Startpagina > Wandelen > GR16 Sentier de la Semois
GR 16 Semois / Semoy
Padgeschiedenis
19de eeuw, pionierende Ardennenwandelaars
1900 - 1920 Groeiend wandeltoerisme
1920 - 1940 Creatie van de Semois-wandelweg
1940 - 1960 Herstel en einde van T.C.B.- 4 Semois
1960 - 1995 Ardennen - Eifelpad ( G.R. AE)
1995 - 2005 TransSemoisienne + G.R. AE +
De Semois van bron tot monding
2005 - 2017 Ex-G.R. AE > G.R. 15 > G.R. 16 Semois
Kroniek en kronkels van de Franse GR-Semoy...
2017 - 20XX G.R. 16 Semois / Semoy + varianten


> Delen van de Semoisregio behoorden tot in de 19de eeuw tot de minst ontsloten regio's van België. Toch zijn er altijd reizigers geweest die net die slecht toegankelijke plekken opzochten. Victor Joly (1811 - 1970) trok rond het jaar 1853 langdurig door de Ardennen. Voor illustraties in zijn toekomstig boek 'Les Ardennes' (1854) over zijn reiservaringen, had Joly onderweg het gezelschap van de Nederlandse schilder-etser Martinus Kuytenbrouwer (1821 - 1897). Fotografie was toen nog quasi onbestaande. Tesamen trokken ze op een eerder ongewone wijze door de onherbergzame Semoisvallei. Ze verplaatsten zich niet met trein, schuit, diligence of postkoets maar hoofdzakelijk te voet. Het hoefde onderweg ook niet altijd een herberg te zijn, een 'nachtje bosgrond' kon even goed.
> Victor Joly had zo zijn eigen ideeën over 'het echte reizen'. Het ontluikend toerisme was buiten een handvol artiesten en zwervers zowat enkel voor elitair gezelschap weggelegd: "Ah! Deze ongefortuneerde miljonairs, de ongelukkige grote heren wiens positie en rang hun veroordelen tot 'elegant toerisme'....Als deze arme slachtoffers van hun ijdelheid, vastgeklonken aan hun wapenschild van eer maar wisten wat het is om pure vreugde, mooie en sacrale emoties, openhartig en eerlijk geluk in de reizen van een student, kunstenaar of dichter te ervaren. Enkel reizend met in de bagage drie overhemden, een blouse, twee paar schoenen en enkele toiletartikelen die samen in een soldatentas passen en slechts vijftien tot achttien pond wegen. Als ze wisten hoe sappig en heerlijk een maaltijd kan smaken in deze prachtige valleien van de Semoy, al zittend op een gevelde boomstam of op een stuk gevallen rots. Als ze eens wisten hoe een stuk brood of een plakje koud rundvlees smaakt, gegeten op een open plek in het bos of bovenop een bergtop waar de blik prachtige horizonten omarmt en charmante eenzaamheid.... Als ze de pittige etappes kenden van een voetreis, waarbij de mens alleen zijn individuele verdienste hoeft in te vullen, niet afhangt van sociale verplichtingen. Als ze wisten welke unieke waarnemingen je doet als gepriviligeerd voetreiziger... Wel ze zouden afgunstig kijken naar deze nederige zwervers die met rugzak en kornoeljehouten stok in de hand, hun lied in de valleien laten echoën,..."
> Niet altijd zijn Van Bemmel en zijn maat goed voorbereid, ook niet zo evident in die tijd. Hun reisinfo door de Semoisvallei komt vooral van mondelinge overlevering ter plaatse. Zo vragen ze richtingaanwijzingen aan passanten in de Semoisvallei of hangt hun keuze van herberg voor overnachting af van wat hen onderweg wordt aangeraden. Soms levert dat problemen op. Ze misrekenen zich meermaals in benodigde wandeltijd om een dorp te bereiken of kunnen de Semois niet oversteken op een plek waar ze dat hadden verwacht. Van Bemmel vergelijkt de Semois met de Ourthe: terwijl de Ourthe zich met wilde kracht door de Ardense rotsen beukt, verkiest de Semois met haar geringe diepgang om zich traag en nonchalant in grote bochten te slingeren, hindernissen onderweg zoveel mogelijk vermijdend. Het zijn die kronkelige landschapsplooien die de oevers van de Semois zo aantrekkelijk maken.
> Net zoals meer 'klassieke reizigers' werden zowel Van Bemmel als Joly toch ook overweldigd door de (romantische) 'attrakties' van die tijd, pittoreske plekken. Dat waren in de Semoisvallei vooral burchten en ruïnes van versterkingen en abdijen, plekken verbonden met Ardense legendes en verrassende panoramapunten hoog boven de Semois. In de Semoisregio zijn de ruïnes van de verwoeste Orval-abdij en de indrukwekkende burcht van Bouillon van kruisvaarder Godfried van Bouillon, niet-te-missen passagepunten.
> Al die 19de eeuwse schrijvers berichten uitvoerig over Bouillon, zijn hotels en dominante kruisvaardersburcht. Niet zo verrassend dat in Bouillon dan ook de eerste toeristische dienst van de Ardennen werd opgericht (in het jaar 1906), 'le Comité des Sites et des promenades'. De toerist langer in Bouillon houden, ondermeer door hem de weg wijzen naar de mooiste plekken en uitzichten rond Bouillon is het doel.
> Concreet worden vanaf 1906 heel wat akties ondernomen door de gemeente Bouillon en zijn hoteliers: tientallen wegwijzerbordjes, 10 km paden rond Bouillon worden aangelegd of beter toegankelijk gemaakt, rustbanken worden geplaatst, uitzichtpunten ingericht, publicatie van een bezoekersgids enz. En dat rendeert in wisselwerking. Meer overnachtingsmogelijkheden, verhoogd comfort, betere toegankelijkheid en bekendheid lokken ook meer bezoekers. Het initiatief te Bouillon krijgt de volgende jaren opvolging in Semoisdorpen als Florenville, Herbeumont, Chiny en Arlon. Ze ontwikkelen allen lokale wandelnetwerkjes, gecentreerd rond hun dorp of stad. De wandelpaden worden voorzien van gekleurde merktekens, cijfers of lettertekens.
> In 1927 schreef Eugeen de Ridder in zijn V.T.B.-gids voor Bouillon en omstreken: "Door te goed te willen doen kan de wandelaar af en toe in twijfel worden gebracht door den overvloed van verschillende gekleurde figuren (roode, gele, blauwe vierkanten, bollen, driehoeken, rechthoeken) die men soms tijdens eene wandeling onder de ogen krijgt. De gekleurde figuren zijn te vinden op boomen, rotsen, muren, afsluitingen enz. Banken en tafels werden hier en daar geplaatst om den toerist bij zware beklimmingen ter hulp te komen of om het hem zo aangenaam mogelijk te maken bij een mooi uitzicht"...
