Startpagina > Wandelen > Spoorlijn 163A
4. Pont de La Blanche tot de tunnel van Linglé (3,7 km).
La voie des pierres qui parlent

Zie ook het railbook
vallée de l'Aise
Mortehan
> Als beschermheilige van de mijnwerkers is St-Barbara prominent aanwezig in allerlei kapellen en nissen die ter ere van haar werden opgericht in de vallei van de Aise en langs de paden die de 'scailtons' namen op weg tussen hun huis en de
> Wat deed Barbara om die eer te verdienen? De legende rond haar leven, die wordt gesitueerd in de periode na de dood van Jezus, toen de christelijke beweging aanvankelijk nog 'ondergronds' was. Barbara toonde interesse in de nieuwe godsdienst, haar rijke vader die het Romeinse godenspectrum genegen was liet haar daarom opsluiten in een toren. Stiekem kon ze toch een priester in de toren binnensmokkelen. Hij doopte haar. Haar vader die dat nieuws opving was woedend. 'Barbie' moest vluchten uit haar 'ivoren toren', de bergen in. Daar aangekomen scheurde als bij wonder een berg voor haar open, zodat ze een schuilplaats kon vinden in een grot. Later werd ze alsnog gevonden door de Romeinen, ze eindigde onthoofd. Dat is in enkele lijnen het wonderlijke levensverhaal van Barbara, waarvan de meest uiteenlopende variante versies bestaan.
> Dat de 'holbewoonster' Barbara sterk aanroepen werd door de mijnwerkers is niet zo verrassend. De aard van hun werk was immers uitgenomen verbonden met gevaar voor gezondheid (mijnstof) en veiligheid (instorting). Traditioneel wordt Barbara afgebeeld met een toren, in mijnwerkerskringen krijgt die toren vaak de vorm van een mijnlamp.
bosaardbei
> Amper 400 meter na de Pont de Duny wandelen we over nog een hoefijzerbrug, de hoogste en indrukwekkendste van deze vorm op het spoortraject. Opnieuw zul je moeten afdalen van de spoorbedding om de brug in volle glorie te bewonderen. Dit is de spoorbrug van 'La Maljoyeuse' of Pont du Vieux Pasay.
ijzeren relingen
Bosviooltje
Pont de Wilbeauroche
Bosaardbei
gevlekt longkruid
wolfsmelk
Foto rechts: Vogelnestje (Neottia nidus-avis), een orchidee. Een verrassing, want deze merkwaardige plant is door botanici in de vallei van de Aise slechts 2 X waargenomen tot nu toe. Gevonden onmiddellijk langs de spoorzate van L163A. Het vogelnestje staat als Z - ZZ (zeldzaam - zeer zeldzaam) geboekstaafd in de Ardennen. In andere Waalse streken - de Calestienne of de Gaume - is hij een vaker voorkomende gast,
Gevlekt longkruid
Pont de la Maljoyeuse
L163 loopt boven Le Pont de Duny,
kort voor La Maljoyeuse.
bosviooltje
> Terug op spoorlijn 163A. Een 300 meter voorbij het station lopen we over een volgende brug, Pont de la Côte d'Aise, en kort daarna stuiten we op een bareel die de hele bedding overspant. No worries, gewoon er onder door en verder. Er komt een 'donker gat' aan, we naderen de tunnel van Linglé. Met deze passage snijdt de spoorlijn door de waterscheidingslijn tussen de vallei van de kleine Aise en de machtige vallei van de Semois die we zo dadelijk bereiken.
> Het verhaal van deze tunnel lees je straks. Eerst duiken we over 250 meter de duisternis in om aan de andere kant uit te komen op ... de volgende webpagina ...
pontwilbauroche
La Maljoyeuse
Vogelnestje
> Cugnon komt wel eens in lijstjes van mooiste Ardense dorpen voor. Niet onterecht. Dit dorp met huizen die vooral uit leisteen zijn opgetrokken straalt wel charme uit, vooral de dorpskern met oud gemeentehuis (nu VVV-kantoor) en het sierlijke Sint-Remigiuskerkje in Duitse barokstijl vormen met hun witgekalkte gevels een harmonieus geheel. Een andere toepassing van het gebruik van leisteen vind je op het oude kerkhof, hier nog in de schaduw van de kerk zelf gelegen. Sommige grafzerken in lokale schist dateren uit de 17de en 18de eeuw, mogelijk gemaakt door de scailtons van La Maljoyeuse. Elders in Cugnon is een kasteel en een watermolen, gelegen bij de Semois.
