Startpagina > Wandelen > GR 131
> West-Vlaanderen is de dunst beboste provincie van Vlaanderen en bij uitbreiding van heel België. Bijzonder triest en wat nog rest is dan ook nog gedeeltelijk verkaveld. Maar vandaag wandelen we over GR 131 toch langs wat groenpartijen, vooral langs de rand daarvan. Een beetje meer onverharde paden ook, de etappe is op zijn best als we door een paar dreven van de Vagevuurbossen wandelen. Het meest beboste gebied van West-Vlaanderen was in een lang verleden de schuilplaats bij uitstek voor roversbendes of de plek om de duistere moorden van Beernem te camoufleren. Onderweg naar Ruddervoorde verkeren we weer in agrarisch gebied en loopt de tocht verder over gebetonneerde veldwegen met af en toe een pad van natuurlijke ondergrond. Eindigen doen we aan de rand van het centrum van Ruddervoorde, waar je alle horeca, winkels en busdiensten vindt.
> Aan de andere zijde van de E40 houden we rechts aan en nemen we na 400 meter rechts een geasfalteerde beukendreef. We volgen ze niet tot het einde, na zowat 400 meter gaan we links een grassige eikendreef in. Op het einde van de dreef rechts een hobbelig graspad op tussen afsluitingen van akkers. Het leidt ons naar een T-kruising met een asfaltstreep (Lindeveld). Links tussen akker en bos en waar het weggetje een heel eind verder een bocht naar links maakt verlaten we het.
> Rechtdoor over een voor wandelaars opengesteld grassig privé-wegje. Het maakt al snel een bocht naar rechts. Deze mooie dreef loopt naar een waterwinningsgebied van de Watergroep. Naar links een hek door. Voorbij een bareel wordt het pad even een geasfalteerde weg en loopt dan rechtdoor weer verder, eerst als bosweg maar al snel als een naar Westvlaamse normen erg wild paadje dat een snelle kronkel maakt en koers zet naar de Torenweg. We zijn daar op de grens tussen de gemeenten Beernem en Wingene.
> Verder rechtdoor de mooie Vagebuurbossen in. We komen bij de GR-wandelwijzer. Hier vervoegt GR 129 (Dwars door België) het traject van GR 131. De bossen zijn wellicht prachtig om nog een tijdje in te vertoeven maar onze GR 131 laat ons rechtdoor wandelen over deze Scheiddreef.
> We kruisen nogmaals een verkeersweg op de grens tussen de gemeenten Beernem en Wingene en wandelen verder rechtdoor over de Scheiddreef, waarvan een gedeelte blijkbaar van een privé-eigenaar is. Op de velden rond het pad worden op industriële schaal sierheidestruiken gekweekt. Afhankelijk van de periode in het jaar kan het er erg kleurrijk uitzien, op andere momenten biedt het een troosteloze aanblijk van steriele leegte. Op het einde van het versmald pad komen we op het kruispuntje Oude Bruggeweg / Kasteeldreef bij nog een GR-wandelwijzer. Hier eindigt het gemeenschappelijk traject met GR-pad 129, dat verder kronkelt door het mooie bosdomein Bulskamveld / Lippensgoed.
GR 129
> GR 129 is een pad dat 'Dwars door België', van Brugge naar Aarlen loopt. Hoewel dit pad al werd ontwikkeld in de jaren '80, duurde het nog tot de lente van 2012 vooraleer het hele traject tot Aarlen werd afgewerkt. Hiermee is GR 129 uitgegroeid tot een wandelroute van zowat 573 km lengte. Het hele traject is beschreven in drie gidsen. 120 km lopen op Vlaamse bodem (Brugge - Muziekberg), vandaaruit gaat het Henegouwen in langs Ath en Bergen. Door de provincie Namen met Dinant en verder naar de Gaume tot de bron van de Semois te Aarlen.

