Startpagina > Wandelen > Gaume Buissonnière
> Een volgende stap, 50 jaren later na de eigendomshertekening, was de creatie van het Natuurpark Haute Sûre en Forêt d'Anlier. De eerste taak bij het ontstaan van dit park was de inwoners van de betrokken gemeenten overtuigen dat het hier niet gaat over een natuurreservaat met strikte regels, maar over een natuurpark met aparte objectieven. Jammer genoeg durft men niet nog verder gaan: om het Forêt d'Anlier een statuut van Nationaal Park te geven is wellicht de druk van de jachtlobby te groot.
> De streek waarover het gaat bestaat uit het volledige territorium van 6 gemeenten: Léglise, Habay, Martelange, Bastogne, Vaux-sur-Sûre en Fauvillers. Het woud van Anlier ligt daarbij zowat centraal, maar tot het park hoort bvb ook het landbouwplateau tussen Libramont en Bastogne of de Sûrevallei. Met 70.000 ha veel meer dus dan enkel het 20.000 ha grote woud van Anlier, Rulles, enz. De creatie van dit natuurpark is in feit de verwezenlijking van een oude droom geformuleerd door de Groupement Ardennes-Eifel (dezelfde vereniging die de stimulans gaf voor de creatie van het Ardennen-Eifelpad dat in de loop van jaren '00 de GR 151 is geworden).
> Hoofddoel van het Natuurpark is een nauw samenwerkingsverband creëren tussen de betrokken gemeenten over de bescherming van landschapselementen en het bundelen van krachten en ideeën bij de promotie, bescherming en doordachte uitbouw van de streek in overleg met de betrokken burgers. (Bvb ontwikkeling van zachte recreatie (waaronder wandelroutes), promotie streekprodukten, overkoepeling van georganiseerde jacht op groot wild, schoolprojecten en voorlichting, bescherming van natuur enz... Samenwerking met het Parc de la Haute Sûre aan Luxemburgse kant maakt ook Europees geld vrij voor de financiering van sommige projecten. Meer informatie in 'La Maison du Parc Naturel' te Martelange (G.B. passeert er).
De Gaume Buissonnière loopt tussen Martelange en Habay-la-Neuve door het uitgestrekte woud van Anlier, daarbij het belangrijkste afwaterend beekje Rulles volgend.
> Er is een treinstation op 1,5 km van La Gaume Buissonnière, bij Habay-la-Vieille (lijn Namen - Marbehan - Aarlen). Reizen kan ook via het station van Marbehan vanwaar bussen aansluiten op Habay en sporadisch Etalle. Een interessante busverbinding vanuit Martelange is expressbus 1011 die vanuit Luik Martelange met Aubange verbindt via het treinstation van Aarlen. Lokaal rijden er bussen tussen Martelange en Habay-la-Neuve
> Een camping is er te Wisembach en niet veel verder te Radelange, bij de start van deze etappe. Contacteer eventueel de toeristische dienst van Habay voor alternatieven.
> Ter compensatie van de vorige etappe met veel asfalt krijgen we vandaag een erg gevarieerde etappe met veel natuur en soms wat wildere paden. Na het vreemde grensdorp Martelange met al zijn (Luxemburgse) tankstations zijn we vertrokken voor een zeer lange doortocht in het Woud van Anlier. Een al even langgerekte afdaling brent ons langs het historische kasteel van Pont d'Oie. Te Habay zitten we weer volop in de Gaume, het landschap wordt weer zachter en slecht licht golvend. Onze etappe eindigt op een oude Romeinse pleisterplaats, Etalle.
Jean Loiseau, uitvinder van de witrode streepjes die vandaag in Europa de GR-paden kleuren had zo zijn eigen gedacht over de goedkope tabak die in Martelange-Rombach (toen al) kon worden gekocht. Het was duidelijke geen attraktie voor de jonge wandelaar, die zijn blik beter weg van Martelange kon richten... (tekening uit Loiseau's wandelgids voor de Ardennen uit 1936)
Oude trambedding Wisembach - Radelange
> Voorbij café L'étoile te Wisembach gaat La Gaume Buissonnière rechts de Sûre over via de verkeersbrug, zoals de Romeinse heerweg Tongeren - Aarlen dat 2000 jaar geleden al deed. Je passeert langs de camping van Wisembach om bij het einde ervan rechts een pad te nemen dat ook wordt gevolg door GR 151. Dit is een oude trambedding.