> Met 'een flinken stok in de hand' langs de Semois.

Tips van Eugeen de Ridder in zijn VTB-gids voor Bouillon en omstreken 100 jaar geleden (1927):
> "Vergeet niet:
1. U met blij en vroolijk hart op weg te begeven.
2. Door middel van kaarten op voorhand de wandeling te bepalen.
3. Rivieren hoeft men op te gaan, ttz. in de richting van de uitmonding naar de bron toe. Zoo zult gij ze van den allermooisten hoek kunnen bewonderen.
4. Vroeg opstaan ; de langste en vermoeiendste tochten 's morgens ondernemen. Kleine uitstappen 's namiddags.
5. In gelijk tempo marcheeren: 1 Km (1250 passen) per kwartier op gelijken weg.
6. Valt er te klimmen, de knieën naar voren doordrukken, het bovenlichaam rechtop houden en een flinken stok in de hand. Breede, gemakkelijke schoenen met lage hakken (denk er om dames!).
7. Op tijd even rusten. Mooie plaatsjes daarvoor weten uit te kiezen. Als men bezweet is, zich niet op vochtige plekjes neerzetten, of uitzichttorentjes beklimmen.
8. Voorzichtig zijn in de bosschen met Zweedsche lucifers, pijpen of eindjes brandende sigaar.
9. "Laat niet als dank voor 't aangenaam verpozen, den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozen!".
> Op Belgisch vlak is er één toeristische organisatie die de eerste decennia van de 20ste eeuw dominant is: Touring Club de Belgique (TCB). Sinds de oprichting van TCB in 1895 was hun aktiviteit op de eerste plaats gericht op fiets- en automobieltoerisme maar met de stijgende interesse voor wandelen en ontdekkingstochten te voet, gaat TCB vanaf 1920 vlot mee in de ontwikkeling van wandeltoerisme en het ondersteunen van lokale initiatieven. De aanleg van een TCB-wandelpad in 1921 langs de voorheen moeilijk toegankelijke oevers van de Lesse tussen Houyet en Anseremme, was een instant succes. De spoorwegen voerden massaal wandelaars aan naar Anseremme of Houyet. Meteen ook het signaal voor TCB om elders in de Ardennen ontsluitende wandelpaden aan te leggen. Zo ondermeer in de Ourthevallei (Le Hérou), de Amblèvevallei (Quarreux) en in de intieme wilde vallei van de Hermeton.

> In de Semoisvallei tussen Sainte-Cécile en Conques - Herbeumont ontsloot TCB in 1922 een voordien ontoegankelijk oevertraject met een wandelpad (zie ook etappepagina) en te Frahan werd boven het dorpje het doolhof aan rotsige 'crêtes' ontsloten met het uitkappen van trappen en het egaliseren met begaanbare paden. Allemaal Semoispaden die 100 jaren later nog steeds deel uitmaken van het huidige GR 16-traject.
> Op de Lessevallei na ging het echter telkens over korte (maar avontuurlijke) paden van maximaal enkele kilometers. Zoiets als een voor recreatie uitgewerkt langeafstandspad bestond nog niet. Toch niet in de Semoisvallei, wel elders. Van 1909 tot 1914 had de Luikse heimatvereniging 'Vieux-Liège' onder impuls van hun dynamische voorzitter Charles Comhaire wel een netwerk van 'Chemins de Touristes' bewegwijzerd maar dat was grotendeels in de provincie Luik en het was bovendien weinig bekend. De democratisering van toerisme dankzij uitgebreid openbaar vervoer, invoering van vakantiedagen voor arbeiders en opkomst van scoutistische verenigingen, deed de interesse voor laagdrempelige vormen van reizen, zoals meerdaagse fiets- of wandeltochten, sterk groeien. De Brusselse publicist van populaire reisgidsen, Maurice Cosyn, was volledig mee in dat verhaal.
> In 1881 publiceert Jean d'Ardenne (Léon Dommartin 1839 -1919) de eerste versie van zijn reisgids 'L'Ardenne'. Het werd de volgende 40 jaar de populairste reisgids voor wie op ontdekking wou gaan in de Ardennen en er volgden talloze aangepaste herdrukken. De inhoud van zijn bestseller is ook anders dan de verhalende en observerende boeken van ondermeer Joly en Van Bemmel. Wel even kritisch met persoonlijke interpretaties en beoordelingen maar ook directer en sterker gericht op praktische raadgevingen voor de bezoeker, aangevuld met legendes en historische verklaringen.
> Zo bijvoorbeeld zet Jean d'Ardenne ook het tot dan vrij onbekende en toch wel bijzondere rotsmassief Roc de la Tour (bij Naux / Thilay) op de kaart. Jean d'Ardenne richt zich niet exclusief tot de voetreiziger maar ook tot fietsers en zij die zich verplaatsen over verkeerswegen per tramway, trein, diligence of postkoets.
> Joly en Kuytenbrouwer waren halfweg de 19de eeuw dus te voet onderweg, op zoek naar pure reiservaringen. Enkele jaren eerder, in 1847, nam ook Vlaamse Brusselaar Eugène Van Bemmel (1824 - 1880) tesamen met zijn vriend Fernand Gravrand een voettocht door de provincie Luxemburg. Volgens van Bemmel zijn er twee motivaties om te reizen: Reizen om te reizen ofwel reizen om aan te komen. Van Bemmel geeft met zijn voettocht door de provincie Luxemburg invulling aan dat 'reizen om te reizen'. Te voet gaan en je tijd nemen is er zelfs essentieel mee verbonden volgens hem, met de rugzak aangebonden en met scherpe observatie onderweg.
> Ingenieur Maurice Cosyn schreef en publiceerde vanaf 1920 een pak lokale en regionale toeristische Ardennengidsen. Meestal werkte hij hiervoor samen met de jonge lokale toeristische diensten. Zijn reisgidsenreeks voor voornamelijk Ardense dorpen, steden en regio's zou in de loop van de 20ste eeuw uitgroeien tot de meest succesvolle en best verkochte gidsenreeks voor de Ardennen en Luxemburg. Honderdduizenden exemplaren werden er van verkocht en sommige gidsen kregen meer dan 10 heruitgaven.
> Cosyn's gidsen waren dan ook op vele plaatsen vlot verkrijgbaar en de gidsinhoud met concrete bezoekers- en belevingstips (zoals wandelsuggesties), was vrij laagdrempelig, praktisch bruikbaar en uitgebreid geïllustreerd met geschetste kaartuitsneden. De populairste gidsen kregen ook een Nederlandstalige versie.

> Voor Maurice Cosyn hadden de Ardennen geen landsgrenzen en hij was dus ook aktief in de Franse Ardennen en in het Groot Hertogdom Luxemburg. In 1934 en 1935 ging Maurice Cosyn echter 'een grote stap verder'. Naar het voorbeeld van wat reeds bestond in oa de Eifel en de Vogezen, werkte hij een eerste zelf Luxemburgse langeafstandsroute uit, het Pad van de Zeven Kastelen. Het werd een succes en de openstelling van de route kreeg veel weerklank in de Luxemburgse pers. Aanleiding voor de Luxemburgse overheid om hem aan te stellen als een soort van nationale padenontwerper.
