> 150 meter voorbij de afgelegen woning kom je op gelijk niveau met de talud rechts. Er is hier een opening. Je kan hier even rechts wandelen om de eerste 100 meter spoorbedding van lijn 163A te exploreren. Zoek niet naar spoorbils, die zijn sinds begin jaren '70 opgebroken. De bedding is erg overgroeid.
> Update juni 2013, Pieter Geens: "De (zeer vriendelijke) eigenaar van deze woning liet toe om onze fietsen bij hem te zetten (op slot uiteraard). Hij was verbaasd dat iemand deze route ging volgen en waarschuwde ons voor overgroeiing. Hij vertelde dat de hele strook waar lijn 163A aftakte van lijn 165 (vlak naast zijn woning dus) onlangs verkocht werd aan een privé-eigenaar die het stuk laat verkommeren (en dus ook niet omziet naar enkele bomen die dreigen om te vallen.)"
Startpagina > Wandelen > Spoorlijn 163A
2. Van Y Orgeo naar Saint-Médard (5,0 km)
Zie ook het railbook
> Je loopt verder over het steenslagwegje dat naar links omhoog draait naar de de Rue du Point d'Arrêt. Dit asfaltwegje ga je op naar rechts om wat verder bij de eerste brug over spoorlijn 163A te komen. Deze asfaltweg liep naar het voormalige treinstationnetje van Orgeo bij lijn 165. Het gebouw staat er nog maar is nu een woonhuis.
> Het geeft je telkens weer een enorme kick als je zo'n overgroeide tunnelconstructie uit de 'jungle' ziet opdagen: De grote zwarte slokop. Wat een werk moet het niet zijn geweest in 1907-1910 om hier zo diep in het landschap ingesneden een tunnel uit te houwen. Aan dit vergeten kunstwerk van meer dan 100 jaren oud hebben honderden arbeiders gewerkt. Met deze tunnel kruist spoorlijn 163A ongestoord en ondergronds nogmaals spoorlijn 165, evenals enkele verkeerswegen. Het traject verloopt licht dalend om verbinding te maken met de vallei van de Aise waardoor de spoorlijn verderop zal lopen. Ik heb geprobeerd om GPS-gegevens op te nemen over de lengte van de tunnel maar door de slechte ontvangst (ook geen GSM-ontvangst) in de ingesneden en met bomen dichtgegroeide bedding, had ik onvoldoende sattelietbereik om nauwkeurige gegevens te hebben. Ik neem dus maar aan dat de tunnel 675 meter lang is.
tunnel St-Médard
tunnel dan ook gevoed door een bron. Wees dus voorbereid. Verander van schoeisel, trek een paar botten aan. Botten moeten stevig aan je voet zitten, zodat ze niet worden vastgezogen in het slib. Neem eventueel ook een handdoek en een extra paar kousen mee. Zelf had ik geen botten bij maar ik was wel gewapend met een extra paar versleten schoenen die een prima alternatief vormen. Eens dat natte en modderige stuk door heb ik de verzopen schoenen weer verwisseld voor het droge paar. Op je blote voeten erdoor gaan zou ik niet aanraden. Hoe diep is het aan het andere einde? Ongeveer 10 à 40 cm, dus helemaal niet onoverkomelijk. Het stuk dat onderwater staat is ongeveer 20 à 40 meter lang. Een wandelstok is handig om voor jou uit de diepte te testen vooraleer je een stap zet. Opgelet ook bij de doortocht door de tunnel: Wandel niet middenin, maar langs één van de zijkanten van de tunnelbodem!
> Hier staan we dus, de tunnel van Saint-Médard: Een lange donkere passage van 675 meter. Je kan bij de ingang het licht aan het einde niet zien, aangezien er een knik in de tunnel zit, ze draait lichtjes in wijzerzin.
Overwoekerde oude spoorbedding 163A
Stukken van de bedding zijn redelijk goed begaanbaar, zoals deze passage tussen berkenbomen.
