Startpagina > Wandelen > GR16 Sentier de la Semois
Rochehaut
> Dit Semoisdorpje geeft dadelijk een opvallend levendige indruk als je er door wandelt. Dat is niet zo toevallig. De familie Boreux heeft er sinds de jaren '80 haast een toeristische imperium uitgebouwd. Dat omvat het hotel-restaurant 'Auberge de la Ferme', gîtes en vakantiehuizen, een taverne maar ook een winkel en degustatiecafé van Ardense produkten, een landbouwmuseum en een dierenpark met bizons. Ja, ze laten zelfs een toeristische treintje door Rochehaut rijden. Niet iedereen in Rochehaut was opgezet met de wel erg dynamische aanpak van Michel Boreux en familie. Er werd zelfs een aktiecomité opgericht tegen de Boreux', wat leidde tot processen en een qua meningen verscheurd dorp in de jaren '00.
> De Sint-Firminkerk is meestal open en is een kort bezoekje waard. Ze werd gebouwd in 1614, ter vervanging van een kapel. Uit die bouwperiode is enkel de toren overgebleven, het schip en het koor zijn uit de tweede helft van de 18de eeuw. Van buiten af gezien heeft de kerk een tyisch Ardens uitzicht: de muren en het dak zijn gebouwd uit de streeksteen en dat is natuurlijk leisteen, de toren heeft een stoere, massieve vorm en is getopt met een
Frahan
> Deze etappe is misschien wel 'de koninginnerit' van GR 16 Semois. Eén van de spectaculairste wandelingen die je in België kan maken. We laten het historisch kader van Bouillon achter ons en klimmen meteen stevig naar het uitzichtpunt Auclin. Weer in de vallei van de Semois stijgen we voorbij de abdij van Cordemois naar het unieke Ardennenpanorama 'Tombeau du Géant' van Botassart. Veel tijd om op adem te komen heb je niet want om Rochehaut te bereiken moet je weer stevig uit de vallei klimmen en dat kan eventueel via de beruchte wandeling met ladders. Nogmaals de vallei in voorbij Rochehaut om dan de crêtes van Frahan te gaan verkennen over een rotsig kronkelpad. Eens Alle-sur-Semois bereikt na een tocht met relatief grote hoogteverschillen, is het uitblazen en terugkijken op een zeer genietbare en sportieve etappe.
moulin de l'epine
Oud leistenen huis te Frahan
Rochehaut kerk
Frahan
Rochehaut église
Uitzichtpunt Auclin
Picknickzone bij Moulin de Rivage
Tombeau du Géant - Botassart
> De legende over 'het Graf van de Reus' speelt zich af tijdens de Romeinse bezetting en gaat als volgt (naar de versie van Marcel Leroy, schrijver uit Herbeumont): Een opvallend struise en sterke man uit de stam van de Trevieren wist na een verloren veldslag bij de Samber tegen de Romeinen te ontsnappen. De Romeinse centurion Labienus zette met paarden de achtervolging in en bij een overhangende rots gekomen loopt de Trevier vast. In de handen vallen van de Romeinen is ondenkbaar en hij maakt snel een koord met een lus vast aan een boom. Labienus hakt echter het touw door met een zwaardslag en de reusachtige Trevier rolt naar beneden de berg af. De volgende dag vinden de inwoners van Botassart de man in de vallei van de Semois en ze begraven hem in een graf, zijn daad en profiel waardig.
> Het landschap waarover je uitkijkt vanuit Botassart is sinds 1976 geklasseerd als uitzonderlijk landschap van Wallonië. De storende dennenplantages die in de periode na WO II werden aangeplant op de alluviale vlakten van de Semois werden in de jaren '90 bewust verwijderd met als doel het uitzicht dat op 100 jaar oude foto's nog was te zien te herstellen.
