Startpagina > Wandelen > GR16 Sentier de la Semois
Zicht over de Semoisvallei te Conques - Herbeumont
vanop het uitzichtpunt 'Rocher du Moulin'.
> We trekken dwars door de grote Ardense bossen en langs de steile hellingen van de Semois tussen Herbeumont, Mortehan, Cugnon en Auby-sur-Semois. Enkele van de allermooiste panorama's over de Semois bekronen de inspannende stijgingen en oeroude dorpen zoals Mortehan en Cugnon liggen langs GR 16 - Sentier de la Semois. Land van leisteen en verdwenen ijzernijverheid. Dit zijn ook de diepe Ardennen met hun mysteries en donkere legendes, vaak verbonden met de grillige rotsformaties die langs de oevers van de Semois opduiken.
Mortehan
grotte saint-remacle
Sentier Chauchet
Cugnon, molen
Auby-sur-Semois begin 20ste eeuw (ingekleurde postkaart)
> Nu, als je dit verhaal niet gelooft kijk dan in de grot uit naar een plek waar geelachtig mos groeit, dat is de plek waar eerst de ezel en later de wolf hebben geslapen… Deze legende is (zeer vrij) vertaald naar de vertelling van Henri Carton de Wiart (Belgisch premier in 1920-21), aangevuld met elementen uit variante versies. Er bestaan nog andere mirakelverhalen rond Remaclus die als de kerstenaar van de Ardennen wordt beschouwd. Net voor de grotten is een overdakking die dient voor een jaarlijkse mis in augustus die ter ere van Sint-Remaclus wordt gegeven. Over Remaclus: zie ook GR14 Stavelot.
> Het is ook mogelijk om zoals Remaclus te bivakkeren in de grot, zonder tent dan wel, want de grond in de grot is te hard voor piketten. Niet vergeten dat de plek als een heiligdom wordt beschouwd en met het nodige respect dient te worden behandeld. Opgepast ook voor wolven die mogelijk een nachtelijk bezoek brengen....
Croix Albert Labeye
> Bevoorradingsmogelijkheden heb in het centrum van Herbeumont maar je moet dan wel 1,4 km van GR 16 afwijken, de snelste weg om er te geraken is door door het spoorviaduct over de Semois te voet af te wandelen over de spoorbedding en ter hoogte van het verdwenen station af te wijken naar het centrum. Daar heb je oa een Louis Delhaize superette evenals horeca. Verder heb je op deze etappe geen andere bevoorradingsmogelijkheden, niet te Mortehan, Cugnon of Auby! Er zijn pas terug winkels langs GR 16 op het einde van de volgende etappe, te Bouillon.
> Nogal wat kampeermogelijkheden in de regio. Te Herbeumont heb je onder het spoorviaduct Camping Champ Le Monde (sanitair very basic), of op 2 km en te bereiken via de oude spoorbedding: Camping La Garenne. Te Cugnon-Mortehan heb je 4 campings, allen op korte afstand of langs GR 16. Sommige zijn meer op stacaravans gericht. Beste van het lot lijkt Camping Les Ochay te zijn, te Mortehan. Op het eindpunt van deze etappe ligt Camping Le Maka, gerund door Nederlanders, duur tarief voor solotrekkers en niet meteen vriendelijk voor Belgische wandelaars die passeren of willen verblijven. Te vermijden.
> Er is geen treinspoor in de buurt. Wel enkele schaarse (!) busdiensten. TEC-bus 163a rijdt op werkdagen van het treinstation van Bertrix door Herbeumont en langs het startpunt van deze etappe aan de N884 te Conques. Ze komt ook door Sainte-Cécile. Om Mortehan te bereiken vraag je de chauffeur van bus 163a om je te droppen aan halte Herbeumon-Linglé, ligt op de slechts 500 meter van de Semoisbrug van Mortehan. Tec-Bus 40 rijdt op werkdagen en zaterdag tussen het treinstation van Bertrix en de stad Bouillon en passeert ondermeer door Mortehan, Cugnon, Auby-centrum, Les Hayons en Dohan. Auby-Maka wordt niet bediend door een bus. Wandel desnoods (stijgend) vanuit Maka naar Auby of les Hayons (1,5 km) om bus 40 te nemen.
