Startpagina > Wandelen > GR16 Sentier de la Semois
Martué
> Het uitzicht van Martué als een typisch Gaums straatdorp van aaneengebouwde huizen met voor de woning een lange 'usoir' (voor stockering van hout, karren, mest) is nog mooi bewaard. De huidige kapel van Martué - gewijd aan Sint-Rochus - werd in 1726 gebouwd, een datumsteen op het portaal is daar het bewijs van.
> Over de afbeelding van een ruiter met vaandel boven de kerkdeur hangt wat een mysterie. De ingemetselde steen is wellicht afkomstig van een veel ouder gebouw van voor 1726, de stijl lijkt romaans (11de-13de eeuw). Een atypische voorstelling van Sint-Rochus? Het zou ook een afbeelding kunnen zijn van
Sint-Jacob, Santiago de Morendoder, de verbeten strijder te paard, volop in de aanval.
> De link met passerende pelgrims naar Santiago de Compostela is niet ondenkbaar. Kijken we even naar de naamsoorsprong van Martué: waarschijnlijk afgeleid van 'Martin wé', het 'wed' van Martin. Een wed is een doorwaadbare plaats in een beek of rivier. Hiermee wordt uiteraard de passage door de Semois bedoeld, we zullen dadelijk langs GR 16 die plaats passeren. Martin of Maarten was wellicht de bezitter van de grond waarop deze doorwaadbare plaats lag in de vroege middeleeuwen. Waar een passage over een beek of rivier nu overal vlot wordt genomen door bruggen, was dat in de middeleeuwen niet zo evident. De weinige brugoverspanningen waren vaak in hout en verkeerden in slechte staat of spoelden 's winters weg. Vaak waren ze onderwerp van tolheffing.
> Hoe verliep het verder? Er werden al plannen gemaakt om het kruis te reconstrueren met een kolom in lokale steen of in beton en waarbij fragmenten van het originele kruis zouden worden opgeslagen in de kapel van Martué. Rond 2010 lijkt er een beslissing te zijn genomen om de kolom en het kruis herop te bouwen uit de originele stukken, ondanks de grote schade en fragmentatie. Met bindmiddel wordt dus alles terug zo goed mogelijk in elkaar gepuzzeld. In juli 2014 was het zover, het door de Brusselse restaurateur Vereecke herstelde 'Croix de Justice' staat weer op zijn plaats. De restauratie kostte 15.000 €.
> Een mooie afsluiter krijg je door eens te gaan piepen achter de kerk en het VVV-kantoor. Voor jou spreidt zich daar een panorama uit over de Gaume en de Semois en over een deel van de route die we vandaag wandelden.
Florenville
> Florenville is gelegen op de rand van de meest noordelijke Gaume-cuesta. De noordelijke kant, waarover we kwamen via GR 16, loopt vrij scherp af naar de vallei van de Semois. De stad ligt zo ook op de scheiding van Gaume en Ardennen. Behalve de hoge kerktoren is de stad Florenville eerder arm aan bezienswaardigheden.
> Opvallend landmerk en van ver zichtbaar is de 50 meter hoge slanke kerktoren van Florenville. De vorige toren, pas in 1873 gebouwd werd verwoest in 1940, wellicht was de toren een té aantrekkelijk uitzichtpunt voor de vijand. De huidige toren werd gebouwd in 1951. Het is mogelijk om de torentrappen te beklimmen tijdens de zomermaanden en er te genieten van het weidse uitzicht over de Gaume. In de toren bevindt zich ook een beiaard van 48 klokken.
> De attractiviteit van de stad ligt eerder in de onmiddellijke omgeving, waar je tal van recreatieve mogelijkheden hebt in een boeiend landschap. Praktisch is de stad wel handig, je vindt er alle voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer naar andere etappeplaatsen op GR 16 Semois. Niet ver van de kerk ligt ook een goed gedocumenteerd VVV-kantoor. De stad is ook bekend in de streek voor zondagshopping, je vindt er de meeste winkels tijdens het weekend dus open. ’s Maandags dan weer zijn de meeste zaken gesloten, op de supermarkten na.