> Aan Belgische zijde van de grens ging de stad Aarlen als eerste mee in zijn verhaal om lange wandelroutes te ontwikkelen, gevolgd in het uiterste zuiden van Wallonië door ondermeer de toeristische diensten van Martelange en Florenville. Vanuit Florenville ontwikkelde Cosyn in 1935 het Sentier de la Semois (de Semois-wandelweg), waarvoor ook medewerkers van Touring Club de Belgique zich inzetten. Padinformatie over het 55 km lange traject tussen Florenville en Bouillon kon de wandelaar vinden in het tijdschrift van TCB en uiteraard in de eigen gidspublicaties van Maurice Cosyn. Hij ging echter verder... Voor het Groot-Hertogdom Luxemburg vorderde hij in 1935 snel met de uitbouw van een nationaal padennet, dat tot vandaag nog steeds de ruggengraat vormt van het wandeltoerisme daar.

> Voor de Ardennen aan Belgische zijde had hij een gelijkaardig plan klaar, dat werd goedgekeurd door de Belgische overheid in november 1935. De uitbouw van dat ambitieuze plan met ruwweg 2500 km aan te creëren wandelroutes, kon hij natuurlijk niet zelfstandig doen, Cosyn besefte al snel dat hij nationale steun nodig had. Het Ministerie van Transport gaf de realisatie van de gesubsidieerde uitbouw van het uitgebreide wandelnet uit aan Touring Club de Belgique, dat op zijn beurt Maurice Cosyn aanstelt als bijzondere administrator voor hun nieuwe TCB-Commissie voor Wandelpaden.
> Op 1 januari 1936 werd het grote padenplan officieel aangekondigd en nog datzelfde jaar werden honderden kilometers aan wandelroutes open gesteld met bewegwijzering en gepubliceerde trajecten! De routes hadden een eenvoudige markering van witte geschilderde streepjes, aangevuld hier en daar met blauw-witte emaille wegwijzerbordjes. Voor het al sinds enkele maanden bestaande Sentier de la Semois werd een verlenging voorzien van Bouillon naar Bohan, waardoor de route 90 km lang wordt.
> Het gaat bijzonder snel, op 5 september 1936 vindt de inhuldiging plaats. Nog geen week eerder werd het eerste deel van de Wandelweg van de Ourthe open gesteld en nu is het alweer de beurt aan de Wandelweg van de Semois. Ondanks de tragere communicatie- en vervoersmogelijkheden destijds ging het sneller vooruit dan een gelijkaardig project vandaag!
> Maurice Cosyn maakte er telkens een punt van om er een feest van te maken en er heel wat personaliteiten bij te betrekken: van de Luxemburgse gouverneur en een ministeriële afvaardiging tot burgemeesters en personeel van toeristische diensten. De inhuldiging bij de Pont de Claie van Laforêt, te Vresse én te Bouillon duurt een hele dag, met exquise maaltijden in restaurants en een resem toespraken en bewierokingen. Maurice Cosyn betrekt er ook afvaardigingen uit Charleville, Sedan en Monthermé bij, want op zijn routelijst staat nog een verlenging naar de Semoy-monding in het Franse Monthermé en nog veel meer...
> Tussen Bouillon en Sedan wordt op 15 mei 1937 met alweer veel geplogenheden 18 km wandelroute ingehuldigd en de Semoisvallei tussen Aarlen en Florenville wordt ontsloten via Orval met de Wandelweg van Orval (70 km) in 1938. De verbinding naar de Semoy-monding in het Franse Monthermé naar keuze via Semoy-uitzichtpunt Roc de la Tour of langs de Semoy, komt er eind 1937 en daarmee is de Wandelweg van de Semois in totaal 111 km lang geworden.
> Er worden in de periode 1936 -1939 ook op verschillende punten boven de Semoisvallei zogenaamde 'belvédères' ingericht, al of niet met een uitzichttoren of -kiosk. Op sommige punten volgen er ook verbeterde passages waar doorgang nogal moeilijk is. In totaal investeerde TCB in die jaren zowat 50.000 franken aan de inrichting van de Wandelweg van de Semois. Maurice Cosyn zag het nog grootser. Hij paste de Wandelwegen van de Semois en Orval in in een internationaal aaneensluitende wandelroute tussen het Franse Monthermé en het Luxemburgse Echternach. Tussen al die realisaties had Cosyn blijkbaar nog tijd om de ene na de andere Cosyn-reisgids te publiceren met daarin nu ook de trajekten en beschrijvingen van nieuw geopende wandelwegen.
> Iemand die er als de kippen bij was om de Ardennenpaden van Cosyn en TCB was de Fransman Jean Loiseau. De man was toen al wat een levende legende in Frankrijk omwille van zijn kennis over bivakkeren en rondtrekken ('le camping pedestrian') waarover hij vele educatieve gidsen schreef, die massaal werden gekocht. Loiseau trok in de herfst van 1936 met enkele compagnons wekenlang over de Ardennenroutes die Cosyn voor de Belgische en Luxemburgse overheid had ontworpen. Meer dan 400 kilometers 'Cosynpaden' werden verkend, waaronder de Wandelweg van de Semois. Hij publiceerde daarover in 1938 een praktische gids en was dusdanig onder de indruk dat hij ook zoiets voor Frankrijk wou zien groeien. Zijn wandelervaringen in de Ardennen zouden na herhaalde oproepen de directe aanleiding worden tot de opmaak en openstelling van de eerste Grande Randonnée-paden (G.R.) in Frankrijk! We zijn dan wel al 10 jaren later (1947)...
> In het voorjaar van 1940 breekt er een ernstige bestuurscrisis uit bij Touring Club de Belgique. Die leidt ondermeer tot het ontslag van Maurice Cosyn als administrator bij TCB. De oorlogsjaren die volgen zorgen voor nog meer ellende en ook het wandeltoerisme ontsnapt niet aan de malaise.
> Na het einde van de oorlogsvijandigheden kan Touring Club de Belgique de schade opmeten aan zijn wandelinfrastructuur. Signalisatie van de paden is haast volledig verdwenen. Wat uit strategisch-militaire redenen niet werd verwijderd, was vernield of weggenomen. Reeds vanaf 1941 ondernam TCB pogingen om het wandeltoerisme weer op gang te krijgen, er werden in de oorlogsjaren zelfs nog een paar nieuwe paden opengesteld! Arthur Petit uit Hamoir, TCB-vertegenwoordiger met lange staat van dienst, neemt tijdens die moeilijke tijd de leiding van de padencoördinatie op zich.