Asfaltwegje richting Mortehan
Kapel te Auby-sur-Semois
Croix Albert Labeye
De site van Le Maka begin 20ste eeuw (ingekleurde postkaart). Aan de hand van dit beeld kan je vandaag de verdwenen smederij nog goed localiseren.
Restanten Maka (foto MTB)
Onderweg langs de Semoismeander ten zuiden van Auby
Huis in leisteen te Mortehan
Grot van Saint-Remacle
Auby-sur-Semois
Auby Maka
Mortehan Semois
Cugnon moulin
Herbeumont château
Tombeau du Chevalier
Johannes-de-Doperkerk Auby-sur-Semois
Tombeau du Chevalier vanuit het uitzichtpunt Libaipire
Uitzichtpunt
Rocher du Moulin
Waaiertje (paddenstoel)
Onderweg ten zuiden van Auby-sur-Semois
Semois te Mortehan
waaiertje
Auby-sur-Semois
> Auby ligt niet echt langs de Semois zoals de naam suggereert maar op een hoogte tussen 350 en 390 meter, aan de rand van weiden. Het kerkgebouw uit 1832 sluit met zijn nogal strakke klassieke stijl niet echt aan bij een klassiek Ardens dorp, ze past eerder in een Grieks decor. Laten we even Maurice Cosyn aan het woord, zoals hij Auby zag in de jaren '30 van de 20st eeuw, op zijn verkenning voor de eerste gids over het Sentier de la Semois, waarover we nu wandelen als GR 16. (Maurice Cosyn was ook van opleiding architect). "Men moet heel het dorp door klimmen tot voorbij de laatste huizen om de bevoorrechte ligging van de vlek te begrijpen, die voor de sterke ruime lucht open staat en tegen den mist van de vallei beschut is. De huizen van Auby liggen verspreid in de plooi van een hoogvlakte: geen
> De legende: Sint-Remacle was al op een gevorderde leeftijd toen hij besloot om zich hier terug te trekken in de natuur om er in alle rust en eenvoud zijn laatste jaren te slijten. Hij leefde er niet alleen. Zijn compagnon was een ezel die al bijna even oud was als hijzelf. De ezel had zijn aparte grot om te slapen, vlakbij de grot van Sint-Remacle. Af en toe trok Sint-Remacle naar Auby om er zieken of armen te bezoeken of om er een mis te lezen. Soms stuurde hij de ezel ook alleen naar het dorp. Hij kende de paden en de dorpsbewoners kenden de ezel van Sint-Remacle. Ze laadden de manden die de ezel droeg gewoonlijk vol met eten voor zowel Sint-Remacle als voor de ezel. ’s Avonds struinde de ezel dan op zijn gemakje terug naar de grot. Op een dag gebeurde er echter iets verschrikkelijks. Satan was jaloers op de vrome uitstraling die Sint-Remacle had op de inwoners van Auby. Hij besloot zicht te wreken. Op een avond nam hij de gedaante aan van een bloeddorstige wolf en wachtte de ezel op bij zijn terugkeer door het bos naar de grotten. De ezel was zoals gewoonlijk beladen met manden vol voedsel dat hij meegekregen had. De wolf aarzelde niet en sprong het arme dier naar de keel. Het zwaarbeladen dier kon zich amper verweren en bloedde hevig. Sint-Remacle zelf was toevallig in de buurt en herkende onmiddellijk in de wolf de verschijning van Satan. Hij hield het hoofd koel, nam zijn rozenkrans van zijn hals en gooide die als een lasso over de nek van de wolf. In de rozenkrans zat één kraal die gemaakt was van hout uit het oorspronkelijke kruis waarop Jezus stierf. De totaal verraste wolf begon te huilen als een zwijn dat gekeeld wordt, maar zat wel gevangen. Voor de ezel was het echter te laat, hij stierf ter