Als je hier doortrekkend bent kan je hier zowaar flink je proviand aanvullen met hoeveprodukten: Van chocopasta tot yoghurt! Via een zigzagje passeer je de mooi gelegen hoeve en trek je door een halfverharde veldweg, omzoomt met populieren langs nog een paar afgelegen hoeves.
> Voor jou loopt in de verte terug de weg Brugge-Kortrijk maar GR131 blijft nog even zigzaggen over asfalt door de velden waarna je weer over onverharde ondergrond door een prachtige eikendreef loopt. Als je weer asfalt bereikt kom je weer op het oude oorspronkelijke traject van GR131.
> Het pad volgt nu een hele tijd asfaltwegels in westelijke richting, waarbij tijdens de maand april de geur van beer en veestallen nooit ver weg is. Je komt ondermeer langs ‘de zingende watermolen’, een vakantiehuis waar je kunt verblijven mits een stevig gespekte portefuille van minstens 1000 €.
Watermolen van Wanzeele,
'de Zingende watermolen'

> Achter het gebouwtje met fabrieksschouwpijp schuilt een oude watermolen. Een zekere Francis Maes liet de molen optrekken op de Ringbeek rond 1820. Al vlug bleek het debiet van de Ringbeek vaak te laag om de werking van de molen continu te verzekeren. De eigenaar kreeg na wat aandringen de toestemming om op de top van het gebouw een windmolen toe te voegen. Blijkbaar niet zo'n succes want de windmolen verdween alweer een tijd later.
> Nieuwe eigenaars en nieuwe technieken: In 1910 werd een stoommachine toegevoegd aan het gebouw. Tesamen met de watermolen moest de stoominstallatie de werking van pletstenen voor allerlei granen en zaden garanderen. In die periode begon men er een boterfabriekje. Vanaf 1920 werd er ook vlas geroot en in 1926 kwam er zelfs een vlaszwingelarij. De vlascrisis van 1929 bracht tegenspoed en in 1930 stopte deze aktiviteit alweer.
> De volgende decennia kwamen er ondermeer een turbine, dieselmotor en elektrische motor. Al in 1925 kon de molen voorzien in de opwekking van electriciteit voor verbruik ter plaatse. Tot 1987 werd de maalderij in gebruik gehouden waarna de machines voorgoed zwegen. Verval trad in, in die mate dat een groot deel van de constructie tot voor enkele jaren dreigde in te storten.
> Guy van Wassenhove renoveerde de molensite grondig en herbestemde de gebouwen door er ondermeer enkele verblijfskamers en een feestruimte in te richten. Het project kreeg de naam 'Zingende watermolen' en werd tijdens Open Monumentendag 2005 publiek voorgesteld. In 2008 werd een procedure ter bescherming van de watermolen ingeleid.
> Kort na de watermolen ligt een huis bij een kruispunt, met een 'ossenoog', zeg maar een ‘loergat’ waardoor de bewoners je zien aankomen over GR131.
> Verderop wandel je weer op een graspad met rechtsvoor de kerk van Baliebrugge die uit de velden opdoemt en rechts een industriële veekwekerij. Gelukkig zat de wind goed.

Vrijgeweed


> Kijk even links terwijl je licht stijgt naar de brug over de A 17. Het uitgestrekte landbouwgebied was honderden jaren lang een gemeenschappelijke goed, het Vrijgeweed.
> Deze oppervlakte van zowat 460 hectaren werd op 24 april 1424 door de toenmalige kasteelheer van Wijnendale, Adolf van Kleef, geschonken aan de bewoners van het gebied tegen een symbolische rente. In de keure werd ondermeer het volgende bepaald: "Sy sullen mueghen hebben ende haelen eeuwick gedeurende water ende gemeene wede met heur lieder beeste...ende sullen meughen gars maeien ende plokken gaeghel, biesen, maeien ende snieden ende turfen delven". (noot: gagel = aromatische struik uit venig of zanderig gebied, in de middeleeuwen oa gebruikt als ingrediënt voor 'gruut', diende om bier te kruiden.)
> Dit wastinegebied bestond hoofdzakelijk uit moeras en braakland en werd vooral gebruikt om turf te steken. Mogelijk dienden de turfputten later om vijvers in aan te leggen waar vis werd gekweekt. Die vijvers verdwenen alweer eind 19de eeuw, vermoedelijk omdat snellere transportmogelijkheden de aanvoer van verse Noordzeevis verbeterden.
> Er is over de eeuwen heen enkele malen geprobeerd om het Vrijgeweed in eigendom te krijgen maar pas in 1940 (eigenlijk zeer recent dus) werd het gebied toegeëigend door de Belgische Staat. De Maatschappij voor Kleine Landeigendom liet er een aantal typische modelhoeven optrekken, hoeves waarvan zowel woonhuis, schuur en stal onder een zelfde dak lagen. Je kunt een aantal van zulke boerderijen nog steeds bekijken in het Vrijgeweed. Ook het landschap onderging een onomkeerbare metamorfose: De waterhuishouding werd radicaal aangepakt door drainage en inbeking. Het Vrijgeweed werd helemaal herverkaveld voor landbouwuitbating. Het landschap dat je nu ziet links zag er dus een eeuw geleden erg verschillend uit.
> Op 26 september 2008 werd op het grondgebied van Zwevezele de gemarkeerde landschapswandelroute 'Vrijgeweed' ingewandeld.
> In de buurt van Baliebrugge neem je dan een brede asfaltweg links die je via een brug over de A17 leidt. Vlak na de brug rechts naar het Groenhovebos. Best leuk wandelen hier, de boswegen zijn wel geasfalteerd, maar de giergeur heeft weer even plaatsgemaakt voor verfrissende boslucht.