Bulskampveld

> GR131 loopt langs de rand van het provinciaal domein Lippensgoed-Bulskampveld. Dit provinciedomein is met zowat 232 ha het grootste van West-Vlaanderen. In de middeleeuwen was het huidige Bulskampveld onderdeel van een veel groter wastinegebied, onvruchtbare grond van heide en struweel dat zich haast uitstrekte van Brugge tot Gent. Dit gebied werd voor de bevolking dan ook hoofdzakelijk gebruikt om vee te laten grazen. Wellicht zit in deze aktiviteit ook de naamsoorsprong verborgen: ‘Bulnas kampa’, veld van de stieren. Vanaf eind 18de eeuw werden delen gerooid voor landbouw, de minst geschikte stukken werden bebost voor hout en jacht. Typisch vanaf de Oostenrijkse periode was dat bossen en velden werden doortrokken met rechte dreven, wat nu nog duidelijk merkbaar is op een topografische kaart. In de 20ste eeuw was Bulskampveld grotendeels eigendom van de familie Lippens tot ze het domein, inclusief kasteel, in 1970 verkochten aan de provincie West-Vlaanderen. Het kasteel heeft een bezoekerscentrum en verder is er ondermeer een vogelopvangcentrum, museum van landbouwmachines en kruidentuin (niet langs GR 131, maar wel langs GR 129).

De moorden van Beernem.

