Startpagina > Wandelen > Streek-GR Vlaamse Ardennen
> Net voorbij de watertoren gaan we links en dan even opletten om na 100 meter het buurtpaadje rechts niet te missen. Het brengt ons langs de Sint-Livinuskapel (rustbank). De huidige kapel in neogotische stijl voor de Heilige Livinus (of Sint-Lievens) is maar een goeie 100 jaren oud maar er stond hier al honderden jaren lang een kapel. De missionaris Livinus zou volgens de legende in het jaar 657 in Esse zijn gestorven, nadat ongelovigen zijn tong hadden uitgetrokken en zijn hoofd hadden afgekapt. De kapel die we nu zien werd ingehuldigd ter gelegenheid van de Livinusfeesten in 1907 die maar om de 50 jaar plaatsvinden. De laatste maal dat hier dus werd gefeest was in 2007, de volgende keer pas in 2057.
> We arriveren in het centrum van Sint-Lievens-Esse langs nog een andere onopvallende kerkwegel, mis ook nu de afslag niet. Dit dorpje heeft een aardig centrum, met behalve de mooie kerk ook nog de artisanale familiebrouwerij Van den Bossche waar Pater Lievenbier gebrouwd wordt, een muziekkiosk (uit 1957, Livinusjaar) en rustbanken. Rond het plein vind je ook een dorpswinkel maar vreemd genoeg geen café.
> Een wat eentonige betonweg voert ons dus naar de drukke verkeersweg N42b te Wijnhuize. Aan de overzijde staat een gedrocht van een kapel bekend als De Calvaer (verwijzend naar het kalvariekruis bovenop) of de Kapel Ter Schreie. Ze staat er in 2015 inderdaad bij in een toestand om 'te schreien'. Het is een vreemde constructie. Onderaan is een soort namaakgrot, een grafkapel waarin een beeld lag van een opgebaarde Jezus Christus, omgeven door andere beelden. Op etageniveau dan de Onze-Lieve-Vrouwkapel met calvariekruis. De kapel werd opgericht op initiatief van de meier van Wijnhuize rond 1765, na zijn bedevaart naar Jeruzalem. Mogelijk stond er echter al veel langer een kapel of kruis. In de 19de en 20ste eeuw onderging de kapel nog restauraties en was er regelmatig onderhoud. Tijdens de jaren '90 en '00 zette het verval zich sterk door omdat de eigenares verzaakte aan het onderhoud. De gemeente Herzele ging de kapel wel herstellen rond 2008 maar daar is vooralsnog weinig van in huis gekomen.
> De vraag is of het nog de moeite loont dit te herstellen ondanks het feit dat het om een geklasseerd monument gaat en er een eeuwenoude geschiedenis aan vast hangt? Zowat al wat tussen de kitsch en nepbeton nog enige waarde had is immers sinds mensenheugenis verdwenen en van enige volksdevotie is al lang geen sprake meer. Ook de buurtbewoners lijken niet geneigd de handen uit de mouwen te willen steken.
> Langs de kapel volgen we de even later naar rechts draaiende betonweg (Pijpeketel), die daalt in de vallei van de Wijnhuizebeek. De beek vormt de grens tussen de gemeenten Herzele en Zottegem. We gaan dadelijk na de beekkruising links een veldweg op. Die draait verderop naar rechts en komt een eind verder op een betonweg (Wijnhuizestraat) die we naar links nemen en helemaal volgen langs nogal pompeuze woningen en tot bij een tweede kapelletje. Daar voorbij links aanhouden voor even en dan een grassige veldweg links nemen.
> Die rechte veldweg kruist na 800 meter een straat, aan de overzijde trekken we over een graspad natuurgebied in, bestaande uit ondermeer vochtig bos, struweel, ruigten, weiden en hagen van meidoorn en sleedoorn. Dit is natuurgebied Parkbos - Uilenbroek. Een klein maar interessant natuurgebied.