plekke. ‘Omdat je zo wreed bent geweest mijn ezel te doden, moet je hem nu maar vervangen’ sprak Sint-Remacle tot de wolf-Satan. Onder hevig gehuil laadde hij de manden over op de rug van de gevangen Satan en joeg hem met zijn stok voort naar de grot. Met de oren plat, de staart tussen de poten en de rozenkrans rond moest de ingespannen wolf elke dag naar Auby om er provisies te halen. Soms werd de wolf naar de rijken gestuurd om er te gaan bedelen voor klederen en eten. De inwoners vonden het een ongewoon beeld om dat lelijke beest in het dorp te zien, maar wenden er vlug aan. De wolf was ook een teken naar de inwoners van de streek toe om te laten zien wat er met je kan gebeuren als je in de ban van Satan komt. Rechters hadden na een tijd geen werk meer in de streek, gevangenissen waren leeg. Vrede en rust heersten in de regio nu Satan bedwongen was. Een nieuwe wereld diende zich aan, was het niet dat er op een dag iets onverwachts gebeurde. Op een nacht brak de versleten koord van de rozenkrans. De wolf die zich plots bevrijd voelde, schudde zijn ketting af en koos ‘het hazenpad’. De tijd van de goede zielen was voorbij. Satan zou de verloren tijd inhalen door zijn inspanningen om mensen tot het slechte te verleiden te verdubbelen, tot de dag van vandaag…
Grotten van Saint-Remacle
> De grotten van Sint-Remaclus zijn beslist het ommetje waard. Ze liggen aan een steile overhang boven de Semois. Let op de schiefersteen waaruit de grot is gebouwd. De grotten werden in 1936 'gerestaureerd'. Er is een bord dat herinnert aan een bezoek door de 11-jarige Koning Albert I. Remaclus was een Franse monnik die rond 650 de abdijen van Stavelot en Malmedy stichtte. Volgens de legende bouwde Remaclus de grotten van Cugnon zelf om er een tijd te wonen. Van een legende is meestal iets waar. De kern van de waarheid is mogelijk dat Remaclus in 644 opdracht kreeg van de Frankische Koning Sigebert III om te Congidunum (Cugnon) een klooster te bouwen. Remaclus verbleef rond 645-647 in de streek maar dat klooster zou hier nooit komen.
Maka
> Eeuwenlang lag er in deze omgeving, die in de volksmond bekend stond als 'Le Maka', de ijzersmederij en -gieterij van Les Hayons. Ideaal gelegen omwile van de aanwezigheid van een snelstromende beek (Ruisseau des Aleines) voor waterenergie en veel bos (voor het aanmaken van houtskool). Al zeker sinds het begin van de 16de eeuw was hier al een smederij, misschien nog veel vroeger. Die ontwikkelde zich vanaf de tweede helft van de 18de eeuw met een toegevoegde walserij tot een vroeg-industrieel bedrijf, onder leiding van de familie Devillez. De site was toen een belangrijke werkgever in de streek, niet enkel voor arbeiders in de ateliers maar ook voor kolenbranders in de bossen.
> De naam 'Maka' verwijst naar een soort enorme plethamer die werd aangedreven door de as van een waterrad waardoor 'de hamer' op en neer kon gaan, slaand op een groot aambeeld. Het is wellicht een zeer oude mechaniek, die terug gaat tot de vroege middeleeuwen. Er werden kleine en grote gebruiksvoorwerpen vervaardigd, van lepels over kolenschoppen tot landbouwmachines en kachels. Behalve een smederij waren er dus ook een walserij en zagerij, die eveneens op waterenergie werkten.
