Startpagina > Wandelen > GR 575/576
> Deze achtste etappe voelt 'minder Condruzisch' aan dan alle andere etappes van GR 575/576 'A travers le Condroz'. We zwerven eerder door een Ardens uitziend landschap van grote bossen en diep ingesneden rivieren én dus ook met nogal wat hoogteverschillen telkens je in en uit een riviervallei loopt. Slechts een paar schaarse gehuchten liggen langs het pad, zoals het oude mijndorp Rouge Minière of de midden in bossen gelegen eliteschool Sint-Rochus bij Ferrières. We lopen ook door de mooie vallei van het riviertje Lembrée. Tijdens het tweede deel van deze etappe komen we in en boven de brede Ourthevallei, langs oeverpaden en historische hoeven en kastelen. Er zit ook tocht bij over de crête van een Ourthemeander. Tot slot lopen we het toeristische plaatsje Hamoir-sur-Ourthe binnen.
> Start- en eindpunt van deze etappe zijn bereikbaar per openbaar vervoer. Harzé heeft een bushalte op de N30 van de TEC-expresbus 1011 Luik - Aarlen en er passeren in Harzé ook andere bussen naar Aywaille, waar een treinstation is (lijn Luik - Rivage - Gouvy). Hamoir heeft een treinstation op de lijn Luik - Rivage - Marloie). Om tussen Harzé en Hamoir te reizen moet je mogelijk een ingewikkeld schema volgen van één bus + 2 treinen (wissel in Rivage) maar normaal gezien moet dat kunnen binnen een tijdspanne van ongeveer één uur. Je kan de etappe eventueel inkorten door de trein te nemen in Sy.
> Horeca onderweg in Harzé, Ferrières (op 1 km), Logne, Sy en Hamoir. Winkels langs het pad enkel op eindpunt Hamoir en te Ferrières als je 1 km wil afwijken. Campings in Sy en in Hamoir.
> Voorbij de gebouwen van de Ferme de Pironbou, op een open plek links en klimmen over een ingesneden wegje naar een Sint-Rochuskapel tussen linden. De kapel, gelegen op 355 meter hoogte, is ongetwijfeld gebouwd langs een oud bedevaartspad naar het huidige instituut St-Roche, dat we straks zullen passeren.
> Bij de kapel steeds in dezelfde richting verder over zowat 750 meter die licht dalend lopen. Het wat stenig bospad komt op een schuine kruising met een asfaltweg. We nemen die naar links. Even later gaan we kort rechts-links en zo kunnen we een parallel bospad volgen en de asfaltweg vermijden. Het zijn eigenlijk de resten van een oude trambedding tussen Xhoris en Saint-Roche waar we nu over wandelen. We lopen door een zone met picknickbanken en nog 150 meter verder vervoegen we links-rechts weer de verkeersweg. We wandelen over de asfaltweg het bos uit en even later staan we aan de ingang van het Sint-Rochusinstituut.
Terugkijkend richting Harzé
Sint-Rochuscollege
Beukengalerij in de buurt van
het kasteel van Grimonster
Kasteel Harzé
Fontein Rouge Minière
> Aan de kerk van Harzé verlaten we het gezamelijk traject met GR AE (15). We gaan er rechts en komen over de N30 (Aywaille - Werbomont) kort daarna langs de ingang van het kasteel van Harzé (zie info vorige etappepagina). Net voorbij het kasteel van Harzé gaan we links de asfaltweg op naar Xhoris maar we verlaten die alweer 50 meter verder door voor een paar huizen nogmaals links te gaan over een graspad.
> We beginnen aan een stijging die ons meer dan 100 meter hoger brengt. Het graspad volgen we aanvankelijk langs een bosrand (links van ons). Hogerop lopen we in meer open landschap van akkers en weiden, waarbij je zeker af en toe eens achterom moet kijken. Het mooie graspad tussen afsluitingen gaat hoger over in een steenslagpad waarvan de zomen 's zomers vol wilde bloemen staan. We naderen een bos aan onze rechterzijde en eens daar even opletten, we volgen de veldweg niet tot het hoogste punt maar gaan rechts het dennenbos in. Nog even stijgen in bos tot zowat 340 meter boven de zeespiegel. Een kruispuntje van bospaden over en op een T rechts dalen.
