Startpagina > Wandelen > GR 579
zoniënwoud
> Aan een nieuwe GR-tocht beginnen is altijd wat spannend. De eerste etappe van GR 579 die ons vanuit hartje Brussel naar het Vlaams-Brabantse Huldenberg voert, is meteen ook de meest afwisselende en misschien wel de boeiendste van de hele tocht. Een etappe vol contrasten ook. Je kan deze dagtocht opdelen in drie sterk verschillende stukken: eerste deel door de verstedelijkte omgeving van Brussel, Elsene, Boondaal en Watermaal-Bosvoorde, daarna een lange tocht door het Zoniënwoud en het derde deel loopt boven en in de valleien van Voer en IJse door een stukje Vlaams-Brabant met halfopen landschappen.
> De tocht liep perfect. Sommige trajecten kende ik al van mijn vroegere pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. De eerste 9 km van GR 579 lopen immers te samen met GR126 die ik toen volgde op een donkere winterdag rond de millenniumwissel. Zoveel herinner ik me er ook niet meer van, wellicht was ik toen meer geïnteresseerd om met mijn zwaar geladen rugzak de stad uit te snellen, de Spaanse horizon lag immers nog onbereikbaar ver. Verderop loopt GR 579 dan weer 10 km tesamen met GR 512 (Vlaams-Brabant), ongeveer vanaf het arboretum van Tervuren (Koninklijke Schenking) tot Huldenberg.
> Wat de doortocht door Brussel betreft, is het misschien handig om een gedetailleerde kaart van Brussel bij de hand te hebben. Is het je bedoeling om zo snel mogelijk Brussel uit te zijn dan is de topogids van 579 wel voldoende. In het stadsgewoel moet je af en toe wat moet zoeken naar het volgende GR-teken tussen al het straatmeubilair, niet altijd even eenvoudig in een stadsomgeving waar gemakkelijker een witrood teken verdwijnt. Algemeen bekeken is de padmarkering en uittekening van het traject echter zeer zorgvuldig gebeurd, een pluim voor zij die dat allemaal onderhouden. Hou er zeker rekening mee in je dagplanning dat je in deze verstedelijkte omgeving minder snel wandelt dan normaal. Loop je af en toe ook eens een winkel, kerk, museum of ander gebouw binnen, dan zal je gemiddelde wandelsnelheid door Brussel al snel dalen tot 2 km/uur of minder.
> We vertrekken bij de St-Michiels en St-Goedelekathedraal, op een boogscheut van het Centraal Station. Achter de kathedraal heeft de stad Brussel een mooie wegwijzer geplaatst. GR's waaieren vanop dit kruispunt alle richtingen uit: GR 126 vertrekt naar de Semoisvallei, GR 128 (Vlaanderenroute) bereik je te Brussegem via een ander stukje GR 126, GR12 loopt naar Nederland en Parijs en natuurlijk onze GR 579 (Brussel - Luik) die tot in Watermaal zal samenlopen met GR126.
> OK, we zijn hier om te wandelen en Huldenberg is nog ver. In wijzerzin loopt GR 579 te samen met GR 126 rond de kathedraal. Tegenover het standbeeld van kardinaal Mercier verlaat je de kathedraalsite door links een weg te nemen. Vervolgens steek je een paar grote avenues en een kruispunt over om langs het Centraal station te lopen langs Kantersteen.
> Voor je het standbeeld van Albert I bereikt op het Albertinaplein, moet je links de Kunstberg in door een soort overdakte constructie van het Paleis van de Dynastie. Na die passage moet je eens achterom kijken: op de muur staat een enorm horloge. In de nissen zijn figuurtjes uit de Brusselse geschiedenis afgebeeld en de beiaard speelt afwisselend een Vlaams en Frans traditioneel lied.
> De witrode tekens van GR 579 lopen nu richting Kunstberg, een stukje Brussel dat wordt gedomineerd door paleizen en musea. Tussen de Albertinabibliotheek en het Congrespaleis loopt het pad langs tuinen omhoog voorbij het Museumplein (met oa het Paleis van Karel van Lotharingen) naar het Koningsplein. Van hier heb je een mooie terugblik over de skyline van centrum-Brussel met het gotische stadhuis en verder weg het Justitiepaleis.
