Startpagina > Wandelen > Streek-GR Dijleland
> Tot hier liepen we sinds de start ook tesamen met Streek-GR Hageland. Streek-GR Dijleland vervolgt verder in het spoor van GR 128-Vlaanderenroute richting Mechelen. Voor de betonweg dus scherp links over een dubbele holle weg, afdalen uit de Kesselse bergen.
> Deze eerste etappe van Streek-GR Dijleland brengt ons door het golvend Brabants landschap rond Leuven over de Kesselberg meteen in de vlakke Dijlevallei. Via Putkapel en de molen van Rotselaar belanden we in Wakkerzeel met zijn mooie - typisch Brabantse - dorpskern. Langs de randen van het Rock Werchterveld bereiken we een interessant oorlogsreliek: de in natuurreservaat getransformeerde antitankgracht van Haacht. We ontmoeten weer de Dijle bij het pittoreske Hansbrugje en volgen nu de zuidelijke oever van de slingerende Dijle voor lange tijd. Kort voor Rijmenam lopen we ongemerkt de provincie Antwerpen binnen.
Wandelwegwijzer bij de start van GR Dijleland
aan het provinciedomein van Kessel-Lo
Toegang tot het Begijnenbos
Putkapel
Heelblaadjes
Langs de Dijle onderweg naar Rotselaar
Gelderse roos
Monument 5 / 25 Linie
Onderweg naar Wakkerzeel
Wakkerzeel, 15de eeuws christusbeeld
Haacht, antitankgracht en -muur
Rockweide wandelpad
Landkaartje in voorjaarskleuren
Wandelpaden langs
de antitankgracht
De 'nieuwe' Oude Hansbrug
Oeverpad langs de Dijle, onderweg naar Rijmenam
Sint-Elooiskapel (1826) te Rijmenam
Monument Karel Jonckheere
Kasteel Hollaken
17de-19de eeuwse huizen langs de dries van Rijmenam
Rijmenam aan de Dijle
Hansbrug eind 18de eeuw, volgens Ferraris
Het zeldzame waterdrieblad
Bunker aan het hoofd van de antitankgracht, oorspronkelijk beschilderd als een boerenwoonst (tekening onder).
Reeën in de Leibeekvallei
Wakkerzeel, taverne 't Schuurke
Filteropbrengst uit de Dijle door de krooshekreiniger...
Molen Rotselaar met 3 waterwielen (tekening 1598)
Afdalen over de 'Zounk' naar de Dijlevallei
Op de Meesberg over tweesporenbeton
Begrazing met Hebridenschapen
IJzerzandsteenlagen van de Kesselberg
> Een warme augustusmaand, Streek-GR Dijleland is uitstekend geknipt om er in de vroege of late uren van de dag op uit te trekken. Zelf woon ik immers op slechs een half uurtje sporen of bussen van de meeste plaatsen op de route. Vertrek aan een GR-wandelboom bij het provinciaal domein van Kessel-Lo. Streek-GR Dijleland volgt aanvankelijk voor lange tijd de witrode markering van GR 128-Vlaanderenroute. 35 km is het van hier tot Mechelen vertelt de wegwijzer me. Mechelen zal niet voor vandaag zijn, hoewel GR-Dijleland een pad is dat 'vlot wandelt'. De GR-variant naar en door Leuven noch de GR Hageland richting Zoutleeuw volgen we hier. Richting Mechelen dus, aanvankelijk in het spoor van GR 128 Vlaanderenroute. Als alles vlot verloopt, sta ik hier over 6 etappes weer.
> Het voetpad langs de Holsbeeksesteenweg volgen en na 100 meter links het smal Bruineveldpad op dat tussen en achter tuinen loopt. Op het einde van dat verharde paadje rechts meebuigen om bij de Wilselsesteenweg links te gaan. Langs een frituur en wat winkels waar de meest uiteenlopende dingen worden verkocht, van naaigerief tot trampolines. Bij de Spar-winkel rechts een asfaltwegje nemen en op het einde de Genadeweg links in. GR-Dijleland loopt rechtdoor en licht stijgend over het Kesselbergpad tot bij een asfaltweg. Links tot een kleine rotonde (rustbanken) en daar rechtdoor. Kruising met een weg en pas bij bushalte 'Kesseldal' nemen we rechts een paadje (pizzatent, krantenwinkel, bakkerij).
> We vangen zowaar de enige echte klim aan van de hele GR-Dijleland: Via trappenpaden 'overwinnen' we 50 meter tot op de Kesselberg. De trappen zijn aangelegd om verdere erosie tegen te gaan. Hou aanvankelijk links aan tijdens de klim en bijna boven ga je rechts naar de top. Onderweg zijn duidelijk de zandsteenlagen te merken die de Kesselberg hebben gevormd. De plantenvariatie op de schrale zandgrond is eerder arm. Via een hekje komen we op de vlakke top. Hebridenschapen houden het gras op de top kort. Voor jou ontvouwt zich een panorama over Groot-Leuven.
> De grasvlakte op de Kesselberg over op een dolomietpad. Aan de overkant wandelen we via een hekje bos in. Het bomenbestand bestaat vooral uit jonge eik. Voorbij een boswachters-chalet en een autoparking in dezelfde richting verder door een gemengd bos van eik, dennen, tamme kastanje, ...
> Zo bereiken we de ingang van het Begijnenbos bij enkele speeltuigen. Rechtdoor (weinig padmarkering) over een vrij vlakke ondergrond. Op het einde kom je na een lichte bocht op een T-kruispunt bij een huis. Rechts hier. Deze kant van de berg werd helaas wat verkaveld in het verleden. 150 meter verder links aanhouden over een hol paadje dat merkwaardig genoeg parallel loopt met een zich snel ingravende holle weg.