> In Martué is waarschijnlijk nooit een brug geweest in de middeleeuwen wat niet betekende dat er geen tol moest worden betaald. Deze hindernissen waren dan ook vaak verzamelplaatsen voor reizigers zoals handelaars en pelgrims. Meer uitleg over de link tussen Martué en Compostela vind je op de pagina over Via Arduinna.
Lacuisine
De Semois te Moyen
> Heel wat verrassende contrasten tijdens deze derde etappe over GR 16 Semois. Al concludeer je dat niet meteen na de eerste - nogal saaie - 5 kilometers voor en na het dorp Moyen. Eens de vallei van de Vierre bereikt, verandert de wandelomgeving dramatisch. We trekken voor het eerst de Ardennen binnen. Slingerende bospaden langs de Vierre en de eerste klimmetjes, al zijn ze nog beperkt. Voorbij het stuwmeer op de Vierre zoeken we weer de Semois op te Chiny. Er wachten de volgende kilometers drie opeenvolgende, schitterende uitzichtpunten over de Semois, verbonden door bospaden. Naar het einde van deze etappe komen we te
Lacuisine zowaar weer uit de Ardennen, de Gaume in. Het dorpje Martué is zo'n lieflijk Gaumedorpje. Van daaruit klimmen we een cuesta van de Gaume op, waarop de stad Florenville is gelegen.

Moyen Semois
Roestvlekkenmycena
Ruisseau de Prévôt
Notre Dame du Maquis
Brugje over de Ruisseau de Prévôt
Martué chapelle
Florenville panorama
Notre Dame
du Maquis
Chiny, 'barquettes' van de 'passeurs réunis' (oude postkaart)
Pont Saint-Nicolas Chiny
> De huidige Pont Saint-Nicolas, met zijn bogen die over een rustige Semois reflecteren in volle cirkels, dateert uit 1955. Ze werd gebouwd nadat de vorige brug werd verwoest door de Franse genie in 1940. Sinds de middeleeuwen stonden de inwoners van Chiny en de omliggende dorpen in voor het onderhoud van de brug, in ruil kregen ze het gebruiksrecht van een nabijgelegen bos. Tot 1737 was dit een houten brug, waarna een stenen brug werd opgetrokken. Het beeldje van beschermheilige Sint-Nikolaas (patroon van de reizigers) dat midden op de brug staat, is wellicht nog een overblijfsel van deze eerste stenen brug, hoewel het ook nog ouder kan zijn.
Gerechtskruis van Martué (RIP)
>In Martué staat al eeuwenlang een gerechtskruis. Dit is niet zomaar een kruis langs de weg. Het symboliseert de vrijheden die het dorp ooit had verworven via de wet Beaumont. Het kruis dateert uit 1327 (!) en staat trots opgesteld aan de ingang van het dorp als je de Semois oversteekt.
> Het kruis stond er dus. In 2007 schepte een boer van het dorp met zijn tractor per ongeluk het oude monument van zijn sokkel. De schade was vreselijk: het kruis en de kolom waren opgetrokken in lokale kalkzandsteen, eeuwen wind en regen hadden van het gerechtskruis een broos monument gemaakt. Alles lag volledig in gruzelementen. Van ne 'lompen boer' gesproken! het dorp was meteen zijn symbool kwijt.
> Sinds 1946 al was het kruis een beschermd monument, het is het oudste monument van de streek en zelfs vrij uniek in zijn soort in België. Er bleef nu enkel een sokkel over.