> Het echte herstelwerk kon pas beginnen nadat het verwoestende Ardennenoffensief was uitgedoofd. Maurice Cosyn zien we niet meer op het voorplan verschijnen, zijn toeristische gidsen blijven wel van de drukpers rollen. Hij zou trouwens in 1951 onverwacht overlijden op slechts 56-jarige leeftijd.
> Na de oorlog stelt Touring Club Raph Alofs aan als administrator voor het herstel en de coördinatie van het netwerk aan langeafstandspaden. Een wat ondankbare taak. Terwijl voor de oorlog het doorgedreven werk van Maurice Cosyn telkens werd beloond met feestelijke openstellingen, moet Alofs vooral de vooroorlogse infrastructuur weer georganiseerd en toegankelijk krijgen.
> Vanaf de lente van 1945 wordt door plaatselijke overheden en TCB-medewerkers getracht om ook de Wandelweg van de Semois weer volledig toegankelijk te krijgen. Twee jaren later is dit werk van lange adem zowat afgerond, de Wandelweg van de Semois is op Belgisch territorium weer volledig toegankelijk. Touring Club heeft ook een nieuw bewegwijzeringssysteem: ronde metalen platen zullen de wandelaar begeleiding geven over het Semoispad (T.C.B. nr 4) en dat in de twee wandelrichtingen. Ook de Wandelweg Florenville - Orval krijgt het nummer T.C.B. nr 4 opgeplakt, evenals de Wandelweg 'Graven van Chiny' (regio Habay - Chiny - Florenville). Er zijn zelfs extra wegwijzerborden toegevoegd die de wandelaar informeren bij de talrijke uitzichtpunten boven de Semoisvallei.
Trekkingkledij voor de Semoisvallei....
> Jef de Combe, de Vlaamse stichter van de jeugdherberg te Bouillon, schreef rond 1950 een eigen wandelgids om op ontdekking te gaan in de Semoisvallei, met daarin ook tracé's over de T.C.B.-wandelweg nr. 4. Dit waren zijn raadgevingen qua aangepaste wandelkleding:
"Wie in de omgeving van Bouillon enige dgen wil rondzwerven om werkelijk te genieten van het heerlijke buitenzijn in de bergen, zorge er voor, vooral zeer gemakkelijk gekleed te zijn. Niet te warm. Het belangrijkste zijn de schoenen. Het best is een paar stevige laarzen (bottinen), die men dan in Bouillon kan laten bespijkeren (clouer) voor enkele frank. Ze moeten vooral goed waterdicht zijn. Men gaat nooit op wandeltocht met nieuwe schoenen. Ze moeten eerst goed uitgelopen zijn. Dan laat men ze opnieuw verzolen.
Men drage liefst dikke wollen gebreide wandelsokken; zo mogelijk met een boord in ontvette wol.
Als broek is de korte- of kniebroek het beste. Een golfbroek is ook wel gemakkelijk. Meisjes dragen ook wel een korte broek; anders een geplooid rokje.
Een goede regenmantel is naast de schoenen het belangrijkste van de uitrusting. (...) Een zuid-wester als hoofddeksel is ook wel prettig bij harde regen.
Verder: een waterdichte rugzak ofwel een broodzak, als de rugzak met het gepak in de jeugdherberg blijft; een drinkfles met beker; een doos met eerstehulpmiddelen; een badpak en een paar stevige badpantoffels (met dikke touwen zolen) en een stevige bergstok.
Niet te vergeten: liederboekje en de gids voor Bouillon en omstreken met wandelkaart natuurlijk!"
> Toch ook een minpuntje, TCB rapporteert regelmatig schade aan de padsignalisatie als gevolg van vandalisme, een probleem dat toen erger was dan vandaag. Zo gebruiken jagers de ronde platen als schietschijven. Met het wegvallen van Maurice Cosyn verdwijnt wel het internationaal karakter van het Semoispad, over het Franse deel wordt door TCB niet meer gerept. Het Semoispad van Florenville tot de Franse grens voorbij Bohan is 97 km lang. Waar voor de oorlog de padbeschrijvingen in de Cosyngidsen werden gepubliceerd, doet Touring Club dat eind jaren '40 gedetailleerd in zijn eigen ledenblad.
> Vooral de regionale verantwoordelijken van TCB zorgen voor het onderhoud van de paden en wandelroutes, in 1950 alleen kregen 652 km aan Belgische (voornamelijk Ardense) wandelwegen een onderhoud, vaak grotendeels op kosten van TCB zelf. Raph Alofs blijft zich beklagen over de aanhoudende en enerverende daden van vandalisme aan de wandelinfrastructuur. Wegwijzerbordjes die worden weggenomen, verdraaid of kapot gemaakt.
> Het wordt in de loop van de jaren '50 duidelijk dat het een zware opgave is voor Touring Club om de paden te blijven onderhouden en dat er een hoog kostenplaatje tegenover staat + een constante lokale opvolging. Voldoende en gemotiveerde medewerkers vinden all-over de Ardennen blijft ook een uitdaging. En...er is bovendien een slinkende interesse voor langeafstandswandelen naarmate de jaren '50 vorderen. De opkomst van de auto zit daar ongetwijfeld voor iets tussen. Niet dat er niet meer wordt gewandeld maar de tijdgeest verandert. De autobezitter rijdt ergens naar toe en maakt bij voorkeur een luswandeling, die hem op het eind van de dag weer bij zijn auto brengt. Dat terwijl de TCB-paden, zoals de Wandelweg van de Semois doorlopende trajecten vormen.
> Net zoals in Nederland met de ANWB-paden gebeurt, trekt ook Touring Club de Belgique rond 1958 er de stekker uit voor hun langeafstandspaden. Officieel meldt Touring Club dat de wandelwegen worden overgedragen aan het nationale Commissariaat voor Toerisme maar het is duidelijk dat de overheid niet geïnteresseerd is in het onderhoud en de uitrusting van de TCB-langeafstandspaden. Touring Club stopt er dus mee en zal zich op de eerste plaats vooral richten op de autotoerist en het succes van de lucratieve pechverhelpingsdienst. Tot vandaag is dat nog steeds zo...
> Toch is langeafstandswandelen eind jaren '50 niet helemaal dood. Vanaf 1946 (met jaren vertraging omwille van de oorlog) was men in Frankrijk op aandringen van wandelexpert Jean Loiseau en onder overkoepelend initiatief van de Franse Touring Club, dan toch begonnen met de uitrol van een basispadennet voor gans Frankrijk. Zoals we weten werd Loiseau vooral geïnspireerd door wat Maurice Cosyn had gerealiseerd in de Ardennen voor WO II met ondermeer de Wandelweg van de Semois. Jean Loiseau noemde die toekomstige Franse paden 'grande randonnées' (of kortweg G.R.'s) en ontwierp daarvoor de vandaag overbekende witrode padmarkering.