> Links meedraaien en dan de Attenhovendreef volgen. Een wegje met dubbele betonstrook naar rechts meevolgen (Meesberg). 300 meter verder links (Zounk). Even sterk dalen en op een T-kruispunt rechts (Honkelberg) en weer stijgen. Veel tamme kastanje en Amerikaanse eik hier, eigenlijk streekvreemde boomsoorten. Het zanderige pad stijgt wat in bochten en net voor je weer gaat dalen rechts een pad nemen dat verder stijgt. Zo kom je bij een tweede 'GR-wandelboom'.
> We kruisen lager de Leuvensebaan en wandelen verder over macadam langs een houtzagerij. Nog een kruispunt over en verder over de Daalputstraat. Bij een oud huis draaien we mee over het asfalt naar links en blijven zo de Daalputstraat volgen. Deze loopt langs het Gasthuisbos uiteindelijk naar en over de autosnelweg E314.
> Aan de overkant van de snelweg lopen we het dorpje Putkapel binnen. Kort na een eerste bocht rechts de Roesteweg in tot bij de spoorlijn Diest-Leuven. We wandelen even parallel met de spoorlijn. De kerk van Putkapel is ons volgende richtpunt. Via een voetgangerstunnel, een speeltuin met rustbanken en een groot bejaardenhuis wandelen we tot op de drukke Aarschotsesteenweg, die Putkapel doormidden snijdt.
> Te Putkapel langs de N19 even links en nog voor de kerk het zebrapad over en de Schotelveldstraat in. Verderop de Durasstraat in (Duras was een grafelijke familie uit Wilsele in de 18de eeuw). Waar die straat naar links draait gewoon rechtdoor vervolgen over een met brikeljon verharde veldweg (geen GR-markering gezien). Dit leuke pad slingert stevig. Rechts mooie uitzichten over de kerk van Putkapel en de Kesselseberg. Wat later komen we voor het eerst bij de Dijle.
> We zullen ze nu langere tijd blijven volgen over het graspad langs de oever. Op een warme dag kan het Dijlewater licht ruiken. Echt zuiver is de Dijle dus niet maar het stille oeverpad is wel één van de aangenamere paddelen van Streek-GR Dijleland. Hoewel, zo stil is het hier ook weer niet. We naderen immers de belangrijkste aanvliegroute naar de luchthaven van Zaventem. Langs velden waarop 's zomers maïs en graan groeit en verder langs schrale populierenbossen met ondergroei van netels en hoefblad om zo weer bewoning te bereiken.
> Bij het eerste huis rechts om na 80 meter bij een T-kruispunt links de Molenstraat op te lopen. Deze brede betonweg volgen we een tijd, tot bij de molen van Rotselaar.
> Toevallig passeerde ik net langs de Molen van Rotselaar tijdens de jaarlijkse molenfeesten. Hoewel ik eigenlijk moet doorstappen kan ik het toch niet laten om de binnenplaats op te lopen om te genieten van de gezellige zomerse sfeer hier. Er werden bioprodukten tentoon gesteld en verkocht, evenals zelf gebakken brood uit het bakhuis, je kon er de moleninstallaties bezoeken, er er waren volksspelen en andere animatie voor kinderen. Indrukwekkend was ook de massa afval die uit de Dijle wordt gevist hier.
> Voorbij de molengebouwen links, de drukke 5de Liniestraat op en de Dijle over. Langs de rechterkant van de straat komen we voorbij een groot monument ter herdenking van gesneuvelde soldaten, met name die van het 5de Linie. Toch wat een speciaal moment. Ik heb immers zelf nog mijn legerdienst gedaan in het 5de Linie te Soest (Duitsland), een infanterie-eenheid die werd opgericht in 1830. Gelukkig vervulde ik mijn opgelegde legerdienst in vredestijd. Daar houdt de vergelijking dus op. De mannen die in september 1914 bij het 5de Linie waren, hadden minder geluk...
> 70 meter na het oorlogsmonument gaan we rechtsaf over een grassige, rechte veldweg. Bij een schuin T-kruispunt van veldwegen rechtdoor vervolgen tot een asfaltweg. Verder rechtdoor en 50 meter verder links Strijland in bij een rustbank. We volgen hier het Dijle-Demerpad nr 2. De grintweg komt uit op een asfaltweg, Dijlekant, waar we links gaan. Bij een kruising met een kleine beek komen we in Wakkerzeel dat tot de gemeente Haacht hoort. Dadelijk komen we over kassei het mooie dorpscentrum in.
> Bij café 't Schuurke (waar het aangenaam verpozen en eten is) rechts over de kasseien en voorbij de mooie barokke kerkgevel van Wakkerzeel dadelijk weer links-rechts over de hoofdweg, de Pastoriestraat / Martelarenlaan. De straten blijken hier dubbele naambordjes te hebben, waarvoor de reden mij onbekend is. Deze betonstraat 500 meter blijven volgen, onderweg zijstraten negerend, tot je uiteindelijk op de schuine kruising met de Wijgmaalsesteenweg komt.
! Opgelet als je de topografische gids gebruikt, sinds de lente van 2013 werd het traject van Streek-GR Dijleland vanaf hier immers radicaal gewijzigd. De volgende 10 km volg je een volledig nieuw traject dat via de antitankgracht van Haacht naar de Dijle loopt, om daarna de rivier te volgen helemaal tot in Rijmenam. We volgen op het pleintje met kapel bij de verkeerslichten niet langer de witrode streepjes van GR 128 maar het nieuwe, met geelrode streepjes gemarkeerde, traject van Streek-GR Dijleland.