> We volgen de verharde weg verder en verlaten hem pas 1 km verder en na heel wat bochten, ter hoogte van een pleintje met infobord en rustbank. We gaan er even links tot bij een grote maar alweer vele jaren geleden vervallen kapel uit 1907 voor Sint-Anna. Net VOOR de kapel nemen we een veldpad. Een eind verder nemen we een kwartdraai links en komen even later over een tegelpad langs... jawel alweer een volgende kapel, deze keer gewijd aan Sint-Antonius. We gaan er rechts en kruisen even later de Dorpsstraat van Sint-Maria-Lierde.
> Naar het dorpscentrum gaan we niet, wel rechtdoor langs het kerkhof. Een kronkelend buurtpad voert ons richting verkeersweg N8 (Ninove - Brakel) maar 50 meter voor deze drukke weg nemen we rechts een andere straat (Kleinendries). Bijna anderhalve kilometer verder kruisen we de spoorlijn. Hier eindigt voor mij deze lange etappe.
> Op het laagste deel is het pad wat verstevigd met een knuppelpad, hogerop lopen we over een helling met rijke begroeiing van wilde bloemen. Die zongeoriënteerde en dus warme helling trekt ook nogal wat vlinders en insekten aan.
> In het gehucht Nauw komen we weer op verharding. Rechtdoor en na een bocht in de weg (rustbank) krijgen we een mooi Vlaamse Ardennenpanorama waarin Sint-Maria-Lierde ligt te blakeren.
> Links van de kerk nemen we een ander discreet pad dat ons door nat brongebied voert. Na een paar padwissels stijgen we naar de Schonenberg en gaan daar op de verharde weg links. Heel wat verharding nu onder de voeten. De wegen werden verhard kort nadat Streek-GR Vlaamse Ardennen werd ontworpen.
> We volgen hier een wandelroute van Natuurpunt in omgekeerde richting naar een prachtig lapje natuur, het Duivenbos. In mei zie je veel fluitenkruid en boterbloemen maar door de snelle wissel van vochtige (bronbos) biotopen en droger hooiland kun je hier veel meer natuurlijk leven waarnemen, ook hier is de lente de mooiste natuurmaand. Zelf had ik het geluk kort een eikelmuis waar te nemen, vrij zeldzaam in Vlaanderen. De talrijke bronnen in het meest wilde deel van het bos hebben een komvormig landschap uitgeschuurd.
> Het opvallende stationsgebouw staat er wat vervallen bij, het is nochtans een beschermd monument, tesamen met de hele stationsomgeving overigens. Het ontwerp is van Jean-Pierre Cluysenaar, zijn bekendste creatie is zonder twijfel de Sint-Hubertusgalerij in hartje Brussel. Voor de spoorlijn Dender - Waas had Cluysenaar in 1855 een boek gepubliceerd met zijn ontwerpen voor stationsgebouwen en bijhorende dienstgebouwen. Die plannen werden maar ten dele uitgevoerd. Kijk even naar de andere kant van de spoorlijn, de oude gebouwen die je daar ziet omvatten ondermeer het wachtershuis, gebouwd in een meer banale stijl, niet volgens het plan van Cluysenaar.
> De huidige aanblik van het gebouw biedt helaas een beeld van verval, het resultaat van jaren verkrotting. Sinds 1993 is het station immers onbemand. Hoewel het gebouw al sinds 1991 beschermd is heeft de NMBS al die tijd niks gedaan om verloedering tegen te gaan. De stad Geraardsbergen wou het station opkopen voor allerlei wilde plannen, maar bleek er dan geen geld voor te hebben. Het station is nu van een privé-eigenaar die enkele dringende instandhoudingswerken liet uitvoeren.
> Het met een watergracht omgeven kasteel heeft nog een middeleeuwse omwalling, inclusief torens en stenen ophaalbrug. Het centraal gelegen woonhuis daarentegen past eigenlijk helemaal niet in het plaatje, het is opgetrokken in neorenaissance, rond 1897. Het fotogenieke waterkasteel is echter afgesloten voor pottenkijkers. De Pietersbandenkerk was mogelijk oorspronkelijk de kasteelkapel. Je herkent in het huidige gebouw verschillende stijlen, waaronder een laatgotisch koorgedeelte in zandsteen (16de eeuw).