Orgeo, in de vallei van de Vierre , op een mistige morgen
Eerste brug over spoorlijn 163A
Vroegere aftakking lijn 163A van hoofdlijn 165
(Libramont - Bertrix - Virton)
Y Orgeo L163A - L165
Gribomont
< Overgroeide spoorbedding, boogbrug Gribomont
Pad tussen veld en de beboste spoorbedding.
tunnel Saint-Médard
Kort bij de kruising met de Rue de Babinay
Misty in een mysterieuse tunnel
Westelijke kant tunnel Saint-Médard
Sleuf voor afwatering, oorspronkelijk volledig bedekt met platen
In de tunnel van Saint-Médard:
De wat verdronken toegang tot de noordelijke kant van de tunnel
Op regelmatige afstand zijn nissen gebouwd in de tunnelwand
> Loop je over de bedding zelf dan moet je 's zomers af en toe door hoog opgeschoten planten en struiken. 's Winters is er wel minder groen in de bedding, anderzijds staat er wellicht meer water in. Opgelet als je op die bedding zelf loopt en de spoorlijn zich net voor de brug van Gribomont opnieuw ingraaft: Langs de randen van de bedding liggen mogelijk dikke lagen drijfmodder. Ik ben hier redelijk steil afgedaald in de bedding. Het is niet zo'n goed idee. Er loopt een moerassige beek waarin je kan worden opgezogen (makkelijk een halve meter). Dit geldt ook voor de volgende 3 km, er zijn plekken waar die modder verraderlijk diep kan zijn. 's zomers is het ook uitkijken naar mogelijke aanwezigheid van reuzenberenklauw, een plant waarvan het sap en de bladhaartjes, in combinatie met zonlicht, brandwonden kan veroorzaken. Vermijd elk contact met deze plant.
> Je komt boven de spoorlijn al snel bij een asfaltwegje, de Rue de l'Abreuvoir die je links inslaat om zo de brug van Gribomont over te steken. Gribomont is nog een echt boerengehucht, er liggen enkele boerderijen in de buurt van de spoorbrug.
spoorlijn 163A geen overwegen had. De verklaring hiervoor lees je uitgebreid op de volgende pagina van dit railtrackingverslag.
> Voilà, we zijn dus op de brug waar vlakbij tussen 1904 en 1972 spoorlijn 163A aftakte van hoofdlijn 165. Vanop de brug kijk je in oostelijke richting: 100 meter linksvoor zie je duidelijk een opening in een bosje. Ooit lagen daar de eerste spoorbils van lijn 163A.
> We volgen de spoorlijn verder, deze keer met de spoorlijn links van ons. Aan deze zijde heb je ook een prachtig zicht hoe de voormalige spoorlijn nu een groen bebost lint vormt in het landschap, een safe heaven biedend voor vogels en dieren op het landbouwplateau.
> 400 meter verder vlakt de spoorlijn weer uit, je kan nu de bedding schuin oversteken om een pad te volgen langs de linkerzijde van de lijn, of je kan op de bedding zelf lopen die vooral 's zomers nogal overgroeid is. Voor de bedding zich weer begint in te graven loop je rechts van de spoorlijn. In de bedding ligt een dikke humuslaag, overwoekerd met snelopschietende vegetatie die andere planten weinig kans geeft.
> Sommige delen zijn makkelijker te doordringen, zo zit er een kort stuk bij dat afgezoomd is met berken. Het is echter makkelijker om rechts van de bedding het pad te blijven volgen. Eigenlijk kan je gewoon van het eerste hoefijzerbrugje langs een tweede hoefijzerbrugje tot de boogbrug van Gribomont wandelen over een biezonder aangenaam wandelpad rechts van de spoorlijn (1,4 km). Dit pad vormt een buffer tussen de wilde spoorbegroeiing en de weides rechts daarvan.
> Zoals je merkt maakt het boslint van lijn 163A hier een grote bocht. Die vroege (en dure) aftakking en de grote bocht is te verklaren door het hoogteverschil (daling) dat de spoorlijn moet overwinnen om de leisteengroeven in de vallei van de Aise verderop te bereiken.