> Rechts dus bij het pleintje, 50 meter de Wijgmaalsesteenweg volgen. Dan rechts het Haachtsestraatje in, een smal asfaltwegje. We lopen hier even samen met het Rockweide wandelpad. Deze 9 km lange luswandeling passeert door Werchter en langs de terreinen van Rock Werchter, het bekendste muziekfestival van België. Op een kruispunt rechtdoor, de weg slingert daarna lichtjes tussen weiden tot bij een rustbank tegenover een gravelweg.
> De veldwegen hier zijn verbreed en versterkt om passage mogelijk te maken van grote vrachtwagens met materiaal voor Rock Werchter. Ook crew- en VIP-wagens passeren langs hier. Tijdens Rock Werchter is het dan ook een stoffig gedoe en is er zelfs tijdelijke verlichting geplaatst. De festivalweiden en tentenkampen liggen op één kilometer rechts.
> Streek-GR Dijleland volgt nog steeds rechtdoor het Haachtsestraatje, aan de volgende gravelweg verlaten we wel het asfaltwegje, links dus, na een paar bochten en 450 meter verder komen we op de kruising met de oude antitankgracht. Hier begint een bijzonder interessant stuk GR Dijleland. Kijk je op dat punt links dan zie je dat de antitankgracht nog 400 meter doorloopt tot de Wijgmaalsesteenweg. We gaan echter rechts in het natuurgebied en niet door het eerste poortje maar door het poortje net over de gracht.
> We wandelen in het natuurgebied nu lange tijd door een groene strook op de bovenwal links van de antitankgracht. Af en toe kan het pad wat overgroeid zijn 's zomers. Borden waarschuwen ook voor de mogelijke aanwezigheid van eikenprocessierupsen. Na 700 meter kruisen we de Haachtsesteenweg (N21) en wandelen we verder in dezelfde richting. 450 meter verder kruisen we een asfaltweggetje, weer rechtdoor langs dezelfde kant van de gracht. Na 200 meter buigt de gracht naar links en nog 450 meter verder gaan we langs de rechterkant van de gracht lopen. Kort daarna komen we weer op een asfaltweg. Rechts hier, even weg van de gracht en bij een Mariakapelletje uit de jaren '50 gaan we links en langs een visvijver met ruime chalet. Wat verder even opletten om het paadje naar links niet te missen. Links aanhouden brengt het ons weer bij de antitankgracht, die we weer naar rechts gaan volgen.
> De paden zijn hier heraangelegd tussen 2009 en 2012, er zijn rustbanken en infoborden geplaatst. We passeren de oude sluisdeur die de antitankgracht met Dijlewater moest voorzien en komen ook nog langs een bunker van de KW-linie, die nu is ingericht door Natuurpunt voor vleermuizen. Zo bereiken we de nieuwe Hansbrug over de Dijle, kruisen daar de Keerbergsesteenweg en wandelen we tot bij een pittoreske ophaalbrug, de oude Hansbrug.
> ! Er zijn plannen om het hele zuidelijke oeverpad langs de Dijle te asfalteren. De plannen kaderen in de aanleg van meer snelle fietswegen. Bijzonder jammer dat Hilde Crevits op dit bijna 6 km lange oeverpad tussen de Hansbrug en Rijmenam asfalt wil laten kappen. Hierdoor worden mogelijk ook wielerterroristen aangetrokken en het landelijke uitzicht vraagt echt niet om meer asfalt. Tussen Werchter en de Hansbrug (geen deel van GR Dijleland) werd in juni 2013 al asfalt gekapt. Inwoners van Keerbergen en Rijmenam, evenals Natuurpunt verzetten zich tegen meer asfaltering. Recreatieve fietsers, joggers en wandelaars zijn tevreden met de huidige padbedekking van fijn grind. Alternatief bij asfaltering is dat je de Hansbrug en de noordelijke Dijle-oever volgt over een grind- en graspad. De reden waarom Streek-GR Dijleland het zuidelijke oeverpad volgt, is wellicht de aansluitingsmogelijkheid van GR 128 met de verbindingsroute GR 12 Variant. Er is voorbij de Hansbrug tot de Dijlebrug van Rijmenam geen andere mogelijkheid om de Dijle over te steken. Update juli 2014: De Raad van State vernietigde in zijn arrest van 24 juni 2014 de stedenbouwkundige vergunning van de asfaltering van de Dijledijk tussen de Hansbrug en Rijmenam. Daarmee is het voor beheerder Waterwegen en Zeekanaal en Hilde Crevits opnieuw naar af.
> ! Ook interessant om weten is dat er al jaren grote plannen zijn om terug overstromingsgebieden te creëren in de Dijlevallei tussen de Hansbrug en Muizen. Mogelijk starten de ingrijpende werken in het kader van het Sigma-plan vanaf 2015. Als dat zo is kan er mogelijk langere tijd aanzienlijke hinder zijn op de wandelroute.
> Aan de Oude Hansbrug gaat Streek-GR Dijleland niet de Dijle over, we nemen een straatje dat na 100 meter over gaat in een met fijn grind verhard oeverpad. Bijna 6 kilometer zullen we dit pad volgen, dat trouw meedraait met de vele Dijlebochten. Onderweg een paar rustbanken en ook hier zijn langs beide zijden van de Dijle nog bunkers van de KW-Linie aanwezig. Tijdens weekends kan het soms relatief druk zijn als veel wandelaars, joggers en recreatieve fietsers hier komen genieten.
> Na bijna 6 kilometer bereiken we Rijmenam in de provincie Antwerpen. Je kan de Dijle oversteken voor een kort bezoek aan Rijmenam, waar ook een paar cafés zijn.
> Met Rijmenam pikken we een stukje Antwerps Dijleland mee. Op naar de oude hoofdstad van de Nederlanden, gelegen aan de Dijle.