> De bedding waarover we hier langs de Sûre lopen diende ooit voor tramlijn L 516, een tram waarmee je helemaal via Tenneville en Bastogne van Marche tot Martelange kon sporen. Hier volgt die spoorlijn langere tijd de oever van de Sûre. Met meer dan 81 km lengte werd deze tramlijn de langste die ooit door België liep. Passagiersvervoer, eerst per stoomtram, later met autorail en tramstellen gebeurde tussen 1906 en 1952. Nog enkele jaren was er goederenvervoer, waarna de hele lijn werd gedeclasseerd.
> Aangenaam en schaduwrijk wandelen hier over het oude tramspoor. In een rechte lijn loop je zo richting Radelange. Hier steek je niet de Sûrebrug over naar het dorpscentrum maar neem je bij de brug een stijgend wegje links. Al na 50 meter moet je rechts een amper zichtbaar trappenpad nemen dat 's zomers mogelijk met opgeschoten groen is overgroeid.
> Wellicht is het mooiste moment om hier te wandelen de vroege lente als de brem in bloei staat. Even kort stijgen, waarna de klim meer geleidelijk wordt. Het pad blijft mogelijk sterk overgroeid en is verderop zelfs wat verraderlijk, de scherpe helling rechts is niet altijd even duidelijk zichtbaar. Dit is een oud mijnwerkerspad naar de leisteenmijnen van Martelange. Je komt langs een oude boom en kruist kort voordat het pad een asfaltweg bij de N4 bereikt een hoogspanningslijn.
> Bij een oorlogsmonument kom je dus op een asfaltwegje. We zijn nu op 440 meter hoogte.
Mijnwerkerspad
boven de vallei van de Sûre
> Het oorlogsmonument stond oorspronkelijk aan de andere kant van de N4, wellicht is het naar hier verplaatst bij verbredingwerken aan de N4. Het is bekend als 'le monument français'. Op 17 augustus 1914, vroeg in de morgen, werd hier een Franse patrouille beschoten door de oprukkende Duitse vijand. Georges Martel en Henri Pecchini stierven hier ter plaatse. Het waren de eerste Franse soldaten die sneuvelden op Belgische bodem. De volgende dagen zouden er duizenden Franse soldaten sneuvelen (zie ook bij Rossignol tijdens de vorige etappe en bij Margny tijdens de derde etappe). Voor Georges Martel was het wel een bizar toeval dat hij sneuvelde nabij een dorp waarvan de naam is afgeleid van eenzelfde Martel (Martelange heet in de oorspronkelijke streektaal, het Letzebuergesch, Martelingen, die naam zou afkomstig zijn van 'de zonen of nakomelingen' van ene Martel!). De soldaten werden ter plaatse begraven, hun lichamen werden in 1921 met ceremoniële luister overgebracht naar Frankrijk. Oudstrijders, scholieren en een groot deel van de dorpsbevolking van Martelange begeleidden het konvooi tot aan de gemeentegrens.
Radelange
> Martelange is een vreemd dorp. De N4 loopt hier op de grens tussen Luxemburg en België. Omwille van taxverschillen heeft dat zo zijn gevolgen. Aan Luxemburgse kant van de N4 richting Aarlen zijn minstens 10 tankstations met drank- en sigarettenwinkels. De Belgische kant van de weg is een grijze woongevelrij, zonder winkels. Martelange (eigenlijk Rombach) draait dus op goedkope taxen, hoewel het voordeel flink is verminderd de voorbije jaren.
De ramp van Martelange
> 21 augustus 1967, 12u15: Een tankwagen met 45.000 liter uiterst ontvlambaar propeen komt uit de richting Marche de N4 afgedaald, richting Martelange-centrum. Waren zijn remmen doorgebrand, reed hij veel te snel of moest de tankwagen uitwijken (?), feit is dat hij met volle kracht op een auto is gebotst. De tank ontplofte. De gevolgen waren rampzalig. Het centrum van Martelange werd herschapen in een inferno van kapotte gebouwen. Daken werden gewoon weggeblazen. In de ramp stierven 22 personen, waarvan sommigen door gruwelijke verbranding. Behalve het monumentje aan het busstation merk je niks meer van deze vreselijke geschiedenis. De gebouwen in de buurt van de Sauerbrug waren allemaal verwoest: het Aralstation, de Luxemburgse bank,...
