Startpagina > Wandelen > GR 575/576
> De zevende etappe van onze tocht loopt door het meest oostelijke deel van GR 575/576.Boeiend op landschappelijk en geologisch vlak. We lavéren immers een hele tijd op de rand van Ardennen en Condroz, merkbaar aan de paden waarover we lopen: Condruzische kalksteen en Ardense schiefer wisselen af, soms zelfs paarse ondergrond, door ijzer- en mangaansubstantie. Remouchamps, in de Amblčvevallei, is al meer dan een eeuw een trekpleister voor toeristen om zijn druipsteengrotten die door de onderaardse rivier Rubicon werden gecreëerd. Onderweg door de Luikse Condroz ontdekken we de merkwaardige waterverdwijngaten die de Rubicon voeden, zoals 'de chantoir' van Grandchamps. Het is stevig en lang stijgen en dalen in de omgeving van de Amblčvevallei.
> Start- en eindpunt van deze etappe zijn eigenlijk vrij makkelijk te bereiken. Florzé en Harzé liggen immers beiden langs de N30. Een directe bus brengt je in amper een kwartier tussen Harzé (halte église) en Florzé (halte Etoile). Meer busmogelijkheden zijn er ook als je overstapt in Aywaille, dat ligt tussenin op die N30, bij de busterminal daar is ook een treinstation. Treinen naar Luik via Rivage (spoorlijn Rivage - Gouvy). Harzé heeft een stop van de TEC-expresbus Aarlen - Luik. Opgelet, EXPRESbus: weinig stops en als je vergeet te bellen is de volgende stopplaats misschien pas 10 of 15 km verder. Je hebt er ook een Horizon- of Horizon+ - ticket voor nodig. ze stopt niet in Florzé. Aywaille en Remouchamps zijn eveneens vlot ontsloten met een afrit via de snelweg E25.
> Alle horeca onderweg te Remouchamps, een toeristisch plaatsje waar je ook de tijd kan nemen om de grotten te bezoeken. Ook de toeristische dienst van de streek is daar (met ongeïnteresseerd personeel). Ook horeca in Harzé. In Deigné vind je mogelijk een café of restaurant open. In Rouge Thier (eveneens bij Deigné) is er een camping (vnl stacaravans) en in het toeristisch seizoen kan je er een taverne open vinden. Bevoorrading onderweg bij de middenstand te Remouchamps. Indien je een supermarkt nodig hebt, wandel dan vanuit Remouchamps de weg op naar Aywaille, een Carrefour ligt op een paar honderd meter.
> Op een volgende kruispunt met rustbank weer rechtdoor en we dalen rustig de hele tijd door de licht holle weg die naar bos loopt, het Bois de Warnaumont. Steeds maar rechtdoor nu. Dit bospad ligt er gewoonlijk zeer modderig bij, het wordt ook nogal gebruikt door mountainbikers en vaak is er een parallel alternatief om de meest modderige stroken van dit vaak verzopen pad te vermijden. Het lawaai van de E25 komt inmiddels korter. Op een wat open plek waar verscheidene paden samen komen, draaien we met het hoofdpad mee naar rechts om even naast de snelweg te lopen.
Chantoir Grandchamps
> Het karstfenomeen van de Vallon des chantoirs is één van de vreemdste geologische verschijnselen in België. Water van beken stroomt van de Ardense schist en komt op de kalkgrond van de Condroz. Het schurende beekwater lost over duizenden jaren heen de kalk in de ondergrond op en net zoals grotten ontstaan vormt het beekwater een ondergrondse loop.
> Er zijn ongeveer een 60 (meestal kleine) verdwijngaten hier op de rand van Ardennen en Condroz rond Deigné en Remouchamps. Het water dat er in verdwijnt, vormt ondergrondse kanaaltjes die uiteindelijk samen vloeien in de Rubicon. Waar de naam 'Rubicon' vandaan komt heb ik niet kunnen achterhalen maar ik vermoed dat de naam aan de ondergrondse rivier in de 19de eeuw is gegeven, in het kader van het ontluikend grottoerisme in Remouchamps. Inspiratie zocht men dan bij de Italiaanse Rubicon, waar Julius Caesar ooit de legendarische woorden 'Alea jacta est' ('de teerling is geworpen') uitsprak.