> Je zou in deze omgeving een hele dag kunnen doorbrengen met musea en paleizen bezoeken. GR 579 the slow way, dat zou wat te traag zijn om vandaag nog Huldenberg te halen. Verder dan maar. Voor ons liggen nu het Koningsplein met de kerk van Sint-Jacob-op-de-Coudenberg. Midden op het gekasseide plein paradeert een bronzen Godfried van Bouillon, de kruisvaarder zit fier bevroren op zijn ros. 'Godefroid de Bouillon' wordt achter op het standbeeld lekker raar vertaald in het Nederlands als 'Godevaert van Bullioen'.
> GR 579 loopt in wijzerzin rond het Koningsplein om zo het Paleizenplein op te draaien en over een pad in het Warandepark langs het Koninklijk Paleis te lopen. In het spoor van enkele kloosterzusters loop ik langs het paradeplein voor het paleis. Via het Troonplein loopt de tocht aan de andere kant van de kleine ring verder door de Luxemburgstraat. Aan het Meeusplein gaat GR 579 (en dus ook GR 126) rechts de Parijsstraat in.
> Het stadsbeeld verandert, de pompeuze gebouwen maken plaats voor wat kleur- en karakterloze gevels in een meer volkse buurt. Over de Marsveldstraat, de Napelsstraat en de Solvaystraat komt GR 579 op de Elsensesteenweg (beter bekend in de volksmond als de Chaussée d'Ixelles). We zullen deze winkelstraat een hele tijd volgen, langs het stadhuis van Elsene, langs de meest vreemde en gevarieerde volkse winkeltjes.
> De Elsensesteenweg daalt tenslotte naar het Flageyplein, een plaats gedomineerd door avantgardische architectuur uit de jaren '30. De gebouwen werden opgericht voor de radio-uitzendingen van het NIR, de voorloper van de BRT / VRT.
> GR 579 loopt verder langs de rechteroever van twee opeenvolgende vijvers. Op het einde bereikt het wandelpad het Terkamerenbos. Een paar verkeerswegen kruisen om dadelijk de terreinen van de voormalige Abdij Ter Kameren te betreden. Op de daken en tegen de abdijmuren nesten exotische halsbandparkieten. Zie je ze niet, dan hoor je ze zeker wel. Cisterciënzers zijn er al 200 jaar niet meer. Na de Franse Revolutie vervulden de gebouwen verschillende andere functies. Tegenwoordig is hier het Nationaal Geografisch Instituut gevestigd. Je kan er stafkaarten kopen en met wat geluk zelfs de topografische gids van GR 579, waarin NGI-kaarten zijn verwerkt.
> GR 579 loopt in een rondje langs de voormalige abdijvijver, de kerk en de bijgebouwen van het oude Terkamerenklooster om via een trappenpad weer in de stadsdrukte te belanden. Even een stuk Louisalaan aflopen om dan echt in het Terkamerenbos te penetreren. GR 579 volgt er enkele draaiende dreven door dit stukje overgebleven maar in park veranderd Zoniënwoud.
> De ringweg over en zo arriveren we in Boondaal. Moet je nog voedsel stockeren dan kan je hier terecht in een van de supermarkten. Bij de kerk van Boondaal staan enkele stokoude linden waarvan er eentje een met kunstmatige opvulling versterkte stam heeft. Die linde van Boondaal werd wellicht geplant bij de bouw van de Sint-Adrianuskapel, waarachter hij staat. Dat betekent dat hij zo'n 400 jaar oud is. Al in 1936 kreeg hij een beschermd statuut, trouwens de eerste boom in het Brusselse die werd beschermd. Zijn stamomtrek op één meter hoogte bedraagt iets meer dan 5 meter.
> In de omgeving zijn nog enkele oude gebouwen overgebleven, zoals een waterput en een pomp. Ze herinneren aan het Vlaamse dorpskarakter van Boondaal vooraleer het dorp vorige eeuw werd opgeslokt door de uitdijende grootstad.