> Mede naar aanleiding van deze ramp in 1967 kwam de invoering van het verplicht vermelden (met borden) van gevaarlijke stoffen op tankwagens. De openstelling van de Autoroute des Ardennes in 1989 moest ook het zwaar verkeer op deze dodenweg terugdringen. Een eenvoudige bloemenruiker aan het monument (uit leisteen/porfier van Martelange en hier geplaatst in 1992 na 25 jaar) is een teken dat de ramp nog niet is vergeten in Martelange.
> Rechts bij het monument om kort daarna rechts te vervolgen over een andere asfaltweg. Nog even verder stijgen en kort nadat de daling is ingezet heb je een mooi zicht over het centrum van Martelange/Rombach. Het pad daalt nu snel naar het centrum van Martelange toe.
> Eens helemaal afgedaald over de Rue de la Hardt in Martelange kom je na de kruising met de verkeersweg Rue de Radelange in een parkje met sportvelden. La Gaume Buissonnière loopt hier rechts naar het sportcomplex en VVV-kantoor. Daarna gaat de route de Sûre over via een wandelbrug, de passerelle des Oiseaux. Deze 140 meter lange wandelbrug met uitkijktoren werd ingehuldigd in 2011. Je steekt eerst het Kuborn-kanaaltje over en vervolgens de Sûre.
> Je bereikt via het Parc de la Tannerie de weg naar Habay. Het commerciële centrum van Martelange-Rombach ligt op een paar honderd meter naar links. La Gaume Buissonnière gaat bij die weg echter naar rechts en zal vanaf nu weer GR-tekens adopteren voor bewegwijzering. De grote doortocht door het Woud van Anlier zal via de witrode tekens van GR 151 gebeuren.
> We beginnen aan een lange stijging uit de vallei van de Sûre naar de bosrand van het Forêt d'Anlier over een stevig stijgend asfaltwegje. Aan een Sinte-Barbarakapelletje verder links omhoog tot je een hoogspanningsmast bereikt. Daar vlakt het pad ook uit.
> Tijdens de tocht door het Woud van Anlier moet je goed op de padmarkering letten, want eens verkeerd gelopen kan het lang zoeken zijn in dit uitgestrekte woud (zelf ondervonden). La Gaume Buissonnière bereikt het hoogste punt als je bij de voormalige heerweg Tongeren - Aarlen komt (picknickbank). Hier verlaat je ook het waterbekken van de Rijn voor dat van de Maas. Over de waterscheidingslijn op zo'n 500 meter hoogte kom je in het afwateringsgebied van beken en rivieren die uiteindelijk via andere rivieren allemaal in de Maas vloeien.
Martelange-Rombach met de N4, rechts daarvan het centrum van Martelange.
Line-up van tankstations te Martelange
Monument voor de slachtoffers te Martelange
Woud van Anlier met venige open plekken
> Winkels in Martelange (oa Delhaize), Habay-la-Neuve (alles) en Etalle (Spar en middenstand). Restaurants in Wisembach, Martelange, Pont d'Oye (redelijk sjiek), Habay-la-Neuve en Etalle. Café's in Wismebach, Martelange, Habay-la-Neuve, Habay-la-Vieille en Etalle.
> Een lang deel van deze etappe gaat door afgelegen gebied zonder bewoning: Martelange - Pont d'Oye (15 km).
Markiezin Louise de Lambertye (1720 -1773) (Geromantizeerde tekening van Auguste Vanderkelen)
> Je komt wat later bij een eerste vijver, l’étang de la Fabrique, verwijzend naar de oude ijzerindustrie die hier eeuwen geleden floreerde. Het pad volgt een tijdje die vijver en bereikt een oud brugje waarop een nog ouder oud kruis uit 1573. De Gaume Buissonnière gaat de brug over en draait rechts (de vijver dus aan je rechterkant houden). Langs beide kanten van het pad zijn ruïnes waar te nemen van de vroeger smederijen.