Mortehan & Cugnon
> Twee mooie Ardennendorpen die vandaag tot de gemeente Bertrix behoren. Cugnon komt wel eens in lijstjes van mooiste Ardense dorpen voor. Niet onterecht, het is een stokoude nederzetting langs de Semois. Dit dorp met huizen die vooral uit leisteen zijn opgetrokken, straalt wel charme uit, vooral de dorpskern met oud gemeentehuis (nu VVV-kantoor) en het sierlijke Sint-Remigiuskerkje in Duitse barokstijl vormen met hun witgekalkte gevels een harmonieus geheel. Een andere toepassing van het gebruik van leisteen vind je op het oude kerkhof, hier nog in de schaduw van de kerk zelf gelegen. Sommige grafzerken in lokale schist dateren uit de 17de en 18de eeuw, wellicht gemaakt door de scailtons (leisteenmijnwerkers) van de mijnen vlakbij. Elders in Cugnon is een kasteel en een watermolen, gelegen bij de Semois.
> Let ook even op de middeleeuwse grenspaal die staat opgesteld voor de kerk en het oude gemeentehuis. Hij is afkomstig uit de bossen waardoor we liepen tussen Herbeumont en Mortehan en bakende de grens af tussen het adellijk domein Löwestein-Wertheim (lettters 'LW') en het bijna onafhankelijk 'ministaatje' van de Jezuïeten uit Muno, 'Société Iesu' (letters 'SI'). Hij werd naar hier overgebracht door boswachter Gérard Dufour (1932 - 2012) in de jaren '70. De man hield erg veel van Cugnon, zijn geschiedenis en omliggende natuur. Dufour heeft ook archeologische onderzoek op de Keltische site Trinchî te Cugnon gestimuleerd, sinds 1978 zijn er muren gerestaureerd en is de oppidum (1st eeuw v/C) open voor bezoek. Ook de Romeinen bezetten later de plek.
> Opvallend ook hoe dit kleine dorpje een rijke geschiedenis heeft (er zijn gerestaureerde Keltische versterkingen te zien) en toch nooit uitgroeide tot een groter geheel. Volgens de legende heeft de Heilige Remaclus hier een tijd verbleven in een grot boven de Semois. Dat kleurrijke verhaal vertellen we je straks, want de grot van Sint-Remaclus ligt niet ver van GR 16. Het kleine Cugnon leverde ooit ook een Eerste Minister aan de Belgische Staat: Hubert Pierlot was tussen 1939 en 1945 premier, vooral van een regering in ballingschap.
> Eerst komen we echter door Mortehan, gelegen aan de toegang tot een erg smalle meander van de Semois. Maurice Cosyn, die al in 1935 Cugnon en Mortehan in één adem vernoemde, merkte toen een opvallend verschil tussen de tweelingdorpen. In zijn reisgids 'Semois Supérieur' schreef hij: 'Mortehan verschilt totaal van uitzicht in vergelijking met Cugnon. Huisjes, vaak met een armzalige aanblik, opgetrokken in onregelmatige steen, soms gekalkt en met daken van leischalie staan gelijnd op een lange rotsige kam, smal en bizar ontwikkeld rond een plaats waar enkel wat schrale heide overgaat in weigras langs de Semois.'
> Mortehan was duidelijk een dorp van mijnwerkers, die met schistafval van de nabij gelegen leisteenmijnen hun huisjes optrokken en wat aan veehouderij deden. Onderdak voor mens en dier waren hier in de architectuur sterk verbonden. Vandaag steekt Mortehan Cugnon de loef af wat betreft het aantal beschermde gebouwen. Behalve de kerk en het oude kerkhof ( de muren en enkele grafstenen zijn beschermd) zijn er in Mortehan maar liefst een dozijn van die hoevehuizen in schist officieel geklasseerd als beschermd monument. Zo hebben de huizen langs de Rue de la Semois tussen nummer 23 en 35 bijna allemaal een beschermd statuut. Je kan ze zien als je in het centrum van Mortehan kort van GR 16 afwijkt door naar het Sint-Hubertuskerkje te wandelen en daar de straat te nemen naast de kerk (Rue de la Semois). Wandel je de straat even af tot bij de Semois dan kan ook het bijzonder pittoreske oude kerkhofje van Mortehan zien, waarvan de scheve grafstenen de Semois overkijken.
