Sentier du Nord
> Deze wandelpaden danken hun oorspronkelijke bestaan in de jaren '30 van vorige eeuw aan Maurice Cosyn. Als verantwoordelijke voor de cel wandelroutes van de toenmalige Touring Club de Belgique (TCB) is hij werkelijk gepassioneerd door de creatie van wandelmogelijkheden, met name in de Ardennen. De Belgische toeristische overheid stapt mee in Cosyn's plan voor een kwalitatief sterk net aan langeafstandspaden met subsidies. In samenwerking met Touring Club wordt het tussen 1935 en 1940 onder zijn coördinatie ook grotendeels gerealiseerduit te bouwen, met name in de Ardennen.
> Helemaal nieuw is het niet. Al rond 1910 ontwikkelden de leden van de Luikse vereniging Vieux-Liège (onder de dynamische leiding van Charles Comhaire) immers de eerste bewegwijzerde langeafstandspaden (zogenaamde "Chemins de Touristes") door de Ourthe-regio maar dat net was weinig bekend en werd weinig gebruikt. Na WO I verdwenen de 'toeristenwegen' van Vieux-Liège weer langzaam en geruisloos.
> Terug naar Maurice Cosyn. Als schrijver en uitgever van de populaire toeristische Cosyngidsen begon hij tijdens het interbellum aanvankelijk lokale wandeltrajecten te ontwerpen en beschrijven, in samenwerking met de toen nog jonge plaatelijke VVV-kantoren in de Ardennen. Anderzijds ontsloten medewerkers van Touring Club in de jaren '20 van de twintigste eeuw ook voordien ontoegankelijk trajecten, zoals in de valleien van de Lesse en de Semois.
> GR 57 is één van de populairste lange paden in de Ardennen. Deze route van 360 km loopt voor een groot stuk door één van de mooiste riviervalleien van de Ardennen, dat van de Ourthe en is erg afwisselend. De meeste etappes zijn te bereiken per trein of bus en er zijn onderweg veel slaapmogelijkheden. Een tocht op maat gesneden voor zij die op een niet te moeilijke manier willen kennis maken met Ardennenwandelen.
> Het zuidelijke deel van de route (Sentier du Nord) loopt door het Groot Hertogdom Luxemburg en vormt een uitstekende staalkaart van wat wandelen in Luxemburg zoal te bieden heeft.
Startpagina > Wandelen > GR57 Ourthe + Sentier du Nord
> Grande Randonnée nr 57 kan ook worden gezien als een variante wandelroute van GR 5 tussen de Luikse regio en Diekirch. Je passeert eerst door de Luikse urbanisatie. Groot contrast als je daana de Ardennen inwandelt. De Ourthe is je leidraad, van de monding tot in de buurt van de oostelijke of westelijke bronnen. Onderweg wandel je langs historische stadjes, dorpen en merkwaardigheden. Bij de Luxemburgse grens klim je uit de Ourthevallei, over de waterscheidingslijn tussen het Maas- en het Rijnbekken. in het Groot-Hertogdom daal je naar Troisvierges, waar het Pad van het Noorden overneemt. Langs de riviervalleien van Woltz, Clerf en Sauer loop je zo naar Diekirch. Tweede mogelijkheid: Vanaf het stuwmeer van Nisramont de Westelijke Ourthe volgen tot Libramont, voorbij de westelijke bron van de Ourthe.
GR 57 kaart
Sentier du Nord in Luxemburg
De Ourthe op zijn wildst, in de omgeving van Le Hérou
Ontwikkeling van GR57 en Sentier du Nord
Voorstelling
GR Ourthe
Oude markering langs het Sentier de l'Ourthe (Esneux). De wandelaar werd geleid door bordjes waarop plaatsnamen en door witte verfstrepen met de tekst 'T.C.B' + het padnummer op bomen en palen.