>Je kan ook langs de rechterkant van de rivier / vijver lopen en zo via het kasteelpark en het graf van Pierre Nothomb naar het kasteel van Pont d’Oye wandelen. Zowel G.B. als GR 151 lopen echter links van de vallei, omdat de kasteelpoort soms gesloten kan zijn.
> In 1937 opende de toeristische dienst van Martelange een soort camping, in feite een weide, op 300 meter van het centrum, waar ook bronwater voorhanden was (foto). Je kon er toen kamperen voor de prijs van 1 franc. Voor de vrije kampeerder stelde Jean Loiseau voor de tent recht te zetten ofwel op een weide kort bij de bron van de Petite Rulle, ofwel bij de samenvloeiing van de 2 Rulles (zijn eerste keuze) of bij de stenen brug halverwege de tocht. Het beschikbare water van beken op die kampeerplekken beschouwde Loiseau als drinkbaar. Op de weiden bij de samenvloeiing van de 2 Rulles zou de wandelaar in 1935 zeker reeën of herten te zien krijgen.
> De afstand van Martelange tot Habay-la Neuve was volgens Cosyn en Loiseau 15,5 km. (Het huidige traject van de G.B. is 1 km langer). Je kon dan in Habay-la-Neuve de trein nemen wat 1,5 km extra betekende. Ook in Martelange kon je toen de trein nemen: Naar Aarlen of over lijn 516 naar Bastogne (zie vorige etappe). Of als je verder wou wandelen had je de keuze. In de buurt van Habay-la-Neuve kon je het 'Sentier de Pont d'Oye' oppikken dat helemaal tot Aarlen liep. Noordelijk kon je in Martelange het 'Sentier de la Haute-Sûre' volgen en zo richting Ettelbrück in het GH Luxemburg wandelen (dat pad bestaat nog steeds!).
De Rulles
Brug over de Rullesvijver met kruis uit 1573
Habay-la-Neuve
> Nog even samenlopend met GR 151, neemt La Gaume Buissonnière ter hoogte van het kasteel van Pont d’Oie een steenslagweg die langs rechts de vallei van de Rulles verder volgt. In de verte ligt de dubbeltoren van de kerk van Habay-la-Neuve, het volgende doel van de 225 km lange tocht. Eerst kom je op een kruispunt bij een grote kapel (picknickbank). Hier gaat de G.B. naar links en verlaat kort daarop de markeringen van GR 151. Vanaf nu volg je weer de eigen witblauwe G.B.-tekens.
> Links zie je het kasteel 'Le Châtelet', nog een bewijs van de rijkdom die de ijzernijverheid hier bracht tot 1850. Het kasteel is nu het gemeentehuis van Habay. De bordjes van La Gaume Buissonnière zijn rechts gericht als je een grotere verkeersweg bereikt. Zo loop je recht naar het centrum van Habay-la-Neuve.
> Aangekomen in het centrum op een plein met wat bomen wandel je verder in westelijk richting (Rue de Boulogne). Eerst even een Leffe gedronken in een café. De weg daalt naar de N40 die je oversteekt en links kort volgt om dadelijk een klein asfaltwegje te nemen. We zijn hier kort bij de oude ijzerfabrieken van Bologne waar enkel nog vijvers en een molen zijn van overgebleven. De vijvers worden gevoed door de Ruisseau d'Arlune. Afwaterend noordelijk uit het Forêt d'Anlier vloeit deze beek hier in de Rulles. Hoewel dit wegje geasfalteerd is is het biezonder prettig wandelen hier.
> Na de ijzernijverheid van La Fabrique, Pont d'Oye, Le Châtelet en Bologne passeren we nog een 5de site: La Trapperie. Hier worden de vijvers gevormd door de beek Ruisseau d'Anlier net voor ze de Rulles bereikt. De naam is afgeleid van de vroegere eigenaar, baron de Trappé. Het domein is nu eigendom van Prins de Mérode.