> Via een passage onder een eerste spoorlijn en boven een tweede spoorlijn kom je bij de splitsing van GR 579 en GR 126. Deze laatste zal over een eigen traject naar en door het Zoniënwoud lopen op de lange tocht naar de Semoisvallei diep in de Ardennen.
> We zijn nu 9 km ver en GR 579 volgt vanaf hier een eigen traject. Links dus, door Watermaal tot bij de Sint-Clemenskerk. De zandstenen toren van de kerk is merkbaar ouder dan de rest van het kerkgebouw, dat in baksteen in opgetrokken. In de kerkmuur zijn oude grafzerken uit de 17de en 18de eeuw verwerkt, afkomstig van het kerkhof dat oorspronkelijk onmiddellijk rond de kerk was gelegen. De grafschriften verraden dat ook Watermaal in een ver verleden helemaal Vlaams was.
> Verderop loopt GR 579 door het smalle Reigerbospark in de vallei van de Watermaalbeek. Het park bestaat in zijn huidige vorm pas sinds 1996 als het resultaat van de samenvoeging van verschillende groenrestanten in de Watermaalbeekvallei, nadat omwonenden succesvol een project van bouwpromotoren hadden kunnen afwenden. Langs een afgespannen terrein, waarin damherten grazen, komt onze wandelroute weer in een woonwijk. Tussen hoge woonblokken stijgen we naar de Aartshertogensquare, om kort daarna in een nogal vreemd aandoende wijk terecht te komen: de tuinwijk 'Le Floréal'.
Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal
> Hoewel ze gebouwd is in de periode van de grote gotische kathedralen (vanaf de 13de eeuw) is dit kerkgebouw binnenin vrij eenvoudig qua aankleding en voelt het dan ook minder theatraal aan dan vele andere gotische kathedralen in Europa. Onder het gebouw bevinden zich nog resten van een ouder bouwsel, een kerk in romaanse stijl (wellicht 11de eeuw). In de vloer zitten een aantal doorkijkvensters en de bezoeker kan ook 'onderaards' gaan om een deel van de ruïnes te ontdekken. De lange restauratieperiode aan de kathedraal werd in het jaar 2000 afgesloten met de inwijding van het nieuwe altaar, gemaakt in fijne granietsteen uit Les Avins (dorp langs GRP 575 Tour du Condroz).
> Wandelen door Le Floréal roept een wat peperkoekenhuisjes-achtige sfeer op, ondanks de gecementeerde gevels. Onderweg is het goed opletten geblazen met de padmarkering, GR 579 slingert en kronkelt door de tuinwijk immers over snel wisselende paden en steegjes. Via enkele recentere woonblokken kom je op de brede Vorstlaan en even later op het drukke verkeerskruispunt bij het Herrmann-Debrouxviaduct (metrostation).
> Weer even opletten hier met de bewegwijzering want in de buurt van de bushalten bij het Herrmann-Debroux-viaduct takt een lokale GR-wandeling af naar rechts, terwijl GR 579 eens onder het Debrouxviaduct door, de Jacques Bassemstraat inslaat. Langs enkele woonblokken van Oudergem komt GR 579 zowat 10 minuten later bij de ingang van het uitgestrekte Zoniënwoud, ter hoogte van de vijvers van het Rood Klooster.
Le Floréal en Le Logis
> In het Brusselse zijn heel wat tuinwijken te vinden, de grootste, meest bekendste en best behouden oude tuinwijken vind je vandaag in Watermaal-Bosvoorde. Le logis werd gebouwd vanaf 1921 op initiatief van een coöperatieve van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK). de coöperatieve kocht 32 hectaren grond aan. Een half jaar later werd een gelijkaardige coöperatieve opgericht door typografen van de krant Le Peuple. Hieruit groeide de tuinwijk Le Floréal.
> GR 579 loopt door het domein van Rood Klooster. Meer kloostervijvers volgen verderop en daarna stijgt het bospad wat uit de vallei die de vijvers verbindt. We wandelen hier door een schitterend deel van het Zoniënwoud, over oude dreven en paden. Een nederlandstalig infopaneel verraadt dat we het Brussels Gewest uit zijn en in het Vlaamse deel van het Zoniënwoud wandelen.
