Startpagina > Wandelen > Streek-GR Dijleland
> Ook in deze laatste etappe van Streek-GR Dijleland zit verrassend veel afwisseling. Vanuit Neerijse trekken we over knuppelpaden door het natuurgebied Doode Bemde. We beleven er de Dijle op haar wildst, de rivier mag hier nog sterk meanderen en misschien ontdek je wel een beverburcht. Onderweg naar Korbeek-Dijle wandelen we langs de samenvloeiing van IJse en Dijle, verderop kan je kleurrijke vogels spotten vanuit een vogelkijkhut. Leuven komt stilaan in zicht, we zullen de stadskern helemaal dwarsen, een historisch boeiende stadsbeleving. Als we de studentenstad - tevens hoofdstad van Vlaams-Brabant - achter ons hebben gelaten, is de bijna 120 km lange Dijleroute helemaal voltooid. In het provinciedomein van Kessel-Lo staan we op het punt waar we 6 etappes geleden startten.
Knuppelpad door natuurgebied Doode Bemde
Neerijse, weg naar de Doode Bemde
Dijle te Sint-Joris-Weert
Meanderende Dijle door de Doode Bemde
IJsvogel aan de Langerodevijer
Kliniekvijvers Doode Bemde
Pad door het Langerodebos
Bloedrode bessen van Gelderse Roos tijdens de herfst .
Onderweg langs de Dijle naar Korbeek
De Grote Spui, oude stadspoort, sluis en watermolen
Tunnel onder de Leuvense binnenring
Dijlemolens
Dijleparkje
Omgeving Klein Begijnhof
Provinciaal domein Kessel-Lo bij valavond
INBEV
Fonske
Leuven, Oude Markt
Crypte Pater Damiaan
Leuven, stadhuis
Typische barokgevel Groot Begijnhof
Groot Begijnhof
Bewegwijzering Streek-GR Dijleland door Leuven
Pad door het Egenhovenbos
Brabants retabel te Korbeek-Dijle
Heverlee, kasteel en watermolen Arenberg
Wilde kardinaalsmuts
Knuppelpad door het natuurreservaat
Doode Bemde, langs de Dijle
Doode Bemde, vijvers
Bunker van de KW-Linie
Neerijse, Sint-Rochuskapel en omgeving 's winters
Neerijse, dorpszicht met vierkantshoeve
Neerijse, voormalig kasteel d'Overschie
> Bij de Kliniekvijvers merk ik een grote zilverreiger op, sinds een aantal jaren spot je ze al eens vaker op in Vlaanderen maar ze blijven veel zeldzamer dan de blauwe reiger. Bij het einde van de vijver vervolg Streek-GR Dijleland over een knuppelpad naar links. Toen ik er over liep, waren nogal wat delen van dit knuppelpad door verrotting aan vervanging toe. Zo'n knuppelpad aanleggen en onderhouden vraagt heel wat tijd en investering. De planken gaan minder dan 10 jaar mee. Voor de steunbalken worden tegenwoordig balken van PET-afval gebruikt, ze gaan enkele tientallen jaren mee. Desondanks kost de aanleg van een stukje knuppelpad zowat 25 € de lopende meter. We draaien verderop weer naar rechts en komen zo bij de Dijle terecht.
> We steken de brug niet over. Hier is weer een GR-splitsing. We volgen vanaf hier niet langer de witrode streepjes van GR 512 Vlaams-Brabant maar de eigen geelrode bewegwijzering van Streek-GR Dijleland. Indien je wil overnachten op de bivakzone Steenberg in het Meerdaalwoud (2,5 km) dan wandel je wel de brug over. Wandel rechtdoor tot bij de spoorlijn, steek die over en rechtdoor zal je dan witrode GR-tekens met het bivakzonelogo opmerken. Volg ze tot op de bivakzone.
> GR Dijleland steekt dus niet de Dijle over, we gaan wat langs de beemden aan de Dijleoever lopen. Naar links dus. Het is een prachtig oeverpad met een sterk slingerende Dijle die enkele malen wegdraait van het pad om er al snel weer bij te komen. Echt schitterend wandelen, dijlenatuur op haar best. De fel roze-oranje zaden van kardinaalsmuts geven het landschap laat in de herfst nog een kleurrijk tintje.