> Opvallend ook hoe dit kleine dorpje een rijke geschiedenis heeft (wellicht terug gaand tot het Gallische tijdvak) en toch nooit uitgroeide tot een groter geheel. Volgens de legende heeft de Heilige Remaclus hier een tijd verbleven in een grot boven de Semois. Een kleurrijk verhaal over zijn verblijf hier kan je elders lezen op Trekkings.be.
> Korterbij ligt Mortehan, gelegen binnen een lange meander van de Semois. Maurice Cosyn die al in 1935 Cugnon en Mortehan in één adem vernoemde merkte toen een opvallend verschil tussen de tweelingdorpen. In zijn reisgids 'Semois Supérieur' schreef hij: 'Mortehan verschilt totaal van uitzicht in vergelijking met Cugnon. Huisjes, vaak met een armzalige aanblik, opgetrokken in onregelmatige steen, soms gekalkt en met daken van leischalie staan gelijnd op een lange rotsige kam, smal en bizar ontwikkeld rond een plaats waar enkel wat schrale heide overgaat in weigras langs de Semois.'
> Mortehan was duidelijk een dorp van mijnwerkers, die met schistafval van de leisteenmijnen hun huisjes optrokken en wat aan veehouderij deden. Onderdak voor mens en dier waren hier in de architectuur sterk verbonden. Vandaag steekt Mortehan Cugnon de loef af wat betreft het aantal beschermde gebouwen. Behalve de kerk en het oude kerkhof zijn in Mortehan maar liefst een dozijn van die hoevehuizen in schist officieel geklasseerd als beschermd monument. Zo hebben de huizen langs de Rue de la Semois tussen nummer 23 en 35 bijna allemaal een beschermd statuut.
> Zowel in Mortehan als Cugnon zijn enkele campings, vooral gericht op stacaravans echter.
> Na de ondergrondse kennismaking met het harde leven van de 'scailton' trekken we verder dwars door de vallei van de leisteenmijnen, tesamen met het - in 2006 gecreëerde - wandelpad 'La voie des pierres qui parlent'.
> Leisteenmenhirs, met daarop infoborden, vertellen je in een notendop het verhaal van de leisteengeschiedenis hier. Opvallend aan het traject tot Herbeumont is verder de passage over en onder 8 bruggen en één tunnel.
> De eerst spoorbruggen worden allemaal langs boven gepasseerd. Wil je een kijkje nemen over de mooie hoefijzervormen dan zal je dus even moeten afdalen van het spoortalud. We eindigen weer in de donkerte van een draaiende spoortunnel nabij Linglé.
La Maljoyeuse
> Onderweg over de spoorlijn merk je links aan de overkant van de N884 nog vaag de site van de grootste leisteenmijn in de vallei van de Aise, 'Les Anciennes carrières' en 'L'ardoisière du Prigeai. Over een strook van meer dan 600 meter langs de huidige N884 werd hier zowat 250 jaren lang leisteen onttrokken aan het landschap. In 1924 sloot daar de laatste groeve. Rechts van de spoorbedding merk je zelfs na 100 jaar duidelijk hoe hier de muur van leisteen met geweld heeft moeten wijken om er de bedding van spoor 163A in te forceren. 'Les pierres qui parlent...'
St-Barbara
> 'Maljoyeuse' betekent letterlijk zoiets als 'de onvrolijke' maar de oorsprong heeft eigenlijk niks met onvrolijkheid te maken, integendeel. Langs de mijnsite passeerde tussen 1880 en 1914 meerdere keer per dag de malle-poste (postkoets) van Bertrix naar Herbeumont. De passage van de laatste malle-poste betekende voor de arbeiders ook bijna het einde van de werkdag en was dus een vreugdevol teken. De oorspronkelijke naam van de mijn, die in 1721 opende, was trouwens 'Belle Joyeuse'!