Groenhovebos
> Dit bos behoort grotendeels toe aan het Virgo Fidelisklooster en -bezinningscentrum, gelegen midden in het bos op je linkerkant langs het GR 131-traject. Sinds 1967 staan die gebouwen open voor groepen tot 200 personen die er op retraite komen en kunnen beschikken over volledige verblijfsfaciliteiten.
> Het bos dankt zijn naam aan een boschalet die werd opgetrokken in 1870 door eigenaar en burgemeester van Brugge, Anatole Van de Walle. De huidige kloostergebouwen vervingen die chalet na WO II. Een deel van het bos werd verkwanseld voor verkaveling en weekendhuisjes. Een ander stuk bos werd eigendom van de gemeente Torhout die het herbestemde als recreatief bos. Ook Natuurpunt en het Bisdom Brugge zijn gedeeltelijk eigenaar.
> Het bos is populair bij joggers. De komende maanden wordt er hier blijkbaar flink gekapt want er zijn nogal wat merktekens in de bomen gekapt. Wat de kruidlaag betreft: in de lente zie je hier ondermeer varens, witte klaverzuring en viooltjes.
> Op het einde van de bos bij een manège rechts. GR131 loopt verderop gewoon rechtdoor, bocht mee met de weg en loopt dan onder de grote verkeersweg tussen Torhout en de E403 door via een korte tunnel. Een hele tijd over asfalt dan om uiteindelijk veel meer noordelijk dan oorspronkelijk de spoorweg Brugge - Lichtervelde te kruisen. Het was al redelijk laat en blijkbaar is dit traject veel langer, zodat ik er de pas stevig moest inzetten. Op je linkerkant ligt de stad Torhout, waar je in een grote bocht omheen wandelt.

Torhout
> Torhout claimt de oudste stad te zijn van het vroegere graafschap Vlaanderen, een stuk ouder dus dan nabij gelegen grotere broer Brugge, dat veel later tot ontwikkeling kwam. Er zijn inderdaad sporen die wijzen op een bewoning die minstens terug gaat tot het Gallo-Romeinse tijdvak. De oudste schriftelijke vermelding van Torhout gaat terug tot 564 n/C en in de 7de eeuw was er een bloeiende kloostergemeenschap. Als machtscentrum ontwikkelde Torhout zich echter vooral toen de eerste Graven van Vlaanderen de omgeving van Torhout in de 11de eeuw kozen als hun vestingsplaats. Het kasteel van Wijnendale, dat we verderop langs GR 131 zullen passeren, dateert wellicht oorspronkelijk uit die periode.
> Van die rijke geschiedenis is in Torhout niet zoveel meer aanwezig, toch niet als je de vergelijking maakt met bvb Brugge. Het oudste monument van de stad is een 17de eeuwse kapel. Het fraaiste gebouw in Torhout is wellicht het laatbarokke stadhuis (1713).
> Een bezoekje waard is het museum van aardewerk, gelegen in het kasteel Ravenhof, waar ook de VVV is gevestigd. Dit museum biedt een overzicht van de aardewerkproduktie in Torhout en omstreken vanaf de 17de eeuw. Nogal wat van de meest imposante stukken dateren uit de art nouveauperiode toen deze kunst hier een hoogtepunt bereikte.
> De mooiste troeven van de stad liggen wellicht buiten het centrum, in het omringende Houtland, en dan met name de kasteeldomeinen van Aartrijke en vooral Wijnendale, plaatsen waarlangs we al wandelend passeren.
> Uiteindelijk kom je zo uit bij het provinciaal kasteeldomein d’Aertrycke. Prachtige oude bomen hier in een park dat is ontworpen als Engelse landschapstuin.