Chantoir van Grandchamps. Onder rechts bevindt zich het verdwijngat.
Het pad door het bos van Warnaumont kan nat zijn
Schubbige bundelzwam
Een 'Croix d'occis': 'Vous qui passez priez pour l'âme de Gi Strivai de Deigné qui a été tué ici le 26 février 1830 ŕ l'age de 41 ans.'
Hoeve in Hotchamps
Door het Bois de Warnoumont
Dagkoekoeksbloem
> Eigenlijk ligt de dorpskern van Florzé wat lager, we passeren niet echt door dit straatdorp aan de N30. GR 575/576 kruist de N30 een eind hoger dan de dorpskern, in het gehucht 'Sur le Tige'. Rechtdoor de Rue de Warnaumont in voor eventjes. Na enkele tientallen meters dadelijk links over een asfaltwegje dat vrij vlak loopt over het plateau, de Rue Mackinhay. We bereiken wat verder weer een asfaltweg en gaan er rechts. Op een kruispuntje bij een rustbank rechtdoor over een steenslagweg. 50 meter verder op een V-splitsing de rechtse - wat grassige - steenslagweg nemen.
> We draaien links via een tunnel de E 25 onder en aan de andere kant dadelijk links, we maken dan een bocht naar rechts om door een oude holle weg het gehucht Hotchamps binnen te lopen.
> In Hotchamps volgen we naar links de hoofdstraat (Rue de Cornemont) noordelijk over ongeveer 350 meter vooraleer rechts af te slaan. Over een mogelijk bij het begin nogal natte aarde-/steenweg stijgen we stevig Hotchamps weer uit. Hogerop bij een wegkruising rechts en na 50 meter rechts aanhouden over een graspad dat achter enkele luxueuze woningen loopt. We komen onderweg langs een drietal oude veldkruisen. Er volgen nog een paar rechts-links wissels, hou de padmarkering goed in het oog. Uiteindelijk arriveren we over grassige paden bij de nogal drukke weg N666 Remouchamps - Louveigné.
> In het Waalse woord 'chantoir' herken je het werkwoord 'chanter' = 'zingen'. De naam duidt wellicht op het geluid van het vallend water dat wordt versterkt door de akoestiek bij de ingang van de verdwijngaten.
> De chantoirs en de onderaardse rivier hebben altijd tot de verbeelding gesproken en terecht. Wie weet wat de Rubicon misschien nog meer herbergt aan ondergrondse grottenstructuren? Soms overtreft de werkelijkheid ook de verbeelding. In de Cosyngids 'Vallée de l'Amblève' uit de jaren '30 van vorige eeuw, lezen we dat er zich in de chantoir van Adseux (bij Rouge Thier) in de 19de eeuw ooit een atelier van valsmunters bevond!
> De chantoir van Grandchamps had tot 2003 eigenlijk 3 ingangen. Daarvan is er door instorting nog 1 beperkt toegankelijk. Ondergronds loopt het water dan in tegengestelde richting dan die van de bovengrondse beek die het water aanvoert. Het gangenstelsel onder de 'cirque' van Grandchamps zou zowat 480 meter lang zijn.
Deigné
> Dit dorpje stond tussen 1995 en 2012 op de lijst van mooiste dorpen van Wallonië maar is vanaf 2013 blijkbaar niet mooi genoeg meer. Deigné was het enige op die lijst dat in het Luikse deel van de Condroz ligt. We zijn hier trouwens echt op de oostelijke uithoek van de Condroz. In deze streek zullen we vanaf Deigné over GR 575/576 soms over paden lopen die eerder Ardens zijn, ook de omgeving lijkt op iets tussen het bocagelandschap van Herve en de donkere hellingen van de Ardennen. Toch wel erg verschillend met de grote landbouwplateaus van bvb de Naamse Condroz. Wat wel echt Condruzisch is, is de bouwstijl in Deigné. Ook hier is veel kalkzandsteen en grijze natuursteen gebruikt in de woningbouw.