> Een wild en relatief recent hardnekkig gerucht wil dat op de site van de Tombeau du Geant de as werd uitgestrooid van de beruchte Waalse nazicollaborateur Léon Degrelle. Die oorlogsmisdadiger was afkomstig uit Bouillon en vluchtte na WO II naar Spanje waar hij onder het regime van Franco bescherming genoot. Zijn wens was om na zijn dood (in 1994) in de omgeving van zijn geboorteplaats te worden begraven maar hij was zelfs na zijn dood niet gewenst in België. Sommigen beweren dat zijn asse haast zeker in het geheim over de Tombeau du Géant werd verstrooid. Een van zijn trouwste 'luitenanten' dan weer beweert dat hij zelf de as liet verstrooien op het arendsnest van Hitler, te Berchtesgaden in Beieren.
Passerelle Frahan
> Een eerste voetgangersbrug werd hier eind jaren '20 gebouwd, de huidige dateert uit de jaren '40. Voordien was er al een houten brugje zoals je nog op oude postkaarten kan zien. Ze werd jaarlijks heropgebouwd, zoals dat nu nog het geval is te Laforêt. Alleen al vanuit toeristisch oogpunt bekeken is de passerelle van Frahan onmisbaar. Ze wordt druk gebruikt door
wandelaars en vormt aldus een uniek scharnierpunt om vanuit het toeristisch dorp Rochehaut de crêtes van Frahan te gaan ontdekken.
> Er zijn de voorbije decennia plannen geweest om meer permanente voetgangersbruggen te bouwen over de Semois tussen Herbeumont en Vresse-sur-Semois, om de streek beter te ontsluiten voor wandelaars. De 'barques' die je vroeger konden overzetten en meerdere houten bruggen zijn er vandaag immers niet meer. Nieuwe projecten stuiten echter ook op negatieve beoordelingen, met name vanwege de Commissie Monumenten en Landschappen.
Frahan
> Frahan vormt een mooi compact ensemble met nog wat huizen die haast volledig zijn opgetrokken uit leisteen, zowel bouwsteen als dakbedekking. Nogal wat landschapschilders vinden in dit dorpje inspiratie. Een paar huizen zijn nog 18de eeuws. De kerk OLV-Hemelvaart werd in 1843 gebouwd.
> Het achtervoegsel -han uit Frahan komen we tegen in nogal wat plaatsen langs de Semois: Dohan, Bohan, Nohan, Han-du-Han, Mortehan, Buhan, Poupehan,...
Er zijn over dat achtervoegsel al bibliotheken vol geschreven. -Han zou een Keltisch woord zijn voor nederzetting, een plaats met een of meerdere woningen, mogelijk ook verwant met het achtervoegsel -heem, -hem, zoals je in Vlaamse plaatsnamen vaak
ziet. Een andere betekenis zou echter ook simpelweg kunnen verwijzen naar een Keltisch woord voor een bocht in de rivier of voor een stuk land in een bocht van de rivier, zoals het -ham in het Vlaamse Ham of Hamme. Dat lijkt erg aannemelijk als je kijkt waar al die -hanplaatsen zijn gelegen langs de Semois.
> Over de volledige betekenis van de plaatsnaam Frahan bestaat trouwens ook geen uitsluitsel. Sommigen zien hier de woonplaats in van de Germaanse godin Freia: Fra-han, het huis van Freia. Anderen brengen de naam in verband met de klilmatologische ligging: 'Fra', een oud Waals woord voor 'froid', een koude nederzetting dus, Frahan ligt inderdaad op de noordkant van een heuvel.
belvormige klokkentoren. Binnenin kan je de kerkschatten bekijken. Zoals in veel kerken is het oudst bewaard gebleven kunstwerk de kuip van de doopvont. Wellicht was zo'n doopvont te zwaar voor plunderaars in het verre verleden! Die van Rochehaut is 12de eeuws, daterend uit een tijd dat hier nog geen kerk was maar een kapel. Verder tref je binnenin ook 17de en 18de eeuws beeldhouwwerken aan.
> Meest opvallend in de Sint-Firminkerk zijn echter de plafondfresco's uit 1959 -1961. Dit is het soort kleurrijke kunst dat je artistiek mooi vindt of net schreeuwlelijk. Dat was ook zo eind jaren '50 toen de dynamische pastoor van Rochehaut, Firmin Marenne, besliste om de afwerking van het vernieuwde kerkplafond toe te vertrouwen aan een kunstenaar uit Bertrix, Paul Hilt (1918 - 1983). De schilderingen veroorzaakten een controverse in Rochehaut tussen de pastoor en het gemeentebestuur, waarbij de gemoederen hoog opliepen. De gemeente had het meer voor een 'neutrale' hemel met sterren op het plafond. Het gevolg was een fresco-oorlog in een sfeer van Don Camillo - Peppone toestanden waarbij de gemeente halfweg de voltooiing nog probeerde om de schilderwerken te laten stilleggen. Pastoor Marenne dreef zijn wil door en liet de schilder in het geheim 's nachts verder werken.