> We wandelen voorbij een bron, gelegen in een natuurlijk kader, de Keizersbron. Volgens de legende zou Keizer Karel zich er nog aan hebben gelaafd, vandaar de naam. Wat verder ligt ook nog de Boschgeestbron maar ik ben er in geslaagd om die te missen!
> Het is paddenstoelentijd, bijzonder aan de soortenrijkdom hier is de veelvuldige aanwezigheid van de spechtinktwam. Het is een vrij forse paddenstoel met lange witte steel en een bruine hoed met grote witte vlokken. GR 579 slingert verder over de Vijversweg, kruist de gekasseide Halfuurdreef en vervolgt over de Grasdreef. In de verte is het lawaai te horen van de Brusselse Ring. Helaas werden nog tot in de jaren '70 snel- en expreswegen door het bos getrokken, ten koste van een aaneengesloten woud.
> In een korte bocht werkt onze wandelroute zich wat omhoog om via een tunnel onder de Ring te lopen. Aan de andere kant van de tunnel draait een asfaltwegje links rond een vijvertje. Een ree is rustig aan het grazen op de grasvlakte rechts van de Kleine Flossendelleweg en lijkt zich weinig te storen aan mijn aanwezigheid.
> Wandelroute GR 579 volgt de Kleine Flossendelleweg een hele tijd. Na de kruising met de Sint-Jansdreef komt het pad bij een volgende kruising: de Woudmeesterdreef. GR 512 Vlaams-Brabant komt van rechts (eveneens witrode tekens) en ook Streek-GR Groene Gordel (geelrode tekens) komt erbij. Vanaf dit punt en helemaal tot in Huldenberg zal GR 579 nu in het spoor lopen van GR 512 (Trans-Vlaams-Brabant). We lopen op dat GR-kruispunt links verder en stijgen wat over de Woudmeesterdreef. Zo komen we even later bij een belangrijke padenkruising in het Zoniënwoud, gelegen bij de ingang van de Koninklijke Schenking.
Koninklijke Schenking
> Leopold II had eind 19de eeuw een enorme persoonlijke rijkdom verzameld aan eigendommen, kastelen, bossen en parken. Het geld daarvoor kwam zonder twijfel rijkelijk binnen gestroomd via Congo, dat oorspronkelijk ook zijn eigendom was. Rond 1900 liet hij de meeste van zijn gronden en eigendommen overmaken aan de Belgische Staat. Bij wet aanvaardde de Belgische Staat deze 'Koninklijke Schenking' in 1903. De reden hiervoor was wellicht om te vermijden dat zijn eigendommen in buitenlands bezit kwamen, gezien zijn dochters met buitenlanders waren uitgehuwelijkt. Als tegenprestatie moest de Belgische Staat het onderhoud op zich nemen van zijn voormalige eigendommen en een aantal paleizen en kastelen ter beschikking houden van zijn opvolgers.
> Voor het beheer van die goederen werd de Koninklijke Schenking opgericht, een wat schimmige autonome organisatie van de Staat, die tot vandaag nog bestaat. Die eigendommen zijn te vinden van Oostende tot de Ardennen maar vooral in en rond het Brusselse. Hier te Tervuren vallen ondermeer de gebouwen van de British School, het Kapucijnenbos en het arboretum in het Zoniënwoud onder de Koninklijke Schenking.
> Het arboretum werd aangelegd vanaf 1902 naar instructies van professor Charles Bommer, conservator van de toenmalige 'jardin botanique' van Brussel. Maar liefst 460 verschillende boomsoorten vonden in het arboretum hun stek, een derde daarvan zijn naaldbomen. Het 100 hectaren grote arboretum werd niet ingedeeld volgens soortenverwantschap maar volgens geografische herkomst. Voor professor Bommer was het ook een proeftuin om te zien welke soorten ook in ons klimaat en onze bodem goed gedijen. Daarom werden er vooral soorten uit het noordelijk halfrond aangeplant. Iets meer dan de helft van de boomsoorten zijn typisch voor Amerika en Canada.