> De verkeersweg N666 Remouchamp - Louveigné oversteken en wat verder rechts op de T-kruising. Dan links een graspad op dat achter stacaravans en en een bonte collectie koterij loopt, een camping die is verkankerd in een soort woonwijk. Op het einde rechts de weg door Rouge Thier. Voor de naamsoorsprong van dit gehucht moet je niet ver zoeken, het slaat uiteraard op de roodachtige kleur van de bodem.
> Voorbij dit gehucht ga je een pad op dat de hele tijd is afgezoomd met haagbeuk. Op het einde rechts richting Deigné en 5 minuten later bij de schoolgebouwen links. Verderop rechts een straat in, GR 575/576 loopt nu door een mooi straatje met erg typische, fraai gerestaureerde huizen. Zo bereiken we de kerk van Deigné.
> Hier loont het zeker de moeite om even af te wijken van de GR. 100 meter links voorzichtig langs de drukke weg lopen. Dan links een paadje op langs een weideafspanning. 100 meter verder kom je aan de redelijk spectaculaire chantoir van Grandchamp. Wauw. Een prachtige plek. Op het moment dat ik de chantoir bezoek, klettert een rustig beekje watervallend naar het verdwijngat. Bij zware regen gaat het er zeker een stuk spectaculairder aan toe. Gepicknickt hier aan het grote verdwijngat dat de Rubicon voedt.
Deigné, 'de schaapskooi'
Porallée
> De zone die nu bekend staat als de Porallée is een beboste strook met een breedte tot 1 km die NW - ZO loopt en waarbij we hier op het meest noordelijk stuk zijn. De geschiedenis ervan gaat minstens terug tot de 17de eeuw, mogelijk is de oorsprong veel ouder (Karolingische periode?).
> Met de vorming van machtsstructuren, opgebouwd door de abdij van Stavelot en feodale rijkjes was de Porallée mogelijk lange tijd een soort bufferzone. Er zijn nog grensstenen te vinden die daarop wijzen. Op de kaart in je topogids over GR 575/576 zie je dat de strook kaarsrecht loopt. De weg die hier loopt wijst mogelijk op een van oorsprong nog veel oudere
Deigné, kalkstenen huizen
> De attraktie van Deigné ligt hem zeker ook in de omgeving, we zijn hier nu midden in het land van de chantoirs en de dolines beland. Verder over GR 575/576 kan je er nog een paar zien.
> Het pad staat verderop mogelijk wat onderwater na een regenperiode. Opvallend hier is ook de sterk paarsrode kleur van de ondergrond. We nemen een pad rechts en houden op een driesprong dezelfde richting aan. We dalen nu wat over een pad dat modderig kan zijn en gaan een eind lager scherp links. Over een mooi rotsig pad door eikenbos dalen we de beekvallei van de Mainire in, we steken even later de beek over. Wat verder links een ander pad dat even uitvlakt en dan licht stijgend bij een GR aftakking komt die naar GR 5 loopt over 5,5 km (aansluiting op GR 5 tussen Banneux en La Reid). Die verbinding loopt ook op 500 meter van het Natuurvriendenhuis 'Gervava'.
> We gaan over GR 575/576 rechts op dat GR-kruispunt, licht stijgend. Een brandweg rechts negeren we. De vrij rechte brede steenweg waarover we nu lopen is onderdeel van de historische 'Porallée' - grensweg.
Plaatsen waar zich chantoirs of dolines bevinden worden vaak gekenmerkt door golvend, aflopend terrein en verzakt landschap.
Monde Sauvage
>'Monde sauvage' of 'Wilde wereld' is een dierentuin, te bezoeken van midden maart tot midden november. Veel exotische dieren en een speeltuin. Ideaal voor kinderen dus. We passeren hier langs een uithoek van het park. De officiële ingang ligt aan de andere zijde, een paar km verder (3, Rue de Deigné).
>Op het dorpsplein van Deigné is een bron met drinkbaar water, rustbank en overdekte picknickbanken. GR575/576 verlaat de mooie dorpskern via een straatje links van de kerkdeur en gaat kort daarna op een geasfalteerd pleintje links langs nog een paar mooie huizen. Dadelijk lopen we in het verlengde over een licht verharde grassige weg tussen hagen verder. Op het kruispunt rechtdoor een stijgend asfaltwegje op. We maken hogerop een bocht naar rechts en negeren daarbij twee wegen die van links komen. Aan die tweede zijn we trouwens vlakbij een oude vindplaats van een menhir. Er bevond zich daar ook een oppidum (Keltische versterking). Even op verkenning geweest maar geen Kelten tegen gekomen, evenmin als iets dat er aan herinnert.
