Overzichtskaart VIP
Startpagina > Wandelen > Voettocht in Pajottenland
29. Vollezele
Onderweg naar de Kongoberg
Mariakapel uit 1666 met zandstenen sokkel, gebouwd door Marten Thienpont en zijn vrouw Marie Drischaert.
In 2005 gerestaureerde Sint-Annakapel in het gehucht Repinge
Museum van het trekpaard, gevestigd in het
19de eeuwse oud-gemeentehuis van Vollezele
Brillant van Vollezele
Stal Haras d'Hauwer, één van de grote trekpaardenfokkerijen van Vollezele (postkaart)
Behalve paarden tref je vandaag nogal wat schapen aan in de Vollezeelse weiden en boomgaarden
Hof Te Put
> Even opletten om niet links het graspad te missen dat de toegangsweg tot een woning vormt maar na de woning als smaller pad gewoon doorloopt. Het loopt verderop achter een paar huizen tot bij een straat. Rechts om zo in het centrum van Vollezele te komen bij de kerk en het Oudstrijdersplein.
> In de wijk Sint-Leonardus gaat het traject van Voettocht in Pajottenland aan het Hof van Lumen (waarvan de muren witgekalkt zijn) dus naar links tot aan een calvariekruis. Rechts hier en verder klimmen tot de VIP rechts een wegje neemt dat snel overgaat in een mooi pad tussen bos en weide.
> Dit prettig wandelstuk leidt naar een kruispuntje bij een bank met daarboven een kruisbeeld. Links en iets verder rechts over een betonnen weg die op de Kongobergstraat uitkomt.
> De weg Ninove -Edingen over om aan de andere kant een straat te nemen. Dadelijk daarna kiest de VIP voor een geasfalteerd paadje. We zijn nu 150 km ver over Voettocht in Pajottenland sinds de start in Sint-Kwintens-Lennik.
> Het wegje wordt na het bos geasfalteerd en loopt door sterk golvend land. De scherpste hellingen zijn bebost, de minder steile hellingen zijn voor weiden. Prachtig Pajots landschap.
> Het wegje draait naar de eerste woningen van Vollezele toe. Aan een kruispunt in de wijk Hul rechts, rechtdoor bij een oude kapel en de volgende straat rechts.
> We houden de kerk aan onze linkerkant en komen langs het trekpaardenmuseum. Met de kop naar het museum van het Belgisch trekpaard staat het standbeeld van Brillant van Vollezele.
> Een eind verder komt de VIP zo op de weg tussen Galmaarden en Kester. Even links hier. Er volgen enkele snelle padwissels waar de markeringstekens en de gids van de VIP je probleemloos doorheen loodsen. Zo kom je bij een wat afgelegen taverne: Café 't Rozenhof, met bijhorend duivenlokaal. De VIP gaat aan dat kruispunt met kapel gewoon rechtdoor.
> Op een volgend kruispunt met (jawel) een kapel, volgt de VIP verder rechtdoor om pas 10 minuten later rechts af te slaan over een baantje dat voor de 2de maal de weg tussen Galmaarden en Kester bereikt. We wandelen ondertussen al een tijdje niet meer in Vollezele maar in Oetingen.
> Kort daarna volgt nogmaals een reeks van snelle padwissels, waarbij we ook de Schiebeek oversteken. Er volgt eindelijk nog eens een lekker lang stuk onverharde veldweg. Dit pad kan er bij regenweer nogal overstroomd bij liggen, het was wat slalommen tussen diepe plassen.
> Na een intermezzo van beton en asfalt volgt nog een strook onverhard: Een graspad dat langs een mooie rij door wind gevormde knotwilgen loopt. Het doel is de antennemast rechtsvoor, die al een tijdje de horizon domineert. Antennes staan immers hoog geplaatst en in een landschap waar angstvallig wordt gewaakt om hoogbouw te vermijden vallen ze dus net iets meer op.
> We zijn ondertussen weer op het grondgebied van de gemeente Herne gekomen, meerbepaald van het dorp Herfelingen.
> Verderop lopen we onder een mooie eik door en kruisen we een beekje. We stijgen kort naar open veld. Het pad loopt over een asfaltwegje verder langs hoeve 'Hof te Put' om kort daarna weer over een geasfalteerd paadje te lopen langs een afspanning tussen velden.
> We zijn in een uithoek van het dorp Vollezele, het gehucht Repinge. Rechts hier. Naar de Kongoberg toe heb je links een schitterend uitzicht over de vlakten, heuvels en dorpen in de Dendervallei. Bij helder weer kun je aan de andere zijde de koepel van het Brusselse justitiepaleis waarnemen. Op het volgende kruispunt (bushalte) rechtdoor over een heuvelwegje door Het Robijnbos, een beukenbos op de Kongoberg.
Kongoberg
> Voor de naamsverklaring van Kongoberg moeten we weer naar de geschiedenis van fossemannen, die in de 19de en 20ste eeuw uit de Zuidpajotse dorpen in de Borinage steenkool gingen delven. In de buurt van de berg waren enkele schamele lemen huizen gelegen waarvan de bewoners vooral mijnwerkers waren die elke dag naar de mijnen van de Borinage pendelden met de trein. Op hun terugweg naar huis zagen ze er zwart en vuil uit van het mijnstof, waardoor ze al spottend door voorbijgangers 'die van de Kongo werden genoemd'.
> Typisch volksetymologie zo'n uitleg en ook dit keer is er ruimte voor discussie. Misschien werd de vergelijking gemaakt tussen hutten van de Congolezen en de nogal povere lemen huisjes op deze wat afgelegen berg.