> Deze deels bovengrondse / deels ondergrondse leisteenmijn moest sluiten voor de spoorlijn in aanbouw, merkwaardig, want spoorlijn 163A werd door de Aisevallei getrokken net om beter die leisteenmijnen te ontsluiten! Na 1905 was er nog wat beperkte aktiviteit in deze mijn, waarvan de galerijen tot onder de N884 doorliepen, maar in 1920 lijkt het definitief afgelopen. Op de oude mijnsite groeit nu de grootste variatie aan planten in de Aisevallei, wellicht door de zuidelijke oriëntering van de helling.
Exploratie van de oude mijnsites.
> 1,3 km na de Pont de La Blanche bereiken we we Le Pont de la Goutelle de Duny, een hoefijzervormige brug. De spoorlijn loopt er boven op, zo zullen ook de volgende bruggen worden gepasseerd. Boven op de brug is de spoorbedding nog met enkele meters extra opgehoogd. Vanop de brug zie je links langs de N884 een kapel staan, ze is zoals zowat alle
Natuur in de vallei van de Aise
Cugnon & Mortehan
> OK, we stomen verder naar Herbeumont toe. Voor een ander zicht op de Pont de La Blanche kan je bij het einde van deze brug nog even een pad 50 meter naar rechts een zijpad oplopen.
Ligne ferroviaire 163 A Bertrix - Muno
> Deze luchtfoto waarop we de ligging van de oude leisteenmijnen inkleurden toont duidelijk waarom de spoorbedding moest geforceerd worden op de steilere rechterflank van de Aisevallei. Links lagen immers zowat alle leisteenmijnen en -groeven. De enige belangrijke mijn die langs de rechterzijde lag is La Maljoyeuse, waarvan de exploitatie dan ook uiteindelijk moest worden gestopt als gevolg van de spooraanleg. 2 belangrijke mijnexploitaties staan net niet op deze kaart: 1° Linglé, bij de samenvloeiing van Aise en Semois, gelegen op 500 meter links van de kaart, 2° Petite Babinay, op 400 meter rechts van de kaart.
> Historisch liggen de vroegste (open) mijnontginningen in het centrale deel van de vallei: La Maljoyeuse en Les Anciennes Carrières waren al in de 17de eeuw in exploitatie. De leisteenextractie in de vallei bereikte een hoogtepunt op het einde van de 19de eeuw, in de periode dat de plannen voor spoorlijn 163A werden ontvouwd.
> Na 1920 waren zowat alle mijnen van het westelijke en centrale deel van de Aisevallei dicht, enkel 3 mijnen van het oostelijke valleideel bleven nog open (La Morépire, Petite en Grande Babinay). Enkel deze mijnen maakten na 1920 (op relatief beperkte schaal) gebruik van het spoorstation Orgeo-Ardoisières om hun afgewerkte leisteenprodukten weg te vervoeren.
> De weg N884 Bertrix - La Morépire - Aise - Herbeumont werd aangelegd rond 1845. De wegverbinding Morépire - Saint-Médard (de huidige N824) kwam er pas rond 1885, met de opening van de oostelijke Babinay mijnen en de realisatie in 1880 van een eerste spoorlijn in de streek - lijn 165 (Bertrix - Virton) - met station in Saint-Médard en gelegen op slechts 4 km ten oosten van La Morépire.
Nog een hoefijzerbrug, Pont de l'Hermitage
Bouw van de Pont de l'Hermitage rond 1908. (foto Lenzen)
Spoor kort na Pont de La Blanche
In de vallei van de Aise komen verscheidene soorten wolsmelk voor
Spoorbedding onderweg naar La Maljoyeuse
omwille van de kalkhoudende grond daar. Het blijft echter een erg kieskeurige groeier: De bodem moet de juiste schimmels bevatten, daarmee leeft hij immers in symbiose. Hier is de gastheer een beuk. Er ontstaat een soort wisselwerking tussen de schimmel en de beuk, De beuk krijgt via de schimmel water en mineralen terwijl hij op zijn beurt koolhydraten afstaat die de groei van het vogelnestje mogelijk maken. Het vogelnestje is dus een zgn. epiparasiet. Kenmerkend is ook dat hij door zijn groeiwijze geen bladgroen produceert. Hij is bleekbruin gekleurd, vrij pigmentloos eigenlijk. De naam 'vogelnestje' verwijst naar de in elkaar gevlochten vorm van zijn dikke wortels. Onnodig te stellen dat het hier om een beschermde plantensoort gaat.