Sint-Rochuscollege Ferrières
> Vreemd om hier midden in de bossen en kilometers van een dorp gelegen zo'n prestigieuze school te vinden. Een blik door de poort van het college vertelt je dat dit veel meer is dan zomaar een dorpsschool. De geschiedenis van deze plek is dan ook bijna 900 jaar oud.
> De vroegste bronnen gaan terug tot ongeveer het jaar 1150. Er moet hier toen een eenvoudige kluizenaarswoning zijn geweest, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. De eenzame bewoner verschafte in opdracht van zijn landheer (die ook financieel tussen kwam) onderdak aan reizigers en pelgrims die zich verplaatsten door de streek. Een soort primitieve christelijke herberg en kapel dus die reizigers een veilige ontvangst en doorgang moest verzekeren. De plek kreeg al snel de naam van Bernardfagne (naar de bekende heilige Bernardus van Clairvaux die in 1153 was gestorven?).
La Rouge Minière
> Helemaal geen Condrozdorp, het gehucht dankt zijn naam aan de eeuwenlange mijnontginning in het verleden van ijzerhoudend (rood) gesteente. De naamsoorsprong van de gemeente Ferrières staat trouwens ook in verband met de ijzerwinning en -nijverheid (fer = ijzer). Het gehucht La Rouge Minière is vrijwel zeker gegroeid rond een gemeenschap van mijnwerkers.
> De kapel waar we langs lopen is niet oud, ze werd ingewijd in 1944. La Rouge Minière is geen zelfstandige parochie maar maakt deel uit van Ferrières. Op het pleintje staat tussen dikke kastanjelaars een wat potsierlijk monument met bovenop een soort vaas die lijkt op een lelijke trofeebeker. Misschien vind je het wel een misbaksel van iemand met slechte smaak maar er schuilt eigenlijk een boeiend verhaal achter:
> De kasteelheer van Grimonster was in 1832 getroffen door de armoedige omstandigheden waarin de bewoners van La Rouge Minière het moesten stellen. Er was geen onmiddellijke watervoorziening, ze moesten het water voor zichzelf en hun dieren met emmers aansleuren uit de vallei waar de Lembrée (hier de Ruisseau du Pouhon) vloeide. Hij stelde voor aan de burgemeester van Ferrières om op zijn kosten een leiding van 800 meter loden buizen in de grond te leggen die het water van een bron naar het pleintje midden in La Rouge Minière moest voeren. Daar zou dan zowel een tapplaats, een reservetank voor branden te blussen
> In wijzerzin volgen we over de verkeersweg de muur van het instituut en kort daarna links een stenig wegje op. Dadelijk links over een mooi stijgend pad tussen hagen. De oude paden van Ferrières worden in principe mooi onderhouden en hebben zelfs naambordjes in het plaatselijke Waals. Op een padenkruispunt links en op het hoogste punt vervolg je rechts. GR 575/576 daalt dan een tijdje door het Bois de Bernardfagne over wisselende holle paadjes, vaak afgezoomd met schaduwrijke haagbeuk. We dalen tenslotte naar Rouge Minière en gaan er bij de kerk naar links over de dorpsweg.
> In de loop van de 13de eeuw was er geen opvolger voor het onderhoud en de ontvangst in de kluis. De abdij van Stavelot, die met het graafschap Logne (met zetel in de burcht die we straks passeren) het grootste deel van de streek onder haar gezag had, gaf de grond in 1248 in gebruik aan de orde van de Wilhelmieten. Deze nieuwe benedictijnse orde van monniken had zich eerder al gevestigd in Luik, op de plaats waar nu het belangrijkste treinstation van Luik ligt (Wilhelmieten = Guillemins in het Frans, vandaar dus ook de huidige naam van het station).
> Aanvankelijk floreerde de nieuwe abdij maar in tegenstelling tot vele andere abdijen beschikte Bernardfagne niet over veel vruchtbare landbouwgronden waarop ze tienden konden heffen. Ook de traditionele passage van pelgrims naar de bron van Sint-Remacle droogde op ten voordele van nieuwe pelgrimsoorden. Oorlogen en twisten tussen de machthebbers van die tijd en ten slotte nog een brand die een groot deel van de abdij in de as legde, brachten het bestaan van de monnikengemeenschap op den duur in gevaar.