> Vanaf de kerk van Voorde krijgt Streek-GR Vlaamse Ardennen weer zijn eigen unieke traject met geelrode tekens. We verlaten dus het tracé van GR 5A, dat we nu al sinds de Kluisberg volgden. De hoofdstraat door Voorde (nog steeds Sint-Marcellusstraat) leidt ons naar de kruising met een andere verkeersweg. Links zien we de indrukwekkende Muldershoeve maar we wandelen rechtdoor (Schuitenhoek). Voorbij een grote kapel uit het jaar 1906 wandelen we over een licht dalende veldweg verder. In de lente een aardig plaatje van wilgen en veel boterbloemen in de weiden. Op het einde gaan we naar rechts, een bochtend wegje brengt ons bij alweer een verkeersweg, de N460, op de grens tussen de gemeenten Ninove (Voorde) en Geraardsbergen (Smeerebbe-Vloerzegem). We volgen de weg 200 meter naar links en gaan na de bocht rechts een stijgende veldweg op.
> We wandelen over een hoogte en in de verte rechtsvoor zien we al de kerk van Sint-Antelinks liggen, ons volgende doel. Onderweg passeer je een opvallende boom die de veldweg overspant. Korterbij gekomen zal je merken dat het eigenlijk om twee bomen gaat die tegen elkaar aanschurken: een grove den en een stokoude taxus. In de wijk Waterloos gaan we rechts op de asfaltweg. Die loopt voorbij wat huizen tot een mooi gelegen kapelletje met rustbank.
> Deze oude kapel is prachtig gelegen, met op de achtergrond golvende akkers en de vallei van de Leenbroekbeek. Rechts in de verte de hooggelegen kerktoren van Sint-Antelinks en het Duivenbos. Piep even in de kapelnis. Geen Mariabeeld deze keer, de vrouwe des huizes heeft een vreemd voorwerp in de rechterhand: Een trektang. Het is de Heilige Apollonia, aanbeden tegen tandpijn en patroonheilige van de tandartsen.
> Deze Sint-Apollonia ten Doornkapel uit 1772 is gebouwd in kalkzandsteen (let op de fossielen in de steen!) en werd voor het laatst gerestaureerd in 1991. Geen paniek als je tandpijn nog niet over is na je passage hier, nadat we Apollonia al tegen kwamen in het Raspaillebos is ze over 35 km weer van de partij. in Elst dit keer, waar er een hele cultus rond haar tanden bestaat.
> We gaan bij de kapel rechts verder, richting Sint-Antelinks en steken de vallei van de Leenbroekbeek over om dan een tijdje te stijgen. Op een T-kruising (Ransbeek) rechts verder tot het hoogste punt, dat is getopt met de kerk van Sint-Antelinks. De naam Ransbeek herinnert aan de vroegere naam van dit zeer oude dorpje aangezien hij germaans is van oorsprong. Achter een haag bij de kerk staat een oriëntatietafel. Als het maïsveld in de buurt niet te hoog is opgeschoten kan je in de verte ondermeer de antennemast op de Bosberg zien boven op de Raspailleberg, waar we deze morgen voorbij kwamen. Een eind meer rechts zie je de Oudenberg van Geraardsbergen en als het echt helder weer is zou je zelfs de OLV-kapel op de Oudenberg kunnen onderscheiden.
> Te Sint-Antelinks is een winkel en een café maar we gaan niet tot het centrum. Voor de haag bij de kerk gaan we immers links een veldweggetje op.
> De kerktoren van Smeerebbe komt boven de velden piepen. Merkwaardige dorpsnaam voor deze stokoude nederzetting, het zou om een afleiding gaan van een Keltisch woord waarvan de oorsprong onbekend is. Op een T-kruising keren we echter onze rug naar Smeerebbe en zijn Sint-Amanduskerk om rechts een tijdlang een weg te volgen door open akker- en weidelandschap.
> We kruisen de N 8 (Brakel - Ninove), alweer op een gemeentegrens, dit keer zelfs op een punt waar 3 gemeenten samen komen: behalve Ninove en Geraardsbergen ook Herzele. Aan de overzijde nemen we na 250 meter een veldwegje rechts.