> Tot op de dag van vandaag is Beernem misschien nog het best beken voor de moorden die er in de bossen plaats vonden. De moorden van Beernem vormen met ondermeer de verdwijning van het Lam Godspaneel tot op de dag van vandaag één van de grote mysteries van Vlaanderen. Waarover gaat het?
Op 15 mei 1915 verdwijnt baron Henri d’Udekem d’Acoz. Zijn half begraven lijk werd in de bossen van Bulskampveld gevonden op 2 september 1915.
Op 28 augustus 1915 verdwijnt Kamiel Dierickx, boswachter in Bulskampveld, zijn lichaam werd nooit gevonden. Mogelijk was hij getuige geweest van de moord op de baron.
Op 16 mei 1921 valt René de Baene dood op het erf van een herberg. De officiële vaststelling is dat hij stomdronken over een omheining is gevallen. Praat hij in zijn dronken gelal zijn mond voorbij? Als 10 jaren later de zaak wordt heropend is zijn lijk niet meer te vinden...
Op 30 november 1926 wordt het lijk van Hector de Zutter uit het kanaal Brugge – Gent gevist, er waren duidelijk sporen die wezen op moord. Hij verdween 3 weken eerder na een avondje op de kermis.
Op 9 mei 1927 kwam Ernest van Poucke om het leven door verdrinking in dezelfde vaart, alweer in verdachte omstandigheden. Mogelijk was hij getuige hoe het lijk van de Zutter, dat onder een mesthoop was verborgen, met een kar naar de vaart is gevoerd.
Behalve deze 5 moorden is er nog het verdachte overlijden van Omer van Haecke in 1944, schoonbroer van veldwachter Hoste.
> Vreemd is de lange moordperiode: Van 1915 tot 1944. Vermoed wordt dat de eerste moord mogelijk in verband stond met buitenechtelijke relaties en ruzies, waarbij de toenmalige burgemeester van Beernem, baron Etienne de Vrière, betrokken was. Over Baron de Vrière werd wel eens gefluisterd dat hij een bastaardkind was van Leopold II. Hij bleek alvast dezelfde amoureuze escapades gemeen te hebben. Henri d’Udekem d’Acoz zou mogelijk wat ‘in de weg hebben gestaan’ voor een geheime relatie tussen zijn echtgenote en de burgemeester van Beernem. De daaropvolgende moorden zijn blijkbaar gepleegd op personen die mogelijk getuigen waren van een andere moord of op personen die zich wat te fel roerden over de zaak.
> Er zijn weinig concrete bewijzen om dat hard te maken of zelfs om een verband te leggen tussen de verschillende moordzaken maar alles wijst er op dat alle moeite werd gedaan van hogeraf om de eerste moorden in de doofpot te duwen. Er was blijkbaar een verlammende angst van de Beernemnaren tegenover de lokale landadel en gezagsdragers. Pas met de moord op Hector de Zutter in 1926 kreeg de zaak meer aandacht in de media en werd de beerput van Beernem open getrokken. Journalist Victor de Lille beet zich vast in de zaak en richtte zelfs een steunfonds op om de getroffen familie De Zutter bij te staan tijdens het proces dat in 1929 plaats vond. 2 mannen werden tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor deze moord, veldwachter Hoste en diens schoonbroer Schepers.
> Heemkundige Alfons Ryserhove uit Knesselare spitte de zaak verder uit en publiceerde na de Tweede Wereldoorlog verscheidene boeken over de moorden van Beernem. Als geboren verteller hadden ook zijn urenlange voorstellingen over deze zaak overal in Vlaanderen een groot succes. Alfons Ryserhove stierf in 1997, maar zijn dochter Katrien nam het thema over, publiceerde op haar beurt een boek over de zaak en voert nog steeds monologen op over de moorden.
> De moorden werden echter helemaal in de schijnwerper geplaatst toen de VRT in 1991 er een prestigieuze dramareeks over maakte, 'De Bossen van Vlaanderen', waarin het kruim van Vlaamse acteurs meespeelde. In Beernem is het drama decennia lang door de meeste inwoners laffelijk in de doofpot gehouden, tot voor kort rustte er over de moorden in het dorp een groot taboe. Het leek hier wel een Siciliaans maffiadorp waar je op een woord teveel genadeloos kon worden afgerekend. Alfons Ryserhove heeft bijvoorbeeld nooit de toelating gekregen om zijn voorstelling in een Beernemse zaal op te voeren.
> De generatie uit de periode van de dramatische opeenvolging van moorden is bijna geheel uitgestorven en de zaak lijkt ook weer meer bespreekbaar te worden. Zoals dat wel meer gebeurd met historische feiten, worden ze naar de toekomst toe wellicht in een meer folkloristische sfeer verpakt: Zo kan je sinds kort in de bossen van Beernem zowaar een moordspel doen waarbij alles draait rond teambuilding en waarin de meest saillante details van de Beernemmoorden zijn verwerkt. Zelfs een combinatie met champagnepicknick is mogelijk…Ondenkbaar zoiets enkele jaren terug, maar dit nieuwe spel lijkt zelfs de steun te hebben van het gemeentebestuur van Beernem. De moorden van Beernem als toeristische attraktie! Tja. De gemeente Maldegem dan weer organiseert zowaar ramptoeristische rondritten van drie uren waar je zelf de plaatsen van het onheil kan ontdekken.