> De spoorlijn trekt hier door een prachtige natuur. Verlaten spoorzates zijn vaak plaatsen met een erg gevarieerde plantengroei in de bermen. Het is niet anders langs lijn 163A. Geniet langs het hele traject tot Herbeumont van een sterk wisselende variatie aan wilde planten. Op de oude open leisteenmijnen groeien een paar eerder zeldzame varensoorten, zoals de rechte driehoeksvaren en de gelobde maanvaren.
> Onder de meer opvallende planten die we onderweg zelf opmerkten oa gevlekt longkruid, aronskelk en de merkwaardige orchideeënsoort 'vogelnestje' (zie foto).
Foto's links zijn van de mooi gerestaureerde Sint-Barbarakapel (Chapelle du Boulois), gelegen op een kruispunt van mijnwerkerspaden, tussen de L163A-spoorbrug 'Longue Roye' en de vallei van de Aise te Herbeumont. Oorspronkelijk werd de kapel gebouwd in 1877. Ze heeft een bewogen geschiedenis. In 1914 werd aan de voet van de kapel een Herbeumontois vermoord door de Duitsers. Verscheidene malen is het beeld van St-Barbara gestolen. In 1977 werd voor 12.000 francs een nieuw beeld aangekocht van 80 kilo. Uiteindelijk belandde dit beeld in de kerk van Herbeumont om diefstal of vandalisme te voorkomen. In 1990 werd de kapel in 2 gekliefd toen er een boom op neer kwam tijdens een storm. In 1993 werd de huidige kapel geplaatst, ze lijkt gedeeltelijk op de vorige.
Een beeldje van Sint-Barbara uit polychroom gietijzer, afkomstig uit de Morépire-mijn en bewaard in het Musée en Piconrue te Bastogne.
Pont de la Goutelle de Duni rond 1909. Op de verkeersweg een decauville-werkspoorlijn, lijn 163a loopt over de brug. Rechts is het St-Barbarkapelletje te zien. (foto Lenzen)
Cugnon
Constructie van de spoorbrug te La Maljoyeuse rond 1909. Hier is mooi te zien hoe de spoorlijn, die OVER de Pont du Vieux Pasay zal lopen, midden door de leisteenmijn van La Maljoyeuse snijdt. Linksboven een afgetopte terril, rechts oude gebouwen. Deze foto van fotograaf Louis Lenzen illustreert ook hoe men te werk ging om een spoorbrug aan te leggen. Eerst werden de steunmuren en trechtervormige zijmuren opgetrokken ( rechts onderaan). De boogvormige overwelving werd eerst in hout opgetrokken waarboven in baksteenlagen dan het gewelf werd gemetseld.
De leisteenmijn van Majoyeuse, gedoemd door de aanleg van de spoorweg, postkaartfoto voor de spoorlijn er kwam. De 'vijver' van de groeve is er 100 jaar later nog. (Duparque)
Foto genomen door fotograaf Louis Lenzen op 8 oktober 1912 en op enkele honderden meters ten W van La Maljoyeuse. Boven de treinbedding, onder de huidige weg N884. De sporen die er liggen zijn niet de definitieve, maar werksporen. Deze foto toont eens te meer aan wat een litteken door de aanleg van de spoorlijn in het landschap werd getrokken.