> In 1510 kwam de nieuwe, ondernemende prior van de abdij, Guillaume Pezin, echter op het lumineuze idee om van Bernardfagne een nieuw bedevaartsoord te maken. Passage van pelgrims = inkomsten door offerandes. Hoe deed hij dat? Pezin slaagde er in om aan relikwieën van Sint-Rochus te geraken, zowat de populairste heilige in die tijd. Hij stichtte ook een Broederschap van Sint-Rochus in 1520. De pelgrims begonnen weer te komen en een paar mirakels, toegedicht aan Sint-Rochus, deden de rest. De abdij was gered en de gebouwen konden worden hersteld met de nieuwe inkomsten. De volgende eeuwen zou de bedevaart naar Sint-Rochus van Bernardfagne zeer populair blijven. Pelgrims kwamen van heinde en van verre.
> Zoals in vele andere abdijen werd in de 18de eeuw luxueus gebouwd, de abdijen waren op een toppunt van rijkdom in die eeuw. Zo dateert de huidige toegangspoort met blazoen nog uit die tijd. Eind 18de eeuw was het uit met het ancien régime. Met de Franse Revolutie werden kloosters en abdijen opgeheven en verkocht aan particulieren en gemeentelijke overheden. 20 jaar later, als de scherpe kanten van de Revolutie afgevijld waren, vestigden zich toch weer religieuzen in Saint-Roche. Er kwam een klein-seminarie, later een normaalschool en tegenwoordig is er een grote middelbare school gevestigd met zowel interne als externe leerlingen. De meeste schoolgebouwen werden in de loop van de 19de eeuw opgetrokken maar de christelijke school heeft tegenwoordig ook alle moderne voorzieningen.
Het voetpadennet van Ferrières
ex-GR 574 Vallée de la Lembrée
> Deze GR van amper 17 km werd gecreëerd in 1974. Thema is de vallei van de Lembrée. In 1997 ging deze GR, ook bekend als G.R.L., op in een vernieuwde GR 576 en verviel het GR-nummer. Het oude traject tussen Harzé en Logne maakt vandaag zowat integraal deel uit van de huidige GR 575/576 waarover we nu wandelen.
Typisch pad in de gemeente Ferrières
De Lembrée
> De Lembrée is een zijriviertje van de Ourthe. In de bovenloop heet ze de Ruisseau du Pouhon, die we bij Rouge Minière passeerden maar de Lembrée wordt ook gevoed door kleinere beken. De Lembrée stroomt tot Ferrières over een schistig (Ardens) landschap. Voorbij Ferrières vloeit de Lembrée in de Condroz over een bodem van hoofdzakelijk kalksteen. Dat heeft rare gevolgen.
> Zoals we eerder langs GR 575/576 hebben gemerkt in de omgeving van Remouchamps en Deigné, zorgt de combinatie kalk + water voor vreemde geologische verschijnselen. Dat is niet anders met de Lembrée. De bedding van de Lembrée zit vol verdwijngaten. In drogere maanden is het zo dat de rivier na Ferrières grotendeels ondergronds gaat of dat de bedding aan de oppervlakte zelfs helemaal droog komt te liggen!
> De Vlaamse speleoclub Avalon heeft heel wat exploraties verricht in deze verdwijngaten en in een mooi, afgeschermd grottencomplex. Hun conclusie is dat de bedding van de Lembrée één zeef is. Net voor Vieuxville komt dat ondergronds weggevloeide water van de Lembrée weer 'boven water'. Dat stukje waar de Lembrée vaak droog ligt, volgen we helaas niet van kortbij tijdens onze tocht door de vallei over GR 575/576.
> Over de brug gaan we dadelijk links. Vlakbij ligt de oude watermolen van Ferrières. Een prachtig pad, overhangen met opgeschoten haagbeuk voert ons langs een bosrand door de Lembrée-vallei. Links ligt een weide en aan de tegenoverliggende zijde stroomt de de Lembrée, tenminste indien niet alle water door de verdwijngaten is opgeslorpt. Onderweg kom je ook langs een middeleeuwse grenspaal. Het mooie pad eindigt bij de Ferme de Lembrée. Tot WO II was hier een watermolen, nadien was het een boerderij en vandaag is het eigendom van een Vlaming die alles verhuurd als vakantiewoning voor groepen.