Martué Compostela
Santiago Matamoros Martué
Florenville
Chiny Embarcadère
Passeurs Réunis Chiny
Bospad langs de Semois
> Tijdens deze etappe heb je enkel bevoorradingsmogelijkheden op het start- en eindpunt. Te Jamoigne (oa Spar-supermarkt) en te Florenville (alles). Horeca is er meer te vinden onderweg. Te Moyen een volkscafé, te Chiny in de Moulin Cambier voorbij de Semoisbrug (kort bij GR 16), nog te Chiny ter hoogte van de passerelle naar de Embarcadère (vlakbij GR 16) en te Florenville.
> Enkele kampeermogelijkheden onderweg. Te Chiny wandel je langs camping 'Le Canada' en te Martué loop je langs de Camping à la Ferme in het dorp. De camping van Florenville ligt op 10 minuten van het traject. Florenville heeft een treinstation op de lijn Bertrix - Virton, het ligt op 1,5 km van het centrum.
> Aarlen, Tintigny, Jamoigne en Florenville zijn met elkaar verbonden via TEC-bus 22. Vanuit Florenville waaieren heel wat buslijnen uit, oa naar Bouillon.
> De streek tussen Jamoigne en Florenville wordt behalve door GR 16 Semois ook doorkruist door heel wat langeafstandsroutes: GR 129 Dwars door België, GR 151 Centrale Ardennen, Gaumeroute, Gaume Buissonnière en de pelgrimsroute Via Arduinna.
Voorbij Moyen
Splitsing GR 16 / GR 151 bij de stuwdam >
Nog een mooi zicht over de Semois, bij Lacuisine
Lacuisine
Zicht op Florenville
Verwoest gerechtskruis van Martué (foto genomen in 2005)
Florenville, kerk
Florenville, zicht over de Semoisvallei richting Martué
Restant gerechtskruis
Messing Sint-Jacobsschelp van Via Arduinna
Santiago Matamoros
Martué, St Rochuskapel
Chiny, embarcadère
De Vierre
Stuwmeer op de Vierre
Semois Moyen
Lac de Vierre
Vierre
Roche Pinco
Roche de l'écureuil
Roestvlekkenmycena
Martué Croix de Justice
Chiny Pont St Nicolas
< Door dennenwoud in de Vierrevallei
Passerelle in overstromingsgebied
Moyen, brug 1850 -1940 (postkaart)
Spoorlijn richting Moyen tijdens het interbellum (postkaart), nu trajectdeel GR 16
Uitzichtpunt 'La Roche Pinco'
Uitzicht 'Roche de l'Ecureuil'
Pad langs de Vierre
Moyen en de Semoisbrug
> Het ontstaan van een nederzetting hier gaat misschien wel terug tot de Galloromeinse periode. Dat had haast zeker te maken met de aanwezigheid hier van doorwaadbare plaatsen in de Semois, die hier wat breder uitwaaiert dan elders stroomopwaarts of -afwaarts. Een brug was hier dan ook minder noodzakelijk. Er zijn geen bewijzen dat er hier een aanwezig was voor de 19de eeuw. Wellicht pas in 1833-1834, kort na de Belgische onafhankelijkheid, werd een eerste brug over de Semois aangelegd. Die brug bevond zich een honderdtal meters meer stroomafwaarts dan de huidige. Ze rustte op 6 pijlers.
> Al in 1850 werd een nieuwe brug gebouwd, gelegen op de huidige locatie en met 5 bogen. Deze stevige stenen brug hield het vol tot mei 1940, toen de Fransen ze dynamiteerden om de opmars van de nazis te saboteren. Tussen 1948 en 1950 werd de huidige brug gebouwd, bestaande uit gewapend beton en met slechts 3 bogen.