Kasteel de Maere d'Aertrycke

> Het kasteeldomein d’Aertrycke is 49 ha groot. Centraal ligt het kasteel, gebouwd in 1869 in opdracht van de Gentse ingenieur en politieker Auguste de Maere die later nog bekendheid kreeg als de ‘geestelijke vader’ van de nieuwe zeehaven van Zeebrugge.
> Het kasteel is opgetrokken in Vlaamse neorenaissance. Tesamen met de vijvers en de kronkelende lanen vormt het een mooi kader voor de huidige kasteelfunctie: internationale seminaries, congressen en recepties. Er zijn ook hotel- en restaurantfaciliteiten.
> Het kasteel was tot 2012 eigendom van de familie de Maere. Vandaag is alles provinciaal eigendom. De tuinen worden beheerd als provinciaal domein (open voor het publiek), terwijl de uitbating van het kasteel en bijgebouwen in privé-handen is. Een wandeling door het park is zeer de moeite omwille van een aantal merkwaardige oude bomen.
> Door het domein en aan de andere kant over een asfaltwegje naar Wijnendale-dorp toe. Wijnendale is ondanks de uitstraling met het kasteel, nooit een onafhankelijke gemeente geweest, enkel een parochie. Aan het voormalige station links de oude spoorweg op.

De Groene 62

> De spoorweg Oostende – Gistel – Torhout – Ieper – Armentières is tussen Oostende en Torhout omgetuned in een zeer prettig, 22 km lang, fietspad: De Groene 62. De spoorlijn werd oorspronkelijk aangelegd tussen 1867 en 1873 en was 68 km lang. Bouw en uitbating gebeurden door een privé-genootschap, zoals dat gebruikelijk was in die tijd. Bedoeling was in de eerste plaats om de nieuwe badplaats Oostende te verbinden met Parijs en zo mondain stadsvolk aan te lokken. In de andere richting kon de spoorlijn dan vooral West-Vlaamse pendelaars naar de Noord-Franse industriële metropolen vervoeren.
> De aanleg van zo’n spoorlijn ging altijd met het nodige gekonkel en ellebogenwerk van de lokale burgemeesters en gezaghebbers gepaard. De flauwe bocht die de lijn maakt om door het centrum van Eernegem te lopen is daar een mooi voorbeeld van. De kasteelheren van Aertrycke en Wijnendale dan weer behaalden een pyrrusoverwinning in de strijd om een station bij hun domein te krijgen: Er kwam een station maar dan precies halfweg tussen de 2 kastelen en zo werd de kerk, euh…het station in het midden gehouden. De Belgische staat kocht de lijn op enkele jaren later. Oorspronkelijk droeg deze spoorlijn nummer 63, maar vanaf 1955 werd de lijn opgesplitst in 62 (Oostende – Torhout) en 63 (Torhout – Ieper).
> Precies 100 jaar nadat de eerste sporen werden gelegd reed de laatste trein tussen Oostende en Torhout. Bussen namen de dienst over. De Houtlandse Milieuvereniging bracht de plantenrijkdom van de zateranden onder de aandacht en de potentiële recreatieve mogelijkheid. Stimulans voor de provincie West-Vlaanderen om de spoorbedding van de NMBS aan te kopen. De sporen werden opgebroken in 1984 en 1985 en de bedding werd belegd met een laagje fijn grind. Gelukkig dus geen asfalt of beton, zodat het ook voor wandelaars prettig blijft.
> Vanaf 1991 is de Groene 62 dus een fietspad van 22 km, erg populair bij fietsrecreanten. Kijk ook (vooral tijdens de zomer) uit naar de gevarieerde kruidlaag aan wilde planten langs de beddingrand. De Groene 62 is een prachtig voorbeeld van een project waarbij oud industrieel patrimonium een nieuwe nuttige bestemming krijgt en perfect wordt geïntegreerd in de omgeving door ze uit te bouwen voor zachte recreatie.
> Langs een wat vervallen hoeve en dan over veldwegen en graspaden door veld tot uiteindelijk de grote weg Torhout – Oostende wordt bereikt. Even links hier (horeca) en oversteken naar het domein Wijnendale.
> Voor het laatste stukje tocht, dwars door het Wijnendalebos was het door de onvoorziene extra kilometers te donker geworden. Morgen maak ik dus de etappe maar wat langer door aan het kasteel van Wijnendale te beginnen. De full story over het historische kasteel van Wijnendale lees je dan ook in het volgende etappeverslag. We zijn ondertussen bijna halfweg tussen Damme en Zillebeke.

 

 

 

 

 

 

GR 131 Brugs Ommeland- Ieperboog (142 km)