Startpagina > Wandelen > GR57 Ourthe + Sentier du Nord
< Lassus, kasteel (privé)
> Tijdens deze tocht kom je in een gebied waar de Ourthe misschien wel door de meest wilde omgeving gaat, in de buurt van gehuchten Sy en Verlaine. Naar het einde van de etappe komt GR57 door één van de best bekende dorpen van de Ardennen, Durbuy. Onderweg zijn er talloze mogelijkheden om de route even te verlaten voor interessante zijpaden of bezoeken, zoals de burchtruïne van Logne of het stadje Durbuy.
> Ook deze etappe is vlot met openbaar vervoer gelinkt. Treinstations in Hamoir, Sy, Bomal en Barvaux. Horeca in Hamoir, Sy, Logne, Vieuxville, Bomal, Durbuy en Barvaux. Winkels in Hamoir, Bomal, Durbuy en Barvaux. Campings in Hamoir, Sy, Bomal en Barvaux. Verscheidene andere overnachtingsmogelijkheden. Dit is een erg toeristisch stukje Ardennen.
> Sinds 2008 is de route vanuit Hamoir iets verlegd. Je loopt niet langer omhoog naar de Belvédère de Guai maar blijft in de vallei van de Ourthe, GR 57 loopt tussen Hamoir en Vieuxville samen met GR 575/576.
We hebben in het verslag hieronder ook wat geknipt: De verhalen over het herderskruis en het Croix du Curé zijn niet langer opgenomen omdat ze niet rechtstreeks langs de route liggen. We pikken deze verhalen later op in een verslag over het Wandelpad van Ourthe en Néblon dat op Trekkings.be zal verschijnen.
Onderweg naar Juzaine
Barchon - Angleur / Angleur - Hamoir / Hamoir - Barvaux / Barvaux - Hotton / Hotton - La Roche-en-Ardenne / La Roche-en-Ardenne - Engreux / Engreux - Gouvy / Gouvy - Troisvierges / Troisvierges - Goebelsmühle / Goebelsmühle - Diekirch
> We vervoegen bij de Ourthebrug van Hamoir ook GR575/576 en steken de brug over naar de oostelijke oever.
> GR 57 en 576 nemen aan de overzijde van de Ourthe na 180 meter de derde weg rechts (Rue de Lassus). Sinds 2008 klimt het traject niet meer naar het uitzichtpunt 'Guai', maar blijf je door de vallei wandelen.
Falize
Kasteel van Durbuy
Spaans huis of 'graanhalle'
162 trappen neemt GR 57 op de Thier des béguines om hogerop een uitzichtpunt boven Durbuy te bereiken
Hamoir
Hamoir
> Waar het riviertje Néblon in de Ourthe vloeit, ligt Hamoir. Hoewel de eerste geschreven bronnen over Hamoir uit de 9de eeuw dateren en de nederzetting wellicht nog veel ouder is, was Hamoir nooit een belangrijke woonkern. Dat ondanks het feit dat er van oudsher een brug lag over de Ourthe die het oude hertogdom Limburg verbond met de Condroz. Het zwaartepunt van de kerkelijke en juridische macht lag eeuwenlang in het dorpje Xhignesse (op 2,5 km), waar we op het einde van de vorige etappe passeerden. Pas eind 18de eeuw begon Hamoir echt te groeien. De aanleg van de spoorlijn en verbetering van de toegangswegen in de Ourthevallei in de 19de eeuw lokte handel, nijverheid en fabrieken. Het belang van Xhignesse deemsterde helemaal weg.
> Op enkele omgevormde oude boerderijen en woningen aan de Ourthekade na zie je dus eigenlijk niet veel oude gebouwen in Hamoir. Het leukste in Hamoir-centrum als bezoeker, is gewoon wat flaneren over de mooie paden langs de Ourthe-oever...
> We blijven dus in de vallei en volgen het asfaltwegje verder. Langs buitenverblijven, waarbij we privéwegen negeren, neemt deze weg een draai langs een vijvertje tot in het gehucht Lassus.