> OK, we gaan er dus voor, de rough way, wat volgt doet de adrenaline wat sneller spuiten. Wandel na de brug weer dadelijk rechts, met de spoorlijn aan je rechterzijde dus. Waar de spoorlijn weer op niveau komt steek je schuin over. L163A loopt nu weer links van jou en graaft zich sterk in. Er loopt niet echt een pad, maar volg gewoon de rand van het struikgewas tussen spoorbedding en veld. Kijk uit links, bijna bij het einde van het struikgewas moet je de verborgen tunnel van Saint-Médard zien liggen. Daal nu steil af in de spoorbedding, er is geen pad en er groeien braamstruiken en netels. Eventueel had je de spoortunnel ook kunnen benaderen via de overzijde van de spoorbedding, maar ik vond toen die kant van de bedding nog meer overgroeid met opschietende bomen en struiken.
> Ervaring Pieter Geens (juni 2013): "Na de Pont de Gribomont liepen wij ook links naast de bedding die zich dieper en dieper ingroef. Langs deze kant afdalen naar de noordelijke zijde van de tunnel van Saint-Médard is echt onmogelijk. Loop dus tot aan het veld, keer +- 50 meter terug langs de andere kant en daal daar af. Afdaling langs de steile wand (over losse blaren en humus) is inderdaad moeilijk (zeker met een zware rugzak). Stippel voor jezelf een route uit met voldoende bomen om je aan vast te klampen. zie foto. Beneden bereik je in het zompige moeras de Noordoostzijde van de tunnel. zie foto. De tunnel zelf is goed begaanbaar. Linkerzijde bleek de beste. Op het eind staat inderdaad een serieuze plas water. Je zakt zeker tot over je enkels weg in het slib."
(Foto links Pieter Geens)
> Aanvankelijk is het wandelen over een vrij droge spoorbedding. Ook hier zijn de sporen al lang geleden opgebroken. In de zijkant van de tunnelwand zijn een aantal nissen gebouwd. Het kleine beekje dat de tunnel instroomt vormt echter aan het andere uiteinde een grote waterplas, waardoor de tunnel daar wat onderwater staat. Bij het einde van de tunnel is er namelijk slibafzetting en modderophoping. Daardoor wordt een vlotte waterdrainage van de beek die door de tunnel loopt geblokkeerd, wat de vorming van 'een vijver' tot gevolg heeft na decennia lang verwildering. Ik ben door de tunnel gelopen op een hete zomerse dag na een periode van weken droogte, zelfs dan staat het einde van de tunnel nog wat onderwater, het maakt dus niet veel verschil in welk seizoen je hier bent. Vermoedelijk wordt het beekje door de
Waarom? Om de waterafvoer door de tunnel te regelen werd centraal op de
> Van Jorgo Das kreeg ik een mailtje over zijn exploratie in de St Médardtunnel: "Langs de Muno-zijde staat de tunnel inderdaad onder water en lijkt het onmogelijk zonder aangepast materiaal de tunnel langs daar te betreden. Langs de kant van Orgeo kun je wel in de tunnel, weliswaar niet door de bedding te volgen maar gewoon langs de steile rand van de uitgraving, aangezien de bedding totaal overwoekerd is door omgevallen bomen etc.. Er loopt een klein beekje door de tunnel en er staan heel wat plassen, ook is er in het midden van de tunnel een goot/kanaaltje waardoor de beek stroomt. Hierop liggen verroeste metalen afdekplaten en het is oppassen want soms ontbreken er van zulke platen en zijn er putten. Ook bocht deze tunnel een beetje, dus duurt het even voor je de uitgang ziet. De wanden en plafond zelf lijken mij in betere staat te zijn dan deze van St-Cécile."
> Update 20 jul 10 : De zuidelijke toegang tot de tunnel van St Médard is moeilijker geworden door verdere overgroeiing en een flink aantal gevallen bomen.
Update 14 mei 12: Situatie is ongeveer dezelfde, moeilijke doorgang (gevallen bomen, wat onderwater) maar niet onmogelijk.
Update 7 nov 2012 (Joery Truyen): De situatie bij de tunnel van Ste-Médard is nog volledig zoals de beschrijving die ik op je site kan lezen, met nog steeds veel omgevallen bomen over lange afstand langs beide tunneluiteinden. Langs de oostelijke kant leek er geen doorkomen aan zodat we ook uit de bedding zijn geklauterd en omgelopen.