Kaart uit 1938 : Een deel van het Luxemburgse Sentier du Nord. Jean Loiseau vond hier inspiratie voor de eerste GR-paden in Frankrijk. Dit traject is vandaag nog grotendeels identiek. De tentsymbolen op de kaart verwijzen niet echt naar campings maar eerder naar 'kampeermogelijkheid'. De wandelaar kon in die tijd al een overnachting vinden in een jeugdherberg maar de campings waren in het beste geval grasvelden, die voor toerisme ter beschikking werden gesteld, meestal zonder extra voorzieningen. De meeste kampeerplaatsen op deze kaart verwijzen echter enkel naar plekken die kunnen dienen om een tent te plaatsen, die tegenwoordig 'wildkampeerplaatsen' zouden kunnen worden genoemd. Loiseau vermeldde over al deze plekken ook over welke 'faciliteiten' de vrijkampeerder kon beschikken: Baadmogelijkheid, uit of in de wind, hoeveel tentjes er kunnen worden opgesteld en of het gras eerst moest worden gemaaid.... Water uit een beek beschouwde hij algemeen als drinkbaar water. (Kaart Loiseau)
Het oorspronkelijke wandelpad van de Ourthe eind jaren '30
> Gelijktijdig ontwikkelt Cosyn voor het Groot-Hertogdom Luxemburg en ook in de Franse Ardennen nog eens een apart wandelnet aan lange paden. Als dank vor zijn visionair pionierswerk zou de Luxemburgse overheid eind jaren '50 postuum nog een wandelpad naar hem noemen, het 'Sentier Maurice Cosyn', dat nu nog bestaat.
> Cosyn's wandelenthousiasme was eind jaren '30 amper te temperen. Eén van de 14 lange afstandspaden in Luxemburg was het 'Sentier du Nord' (Pad van het Noorden), waarbij in 1936 Burg Reuland en Diekirch met elkaar werden gelinkt over een afstand van ongeveer 75 km, meteen ook het langste Luxemburgse pad van Cosyn. De Luxemburgse overheid maakte de paden toegankelijk en zorgde zelf voor de markering. Ook nu nog is in Luxemburg het beheer van de lange paden in handen van de nationale overheid.
> De oorlog '40-'45 bevroor echter elke verdere ontwikkeling rond wandelpaden. Met de oorlogsjaren kwam er een flinke dip in het wandeltoerisme en bovendien maakte Cosyn na 1940 ook geen deel meer uit van de werkgroep langeafstandspaden van de TCB. Ook na de oorlog moesten de Ardennen nog jarenlang hun wonden likken van het vreselijke Ardennenoffensief waarbij hele dorpen werden verwoest. Steden als Houffalize waren grotendeels van de kaart geveegd. Aan onderhoud, uitbouw en promotie van de paden werd dan ook niet meer gedacht de volgende jaren. De Cosyndynastie van reisgidspublicaties werd voort gezet door Paul Cosyn, maar het wandelnetwerk van Maurice was definitief zijn bezieler en élan kwijt, hij overleed in 1951 op slechts 56-jarige leeftijd.
> In de jaren '50 is er in België minder interesse voor langeafstandswandelen. De opkomst van de auto zit daar voor wat tussen. Niet dat er niet meer wordt gewandeld maar de tijdsgeest verandert. De autobezitter rijdt ergens naar toe en maakt ter plaatse vooral een korte luswandeling, die hem weer bij zijn auto brengt. Touring Club is bovendien niet echt meer geïnteresseerd in het onderhoud van de langeafstandspaden die Maurice Cosyn ontwikkelde, de organisatie richt zich vanaf dan meer op de autotoerist.
> Ondertussen was in Frankrijk wel Jean Loiseau in samenwerking met de Franse Touring Club onmiddellijk na WO II begonnen met de uitbouw van een basispadennet. Hij noemde zijn paden 'grande randonnées' (of kortweg G.R.'s) en ontwierp daarvoor een witrode bewijzering. De grote inspirator voor Loiseau en zijn GR's was de Belg Maurice Cosyn! Loiseau was immers al voor WO II met enkele wandelmakkers de paden van Cosyn en TCB wekenlang gaan verkennen, zowel in de Ardennen als in het Groot Hertogdom. Hij had grote bewondering voor wat Cosyn had gerealiseerd. WO II bevroor echter (tijdelijk) alle plannen om ook zoiets in Frankrijk te realiseren. Het bestaan van Franse GR-paden vanaf 1947 danken de Fransen dus in grote mate ook aan Maurice Cosyn!
Oude markering van het Sentier du Nord in de buurt van Schüttburg. Aanvankelijk werden blauwe strepen gebruikt, die werden al snel vervangen door een gele ruit + gele streep op blauwe achtergrond. Later viel ook het streepje weg en gebruikt het Luxemburgs Ministerie van Toerisme nog enkel gele ruiten.
