Startpagina > Wandelen > Spoorlijn 163A
bruggen
Kunstwerken op de spoorlijn
Bruggen en viaducten

> Er circuleren allerlei cijfers over het aantal bruggen op lijn 163A: Na grondige verkenning ter plaatse en studie van oudere kaarten kom ik op een totaal van 27 bruggen (incl viaducten) voor het Belgische deel. Tel je daar nog de brug bij in de buurt van Y Orgeo, die eigenlijk tot lijn 165 behoort, dan heb je er 28.
> Van die 27 bruggen zijn er nu nog 25 over. Bij de gesloten leisteenmijn 'Petite Babinay' is door aanpassing van de N824 (jaren '80?) een brug afgebroken (nr 5), ook bekend als Pont 15. In Sainte-Cécile is de brug over de weg Florenville - Bouillon (nr 21) afgebroken voor wegverbreding.
aquaduct
Belgische lijn 163A Bertrix - Muno
> Slechts 2 bruggen (nrs 28, 29), die architecturaal niet waardevol zijn. Het gaat in beide gevallen over inferieure kruisingen van de spoorweg.

> Stations langs het Franse deel zijn afgebroken te Messempré-Messincourt en Osnes-Pure. Het oorspronkelijke reizigersstation van Carignan-West is sinds lang een bedrijfsgebouw. Het terminusstation van Carignan is nog in gebruik voor verkeer langs de spoorweg Reims - Longwy.

> Sporen en signalisatie zijn er uiteraard nog, de lijn is immers in gebruik hier, inclusief een viertal aftakkingen naar bedrijven langs de spoorlijn.
Franse lijn 19/3 Messempré - Carignan
> Over 20 van de 27 bruggen loopt de spoorweg superieur. Brugtype is dan vaak in hoefijzervorm bij kruisingen met kleine wegen (vb nrs 2, 3, 8, 10, 24).
Over slechts 7 van de 27 bruggen loopt de spoorweg inferieur tov de weg. Populairste brugtype in dit geval is een brede boogoverspanning (vb nrs 1, 4, 5, 22, 23).
> Bouwmateriaal voor de bruggen is grijze kalksteen voor de zijmuren, fundamenten en randen, baksteen voor gewelven. Bruggen met bredere boogoverspanning en viaducten zijn bijna volledig uit baksteen opgetrokken, kalksteenblokken dienen hier meestal enkel voor afwerking van de brugranden en borstweringen.
> Hier is mijn 'persoonlijke top 5' van mooiste bruggen op spoorlijn 163A:

1. Viaduct Conques over de Semois. (nr 17)
2. Viaduct Maurépire (Pont de La Blanche). (nr 7)
3. Brug onder de Rue du Château te Herbeumont. (nr 15)
4. Pont du Vieux Pasay (de La Maljoyeuse). (nr 9)
5. Pont des Roches. (nr 24)

Tunnels

> Saint-Médard: Tussen de vallei van Vierre en de vallei van de Aise, 675 meter, draait licht.
Staat: Redelijk, zuidelijk einde onderwater. Moeilijk bereikbaar maar niet onbereikbaar.
> Linglé: Tussen de vallei van de Aise en de vallei van de Semois, 250 meter, draait licht, lang privé-bezit.
Staat: Vrij goed.
> Conques: Onder het woud van Sainte-Cécile, 1350 meter, recht, officieel afgesloten sinds 2004 maar onwettelijk toegankelijk. Update juli 2010: weer afgesloten! Update sept 2010: Nieuwe afspanning is weer opengebroken. Update maart 2011: Afspanning nog steeds opengebroken aan beide zijden. Idem oktober 2011. Idem april 2012. Idem mei 2012. Update nov 2012: Nieuwe stevige afsluiting aangebracht aan beide ingangen met er bovenop nog 5 rijen prikkeldraad.Update mei 2013: Idem. Update juni 2013: De prikkeldraden boven beide tunnelafsluitingen zijn doorgeknipt. Update okt 14: idem. Update nov 15: idem. Update mei 16: idem. Update juli 16: idem. Update april 2017: idem
Staat: Slecht, lijdt onder sterke waterinsijpeling en afbrokkeling van het bakstenen gewelf.
De tunnels zijn 9 meter breed en 4,5 meter hoog.
> 2 bruggen zijn niet de originele omwille van oorlogsgeweld, ze werden heropgebouwd of hersteld kort na WO II. Dat is het geval voor Pont de La Blanche (nr 7) en de brug over de Rue de Muno (nr 20) te Sainte-Cécile.
> 3 van de 27 bruggen zijn meerbogig (viaducten): Pont de La Blanche (Maurépire) - 8 bogen - 133 meter (nr 7), viaduct Conques - 7 bogen - X meter (nr 17), Muno (Le Grand Pont) - 3 bogen - 73 meter (nr 26). Ook de brug van La Sire (nr 22) telt in feite 3 bogen, maar ziet er toch eerder een brug uit.
> Het viaduct van Conques (nr 17) is ontegensprekelijk het spectaculairste, omwille van de hoogte (38 meter) en de mooie setting in de Semoisvallei. Er wordt gezegd dat er 9 miljoen bakstenen in het kunstwerk zitten en dat er 4 jaren werd aan gebouwd.
Aquaducten