Tombeau du geant
Semois Rochehaut
promenade des échelles Rochehaut
> Er zijn bevoorradingsmogelijkheden en horeca zowel bij de start te Bouillon, halfweg te Rochehaut als op het eindpunt te Alle-sur-Semois. Te Bouillon is er naast kleinere handelszaken ondermeer ook een Colruyt, te Rochehaut heb je een superette, bakker en slager, idem te Alle-sur-Semois. Onderweg kom je ook langs de abdij van Cordemois waar je in het abdijwinkeltje brood, cake, koekjes en wat andere artisanale produkten kan kopen.
> Bouillon heeft een gemeentelijke camping, Le Halliru, de officiële ingang ligt langs de verkeersweg naar Corbion maar veel aangenamer is het om als wandelaar vanuit Bouillon GR 14 te volgen langs de Semois, richting Corbion / Sedan (2 km). Bouillon heeft naast heel wat hotels ook een hoog gelegen jeugdherberg (langs de variantroute van GR 16 richting Auby) om ze te bereiken. Te Laviot (bij Frahan) liggen wel 4 campings en GR 16 komt er kortbij, alleen...de Semois ligt er wel tussen wat betekent dat ze toch zowat 3 km van de wandelroute liggen. Te Alle is wel een camping in het centrum (L'ami Pierre) maar deze heeft geen goede reputatie bij trekkers.
> Er loopt geen treinspoor in de streek. Bustransport is eerder schaars, zeker ook tijdens het weekend wordt het zorgvuldig plannen. TEC-bus 43 bedient een pak plaatsen in de westelijke Semoisvallei: Rochehaut, Alle, Mouzaive, Chairière, Vresse, Membre en Bohan. Ze komt ook langs het depôt van Menuchenet waar je eventueel kan wisselen voor een bus naar Bouillon. TEC-bus 9 rijdt vanuit Alle door de westelijke Semoisvallei via Mouzaive, Chairière en Vresse naar de Naamse treinstations van Gedinne en Beauraing. Bus 45/4 rijdt vanuit Alle-sur-Semois eveneens langs een paar plaatsen die meer westelijk op het traject van GR 16 liggen: Mouzaive, Chairière, Vresse en Membre. Oostelijk van Bouillon rijdt een schaarse TEC-bus 40 op werkdagen en zaterdag langs Dohan en Auby naar het treinstation van Bertrix.
Uitzichttoren Côte d'Auclin
De eerste uitzichttoren rond 1930 op de Côte d'Auclin
Moulin de l'Epine begin 20ste eeuw
Uitzicht over Frahan vanaf Rochehaut
Diep uitzicht over de Semois langs de ladderwandeling
Crêtes de Frahan
Botassart kerk
Promenade 84 langs de Semois richting ladders
Semoisvallei in de omgeving van Cordemois
Belvédère Auclin
ladderwandeling 84 Rochehaut
Botassart kerk
Cordemois
Pont de Cordemois
Moulin du Rivage
Frahan passerelle
Houten bruggetje te Frahan, begin 20ste eeuw (postkaart)
Pont de Cordemois, in een decor van vlammende herfst
Bouillon voor 1935, toen er nog geen Pont de Cordemois lag (postkaart)
Kruispunt van langeafstandspaden
Botasart, Le Tombeau du Géant
Abdij Clairefontaine Cordemois
Rochehaut panorama
Côte d'Auclin
> De paden waarover we klimmen werden aangelegd in de jaren 1920 door de toenmalige toeristische dienst, het 'Comité des Sites et promenades'. Dit is ook de oudste VVV in de provincie Luxemburg, opgericht in 1906. De eerste uitzichttoren werd in 1926 opgericht en was 12 meter hoog. In 1980 werd een toren van 34 meter hoogte gebouwd. Die toren werd echter door gebrek aan onderhoud al eind jaren '90 om veiligheidsredenen afgesloten. De huidige toren werd gebouwd in 2001 voor de prijs van 250.000 €. Hij is 22 meter hoog, hoog genoeg om boven de bomen uit te pieken maar 12 meter minder hoog dan de toren die er stond tussen 1980 en 2000.