> Voorbij de spoorlijn gaan we dadelijk links de Beekstraat in. Over enkele afslagen op veldwegen komen we even later bij de expressweg N45. De doorgang is afgesloten, we moeten dus naar rechts mee volgen om bij de eerste officiële gelegenheid, bij verkeerslichten, de drukke expresweg over te steken. De weg Appelterre - Voorde verlaten we daarna door rechts de Sint-Marcellusstraat te nemen. Ze leidt ons naar het mooie Sint-Pietersbandenkerkje van Voorde. Dit is zo'n typisch kasteeldorpje, een woonkern die zich ontwikkelde rond een middeleeuwse versterking vanaf ongeveer de 12de eeuw. Daarvan is het huidige kasteel nog de nakomer.
> Tijdens deze etappe verlaten we tijdelijk de getuigenheuvels die zo kenmerkend zijn voor de Vlaamse Ardennen maar we doen dat in schoonheid: eerst met de beklimming 'hors catégorie' van de Muur of Kapelberg te Geraardsbergen, daarna met de Bosberg. Daar is het eigenlijk het Raspaillebos dat 'buiten categorie' is, het is een van de mooiste bossen in Vlaanderen. Na de bergen volgt de Dendervallei, we kruisen ze via het ophaalbruggetje van Zandbergen. Een reeks oervlaamse karakterdorpen passeren de revue: Voorde, Smeerebbe, Sint-Antelinks en Sint-Lievens-Esse. Onderweg lijkt het wel of we op bedevaart zijn: we rijgen de kapelletjes aan elkaar. Ze verkeren in variabele staat, van mooi opgeknapte gebedshuisjes die worden bewoond door populaire volksheiligen zoals Apollonia, Livinus of Antonius tot vervallen kapellen waaruit de heiligen al lang zijn weggevlucht. In Lierde loopt een spoorlijn, we nemen er op het einde van deze superlange etappe de trein.
> Het geheel was duidelijk naar de spoorkant gericht, bedoeld om de aankomende of passerende reiziger te imponeren, wat vaker het geval was bij de aanleg van de eerste spoorstations. De straatzijde is minder fraai. Het originele concept zou vandaag prachtig passen als 'peperkoeken treinstationnetje' in Disneyland.
> Met GR Vlaamse Ardennen wandelen we over een graspad dus het Raspaillebos uit. Verderop maakt het een kwartdraai rechts naar de macadamweg, een wat vervelende verkeersweg die we over bijna 1 km volgen over het grondgebied van de Vlaams-Brabantse gemeente Galmaarden. De weg ligt zowat op de scheiding tussen de Dendervallei (links) en het Pajottenland (rechts) en draagt de naam 'Heerbaan'. Bij de eerste gelegenheid nemen we een wegje links. Er volgt een snelle wissel van paden, soms kunnen deze wat overgroeid zijn en het is ook nog steeds uitkijken om je klederen niet te scheuren aan pinnendraad. 10 jaren eerder ben ik er letterlijk niet zonder kleerscheuren doorgekomen.
> De bewegwijzering hier was matig. De palen van het wandelknooppuntennetwerk Pajottenland helpen ons wat door de velden. Het pad verbetert wat, we dalen langzaam naar de Oost-Vlaamse Dendervallei na nog wat bochten en bereiken uiteindelijk de geasfalteerde Spekgatstraat, die we naar rechts volgen. Aan een kapel voor OLV van Smarten gaan we scherp rechts de Keringstraat in. Waar deze licht stijgende straat verderop een bocht maakt naar rechts, wandelen we rechtdoor het veld in. Volg de palen naar knooppunt 54 en dan 38. Tussen akkers gaat het verder, tot het pad weer een weg wordt en we uiteindelijk op een geasfalteerd kruispunt komen bij knooppuntpaal 38. Daar gaan we rechts en houden bij splitsingen ongeveer dezelfde richting aan. Zo dalen we zacht verder de Dendervallei in.