> Af en toe kan het pad flink modderig zijn. We komen uiteindelijk bij de monding van de IJse in de Dijle. Via een brugje steken we de IJse voor de laatste maal over. Alweer een mooi bospad leidt ons langs de brede rechte Leigracht en verderop langs een toegangspaadje tot de vogelkijkhut 'Grote Bron'. Die kijkt uit over de Langerodevijver.
> Terwijl ik binnenin een dompelende fuut probeer te fotograferen, komt er plots een ijsvogeltje op een tak zitten op amper 10 meter van mij. Wat een toeval. Je ziet hem soms als een fluoblauwe flits over een beek maar hier van zo kortbij? Hij geeft me zelfs de tijd om rustig een paar foto's te nemen. Prachtig om te zien hoe hij telkens weer vanop dezelfde tak het water induikt naar een visje. Voilà, de observatie van de ijsvogel was meteen het hoogtepunt van de dag. Streek-GR Dijleland blijft verrassen.
> Uitgerust na een half uurtje vogels kijken, trek ik verder over het bospad door het Langerodebos. Dat eindigt even later bij een weide. Niet rechts of links maar rechtdoor via een hekje, dwars door de begraasde weide. Aan de overkant vinden we de Dijle weer.
> Het oeverpad brengt ons even later in Korbeek-Dijle bij het outdoorcentrum Leuven Floats (ex-Natur Natur). Hier kan je op afgesproken momenten een kajak of kanotocht maken op de Dijle, tot aan het Arenbergkasteel...als wandelen over GR Dijleland na meer dan 100 km genoeg zou zijn. Anders wacht je straks nog een interessante doortocht door Leuven vooraleer we straks de eindmeet bereiken.
> Streek GR Dijleland (of de variant van GR 128 zo je wil) loopt verder door het kasteelpark, over een door studenten druk befietst pad langs meer universiteitsgebouwen, en gaat dan rechts langs enkele sporttereinen. Kort daarna links langs het gymnasium en sportcentrum (café). Hier botsen we op de binnenring rond Leuven (Tervuursevest), op het punt waar de Dijle de oude stad in loopt.
> Via een tunnel gaan we onder de binnenring door, aan de andere zijde lopen we het oude Leuvense centrum in via het Groot Begijnhof. Het loont de moeite om even door dit middeleeuws stukje Leuven te flaneren.
> Via enkele oude gekasseide straatjes van het Groot Begijnhof, komen we in de Zwartzustersstraat. We gaan er links tot bij de Dijlemolens.
> Sinds de middeleeuwen is hier al een watermolen. Van 1930 tot 1979 was er een industrieel molencomplex voor het malen van graan tot fijne bloem. Het experimentele project om na 1985 de molengebouwen te herbouwen tot een energievriendelijk woon- en werkomgeving op water- en windenergie, was niet zo succesvol.
> Opvallend is hier dat het GR-pad DOOR de gemoderniseerde gebouwen van het oude molencomplex loopt (nu shopping- en wooncomplex) via een dubbele deur. Weer buiten loop je langs de Dijle, kort door het Dijleparkje en dan verder langs de Dijle. Ter hoogte van een brug rechts om dieper in het centrum van Leuven te penetreren.
> Verderop kom je op het Damiaanplein. Hier loont een kort bezoek aan de grafcrypte van pater Damiaan de moeite. Ze bevindt zich onder de Sint-Antoniuskerk op het Damiaanplein. Pater Damiaan (1840 -1889) werd in 2005 verkozen in Vlaanderen tot Grootste Belg aller tijden. Het verhaal van de pater die zijn leven gaf te Molokaï aan de meest verstotenen uit de maatschappij, de melaatsen, en uiteindelijk zelf aan de ziekte stierf, is algemeen bekend. Zijn stoffelijke resten werden met het vlaggenschip Mercator in 1936 gerepatrieerd naar België om ondergebracht te worden op de plek waar we ons nu bevinden. Damiaan werd in 2009 heilig verklaard door de paus.
> Op het Damiaanplein vervolgen we in dezelfde richting door de Parijsstraat en 200 meter verder draaien we rechts de langgerekte Oude Markt op, bekend van de tientallen gezellige studentencafés, wat het plein zijn bijnaam opleverde van 'de langste toog ter wereld'. Zomerse evenementen als Beleuvenissen, Hapje Tapje en Marktrock vinden hier plaats. De opvallende gevel aan de zuidkant is van het Heilige Drievuldigheidscollege.