> In september 2009 hebben vandalen de chalet aan de voet van de uitzichttoren in brand gestoken. Het vuur sloeg over naar de voet van de toren. Deze moest hierdoor voor twee jaar worden afgesloten om veiligheidsredenen maar is inmiddels weer toegankelijk. Boven heb je dus een mooi zicht over Bouillon. Het beste moment om foto's te nemen is in de late namiddag, bij zonnig weer is 's morgens de zonnestand niet zo ideaal voor foto's.
> Blikken we even terug op het uitzicht anno jaren '30 van vorige eeuw, volgens Maurice Cosyn, schrijver van de eerste gids van het 'Sentier de la Semois': "Het oord Bouillon openbaart zich met zijn indrukwekkend reliëf: de rivier omsingelt de agglomeratie en kringt om een langen uitlooper, een echt schiereiland; de smalle steile landtong schraagt het oude versterkt kasteel. Zijn ruwe muren verrijzen boven steilten, waar de plantengroei zich zoo goed als het ging heeft vastgeklampt: het helder groen der struiken vermengde zich met het rossig groen van het gras. Voorbij de vesting de uitkijktoren van La Ramonette, het witte lint van den ouden weg naar Frankrijk. Lager, de weg op Sedan en de oude straatweg naar Florenville. In de diepte de zielige scheefgezakte huizen van de Leprozerij langs het water. Hooger op, de terrasvormige akkers van de berg Le Christ. Achter ons op de hoogte Curfoz en Sensenruth."
> Tot 1935 werd de link naar de overkant van de Semois verzekerd door een 'passeur', een overzetter met bootje, een 'barque'. Hij woonde bij de plek waar nu de brug ligt, bekend als La Poulie ('de katrol'), daarmee verwijzend naar het kabelsysteem waarmee de overzet gebeurde.
> Wandelaars over het Sentier de la Semois maakten ongetwijfeld nog van zijn 'overzetdienst' gebruik in de jaren '20 van vorige eeuw. Het oude portiershuis werd later omgebouwd tot villa, je kan ze huren als vakantiewoning voor
een stevige prijs. Vandaar dat de Pont de Cordemois ook nu nog wel eens de 'Pont de Poulie' wordt genoemd. Nogal wat dorpen in de Semoisvallei hadden vroeger zo'n overzetsysteem.
> Toen de eerste recreatieve wandelpaden hier werden gebruikt begin 20ste eeuw, was er naast het café ook een werkende molen, visserij én de mogelijk om over te zetten naar de andere Semoisoever. Het eigenlijke molengebouw ligt er helemaal vervallen bij. De molen had als functie het malen van graan sinds de 19de eeuw tot na WO I.
Abdij Clairefontaine - Cordemois
> De gebouwen dateren uit 1935. Voordien was hier tussen 1903 en 1926 op de oude hoeve van domein Cordemoy een mannengemeenschap van cisterciënzers gevestigd. De huidige gebouwen doen wat denken aan de abdij van Orval. Niet toevallig. Het is de dynamische abt van Orval, de Gentse Marie-Albert van der Cruyssen, die rond 1930 aan de basis ligt van de stichting van een kloosterorde hier, eigenlijk de vrouwelijke variant van Orval.
> Abt Marie-Albert van Orval had een late roeping en zijn ervaring in zakelijke contacten tijdens 'zijn vorig leven' gebruikte hij handig. Ook hier tekende architect Henri Vaes de plannen voor moderne gebouwen met gotische stijlelementen. Een Franse groep zusters uit Verneuil nam er haar intrek.
> De officiële naam voor de abdij werd 'Notre Dame de Clairefontaine', naar de gelijknamige roemrijke abdij bij Aarlen die werd verwoest in de nasleep van de Franse Revolutie in 1794. De gemeenschap telt ongeveer 25 zusters. Er is een abdijwinkel waar wat artisanale producten worden verkocht.