> De GR volgt deze verkeersweg naar links (dalend) en komt zo 300 meter voor je de Semois bereikt langs de site van de verdwenen smederijen van 'Maka', net nadat we de beek Les Aleines zijn overgestoken.
> Terug naar de vijfsprong. Komende uit Cugnon laat je twee paden links liggen en een pad rechts om ongeveer rechtdoor te vervolgen over een grassig pad. GR 16 daalt licht om wat verder de beekvallei van de 'Fontaine du Loup' te kruisen (op topokaarten staat deze beek misschien onder de naam 'Ruisseau Derrière Le Pez'). Over de beek volgen we een paadje langs de beekravijn en stijgen we stevig naar het plateau waarop Auby-sur-Semois ligt.
> We komen al snel bos uit en maken verderop nog een scherpe bocht om zo op een asfaltweggetje te arriveren. Daar links naar Auby toe. We bereiken de ingang van het dorp bij een grote kapel in de schaduw van een groepje wilde kastanjelaars. Rechts ligt ook een bushalte.
> De witrode markering aangebracht door jagers in het uitgestrekte woud van Sainte-Cécile kan eigenlijk niet voor verwarring zorgen met de eveneens witrode GR-tekens, want we wandelen steeds rechtdoor. Tijd om er wat de pas in te zetten, de hoogteverschillen zijn beperkt en op een langere stijging na gaat het licht bergaf.
> Na 2,4 km bereiken we een andere asfaltweg op een plek met de naam 'Croix du Soldat'. We volgen deze asfaltweg 20 minuten. Onderweg verlaten we het gesloten bosgebied voor halfopen landschap van weiden en bos met ver uitzicht over de Semoisvallei. We negeren de eerste zijpaden en -wegen.
> De Tombeau des Chevaliers ligt er schitterend bij in vlammende herfstkleuren. Er ligt niet echt een ridder begraven, de vorm van de 1750 meter lange en tot 250 meter brede heuvel doet denken aan de vorm van een middeleeuwse tombe. 't Is genieten hier van de stilte en het uitzicht. Verder langs de crête, zigzaggen, even steil dalen en 5 minuten later krijgen we in de buurt van een schuilhut nog een uitzicht over de Tombeau des Chevaliers. Het pad stijgt dan weer verder door het bos van Libaipire om op een hoogte rond 410 meter een bospiste te kruisen en niet veel later een smal en weinig gebruikt asfaltwegje te bereiken. Scherp rechts, we zullen het geasfalteerd bosweggetje een hele tijd volgen.
> We zijn nu aan de Semois. Links ligt camping Le Maka, gerund door Hollanders die een reputatie hebben je als Belg niet al te gastvrij te ontvangen. Als passant om een drankje te nuttigen ben je er alvast helemaal niet welkom. Bizar. Wegblijven is de boodschap.
> Aan de Semois ligt een prima overdekte picknickplaats. Helaas mag je er je tent niet opslaan op het malse gras. Wandel eventueel naar Les Hayons of terug naar Auby indien je de schaarse TEC-bus wil nemen. Heb je nog wat tijd over bij aankomst dan wil je misschien nog even de heksensprong testen, langs een variant deel van GR 16, zie hiervoor op de volgende pagina.
> 2 km na Croix du Soldat scherp rechts een weggetje in tussen weiden. Na 200 meter en net voor een bos gaan we links. Even opletten nu. Na 150 meter en VOOR je een vijvertje bereikt links even stijgen om een ruw pad te nemen dat langs een afsluiting loopt. Na 400 meter vervoeg je een breder pad rechtdoor. Het daalt sterker en maakt een bocht van 90°
> We zijn nu 110 km ver over GR 16 Semois sinds de start in Aarlen. Even een zink over en 600 meter verder kruisen we ook nog een beek. Daarna lopen we stilaan naar het dorpje Mortehan toe. Kortbij ligt ook Cugnon, waar we straks langs komen.