> Merkwaardig is ook de passerelle waar je langs komt over GR 16, zowat 100 meter na de brug van Moyen. Vooral 's winters treedt de Semois hier nogal eens buiten haar oevers, daarvoor is ruimte voorzien te Moyen. Inwoners van Moyen vertelden me dat het water van de Semois zelden zo hoog komt. We checkten het even na en blijkbaar dateren de laatste overstromingen van 2003 en 2007, waarbij ook enkele straten blank kwamen te staan. In het geval die extra zone onder water komt te staan, ontstaat er een eiland, het eilandje van Paquet, waarop enkele huizen zijn gelegen. Om ze te ontsluiten op zo'n momenten dient dus de passerelle, die voor het eerst begin 20ste eeuw werd gebouwd.
Stuwmeer Vierre
> De stuwinstallaties op de Vierre dateren uit 1965. De dam is 134 meter lang en 12 meter hoog.
> De Vierre is tesamen met de Rulles de belangrijkste zijrivier van de Semois. Hoewel de Vierre in vogelvlucht hier op minder dan 1 km van de Semois stroomt, vloeit de Vierre pas vele kilometers verder in de Semois, in de buurt van Jamoigne. De Vierre ontspringt uit een samenvloeiing van beken op de hoogten boven Neufchâteau en wordt snel een brede rivier.
> De bedoeling van deze stuwdam is - zoals dat met de meeste stuwdammen het geval is - om electriciteit op te wekken. Vreemd genoeg zie je rond de stuwdam echter helemaal geen turbine-installaties. Dat komt omdat het water van het stuwmeer via een ondergrondse galerij naar de vallei van de Semois wordt geleid, die een goeie 20 meter lager stroomt dan de bedding van de Vierre. De stuwdam en het stuwmeer dat zo'n 1,5 miljoen kubieke meter water bevat, zijn dus verbonden met een elektriciteitcentrale, gelegen aan de oever van de Semois, op 1,5 km van de Pont St-Nicolas waar we straks langs komen.
> Om de onderaardse tunnel door de waterscheidingslijn van beide valleien te blazen werd in de leisteen een galerij gedynamiteerd aan een snelheid van ongeveer 100 meter per maand. Hiervoor werden 9000 kilo explosieven gebruikt. De uitgegraven schiefersteen werd herbruikt om bospaden in de streek te verharden. De waterpijp is 827 meter lang en loopt in hoefijzervorm naar de elektriciteitsturbine in de vallei van de Semois. Het verval onderweg is slechts 0,9 %, de laatste 42 meter is dat echter 33 %. In de electriciteitscentrale bevindt zich een turbine waarvan de werking wat te vergelijken is met die van een watermolen, met dat verschil dat het 'rad' horizontaal draait ipv verticaal. Output van de centrale is zowat 2000 Kilowatt per uur. Het uitzicht van de Vierrevallei veranderde dus in de tweede helft van de 20ste eeuw drastisch met de aanleg van de stuwdam.
> GR 16 loopt hier nog steeds te samen met GR 129 en kruist in het centrum van Lacuisine de hoofdweg om rechtdoor te vervolgen. Voorbij het kerkhof van Lacuisine komen ook de geelwitte tekens van de Transgaumaise er nog bij.
> We zijn nu 70 km ver over GR 16 sinds de start in Aarlen en zijn weer volop in de Gaume. De spoorlijn over en bij een rustbank ontplooit zich een mooi panorama voor ons, met Florenville gelegen op de meest noordelijke Gaume-cuesta.
> Over de spoorlijn links dus en na 50 meter rechts, een graspaadje op dat recht naar het volgende dorpje loopt, Martué. We komen onderweg langs de Camping à la Ferme van Martué om zo in het compacte centrum te belanden.
Chiny
> Chiny is op het eerste zicht een dorp als een ander, maar schijn bedriegt. Het dorp dat slechts een kleine 1000 inwoners telt, heeft de status van ‘stad’ en boogt op een rijke geschiedenis. Het graafschap Chiny wordt gevormd tijdens de tweede helft van de 10de eeuw. Op het hoogtepunt van hun macht beheerden de graven van Chiny honderden dorpen. Ondermeer Neufchâteau, Florenville, Virton en de Franse steden Carignan en Montmedy behoorden tot Chiny. De successie van graven kan in 2 dynastieën worden opgedeeld, waarbij de eerste reeks machthebbers hun hoofdzetel hadden in Chiny, terwijl de latere graven Montmédy verkozen. Tussen 980 en 1364 was het graafschap Chiny hét machtscentrum van het gebied dat nu ongeveer zowat heel de Gaume bestrijkt. Na 1364 werd het graafschap Chiny bij het hertogdom Luxemburg gevoegd.