> Het asfaltwegje wordt na een paar huizen een stenig pad tussen dicht lover, steekt een beekje over waarna we rechts gaan en niet veel later een wegje kruisen. Over een oud, stenig pad tussen hagen komen we langs een manège (rechts van ons), waarna we bij een tot luxewoning omgevormde oude boerderij links gaan. We stijgen nu wat door bos en lopen hier achter het recreatiedomein 'Monde Sauvage'.
Zelfs de enorme plassen kleuren oranje-rood
van de mangaanhoudende schistgrond.
> Ondanks het feit dat hier in de omgeving al bewoning is sinds de Keltische tijd (archeologische bewijzen), zijn de meeste huizen die je nu ziet pas 19de eeuws. Wellicht ook een reden waarom er weinige een beschermd statuut hebben gekregen. De enige geklasseerde constructie is de zgn 'schaapskooi', een stenen stallenrij (we kwamen er langse bij het binnen komen van Deigné.
> Er hangt best een pittoreske sfeer in Deigné. Rond het typische dorpspleintje met linden en een bron, takken een aantal straten en steegjes af. Op het plein is ook een 'Halle Touristique' ingericht waar je meer info en picknickbanken vindt. Het (inmiddels verloren) label van 'één van de mooiste dorpen van Wallonië' heeft de bewoners er toe aangezet om de gevel van hun huis te verfraaien.
> We volgen de Porallée verder en zetten vanaf een hoogte rond 300 meter de lange afdaling in naar de Amblèvevallei. Aan een jagershut het beekje Gervova links houden (die beek verdwijnt een eind lager in een chantoir) en verder dalen langs een oude steengroeve over een paarsgekleurde, rotsige weg. Die loopt over in een asfaltweg en we draaien links mee in een valleitje waar Secheval ligt.
Door de Porallée
Secheval
> De naam van dit gehucht betekent 'droge vallei'. Dat is ze ook, ondanks de lage ligging en het ingesneden karakter. Waarom er hier geen beek of rivier stroomt is te verklaren door het feit dat het aflopende water verdwijnt in verscheidene 'chantoirs'. Ondergronds stroomt er dus wel water, het riviertje de Rubicon dat kort weer aan de oppervlakte komt bij de grotten van Remouchamps.
> In de oude toeristische gids 'Vallée de l'Amblève' van Maurice Cosyn lezen we het volgende: 'In 1859 stroomde door Secheval een vloedgolf van water, het gevolg van een verschrikkelijk onweer. Het water sleurde de inwoners van Secheval mee. In de Amblève werden 14 lijken gevonden'. Wellicht konden de chantoirs de massale watertoevoer niet slikken.
grensweg. Hij is gelegen op de waterscheidingslijn tussen de bekkens van Vesder en Amblčve. De indeling in bospercelen langs de Porallée is recenter. In een ver verleden waren de bossen van de Porallée wellicht gemeenschappelijk bezit, waarbij de boeren van de omliggende dorpen vrij konden gebruik maken van de grond voor begrazing, houtwinning ed.
> Het woord Porallée is afkomstig van 'Pour aller' (interpretatie = een strook weg met recht op doorgang). Zie ook het verslag over GR 571 waar we het zuidelijke punt van de Porallée verkennen en dieper ingaan op de geschiedenis hiervan.
Over rode schist de vallei van Secheval uit
> In Secheval nemen we een scherpe afslag naar links om kort een rotsig en ruw stijgend pad te gebruiken. Een eind hoger gaan we via een hek in de hoek van een weide. Langs de rand van die weide om verderop via een hekje ze weer te verlaten. Daarna 100 meter over een veldweg en dan voor de tweede maal een weide door. Richt je hier op een elektriciteitspaal om dan naar de weiderand te wandelen. Een laatste hekje door en in de bocht van een pad rechtdoor. Even rechts-links om zo onder het snelwegviaduct van Sécheval te lopen.