Hamoir, belvédère de Guai
Lassus
> Het kasteel van Lassus was lange tijd de privé-woonst van de burgemeesters van Hamoir. Het huidige, vrij indrukwekkende kasteel, werd gebouwd in de 17de eeuw maar werd sterk gemoderniseerd begin 20ste eeuw. Het is privé-bezit en niet te bezoeken. De kapel, waar je wel naartoe kan wandelen, is 17de eeuws en mooi gerestaureerd.
Belvédère 'Arthur Petit' of 'Rocher des Quatre Guets'
> Traditioneel liep GR 57 altijd langs het Belvédère de Guai. Dat was al zo sinds de jaren '30 van de 20ste eeuw, toen hier een open kijkhut werd gebouwd door Touring Club. Dit soort belvédères behoorde tot de hoogtepunten in de vroegste periode van het Ourthepad. Velen van die Touring Club-belvédères bestaan nog vandaag, onderweg naar Diekirch zullen we er nog verscheidene passeren. Hier in Hamoir werd in de jaren '50 deze belvédère ook opgedragen aan de dynamische lokale voorzitter van Touring Club, Arthur Petit. Die man stond ook aan de wieg van het Sentier du Condroz, nu bekend als GR 575/576 en gerealiseerd midden in de Tweede Wereldoorlog. Waarom GR 57 hier na 75 jaar niet meer passeert, is wat onduidelijk. Wellicht
omdat de omgeving overgroeid is geraakt en er eigenlijk geen uitzicht meer is... Het is niet onmogelijk dat GR 57 later terug zal worden verlegd naar dit uitzichtpunt, temeer daar er op 200 meter nog een ander uitzichtpunt is en dat er in de bossen enkele kruisen staan waaraan merkwaardige verhalen aan vast hangen. Nog in de wijde omgeving rond het belvédère ontdekten we vrij unieke plantensoorten, we zijn hier dan ook in een uitloper van de kalkrijke Calestienne.
> Aan een boerderij verlaat je het asfaltwegje en loop je via een hekje rechtdoor over een servitude in een weide. In de bossen boven de Ourthe staat het merkwaardige kruis 'Croix du Curé' maar ook daar komen we niet langs.
Te Hamoir-Lassus een servitude op
> Door een strookje bos kom je vlakbij de Ourthe waar je verder langs de oever loopt over een mooi pad. Langs steile rotsen en een pad tussen weiden en de beboste rivieroever kom je aan een volgende rotspartij, Rocher de la Vierge.
Inktvlekkenzwam op esdoorn
Oeverpad langs de Ourthe
> Langs alle kanten is op deze rotsen behaking aangebracht door klimclubs. Door een verstrengde wetgeving mag je hier tegenwoordig niet zomaar klimmen. In een nis is tegen de rots een Mariabeeld aangebracht. Verder is er een rustbank. Bij de spoorwegbrug links om langs de spoorlijn, een caravanpark en een klein kerkhof het dorpje Sy te bereiken.
Richard Heinz
> Onderweg kwamen we ook langs het monumentje voor landschapsschilder Richard Heintz (1871 - 1929). De schilderstijl van Heintz wordt wel eens vergeleken met die van Van Gogh. Zijn inspiratie vond hij in Italië maar vooral ook in de Ardennen. Sy was zijn geliefde plek. Hij leefde er vele jaren en stierf er ook in 1929.
Rocher de la Vierge
> In het kleine Sy draait vandaag alles rond toerisme, je vindt er behalve een treinstation enkele hotels, cafés en restaurants maar geen winkels. Het intieme plaatsje waar het rustig is dankzij het ontbreken van doorgaand autoverkeer, is nogal gekoloniseerd door Nederlanders. Dat komt omdat de Nederlandse bergsportvereniging er sinds 1983 een gîte heeft, de Tukhut. Zelf noemen ze het graag een berghut.
> We wandelen eigenlijk in Sy niet tot bij de Ourthe maar net voor de kerk van Sy nemen GR's 57 en 575/576 links een paadje dat in zigzags sterk stijgt naar de plateaurand boven de Ourthe.