Postkaartfoto van rond 1900 van de vallei van de Aise, bekeken in oostelijke richting. De huidige N884 lag er toen al wel maar de grote spoorlijnwerken begonnen pas enkele jaren later. (Nels)
> Tijdens de lente bloeit pinksterbloem langs de spoorlijn uitbundig in hele bosjes. De lichtpaarse bloemen trekken in de lente het oranjetipje aan. Dit vlindertje, waarvan het mannetje witte vleugels heeft met dieporanje vleugeltippen, vliegt enkel in mei tot begin juni uit. Andere vlindersoorten, zoals het landkaartje en een spectrum aan insekten nemen over in de zomermaanden
> De infoborden vermelden ook de aanwezigheid van de zwarte ooievaar in de streek, hoewel je wel superveel geluk moet hebben om deze zeldzame en schuwe vogel op te
> Als de zwarte ooievaar eind september koers naar het zuiden zet en de herfst er aan komt kleuren de loofwouden langs de spoorzate diep geel, oranje en rood. Paddestoelen ploppen massaal uit de grond. Rond 15 oktober bereiken de herfstkleuren een maximaal kleurenspectrum. Oktober (tot eind december) is echter ook de periode van geknal en hoorngeschal: Jagers gaan in de bossen van de Aisevallei 'wild' te keer en verstoren en met 4 X 4 en drijfjachten bruusk de natuur. Overal wordt hier gejaagd, de jachtpanelen zijn wel duidelijk wat data en toegangverbod betreft.
> De winter zet in, een moment om spoorlijn 163A eens te ontdekken met een laagje sneeuw op de bedding. In de tunnels hangen meterslange ijspegels van het plafond. De galerijen van enkele oude steengroeven, met name in de buurt van Linglay, vormen een overwinteringsplaats voor één van de belangrijkste en meest gevarieerde vleermuizenpopulaties in België (enkel te bezoeken door gespecialiseerde biologen).
> Vergeleken met andere oude leisteengroeven in de Ardennen is op de oude mijnsites en terrils in de vallei van de Aise de grootste variatie aan planten en insekten aanwezig. Deze vallei kreeg dan ook een basisbescherming als 'Natura 2000'- gebied.
als witte schermbloemen, leverkruid en beemdkroon openbloeien. Met wat geluk zie je hier dan een zeldzame rouwmantel of morgenrood neerstrijken in vallei van de Aise of de wild heen en weer vliegende keizersmantel, één van de grootste vlinders.
> De kapellen in en rond de Aisevallei dateren vnl uit de tweede helft van de 19de eeuw, dat is immers ook de periode waarin de leisteenontginning hier grotendeels ondergronds ging en werd geïndustrialiseerd. De kapel die je ziet vanop de hoefijzerbrug dateert uit 1886. Toen in 1957 de leisteenmijn 'La Grande Babinay' sloot, verhuisde het plaatselijke Sint-Barbarabeeld tesamen met de arbeiders naar de vlakbij gelegen mijn van Morépire. Toen ook die mijn sloot in 1977 vond Barbara onderdak in de kerk van Herbeumont. Met de heropenstelling van 'La Morépire' als museummijn was er ook weer bescherming nodig voor de arbeiders en bezoekers... en jawel, de pastoor van Herbeumont schonk het beeld terug, zodat Barbara weer ter plaatse haar zegenende functie kan uitoefenen! Het beeld verhuist één keer per jaar terug naar Herbeumont voor de processie.
> Om tot slot nog de link te maken met recreatief wandelen vermelden we nog dat op 4 december 2006 in de Borinage en het Maasbekken een 280 km lang GR-wandelpad werd geopend dat oude mijnterrils als thema heeft, dit pad werd gezegend met het nummer GR 412, verwijzend naar de feestdag van Sint-Barbara 4/12.
> Rondstruinen bij de ingangen van de ondergrondse galerijen of bij mijnschachten is niet zonder gevaar en bovendien bieden sommige van die mijningangen een veilige overwinteringsmogelijkheid voor vleermuizenpopulaties. Blijf op paden, zeker ook als je met kinderen wandelt. Er zijn in het verleden al ongelukken gebeurd. In de reisgids 'Semois Supérieure' (1935) van Maurice Cosyn lezen we het volgende: '...links van ons de ingang van een oude leisteengroeve, nu dichtgemetseld. Vroeger kon je er gewoon binnenin het avontuur opzoeken. In 1919 kwam hier een jonge officier, net terug van de oorlog, met enkele toeristen kijken. Hij ging voor in de donkere leisteengroeve en viel plots in een schacht. Hij was op slag dood...'
Oorspronkelijke brugrelingen in sierlijk gietijzer.