> Het zal je dus niet verwonderen dat grote delen van de 202 km lange GR 16 Semois door gebied loopt dat ooit tot het machtige graafschap Chiny behoorde. Vreemd dat het dorp nooit is uitgegroeid tot een echte stad zoals Montmédy of Bouillon, nee Chiny straalt vandaag de rust uit van eender welk ander Ardens of Gaums dorp. Enkel in de zomer kan het hier druk zijn, waarbij alle aktiviteit zicht concentreert rond de Semois. Van de roemrijke geschiedenis is weinig overgebleven.
> In Moyen gaan we rechts de brug van de Semois over en dadelijk links, richting Neuville. We volgen nu helaas een aantal geasfalteerde kilometers. Op een kruispunt met een graspleintje in het gehucht La Neuville gaan we voor dat graspleintje rechts, maar nemen we niet de straat uiterst rechts. Rechtdoor langs een tuintje met serres.
> We bereiken na 800 meter een kruising met een verkeersweg naar Bertrix (wegkruis, rustbank) en wandelen steeds rechtdoor. Nogmaals 800 meter na dit kruispunt komen we na een korte daling bij een barbecuezone met schuilhutten en picknickbanken. De site is zowat volledig opgetrokken in hout, inclusief een aantal speeltuigen. Passeer je hier in slechte weersomstandigheden dan vind je in de overdekte constructies een prima schuilplaats. Je zou hier ook je tent kunnen recht zetten voor de nacht, hoewel dat eigenlijk niet officieel toegelaten is. Meestal is de plaats rustig, behalve op een zonnige weekenddag wanneer het hier zelfs vrij druk kan zijn met bbq'ende families, 'Les Rochettes' is immers bereikbaar met de auto.
> We zijn gearriveerd aan de Ardennen, precies op de grens tussen Gaume en Ardennen! GR-tekens zijn hier mogelijk wat schaars. We wandelen langs de barbecuezone 'La Rochette' en laten het weggetje bij het gedenkteken voor gevallen strijders van de oorlog '40 -'45, gewijd aan Notre Dame du Maquis, links liggen.
> Even opletten op de GR-bewegwijzering in de buurt van en voorbij La Roche Pinco. Vederop steeds het pad blijven volgen tot je uit het bos komt en zicht krijgt op een paar huizen. Kijk naar de ondergrond, we stappen van leisteen over naar zandsteen, van de Ardennen de Gaume in! We lopen niet door tot op de straat maar gaan links over een onduidelijk paadje door het gras. Je komt op een breder pad waar je even rechts gaat en dadelijk weer links (dus ook nu niet tot de asfaltweg lopen).
> Het paadje leidt door struikgewas achter wat huizen. Een prachtig doorkijkje links over een stukje Semois waarin een eilandje ligt. Het paadje gaat al snel dalen, even stevig zelfs. Waar je bij de Semois komt, staat een rustbank. Rechtdoor en we komen langs de eerste huizen van Lacuisine.
> De Semoisbrug van Martué over en wat verder bij een groepje bomen naar links, de asfaltweg volgen voor de laatste klim van de dag. We gaan de steile kant op van de meest noordelijke cuesta van de Gaume, die waarop Florenville ligt. Boven komen we terecht in het levendige centrum van de stad Florenville.