Monument Richard Heintz
Eén van de uitzichtpunten langs GR 57 tussen Sy en Logne
> Het volgende half uur zal ons pad deze hellingrand en de brede meander volgen die de Ourthe hier maakt . Het is een schitterend stukje GR 57. De mist en de herfstkleuren maken het allemaal nog meer dramatisch. Door die mist moet ik wel de doorkijkjes op de Ourthe missen. De foto hierboven is dan ook van een vroegere passage hier over GR 57.
> Maar zelfs in de mist is het prachtig allemaal. s' Zomers is dit een populair wandelpad. In de lente zie je hier misschien wel zeldzame planten groeien, zoals de bergnachtorchis, terwijl in de herst het loofbos in felle tinten kleurt.
> Het pad loopt in een grote bocht op de rand van de hoge valleiwand rond de beboste Ourthemeander. Eigenlijk is het ook een recreatief pad met een lange geschiedenis. Het werd in de jaren '30 van vorige eeuw uitgebouwd door Touring Club België. Een paar metalen bankjes langs het pad herinneren nog aan die tijd.
> Op het einde daal je vrij bruusk weer in de vallei van de Ourthe te Logne. Eigenlijk kom je terecht bij een zijriviertje van de Ourthe: de Lembrée.
Burchtruïne van Logne
> Ooit torende hier hoog boven de Ourthe op een dominerende plek de machtige burcht van Logne. De abdij van Stavelot liet eeuwenlang haar gezag gelden in het graafschap Logne, waarbij men nogal eens in conflict kwam met de erfvijand, de prinsen van Luik. Later kwam het domein in handen van de machtige maar beruchte familie de la Marck. In 1521 ging het er zo gewelddadig aan toe bij een confrontatie met de aanvallende troepen van Karel V, dat het hele burchtgarnizoen werd uitgemoord. Het einde ook van de burcht, die grotendeels werd ontmanteld. De burchtresten dienden als steengroeve voor de dorpsbewoners in de Ourthevallei om er hun huizen mee te bouwen.
> Sinds eind 19 de eeuw startten stabiliseringswerken om wat is overgebleven te beschermen. De burcht en het domein zijn vandaag eigendom van de provincie Luik en worden beheerd door een vzw. Een betalend bezoek aan de hoog gelegen ruïnes is mogelijk. Aan de voet van de burcht werden de domeingronden uitgebouwd tot het recreatiegebied Domaine de Palogne (oa kayak, verhuur van MTB, valkenshow, etc...)
St-Rahi
> Het kapelletje werd opgericht midden tijdens WO I, in 1915, ter bescherming van de soldaten en de koning. De omgeving ademt echter een veel oudere geschiedenis uit. Ooit moet hier, in de eerste helft van de 12de eeuw in de onmiddellijke omgeving een pelgrimsoord zijn gegroeid, Rahirmont, toegewijd aan een zekere Sint-Rahier. Wie die man was die hier werd vereerd, is tot vandaag een raadsel. Het bestaan van een gelijknamig dorp op 20 km, Rahier, versterkt de hypothese van een zekere lokale cultus rond de man. Allerlei vreemde muntstukken die werden gevonden in de omgeving wijzen er ook op dat er hier soms handelsmarkten plaats vonden. Het dorp Rahirmont is echter verdwenen (16de eeuw?), vermoedelijk door een epidemie.
Grot 'Coléoptère'
> Archeologisch onderzoek in de 19de en 20ste eeuw bracht voorwerpen zoals werktuigen en sierraden aan het licht die naar schatting tussen 20.000 en 10.000 jaar oud zijn. Honderden voorhistorische voorwerpen werden aangetroffen. Meestal silex maar ook primitieve harpoenen en objecten in been. Meest interessant en uniek was de vondst van een gepolijst sierraad uit mammoetivoor, in de vorm van een kever. Daaraan dankt de grot vandaag haar naam. 'Coléoptère' is immers Frans voor 'kever'. De grot is zowat 110 meter diep maar op speleologisch vlak is ze ook weer niet zo bijzonder.