> Kort schuin de Oude Markt oversteken, via de Krakenstraat en de Standonckstraat belanden we op het Hogeschoolplein, gedomineerd door het enorme gebouw van het Pauscollege.
> Van het De Somerplein en het standbeeld van Fonske, gaan we via enkele straten richting Vismarkt. Aan de overzijde van dat plein leidt een straat naar het Geertruihof. Langs de Geertruikerk en het klein begijnhof.
> Hiermee eindigt het historische traject door Leuven. Via het Snoekenpad steken we nog een keer de Dijle over voor een totaal ander stukje Leuven, eerder lelijk van uitzicht. De Kardinaalstraat brengt ons op de lange, rechte Minckelersstraat, we volgen ze naar rechts. Bij de eerste gelegenheid verlaten we deze saaie straat naar links en botsen zo weer op de Dijle.
> Het Dijlepad leidt ons naar rechts tot een druk kruispunt van de Leuvense binnenring (Diestse Vest). De binnenring over en naar rechts volgen we dan een fietspad dat parallel loopt met de Vuurkruisenlaan. De gebouwen van de industriële INBEV-brouwerij zijn hier prominent aanwezig in het Leuvense landschap. Hier wordt het beroemde Stella Artois-pilswater gemaakt. Het GR-traject worstelt verder met drukke verkeerslijnen. Ditmaal lopen we via een tunnel de Leuvense spoorlijnen onder. We zijn hier dicht bij het treinstation van Leuven, ons einddoel is echter het provinciedomein van Kessel-Lo en dat ligt nog een goeie 2 km verwijderd.
> We nemen aan de overkant van de sporen het Brugbergpad, een wandel- en fietspad. Parallel met de Eenmeilaan blijven we het fietspad nog bijna een kilometer volgen om dan rechts de onopvallende Katjeswilgenlaan te nemen die ons bij het provinciedomein van Kessel-Lo brengt.
> Volg nu goed de GR-tekens, er volgen wat padenwissels langs de vijvers van het domein en GR Dijleland volgt sinds 2013 een lichtjes hertekend traject door het provinciedomein.
> In het Pauscollege verblijven 180 universiteitsstudenten (voornamelijk jongens) op kot. Schuinlinks wandelen we voort door het centrum van Leuven, over de 's Meiersstraat, kruising met de Muntstraat en over het Vounckpleintje tot op de Eikstraat. Daar links en voor ons doemt het schitterende Leuvense stadhuis op.
> We zijn nu echt in hartje Leuven beland, op het Rector de Somerplein met het schitterende hooggotische stadhuis en de Sint-Pieterskerk. Rond elk gebouw in dit centrale deel van Leuven valt wel een verhaal te vertellen. Dat gaan we in dit verslag niet doen. Er bestaan genoeg gidsen met stadswandelingen. Rond het magistrale Leuvense stadhuis kunnen we echter niet heen.
> Even later staan we bij de uitgang en de parking van het provinciedomein weer bij de wandelboom en het beginpunt van Streek-GR Dijleland. Voilà, het zit er op, de bijna 120 km lange GR Dijleland, hoewel, extra zou je eigenlijk toch ook nog een prachtig stukje verbindingsroute van GR Dijleland moeten wandelen...
> We gaan niet naar het centrum van Korbeek-Dijle maar vervolgen over het oeverpad langs de Dijle. De rivier draait weer weg en het prettige pad komt bij een V-splitsing (rustbank). Rechts hier, langs een bunker van de KW-Linie over een grassig pad. Waar dat pad 90° links draait, bij een oud huis, vervolgen we rechtdoor over een steenslagweg.
> Voor Streek-GR Dijleland moeten we dus aan de achterzijde van het kasteel zijn. Het gonst er van kennis en studenten. In het domeinpark botsen we op alweer een GR-wandelboom. Hier verlaten we de eigen geelrode bewegwijzering. We zullen nu verder in het spoor lopen van GR 128, maar de variant daarvan niet de hoofdroute. GR Dijleland volgt dus de witrode streepjes met een dwarssteep en dat richting Leuven. De laatste 7 km van GR Dijleland zullen dus dwars door Leuven lopen.
> Het brede dolomietpad loopt richting E40. Het autolawaai van de snelweg wordt luider en vlak voor de E40 draaien we aan een pompstation rechts mee. Een paar honderd meter verder via een tunnelkoker onder de E40 en dadelijk daarna links. Verderop komen we weer iets korter bij de E40 als we een beek oversteken. Bij een grote parking langs de E40 gaan we rechts met de afrastering mee. Van de pitstopfaciliteiten op de parking kan je geen gebruik maken, want alles is afgerasterd.