'Le palmier' (foto Monde Sauvage)
> In Pavillonchamps een straat links nemen die wat verder voorbij het Croix de la Golette passeert om kort daarna in een bocht de asfaltweg te verlaten voor een paadje rechtdoor langs de rand van een weide. De boer die de weiden langs het pad beheert heeft zijn afspanning wel heel kort tegen het bos gezet, dus een beetje opletten om niet verrast te worden door een stroomstoot. In een paar bochten volgt GR 575/576 de rand van deze weiden.
> We dalen stevig en het pad wordt even een veldweg om dan op een straat van Harzé te komen. Links, langs de watermolen van Harzé en de scherpe bocht in die weg mee volgen. We stijgen zo naar de verhoogd gelegen kerk van Harzé.
GR 575/576 onder de E25 door
Pad op kalksteenachtige ondergrond
in de buurt van La Haute Folie
E25-viaduct Secheval
> Een constructie van 295 meter, ontworpen door de Luikse architect René Greisch (1929 -2000). De man is verantwoordelijk voor enorm veel overspanningen en andere grote spectaculaire constructies in België. Het bedrijf dat hij na zijn dood achterliet gaat op hetzelfde élan verder.
Afdalen naar het centrum
van Remouchamps
Grotten Remouchamps

> Dit is één van de oudste attrakties van de Ardennen. Tesamen met de waterval van Coo was dit lange tijd dé trekpleister in de vallei van de Amblève. In 1820 start de Luikse professor Philippe-Charles Schmerling een eerste onderzoek. Sinds 1829 komen er toeristen, hoewel er toen maar een 80 meter galerij te bezoeken was. In het begin van de 20ste eeuw vindt er voor het eerst grondig onderzoek plaats en worden de galerijen gedetailleerd in kaart gebracht. Vanaf 1913 zijn langere delen van de galerijen te bezoeken en komt er een regelmatige toeristenstroom op gang.
> Onderzoek en toegankelijk maken van de grotten is voor een groot deel het werk van geoloog Edmont Rahir, die Remouchamps ook op de toeristische kaart zette met zijn gidsen waarin ook suggesties voor wandelingen waren opgenomen. Tegenwoordig zijn er zowat 2 kilometer aan galerijen op 2 verdiepen opengesteld. Opmerkelijkste zaal is de 40 meter hoge
kathedraalzaal met grillige stollingen. Deel van het spektakel tijdens een bezoek is de terugtocht per bootje over de volledig onderaardse rivier Rubicon.
> Biezonder merkwaardig is dat het riviertje Rubicon wordt gevoed door water dat in een wijde omgeving rond Remouchamps in allerlei – door kalkoplossing ontstane – verdwijngaten is terechtgekomen. De laatste 10 km over GR 575/576 hebben we verschillende van die verdwijngaten of ‘chantoirs’ kunnen zien.
> 100 jaar geleden werd er duidelijk met minder respect voor de natuurlijke kunstwerken in de grot omgesprongen, met nogal wat afgebroken stalactieten en stalagmieten als gevolg. Verlichting gebeurde met fakkels, zwarte roetafzetting op de druipsteenformaties vormt daar ook nu nog een onuitwisbaar spoor van.
Remouchamps, ingang grotten, uitgang Rubicon
Remouchamps
Kasteel Montjardin en spoorwegbrug
> Binnenin overwinteren ook verscheidene soorten vleermuizen, maar liefst 12 verschillende soorten zijn er waargenomen. In het water van de Rubicon leven een soort blinde en transparante garnaaltjes.
> Een bezoek aan de grotten van Remouchamps bestaat uit een wandeling langs galerijen, zalen en druipsteenformaties. Daarna vaar je over 700 meter de Rubicon af met als hoogtepunt op het
> Voorbij het viaduct van de E25 gaat het pad steeds sneller dalen om tenslotte via een reeks trappen kort bij het centrum van Remouchamps te arriveren. Links is een bakkerij/sandwichbar maar GR 575/576 gaat tesamen met GR 571 en GR 15 naar rechts tot bij de grotten.