La Trapperie
Habay-la-Vieille
> Langs de Rulles vond eeuwenlang ijzernijverheid plaats. Vanaf de 15de eeuw werden op diverse plaatsen aan deze rivier smederijen opgericht, die Habay een zekere middeleeuwse industriële uitstraling gaven. De fabrieken van Pont d’Oye (betekent Ganzebrug) dateren van het begin van de 17de eeuw. De op het eerste zicht erg afgelegen locatie van deze ovens is niet toevallig. Het snelle debiet van de Rulles, de watervallen en vijvers op de gereguleerde loop van de rivier en de nabijheid van het enorme Forêt d’Anlier (houtvoorraad voor houtskool) waren noodzakelijke elementen voor de productie van ijzer in de vallei. In 1630 woedde de pestepidemie hevig in de streek en het hoge dodental had bijna de sluiting van de smeedfabrieken tot gevolg.
> De regio herstelde zich snel tijdens de tweede helft van de 17de eeuw en er brak een gouden tijd aan voor deze industrie in Habay. Pierre du Moustier en Jeanne Petit bouwden een heus ijzerimperium in Luxemburg uit en brachten de regio welvaart. Bij de dood van Jeanne Petit gingen haar enorme bezittingen over naar haar kleindochter en enige erfgename Jeanne Ersillle de Montecuculli. Deze dame had meer oog voor het mondaine luxeleven van de adel dan voor zaken en de hoogovens werden verpacht. Met de opbrengsten werd het domein van Pont d’Oye sterk uitgebreid en door de politieke contacten van haar man, Jacques de Raggy, tot markizaat verheven. Om het domein nog meer uitstraling te geven werden hele dorpen in de omgeving opgekocht en daarvoor werd zwaar in de schulden gegaan. Eén van hun staalfabrieken moest zelfs worden verkocht aan een financier hiervoor.
> Onder haar enige zoon en erfgenaam François-Laurent de Raggy herbeleefde de ijzerindustrie weer zijn gouden tijd. De algemene hoogconjunctuur van de ijzerproductie en de lange periode van vrede zorgden er voor dat de vrijgezel bij het einde van zijn leven in 1742 een enorm fortuin had vergaard. Zijn bezittingen kwamen in handen van Charles-Christophe du Bost-Moulin van Esch-Sauer. Bij zijn laatste wilsbeschikking had François-Laurent echter grote schenkingen gedaan aan vrienden van hem, wat de nieuwe eigenaar al snel in schuldenproblemen bracht.
> In het jaar dat du Bost-Moulin Pont d’Oye en al de bijhorende eigendommen en fabrieken verwierf trouwde hij met Louise de Lambertye. Over deze dame begonnen al snel de wildste geruchten de ronde te doen. Het kasteeldomein van Pont d’Oye werd opgewaardeerd en dure banketten werden georganiseerd. Louise liet het geld rollen. Een smeuïg volksverhaal vertelt zelfs dat Louise de paarden liet beslaan met zilveren hoeven. Het luxueuze leven van het kleurrijke paar zou echter niet blijven duren. De aangegane schulden en de teloorgang van de kleine ijzernijverheid door laagconjunctuur verplichtten het koppel tot het verhuren van fabrieken en de verkoop van eigendommen. Louise de Lambertye sterft eerder armoedig in een bijgebouw van het domein in 1793. De Franse Revolutie zorgt voor een absoluut dieptepunt met de staking van de activiteiten en de plundering van het domein. De vele schuldeisers en wisselende eigenaren die na haar komen kunnen voor geen revival meer zorgen en de ijzernijverheid van Pont d’Oye lijkt na zoveel eeuwen uitgeteld, verzonken in een reeks van processen en verbeurdverklaringen.
> Wat er rest van de ovens en het domein komt in 1820 in bezit van Antoine baron de Vauthier de Baillamont. Hij bouwt een nieuw kasteel op Pont d’Oye en probeert om de ijzerindustrie weer uitstraling te geven. Helaas lijkt het investeringsklimaat van die tijd ongunstig te zijn. Het Forêt d’Anlier is behoorlijk geplunderd aan kapbare bomen en de transportkosten en prijzen voor ruw ijzererts werken de revival tegen. In 1846 wordt alles verkocht aan Constant d’Hoffschmidt, Minister van Openbare Werken in het jonge België en zakenman, die er op speculeert dat de ontwikkeling van het spoorwegnet de industrie van Pont d’Oye kan redden.