> We wandelen door het geografisch arboretum van de Koninklijke Schenking. GR 579 zal over verscheidene kilometers dezelfde brede bosweg blijven volgen. De padmarkering is hier met opzet beperkt en discreet gehouden. Geen geverfde tekens op de bomen, ze zijn vooral aangebracht op de talrijke rustbanken langs het pad. De bosweg slingert in bochten langs gevarieerde boomaanplantingen uit verschillende continenten om een tijd later de Capucijnendreef te kruisen. Nog steeds rechtdoor over een dreef die dicht is aangeplant met linden, verderop gebeurde de aflijning met dennen. In dit deel van het Zoniënwoud is het gewoonlijk rustig wandelen.
> Op een gegeven moment moet je dan de brede bosweg verlaten die je inmiddels toch al bijna een uur hebt gevolgd. Dit staat gelukkig goed aangeduid met een extra groot witrood teken. Rechts dus, we komen na de exotische bomen weer in 'native forest' terecht van hoofdzakelijk beuk en eik.
> Bij een GR-padwijzer volgen we nu de geelrode streepjes van Streek-GR Dijleland, niet die van Streek-GR Groene Gordel en ook niet de witrode van GR 512 (tenzij als je voor het alternatief kiest - zie lager). Op de padwijzer staat geen vermelding van GR 579, aangezien we hier in Vlaanderen zijn. Het pad versmalt wat maar loopt verder door de kaarsrechte, prachtige Terschurendreef. Indrukwekkend hoge beuken die al even recht zijn als het pad zelf, lijnen de dreef af, ze pieken de hemel in. Hier en daar nieuwe aanplant van beuk en eik. Onderweg zowaar een paar witte kluifzwammen.
> ! Opgelet ! GR 579 loopt in principe in het spoor van de Vlaamse GR's 512 en Dijleland. Deze GR's werden echter ontdubbeld sinds de zomer van 2015 en volgen nu ieder een eigen traject.
Wil je de beschrijving en kaarten in de topogids van GR 579 gebruiken volg dan tot kort voor Huldenburg over 5,5 km de geelrode streepjes van Streek-GR Dijleland.
Het alternatieve nieuwe tracé, dat van GR 512 (witrode streeepjes), volgt sinds juli 2015 een ander traject via Eizer en vervoegt Streek-GR Dijleland weer na zowat 6 km net voor Huldenberg.
Je kunt dus kiezen als GR 579-wandelaar.

In dit verslag volgen we verder traject zoals beschreven in de gids, dus in het spoor van Streek-GR Dijleland.
Duisburg
Spechtinktzwam
Tuinwijk Floréal met bijna 100 jaar oud flatgebouw
Flageygebouw Elsene
Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal met buste van Boudewijn
St-Michiels- en St-Goedelekathedraal
Brussel gezien vanop de Kunstberg
Koninklijk Paleis
Winkel langs de Elsensesteenweg
Terkamerenbos
De linde van Boondaal
Sint-Clemenskerk Watermaal
Tuinwijk Floréal
Rood Klooster
Vijver Rood Klooster
Grasdreef
Keizersbron
Woudmeesterdreef
GR-splitsing te Tervuren
Slangendennen uit de Andes, onder een laagje sneeuw
Terschurendreef
Witte kluifzwam
> Het verhaal begint rond 1865 met de tuinier van het kasteel van Huldenberg (waar we straks langs wandelen). De jonge tuinman Felix Sohie, die net zijn diploma had behaald in de Vilvoordse tuinbouwschool, mocht er van de kasteelheer buiten het onderhoudswerk experimenteren met de kweek van druiven in een kleine serre. Het resultaat was verbluffend en Sohie mocht het surplus aan druiven zelf verkopen op de Brusselse markt. Enkele jaren later begon Sohie zijn eigen kweekbedrijf in verwarmde serres. Sohie breidde het aantal serres al snel uit en optimaliseerde het verwarmingssysteem.
Druiven uit de IJsevallei
> Vanaf 1880 begon men elders in de druivendorpen zijn formule te kopiëren en in het begin van de 20ste eeuw begonnen de dorpen 'een glazen uitzicht' te krijgen. Met de tram werden de druiven naar Groenendaal gebracht om per trein geëxporteerd te worden over heel Europa, later werden ook de Verenigde Staten een afzetmarkt. Kort voor WO II bereikte de teelt het hoogtepunt. Meer dan 30.000 serres stonden er in Hoeilaart, Overijse, Duisburg en Huldenberg. Een jaarlijkse opbrengst van zowat 13 miljoen kilo druiven!