> GR Dijleland is een circulaire wandelroute, je kan dus starten waar je wil. We kiezen echter het officiële startpunt - zoals in de topografische gids van GR Dijleland - bij de wegwijzerpaal van Grote Routepaden te Kessel-Lo. Streek-GR's Dijleland & Hageland + GR 128 en een 'stadsvariant Leuven' komen hier tesamen. Die plek ligt aan de Holsbeeksesteenweg bij de ingang van het provinciaal domein Kessel-Lo en is te bereiken te voet van het Leuvense treinstation (2,5 km) of met De Lijn bus 2 vanuit het treinstation van Leuven (busterminal is naast het treinstation) met stop in Kessel-Lo Halte Prov. Recreatiecentrum, een rit van 10 minuten. Eindigen doen we bij de Dijle in Rijmenam, waar je een bus kan nemen naar de treinstations van Mechelen of Haacht.
> Cafés en restaurants onderweg heb je in Kessel-Lo, Putkapel, Wakkerzeel, Dijle Hansbrug (restaurant / niet open maandag en dinsdag) en Rijmenam. Geen supermarkt of buurtwinkel onderweg, enkel na 1 km wandelen kom je langs de Eurospar van Kessel-Lo (langs de GR en open elke dag behalve zondagnamiddag en maandagvoormiddag).
> Als je de topografische gids gebruikt voor dit traject, vergeet dan zeker niet de update te downloaden van de GR-site, er is tussen Wakkerzeel en Rijmenam immers een 10 km lange wijziging van het traject sinds 2013! In dit wandelverslag volgen we dat nieuwe traject.
De Kesselberg
> 70 meter piekt de Kesselberg boven het zeespiegelniveau. Nu ja, pieken is veel gezegd, zoals je zelf kan zien is de top vrij vlak. De Kesselberg is eigenlijk een oude zandbank, verweesd achtergebleven bij de zeeregressie, hij behoort tot het snoer van Vlaamse 'getuigenheuvels', die van het Frans- en West-Vlaamse Heuvelland tot het Hageland lopen. De Kesselberg sluit landschappelijk / geologisch dus eigenlijk beter aan bij het Hageland dan bij de Dijlevallei. Tijdens de klim zag je duidelijk hoe roestbruin de kleur van de verharde zandsteen wel is, dat wijst op sterk ijzerhoudend specie in de zandsteen. Die zandlagen zijn ook niet toevallig zo duidelijk zichtbaar.
Ze zijn het het resultaat van de uitbating van de berg als zand- en steengroeve in het verleden. Tot in de 18de eeuw werd in het Hageland voor religieuze, burgerlijke en adellijke gebouwen vaak gebruik gemaakt van ijzerzandsteen en tussen 1860 en 1960 werd er veel zand uitgehaald, vooral ook voor de taluds van de Hagelandse spoorlijnen. Vandaag is de top van de Kesselberg natuur, 'beheerd' door Saint-Kildaschapen, die gras en struiken kort houden ten voordele van plukken heide. Vanop de top kijk je uit over een lawaaierig deel van Leuven. Veel storender echter was de 'Motorcross Brabançon' die de stad Leuven van de jaren '50 tot de jaren '70 hier liet plaats vinden. Een lange milieustrijd keerde uiteindelijk het tij. 14 hectaren zijn nog steeds stadseigendom.
Putkapel
> De naam van het dorp verwijst naar een kapel gelegen bij een domein met de naam Putte, op zijn beurt verwijzend naar een waterput die er was gelegen. Ergens rond het jaar 1400 moet hier al een eerste kapel zijn gebouwd, nadien werd ze verscheidene malen heropgebouwd of vergroot. In 1901 moest de kapel wijken voor een echte kerk, Putkapel was enkele jaren eerder immers 'upgraded' naar een parochie. Hoewel Putkapel als boerengehucht steeds onder Wilsele viel, is vandaag de grootste concentratie en kern van de gemeente Wilsele eigenlijk hier in Putkapel te vinden.
Molen van Rotselaar
> Er was op deze plaats al zeker een watermolen in het begin van de 13de eeuw. Hij werd oorspronkelijk op een eilandje in de Dijle gebouwd, wat nog zeer goed zichtbaar is op middeleeuwse kaarten. De watermolen gebruikte dus een de twee zijtakken van de Dijle rond het eiland, waardoor aan de andere kant nog boten konden varen. Tot drie molenraderen tegelijk draaiden er in een ver verleden aan de molen, wat mogelijk was door de hoge watertoevoer.
> Het te malen graan kwam niet enkel uit de omgeving maar werd ook aangevoerd per boot, de Dijle werd immers eeuwenlang bevaren. Eind 18de eeuw verdween de scheepvaart op de Dijle nagenoeg door de openstelling van het kanaal Leuven - Dijle. Graan voor de Rotselaarse molen werd vanaf dan hoofdzakelijk over de weg aangevoerd.
> De molen was eeuwenlang adellijk bezit, in 1902 kocht de familie van Doren, die toen al 60 jaar pachtte, de molen aan. Ze moderniseerden het complex met een electriciteitsturbine en maakten er een industrieel bedrijf van. Er werd in een drieploegenstelsel dag en nacht gemaald begin twintigste eeuw. In 1968 vielen de aktiviteiten stil, het bedrijf was verouderd en niet meer rendabel door concurrentie met modernere en grotere maalfabrieken. De gebouwen verkommerden en vielen ten prooi aan vandalisme, tot een Leuvense vzw ze aankocht in 1985, met de bedoeling ze om te bouwen tot wooneenheden. Er is veel jaren door vrijwilligers en betrokkenen gewerkt aan een grondige restauratie en heropbouw van het molencomplex, met respect voor de 800 jaar oude geschiedenis.
