> Over een grassig wegje afzakken in de Semoisvallei naar Jamoigne toe. Na een tijdje langs de oever van de Semois te lopen komt de Transgaumaise® aan in Jamoigne. Er is sinds 2007 een Spar supermarkt in het dorp. De camping ligt bij het binnenkomen van het dorp en is al van ver zichtbaar. Snel even de tent opzetten aan de Semoisoever voor de schemering in de nacht over gaat. En dan tijd voor een Orval in de campingkantine. Voor de bakker moet je een stuk verder in het dorp zijn. De camping is open het hele jaar (uitz januari). (camping Jamoigne sloot definitief begin 2013)
> Naast de camping van Jamoigne is het kasteel du Faing, nu een rustoord. Interessant is de kerk van Jamoigne, enkele honderden meter van de Gaumeroute.
> De Romaanse kerk van Jamoigne is gekroond met een peervormig torentje, maar het loont ook de moeite om even binnen te lopen, de kerk is meestal open. Het eerste wat je ziet als je deze kerk binnen komt is een doopvont in Romaanse stijl (12de eeuw). Het is één van de mooiste in zijn soort die je in België vindt. In de kerk zijn verder oude grafstenen van de heren van Faing. De sokkel van het rechterretabel is duidelijk een gerecupereerde zuil van een Romeins gebouw.
Jamoigne, Romaanse kerk
Lacuisine, waterrad
Martué Sint-Rochuskapel
De semois te Martué met in de verte Florenville, gelegen op de eerste Gaume-cuesta.
> De namiddag is al ver gevorderd als ik in Florenville mijn wandelschoenen aantrek. Er resten nog een paar lichturen, genoeg om even in te lopen deze eerste dag op de Transgaumaise® en om – als het even meezit – voor donker de camping van Jamoigne te bereiken. (camping Jamoigne sloot definitief begin 2013)
> Florenville is gelegen op de eerste cuesta van de Gaume. De stad zelf ligt niet op de Transgaumaise® . Via GR 16 is het dus een goeie kilometer afdalen tot de geel/witte streepjes van de Gaumeroute te Martué.
> De spoorlijn Florenville – Virton wordt enkele malen gekruist en ook dekronkelende Semois wordt nog eens overgestoken. Eens voorbij het treinstationnetje Florenville-Lacusine wordt het erg rustig wandelen. Steeds maar rechtdoor over de steenslagweg (oude tramlijn) naar Izel, nogmaals de spoorlijn overstekend.
> In Izel zou een winkel moeten zijn, maar ik vond hem niet dadelijk (dicht?). Wel is er een grote secundaire school die nog wat leven in het dorp brengt.
> Net voor ik dat dorpje binnenloop gaat het pad over de Semois die hier rustig door een brede groene vallei stroomt. Rechts nog een mooi zicht over Florenville, hoog op de cuesta. Martué is best mooi. Het geheel van wit gekalkt kerkje, dikke kastanjelaar en een herenhoeve met bron geven Martué een pittoresk uitzicht.
> In de gevel van de Sint-Rochuskerk staat een bas-reliëf dat mogelijk Sint-Jacob als morendoder voorstelt. Mogelijk was Martué een gekende passageplaats van Santiagopelgrims op een plek waar de Semois kon worden overgestoken.
> Er staat (stond) in Martué een ‘gerechtskruis’. Op het eerste zicht een wegkruis zoals er zovelen staan hier. De geschiedenis van dit kruis gaat echter terug tot de vroege geschiedenis van het dorp en het symboliseert trots de vrijheden die aan Martué werden verleend. Meer over Martué kan je ook lezen in het verslag over Via Arduinna.
> Het GR-pad AE (16) volgt nu ook het traject van de Gaumeroute naar Lacuisine. Over een grassige veldweg komt het pad even later het dorp binnen. De meest populaire verklaring voor de dorpsnaam 'Lacuisine' (= de keuken) is dat de graven van Chiny op deze locatie tijdens hun jachtpartijen in de 11de eeuw hier een soort kook- en eetplaats hadden.
Startpagina > Wandelen >Transgaumaise®
Transgaumaise® (140 km) Belgisch/Frans Lotharingen