Kapel La Rouge Minière
> We verlaten het geïsoleerd gelegen ex-mijndorpje alweer voorbij het kleine dorpsplein. Kijk uit links naar een smal paadje tussen twee huizen. Het daalt naar een bredere weg. Links daar en op de verharde weg verder dalen in dezelfde richting. We steken de Pouhon-beek over en lopen even parallel met de beek. De weg naar het kasteel van Grimonster nemen we niet. Bij een huis met witte gevels de haarspeldbocht volgen en stijgen uit de beekvallei. Hogerop links meedraaien tot op een klein plateau en bij een kruispunt van boswegen rechts.
> We lopen nu door mooie dreven die tot het kasteeldomein van Grimonster behoorden. Zo naderen we de N66 maar we komen niet op de weg. Parallel volgen we een beukendreef verder om niet veel later stijgend weer wat weg te lopen van de N66. We houden de lager lopende verkeersweg op afstand aan onze linkerzijde en vervolgen over een prettig pad. GR 575/576 kiest hier weer een aantal onderhouden buurtpaden van de gemeente Ferrières. Het gaat over wisselende ondergrond, verhard en onverhard, vaak ook langs hagen, dan weer door meer open landschap. Overal staan wegwijzers, vaak met lokale plaatsnamen in het Waals, waarop ook GR-tekens zijn aangebracht. Chapeau voor de gemeente Ferrières, die sinds begin jaren '90 het natuurlijke karakter van deze oude voetpaden beschermt en ze ook op een milieuvriendelijke wijze toegankelijk houdt.
> Uiteindelijk belanden we over GR 575/576 toch op de N66 (bushalte). Er was hier tot 2009 nog een tankstation met winkel, nu dicht. Indien je inkopen moet doen ga dan links en neem de weg naar Ferrières (1 km). Over GR 575/576 gaan we op de verkeersweg N66 echter rechts en we volgen hem 250 meter tot over de brug boven het riviertje Lembrée.
De vallei van de Lembrée met in de verte het dorpje My
evenals een drinkbak voor vee worden geïnstalleerd. Uiteraard nam het gemeentebestuur van Ferrières dat aanbod aan. Ze voegden er in hun antwoord zelf bij dat kasteelheer Jean-Nicholas Fischbach de Malacord er als donateur ook zijn naam op moest laten vermelden.
> De 'trofeebeker' is in gietijzer en gegoten in de lokale smederij van Ferot. De fontein en de site werden gerestaureerd in 1990 maar uit de fontein vloeit al lang geen water meer. Leve de moderne waterleiding. De mooie wilde kastanjelaars rond de fontein hebben inmiddels een geklasseerd statuut. Wellicht zijn ze geplant kort na de ingebruikname van de fontein.
Door de brede vallei van de Lembrée tussen de molen van Ferrières en de voormalige hoeve van Lembrée.
De Lembrée, opgesplitst bij een oude watermolensite
> Voorbij de toegangsweg tot de molen gaan we links via een brug de Lembrée nogmaals over om dan rechtdoor uit de vallei te stijgen. Zowat 1,3 km volgen we dit wegje waarbij we 60 hoogtemeters overwinnen. Achter ons een mooi zicht over de vallei van de Lembrée met aan de overzijde in het Condroz-landschap het dorpje My. Ongemerkt komen we ook even de provincie Luxemburg binnen.
> Als de asfaltweg na 1,3 km een bocht van bijna 90° naar links maakt, verlaten we hem voor een bospad rechts. Borden kondigen drijfjacht aan maar gelukkig niet vandaag. Even later lopen we over een goede veldweg langs de bosrand om dan kort door open veld tot op de Route d'Izier te wandelen. Links zien we kerk van het Luxemburgse dorpje Izier maar we gaan rechts om zo weer de provincie Luik in te wandelen. Als we een strook bos passeren gaan we links, het bosreservaat Grande Vâ in.
> GR 575/576 kronkelt nu een tijdje door dit bos, daarbij snel van pad en richting veranderend, tot je een eind lager voorbij een paar huizen komt. Bij een Sint-Rochuskapel links een geasfalteerd wegje op (Rue du Ravet).