> Het oorspronkelijke station is eigenlijk een pareltje van 19de eeuws erfgoed langs de spoorlijn Dender - Waas, een van de stations ontworpen door Cluysenaar in 1855, speciaal voor deze spoorlijn. Opvallend is het hoge centrale gebouw, getopt met een zadeldak, net zoals de symmetrische bijgebouwen. De uiterste zijgebouwen werden pas in de 20ste eeuw toegevoegd. Dakbedekking van de originele gebouwen was in een dambordachig patroon van pannen met verschillende kleuren, decoratie van de dakranden was in hout. De gebouwen werden opgetrokken in dieprood gebakken Boomse steen. Langs de spoorkant waren pergola-achtige constructies aan de zijgebouwen. De inkomhal met rondboog was oorspronkelijke een open constructie met rechtstreekse toegang tot het perron.
> Let goed op de bewegwijzering, GR Vlaamse Ardennen kronkelt door en langs dit natuurgebied van Natuurpunt met onderweg veel padwissels. Als we uiteindelijk een tijd later een verkeersweg naderen gaan we links nog even langs een waterpartij om dan even later toch op de verkeersweg tussen Sint-Antelinks en Sint-Lievens-Esse te komen (Kauwstraat). We volgen die naar links over 300 meter om dan links een asfaltwegje in te slaan, de Mollestraat. Via de Kokkestraat komen we dan terug aan de rand van natuurgebied Duivenbos. In een bocht van de Kokkestraat (rustbank) gaan we links nog wat licht dalend wandelen door de lappendeken van weiden, vochtige percelen, kouters en populierenrijen van het Duivenbos.
> Op een straatje bij een paar huizen gaan we dan rechts (dit is opnieuw de Ransbeekstraat) en even later opnieuw rechts over een draaiende betonweg. Waar hij weer naar rechts bocht, verlaten we hem en wandelen we rechtdoor tot bij een vervallen kapel waar we rechts gaan over een graspad naar Sint-Lievens-Esse. Nog enkele padwissels verder volgen we daarna de stijgende Zavelstraat die naar de watertoren bij het centrum van Sint-Lievens-Esse loopt.
> Vanuit het centrum van Geraardsbergen is het meteen klimmen geblazen. Het stadje ligt dan ook wat geperst tussen de Dender en de Oudenberg. We lopen vanop de Markt langs de kerk omhoog, de Vesten over. De Hooiweg voert ons nog wat hoger en langs het stadspark met kruisweg en calvarie zijn we echt begonnen met de Muur van Geraardsbergen te beklimmen. We doen dat nog wat steiler dan de vele wieleramateurs. Zij dokkeren over de kronkelende kasseienweg, wij nemen nog enkele doorsteekpaden, soms met trappen. Zo bereiken we even later de op zovele wielerfoto's vereeuwigde Oudenbergkapel (rustbanken).
> De Muur (of Kapelmuur) van Geraardsbergen is een van de meest legendarische beklimmingen uit de Ronde van Vlaanderen voor wielrenners. Enkel de Koppenberg (waarop we tijdens de vorige etappe wandelden) kan wedijveren met de Muur qua stijgingspercentage. De klim voor renners is zowat 500 meter lang, met een gemiddelde stijging van bijna 10 %. Op het sterkst stijgende deel van zowat 300 meter is dat gemiddeld zelfs 18 %, met een korte piek tot 20 %. Zo overbruggen de renners op korte tijd bijna 70 meter. De beklimming van de Muur valt meestal vrij laat in het parcours van de Ronde. Niet zelden speelt de Muur scherprechter en vond hier dan ook een beslissende ontsnapping plaats die leidde naar de eindoverwinning. Sinds 2005 is de Muur ook een beschermd monument. Groot was echter de woede van vele wielerliefhebbers en inwoners van Geraardsbergen toen vanaf 2011 beslist werd om de beklimming van de Muur niet meer op te nemen in de Ronde van Vlaanderen. De discussies laaiden muurhoog op. Inmiddels is de Muur weer onderdeel van de Ronde en is hij jaarlijks nog onderdeel van vele andere koersen.