Anticlinaal van Durbuy
> De Falizerots van Durbuy is één van de allermooiste voorbeelden van een anticline: Door druk vervormde sedementlagen die zijn opgestuwd tot A-vorm, zodat de oudste lagen centraal liggen. Ook één van de belangrijkste grondleggers van Europese geologie, de Waal J.B. d'Omalius Halloy, besteedde er al aandacht aan in 1807 en maakte er een eenvoudige schets van (afbeelding rechts). Sindsdien wordt de anticlinaal van Durbuy ook wel de 'Anticlinaal van Omalius' genoemd. De rots werd vroeger ook 'La Falaie' of 'Roche aux Corneilles' (= Kraaienrots) genoemd. Durbuy is overigens erg interessant gelegen qua geologie. In de omgeving komen Condroz, Ardennen en Fagne-Famenne met de Calestienne allemaal te samen.
Durbuy
> 'Durbuy, het kleinste stadje ter wereld': Eén van de meest succesvolle toeristische slogans van de voorbije 100 jaar, waardoor Durbuy een erg populaire toeristische trekpleister werd. Nog steeds wordt de slogan gebruikt en staat Durbuy er voor bekend... En toch is het al even lang een fabeltje. Durbuy heeft helemaal niet die titel, sinds 1977 is het zelfs in België niet meer de kleinste stad. Met de gemeentefusies kreeg Durbuy er immers het grotere Barvaux bij en nog een hele rist dorpen. Vandaag is het kleinste stadje van België het Westvlaamse Mesen, dat omwille van zijn faciliteitenstatuut niet gefuseerd werd maar wel zijn stadstitel terug kreeg na bijna 200 jaar.
> Als je door Durbuy wandelt, valt het op dat je enerzijds een geconcentreerde huizenbouw hebt met smalle straatjes en dan weer brede passages met parkings, parkaanplanting en geasfalteerde pleinen. Het is eenvoudig te verklaren als je weet dat de Ourthe in een meander rond het ministadje liep. Durbuy werd eigenlijk op een schiereiland gebouwd, waarvan de toegang werd gedomineerd door een burcht. Het water aan de voet van de anticlinaal is daarvan nog een overblijfsel. Je kan vandaar de lijn mooi doortrekken in een halve ronde langs de rotsen. De Ourthe werd rond 1725 doorgestoken, de oude loop werd later dicht gegooid en ook de stadsomwalling verdween grotendeels.
> Waar nu het kasteel van Durbuy staat werd wellicht al in de 11de eeuw een burcht opgetrokken, ter verdediging van de noordelijke Luxemburgse grens. Daarrond ontwikkelde zich dan het stadje. Het uitzicht van het huidige kasteel is eigenlijk puur neoromantiek, grotendeels uit eind 19de eeuw daterend. Het is in het bezit van de adellijke familie d'Ursel en vreemd genoeg is het niet te bezoeken.
> De kerk is 17de-18de eeuws.
> Onderweg naar het centrale plein kom je over GR 57 langs een prachtig hoog huis, gedeeltelijk gebouwd in vakwerk. Dit is de zogenaamde 'Oude Korenhalle'. Boeren kwamen er in de middeleeuwen hun tiende opbrengsten inleveren maar het gebouw was echt multifunctioneel: Er werden overdekte markten gehouden en in een deel zetelde ook de stadsraad of werd er recht gesproken tot eind 18de eeuw. Het gebouw was waarschijnlijk vroeger ook nog veel langer dan het nu is. Mogelijk stond hier al een gebouw in de 14de eeuw, het huidige gaat terug tot de 16de eeuw.
> Durbuy is aangenaam om gewoon wat rond te flaneren door de oude stadstraatjes, hoewel het op sommige vakantiedagen wat onaangenaam druk kan zijn en braadlucht evenals kitsch dan nogal prominent aanwezig zijn.
Prent van J.L. Huens uit de Historia-reeks 's Lands Glorie van de jaren '50. Evrard de la Marck
(bijgenaamd 'het zwijn van de Ardennen') wordt afgebeeld met het kasteel van Logne op de achtergrond.