> Vandaag wonen in de molen een dertigtal personen, die samen het molendomein onderhouden. Jaarlijks richten ze ook molenfeesten in, waarbij je de mooi gerestaureerde moleninfrastructuur kan bekijken. Interessant is ook het project van Ecopower, dat ondermeer groene stroom opwekt via de gerestaureerde oude turbine. Ecopower liet ook een krooshekreiniger plaatsen, die dagelijks maar liefst tot een half ton aan zwerfvuil uit de Dijle filtert.
www.molenvanrotselaar.be
12 september 1914: Slag aan de Molen
> Hier in de velden tussen de molen van Rotselaar en Wijgmaal, vond in de eerste weken van de Eerste Wereldoorlog een bloedig treffen plaats tussen de soldaten van het Belgische 5de Linie en het Duitse leger. De Duitsers hadden België de weken voordien overrompeld en rukten op naar de Marnevallei, waar ze massaal werden opgewacht door het Franse Leger. Het Belgische leger had op dat moment nog Antwerpen als bolwerk onder controle en maakten van de Duitse verplaatsing naar de Marnevallei gebruik om te pogen uit te breken door de Duitse aanvoerlijnen naar het Franse front. De 2de Legerafdeling krijgt de opdracht om uit te rukken richting Leuven. Een gemengde brigade, waarvan het 5de Linie de voorhoede vormt, heeft die 12de september Wijgmaal als richtpunt gekregen. Ter hoogte van de molen van Rotselaar vindt rond 7 uur 's ochtends de confrontatie plaats met de Duitsers. Het gaat er rond de Dijlebrug bijzonder hard aan toe, waarbij vooral de manschappen van het 5de Linie zwaar worden getroffen. Als rond 10 u de Belgen de aftocht moeten blazen blijven er 325 doden van het 5de en 25ste Linie achter...
> Het monument ter herdenking van dat vreselijk treffen en de vele doden, werd opgericht in 1935 en nog jaarlijks vindt er een gemeentelijk herdenkingsmoment plaats in aanwezigheid van een afvaardiging van het 5de Linie. De gemeente Rotselaar is sinds 1990 ook 'peterstad' van het 5de Liniebataljon. 5de Linie.
Wakkerzeel
> Dit Brabants dorpje was sinds de 13de eeuw regionaal een bekend bedevaartsoord ter ere van Sint-Hubertus en tegen razernij (hondsdolheid). De Sint-Hubertusverering bracht nogal wat leven in Wakkerzeel en vormde een stimulans tot bevolkingsgroei. In de vandaag geklasseerde pastorij werden ijzers gevonden die in het vuur werden gestoken om hondsdolheid te bezweren, zogenaamde 'brandsleutels'. De ijzers werden eerst gloeiend heet gemaakt en dienden vervolgens om beetwonden bij mens en dier mee uit te branden. Bij mensen zette men ook een soort tatoeage op het hoofd en toen iemand genas werd dit als een mirakel uitgeroepen. Via de rederijkerskamer werden de mirakels naar buiten gebracht in de omliggende dorpen en zo deinde de reputatie van Wakkerzeel als bedevaartsoord tegen hondsdolheid alsmaar verder uit.
> Er was in Wakkerzeel een St-Hubertusbroederschap met meer dan 3000 leden en er waren herbergen waar pelgrims konden overnachten, wat zeker nodig was bij een grote volkstoeloop. Er was een processie, een ommegang en dagelijks werden verscheidene missen gecelebreerd. Op een gegeven moment waren er in Wakkerzeel zelfs 7 kapelaans of onderpastoors. De priesters die de in de 16de eeuw opgerichte Wakkerzeelse parochie bedienden, waren van meetaf norbertijnen uit de Leuvense abdij van 't Park.
> De ontwikkeling door Louis Pasteur van een vaccin tegen hondsdolheid eind 19de eeuw, luidde voor Wakkerzeel het einde in van de lange bedevaartstraditie. De laatste maal dat er een uitbranding voor dieren werd georganiseerd in Wakkerzeel was in 1912. Wakkerzeel dommelde weer helemaal in als onopvallend Brabants dorpje. Pas recent is er weer enige bevolkingsgroei merkbaar, het dorp telt vandaag ongeveer 1500 razernij-vrije zielen.
> De stijl van de kerk is barok met een paar kenmerken uit de beginperiode van rococo. In 1742 was de oude gotische kerk immers afgebrand. Offers van de vele pelgrims verklaren ook de aanwezigheid van waardevolle kunst in de kerk. Uiteraard staat St- Hubertus op het altaar afgebeeld. De lambriseringen zijn in waardevolle eik, er is wat verschil in kleurdonkerte merkbaar tussen de eiken lambriseringen links en rechts. De verklaring ligt in het feit dat de rechterzijde verwoest werd tijdens de oorlog toen er een bom terecht kwam. Omdat het snel moest gaan, werd een kopie gemaakt met jonge Franse eik en niet met oude Vlaamse eik, zoals op de linkerzijde. Gans het hoofdaltaar is ook in eik, het werd beschilderd om het een uitzicht van marmer te geven.
> Zeer oud is het kruisbeeld, gemaakt in zuiver gotiek, vermoedelijk rond 1425. Het komt uit de vroegere kerk. Eigenlijk stond het oorspronkelijk buiten op het kerkhof opgesteld. Oorspronkelijk was het een calvariekruis met aan de voet Johannes en een knielende Maria. Het heeft ook nog vele jaren tegen de zijgevel van de kerk gestaan, onder een afdak en werd pas begin jaren '70 naar binnen gebracht om verdere verwering door regen te vermijden. Het christusbeeld werd gerestaureerd rond 2005, waarbij de donkerbruine toplaag (boenwas) er werd afgehaald. De oorspronkelijke patine (basislaag) kwam zo te voorschijn. Het is nu gekuist en ingespoten met hars om er terug een solide geheel van te maken.