Update 21 mei 2013 (Sander Vancanneyt): Idem. Tot 40 cm water aan westelijke tunnelingang. Noordelijke zijde quasi ondoordringbaar. De steile tunnelwand op tussen bramen en netels.
Update 11 juni 2013: Situatie ongewijzigd.
Update 25 juni 2013 (Pieter Geens): "Als je uit de tunnel komt, is aan de rechterkant een klimtouw naar boven gespannen. Het leek ons zeer moeilijk om in de bedding te blijven gaan (omgevallen bomen / overgroeiiing). We klommen dus naar boven langs het touw en gingen opnieuw verder langs de linkerzijde (met de bedding aan onze rechterzijde). Na een 200-tal meter veld kom je in een stuk bos. Dit stuk duurt behoorlijk lang. Op een bepaalde plek in het bos (ongeveer op het hoogste punt) vind je veel witte steen (marmer/graniet? Het leek me alleszins geen leisteen/schist). Hou in het bos de bedding steeds rechts van jou (diep ingegraven). Uiteindelijk beland je op de Rue du Babinay."
Update mei 2016: Situatie ongewijzigd.
Update juli 2016: De toegankelijkheid tot de tunnel van St Médard verslechtert verder. Maak aan de Herbeumont-zijde eventueel gebruik van de koorden ter hoogte van de tunnelingang om daar pas af te dalen in de bedding. Evy: "We hebben verschillende tactieken geprobeerd (vuilzakken over de voeten, schoenen uit,. Beste optie blijft: waterschoenen of sandalen aandoen!. We waren hier dus op voorzien. Maar dit keer geen water. Enkel een hoop modder waar je tot op je knieën inzakt. Je voelt ook dat er veel bakstenen onderaan zitten en het is echt uitzoeken waar je je voeten placeert. De kikkervisjes die ondertussen rond je benen zwemmen maken het nog leuker.
Update april 2017: Situatie ongewijzigd.
bedding een kanaaltje aangelegd waarover afdekplaten liggen. Op
sommige stukken zijn die platen verrot of ligt de geul open, waardoor je onverwacht 40 cm kan zakken.
> Algemeen is de toestand van het tunnelgewelf, na zoveel jaren verwildering, eigenlijk verrassend goed, in ieder geval veel beter dan in de tunnel van Conques, 11 km verder. Wellicht te verklaren omdat er hier minder (poreuze) baksteen voor
het gewelf is gebruikt dan in Conques. Slechts op
enkele plaatsen is er beperkte waterinsijpeling. De
donkere koker is ook een thuis voor vleermuizen, hoewel ze mogelijk moeilijk te observeren zijn.
> Nadat je eindelijk het donkere tunnelgat uit bent geraakt wacht je nog een stuk dat wat sterk overgroeid kan zijn en wat onderwater kan staan. Het is een boeiende plek, met een gevarieerde plantengroei en met beken die bij nat weer in watervallen hun loop verder zetten in de spoorbedding. Eens door die jungle van modderstukken en gevallen bomen verbetert het pad snel.
> Je krijgt wat de valse indruk dat je licht omhoog loopt doordat de bedding minder diep ingesneden wordt. De beken links en rechts die zuidelijk stromen verraden echter dat je wel degelijk nog steeds bergaf wandelt. Het wordt uiteindelijk een grassige bedding die uitkomt op de Rue du Babinay (N824).
> Merkwaardig dat je hier zomaar via de bedding op een weg terecht komt omdat
orgeo
> Terug naar de brug want de 35,5 lange tocht langs en over spoor 163A vangt aan in de andere richting. Wandel een 50 meter terug richting Orgeo en neem dan het eerste wegje rechts, een met kiezel verhard pad dat daalt naar een alleenstaande woning. Onderweg heb je een prachtig zicht over het dorpje Orgeo, waarvan de kern rond een peervormige klokkentoren is geschaard in de vallei van de hier nog heel jonge Vierre (de belangrijkste zijrivier van de Semois).