> Terwijl in Frankrijk het net aan Grande Randonnées langzaam uitrolde na 1947, verdween in België dus het padennet van T.C.B. eind jaren '50. Amper een jaartje na de opheffing van de TCB-paden groeide er in de Ardennen echter een fris initiatief.
> Een enthousiast vriendengroepje uit het Luikse; Lucien Cailloux, Alain Dawance en Henri Léonard, brachten het Franse GR-concept mee naar huis na wandelvakanties in de Vaucluse. Ze hadden daar contacten met de legendarische jeugdherbergvader en padmarkeerder François Morenas en een andere GR-pionier, Alain Chevalier. Die stimuleerden hen om in België ook GR’s te ontwikkelen, met name een Belgische doortrekking van Grande Randonnée nr 5 (G.R. 5).
> In 1959 richtten onze vrienden na hun Franse wandelvakantie het 'Comité Ardennais des Sentiers de Grande Randonnée' op. Uitgebreid met ondermeer Francis Vanmechelen en Roland Huysmans, wordt de naam van de jonge vereniging twee jaren later (1961) gewijzigd in 'Comité National Belge des Sentiers de Grande Randonnée' of kortweg C.N.B.S.G.R. En zo werden de Belgische GR-paden geboren! Er volgden begin jaren ’60 aanvankelijk GR-gemarkeerde trajecten in de provincie Luik: G.R. 5 (Moelingen – Burg Reuland) en G.R. 56 (Hoge Venen).
> In aanwezigheid van heel wat prominenten (en in de stijl zoals Cosyn voor WO II paden inhuldigde) werd op 5 mei 1963 het Belgische deel van G.R. 5 open gesteld. Hierbij zijn ook de internationale Vereniging voor Eifel en Ardennen (E.V.E.A.), de Internationale Toeristische Alliantie (A.I.T.) en Touring Club (T.C.B.) vertegenwoordigd. Wellicht werd hier de vraag aan het jonge GR-comité gesteld om in te staan voor het Belgische traject van het internationale wandelpad Ardennen – Eifel. EVEA had al een bewegwijzerde toeristische autoroute door de Belgische en Franse Ardennen, Luxemburg en de Duitse Eifel geopend in 1960. Iets gelijkaardigs willen ze creëren voor wandelaars, een idee dat al broedt sinds 1956.
> TCB had zijn lange wandelroutes echter net opgeheven en speelt als Belgisch EVEA-vertegenwoordiger de vraag door naar de vereniging voor GR-paden. Met de belofte van subsidies aanvaardt de jonge GR-vereniging dat voorstel. De GR-medewerkers werken een meer gedetailleerd routevoorstel uit, de passages door de Belgische Ardennen zullen zowat 530 km lang worden! Hun trajectvoorstel wordt goedgekeurd op het EVEA-congres te Sedan op 9 mei 1964.
> Wat een uitdaging! Van meetaf is duidelijk dat dit een project van lange adem wordt. Voor het eerst zal de GR-vereniging ook buiten de eigen provinciegrenzen 'kleuren': in de provincie Luxemburg en Namen zal het traject van de oude TCB-Wandelweg van de Semois zowat volledig worden opgenomen in het traject van deze GR Ardennen – Eifel (G.R. A.E.). Er wordt in 1964 meteen een traject van 30 km tussen Houffalize en Grandménil bewegwijzerd.
> Toch loopt de samenwerking met TCB wat financiële ondersteuning betreft niet steeds op rolletjes. Er is de volgende jaren wat overleg en aandringen nodig bij Touring Club om het GR AE-project alsnog te blijven subsidiëren. Bovendien zijn de ledenwerking en projectrealisaties van de GR-organisatie de eerste 15 jaren nog sterk op de provincie Luik georiënteerd. Die mix van obstructies heeft als gevolg dat de realisatie van GR AE ongeveer 27 jaar zal duren en uiteindelijk zou worden afgerond met een ingekorte rondweg door Ardennen en Eifel rond het jaar 1991!
> De Semoisvallei kwam nog relatief snel aan de beurt. Wellicht te danken aan René Falize, een doorzetter die vanuit Glons (bij Luik) verscheidene malen naar de 'verre Semoisvallei' trok om er met verfkwasten voor rode én witte verf aan de slag te gaan. Falize was de oprichter van een eigen wandelclub ('Crêtes et Vallées') maar meestal was hij helemaal alleen op schilderspad langs de Semois. Over René Falize's werk bericht het ledenblad GR-Informations: "Hij verdient de titel van Uitzonderlijk Wandelaar, we zijn hem uitdrukkelijk dankbaar".
> Roland Huysmans, een andere GR-medewerker van het eerste uur, herinnert zich het einde van een lange markeringsdag in de Semoisvallei midden jaren '60. "Falize en ik hadden onze laatste bus gemist en daar stonden we dan autostop te doen, onze handen helemaal bevlekt met rode verf. De zon ging al onder de horizon toen er uiteindelijk toch een Barmhartige Samaritaan stopte bij Falize. Zelf had ik me achter een rots verstopt. De automobilist dacht dat hij te maken had met een bloederig verkeersongeval. We waren gered".
> Falize begon witrode tekens te verven van Orval naar Florenville en in de zomer van 1965 zijn Falize's schilderwerken voor G.R. AE tot bijna in Conques (Sainte-Cécile) gevorderd. In de lente van 1966 is hij al tot in Auby geraakt. Bouillon is niet meer veraf. Nog voor het jaareinde kan het GR-comité een gestencilde padbeschrijving met geschetste trajectkaart ter beschikking stellen voor het deel tussen Orval en Bouillon (75 km).
> In 1968 lost Touring Club na aandringen eindelijk weer beloofd subsidiegeld voor G.R. AE (5650 BF) en wordt dus verder gemarkeerd tot Bohan en zelfs tot de Franse Semois-Semoy-grens. In januari 1969 volgt dan een topogidsje van 10 pagina's voor het deel langs de Beneden-Semois tussen Bouillon en de Franse grens te Sorendal (41 km), voorzien van een losse kaartschets.
> Aan de Franse zijde van de grens (Sorendal aan de Semoy) sluit vanaf 1970 GR AE aan op de GR-route 12 (Parijs - Brussel). De Club Alpin Français markeerde in de Semoy-vallei GR-trajecten. Een Franse G.R. AE-verbinding zou er uiteindelijk ook wel komen maar later en niet langs Givet zoals voorzien. Nee, het Franse AE-traject zou vele jaren later 'een endeldarmpje' worden dat na enkele tientallen kilometers dood liep te Montcornet-en-Ardenne.
> Op 24 juni 1973 werd de Europese Wandelweg E3 (Atlantische Oceaan bij Royan naar Bohemen bij Marktredwitz (Poolse grens) ingehuldigd. Het Semois-Semoy-traject van G.R. AE / GR 12 maakt er tot vandaag deel van uit.