St Rochuskampel Vieuxville
> Ter hoogte van een picknickbank rechts de Lembreé over om over een graspad tussen hagen te lopen. Dat arriveert op de N86 niet ver van de kerk van Vieuxville. We gaan even links op de N86 en nemen dan rechts het parkingwegje tot bij de Ferme de la Bouverie, een kwadraathoeve (nu toeristische info, museum, café).
> Hier startte ook het tracé van de opgeheven GR 574 - Vallée de la Lembrée - die we zowat volledig hebben gevolgd sinds Harzé.
Ferme de la Bouverie
Pad in de buurt van Ferrières
Logne

> Ooit torende hier hoog boven de Ourthe op een dominerende plek de machtige burcht van Logne. De abdij van Stavelot liet eeuwenlang haar gezag gelden in het graafschap Logne, waarbij men nogal eens in conflict kwam met de erfvijand, de prinsen van Luik. Van hieruit werd een groot deel van het gebied gecontroleerd waardoor we in het zuidelijke deel van GR 575/576 zullen wandelen (oa Ocquier en Hamoir). Later kwam het domein in handen van de machtige maar beruchte familie de la Marck. In 1521 ging het er zo gewelddadig aan toe bij een confrontatie met de aanvallende troepen van Karel V, dat het hele burchtgarnizoen werd uitgemoord. Het einde ook van de burcht, die grotendeels werd ontmanteld. De burchtresten dienden als steengroeve voor de dorpsbewoners in de Ourthevallei om er hun huizen mee te bouwen.
> Sinds eind 19de eeuw startten stabiliseringswerken om wat is overgebleven te beschermen. De burcht en het domein zijn vandaag eigendom van de provincie Luik en worden beheerd door een vzw.
> Een betalend bezoek aan de hoog gelegen ruïnes is mogelijk. Wi je meer weten, breng dan ook een bezoek aan het museum van het kasteel, dat is gevestigd in de Ferme de la Bouverie die we daarstraks passeerden. Aan de voet van de burcht werden de domeingronden uitgebouwd tot het recreatiegebied Domaine de Palogne (oa kayak, verhuur van MTB, valkenshow, etc...)
Prent van J.L. Huens uit de Historia-reeks van de jaren '50. Evrard de la Marck (bijgenaamd 'het zwijn van de Ardennen') wordt afgebeeld met het kasteel van Logne op de achtergrond.
> Het is een schitterend stukje GR 575/576 en dit is ook een recreatief pad met een lange geschiedenis. Het werd in de jaren '30 van vorige eeuw uitgebouwd door Touring Club België. Een paar metalen bankjes langs het pad herinneren nog aan die tijd. De mist en de herfstkleuren maken het allemaal nog meer dramatisch. Door die mist moet ik wel de doorkijkjes op de Ourthe missen. De foto hieronder is dan ook van een vroegere passage hier over GR 57.
> Op het einde daal je in scherpe zigzags in de vallei van de Ourthe. We arriveren in het kleine Sy over trappen tot bij de kerk.
Eén van de uitzichtpunten langs GR 575/576 tussen Logne en Sy
> Over de parking van de Ferme de la Bouverie en dan rechts langs de ingang van de grote vierkantshoeve. Op het kruispuntje rechtdoor de Chemin des Mésanges even in en dan links een wandelpaadje op. Even sterk stijgen en we lopen achter een aantal afspanningen van huizen en privé-domeinen. Het paadje slingert wat, passeert door poortjes en eindigt tenslotte na een flinke daling links weer op de valleiweg naar Logne.
> Daar gaan we rechts door de vallei van de Lembrée en we zullen vanaf nu tot in Hamoir in het spoor lopen van de populaire GR 57 - Ourthevallei. We komen langs enkele oude woningen in de typische steen van de streek, ze bieden nu overnachting. We zijn hier ook aan de voet van één van de machtigste burchten van de Condroz, die van Logne. Helaas resten er nog enkel ruïnes, die zijn te bezoeken mits betaling.
> In het kleine Sy draait vandaag alles rond toerisme, je vindt er behalve een treinstation enkele hotels, cafés en restaurants maar geen winkels. Het intieme plaatsje waar het rustig is dankzij het ontbreken van doorgaand autoverkeer, is nogal gekoloniseerd door Nederlanders. Dat komt omdat de Nederlandse bergsportvereniging er sinds 1983 een gîte heeft, de Tukhut. Zelf noemen ze het graag een berghut. Er is ook een camping en wat horeca.