> Zo lopen we het Egenhovenbos in, populair bij joggers blijkbaar. Tesamen met het grotere Meerdaalwoud maakt het Egenhovenbos deel uit van de groene long bij Leuven. Je vindt er broekbos op de nattere delen en ondermeer een mooi eikenbestand op de drogere delen. Zijpaden negeren we tot bij een stuw op een beek. Rechts hier, de beek over en deze rechtdoor volgen. Links zien we een rist gebouwen die tot de universiteitscampus Arenberg van Leuven behoren. Verderop de drukke Celestijnenlaan oversteken, kort links en dadelijk rechts langs de achterkant van het kasteel van Arenberg.
> Het loont echter de moeit om ook even de voorkant van het Arenbergkasteel te bekijken met een opvallend dubbelrad van een oude banmolen op de Dijle.
> Terug te Neerijse. Vanuit het dorpscentrum nemen we de Beekstraat die ons weer in de IJsevallei voert en op Streek GR Dijleland (hier gemarkeerd met witrode streepjes van GR 512). We nemen daar de Prins de Bethunelaan, een geplaveid wegje dat is afgezoomd met oude Japanse kerselaars. Links hebben we af en toe een doorkijkje op de 'twintowers' van de kerk van Neerijse. Op het einde van de laan heb je bij een Sint-Rochuskapel (rustbank) links een prachtig zicht over de kerk van Neerijse en een oude vierkantshoeve. Rechtsvoor ligt een kasteel.
> We gaan rechts de asfaltweg op richting natuurreservaat Doode Bemde. Nogmaals kruisen we de IJse, op een punt waar de rivier nog slechts 1 kilometer is verwijderd van de monding in de Dijle. De IJse is hier recht getrokken en gekanaliseerd, ongetwijfeld gerealiseerd ten voordele van de watermolen in het kasteeldomein.
> Voorbij een snoer vijvers wandelen we langs een bareel rechtdoor het natuurreservaat Doode Bemde in. Bij nat weer kunnen de paden er modderig bijliggen, dat is wat eigen aan dit vochtige natuurgebied.
> In Leuven is er een treinstation. Vanuit de busterminal naast het station, rijden bussen van De Lijn door de valleien van Dijle en IJse. Zowel Korbeek-Dijle als Neerijse worden bediend (bus 395). Het provinciedomein van Kessel-Lo is slechts een korte en frequente busrit verwijderd vanuit het Leuvense treinstation (bus 2). Er is een halte bij de parking van het domein, langs de Holsbeeksesteenweg, waar ook de GR-wegwijzer staat en het vertrek- of eindpunt van Streek-GR Dijleland ligt.
> Cafés en restaurants onderweg heb je te Neerijse en Korbeek-Dijle, je moet wel een paar 100 meter afwijken van de wandelroute om ze te vinden in de dorpscentra. Verder op de route uiteraard in Leuven en in het provinciaal domein van Kessel-Lo op het eindpunt. Bevoorrading (winkels enz) te Leuven.
> Overnachten op de bivakzone Steenberg van Meerdaalwoud: ga in natuurgebied Doode Bemde de Dijlebrug over (GR 512) tot de spoorlijn. Steek de spoorlijn over en 100 meter verder zie je GR-bewegwijzering naar de bivakzone die op 2 km ligt van dat punt.
> Wandelen + kano/kayak? In Korbeek-Dijle kom je langs het bedrijf Leuven Floats, je kan er op sommige dagen een kayak of kano huren om over de Dijle te varen tot het Arenbergkasteel. Plan dit best goed vooraf.
> Breng een verrekijker mee als je vogels wil observeren in natuurgebied Doode Bemde.
> We hebben dit deel van de route verscheidene malen gewandeld en gebruiken dan ook foto's die in verschillende seizoenen zijn genomen.
Groot Begijnhof
> Het Leuvense Groot Begijnhof vormt een soort eigen minileefwereld in de stad. Een merkwaardig geheel van harmonieuze architectuur, bestaande uit dicht op elkaar gebouwde kleine rijhuizen en pleintjes, waartussen gekasseide straatjes lopen en waar de auto niet in doordringt. De Dijle slingert er tussendoor. De geschiedenis van het Groot Begijnhof gaat terug tot minstens 13de eeuw.