Moulin de l'Epine
> Aan de voormalige watermolen 'Moulin de l'Epine' was geen leven te bekennen, het moet anders zalig zijn geweest om hier in het vroegere café-restaurant op een hete zomerdag even halt te houden. Dit was dan ook een bekende pleister- en bivakplek, sinds de eerste wandelaars hier over het Sentier de la Semois liepen in de jaren '20. Ook de eerste gids over GR AE in de jaren '60 vermeldt dit café. Nog tot in het begin van de jaren '00 deed de bulderlach van de kleurrijke cafébaas naar het schijnt de hele Semoisvallei trillen... Het café-restaurant heeft ergens rond 2007 de deuren gesloten en daarmee werd het hier pas echt doods.
> Vanuit Rochehaut kijk je ook uit over een van de mooiste panorama's van de Ardense Semois: het zicht over het mooi bewaard gebleven dorp Frahan en beboste omgeving, alweer prachtig ingebed in een Semoismeander.
Promenade des échelles (Ladderwandeling)
> De route langs de ladders van Les Falloises via luswandeling 84 staat bekend als de meest avontuurlijke van België. De hele rondwandeling is slechts 5 km lang maar onderweg tussen de Semois en Rochehaut moet je gebruik maken van 4 lange metalen ladders (2 x stijgend, 2 x dalend) om de steile rotsen te overbruggen. Dit pad met de ladders werd ontwikkeld door de vooroorlogse burgemeester van Rochehaut, Ludovic Barthélemy. In de aanloop naar de oorlog, eind jaren '30, werkte hij een
verdoken route uit naar een veilige schuilplaats tussen de rotsformaties. Begin jaren '30 van de twintigste eeuw konden de ladders dus nog geen deel uitmaken van het Sentier de la Semois, hoewel de omgeving wel bekend was bij wandelaars. Na de oorlog zou de route via de ladders gebruikt worden als onderdeel van de 'Promenade V' van Rochehaut. Die wandeling zou eind jaren '80 dan 'Promenade 84' worden of 'La Promenade des Echelles'.
> Sinds GR AE werd gecreëerd in de jaren '60 maakten de ladders deel uit van het GR-traject. In de jaren '90 begon de Waalse GR-vereniging echter te waarschuwen voor de gevaarlijke kant van dit stukje GR, waarbij een alternatief en veiliger traject werd voorgesteld. Vanaf 2006 ontraadde de GR-organisatie het traject ronduit en in 2007 werden de ladders geschrapt uit het hoofdtraject van GR 16 (ex GR AE). De moeilijke toegangspaden waren de oorzaak voor de schrapping maar wellicht ook de vergrijzing van de GR-organisatie die algemeen bekeken vaker veiligere trajecten verkiest boven avontuurlijke. Voorjaar 2011 werd de ladderwandeling op bevel van de gemeente Bouillon enkele weken gesloten omwille van winterschade op het lagere deel.
> De moeilijkheid zit hem eerder in een paar venijnig steile of smalle passages tussenin om de Rocher de Goffe te overwinnen. Met name het stukje waar je de Semoisvallei uit klimt en voor je de eerste ladder bereikt, is wat tricky. Dat pad is voor sportieve wandelaars zonder hoogtevrees. De eerste ladder kan ook wat een probleem zijn voor wie met een grote rugzak onderweg is, er zijn namelijk ronde metalen banden aangebracht, waardoor je als het ware door een koker moet. Er werd van augustus tot december 2015 72.000 € geïnvesteeerd aan betere toegankelijkheid met oa nieuwe ladders. Hierdoor werd het parcours veiliger maar ook wat minder avontuurlijk.
> Indien je niet GR 16 volgt maar enkel rondwandeling 84, doe ze dan best in de richting dat je de ladders neemt stijgend van de Semois naar Rochehaut.
Op een kruispunt van asfaltwegjes gekomen, neem je de linkse weg die je een eind verder aan de rand van Rochehaut brengt waar je weer de hoofdroute van GR 16 vervoegt.