> Terug naar GR 131. We vervolgen bij de GR-wandelwijzer rechtdoor de Kasteeldreef in. Jammer genoeg hebben de gemeenten Beernem en Wingene hier de bossen laten verkavelen, het resultaat oogt triest. GR 131 volgt nu een traject met een aantal splitsingen door deze door verkaving verkwanselde bossen. Onderweg enkele rustbanken. Veel slechte smaak hebben de bewoners ook in de aanplantingen rond hun huizen, de keuze in haag- en andere planten staat vaak als een tang op een West-Vlaams kweekvarken met de bosomgeving. De bewoners kappen ook nogal wat tuinafval in het bos, wat resulteert in ondermeer uitzaaiingen van allerlei plantensoorten die helemaal niet thuishoren in het bos. De bosstroken die nog overbleven zijn een wat trieste opvulling geworden die de smakeloze optrekken wat moeten camoufleren. Het bos heeft hier dus alles behalve een homogeen karakter.
> Even opletten halverwege de Varenstraat. Je moet hier naar links om een nogal wild paadje door beukenbos langs de Oude Blauwhuisbeek te volgen. Het eindigt verderop opnieuw bij de Varenstraat, waar je links een mooie singletrack neem tussen akker, riet en bos langs de hier gekanaliseerde Blauwhuisbeek. Dat pad loopt naar de Blauwhuisstraat, die je even naar rechts neemt om na 200 meter links de Lemmersdreef te nemen. We passeren enkele pompeuze verkavelingen maar verderop wordt de Lemmersdreef nog even een wat ruwer pad. Daarna wordt ze geasfalteerd langs nog enkele monsterwoningen, waarvan de eigenaars duidelijk geen blijf wisten met hun geld en zich opsloten binnen omheiningen die doen denken aan gevangenissen.
> We bereiken een verkeersweg en nemen die naar links. Weinig uitwijkingsstrook, blij weer van deze weg af te zijn korte tijd later als we rechtsvoor de Hertsbergeveldstraat inslaan en langs een hoek van het langgerekt natuurgebied Kraaiveldbos wandelen. We blijven de hoofdweg van deze straat met al haar hoekige bochten een tijd volgen en negeren aftakkingen.
> Voorbij een wat achterin gelegen hoeve met aan de straatkant een kapel onder een linde. Zo komen we na 2 kilometer op de Scharestraat, die we even links nemen om dadelijk rechts de Kortekeerstraat in te slaan. In de verte zien we de kerktoren van Ruddervoorde opdoemen aan de horizonlijn. De gebetonneerde Kortekeerstraat bereikt een bocht naar links, daar kiezen we echter voor een weggetje rechts (Kortekeerstraat nrs 11 / 13 / 15).
> De grassige veldweg daalt ongemerkt naar de vallei van de Leugaartsbeek, die we ter hoogte van een solitaire populier kruisen via een houten bruggetje. De veldweg leidt ons voorbij een alleenstaande woning waarna we wat verder niet naar links meedraaien maar rechtdoor een graspad nemen dat een paar korte bochten maakt en snel arriveert bij de drukke verkeersweg tussen Brugge en Kortrijk. Schuinrechts wandelen we de Zandstraat in, een toegangweg tot Ruddervoorde. We nemen bij de eerste gelegenheid een brede wijkstraat links (Laurierstraat) en volgen deze helemaal tot hij bij een rustbank een bocht naar rechts neemt. Op dat punt eindigt onze tweede etappe.
> Om in het centrum van Ruddervoorde te komen verlaat je op dit punt GR 131 en wandel je dus rechts verder naar het centrum, met de kerktoren als richtpunt. GR 131 vervolgt echter naar links over een wandel- en fietspad van fijne steenslag (Koebroekdreef).
> Start van deze tweede etappe te Sint-Joris aan het monument voor de Lattenklievers. We gaan er links de Maria-Aaltersteenweg in. De straat kruist zuidelijker de verkeersweg Beernem - Knesselare en vervolgt aan de overzijde als geasfalteerde eikendreef langs kasteeldomein De Lanier. De Maria-Aaltersteenweg heeft in het voorjaar van 2016 een underpass gekregen om de spoorlijn Gent – Brugge te kruisen. Voordien liep GR 131 over een gewone overweg.
> Via de tunnel komen we aan de andere spoorzijde, we gaan we er dadelijk rechts parallel wandelen met de spoorlijn. De omgeving is haast onherkenbaar veranderd dan toen ik hier 10 jaren eerder wandelde. Helaas is hier veel bos gesneuveld met de spoorlijnwerken. 't Was deze keer wat door een woestijn wandelen over een kale puttenweg. Hopelijk komt hier in het aangrenzend natuurgebied De Vaanders in de toekomst snel weer een groenere omgeving. Het brede parallelpad loopt naar een veeboerderij waar het naar links draait en als verhard wegje wat verder de brede Vijverstraat vervoegt. Deze straat volgen we naar links om zo de autosnelweg Brussel – Oostende (E40) over te geraken.

 

 

 

 

 

 

GR 131 Brugs Ommeland- Ieperboog (142 km)