> Tesamen met GR AE (15) en GR 571 loopt GR 575/576 naar de brug over de Amblève. De drie GR's gaan net voor de brug dan rechts de Amblève volgen over 300 meter, tot bij de volgende Amblèvebrug, die van Sougné. Hier verlaat GR 575/576 de twee andere GR's en steekt naar links de Amblève over.
> In het verlengde van de brug lopen we rechtdoor over de Rue du Vieux Pont tot bij de rotonde. Daar zie je een monumentje voor de Porallée (zie hoger in dit verslag), op de plaats waar de N633 (Remouchamps - Aywaille) genoemd werd naar de Porallée, hoewel die zich voor 80 % aan de andere Amblève-oever bevond.
> Rechts aan de rotonde, 70 meter langs de N633 en dan links een asfaltwegje nemen dat stiigend onder een spoorbrug loopt. We blijven nu dit stijgend asfaltwegje volgen dat na een paar bochen en 900 meter verder arriveert in het gehucht Hénumont. Er staat hier een opvallend mooi huis, dat het oude gemeentehuis zou zijn, al is de vraag of dit wel kan kloppen, Hénumont is tenslotte maar een klein gehucht van een paar huizen.
einde een enorme kalkzuil die feeëriek is verlicht en ‘de palmboom' heet. De grotten zijn dagelijks te bezoeken met een gids, foto’s nemen is verboden, voorzie anderhalf uur. Trek iets warms aan voor een zomers bezoek, de temperatuur is er zo’n 12° tijdens de zomer en 8 à 10° ‘s winters. Die lichte schommeling wordt veroorzaakt door de watertemperatuur van de Rubicon, die het hoogst is na zomerse stortbuien.
> Tot slot nog deze waarschuwing van de populaire wandelauteur Julien van Remoortere: “Loop de grotten niet in als er niemand te zien is. Mijn vrouw en ik waren ooit zo vermetel. Toen we naar schatting een kilometer ver waren floepten alle lichten uit. Op de tast, terug naar de ingang, hebben we op de wanden duizenden vingerafdrukken achter gelaten…”
Philippe Gilbert (foto NOS)
Pad van paarsgekleurde schiefer naar Kin
> In Hénumont na dat mooie huis links bij een rustbank onder een den, verder stijgend over het asfaltwegje. Voorbij een paar huizen wordt het een oude steenweg die door stijgt. Rechts hebben we een prachtig uitzicht over de Heid des Gattes in de verte, een oude groeve, nu natuurreservaat en thuis van een uniek plantje, de 'Joubarbe d'Aywaille'. Links verder omhoog over een stenig pad, langs de bron van een beek.
> Het pad loopt wat hoger weer over rode schiefer zoals in de omgeving van Sécheval. Veel vingerhoedskruid hier, volop in bloei in juli. We stijgen nog wat door over het ruwe mooie pad, zo bereiken we een onscherpe top bij een houten kruis. Nog een 150 meter rechtdoor en dan nemen we op een niet zo duidelijke vorksplitsing het meer onopvallende pad rechtsvoor. Het pad linksvoor werd vroeger gebruikt voor GR 578, de oude tekens zijn nog aanwezig dus even opletten.
> Dalen door bos en we draaien iets lager rechts mee. Nog lager draaien we weer naar links, we dalen sterker door een gemengd woud van dennen en loofbomen. Het pad vlakt dan uit en we komen op een kruispunt van paden. Weinig markering hier, we moeten naar rechts. Over de veldweg komen we het gehucht Kin binnen.
> Rechtdoor tot het oorlogsmonument van Kin en daar links wat stijgen over de hoofdstraat door Kin. Langs een rustbank en een schooltje. Opgelet dadelijk na de school op de grens tussen de gehuchten Kin en Stokeu. Van rechts komt GR 15 er bij. Beide paden zullen tesamen lopen tot Harzé.