> Even op de weg Izier - Bomal naar rechts. Een stukje bos, helaas wat verkwanseld door verkavelingskanker. Je komt langs 2 oude linden (en eveneens 2 rustbanken). 80 meter verder neemt GR 57 een onopvallend pad naar links (maar wel goed gemarkeerd). Voor je dat pad neemt kan je echter nog 250 meter doorwandelen over de grindweg tot bij de schuilhut van een belvédère. Vandaar heb je een uitzicht over de vallei van de Aisne met Juzaine en Bomal.
> Het prettige, slingerende bospaadje door bos van beuk en vooral eik, gaat na een tijd sneller dalen om uiteindelijk in enkele zigzags uit te komen bij de grot van Coléoptère. Een prima plek om op een hete dag even in te lopen. Het is er verrassend koel!
> Kort bij de grot van Coléoptère wandelen we dalend verder naar de vallei waar de Aisne stroomt, langs enkele huizen. De brug over de Aisne steek je niet over. Wil je snel in Bomal zijn dan kan hier afsnijden door de grote weg naar Bomal te volgen over 1 km.
> GR 57 gaat echter naar links deze verkeersweg (Rue des Ardennes) op door Juzaine. Helaas volgen we hem een tijdje. Voorbij een restaurant-taverne en langs een vervallen kapel. Daarna het eerste wegje rechts, een steenslagweg die snel versmalt bij een eerder lelijke Sint-Barbarakapel tot een pad dat naar een passerelle over de Aisne leidt. Aan de overzijde van de rivier verbreedt het pad weer na 100 meter tot een brede bosweg die venijnig steil omhoog gaat lopen.
> Bij de rand van het landbouwplateau rechts en als je op de afsluiting van een weide botst, weer naar rechts, over een smaller pad dat verder stijgt voorbij een natuurgebied van Natagora, tot net voor de col van een crête. Links langs een oude beuk om hier krak op de crête te lopen en deze een tijd te volgen.
> Een mooi pad op die crête, langs enkele meerstammige beuken en over een brede bosopening voor een hoogspanningslijn. Kort daarna zien we in de verte Barvaux (+ lelijke caravans). Dit gebied werd in 2011, na de kap van vele dennen, heringericht als 'pelouse calcaire' (kalkgrasland). Het herstel neemt wellicht wat jaren in beslag, benieuwd naar wat hier de volgende jaren allemaal gaat groeien. Op dit punt draaien we langs de bosrand naar rechts om de lange daling aan te vangen naar Bomal.
> De loop van het pad ligt voor de hand. Verderop komen we op steenslag en even later op asfalt. Langs een grote, groene hangar en daarna komen we langs paviljoenen van enkele scholen tot bij de hoofdweg door Bomal.
> Bomal heeft eigenlijk weinig interessants te bieden. Net zoals Barvaux, waar we over 10 kilometer passeren, komt de passage langs dit dorp enkel van pas als je een winkel of transport nodig hebt. Als je op de hoofdweg komt, heb je op zowat 150 meter rechts een Spar maar we gaan links op die weg, richting Ourthebrug en treinstation van Bomal. Helaas lopen we nog even verder rechtdoor over de verkeersweg zonder voetpad (Rue de Tohogne).
> Pas 600 meter na het station van Bomal verlaten we deze verkeersweg door rechts een onverharde weg te nemen. Waar deze bosweg scherp naar rechts afbuigt, vervolgen we rechtdoor over een smaller pad. Dat gaat al snel over in een diepe holle weg. Langs een waterpompstation over een smal pad dat met prikkeldraad is begrensd.
> Nog hogerop lopen we tussen de afspanningen van weiden over een graspaadje dat wat vervelend diep is ingesneden. Opletten hier om de draad niet te raken. Zo worden we naar links geleid en dan weer naar rechts. Kijk onderweg even achterom voor het weidse zicht. We gaan op een eenzaam gelegen boom af, wandelen er niet vlak langs maar vervolgen rechtdoor langs de rand van een weide om kort daarna het hoogste punt te bereiken. Op een steenslagweg in dezelfde richting tot in een bocht van de verkeersweg Barvaux - Tohogne. Oversteken om te vervolgen over een oude, dalende steenslagweg.