> We wandelen eigenlijk in Sy niet tot de Ourthe maar bij de kerk van Sy en nog voor de brug onder de treinhalte nemen GR 575/576/57 rechts een weg met de niet erg originele naam Rue Principale. Eerste weg rechts negeren en op de vorksplitsing die dadelijk volgt linksvoor verder. We komen langs het monument voor Richard Heinz.
> Richard Heintz (1871 - 1929) was landschapsschilder. De schilderstijl van Heintz wordt wel eens vergeleken met die van Van Gogh. Zijn inspiratie vond hij in Italië maar vooral ook in de Ardennen. Sy was zijn geliefde plek. Hij leefde er vele jaren en stierf er ook in 1929.
> We lopen verder langs de Ourthe-oever en over een pad tussen weiden en de beboste rivieroever bereiken we een volgende partij steile rotsen. Het mooie oeverpad loopt nog wat verder en duikt dan een strookje bos in.
Hamoir, brug over de Ourthe
Rocher de la Vierge
Te Hamoir-Lassus gebruiken we een servitude
> In de bossen boven de Ourthe staat het merkwaardige kruis 'Croix du Curé'. Voor het intrigerende verhaal over dat kruis, zie elders op Trekkings.be. Via een hek lopen we verderop over een servitude door een weide. Aan de andere kant komen we ter hoogte van een boerderij via een ander hek de weide weer uit. We zijn in Lassus.
> Langs het kerkhof en verder over een pad tussen hagen tot bij de spoorlijn. Bij de spoorwegbrug rechts naar de Ourthe-oever. We zullen de Ourthe nu een tijdje volgen over een prettig oeverpad en langs een picknickzone. We komen voorbij de Rocher de la Vierge. Langs alle zijden werd op deze rotsen behaking aangebracht door klimclubs. Door een verstrengde wetgeving mag je hier tegenwoordig niet zomaar klimmen. In een nis is tegen de rots een Mariabeeld aangebracht.
Lassus, kapel
Monument Richard Heintz
Inktvlekkenzwam op esdoorn
Lassus
> Het kasteel van Lassus was lange tijd de privé-woonst van de burgemeesters van Hamoir. Het huidige, vrij indrukwekkende kasteel, werd gebouwd in de 17de eeuw maar werd sterk gemoderniseerd begin 20ste eeuw. In het kasteelpark staat één van de dikste dennen van België (stamomtrek ongeveer 5,5 meter). Het domein is niet te bezoeken. De kapel, waar je wel naartoe kan wandelen, is 17de eeuws en mooi gerestaureerd.
Oeverpad langs de Ourthe
> Rechtdoor over het asfaltwegje en draaien langs een vijvertje. We negeren enkele privé-wegen bij buitenverblijven en lopen - nog steeds in het gezelschap van GR 57 - door over de valleiweg. Vroeger liep de GR nog de valleiwand rechts op maar nu blijven we op het asfaltje tot we uiteindelijk te Hamoir op een grote weg komen. Links daar om de Ourthebrug te bereiken in het centrum van Hamoir.
> Weeral een etappe vol indrukken en de vele hoogteverschillen voel je wellicht in de benen. Café's genoeg in Hamoir om de dorst te lessen.
> We volgen nog even de valleiweg en gaan wat verder rechts een paadje op. Even later beginnen we aan een harde stijging die ons helemaal tot boven de vallei van de Ourthe brengt. Naar links zullen we nu een tijdje de crête volgen (tussen de valleiwand en het plateau), die in tegenwijzerzin een halve cirkel beschrijft over een paar kilometer.
> Het is een mooi pad dat eens boven redelijk vlak loopt. Onderweg en ietsje lager gelegen zijn enkele grotten te zien. We zijn hier in de kalkband van de Calestienne, ook merkbaar aan de bergnachtorchideeën die je hier kan spotten in juni. Zo volgen we op afstand en op hoogte de vorm van een grote, beboste Ourthe-meander.

 

 

 

 

 

 

GR 575/576 Condroz (293 km)