Restanten van de leisteenmijn van Linglé
Schachtput en resten van de 19de eeuwse mijn Les Collards
Pont de Wilbauroche rond 1930 in de richting van Bertrix
Pont de Wilbauroche rond 1909 in de periode van de spoorbouw. (foto Lenzen)
Tenderlocomotief type 11 in het station van Cugnon-Mortehan.
Foto is vermoedelijk genomen in de jaren '20. De omgeving is nu haast onherkenbaar veranderd.
Cugnon: Watermolen. Maurice Cosyn beschreef deze plaats in 1935 als volgt: 'Oud gebouw opgetrokken met onregelmatige steen met een hoog schaliedak en een bemost rad. Het geheel oogt oud en pittoresk. ' 70 jaren later oogt de omgeving nog even 'pittoresk'.
Pont de Wilbauroche
tunnel Linglé
vogelnestje
spoorlijn 163A en N884
L163 loopt bovenop de prachtig hoefijzerbrug van La Maljoyeuse of Pont du Vieux Pasay,
nogmaals een brug die met al even indrukwekkende steunmuren stevig in het landschap is verankerd.
Bouw van de brug Pont du Vieux Pasay bij de leisteenmijn La Maljoyeuse. (foto Lenzen)
Omgeving verdwenen station van Cugnon - Mortehan
Nieuw station Cugnon-Mortehan eind jaren '30.
Koevinkje
Rechte ganzerik
Kapel Sinte-Barbara van Maljoyeuse
stbarbarainkapelherbeumont
stbarbaraaucoeurdelardoise
stbarbarakapelherbeumont
> Zo'n 600 meter voorbij La Maljoyeuse loop je over een volgende hoefijzerbrug, Pont de l'Hermitage of Pont de la Goutelle Husson. Spoorlijn 163A is ondertussen licht gedraaid en loopt nu in zuidwestelijke richting.
> Nog 500 meer bereik je een grotere brug: Het spoor kruist hier via de brug van Wilbauroche voor de tweede maal de asfaltweg N884 naar Herbeumont.
> De brug is in zeer goede staat, dat is ook nodig omdat er autoverkeer onder passeert. Het bakstenen plafond van de brug heeft een cementlaag gekregen en bovenop is de oorspronkelijke lange reling in mooie staat bewaard: Krullend gietijzer met leliemotieven in onvervalste art nouveaustijl uit het begin van de 20ste eeuw!
> De toegang tot de ondergrondse leisteenmijnen was meestal via een aflopende galerij tot een niveau van -25 meter of dieper, waarbij vaak op verschillende diepere niveaus werd gewerkt. Soms waren er ook schachten die vertikaler en dus korter de verbinding met de zalen maakten waaruit de leisteenblokken werden
> Bovengronds was er ook een hele mijninfrastructuur: Barakken met ateliers waarin de bovengehaalde steen werd gespleten en bewerkt door de arbeiders, bureaugebouw van opzichters en direkteur, deceauvillesporen, een opslagplaats voor springstof (gewoonlijk iets afgelegen van de andere gebouwen) en een infrastructuur die te maken had met energieproduktie. Tot eind 19de eeuw werd veel 'sleurwerk' verzet met de hulp van paarden en hydraulische mechanika, daarna werden nieuwere energiebronnen aangesproken: Stoommachines, dieselpompen en electriciteit.
> Op zoek gaan in de bossen van Herbeumont naar overgebleven sporen van die leisteenindustrie is ongetwijfeld een bron van inspiratie voor meer 'urban exploring'. In dit verslag gaan we er echter niet verder op in. Veel gebouwen waren opgetrokken in schist en zijn meestal verdwenen, de stenen werden met of zonder toestemming vaak 'gerecupereerd'. De meer afgelegen mijnen zijn de interessantste om sporen terug te vinden: Linglé, Wilbauroche, Petit Babinay, Les Collards.
Pont de Wilbeauroche nu in de richting van Herbeumont
Bouw van de Pont de la Côte d'Aise in 1908. (foto Lenzen)
Pont de la Côte d'Aise.