> Helaas, enkele jaren later, in 1850, volgt de definitieve sluiting van de laatste oven. Hier komt Constant d’Hoffschmidt weer op de proppen met het idee om een reconversie uit te voeren. Op het domein worden in het bijzijn van Leopold I mechanische papierfabrieken ingehuldigd. Deze reconversie verliep aanvankelijk zeer succesvol en op het hoogtepunt van deze nijverheid stelden de papierfabrieken zelfs 300 arbeiders te werk. Fusies en schaalvergroting speelden echter in het nadeel van het afgelegen domein van Pont d’Oye . In 1884 sloten ook de papiermolens en de industriële aktiviteit die eeuwenlang de vallei had gedomineerd, viel definitief stil. Het kasteeldomein zelf ging over in adellijk bezit. De plaats is sindsdien weer een oord van rust, luxe en groen.
> Het kasteeldomein en omgeving zijn dezer dagen populair voor allerlei luxueuze feesten, congressen en banketten. Het is mogelijk om in het kasteel van Pont d’Oye of in de buurt te overnachten. Een singlekamer kan vanaf 50 €, dubbel vanaf 65 €. Lunch vanaf 30 €. Je komt hier voor de charme en het historisch kader, niet voor grote luxe. Tja, voor een Louise de Lambertye-gevoel moet je wel iets over hebben. Misschien is in die prijs wel het beslagen van je versleten G.B.-wandelschoenen met zilveren schoenzolen inbegrepen…
>Het domein van Pont d’Oye kwam in 1932 in het bezit van Pierre Nothomb (1887 – 1967), zoon van één van de grondleggers van het Belgische staatsbestel, Jean-Baptiste Nothomb. Pierre Nothomb was 30 jaar lang senator maar was vooral een grote liefhebber van cultuur. Zelf schreef hij een zestigtal boeken: Romans, essays en poëzie. Zijn vroege werk is nogal patriottisch geïnspireerd. Het kasteel van Pont d’Oye in Habay werd vanaf de jaren 50 een populaire ontmoetingsplaats voor schrijvers, politici, schilders en Europese denkers uit Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en België. Die contacten reflecteren in zijn latere schrijverswerk waarin onvoorwaardelijk wordt gepleit voor nauwe internationale samenwerkingsverbanden. Het is uit dit streven dat uiteindelijk ook een internationale wandelweg zoals het Ardennen-Eifelpad is voortgekomen via de mede door hem opgerichte vereniging Eifel-Ardennen, EVEA.
> Nothomb schreef 3 jaar voor zijn dood ook een voorwoord in het boek ‘Ardennes-Eifel, un jardin d’Europe’, eveneens ingeleid door Dr. Schramm van het Eifelverein. Het is een van zijn bijdragen tot stimulansen voor grensoverschrijdende projecten. Hoewel Pierre Nothomb zelf niks te maken had met de invulling en realisatie van het wandelproject ‘Ardennen-Eifel’, vormde zijn sterke Europees-regionale overtuiging zeker een belangrijke ideologische voedingsbodem voor de uitwerking van het Ardennen-Eifelpad. (Zie ook op de pagina met de voorstelling van AE). Het graf van Pierre Nothomb bevindt zich rond het domein waar ook nu nog de Nothombs wonen.
> Het woud van Anlier, waar we ook tijdens de vorige etappe al een tijdje in liepen, vormt tesamen met het woud van Rulles en omliggende privé-domeinen één van de grootste Ardense bosmassieven: Zowat 20.000 hectaren. Daarvan maakt het Woud van Anlier ongeveer 7000 hectaren uit. Het overgrote deel is bezit van het Waalse gewest, het overige is in onverdeeldheid eigendom van 6 Waalse en 2 Luxemburgse gemeenten. Die onverdeeldheid is het gevolg van het feit dat de inwoners van die gemeenten eeuwenlang bepaalde gebruiksrechten hadden over delen van het woud: Recht op houthak, grazen van vee op open plekken, enz... Na decennia onderhandelingen werd in 1952 een overeenkomst bereikt tussen de Belgische staat en de betrokken gemeenten. De gebruiksrechten werden door de gemeenten afgestaan aan de staat waarbij de inkomsten uit houtverkoop tussen de staat (nu het Waalse gewest) en de gemeenten worden verdeeld.