> De Onze-Lieve-Vrouwkapel op de Oudenberg werd opgetrokken in 1906 en is tot vandaag een redelijk populair bedevaartsoord en gebedshuis. De plek op deze scherpe getuigenheuvel is echter sinds mensenheugenis een plaats van verering, misschien wel teruggaand tot de voorchristelijke tijd. Strategisch had deze plaats ook een sterk symbolische betekenis, aangezien ze op een hoog punt lag tussen de machtige middeleeuwse machtsblokken Vlaanderen, Henegouwen en Brabant.
> We wandelen nu lange tijd gewoon rechtdoor tussen velden met rechtsvoor een uitzicht over de met een antenne getopte Bosberg. Een heel eind verder wandelen we langs en door een uithoek van het grote en in de lente bijzonder mooie Raspaillebos. Bos, gras- en hooilanden, hagen, wilgenrijen en ruigten wisselen hier mekaar af in een bijzonder waardevolle lappendeken van gevarieerd halfopen landschap.
> Op een padenkruispunt kiezen we resoluut een zuidelijke koers, dwars door het Raspaillebos (in noordelijke richting kom je na 500 meter bij het natuureducatiecentrum De Helix).
> Eind april kan je in het Raspaillebos genieten van een massa 'blauwe kousjes' in bloei (de lokale naam voor boshyacinten). Het Raspaillebos is een bijzonder oud bos, net zoals het aansluitende Karkoolbos en Moerbekebos. Zoals in elk bos in Vlaanderen is de boomgroei er wel sterk beïnvloed door menselijke tussenkomst maar het heeft als bos steeds bestaan. Aldus was het Raspaillebos ook onderdeel van het grote Kolenbranderswoud, waartoe ondermeer ook het Brabantse Zoniënwoud en Meerdaalwoud behoorden. Een enorme woudbedekking, vooraleer onder invloed van monniken overgegaan werd tot grootschalige ontginning ten voordele van landbouwareaal.
> Er zijn dan ook allerlei duistere legendes verbonden met het bos, de meest populaire is dat de beruchte roversbende van Jan de Lichte zich hier een tijdlang schuil hield in de 18de eeuw. Aan de schuilplek voor roversbenden wordt ook wel eens de naamsverklaring voor 'Raspaille' gelinkt, uit het Franse 'rapaille' wat uitschot of krapuul betekent. De naam kan ook in verband worden gebracht met het hakhoutbeheer in het bos, je herkent in het woord 'raspen' nog een gelinkte betekenis.
> Het bos is absoluut op zijn mooist in de lente als voorjaarsbloeiers massaal areaal innemen voor struikgewas en bomen hun bladerdaken ontwikkelen en zo de lichtinval wegnemen. Niet enkel boshyacinten en bosanemonen, een deeltje van het Raspaillebos wordt in mei helemaal gekoloniseerd door daslook en in april kun je er ook wilde narcissen aantreffen, evenals bosmuur langs de padranden. Ook hier komt de paarse schubwortel nog voor. Het Raspaillebos is een echte kleurenpracht in de lente.
> 150 meter voorbij de kapel nemen we rechts een weggetje. Waar dat een bocht naar rechts maakt, gaan wij links een pad op tussen het lover. Op het einde gaan we rechts tot bij de Edingseweg. We volgen deze vrij drukke verkeersweg een 100 meter in zuidelijke richting om dan schuinlinks over een veldweg van het verkeerslawaai weg te wandelen. Eén kilometer later gaan we op asfalt rechts en weer links tot voorbij de Wambashoeve, een hoeve waar verblijfstoerisme en landbouw tesamen gaan. Op het einde nemen we naar rechts de kaarsrechte Stuivenbergdreef / Atembekeweg.
> We volgen een mooi tracé dat ons door percelen bos en langs weiland en beemden voert en zetten uiteindelijk midden in bos de klim in die ons bijna tot de top van de Bosberg voert. Bovenaan is een camping en een café (populair bij wielertoeristen na een beklimming van de Bosberg) maar zover gaan we niet. De weg die over de Bosberg loopt zou een oude Romeinse heerweg zijn al is het me wat onduidelijk hoe dat traject in het Romeinse wegennet past. Het gekasseid wegdeel dat vanuit vanuit de vlakten rond Geraardsbergen de Bosberg opklimt is beschermd, niet omwille van de geschiedenis als Romeinse heerbaan, wel als een van de bekendste hellingen uit de Ronde van Vlaanderen. Renner Edwig van Hooydonck plaatste hier zijn beslissende ontsnappingen die tot twee maal toe leidden tot een overwinning in de Ronde van Vlaanderen (1989 en 1991). Het hoogteverschil bedraagt 68 meter over een afstand van 1350 meter.