> De kerk van Wakkerzeel heeft ook een merkwaardig Robustelly-orgel. De 18de eeuwse Luikse orgelbouwer werd naar Wakkerzeel gestuurd door de Norbertijnen van 't Park. Het goed bewaarde Wakkerzeelze orgel vormde de basis voor restauraties van de weinige Robustelly-orgels die er bestaan in België en Nederland. Langs buiten zijn ongeveer 50 pijpen zichtbaar. Binnenin zitten er zowat 1500 in de kast.
> In de jaren '70 begon het orgel slecht te klinken. Mogelijk had dat te maken met de verwarming van de kerk, warme luchtblazers drogen immers de perkamenten in het orgel uit, waardoor de klank verandert. De orgelrestaurateur kroop in de kast om er de versleten perkamenten te vervangen. Er waren immers gaten in ontstaan. Nieuwe perkamenten bezorgden het orgel terug zijn magistrale klanken. Op de oude perkamenten was echter iets opvallends merkbaar: er stonden Latijnse letters op met gregoriaanse muziek en zwarte banden.
De Leuvense universiteit gaat over tot onderzoek en stelt vast dat het eigenlijk om delen van een oude boek gaat. Een psalm-koorboek voor het tertsgebed, mogelijk afkomstig van de paters van de abdij van 't Park. De zwarte banden zijn het resultaat van lijmsporen: omdat er eerder al gaten in waren werden ze met twee op elkaar geplakt. Het perkament is schapenperkament en ondermeer daaruit kon men afleiden dat het zeer oud is. Schapenperkament werd immers maar gebruikt tot ongeveer 1400. Nadien ging men over op dikker koeienperkament en later op papier. De teksten zijn dus wellicht 14de eeuws, aangezien het perkament al minstens zo oud is.
> Buiten het kerkgebouw valt ook de wat buiten de dorpskern gelegen 18de eeuwse pastorie van Wakkerzeel op. De opvallende grootte van het gebouw houdt ongetwijfeld ook verband met de uitstraling van Wakkerzeel als bedevaartsplaats in het verleden.
Oude traject GR Dijleland Wakkerzeel - Rijmenam
> Tot 2013 liep Streek-GR Dijleland verder over GR 128 tot Rijmenam. Het traject was niet onaardig maar het vernieuwde traject via het natuurgebied van de historische antitankgracht is interessanter. Het is ook 1 km korter dan het oude traject Het oude traject liep grotendeels door de vallei van de Leibeek, door een landschap van velden, weiden en populierenbos. Een afwisseling van veldwegen en straten, langs een paar bunkers en langs het dorp Wespelaar om pas de Dijle te bereiken te Rijmenam. Het is nog steeds onderdeel van GR 128 - Vlaanderenroute maar het traject werd voor die route gedeeltelijk herzien in 2013. Zo wandel je nu niet meer rechtstreeks van Wakkerzeel naar Wespelaar maar loop je langs het interessante en erg vochtige natuurgebied Haachts Broek.
Antitankgracht Haacht & KW-linie
> Oplopende internationale spanningen in de aanloop naar WO II, leidden eind 1939 tot de razendsnelle oprichting van een militaire bunkerlijn tussen De tweede Antwerpse Fortengordel bij Fort Koningshooikt en helemaal tot bij Waver. België nam een neutrale positie in bij die oplopende spanningen. Engeland en Frankrijk verklaarden zich solidair met België als het land zou worden binnengevallen door de Duitsers. Omwille van het neutraliteitsbeginsel mochten de geallieerden België ter verdediging echter niet binnen vallen vooraleer de Duitsers dat deden. Tegen de tijd dat ze stelling zouden kunnen innemen, was er veel kans dat de Duitse vijand de hoofdverdedigingslijn van Maas en Albertkanaal al hadden veroverd. Vandaar de nood om een verdedigingslijn op te richten die meer centraal in België lag en tijdswinst opleverde voor stellingname van de geallieerde krachten.
> Deze verdedigingslijn staat bekend als de Koningshooikt - Waver-Linie, of KW-Linie. De bouw van de KW-Linie ging zeer snel. Heel wat grond wordt zonder inspraak van ondermeer boeren onteigend voor de vele bunkers en de oprichting van allerlei hindernissen zoals deze antitankgracht bij Haacht.
Oude Hansbrug
> De mooie gietijzeren Hansbrug is een kopie uit 2005 van de vroegere ophaalbrug die hier sinds 1893 over de Dijle lag. Er was in deze omgeving al zeker sinds de 13de eeuw een brug over de Dijle. De Hansbrug werd tijdens de twee wereldoorlogen vernield door het Belgische leger maar telkens weer heropgebouwd daarna. Sinds 1957 is er een moderne brug wat verder, die toegenomen autoverkeer kan slikken. De oude Hansbrug werd in 1998 wel geklasseerd als monument maar tegen die tijd was ze al te sterk verroest om nog te restaureren. Restauratie bestond er dus eigenlijk in om een kopie te bouwen. Sinds 2005 kan je via de 'nieuwe Oude Hansbrug' dus weer de Dijle oversteken, maar wel enkel fietsers en wandelaars. De vernieuwde Hansbrug kostte ongeveer 500.000 €.