> Kort na die passage komen we op het grondgebied van de gemeente Herbeumont. Niet de eerst keer in feite. Het dorp Gribomont en Saint-Médard behoren immers ook tot Herbeumont. In de vallei van de Aise daarentegen liepen we de hele tijd op het grondgebied van Bertrix. De Aisebeek vormt hier de grens tussen de 2 gemeenten.
> Even opletten voor je kort na de brug van Wilbauroche de voormalige stationssite van Cugnon - Mortehan bereikt: op een bepaald moment daalt het pad links. Beneden kom je aan een kruispunt van paden. Neem het pad rechts. Eigenlijk ligt dit station, waarvan geen gebouw meer rest, op meer dan 1 km van Mortehan en 2 km van Cugnon.
gare Cugnon - Mortehan
stationmortehan2
> De afstand tot de dorpen moet niet echt comfortabel geweest zijn voor de pendelaars en bovendien doofde het economisch belang al snel uit toen zowat alle leisteenmijnen rondom gesloten werden. Toch werd er eind jaren '30 nog een nieuw station opgetrokken (nu verdwenen), in dezelfde stijl als het station van Muno, precies 15 km meer zuidelijk.
> Het gekasseid pad waarover je nu loopt, vormde de verbinding tussen de leisteenmijn van Wilbauroche en het station. Het is mogelijk om het spoortraject te volgen al moet je daarvoor 's zomers door opgeschoten gras. Op die oude treinbedding groeit een gevarieerde flora, die op haar beurt nogal wat insekten aantrekt.
> We zijn nu precies 10 km ver sinds we op de brug van (Y) Orgéo vertrokken.
> Een leuke 'zij-uitstap' is de volgende: Als je op een kruispunt van paden komt bij het begin van de stationssite van Cugnon-Mortehan, neem dan een parallel pad dat langzaam de vallei van de Aise uitklimt. Dit is een oud mijnwerkspad waar - over eeuwen heen - wellicht honderden scailtons dagelijks tussen Herbeumont en de de mijnen in de Aisevallei pendelden. Na zowat één kilometer, op het hoogste punt, bereik je de kapel van Saint-Barbara waarover we hierboven in dit verslag uitwijdden. Wandel daarna gewoon terug want het volgende stuk is te leuk om te missen.
> Wil je Mortehan en Cugnon bezoeken verlaat dan 300 meter na het station bij een volgende brug - Pont de la Côte d'Aise - (100 meter voor de tunnel van Linglé) eventueel het spoortraject. Neem aan de brug het pad rechts en na 300 meter ben je op de N884, wandel daar naar links.
> Update juli 2012: 800 meter verder volgt de tunnel van Linglé. In principe verboden toegang omdat ze privé is. Wil je de tunnel vermijden volg dan het 'sentier des pierres qui parlent', dat door de tunnelproblemen eveneens is afgeleid sinds juni 12. In dit verslag lopen we wel door de tunnel maar wil je problemen vermijden volg dan 'het pad van de sprekende stenen' als volgt;
Neem na de brug van Wilbauroche links parallel een stijgend oud mijnwerkerspad dat een eind hoger naar een kapel voor St Barbara loopt. Daar volg je verder het 'sentier des pierres qui parlent' om even later via de Rue du Boulois weer af te dalen naar de spoorlijn ter hoogte van de Pont de la Longue Roye. Ongeveer 2 km omleiding dus om de tunnel te vermijden.
Officiële omleiding (.pdf): Modification ravel //
>
Update juni 2013: Barelen staat geopend, verbodsborden zijn afwezig en bewegwijzering wandelroute loopt door de tunnel.
> Update juni 2013 (Pieter Geens): "Na het oude station van Cugnon-Mortehan, kom je opnieuw aan een kruispunt van paden. Het (verharde) pad rechtdoor loopt onder de Pont de la Côte d'Aise. zie foto. Het pad rechts (nieuw wit bordje met een pijl naar 'Herbeumont') leidt naar de tunnel van Linglé. Dit bordje is de aanwijzing van het wandelpad. Het wordt niet langer omgeleid. De tunnel is opnieuw (officieel?) toegankelijk. "
>
Update 4 juli 2013: De toeristische dienst van de gemeente Herbeumont bevestigt dat het nog steeds niet is toegelaten de tunnel te gebruiken zonder de toestemming van de eigenaar en dat dus de omleiding van de officiële wandeling nog steeds van toepassing is.