> In België wordt in 1989 gewerkt om ook het noordelijk deel van GR AE 'rond te krijgen', teneinde het geïsoleerde stukje AE tussen Werbomont en Houffalize (inmiddels 25 jaar oud!) te linken in een afgewerkt AE-project. Niet meer als onderdeel van een traject tussen Eupen en Givet zoals oorspronkelijk gepland in 1964 maar ingekort, tussen Eupen en Martelange.
> De volledig afgewerkte GR AE krijgt zo een zuidelijke tak (G.R. AE-Sud) en een noordelijke tak (G.R. AE Nord). Deze ingekorte versie heeft alles te maken met de aansluiting van het AE-pad in de Franse Ardennen dat in zijn geplande lusvorm nooit werd gerealiseerd. De trajecten Martelange - Florenville en de Semoisvallei vallen onder het zuidelijke deel dat reeds eind jaren '70 klaar was. In 1991 verschijnt dan uiteindelijk de wandelgids over het noordelijke AE-deel, waarmee na 27 jaar het Ardennen-Eifelpad is afgerond.
> Het Semoistraject van G.R. AE werd tijdens de laatste drie decennia van de 20ste eeuw een van de meest geliefde en populairste lange wandelroutes in België. Met hoogteverschillen boven 200 meter werd het ook de sportiefste en meest uitdagende GR-route. En misschien wel de mooiste GR-route, door de vele spectaculaire uitzichtpunten. In de loop der jaren werden de G.R. AE-wandelgidsjes ook professioneler uitgewerkt, van dunne boekjes zonder kaarten tot volwassen wandelgidsen met veel detailinfo + NGI-topografische trajectkaarten in kleur.
> In 1995 publiceert Roularte Books de wandelgids 'De Semois van bron tot monding'. Wandelboekenauteur bij uitstek Julien van Remoortere, loopt van Aarlen tot Monthermé en werkt een route uit die 192,5 km lang is. Van de bron bij Aarlen tot Chiny volgt hij een eigen uitgestippeld traject. Verder volgt hij tot de monding in de Maas bij Monthermé grotendeels het witrode spoor van G.R. AE. Voor het eerst een wandelgids met een route die de hele Semois-Semoyvallei omvat, inclusief overzichtkaartjes in zwart-wit. Enkele jaren later ontrolt zich nog een ingrijpend initiatief.
> De projectgroep 'Contrat de rivière Semois-Semoy', bestaande uit de 12 Semois-oevergemeenten en allerlei belangen- en beheersgroepen, besluit in 1996 om door de Semoisvallei gemarkeerde, doorlopende recreatieve trajecten te creëren. Een idee van Roger Laurent uit Martué (van vzw 'Défense de la Semois'). Niet enkel een 'Trans-Semoisienne' voor wandelaars maar voor een rist recreatengroepen: dus ook voor fietsers, ruiters en paardenspannen. Telkens een aangepast traject.
> Omwille van grensoverschrijdende samenwerking met partners uit de Franse Semoy-vallei, kan men rekenen op een stevige financiële input vanuit Europa, via het Interreg-fonds en Waalse en Franse overheidssubsidies. De invulling van het project wordt geleid vanuit de Aarlense 'Fondation Universitaire Luxembourgeoise' (F.U.L.).
> Voor de wandelversie van de Trans-Semoisienne klopt men aan bij de Waalse vereniging voor GR-paden. Tussen de stuwdam op de Vierre (bij Chiny) en Bohan bestaat immers dan al meer dan 30 jaar de G.R. AE. Tussen de bron van de Semois te Aarlen en de monding van de Vierre in de Semois bij Chiny loopt er echter nog geen wandelroute. De GR-medewerkers gaan aan de slag en markeren op vraag en met subsidie ook dat ontbrekende deel. Er wordt in opdracht een 40 km lang traject met de bekende witrode streepjes bewegwijzerd en zo komt er voor het eerst een wandelroute die de gehele Semoisvallei van de bron tot de monding over 184 km overspant, van Aarlen tot Monthermé.
> In 2001 publiceert de FUL een gids over de gehele route, evenals een topografische kaart en het afgerond project wordt met aangebrachte bewegwijzering feestelijk ingewandeld op 19 augustus 2002.
> Voilà, opdracht vervuld? Probleem met dit soort projecten is dat ze binnen een vooropgestelde termijn worden beëindigd en met een opgesoupeerd budget vervalt ook een structurele toekomstvisie qua onderhoud en opvolging. Nu ja, helemaal dood is de TransSemoisienne daarna niet. Er kwam in 2009 zelfs nog een nieuwe NGI-wandelkaart... die omwille van aanpassingen aan het GR-traject in dezelfde periode al meteen behoorlijk verouderd was. En ieder jaar wordt in augustus ook nog een klein TransSemoisienne-evenement georganiseerd, vooral gericht is op ruitertochten in de Semoisvallei.
> Tot slot nog een woordje over het wandeltraject rond de Franse Semoy-vallei. Voor wie er écht is in geïnteresseerd want het is een vreselijk ingewikkelde historie, we proberen het hier kort in vereenvoudigde versie te schetsen.
> In 1970 wordt het traject van GR 12 (Brussel - Parijs) gerealiseerd in de Franse Ardennen. Dat Franse deel bereikt via Montcornet-en-Ardenne en een stukje Maasvallei het Semoy-dorp Haulmé, om wat kilometers verder te eindigen in Sorendal bij de Frans-Belgische grens. Daar sluit de toenmalige Belgische GR Ardennen-Eifel aan. Dat GR 12-traject is meteen ook onderdeel van de virtuele Europese wandelroute E3, die in België het GR AE-traject volgt.
> Er is midden jaren '70 ook al een Frans AE-traject uitgetekend om vanaf de Belgische grens bij Sorendal via Roc de la Tour naar de Semoy-monding in Monthermé te lopen maar het lijkt enkel bij een kaartintekening te blijven. Wellicht werd het nooit bewegwijzerd als GR AE, ook niet in de jaren '80 (geen projectsubsidies?). Er waren in 1976 wel Franse plannen om het traject van GR 12 een stuk meer westelijk op te schuiven naar Montcornet om zo beter aan te sluiten op de Belgische GR 12. Die verschuiving werd met jaren vertraging wel gerealiseerd.
> Het vervallen Franse GR 12-deel tussen Montcornet en Sorendal (zonder passage langs de Semoy-monding te Monthermé) zou dan effectief het Franse deel van GR AE worden maar het bleef eerst nog jaren bestaan onder verschillende namen: als GR 12-vertakking, als aanlooproute naar GR 12 en / of als GR E3 tussen de Belgische GR AE te Sorendal en GR 12 te Montcornet. Ergens begin jaren 1990 (?) werd het oude GR 12-traject dan GR AE.