> De spoorlijn is ondertunneld met 31 - meestal onopvallende - aquaducten om afvoer van beekwater mogelijk te maken. De grootte van die aquaducten varieert van een kleine pijp tot een gang van meer dan een meter hoogte. Soms hebben spoorbruggen niet enkel een inferieure wegkruising maar op een tweede niveau onder de weg ook een aqueduct (vb Pont des Roches nr 24).

> Vreemd genoeg telt de spoorlijn ook een superieur aquaduct, eigenlijk een gekanaliseerde beek boven de zuidelijke ingang van de tunnel van Ste-Cécile. Die beek wordt op haar beurt boven de tunnel nog eens superieur gekruist met een brug van een bospad (foto).
Andere:

> Sierlijke gietijzeren brugrelingen op de bruggen van Wilbeauroche, Longue Roye en Rue de Bravy.
> Muurversterkingen en steunberen, met name in het station van Muno en langs de passage bij Herbeumont-centrum.
> Resten van electriciteitslijnen zijn niet van de de spoorlijn, 163A werd nooit geëlectrificeerd.
> Stationsgebouwen op het Belgische deel zijn allemaal afgebroken: De lijn telde 6 halteplaatsen: Orgéo-Gribomont, Orgéo-Ardoisières, Cugnon-Mortehan, écile en Muno. Enkel in Cugnon-Mortehan en in Muno hebben stationsgebouwen gestaan. In de andere stations ging het meestal over niet meer dan een 'abri'of een houten barak, ondanks de pompeuze lay-out van sommige stationssites (bvb Herbeumont) anders zou doen vermoeden.
> Sporen en dwarsliggers op het Belgische deel zijn sinds de jaren '70 opgebroken. Te Sainte-Cécile ligt nog een noodbrug met sporen ter hoogte van de Rue de Muno.
> Signalisatie is volledig verdwenen.
Industrieel patrimonium:

> Ten zuiden van Bertrix, langs L165, ligt een treindepôt met onderhoudsinstallaties voor zowel diesel- als stoomlocomotieven te vervallen. Ter plaatse staan ook nog enkele autorailvoertuigen te roesten. De site verdwijnt op termijn wellicht helemaal. Om de stoomlocomotieven te voorzien van water stonden er watertorens bij de stations van Sainte-Cécile en Muno. Ook laadmallen en weegbruggen waren er maar zowat alles is al lang afgebroken. Te Muno kan je vandaag nog wel de site van de watertoren en de plaats van de 'plaque tournante' bekijken. Ter hoogte van Roche à l'Appel liggen in de buurt van van de spoorlijn nog enorme betonblokken in het bos die dienden als fundament voor de heiskranen die ballaststeen verplaatsten voor de aanleg van de spoorlijn.
Le Grand Pont te Muno (73 m)
Brugreling in Art Nouveau-stijl
Herbeumont, steunmuur voor
het bovengelegen kerkhof
Aquduct van 1,5 m hoogte
(Foto © Sander Vancanneyt)
Gekanaliseerde beek boven de
zuidelijke ingang van de tunnel van Ste-Cécile.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rail tracking: Spoor 163A (35 km)