> Het woud van Anlier bestaat uit 80 % loofbos (vooral beuk en zomereik), de rest vooral uit aangeplante den. De noordelijke kant van het woud is steiler dan de zuidelijke, dat hebben we zeer goed gemerkt als je vanuit Martelange over de Gaume Buissonnière wandelt: De klim vanuit Martelange is vrij stevig terwijl de afdaling naar Pont d'Oie en de Gaume uitgestrekt is en haast onopvallend. In het centrale gedeelte van het woud kun je moerassige stroken vinden, een gevolg van slechte afwatering op het licht golvend bosplateau. De bruinachtige kleur van de beek Rulles, die de afwatering van een groot deel van het woud op zich neemt en die we een tijd volgen, is dan ook niet verwonderlijk, gezien de venige omgeving. De waterkwaliteit van de beekjes is echter goed door afwezigheid van pollutie.
> In dit woud leven alle zoogdieren die in een Waals bos kunnen voorkomen: Everzwijnen, herten, reeën en vossen kan je niet zo moeilijk spotten, voor de wilde kat, marters of een das heb je meer geluk nodig. Zelf had ik de kans om hier een boommarter over het pad te zien rennen.
Etalle
Op de grens van Ardennen en Gaume: De bouwstijl van deze boerderij in Nantimont is eerder Ardens.
Onderweg door het Woud van Anlier
Domein Pont d'Oie
Muurschilderingen (2005) van studenten in de ingangspoort van het domein van Pont d'Oye (rechtsonder Pierre Nothomb)
> Terug naar de 21ste eeuw. Verderop komt de Gaume Buissonnière dus eerst in het valleitje van de Petite Rulle. Het traject van La Gaume Buissonnière (of GR 151) volgt deze mooie beek langere tijd, soms wat hoger op de helling lopend. Na meer dan een uur wandelen door het woud vloeit de Petite Rulle door een wat meer open, venig dal.
> Bij het kruisen van een asfaltweg ben je goed halfweg door het Woud van Anlier. De Petite Rulle blijft niet 'Petite' en vloeit niet veel later samen met Grande Rulle in één Rulles. De Gaume Buissonnière houdt een zuidelijke richting aan. Een verrassende ontmoeting onderweg: Een boommarter kruist mijn pad!
Etalle, kapel Sint-Anonius van Padua
De jonge Semois te Etalle
Wandelen door het Forêt d'Anlier in... 1936...

> Het kaartje hiernaast is getekend in 1936 door Jean Loiseau, stichter van de Grande Randonnées in Frankrijk. Het toont dat al voor WO II een lang pad was beschreven én gemarkeerd dwars door het Woud van Anlier. Het pad zou later (1970) dienen als inspiratie voor het Ardennen-Eifelpad (nu GR 151) en voor de Gaume Buissonnière (1986). Dit pad werd ontworpen door de VVV van Martelange in de jaren '30 van de vorige eeuw en werd door Maurice Cosyn van de 'Touring Club de Belgique' gepromoot. Op 17 mei 1935 werd het officieel geopend onder de naam 'Sentier de la Forêt d'Anlier'. Niet zomaar een inwandeling, maar lintjesknippen in aanwezigheid van ondermeer de Luxemburgse gouverneur, de burgemeesters van Aarlen en Habay en 300 schoolkinderen. Enkelen wandelden die dag het pad ook uit in noordelijke richting en werden bij de uitgang van het woud van Anlier opgewacht door de burgemeester van Martelange die hen een diner aanbood in zijn dorp. De wandelaar kon zijn weg vinden door de geverfde witte bollen te volgen die op de bomen waren geschilderd. Bij padsplitsingen of wegkruisingen stond een grote A op een boom geschilderd. De zwarte stippellijn op het kaartje hiernaast is het oorspronkelijke traject uit 1935. De blauwe bolletjes op de kaart tonen het huidige verloop van de Gaume Buissonnière en GR 151. Zoals je ziet valt het noordelijke stuk helemaal samen met de huidige G.B. of GR 151. Het zuidelijk deel liep anders en passeerde niet langs de vijvers en het kasteel van Pont d'Oye.