Geraardsbergen, Oudenbergkapel
Phaceliaveld bij de Wambashoeve
Onderweg naar Sint-Lievens-Esse
> Net voor de camping gaan we links een pad volgen, langs de achterzijde van de camping. Als je hier wandelt in mei loont het de moeite om even af te wijken van Streek-GR Vlaamse Ardennen net voor de wandelroute het Raspaillebos uitdraait. Je kunt dan via een sterk dalend pad wat lager massaal bloeiende daslook ontdekken in de buurt van een gerestaureerde boskapel, echt een zee van bloemen. De bloei is vrij overweldigend. De Juffrouwkapel (lokaal bekend als 't Iffraken) was al vele jaren sterk vervallen en in 2012 braken vandalen de kapel verder af. In 2013 werd ze op initiatief van Natuurpunt en met inzet van veel vrijwilligers helemaal gerestaureerd. De Heilige Apollonia werd er vereerd (tegen tandpijn) sinds 1865. Gezien de ligging bij een bron was er mogelijk al een Keltische site volgens de overlevering.
> We zijn nu op het meest oostelijke punt van Streek-GR Vlaamse Ardennen. Een geasfalteerd paadje in noordelijke richting voert ons langs de Molenbeek naar het dorpje Zandbergen, dat aan de Dender is gelegen. In het centrum vind je ondermeer een bakkerij, slager, een paar cafés en rustbanken.
> We volgen de hoofdweg naar het fotogenieke ophaalbrugje over de Dender. De huidige brug werd in 2004 vanuit Aalst naar hier verplaatst ter vervanging van de toen versleten brug. GR 512 takt hier naar rechts af naar Vlaams-Brabant, wij steken de Dender echter via het ophaalbrugje over en blijven de verkeersweg nog een tijdje volgen. Nog steeds witrode tekens als bewegwijzering van GR Vlaamse Ardennen, de tekens zijn van GR 5A Wandelronde van Vlaanderen. We kruisen de spoorlijn te Zandbergen.
Daslook
Half weggeploegd pad
Smeerebbe
Sint-Antelinks
Sint-Apolloniakapel
Voorde, kasteel
Vlaamse Ardennen, gezien vanuit Sint-Antelinks
Voorde, Sint-Pietersbandenkerk
Ontwerp Cluysenaer uit 1855
Stationsgebouw Zandbergen
Zandbergen, Denderbrugje
Bewegwijzering Wandelnetwerk Pajottenland en GR 5A / GR 512 (Streek-GR Vlaamse Ardennen)
Onderweg naar Zandbergen
De Dender te Zandbergen
Natuurgebied Duivenbos
> Ik verlaat tijdelijk het tracé van Streek-GR Vlaamse Ardennen om naar links een paar honderden meters te wandelen tot bij het treinstation van Lierde. Eerst nog een bijzonder fris smakende Romy-pilsje naar binnen gegoten in het volkscafé bij het station en dan de trein weer op naar huis.
De Leeuw van Sint-Lievens-Esse!
Retabel Livinuskapel
Sint-Lievens-Esse
Sint-Lievens-Esse
De Calvair in betere tijden (postkaart)
Natuurgebied Parkbos - Uilenbroek
Onderweg naar Lierde
Langs de Lierdekouter
Sint-Maria-Lierde
'De pendelaar van Lierde', herinnert aan de duizenden fossemannen die in een verarmd Vlaanderen naar de Borinage pendelden om er in de steenkoolmijnen te werken.
Atalanta
Brouwerij Van den Bossche
Raspaillebos
Langs het Raspaillebos

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Vlaamse Ardennen (157 km)