> Vanaf begin jaren '60 begon de motor van dat economisch succes echter te sputteren. Invoer van veel goedkopere zuiderse tafeldruiven, hoge investeringskosten, sterke verhoging van stookolieprijzen en dure kost voor deze arbeidsintensieve teelt, deden de Vlaams-Brabantse tafeldruif de das om. De tafeldruif van eigen kweek werd zelfs in eigen land een exclusief luxeprodukt door de hoge prijs. Tussen 1970 en 1980 daalde het aantal serres van 26.000 naar 11.000, in 1990 bleven er daarvan nog 2.700 over en vandaag kan je buiten wat hobbyisten het aantal druiventelers op twee handen tellen. Een monotoon glazen landschap zie je dus niet meer, helaas zijn het vooral verkavelingen van nieuwe woonwijken die de serres vervingen.
'De Lin'
> De omgeving van deze mooie boom met veldkapel is beschermd als landschap. In nogal wat boeken en websites staat aangegeven dat dit de 'Schoonenboom' is (waarnaar ook de straatnaam verwijst) en dat dit een winterlinde is. Tweemaal fout volgens de Vlaamse organisatie voor Onroerend Erfgoed.
> De bewuste Schoonenboom moet gestaan hebben waar zich nu de watertorens bevinden. Bewijs daarvoor is ook de Ferrariskaart (1778) waar inderdaad een boom op dat hoog gelegen wegenkruispunt staat. Fout ook omdat het niet om een winterlinde (of kleinbladige linde) gaat maar over een zomerlinde. Het verschil tussen beide boomsoorten is voor de leek vooral te merken aan de grootte van de bladeren, ze zijn bij een zomerlinde een stuk groter. De zomerlinde van Duisburg is volgens Onroerend Erfgoed aangeplant begint 18de eeuw, wat zijn leeftijd op zo'n 250 à 300 jaren brengt.
Het mooiste plekje van Duisburg?
> Zelf zijn we geneigd de boom iets jonger te schatten, op de Ferrariskaart van 1778 is hij immers niet te zien. Daarom zou ik hem eerder op een respectabele 200 jaren of iets meer schatten. Daarmee is het de oudste linde van de streek en haast zeker ook de dikste. Het is een gezond prachtexemplaar met mooi gespreide takken en kruin. Dichterbij zie je echter dat een stamholte is opgevuld met beton. Mogelijk werd hij geplant om het oude kruispunt te markeren, misschien te samen met het kapelletje. De huidige Sint-Barbarakapel is wel niet de eerste, het gebouwtje dat er nu staat is van 1867.
Duisburg, Barbarakapel
Onderweg naar Huldenberg
> Boven mij kleurt de hemel inmiddels grijsblauw, met een scherp afgetekende blauwe band. Harde wind maar echt schitterend wandelweer in dit golvende Brabantse landschap waarboven een onstuimige hemel dreigt.
> Rechtdoor over kassei stijgen we naar de grens met Overijse. Hier lopen we over de verharde (!) 'Aardeweg' om bij het einde daarvan alweer Overijse te verlaten en Huldenberg in te wandelen over een brede, licht verharde veldweg. Bij een V-splitsing rechts volgen. Als de gewassen niet te hoog staan, zie je links een rustig gelegen Lourdeskapel in de velden.
> Bij een kruispunt van veldwegen nemen we het paadje rechts. We wandelen nu weer in het spoor van GR 512 (witrode tekens). Voorbij een picknickbank graaft dat pad zich al snel in, het verbreedt weer wat en gaat uiteindelijk afdalen van het plateau in de IJsevallei.