> Wat oorspronkelijk in de jaren '70 het traject van de Franse GR AE had moeten worden (via Roc de la Tour naar de Semoy-monding te Monthermé) werd eind jaren '80 als GR 12C een alternatieve verbinding tussen Sorendal en Montcornet via Monthermé. Dat was nog niet alles. Er kwam zowaar nog een variant traject op GR 12 C bij tussen Monthermé en Bogny-sur-Meuse, de GR 12 C' (let op het afkappingsteken)!
> De verwarring werd helemaal compleet toen de Waalse vereniging voor GR-paden zijn eerste wandelgids publiceerde voor GR 16 (ex-GR AE) in 2010 en daarin voor het Franse deel tot de Semoy-monding te Monthermé koos voor de Franse GR AE Sorendal - Naux en dan GR 12C tot Monthermé.
> We blijven eerst nog even bij de Franse Semoy-vallei. Goed nieuws voor wie vandaag van de Franse grens bij Sorendal tot de monding van de Semoy wil wandelen te Monthermé of zelfs verder over het Europese Pad E3 tot de aansluiting met GR 12 naar Parijs:
1° er volgde rond 2017 nogmaals een GR-hertekening op Frans grondgebied. De aansluiting met GR 12 werd nog meer westelijk opgeschoven (naar Rimogne).
Tussen Sorendal, Monthermé en Rimogne loopt er sinds dan enkel nog één hoofdroute, die net als in Wallonië het nummer GR 16 kreeg opgeplakt. Geen GR AE, geen GR 12C, geen GR 12C' meer dus.
> Het is nu een bijzonder mooi traject, dat het beste van de oude trajecten combineert, zelfs met een paar nooit eerder witrood gemarkeerde delen. Sorendal - Hautes Rivières - keuze ofwel Semoyvallei naar Naux ofwel op hoogte naar Naux - Roc de la Tour - uitzichtpunten boven Monthermé - Monthermé (monding Semoy). Wie vanuit Monthermé nog verder wil over GR 16 wandelt naar Bogny-sur-Meuse (ex GR 12C'), daarna loopt GR 16 nog over ex-GR 12C via Sécheval - Montcornet - Lac des Vieilles Forges tot Rimogne (eindpunt GR 16 en aansluiting op GR 12 Brussel - Parijs). En zo ben je ook de Franse Ardennen uit. De Semoy /Semoisvallei ligt inmiddels al een stevige dagtocht achter jou.
> Na 2015 heeft GR 16 Semois in de Belgische Ardennen enkele variante trajecten gekregen. Ondermeer tussen Mouzaive en Laforêt, tussen Corbion en Bouillon, tussen Les Bulles en het Vierre-stuwmeer, en te Aarlen een alternatieve stadspassage. De ladderpassages tussen Botassart en Rochehaut werden opnieuw opgenomen als variant traject op GR 16 nadat de toegang en de ladders zelf werden verbeterd.
> Een andere tendens is het geheel of gedeeltelijk enten van nieuwe thematische wandelroutes en streek-GR's op de klassieke GR-routes. Zo kwam er in 2022 een Streek-GR door het Land van Bouillon, waardoor GR16 met GR 161 'Le Tour du Pays de Bouillon-en-Ardenne' er zowaar een 'dochterpad' bij kreeg. De 186 km lange rondwandeling, met geelrode streepjes gemarkeerd, maakt voor een groot deel gebruik van klassieke GR-paden, waaronder stevig wat trajecten van 'moederpad' GR 16.
> Ongetwijfeld is het GR 16-verhaal nog lang niet ten einde. De mooiste trajecten in en boven de Semoisvallei zijn al zowat 100 jaar verankerd, sinds Maurice Cosyn het eerste lange Semoispad ontwikkelde. Voor tussentrajecten en zijpaden bekijkt de GR-organisatie steeds hoe de Semoisvallei nog meer aantrekkelijke belevingservaringen kan bieden aan de wandelaar...
> Hoewel de vereniging voor GR-paden (SGR) in 2001 nog een gedetailleerde gids had gepubliceerd over het 214 km lange zuidelijke deel van GR AE, neemt SGR in het jaar 2004 een ingrijpende beslissing: het Belgische deel van de internationale wandelroute Ardennen-Eifelpad (AE) zal na tientallen jaren worden afgekoppeld. Het einde van een mislukt project, althans gezien vanuit een internationale context. Terwijl de verschillende nationale trajecten allemaal zeer de moeite zijn, zijn wandelaars die het hele traject van bijna 800 kilometers afwandelen schaars, bijna nihil. De overkoepelende organisatie, EVEA is over de jaren heen afgezwakt tot een club met enkel wat ronkende verklaringen maar zonder aktieve promotie van het AE-pad. Internationaal bekeken is het AE-pad dus eigenlijk een mislukking. Tot vandaag bestaan de gemarkeerde trajecten wel nog in het Groot-Hertogdom Luxemburg en in Duitsland.
> De bestaande Belgische wandeltrajecten worden na 2004 volledig geadopteerd voor een 'nieuwe' grande randonnée met het nummer 15. Die G.R. 15 zal net zoals ex-GR AE een noordelijk deel (Monschau - Martelange) en een zuidelijk deel (Martelange - Chiny + de Semoisvallei Chiny - Franse grens + Orval - Florenville) omvatten. Het nieuwere deel Aarlen - Chiny, dat enkele jaren eerder in opdracht werd gecreëerd voor het TransSemoisienne-project, wordt nu beschouwd als een 40 km lange aanlooproute (zonder nummer) naar GR 15 te Chiny.
> De nieuw aangebrachte verfmarkeringen voor GR 15 zijn amper droog als het bestuur van de Waalse GR-paden rond 2007 beslist om de voorheen wat secundair behandelde provincie Luxemburg te voorzien van een intensiever GR-wandelnetwerk. Dit keer zijn de wijzigingen nog ingrijpender. Het zuidelijke deel van GR 15 wordt ontmanteld en geadopteerd voor verschillende andere GR-trajecten.
> Provinciehoofdstad Aarlen, waar tot het jaar 2000 geen enkel GR-traject passeerde, wordt op de kaart gezet als een knooppunt van GR-paden, net zoals dat het geval was eind jaren '30 van de twintigste eeuw met de 'Sentiers Touristiques' van Maurice Cosyn voor TCB / TCL. Er komt voor het eerst een GR-pad dat volledig de rivier Semois als thema heeft, met de Semoisbron als startpunt.
> GR 15 langs de Semois wordt nu dus GR 16 Semois, inclusief de 'TransSemoisienne - aanlooproute' van Aarlen naar Chiny. Dat deel wordt nu volwaardig onderdeel van GR 16 Semois. Inclusief ook een Frans traject tot de monding van de Semoy te Monthermé. Het zijtraject Orval - Florenville wordt afgekoppeld en zal later worden geïntegreerd in de zuidelijke doortrekking van GR 129 - Dwars door België. Het deel Martelange - Chiny wordt afgekoppeld voor een grote Luxemburgse wandellus, de toen in planning zijnde, eveneens nieuwe, GR 151.