> Onderweg over het variant traject met de ladders zal je mogelijk een gedenkplaatje tegen de rotsen zien voor Mathieu Lallemand (1929 -2003). Deze wandelaar uit Amay (prov. Luik) organiseerde al tientallen jaren wandeltochten voor een door hemzelf gestichte wandelgroep. Hij stierf aan de gevolgen van een fatale val hier aan de Semois.
Pont de Cordemois
> De brug van Cordemois is minder oud dan men zou vermoeden. De gotische vorm en de natuursteen geeft ze een middeleeuws uitzicht maar ze werd eigenlijk pas gebouwd in 1935, in dezelfde periode waarin de abdij van Cordemois werd gebouwd. De brug verbindt trouwens de abdij met de stad Bouillon.
> Voorbij het brugje beginnen we aan een stevige klim uit de vallei. Volg de GR-tekens die je langs een paar splitsingen leiden. Onderweg zie je ook houten beelden van een soort openluchtmuseum met als thema 'oude beroepen in het bos'. Helemaal boven kom je op een asfaltweg bij het beroemde belvédère van Botassart waar je 'le tombeau du géant' ('het graf van de reus') overkijkt. Dit is misschien wel het allermooiste uitzichtpunt over de Semois. Een Hollander hoor ik tegen collega-landgenoten zelfs zeggen dat hij dit het mooiste stukje België vindt. Behalve het molenhuis van de Moulin du Rivage is er geen teken van menselijke aanwezigheid in de vallei te bekennen. Een paar rustbanken nodigen uit om hier nog even langer te genieten.
> De volgende 10 km zijn de spectaculairste van de hele GR 16. Het pad draait nu meer westelijk langs de Semois en we bereiken een volgende oude molensite, Moulin du Rivage. Ook deze molen is al lang buiten bedrijf. Het huis staat er nog maar dat is alles, van een molenrad is niks meer te zien. Helaas een privé-woning nu, opgekocht door Vlamingen die een deel ervan verhuren aan vrienden en vrienden van vrienden. Je bent er dus niet echt welkom.
> Gelukkig is er nog een aangename picknickzone in de buurt waar je ook de beek moet oversteken via een loopbrugje. Het ziet er ook een fantastische bivakkeerplek uit maar dat is verboden, zoals bijna overal in de Ardennen.
> Aan de overkant van de Semois gaan we meteen steil stijgen op de helling, de Côte d'Auclin. We zullen uiteindelijk een hoogteverschil overwinnen van 140 meter, van 225 meter hoogte naar 365 meter. Onderweg lopen we aanvankelijk in zigzags omhoog, dan lopen we een tijdje stijgend en zelfs wat vlak in lijn, om via een volgende reeks zigzags op de crête te arriveren bij de uitzichttoren van Auclin. Let goed op de bewegwijzering, er takken tijdens de klimmen immers wat paden af. In 2013 werd het bos rond de uitzichttoren gekapt.
> Volg aandachtig de GR-tekens, er takken al dalend nogal wat paden af. De snelle daling eindigt in een andere beekvallei waar we een breed bospad naar links nemen om zo weer bij de Semois te komen.
> We volgen de rivier verder stroomafwaarts om na zowat 1 km te arriveren op een aangename picknickplek waar het beekje Liresse uitmondt in de Semois. Hier staan we nu voor een uitdagende keuze. We moeten weer helemaal de Semoisvallei uitklimmen en dat kan ofwel via een bijzonder ladderpad, ofwel via een sterk stijgend maar veiliger pad.
> 1° GR16 Variant. Via de ladders, voorzie 20 minuten extra tijd. Waar de Liresse-beek in de Semois mondt, volg je verder de Semoisoever tot bij een rotswand, automatisch wordt je hogerop de helling gestuurd over wandeling 84, over een in 2015 verstevigd traject. Bij nat weer is het daardoor niet langer zo gevaarlijk. Er zitten wat korte steile en smalle stukjes tussen. Het gaat even kort weer wat lager langs de Semois om dan een smalle corridor langs de rotsen over te steken met extra houvast. Zo bereik je een eerste ladder (die met de metalen banden bovenaan). Het moeilijkste ligt al achter je. Het gaat verder stevig bergop met af en toe wat klauterwerk. Je krijgt een doorkijkje vanop een rotspunt over de diep stromende Semois. Er volgen nog drie ladders, waarvan twee dalend te gebruiken. Nog wat verder omhoog tot een boswegje dat je naar rechts neemt.