> Verder rechtdoor tot een brede houten brug over het water, de 'Pont de Fer' of 'Pont des Croisettes'. Ze overbrugt niet de Semois maar wel de Vierre, zowat de belangrijkste zijrivier van de Semois. Net VOOR de brug nemen we het paadje links, het begin van een erg aangename tocht, GR 16 wordt een stuk wilder vanaf nu.
'Les Passeurs Réunis'
> Een aparte attraktie hier in Chiny is een boottochtje op de Semois. Dit is zelfs één van de oudste attrakties in de Ardennen. Al sinds 1868 kunnen bezoekers hier op platbootjes over 8 km de Semois afvaren. Een veerman met stuurstok loodst de toeristen over de bochtige Semois. 8 km meer stroomafwaarts, in Lacuisine wordt weer aangelegd, waarna je terug wandelt of op vervoer kan beroep doen. De mooie tocht duurt iets meer dan een uur.
> Aloïs Mercatoris was de man die het allemaal in gang zette, toen hij als 15-jarige knaap reizigers begon te vervoeren. In 1912, wordt met het opkomende toerisme zelfs een heuse vereniging van veermannen opgericht, de Passeurs Réunis, die enkele tientallen veermannen groepeerde.
> Sinds de jaren ’70 hebben de kleine platbodems stevige concurrentie gekregen van flashy kano’s en kajaks. Helaas, de interesse voor de boottochtjes loopt de laatste jaren sterk terug. Komt daar nog een verstrengde wetgeving bovenop waarbij de bootjes net zoals kayaks niet mogen uitvaren bij een debiet van de Semois onder 1,5 m³/sec 's zomers. Het 100-jarig bestaan van de vereniging werd in 2012 in mineur gevierd en in 2013 staakten ze zelfs hun boottochten in afwachting van een soepelere reglementering.
> De motorloze bootjes varen in principe uit tussen begin april en eind september en nemen maximaal een tiental passagiers mee. Het valt echter af te wachten of ze ooit nog zullen varen.
Lacuisine
> De meest populaire verklaring voor de dorpsnaam 'Lacuisine' (= de keuken) is dat de graven van Chiny op deze locatie tijdens hun jachtpartijen in de 11de eeuw hier een soort kook- en eetplaats hadden.
> Terug in Jamoigne, aan de N83 Aarlen - Florenville. We wandelen door het kasteeldomein van Faing om aan de andere kant van het domein bij sportvelden kort links-rechts te vervolgen. We nemen hier de oude tramweg.
> Hier reed in de periode tussen de twee wereldoorlogen ooit de tram van lijn 558 tussen Sainte-Cécile en Marbehan. De verwoesting van het tramviaduct over de Semois te Chassepierre tijdens het oorlogsgeweld in 1940, betekende het definitieve einde voor deze lange tramlijn. Sinds 2013 kan je te voet of per fiets van hieruit weer helemaal tot Sainte-Cécile wandelen over de heropende bedding als RAVeL. Over GR 16 volgen we slechts een deel van de trambedding. We wandelen over 2,5 km tot Moyen en onderweg krijgen we doorkijkjes op de Semois.
> We zijn nu over 50 km ver op GR 16 Semois sinds de start in Aarlen.
> Aan de oevers van de Vierre zien we de eerste leisteenmassieven opdoemen, zo typisch voor de Ardennen. Het paadje slingert langs de stille rivier en maakt na 20 minuten een vrij scherpe bocht naar links, tesamen met de Vierre overigens. Kort daarna verlaten we het oeverpad door links mee te draaien en door dennenaanplant te lopen. We volgen de hoofdpiste die lichtjes stijgt en verderop nemen we een bosweg die door dennenbos klimt om een schistheuvel te overwinnen.
> We lopen op een hoogte een tijd vrij vlak over het hoofdpad om dan te dalen en in een scherpe bocht weer naar de Vierre te lopen. We volgen nu de rivier helemaal tot bij de stuwdam op de Vierre waar we kennis maken met een ander GR-pad, GR 151. We nemen bij de stuwdam het stijgend bospad naar links.