> Een aantal schrandere herenboeren besefte de waardevolle rol voor de economie in die tijd (landbouw, spoorwegenaanleg, mijnbouw,...) van een sterk paardenras. Ze kochten de beste veulens uit stallen met een goede bloedlijn en kruisten deze, wat uiteindelijk de Brabander als resultaat had, officieel bekend als het Belgische trekpaard. Het Belgische trekpaard is het resultaat van kruising tussen het Vlaamse paard, het Ardense paard en de Brabander, echt 'made in Belgium' dus.
> In het dorp Grimminge (gelegen tussen Geraardsbergen en Ninove) werd op de hoeve Steenhaut in 1863 het stevige veulen 'Prins' geboren. De hengst zou later worden verkocht, waarbij zijn naam veranderde in Orange I. Het is dit paard dat vandaag trots op het markplein van Sint-Kwintens-Lennik staat opgesteld, bij de start van de Voettocht in Pajottenland. Orange I wordt gezien als de stamvader van het Belgische paardenras.
Mijnwerkersbuste
> Rechts van de kerkingang staat naast de schandpaal nog een mijnwerkersstandbeeld. Deze prachtig gebeeldhouwde mijnwerkersbuste werd hier geplaatst op initiatief van vzw De Mijnwerker in 1999. Het is een erg expressief beeld, gemaakt door beeldhouwer Hendrik Muylaert uit Erpe-Mere. In het gezicht van de mijnwerker lees je de verwoestende hardheid van het mijnwerkersleven: Een uitgeteerd gezicht en holle ogen.
> Eind 19de, begin 20ste eeuw werden er jaarlijks meer dan 20.000 Belgische trekpaarden verkocht en getransporteerd naar het buitenland. Ook hier bleef het trekpaard nog lang een onmisbare kracht in de landbouw. Als na 1950 de tractor het trekpaard volledig overbodig maakt, gaat het zeer snel bergaf met de trekpaardenpopulatie: Van 200.000 in 1950 naar amper 6.000 in 1980! Er zijn er nu weer een paar duizend meer omdat paardenliefhebbers ze weer kweken voor de mensport.
> Vollezele en zijn stallen waren in de bloeiperiode van de trekpaardenkweek erg bekend (daarvoor had Brillant gezorgd), hoewel de kweek en verkoop van Belgische trekpaarden zich al snel over heel Brabant en verder verspreidde. Niet verwonderlijk dus dat je ook trekpaardenstandbeelden vindt op andere plaatsen, zoals Vilvoorde (beelden van kunstenaar Rik Poot), Grimminge (Orange I, standbeeld uit 2008 en er komt een museum) en ook in Steenhuffel pakt brouwerij Palm graag uit met het trekpaard, 'Waar brabants trots op is'.
> Het museum in Vollezele, dat tegenover het standbeeld ligt in het voormalige gemeentehuis van Vollezele, werd geopend in 2000. Het is het levenswerk van Philippe van Dixhoorn. Hij maakte zelf Vollezele nog mee toen het een populair fokcentrum was en bracht een massa foto's en attributen voor het museum samen. Dit is het soort museum dat echt leuk wordt als je de conservator, van Dixhoorn zelf, aan het woord kan horen. Helaas overleed hij op 12 juli 2008 op 80-jarige leeftijd. Het museum heeft geen regelmatige openingsuren en is enkel op afspraak te bezoeken (voor groepen en ook kleinere groepen individuele bezoekers).
Vollezele & het Belgische trekpaard
> Eind 19de eeuw verwierf het Belgische trekpaard een internationale faam. Zo'n faam dat de export van duizenden trekpaarden naar zowat de hele wereld één van de belangrijkste exportprodukten van België was tot de Eerste Wereldoorlog.
Schandpaal
> Eén van de nog bewaarde schandpalen in Brabant. Gedeeltelijk uit de 18de (of 16de?) eeuw, toen feodale heren van Arenberg uit het Land van Edingen nog de rechtelijke macht uitoefenden. Aan zo'n paal werd iemand vastgemaakt om hem publiek te schande te zetten voor de dorpsbevolking. Deze middeleeuwse praktijk van bestraffing duurde nog tot begin 19de eeuw en werd bij wet pas afgeschaft in 1854. De arduinen schandpaal werd in 1970 bij wegenwerken terugggevonden en in 1980 naar hier verplaatst op een nieuw voetstuk.
> Brillant was een zoon van Orange I en kaapte op internationale paardenmarkten nogal wat prijzen weg. Deze hengst kwam uit één van de 4 fokstallen van Belgische trekpaarden die Vollezele en omgeving faam bezorgden tot ver over de Belgische grenzen. Brillant zorgde voor ontelbare nakomelingen.
Vollezele Sint-Pauluskerk
> Net zoals de kerken van Bever en Galmaarden, die we eerder langs de VIP passeerden, is ook de kerk van Vollezele gebouwd in classicistische stijl (eind 18de eeuw) en werd vooral baksteen gebruikt. Afwerking van ondermeer vensterlijsten, hoekstenen en portaal gebeurde met hardere natuursteen, zoals ijzerzandsteen. Wat de kerk van Vollezele zo herkenbaar maakt in het landschap is de wat aparte vorm van het dak. Dit gebouw verving vanaf 1779 een oudere kerk die wellicht uit de 14de eeuw dateerde. De meeste onderdelen van het interieur dateren uit de 17de en 18de eeuw, waarbij ondermeer de mooie houten preekstoel opvalt. Binnenin ook een aangekleed Mariabeeld maar de kerk had geen aantrek voor bedevaarders.
VIP
205 km