Startpagina > Wandelen >Transgaumaise®
> Op het hoogste punt wordt ook de weg Sedan-Florenville gekruist, ter hoogte van het gehucht ‘Les 4 arbres’.,Er werden hier op dit hoog punt misdadigers opgeknoopt eeuwen geleden. Vanaf hier volgt het langste stuk asfalt op de Transgaumaise® , ongeveer 9 kilometer lang. Even later Fontenoille met een picknicktafel bij het binnenkomen van het dorp en een bron op het einde van het dorp.
> Langs groene weiden loopt het pad nu bijna vlak naar Sainte-Cécile toe. Hier komt de Transgaumaise® de GRAE tegen die langs de Semois loopt. Over meer asfalt langs de kapel van St Donatius
(beschermheilige tegen de bliksem). Mijn rechtervoet doet wat moeilijk, de ondergrond van asfalt is niet van die aard om het probleem op te lossen. Het pad passeert wat verder vlak voorbij de ingang van een camping en bij het naderen van Chassepierre is er nog een camping (friterie, taverne), die vooral uit vaste caravans blijkt te bestaan.
> Chassepierre is een prachtig dorpje. Bij het binnenkomen is er een bron en picknickplek. Aan de andere kant van de Semoisbrug is er een mooi zicht over het dorp en zijn fotogenieke kerk met klokvormige toren. Bijna vlakbij de kerk is links een smal steegje dat je naar de feeënrots leidt. In het mooie dorp zijn nog een paar café’s. Bij het verlaten van Chassepierre zijn nog een paar bronnen. Links op de Semois de restanten van een spoorwegbrug en een picknick-/barbecueplek aan de rivier.
> De Transgaumaise® loopt nog steeds over asfalt verder, tesamen met GRAE. ’t Is hier wellicht heet wandelen ’s zomers. Het volgende dorp heet Laiche en daarna volgt het gehucht Azy. Eindelijk weer weg van het asfalt over een stijgende weg door het bos. Het wordt er vanaf nu alleen maar mooier op. Eens boven volgt al snel weer de afdaling, naar de bodem van de diep ingesneden Semoisvallei. Eerst nog even picknicken.
> Het pad loopt nu duidelijk in de Ardennen, merkbaar aan het schiefergesteente. De wandeling langs de Semois hier is prachtig in de herfst. Ik kon het niet laten om vanop een platte rots aan de Semois even de voeten in het water te steken, ondertussen genietend van het warme herfstweer, de mooie herfstkleuren en het naderende einde van de Transgaumaise® . Het smalle kronkelende pad is een voorsmaakje van wat het GR16 te bieden heeft. Na een uur draait het pad weg van de Semois, klimt uit de vallei en komt weer op het Gaumeplateau.
> In de verte ligt Florenville. Ik geniet nog even van het uitzicht door me op een helling languit in het gras te leggen. Daarna afdalen richting Martué. De cirkel die de Gaumeroute beschrijft is rond. Schitterend pad.
> Blijkbaar had ik een goeie plek gekozen om vrij te kamperen want de volgende morgen merkte ik dat er verderop weinig kampeermogelijkheid was. Het pad loopt nog even recht door. De beschrijving van het gidsje verschilt hier blijkbaar iets. Bij het naderen van een paar huizen staat rechts een bordje met wit/geel in een haag. Hier moet een haakse bocht naar rechts worden genomen. Verderop in het bos staat nog zo’n bordje, maar het wijst in de verkeerde richting. Doordat dit pad in één richting is gemarkeerd is het echter redelijk duidelijk hoe je verder moet. Nog iets verder is het oppassen om een afslag naar links niet te missen. Uitkijken dus in het Bois du Banel. Het is een groot bos, prima geschikt voor weerstanders tijdens WO II om er zich te verschuilen.
> Even later een beekje over aan een waterreservoir, meteen ook België weer in. De fleece gaat al vroeg uit, want het belooft een relatief warme herfstdag te worden (20°). Het pad is grassig en klimt flink. Onderweg een zitbank en een natuurlijke bron (duidelijk aangeduid). Op een hoogte van bijna 345 meter bereikt het pad een grote steengroeve waar de zandsteen die zo typisch is voor de Gaume-archtictuur wordt uitgegraven. Ik hoorde het geluid van de camions en machines van de groeve al de hele tijd door het bos.
Chassepierre
Semois
Chassepierre
Gaumeroute en GRAE (16) langs de Semois
Sainte Cécile Sint-Donatiuskapel
Transgaumaise® (140 km) Belgisch/Frans Lotharingen