> Voorbij de passerelle draaien we rechts weg van de Semois. Er volgen een paar padsplitsingen in het bos en we steken naar links via een houten brugje de Ruisseau de Prévôt over. Dan even stevig stijgen naar een eerste uitzichtpunt over de Ardense Semois, ‘La Roche de l’écureuil’ (= 'de eekhoornrots'). Even genieten vanop de rustbank. Het wordt er straks alleen maar mooier op.
> Vanaf het uitzichtpunt 'La Roche de l'Ecureuil' vervolgen we over een pad dat na een lichte daling voorbij een kruising verder loopt, licht stijgend of vrij vlak over een breed bospad.
> We wandelen niet door het centrum van Chiny, dat grotendeels aan de andere oever van de Semois ligt, op hoogte. Het dorpje heeft een rijke geschiedenis.
> We steken de Pont St Nicolas niet over maar volgen de N894 over zowat 100 meter. Het weggetje naar de 'Moulin Cambier' (café) laten we links liggen maar kort daarna verlaten we wel de verkeersweg. We nemen dan het meest linkse van twee weggetjes. Al snel dalen we weer naar de Semois en we blijven de rechteroever van de Semois nu een tijd volgen in het gezelschap van een pak andere lange en lokale paden. Het is een vrij druk bewandeld pad dat meedraait met een Semoismeander. De bodem is verhard met een substantie van gemalen zandsteen.
> We komen te Chiny - Embarcadère bij een passerelle over de Semois die we niet gebruiken, tenzij je één van de horecazaken wil bezoeken aan de andere rivieroever. Ter hoogte van deze plaats kan er 's zomers flink wat toeristische drukte zijn. Hier kun je ook met de kayak te water of kun je op een platbootje van de 'Passeurs Réunis' de Semois afvaren, als de voeten het niet meer zo zien zitten.
> We draaien langzaam van een oostelijke over een zuidelijke naar een westelijke richting, hoog boven een dode Semoismeander. Het autolawaai is afkomstig van de N85 (Neufchâteau - Florenville), die vlakbij loopt. Die vervoegen we niet, wel GR 129 'Dwars door België', die helemaal uit Brugge komt. Het brede pad stijgt dan nog wat tot kort bij het wilde uitzichtpunt 'La Roche Pinco'. Even 30 meter naar links uitwijken om bij de pittoreske plek met rustbank te komen. 't Is volop genieten hier, net voor we de harde schieferrotsen van de Ardennen weer even verlaten voor de zachtere zandsteen van de Gaume.
> Op de hoofdstraat door Martué links langs een bron, de mooie kapel, een groupsgîte, een grote kastanjelaar en langs de sokkel van het kapotgereden gerechtskruis van Martué, ooit de trots van het dorp.
> Bij de stuwdam op de Vierre ligt een kruispunt van langeafstandspaden. Komende uit Suxy splitst de 205 km lange Gaume Buissonnière (blauwe G.B.-tekens) hier af naar Chiny. Een ander pad waarmee we al een tijd samen liepen is Via Arduinna, een Santiagopad. En hier begint ook een verbindingsroute van GR 151 richting Suxy. GR 16 stijgt links weg van de stuwdam op de Vierre.
> Een tijdje later bereik je de weg Bertrix – Pin. Oversteken en dalen naar de vallei van de Semois. Bij de elektriciteitcentrale, waar het stuwwater van de Vierre naar de Semois loopt, gaan we rechts en komen we verderop bij de Semois, die we door bos verder stroomafwaarts volgen.
> We zijn nu 60 km ver over GR 16 sinds Aarlen. Voorbij de ingang naar camping 'Le Canada' en een aanlegplaats voor kayak komen we bij de fotogenieke Semoisbrug 'Pont Saint-Nicolas' te Chiny.
GR 16
Semois van bron tot monding (208 km)