Vader en zoon bezig met de eerste markering van GR57 in de jaren '60. 2 verfpotten: Eén voor de witte streepjes en één voor de rode streepjes. (Edmond Robyns)
> Terwijl in Frankrijk het net aan Grande Randonnées zich sterk ontwikkelde vanaf 1947, verviel in België het padennet van Cosyn. In 1959 werd een Belgische tak van de Franse GR's opgericht: een enthousiast vriendengroepje uit het Luikse, bracht het Franse GR-concept mee naar huis na hun wandelvakantie in Zuid-Frankrijk en enkele jaren later richtten ze een vereniging op, het 'Comité Nationale Belge des Sentiers de Grande Randonnée' of kortweg C.N.B.S.G.R.
> De succesvolle realisatie van een eerste project, de GR 5 noordelijk doortrekken van de Nederlandse grens naar Luxemburg, was de Groupement de l’Ourthe des Syndicats d’Initiative (G.O.S.I.), zeg maar de verenigde VVV’s van de Ourthedorpen, niet ontgaan. Het oude Ourthepad van Cosyn had voor de Ourthegemeenten immers aanzienlijk bijgedragen tot de toeristische ontwikkeling van de regio. Bewijs daarvan is een brief uit 1939, gericht aan Cosyn vanwege de burgemeester van Comblain-au-Pont : “De creatie van het ‘Sentier de l’Ourthe’ had voor Comblain-au-Pont zeer gunstige en bemoedigende resultaten. De omgeving hier werd relatief weinig bezocht en dank zij het pad komen hier nu veel toeristen die hier onze streek beter leren kennen. Onze gemeente dankt zijn ontwikkeling dus voor een stuk aan het Sentier de l’Ourthe. Het zou wenselijk zijn als systematisch propaganda zou worden gevoerd ten voordele van deze wandelingen, teneinde nog meer bezoekers te krijgen.
> Niet zo verwonderlijk dus dat er bij de heropleving van het toerisme in de jaren '50 veel interesse is van de VVV’s om Cosyn’s pad te ‘restaureren’. Op vraag van de VVV’s begon het piepjonge GR-comité na de GR 5 in 1965 ook het Sentier de l’Ourthe opnieuw te markeren, ditmaal met de bekende witrode streepjes die zo typisch zijn voor een G.R. Het G.O.S.I. sprong bij om het project logistiek en financieel te ondersteunen.
> Uiteraard werd het verloop van de route hier en daar ingrijpend gewijzigd, want sinds de 30’er jaren was er behoorlijk wat veranderd in de landschapsstructuur. In 1965 werd de route gemarkeerd door Francis van Mechelen (zijn monument staat staat langs GR AE (15) en Lucien Cailloux (toenmalig voorzitter van C.N.B.S.G.R.). Op 8 mei 1966 werd de 150 km lange route officieel voorgesteld te Logne onder de padnaam 'G.R.O. – G.R. 57 Vallée de l’Ourthe'. Het traject liep net zoals in 1937 weer tussen Angleur en Houffalize (150 km). Het zou de succesvolste route worden die de Waalse wandelorganisatie (her-)ontwikkelde. Er zijn ondertussen al 8 opeenvolgende edities van de topografische gids over G.R.O. (57) verschenen.
> De belangrijkste wijzigingen in de loop der jaren:
Zuidelijk in 1982 doortrekking van Houffalize tot Gouvy (nabij de oostelijke bronnen van de Ourthe)
Noordelijk werd in 1990 een verbinding gemaakt dwars door Luik in het kader van de integratie van steden als cultureel wandelpatrimonium.
Noordelijk werd GR57 nog iets verder doorgetrokken, van Jupille tot in de buurt van het dorpje Barchon (aansluiting op de internationale GR5 / E2). In feite werd hierdoor een stukje geïntegreerd dat in de jaren '80 als GR 5 op de kaart stond.
Zuidelijk werd in de jaren ’90 het traject nog verder doorgetrokken over de Luxemburgse grens.
Zuidwestelijk kreeg het Ourthepad in 2017 een belangrijke aftakking van 70 km langs de Westelijke Ourthe tot Libramont.