Geboorteplaats van de Belgische tafeldruif,
het kasteel van Huldenberg
Wandelpaadje tussen het landbouwplateau van Duisburg en de IJsevallei te Huldenberg
> Zo arriveren we op de redelijk drukke De Peuthystraat ter hoogte van het kasteel van Huldenberg, herbouwd in Vlaamse renaissancestijl. Het was hier dat tuinman Felix Sohie zijn eerste experimenteren deed om Belgische druiven te kweken rond 1865. Voorzichtig de straat over en we nemen het eerste kasseiweggetje rechts. Het draait rond de fraai gerestaureerde gebouwen van een oude watermolen op de IJse.
Langs het Molenhof, Huldenberg
Molenhof
> Zoals bijna elk kasteeldomein had ook het Huldenbergse kasteel zijn eigen pachthoeve. Het Molenhof werd rond 1615 gebouwd in leem en met een watermolen op de IJse, voor het malen van graan. Vandaag is het een privé-woning, rad en binnenwerk zijn verdwenen ten voordele van woninginrichting. Sinds 1979 hebben de gebouwen en onmiddellijke omgeving een beschermde status.
> Het paadje langs het Molenhof komt uit in het centrum van Huldenberg. Alweer even opletten met de GR-tekens, in Huldenberg ligt immers een knooppunt van GR-paden. We blijven witrode streepjes volgen maar niet langer die van GR 512. GR 579 (Brussel - Luik) takt hier af met een eigen tracé en niet enkel voor de hoofdroute, er vertrekt ook een variant traject van GR 579 via Waver. Je moet hier dus opnieuw een keuze maken. UPDATE 2017: Opgelet het hoofdtraject rechtstreeks naar Pécrot vervalt vanaf 2017, het variante en 12 km langere traject via Waver is nu hoofdroute geworden!
> In het Huldenbergse centrum vind je verschillende winkels. Van die cafés is het volkse Café Casino het gezelligste.
Een paar overgebleven serres van de ooit meer dan 30.000 rond Hoeilaart, Overijse en Huldenberg
> Op een kruispunt bij een bloemenwinkel rechts en onmiddellijk links de Schonenboomstraat in. Nog licht verder stijgend langs sportvelden en installaties voor staande wip, lopen we naar de twee watertorens van Duisburg toe. We zijn hier op een hoogte rond 100 meter.
> Na een wegkruising passeren we rechtdoor aan de voet van de watertorens en bij een volgend kruispuntje verlaten we de Schonenboomstraat om rechts de Huldenbergstraat te volgen. Wel kijk, pas nadat we de Schonenboomstraat hebben verlaten komt er ook echt een 'schone boom' aan. Over een kasseiwegje lopen we in een zink tot bij een prachtige zomerlinde, geflankeerd met een kapel, gewijd aan de Heilige Barbara. Een bijzonder mooi hoekje van Duisburg. Hier staat ook de eerste rustbank sinds we Tervuren verlieten.
> De kaarsrechte dreef eindigt op een asfaltweg, rechtdoor de Terschurenstraat in en een hele tijd verder rechtdoor tot je na een lichte klim het centrum van Duisburg nadert. De toren van de Duisburgse Sint-Catharinakerk piekt uit het landschap. Ook dit is een van oorsprong romaanse kerk (12de eeuw?) maar met heel wat toevoegingen in andere stijlen later.
> Onderweg zijn in de verte nog serres te zien uit de tijd dat druivenkweek hier zo florissant was.
Druiventeelt
> Vandaag nog amper voor te stellen maar de dorpen Hoeilaart, Overijse en in iets mindere mate ook Huldenberg en Duisburg hadden tot de jaren '70 van vorige eeuw de naam van 'glazen dorpen', vooral Hoeilaart. Alles had te maken met de zeer lucratieve teelt van tafeldruiven in verwarmde serres. Zuiders gerichte hellingen verdwenen grotendeels onder het glas van serres, iedereen ging druiven kweken in de eerste helft van de 20ste eeuw.
Rood klooster
> Hoe mooi de kloostersite ook oogt, deze oude priorij is minder goed bewaard gebleven dan de abdij van Terkameren, waar we eerder ook langs wandelden over GR 579. Niet alle gebouwen dateren uit de tijd toen er nog monniken waren gevestigd (tot 1784). Het eigenlijke klooster werd in de loop van de 19de eeuw afgebroken. De kloosterkerk brandde af in 1834, de resten werden eveneens afgebroken. Rood Klooster was nooit een abdij, wel een priorij, die eeuwenlang een gouden tijd beleefde. Je kunt het wat beschouwen als 'een bijhuis' van een abdij of kloosterorde, in dit geval van de paters augustijnen.