> 2° GR 16 Hoofdroute. Kies je niet voor de ladders, ga dan dadelijk na de kruising met de Liresse-beek rechts om een ruw stijgend maar technisch niet moeilijk pad te nemen. Je stijgt meteen 100 meter hoger en arriveert in een bocht van een bosweg. Rechtuit volgen, licht stijgend om in een natte zone verderop scherp rechts te draaien.
> We zijn nu 160 km ver over GR 16 Semois sinds de start in Aarlen. 200 meter verder scherp links en rechtuit het pad langs de bosrand volgen tot je op asfalt komt. Rechtdoor vervolgen tot in Rochehaut.
> We zijn nu 150 km ver over GR 16 Semois sinds de start in Aarlen. Aan de voet van de toren is een padensplitsing. GR 14 en de Transardennaise® zetten rechts koers richting Curfoz en La-Roche-en-Ardenne, terwijl GR 16 links gaat over een brede bosweg. Een eindje rechtdoor om dan rechts de daling in te zetten. Wat verder nemen we dan weer links een stenig pad dat steiler afdaalt naar de Semoisvallei.
> 70 meter boven de andere Semoisoever zien we de 'Rocher du Pendu', ('Rots van de Opgehangene). De bizarre naam is verbonden met een legende. Een boer uit Corbion had op de markt van Bouillon zijn vee verkocht om het geld vervolgens op te verbrassen aan drank... Onderweg naar huis werd de schaamte zo groot
om dit aan zijn gezin te vertellen, dat hij zich zichzelf ophing bij de rots...
Ardense verhalen lopen zelden goed af...
> Na een 300 meter over de asfaltweg, lopen we verder langs de muur van de cisterciënzerinnenabdij van Cordemois, ook bekend als de abdij van Notre Dame de Clairefontaine.
> Aan de overzijde van de passerelle lopen we dus Frahan binnen. Links, langs de kerk en net voor een hotel kiezen we rechts voor een steil paadje door bos. Even later krijgen we nog een doorkijkje over het mooi gelegen Frahan. We draaien naar links en beginnen nu aan het bijzondere 'crêtepad'. Kort langs een afgrond en dan zigzaggen en op en af tussen ruwe rotspunten, grillig geërodeerde rotsen en door bos van berk en vooral wintereik, alles behangen met mossen. Het heeft iets mysterieus. Waarom de eerste rotsformatie 'La Gragnette' (~ 'de kleine schuur') heet ontdek je als je onder de rots afdaalt: het is een prima schuilplaats, gevormd door een overhang van de rotsen.
> Het pad over de kammen van Frahan werd in de jaren 1920 aangelegd door Touring Club, evenals praktisch het hele pad ook verder naar Alle, door een voordien haast ontoegankelijk gebied. De Plate Roche en Ronde Roche passeren de revue, gevolgd door de Rotsen van de Vierheemskinderen en het Ros Beyaert. Er zitten wat korte ladderpassages tussen, waarvan enkele eigenlijk wat overbodig zijn. In de omgeving van de ladders, een strategische plaats gelegen met aan beide zijden de Semois dichtbij, werd ooit (11de -13de eeuw?) de nooit voltooide burcht van Montragut gebouwd. Resten van fundamenten kan je mits wat speuren nog herkennen.
> Wat opletten bij regenweer voor mogelijk gladde passages op de rotsen. Voorbij de rots 'Corps de Garde' daalt GR16 Semois snel af tot op een padenkruispunt met aan beide zijden de Semois op minder dan 100 meter. Linksvoor rechtdoor en ruw dalen tot op een brede bosweg in de vallei van de Ruisseau du Bonru. Hier zijn resten te zien van oude versterkingen uit de periode van Lodewijk XIV (eind 17de eeuw). Even rechts, bij de Semois het beekbrugje over en onmiddellijk links een paadje nemen dat meteen ruw stijgt in zigzags. Door de bomen zie je rechts aan de andere oever van de Semois hoe een lang lint aan campings de Semoisvallei ontsiert. Hogerop wordt de stijging zachter en het pad breder. Uiteindelijk vlakt de route zelfs wat uit, verderop kronkelt ze dan weer.