> In deze omgeving kom je langs de Romeinse villa van Mageroy, een interessante archeologische plaats. Tussen het einde van de 1ste eeuw en het midden van de 4de eeuw n/C ontwikkelde zich hier een Galloromeinse site over een oppervlakte van ongeveer 3 hectaren. Sinds 1986 worden hier archeologische opgravingen verricht waarbij reeds een tiental gebouwen ontdekt werden. Rond enkele van die structuren werd aktief opgraafwerk verricht. Sommige grondvesten zijn heel goed bewaard gebleven. Gebouwd eerst als villa met latere toevoegingen zoals baden, verwarmingssysteem en versieringen, kreeg de Galloromeinse villa vanaf het einde van de 3de eeuw een militaire functie. Een rondleiding met gids is zeer de moeite om de ruïnes beter als een levendige site te bekijken.
> In het centrum van Etalle vind je ondermeer een Sparwinkel en cafés. Ook vandaag is het dus nog een pleisterplaats voor reizigers onderweg. De ideale plek om deze etappe te beëindigen en energie op te doen voor een laatste lange etappe, die ons weer bij ons beginpunt te Aubange zal brengen na 225 km.
> Zo kom je dus in Pont d’Oye, vroeger een fabriekskasteel, nu een oord van rust en luxueuze overnachtings- en restauratiemogelijkheden.
> De drukke grote weg Florenville - Aarlen die door Etalle loopt, volgt grotendeels het oude traject van de historische Romeinse heerbaan waarover we vanuit Fouches kwamen. Op de plaats waar de heerbaan de Semois kruist, heeft zich in de Galloromeinse tijd een dorp ontwikkeld dat is uitstaan uit een afspanning. Ruwweg om de 15 kilometer was er immers een infrastructuur aanwezig waar soldaten en andere reizigers konden rusten of paarden verversen. In Montauban (zie ook volgende etappe) werd een oude mijlpaal ontdekt die haast zeker in Etalle langs de heerbaan stond en die later als bouwmateriaal diende te Montauban.
> La Gaume Buissonnière neemt na deze domeinen een nog smaller asfaltwegje rechts dat langs een bosrand en meer vijvers loopt. Net voor je links moet stijgen op een plaats met de naam 'Flanlive', passeer je een uitstekend kampeerplekje bij het water. Een kort klimmetje brengt je in Habay-la-Vieille waar je bij de kerk passeert. De G.B. vervolgt over een weg die al snel een spoorlijn kruist. Deze doodrustige asfaltweg slingert naar de E411.
Etalle, etappe voor Romeinen en G.B.-wandelaars
> Het toponiem 'Etalle' komt van het Latijnse 'stabulum' waarin je het nederlandstalige woord 'stal' ontdekt, verwijzend dus naar de paardenstallen. Mooie verklaring, was het niet dat er twijfel is dat 'Etalle' ook van het woord 'estault' zou afgeleid zijn. Dat woord betekent 'grens of limiet', wat dan weer kan slaan op de scheiding tussen het oude Germaanse en Romaanse gebied. Ga je iets ten oosten van Etalle, dan zit je meteen in een gebied waar tot voor 100 jaar door het grootste deel van de bevolking een taal gesproken werd die eerder bij het Letzebuergesch aansluit. Verfransing de voorbije eeuw heeft die 'taalgrens' ondertussen een flink stuk oostelijk verplaatst.
> Als de tunnel onder de E411 in zicht komt, neem je de weg die naar deze tunnel leidt. Aan de andere kant van de snelweg ligt het gehucht Nantimont, een verzameling van een paar boerderijen. La Gaume Buissonnière vervolgt verder over deze asfaltweg die na een tijdje misschien wat eentonig wordt.
> In de verte piept de kerktoren van Etalle echter al over de velden. Het landschap is vrij vlak. Kort voor Etalle moet je even naar rechts om via een tunnel de drukke N87 onder te lopen. Via de kapel van Sint-Antonius van Padua (1675) kom je zo in het centrum bij de kerk van Etalle.
Camping Martelange eind jaren '30. (Foto Guide GD de Luxembourg, ed. De Boeck)
Onderweg door het Forêt d'Anlier
Gaume Buissonnière (225 km)