> De benaming 'Rood Klooster' vindt wellicht zijn oorsprong in het feit dat het klooster tijdens de 14de eeuw gebouwd werd op een stuk 'gerooid' Zoniënwoud, het toponiem 'ro', 'rooi' of 'rode' is trouwens in nog veel oude plaatsnamen terug te vinden. De Franse vertaling als 'Rouge Cloître' is dus wellicht fout, geen rood gebouw. Vertalingen vanuit oud-Nederlands naar frans moeten in het Brusselse wel eens vaker met een korrel zout worden genomen.
> Na de Franse Revolutie vervulden de voormalige kloostergebouwen verschillende functies, eerst voor ambachtelijke nijverheden, later als café-restaurant en afspanning. Het Rood Klooster groeide vanaf eind 19de eeuw immers uit tot een populaire plek voor de Brusselaars om het bos in te trekken tijdens een zondagwandeling. De site met zijn vijvers, oude gebouwen en groene omgeving lokte ook talloze landschapsschilders.
> Vandaag zijn de gebouwen eigendom van het Gewest Brussel. In de jaren '00 ondergingen de gebouwen en de omgeving grote restauratiewerken. Een deel van de gebouwen is ingenomen voor 'een kunstcentrum'. Een andere deel van de omgeving is beschermd natuurgebied met een grote variatie aan micro-landschappen en planten.
> Beide tuinwijken zijn tot vandaag mooi van elkaar te onderscheiden: In Le Floréal tref je woningen aan met geelgeverfde raamkozijnen en deuren en zelfs gele brievenbussen. De straten en steegjes dragen er namen van bloemen. In Le Logis komen we in de dierenwereld terecht, straten met dier- en vogelnamen dus. De raamkozijnen en deuren zijn hier groen geverfd.
> Jean-Jules Eggericx, de architect, vluchtte naar Engeland tijdens WO I en deed inspiratie op in de 'garden-city' Letchworth Garden van stedenbouwkundige Ebenezer Howard. Tesamen met geestesgenoot en architect Louis Van der Swaelmen ging hij hier aan de slag. Er werden in Watermaal-Bosvoorde in deze tuinwijken alles te samen zowat 1600 woningen opgetrokken, naast ook enkele experimentele flatgebouwen.
> Typisch zijn de gevarieerde groenbeplanting, de achterpaadjes, groenten- en bloementuintjes en open ruimten. Eggericx wou met deze tuinwijken het dorp in de stad brengen. Met de bouw van goedkope eengezinswoningen en met aparte woonzones gelegen in een gezonde, groene omgeving met gemeenschapsleven. Een reactie tegen verloedering in vervuilde sloppen- en arbeiderswijken met armtierige nutsvoorzieningen.
> Let onderweg in Le Floréal ook op het appartementsgebouw 'Fer à Cheval' ('hoefijzer') van 35 meter hoog, in de jaren '20 van vorige eeuw beslist een merkwaardigheid. Dit gebouw had naast woonfunctie oorspronkelijk ook een winkelfunctie.
> Beide wijken hebben een beschermd statuut, bewoners mogen zomaar niet alles wijzigen naar persoonlijke smaak.
> Er is ook een museum in de kathedraal waar je de belangrijkste kerkschatten kunt bekijken. De moeite waard zijn ook de mooie glasramen en het kunstig houtsnijwerk van biechtstoelen en preekstoel. Hou er rekening mee dat je tijdens een viering niet zomaar door de kerk kan wandelen.
> De Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal is ook de plek voor de belangrijkste religieuze plechtigheden van het Belgische Koningshuis. Filip en Laurent schreden er naar het altaar met hun deernes, koningen en koninginnen worden er ten grave gedragen en ook het jaarlijks Te Deum vindt hier plaats.
> Eerst de kathedraal bezoeken. Toch wel de moeite waard om er even te vertoeven.

 

 

 

 

 

 

GR 579 Brussel - Luik (161 km)