>2010: publicatie wandelgids voor GR 16 onder de naam 'Sentier de la Semois'. Daarmee is de cirkel figuurlijk helemaal rond want dat was ook de padnaam in de periode voor WO II toen door Maurice Cosyn de eerste Semois-wandelroute werd uitgewerkt. In 2016 en 2021 werden nog nieuwe edities van de topografische gids van GR 16 gepubliceerd, waarbij hier en daar nog trajectverbeteringen en variante trajecten werden opgenomen. Vandaag is de hoofdwandelroute tussen de bron en de monding van de Semois zowat 213 km lang geworden.
> Heel wat vrijwillige - vaak anonieme - GR-medewerkers hebben de voorbije decennia bijgedragen tot het wandelplezier dat je vandaag kunt beleven langs de Semois / Semoy, van padontwerpers tot schrijvers van de gidsen. Behalve de vele padmarkeerders vermelden we hier zeker ook volgende personen die in de 21ste eeuw een belangrijke bijdrage leverden aan de realisatie van GR 16 (sommigen zijn inmiddels al overleden): Francis Verlack, Jacques Debiève, Paul Eloy, Jean-Paul Wibrin, Joëlle Maquet, Jean-Marie Maquet, Henri Corne, Jacques Mahieu, José Moreau, Raymond Louppe.
Eerste wandelgids over de 'Wandelweg van de Semois' en de Wandelweg van Orval' uit eind jaren '30, met volledige routebeschrijving en vele schetskaartjes (Cosyn).
Kaart van de 55 km lange Wandelweg van de Semois tussen Florenville en Bouillon in 1935. (Cosyn)
Pad met rustbanken op de Côte d'Auclin, de steile Semoisoever bij Bouillon (Albert).
Onderweg van Dohan naar Auby door de Semoisvallei tijdens het interbellum (La Belgique pittoresque)
Voettocht door de Ardennen in 1935 (Gazette de Charleroi)
De Wandelwegen van de Semois en van Orval als onderdelen van het eind jaren '30 effectief gerealiseerd project Cosyn en de Touring Clubs voor een van de internationale wandelwegen (Cosyn / TCB).
Padmarkering Wandelweg van de Semois (CW)
Richtlijn voor een te markeren Frans
GR-pad in de jaren '50 (CNSGR).
Wandelgids van 10 pagina's en met een geschetste kaart voor het G.R. AE-deel Bouillon - Sorendal (1969).
Jean-Pierre Englebert rond 1970, wandelinspiratie zoekend in de GR AE-gids voor de Beneden-Semois... Jean-Pierre is meer dan een halve eeuw later nog steeds een geïnspireerd wandelaar (F. Jean Engelbert)
Wandelgidsen GR 16 uit 2010 / 2016
De bron van de Semois te Aarlen.
Genstencilde padbeschrijving Orval - Bouillon in 1966.
Oorspronkelijk geprojecteerd plan voor G.R. AE in 1964 (rode lijn). De Duitse en Luxemburgse trajecten werden snel gerealiseerd. Het Franse traject tussen Monthermé en Givet kwam er nooit. Het noordelijke Belgische deel tussen Eupen en Givet enkel in ingekorte en gewijzigde vorm. Eind jaren '80 werd het Belgische traject dan maar korter rond gemaakt met een knooppunt te Martelange (stippellijn = het effectief gerealiseerde traject), het deel tussen Houffalize via de Lessevallei naar Givet kwam er nooit.
Schematisch plan getekend door Jean Loiseau over zijn tocht over de Wandelweg van de Semois in de herfst van 1936. 10 jaren later werd Loiseau de initiator van de Franse GR-paden. De Wandelweg van de Semois was nog maar enkele maanden bewegwijzerd. Loiseau en zijn maten kampeerden onderweg. Loiseau geeft op de kaart aan waar er goeie kampeerplekken zijn (tentsympbool) en waar er mooie uitzichtpunten (P.V.) zijn langs de Wandelweg.
> Voor we de GR 16 Semois van Aarlen tot Monthermé helemaal afwandelen, geven we je op de volgende pagina een pak tips mee.
Belangrijkste bronnen:

GR-informations - GR Sentiers (Bulletin Sentiers de Grande Randonnée), GR-berichten - Op Weg (Tijdschrift Grote Routepaden) / Topo-guides & kaarten (1964 - 2022) / Archief SGR / Guides Cosyn / Bulletin TCB (1921 -1958) / Les Ardennes - Victor Joly / La province de Luxembourg Voyage à travers champs - Van Bemmel - Gravrand / Deux infatigues promoteurs du Tourisme - Stéphanie Queriat / L'ardenne - Jean d'Ardenne / Delcampe auctions / Nels & Albert (postkaartafbeeldingen) / Itinéraires des Ardennes - Jean Loiseau / Gids voor Bouillon en omstreken - Jef de Combe / V.T.B.-gids voor Bouillon en omstreken - Eugeen de Ridder / Topo-guide GR 12-12A 1978 - CNSGR / Sentier de GR 12 Ardennes 1976 - Comité Tourisme des Ardennes / Sentier du Fer du Schiste et de la Forêt en Ardenne - FFRP / Europäischer Fernwanderweg E3 - Kompass & Deutscher Wanderverlag / TransSemoisienne Cartes - Topo-guides / De Semois van bron tot Monding - Julien van Remoortere

Onderzoek mmv Jean-Pierre Englebert
Emaillebord van wandelweg nr 4 van
Touring Club, hier een zijpad van het Sentier de la Semois, de Wandelweg 'Comtes de Chiny' (Habay - Chiny) met eveneens nr 4 als padnummer, opengesteld in 1951.
Joly en Kuytenbrouwer onderweg tussen Dohan en Herbeumont. Ze arriveren een eind na de middag in een eenvoudig dorpshuis te Cugnon en hopen er een stevige maaltijd te kunnen eten. Een cotelette of Semoisforel zou wel smaken maar onze trekkers moeten het voor de zoveelste keer stellen met een eenvoudige pan eieren met ui. (ets Kuytenbrouwer, beide trekkers rechts op de ets)
Wandelstijl rond 1900: bourgeoisie-flaneerwandelen naar een uitzichtpunt (links)
en de solitaire wandelaar, klaar voor een stevige dagtocht (rechts). (Regards)
Vrijmaking en aanleg door Touring Club van een pad over de Semoisoever tussen Sainte-Cécile en Herbeumont in 1922. (TCB & Nels)
Aanleg van een pad tussen Frahan en Alle-sur-Semois over de Crêtes de Frahan in de jaren 1920. (Foto Nels)
GR-gidsen over de wandelroute door de vallei van de Semois / Semoy. Verschenen tussen 1969 en 2000
Uitzichtpunt langs GR 16 over de Semois ter hoogte van Herbeumont
GR AE in Waalse Ardennen
GR 16
Semois van bron tot monding (213 km)