> In 1902 werd de smeltoven gesloten en in 1926 ging de hele fabriek dicht. De familie Devillez transfereerde de machines rond 1930 naar de hoofdfabriek in Bouillon. De maka (slaghamer) zou later worden geschonken aan het hertogelijk museum van Bouillon, waar je hem nu nog kan zien. Delen van de hydraulische installatie zijn vandaag dan weer te te zien in het ijzermuseum van Luik.
> Merkwaardig is ook het verhaal van een oud ijzeren kruis. In de smederij hersmolten de arbeiders ook oud ijzer maar toen ze een christusbeeld kregen aangeboden, riepen ze volgens de legende "Men smelt de Goede God niet" en hingen ze het beeld uit 1538 (1558?/1575?) op aan de gevel van de smederij, waar het tot de sluiting van de fabriek bleef hangen. Een toerist heeft het later gestolen maar hij kon worden gevat en het kruis is vandaag eveneens nog te zien in het Musée Ducal van Bouillon.
> De vervallen gebouwen werden afgebroken in 1977. Ter plaatse zie je enkel nog wat muren van de afwateringskanalen op de Ruisseau des Alleines. De plek ligt rechts van de weg Auby - Les Hayons, net nadat je via GR 16 de Ruisseau des Aleines bent overgestoken en 300 meter voor de Semois.
> In het dorp is ook nog een grote wasplaats te zien, met in het verlengde ook veedrinkbakken (abreuvoirs). Ongetwijfeld leefden de inwoners ook hier veelal van de leisteenontginningen en ijzersmederijen maar als we afgaan op de waarnemingen van Maurice Cosyn, moet hier toch ook landbouw en met name veeteelt het dorpsbeeld hebben bepaald: "Bij valavond heerscht in het dorp een eigenaardige drukte: eindelooze kudden van koeien en geiten komen van de weiden en trekken naar de drenkplaats. Wat al kloeke oude vrouwen onder de hoeders van dat vee en ook wat al jonge kinderen! Die taak vervult men bij het begin en bij het einde van het leven. Eenige jaren geleden rende door
het dorp op hetzelfde uur de tuchtlooze orde der varkens, zoo goed en zoo kwaad als het ging geleid door den ouden gemeentelijken zwijnenhoeder en zijn zeer jonge helper. Van bij de eerste huizen verdween de orde onder de kudde en werd het een koddig en woelig rennen, daar ieder dier naar zijn legersteede stormde. Helaas, de gemeentelijke zwijnenhoeder behoort tot het verleden en dat eigenaardige uitzicht van het Ardensche leven is verdwenen... "
> Te Herbeumont-Conques zijn we halfweg GR 16 Semois, we vliegen er voor het tweede deel van onze Semoistocht meteen in met een stevige stijging. Net voor de autobrug over de Semois verlaat GR 16 de N884 om links scherp omhoog te draaien, weg van Herbeumont dus. Stevig stijgen naar het uitzichtpunt Rocher du Moulin dat je na een kwartiertje bereikt over een aanvankelijk smal pad. Je hebt van hier zowel een panoramische zicht over de Semois naar de 12de eeuwse burchtruïne van Herbeumont als naar de bruggen over de Semois.
> Je komt bij dit uitzichtpunt op een breder bospad op niveau en neemt dat pad scherp links langs een schuilhut. Een 300 meter verder kom je op een splitsing met een andere bospiste. Rechts hier, meedraaien en deze bosweg 500 meter volgen. Net voor hij een bocht naar rechts gaat maken kiezen we rechts voor een pad dat kronkelend nog wat gaat stijgen. Het leidt ons na een tijdje tot op één van de allermooiste uitzichtpunten over de Semois: Libaipire met voor ons de Semoismeander waarvan de ingesloten bossen bekend zijn als de 'Tombeau du Chevalier', het 'Graf van de Ridder'.