> Na meer dan 160 km verlaten we op dit punt de provincie Luxemburg, we wandelen ongemerkt de provincie Namen binnen. Verderop over deze oeverhelling met de naam 'Turbutiry' beginnen we stilaan te dalen. Voorbij een rustbank kiezen we voor een steenslagweg en we komen nog wat later op de N945. Die naar rechts volgen over zowat 200 meter om in de eerste bocht dan rechts de Rue de l'Opimont te nemen. Op een kruispunt 400 meter verder blijven we de hoofdweg volgen. Hij maakt na 2 kort op elkaar volgende splitsingen een scherpe bocht naar rechts en dadelijk daarna nemen we voor een huis links een dalend pad. Het pad maakt een paar korte bochten maar loopt dan in lijn een tijd verder door het bos. Nog een laatste keer enkele tientallen meters stijgen en dan dalen en de valleiweg vervoegen die ons langs het recreatiedomein Recrealle voert. Een eind verder nemen we de eerste wijkstraat rechts om zo op de hoofdweg door Alle-sur-Semois te komen, eindpunt van deze etappe.
> In een mistige morgen, die het begin aankondigde van een prachtige herfstdag in de Ardennen, waren enkele vissers een hengeltje aan het uitwerpen langs de Semois. GR 16 steekt te Bouillon de Pont de France over en gaat de tunnel onder het kasteel van Godfried door. Aan de andere kant is een mooi zicht over de beboste Semoisoevers met rechts de romantische Pont de Cordemois. Het is even opletten met de bewegwijzering want er lopen nog andere langeafstandspaden. Zo vervoegen we GR 14 Parijs - Malmédy, die van links uit Corbion en Sedan (Frankrijk) komt. Ook de geelwitte tekens van de Transardennaise® zien we hier tijdens de eerste of laatste kilometer van haar 170 km lange tocht tussen Bouillon en La Roche-en-Ardenne.
> We wandelen dus na de tunnel rechts en langs het 'Bastion de Bourgogne 'naar de Pont de Cordemois, die we oversteken.
> Voorbij de molensite kies je een onverhard pad links in noordelijke richting dat wat verder van de Semois gaat lopen. We kruisen over het rechte pad een beek en komen weer bij de Semois ter hoogte van een groot eiland in de rivier, Île Morette. We volgen de Semois verder stroomafwaarts kort bij de rivier en de steile beboste helling.
> Net voorbij de abdij houden we bij een splitsing links aan. Een rustig asfaltwegje volgen we nu over 1 km langs een brede bocht van de Semois. Relax genieten van een makkelijk deel van GR door de stille Semoisvallei. Achteromkijkend heb je wat later nog een mooi zicht naar de abdij toe. Voorbij een picknickzone tot bij de Moulin de l'Epine.
> Bij de site van Botassart nemen we even de asfaltweg in de richting van het dorp maar na zowat 100 meter gaan we scherp links over een andere asfaltweg en zo lopen we alweer weg van Botassart (in het dorp zijn een restaurant en oude kerk). Na een paar honderd meter het eerste wegje rechts inslaan. We lopen over een groen plateau. Waar het asfalt stopt, links een pad nemen dat na 100 meter sneller begint te dalen.
> Te Rochehaut wandel je voorbij het centrum verder langs de verkeersweg N819, je kan er vanop een hoogte van 350 meter genieten van het unieke panorama over Frahan en de Semoismeander. Voorbij een langgerekte toeristenparking bij het panorama moet je, waar de verkeersweg een bocht naar rechts maakt, een paadje vinden links. Het daalt kort en komt op een padenkruispunt waar je scherp links neemt ('Frahan' staat hier overigens bewegwijzerd). Het gaat nu snel naar beneden. Terwijl het autoverkeer er zowat 8 km over doet om Frahan te bereiken, ligt Frahan te voet op minder dan 1 km. We dalen snel van 350 hoogte naar 200 om beneden de Semois over te steken via een passerelle.
GR 16
Semois van bron tot monding (208 km)