>
Update 10 aug 2013: Ook de gemeentediensten van Herbeumont bevestigt dat de tunnel van Linglé officieel NIET toegankelijk is.
> Update 29 sep 2013: Je kan er helemaal door, ze hebben een wandelpad afgebakend met houten paaltjes en plastic lint. Eigenaardig is wel dat er in de richting van Linglé reflectoren op de paaltjes hangen, in de richting van Herbeumont niet...?
Opgelet: voorbij de helft in de richting van Linglé is er nog steeds een put! Hij is kleiner dan vroeger maar niet volledig dicht?! En ligt bovendien op het wandelpad tussen de paaltjes!
>
Update okt 2014: Officieel is de situatie onveranderd, tunnel wordt wel gebruikt voor trailrunningparcours.
>
Update mei 2016: Situatie onveranderd maar in de praktijk gaat iedereen door deze tunnel.
> Update juli 2012: De tunnel van Linglé is privé en is tot zover officieel verboden terrein. Zie alternatief iets hoger in dit verslag.
> Update juni 2013: Barelen staat geopend, verbodsborden zijn afwezig en bewegwijzering wandelroute loopt door de tunnel.
> Update juni 2013 (Pieter Geens): "Bareel aan de noordzijde van de tunnel van Linglé staat open. Voor en in de tunnel liggen dranghekken op de grond. Tunnel is makkelijk begaanbaar. Bareel aan de zuidkant is verwijderd. Een deel is stukgeplooid en ligt op de grond."
> Update 4 juli 2013: De toeristische dienst van de gemeente Herbeumont bevestigt dat het nog steeds niet is toegelaten de tunnel te gebruiken zonder de toestemming van de eigenaar en dat dus de omleiding van de officiële wandeling nog steeds van toepassing is.
> Update 10 augustus 2013: Ook de gemeentediensten van Herbeumont bevestigen dat de tunnel van Linglé officieel NIET toegankelijk is.
> Update 29 sep 2013: (Tin V.) Je kan er helemaal door, ze hebben een wandelpad afgebakend met houten paaltjes en plastic lint. Eigenaardig is wel dat er in de richting van Linglé reflectoren op de paaltjes hangen, in de richting van Herbeumont niet...?
Opgelet: voorbij de helft in de richting van Linglé is er nog steeds een put! Hij is kleiner dan vroeger maar niet volledig dicht?! En ligt bovendien op het wandelpad tussen de paaltjes!
>
Update okt 2014 / mei 2016: Officieel is de situatie onveranderd, tunnel wordt wel gebruikt voor trailrunningparcours en in de praktijk gaat iedereen er door.

> Update juli 2012: (Foto Gert Sonck / Wandelen in België) Waarschuwing sinds lente 2012.
Mortehan: Eén van de sinds 1972 geklasseerde huizen langs de Rue de la Semois. Kijk ook even hoe de huizen in schiefersteen zijn opgebouwd als je hier wandelt: Er is meestal geen mortel of andere specie gebruikt tussen de ongelijke bouwstenen.
Tunnel Linglé zuidelijke toegang.
Linglé, onder een bareel door tot de tunnel




kapellen in de vallei gewijd aan St-Barbara en dateert uit 1886. Met de sluiting van de mijnen zijn sommige van die heilige huisjes niet ontsnapt aan verval: Het beeld van St-Barbara in de buitennis verdween al in 1950, ook het beeld binnenin werd lang geleden ontvreemd. De kapel werd voor het laatst gerestaureerd (nieuw dak en deur) in 1993 door de gemeente Bertrix.
Update juni 2013: Sinds de lente van 2013 zijn er weer heiligenbeelden in de kapel en boven de kapeldeur. Uiteraard Barbara (2 x), ze wordt geflankeerd door St-Elooi (met aambeeld, patroon van de smeden), en Sint-Jozef (met zaag, oa patroon van timmerlieden en arbeiders).





Seizoenen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rail tracking: Spoor 163A (35 km)