> Op het eerste zicht is de zuidelijke doortrekking in Luxemburg een beetje vreemd omdat we hier helemaal uit het bassin van de Ourthe zijn en omdat het pad geen eigen GR-markering meer heeft vanaf Troisvierges. Daar volgt het pad de gele ruit van het Sentier du Nord tot Diekirch waar de route in de buurt van Diekirch (Gilsdorf) opnieuw aansluit op GR5/E2/Ardennen-Eifelpad. Daardoor is het Sentier de l’Ourthe met zijn 279 kilometer ook uitgegroeid tot een alternatieve wandelweg voor GR5 waarop GR57 nu zowel noordelijk als zuidelijk aansluit. Je zou het ook kunnen bekijken (al was dat niet het opzet) als een eerbetoon aan Maurice Cosyn, de man waarmee het allemaal begon meer dan 80 jaren geleden, want zowel het Ourthepad als het Pad van het Noorden werden oorspronkelijk door hem ontworpen.
> In 2017 komen er nog eens een 70-tal kilometers aan Ourthepaden bij. Voor het eerst wordt dan ook de Westelijke Ourthe tot Libramont helemaal ontsloten met een eigen traject.
> Het 'Sentier du Nord' heeft in de loop van zovele jaren weinig verandering ondergaan. Vandaag volgt GR 57 het Sentier du Nord niet helemaal, een stuk van 9 km tussen Weiswampach en Troisvierges hoort er niet bij.
> De padmarkering die Cosyn liet aanbrengen, is dan wel haast geheel verdwenen, er zijn toch nog bepaalde dingen herkenbaar. Vele van de uitzichtpunten werden toegankelijk gemaakt dankzij initiatieven van Touring Club. In die tijd vormden deze 'belvédères' onderweg zowel letterlijk als figuurlijk dé hoogtepunten van de wandelpaden. Sommige van de banken of kiosken op die plaatsen dateren nog uit de jaren ’30, toen de paden werden ontworpen. Als je dus op zo’n uitzichtpunt even uitblaast van de wandelinspanningen zit je misschien wel op een bank waar lang geleden ook de pionierende Ardennenwandelaars hebben gerust!

> Langs GR57 en het Pad van het Noorden kom je heel wat rare dingen tegen. Kijk ook even op de pagina die volledig is gewijd aan kruisen, grafstenen en gedenkstenen. Ook in de etappeverslagen bij deze trekking zullen regelmatig vreemde zaken en verhalen opduiken. Aandacht zal ook gaan naar de verscheidenheid in de natuur, ihb deze keer vlinders.
> Eerst gaan we op de volgende pagina echter wat dieper in op praktische informatie voor zij die echt interesse hebben om deze mooie en gevarieerde tocht ook eens te lopen.
Enkele voorlopers van de huidige
topografische gids (1972 - 2008) van G.R.O.
Langs het pad
> Vanaf de jaren '20 van de vorige eeuw bloeit het toerisme in de Ardennen als nooit tevoren, met als hoogtepunt de periode 1935 - 1940. Redenen hiervoor zijn de invoering van het betaald verlof, de populariteit van scoutisme de steeds betere toegankelijkheid door een sterke ontsluiting met openbaar vervoer, waaronder een dicht net van zogenaamde ‘tramways’ of buurtspoorlijnen. Ze voeren toeristen aan tot diep in de Ardennen.
> Cosyn’s ambitieus plan om voor de hele Ardennen een netwerk aan paden te ontwikkelen vindt dan ook nogal weerklank, niet enkel bij de hoteliers en toeristische diensten van de Ardennen, maar ook uit Brussel komt er vanuit de overheid een positieve reactie.
> Cosyn ontwerpt daarom in 1935 een nationaal netwerk aan langeafstandspaden. De overheid stapt mee in het verhaal en de Touring Club de Belgique richt een speciale cel om Cosyn's plan van toeristische paden op het terrein te realiseren, met aan de leiding Cosyn zelf. Eén van de te realiseren paden is het 'Sentier de l’Ourthe' met als nummer T.C.B. 6.
> Het gaat razendsnel. Tussen 1934 en 1939 wordt zowat 2/3de van het hele project gerealiseerd en loopt er een heel netwerk aan lange paden door de Ardennen, in totaal zowat 1000 km lang. Het eerste deel van het 'Sentier de l’Ourthe', tussen Angleur en Tilff, wordt op 31 augustus 1936 officieel opengesteld in aanwezigheid van heel wat prominenten.
> Zomer 1937: men is al gevorderd tot aan de Luxemburgse grens (158 km) en in de lente van 1938 is het Sentier de l'Ourthe helemaal klaar tot het eindpunt. Het traject loopt dan van Angleur (Luikse agglomeratie) via Houffalize tot Clervaux (Luxemburg). Afstand: 171 km.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barchon - Diekirch / Libramont (360 km)
GR 57 Ourthe / Sentier du Nord