Rijmenam
> Rijmenam is een stokoud dorp. Het ontwikkelde wellicht rond een brug of doorwaadbare plaats in de Dijlevallei en de plaats was verbonden met het Romeinse heirwegennet. Restanten van een gevonden Gallo-Romeinse villa uit de 4de eeuw wijzen ook op bewoning. Er was ook zeker vaste bewoning in de Frankische periode. Het driehoekvormige dorpsplein of dries dat nu nog bestaat, is typisch voor Frankische nederzettingen.
> De oudste vermeldingen van Rijmenam als parochie met een kerk gaan terug tot de 11de eeuw. De kerk is trouwens gewijd aan Sint-Martinus, patroonheilige van nogal wat stokoude dorpen. In de kerk kan je vandaag nog gerestaureerde restanten van middeleeuwse muurschilderingen aantreffen.
> Op 1 augustus 1578 vormde Rijmenam het strijdtoneel van een van de grote middeleeuwse oorlogen, bekend als De Slag bij Rijmenam. Spanjaarden en Staatsen gingen er elkaar te lijf in de beginperiode van de godsdienstoorlogen. Het leger van de Spanjaarden telde zowat 5000 ruiters en 12.000 man voetvolk. De Staatsen (Noordelijke Nederlanden) zetten 7000 ruiters en een gelijkaardig aantal veldstrijders in. De toen zowat 600 inwoners van Rijmenam sloegen allen op de vlucht. In de natte Dijlevelden bleven na de slag, die één dag duurde, 1000 à 1500 doden en gewonden achter. Rijmenam zelf werd helemaal afgebrand en verwoest, het zou vele jaren duren vooraleer het dorp weer herstelde van de zware wonden.
> In de 20ste eeuw was Rijmenam een welvarend dorp. Op de drogere zandgronden was de aspergeteelt populair en Rijmenam kon mee surfen op de Mechelse bekendheid als meubelstad. Meubelbedrijf Meurop verschafte er in de jaren '50 tot '70 werk aan honderden arbeiders en was bekend omwille van de massaproduktie van moderne meubels uit spaanderhout en plastic, meubels die nu als 'vintage' worden beschouwd. Eind jaren '70 liep het echter verkeerd. In 1979 was er een zware fabrieksbrand en in 1980 ging Meurop failliet, wat leidde tot een sociaal drama en betogingen in Mechelen. De fabriekstorens die je ziet vanaf GR Dijleland als je Rijmenam nadert vanuit Haacht, zijn van de oude Meurop-fabriek.
> Rijmenam was ook het dorp waar schrijver Karel Jonckheere (1906 - 1993) 40 jaren van zijn leven doorbracht. Een monument en tuin te zijner ere werden in 2013 ingehuldigd. Rijmenam heeft ook een heemmuseum,'t Smiske (open op zondagnamiddagen in juli / aug).
> Wegens hoogdringendheid kregen de twee aannemers amper 50 dagen werktermijn om de betonwerken te voltooien voor de antitankmuur. Duizenden soldaten groeven de gracht uit. Hiervoor werd over zowat 3,2 km een strook land van 30 meter breedte onteigend. De betonnen muur was aan één zijde 3,5 meter hoog (de eigenlijke antitankmuur), aan de andere zijde 2,5 meter. De kwaliteit van het beton was ondanks het snelle werk goed, aangezien de muur tot vandaag nog vrij intact is, er is amper betonrot of kapot gesprongen beton. Ongeveer 10.000 m³ beton is er verwerkt en per m³ werd zowat 100 kilo ijzer gebruikt. Hinder bij de werken was er vooral door de strenge wintertemperaturen en... door een massa ramptoeristen tijdens het weekend! De versterking was uiteindelijk ruimschoot voldoende om tanks tegen te houden die toen nog maar een waterdiepgang tot een halve meter konden trotseren.
> Op delen van de KW-Linie vormde de Dijle zelf een antitankgracht. Bij de Hansbrug waar de KW-lijn afbuigt, was extra bescherming nodig in de vorm van deze kunstmatig aangelegde en met een betonnen muur versterkte gracht, temeer daar de wegen rond Haacht van hoog strategisch belang werden beschouwd voor mogelijke troepenverplaatsingen richting Brussel. De gracht en muur werden als een sterk verdedigingsmiddel beschouwd, temeer daar ook nog eens een gebied van 700 hectaren onder water kon worden gezet met Dijlewater via een sluis. Hiervoor moest ook een dam in de Dijle worden gebouwd, waardoor men indien nodig het pijl van het Dijlewater met 3,5 meter kon verhogen!
> Men had vertrouwen in de antitankgracht als verdediging, dat blijkt uit het feit dat de gracht wordt 'gedekt' met een enkele rij van bunkers, terwijl dat op andere plaatsen langs de KW-Linie vaak een dubbele rij was. Rond Mechelen was zelfs nog extra versterking met 24 bunkers, het zogenaamde bruggenhoofd Mechelen of 'TPM'.
> Niet ver van de Hansbrug, aan het hoofd van de gracht, komen we straks langs een KW-bunker. De muren van de bunkers zijn minstens één meter dik. Camouflage van een bunker bestond uit verschillende uitvoeringen, naargelang de omgeving. Soms werd de buitenkant voorzien van een betonnen 'eitjeslaag', anderen kregen gewoon groen-bruine camouflagekleuren opgeschilderd of werden beschilderd met ramen, deuren en bakstenen muren om ze te laten lijken op huisjes. Anderen hadden haken om camouflagenetten over te spannen. Soms ging men in de camouflage zelfs zo ver om rond de betonnen constructie echte bakstenen muren op te trekken en een pannendak aan te leggen.
> Een eind voor de bunkerlijnen werden antitankhindernissen aangelegd van ondermeer prikkeldraad, railvelden (in de grond gedreven spoorstaven), cointet-elementen en tetraëerders, wat die versterkingslijn in de volksmond de naam van 'ijzeren muur' opleverde, hoewel het niet om een muur ging.