Start van de wandeling, afdaling naar de spoorbedding
Cargokonvooi onderweg naar Bertrix over lijn 165. De spoorlijn links (163A) ligt er natuurlijk niet echt. Is gewoon een gefotoshopte simulatie van het oude knooppunt Y Orgeo. In realiteit vind je nu nog enkel grasoverwoekering.
station orgeo
> Zoals je merkt vanop de bakstenen boogbrug heeft de spoorlijn zich op korte afstand diep ingesneden. In de bedding heeft een weelderige begroeiing van ondermeer netels de dwarsliggers vervangen. Bomen - op zoek naar zonlicht - hebben er al hoogtes bereikt van 15 meter.
> Je zou kunnen proberen om in de bedding te lopen, maar voorlopig blijven we er nog even uit en volgen we een parallel wegje. Net voor de brug naar links dus.
> 400 meter verder komt de spoorlijn op niveau om wat verder boven het landschap te lopen op een talud. Bij een woning loop je rechts onder een mooi hoefijzerbrugje.
Voormalig treinstation van Orgeo (aan lijn 165)
hoefijzerbrug
Tweede hoefijzerbrugje waar bovenop de spoorlijn loopt.
'Slow traffic' over de brug van Gribomont
Er loopt zuidelijk van de boogbrug van Gribomont duidelijk een paadje op de spoorbedding. Iets verder is er echter nog weinig doorkomen aan, we liepen hier niet.
!!! Escaperoute: De volgende 2 kilometer van spoorlijn 163A zijn de moeilijkste. We raden dit traject niet aan voor families met jonge kinderen of voor wandelaars die minder vlot te been zijn. Er zit een moeilijke afdaling in naar de spoorbedding, de passage van de 687 meter lange tunnel van Saint-Médard (zaklamp nodig) met valkuilen, een stuk dat onderwater staat (best extra schoenen meebrengen) en een modderig en nat gedeelte met klauteren over en onder gevallen bomen. Wil je dit vermijden steek dan niet de burg van Gribomont over, maar volg rechts de Rue de l'Abreuvoir over 1,2 km, dan rechts de Rue du Babinay op. Details: Zie in het railbook.
tunnel spoorlijn 163A
tunnelstmedardinbouw
Highway to hell: Kokervorm, mist en steenverkleuring door vocht en mos creëren een psychedelisch effect.
Unieke foto van de bouw van de tunnel met decauvillesporen om ballast af te voeren. Voor deze tunnel zou een laag gewapend beton zijn gebruikt voor de gewelfbekleding, vrij speciaal voor die tijd. Het verklaart mogelijk ook waarom het gewelf er na 100 jaren veel beter aan toe is dan dat van de langere tunnel van Ste-Cécile. Meer oude foto's over de bouw van de tunnel van St-Médard vind je op de geschiedenispagina.
Aan de zuidelijke tunnelmond kom je in een wilde jungle terecht, een fantastische setting met zelfs een waterval. Hieronder dezelfde tunnelingang te Saint-Médard (foto Lenzen rond 1908), foto genomen vanop de huidige N824. 100 jaren later is verschil wel erg groot. Opmerkelijk is de kaalslag aan bomen begin 20ste eeuw. Niet enkel omwille van de spooraanleg maar ook de exploitatie van de leisteenmijnen slorpte enorme hoeveelheden hout op voor het stutten van de ondergrondse galerijen. Aan de horizon zijn de ateliers van Cox, Stassin & Leclerc te zien, de firma die de tunnels en spoorwegbedding bouwde.
10 meter hoge waterval die de leisteenwand van de uitgeboorde spoorbedding blootlegt.
Bedding verbetert snel.
> We hebben nu precies 5 km over en op het tracé van spoorlijn 163A afgelegd. Het moeilijkste stukje ligt net achter ons, de rest is piece of cake. Kortbij wacht een boeiend gebied van meer vergane industriële glorie: Oude leisteengroeven, waar onze spoorlijn dwars door trekt richting Herbeumont. Zie volgende pagina.




> Als je de Rue Haute nog 100 meter verder volgt voorbij de brug heb je rechts een mooi uitzicht op een bocht in het spoortraject van lijn 165. Dit is een favoriete plek van treinspotters om vrachttreinen, komende van Bertrix te fotograferen... iets voor spotters met geduld, want het kan wel een uur of 2 duren vooraleer er een trein langskomt. Passagierstreinen trekken meestal slechts 2 of 3 rijtuigen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rail tracking: Spoor 163A (35 km)