Philippe Gilbert
> Remouchamps is het geboortedorp van wielrenner Philippe Gilbert. Hij bracht er de eerste 25 jaren van zijn leven door. Gilbert's gloriejaar was zonder twijfel 2011, hij leek haast niet te verslaan in de voorjaarsklassiekers. Hij won dat jaar in amper 12 dagen tijd achtereenvolgens De Brabantse Pijl, de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl (op de muur van Hoei!) én Luik-Bastenaken-Luik. Nog in 2011 won hij de Ronde van België. In de Ronde van Frankrijk mocht Gilbert in 2011 het gele en groene shirt een tijd dragen en won hij een etappe. Een ongelooflijk succesjaar voor de renner uit Remouchamps. Zijn plaatselijke suppporterscafé kan je moeilijk missen, je komt er langs over GR 575/576, Le Cheval Blanc, tussen de grotten en de brug over de Amblève.
Ruïnes Vieux Jardin (oude GR 576)
Monument Porallée
Hénumont
> Bij de kerk en de N30 zijn we in het centrum van Harzé, eindpunt vna deze etappe. Vlakbij ligt het historische kasteel van Harzé met museum, vertrekpunt ook van een pak lokale wandelingen. Kort bij de kerk van Harzé passeren ook TEC-bussen, waaronder de expresbus 1011 Aarlen - Luik. Nog in Harzé splitst GR 575/576 weer af van GR AE (15) en vervolgen we vanaf hier dus weer over een eigen traject maar dat is voor de volgende etappe.
Harzé
> Harzé ligt langs de Ardennenweg N30 Luik - Bastenaken, de voorloper van de snelweg E25 die in de jaren '80 werd geopend. Het grote 16de -18de eeuwse kasteel van Harzé domineert het bovendeel van het dorp. Het werd in de jaren '70 opgekocht door de provincie Luik. Tegenwoordig is het vooral bekend voor seminaries en recepties met verblijfsmogelijkheid en restaurant. Er is ook een watermolen- en bakkerijmuseum.
Kasteel Harzé
Dikke beuk bij Stokeu
Hertekening GR 575/576
> Een oudere versie van de GR 576 nam bij de den met de rustbank te Hénumont de veldweg rechtdoor en liep zo verderop stevig op en af de hoge flanken van de Amblève tot in Aywaille. Daarbij passeerde je ondermeer langs de ruïnes van het oude Château de Vieux Jardin en langs enkele uitzichtpunten over de vallei van de Amblève. De route is nog redelijk te volgen aangezien de oude GR-tekens niet volledig zijn uitgewist. Dit traject was in gebruik tussen 1996 en 2008, nadien werd tot 2013 de route tussen Aywaille en Remouchamps in het spoor gelegd van GR's AE (15) en 571, langs de tegenoverliggende Amblèveflank. Het traject dat GR 575/576 sinds 2013 volgt, is ook niet helemaal nieuw. Vanaf Hénumont volg je over een goeie kilometer een deel van de niet meer bestaande GR 578.
GR 575/576 in de omgeving van Pavillonchamps
> Rechtdoor dus en ook kort rechtuit waar de hoofdweg scherp links draait. Dan links over een pad verder stijgen met even een weids uitzicht dat we al snel inwisselen voor een strook bos. De lange stijging vlakt eindelijk wat uit, daarna rechts - links een asfaltje op langs een paar huizen van Stokeu. We lopen nu een kwartiertje in een meer open landschap. Dan door het Bois de Winhisté waar we op een kruispunt links gaan, op het lawaai van de snelweg E25 af. Daar nemen we niet de parallelweg met de snelweg maar draaien we rechts resoluut weg van het lawaai.
> Het padverloop door het Bois de Winhisté ligt redelijk voor de hand. We dalen een tijd langs een beek en komen in de bocht van een asfaltweg waar rechts gaan om even te stijgen tot Pavillonchamps.
Dit viaduct werd gebouwd tussen 1974 en 1979 en in gebruik gesteld in 1981. Het wegdek bestaat uit 2 delen die ieder apart worden ondersteund. Het zuidelijk einde (waaronder we via GR 575/576 lopen) ligt 5 meter hoger dan het noordelijk einde (211 / 206 meter), een stijging in zuidelijke richting dus van 2%. Met zijn 295 meter is het viaduct van Secheval een stuk korter dan dat van het nabijgelegen Remouchamps (939 meter).

 

 

 

 

 

 

GR 575/576 Condroz (293 km)