> Achter de bunkerlinie lagen nog meer bunkers, ondermeer opgetrokken voor een parallelle telefoonlijn, 'telefoonbunkers' dus en verder ook commandobunkers. Helemaal is het werk niet afgeraakt. Zo liepen de telefoonlijnen enkel tot Bertem en niet verder zuidelijk.
> Als in de nacht van 9 op 10 mei 1940 de Duitsers dan België binnen vallen, gaat het zeer snel. De vijand stormt inderdaad het Albertkanaal over. Op 14 mei stuiten de Duitsers op de KW-Linie. De bunkers worden tussen Antwerpen en Leuven bemand door de Belgen, tussen Leuven en Waver door de Britten en tussen Waver en Namen door de Fransen. Detail: De Britten hadden wat problemen om in de bunkers stelling te nemen, want de sleutels waren aanvankelijk zoek...
> Er vinden wat schermutselingen plaats maar tot hevige gevechten komt het niet. Amper 2 dagen later, op 16 mei komt het bevel om de KW-Linie te verlaten. De Duitsers waren immers zuidwestelijk al doorgebroken tot de Noord-Franse stad Sedan en de vrees bestond dat ze vanuit het zuiden weer noordelijk zouden oprukken om zo de soldaten aan de KW-Linie in de tang te nemen. Aldus heeft de KW-Linie eigenlijk amper nut gehad.
> Na de oorlog, in 1952, wordt de KW-Linie gedeklasseerd als militaire infrastructuur. Eerder onteigende eigenaars kopen hun stuk grond (met bunker) weer op of de overheid koopt het op. In het geval van de antitankgracht worden aanvankelijk verschillende privépersonen eigenaar. De volgende decennia werden er een flink aantal bunkers afgebroken, anderen beginnen een tweede leven als 'vleermuizenhotel', berghok, aardappelkelder, tuinhuis of stal. Over 'inrichting van koterij' moet je de Vlaming niet veel leren! Op eentje werd zelfs een duivenhok gebouwd. Het moet zeker gezegd dat de Simon Stevinstichting de voorbije decennia ook heel wat initiatieven heeft ondernomen in onderzoek en bescherming van een aantal bunkers.
> Iets meer dan de helft van het groen rond de antitankgracht is vandaag eigendom van Natuurpunt, een ander belangrijk deel is eigendom van de gemeente Haacht maar eveneens in beheer van Natuurpunt. De antitankgracht en onmiddellijke omgeving is sinds 2001 een natuurreservaat. Natuurpunt heeft hier in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij prachtig werk verricht.
> Waar vanaf de jaren '50 canadapopulieren werden aangeplant, worden nu vooral meer duurzame, streekeigen boomsoorten geplaatst ter vervanging van de populieren of worden er hooilandjes aangelegd. Ook de uitgroei van exoten, zoals Amerikaanse vogelkers, wordt bestreden.
> Vanaf de jaren '50 werd de antitankgracht ook een veel gebruikt sluikstort. De eerste grote opdracht voor Natuurpunt bestond er in om een massa gedumpt materiaal en vuile grond af te voeren. De oude slotgracht van het in 1823 afgebrande kasteel van Roost werd eveneens gedeeltelijk uitgegraven. Van het kasteel zelf zijn enkel fundamenten in de grond overgebleven. De antitankgracht zelf werd terug wat sterker uitgediept. Natuurpunt krijgt voor een aantal werken de hulp van werklozen en gestraften, zoals voor het maaien van de oevers. Er werden ook wandelpaden aangelegd. Al die grote werken vonden plaats in de periode 2008 - 2011. Een tweede fase is volop bezig en draait vooral rond het herinrichten tot buurtpark van het domein van Roost.
> Ook Regionaal Landschap Dijleland nam initiatieven, vooral vanaf eind 2008 en met steun van de Simon Stevinstichting, de Leuvense werkgroep KW-stelling, heemkunde Vlaams-Brabant en Toerisme Vlaams-Brabant. Ze maakten ondermeer een inventarisatie en databank van alles wat nog aanwezig in het Dijlelandschap vandaag van de KW-Linie, met name de bunkers.
> Ook het publiek werd sterk betrokken via Regionaal Landschap Dijleland: er kwam een thematische fietstroute 'Bunkers binnenste buiten', een fietshappening en er werd een wandelpad bewegwijzerd langs de antitankgracht. Bij de sluis en bunker van de antitankgracht werd een onthaalzone met informatieborden en picknicktafels uitgebouwd rond 2011. Ook de sluis werd hersteld, het hout was nog het originele maar vandalen hadden er een kapotte moto tegenaan gegooid en in brand gestoken. Net zoals de gracht, doet deze sluis eigenlijk geen dienst meer. Het water in de antitankgracht is nu volledig afkomstig van regen- en grondwater, niet uit de Dijle of uit beken. De onthaalsite werd feestelijk geopend in augustus 2011.
> Let ook op soms aparte natuur in, zo kan je op één plaats en op het juiste moment bijvoorbeeld waterdrieblad of waterviolier zien bloeien in de gracht. Ook de kamsalamander heeft er een thuis. De bunker is vandaag bedoeld als 'vleermuizenhotel', hoewel het voorlopig geen 'klanten' heeft. Hij heeft na de oorlog nog als schaapsstal gediend en er werd ook wel eens vuurtje in gestookt.
> Nog voor de herinrichting van de natuur rond de antitankgracht, werd deze plek door de lezers van de krant Het Nieuwsblad al verkozen tot mooiste plek in Vlaanderen in de categorie 'beken en grachten'. Sindsdien is het er hier alleen maar nog mooier op geworden!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dijleland (119 km)