> GR 16 volgt door Mortehan de hoofdstraat naar rechts. Ze loopt naar de brug over de Semois vanwaar je een mooi zicht hebt over de Semois. Over de brug naar links, we gaan de Semoismeander volgen over de verkeersweg. Rechts en rechtsachter van ons is de hele omgeving van Linglé een gatenkaas van verlaten leisteenmijnen. In de bossen vlakbij kan je nog ruďnes vinden en schachtingangen die aan deze eeuwenoude industriële aktiviteit herinneren. Zie ook het verslag over spoorlijn 163a en de vallei van de leisteenmijnen.
> Zowat 130 meter na de kruising met de Munobeek, die hier in de Semois mondt, nemen we het eerste weggetje links. Verderop gaat het over in een stijgend pad, sentier Chauchet, door mooi herfstbos.
> Voorbij de site van Le Maka komen we bij een Maria-nis in de rotsen rechts en langs het Croix Albert Labeye. De jongen van 11 viel hier tijdens een vakantie op 8 september 1899 van de rotsen en stierf in zwaargewonde toestand 5 uren later.
rooilijnen in dat schilderachtige dorp, waar alles lukraak schijnt geschikt te zijn. Kleine klimmende wegen, kronkelige paden met hagen erlangs, woningen met breuksteenmuren of witgekalkte wanden, neergezet daar waar de woelige bodem eenig voordeel scheen op te leveren. Dat alles verstrooid te midden van de erven en het groen. Ternauwernood onderscheidt men in dien wanhoop de schoolen en de nederige kerk..."
> We zijn nu 120 km gevorderd over GR 16 Semois sinds de start in Aarlen. We blijven op het hoofdpad en draaien over een steenslagweg langzaam van zuidwestelijke richting naar een noordwestelijke richting in het meest zuidelijke deel van deze Semoismeander. Het laagste deel is nogal moerassig, de Semois krijgen we echter niet te zien, evenmin als de rotsen van Saurpire aan de overkant van de Semois.
> Ter hoogte van een rustbank beginnen we te stijgen. Links beneden duiken tussen de bomen de eerste caravans van camping Maka op maar we draaien er in een bocht naar rechts van weg om te stijgen tot bij de geasfalteerde weg tussen Auby en Les Hayons.
> GR 16 trekt niet naar het centrum van Auby, dat 100 meter verder rechtdoor ligt (rustbanken bij de kerk) maar gaat op het kruispunt bij de grote kapel dadelijk links, in de Rue Chernaudame. Die straat blijft wat op niveau en gaat na de laatste huizen verder in een bocht naar rechts. Kort daarna komen we op een V-splitsing waar we de linkertak nemen die licht gaat dalen. Een 400 meter verder laten we bij een volgende V-splitsing een weg links liggen, we volgen het breedste pad dat verder gaat dalen naar de vallei van de Semois.
> We blijven het hoofdpad volgen en na een tijdje lopen we parallel met de beekvallei van de Goutelle Mwéré aan onze rechterzijde. Nog wat lager kruisen we de beek, ze loopt nu aan onze linkerkant.
> Het stijgend pad krijgt bij een rotsige passage trappen in de leisteenrotsen en een reling, de afgrond is er immers steil en diep. Zo ronden we de mooie Semoisbocht op de Mergyreheuvel tot bij een asfaltweg en een open kapel voor Onze-Lieve-Vrouw-In-Nood (rustbank). Links hier om Cugnon in te wandelen.
> We dalen het mooie dorp in tot bij de kerk. Ga je nog 300 meter dan kom je tot bij de watermolen van Cugnon aan de Semois maar zover gaan we niet. Ter hoogte van de kerk en het toeristisch infokantoor (vroeger gemeentehuis) nemen we rechts de weg naast het Hotel des Roches. De asfaltweg loopt naar een camping. GR 16 zal deze camping langs rechts voorbij lopen over een pad achter de camping dat wat verder hoogte wint. We ronden hier stijgend door bos een meanderhelling met de naam 'Le Jambon' ('de Hesp') en komen op een col met vijfsprong.
> Als je de grotten van Saint Remacle even wil bezoeken moet je wat afwijken van GR 16 door op de vijfsprong het meest linkse pad een 300 meter te volgen.
GR 16
Semois van bron tot monding (208 km)