> Zo komen we vlot in een nogal natte vallei. Via een voetgangerssluisje lopen we door een weide naar het laagste punt om daar een nogal modderige plek over te steken en te vervolgen over een smal, stijgend bospaadje. Een wild paadje, lopend door struikgewas en uiteindelijk arriverend op een T-kruising met een iets breder pad. Links daar, langs veel afwisselend struweel, mogelijk in de lente met interessante plantengroei.
> Het dorpje Warre komt in zicht. Volg in het dorp goed de GR-tekens, want er wordt nogal van weg gewisseld. In dit dorpje zijn de meeste huizen opgetrokken in de lokale kalksteen, wat een vrij harmonieus geheel als resultaat heeft.
> Bij het einde van Warre lopen we weer over een onverharde ondergrond. Voorbij een rustbank zetten we al snel de geleidelijke afdaling naar Durbuy in. Langs de kapel van Notre Dame de Cherra komen we op de verkeersweg door de vallei van de Ourthe. We volgen hem 200 meter naar links om dan de laan links te volgen die langs de Ourthe-oever naar het centrum van Durbuy loopt.
> Aan onze linkerzijde een zicht op de beroemde Falizerots van Durbuy en voor ons ligt het kasteel van Durbuy. De Ourthebrug over, langs de kerk en enkele mooie oude huizen tot bij het lagergelegen plein van Durbuy, het toeristische hart van Durbuy met een oplijning van brasseries, restaurants en de toeristische dienst.
> GR 57 draait in wijzerzin over het plein langs 2 oude bomen en neemt dan links een wegje dat naar een trappenpad loopt. We klimmen de 'Thier des Béguines' op tot bij een klein balkonplateau, waar je de gelegenheid hebt om even uit te blazen boven Durbuy. Nog iets hoger, op een asfaltwegje, laten we rechts de (betalende) uitzichttoren liggen om links de weg op te lopen.
> Steeds rechtdoor tot we ter hoogte van een GSM-antenne rechts gaan. Deze steenslagweg maakte al deel uit van het eerste Pad van de Ourthe uit de jaren '30. De rustige weg houdt hoogte of stijgt nog licht door en bereikt op het hoogste punt een asfaltweg. Rechtdoor en al snel krijgen we een zicht over Barvaux. Een vlotte daling volgt. Eigenlijk steeds maar rechtdoor en maar blijven dalen tot in het centrum van Barvaux.
> Update december 2013: Er zijn momenteel problemen te Durbuy. Het trappenpad 'Thier des béguines', waarover je Durbuy uitklimt, zou momenteel afgesloten zijn door een bouwwerf onderaan bij het plein. SGR stelt wel een alternatief voor maar het is vrij ingewikkeld. De alternatieve route takt al af bij de kerk van Durbuy en sluit weer aan boven op het plateau. Info.
Bessen van maretak in november
Een erg zeldzame orchidee met de naam 'wit bosvogeltje'.
Onderweg naar Warre
Kapel Lassus >
De Ourthe te Bomal
Wild stuk Ourthevallei nabij Sy
> GR57 loopt door het gehucht Logne en langs de toegangsweg naar de ruïnes van het kasteel van Logne. De ruïnes zijn tijdens de vakantiemaanden te bezoeken tegen betaling, ook tijdens weekends van april tot oktober. Verderop loopt GR 57 omhoog naar de weg N86 en stijgt verder door naar de bosrand. Daarna een weide ongeveer diagonaal oversteken om dan via een voetgangerssluis rechts te draaien op een veldweg. Langs de kapel van St Rahi (rustbank).
Kalkgrasland boven Bomal
GR 57 steekt de Aisne over te Juzaine
Tussen Bomal en Warre
Durbuy, gezien vanaf GR 57
> Barvaux heeft net zoals Bomal weinig te bieden maar is handig als je shopping nodig hebt. Om het treinstation te bereiken moet je GR 57 nog enkele honderden meters verder volgen vanuit het centrum.
Coléoptère
Kapel St Rahi
Onderweg naar Barvaux
Oud uitzichtpunt TCB boven de Aisnevallei
GR 57 Ourthe / Sentier du Nord

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barchon - Diekirch (279 km)