> Begijnen waren godsdienstige vrouwen die zich zonder mannelijke partners groepeerden in een eigen leefwereld. Er zijn grondige verschillen met nonnen van religieuze orden. Zo legde een begijn geen eeuwige geloften af, kon ze vlot weer uit de gemeenschap treden (bvb om te huwen) en kon ze persoonlijk eigendom hebben. Begijnen dienden ook te zorgen voor een eigen inkomen, veelal was dat in een of andere vorm van huishoudwerk bij de stadsbewoners.
> Ondanks hun samenleven en de veel sterkere contacten met de buitenwereld dan kloosterzusters, waren de begijnen erg gesteld op hun privacy. Het begijnhof was ommuurd en slechts toegankelijk via poorten.
Ze woonden ook in aparte huisjes met kleine vensters en de meeste begijnhoven in de Nederlanden werden oorspronkelijk gebouwd buiten de stadsmuren. Door stadsuitbreiding later in de 14de eeuw, kwam het Leuvens Groot Begijnhof wel binnen de nieuwe omwalling te liggen.
> Leven als begijn vond veel aantrek in de 14de eeuw, een sterke bloei van de begijnhoven was er ook tussen 1650 en 1750. Op het hoogtepunt van de beweging telde het Groot Begijnhof ongeveer 300 begijnen. Vanaf midden 18de eeuw begon het aantal begijnen overal in de Nederlanden traag maar gestaag terug te lopen. Tijdens het 20ste eeuws interbellum bleven er te Leuven nog maar een dozijn over, de laatste Leuvense en Brabantse begijn overleed in 1988.
> Wandelend door het Groot Begijnhof merk je een vrij harmonieuze en sobere bouwstijl. Op een paar 16de eeuwse vakwerkhuisjes en 19de eeuwse veranderingen na, dateren praktisch alle huisjes uit de beginperiode van de grootste bloei: opgetrokken in baksteen rond 1650. De barokstijl van die tijd is slechts op sobere wijze zichtbaar in de architectuur, met name in deurlijsten en gevelornamenten.
> Begin jaren '60 waren de meeste huizen van het Groot Begijnhof in een fase van sterk verval. De site was rijp voor de sloop, wat een bouwpromotor dan ook van plan was te doen. Ook de KU Leuven toonde echter interesse in het
Stadhuis van Leuven
> Het stadhuis van Leuven werd opgetrokken tussen 1448 en 1469. Een nieuw en rijkelijk macht uitstralend stadhuis kaderde toen in de wedijver tussen de groeiende steden Leuven en Brussel om de meest toonaangevende stad van Brabant te zijn. Ook de oprichting van een Leuvense universiteit moet in dat kader worden bekeken. Andere stadhuizen in grote Brabantse en Vlaamse steden als Gent, Oudenaarde en Brussel werden in eenzelfde stijl gebouwd. Vooral het Brugse stadhuis diende als inspiratiebron voor gotische architecten elders.
> Met de bouw van een nieuw stadhuis verschoof het centrum van Leuven ook van de Oude Markt (waar het oude stadhuis was) naar de Grote Markt. Het huidige gebouw was slechts een onderdeel van een grotere architecturale herinrichting van de omgeving, waarvoor toen al een aantal oudere gebouwen moesten wijken. Over de eeuwen heen is het stadhuis talloze malen gerestaureerd en er gebeurden ook aanpassingen. De vele nissen in het stadhuis werden merkwaardig genoeg pas tussen 1850 en WO I opgevuld met beelden. 149 beelden in totaal, vooral historische figuren uit de Leuvense geschiedenis en heiligenbeelden in de torennissen. Binnenin domineert de gotische stijl helemaal niet, de meeste salons zijn in Franse interieurstijlen ingericht.
> De grote vierkantshoeve die op de valleihelling ligt, is 18de eeuws en behoorde tot het kasteel van Neerijse. Ze herbergt nu een pension waar paarden een rustige oude dag kunnen doorbrengen in goede zorgen.
> Opvallend ook is dat het dorpje een kerk heeft met een dubbeltoren. Rond het waarom voor twee torens bestaan allerlei wilde verhalen. De tweede zou door de duivel zijn gebouwd, een andere versie brengt de twee torens in verband met de aanspraakrechten van de opdrachtgevers en dat zouden er twee zijn geweest. Ieder zijn toren. Meest aannemelijk is dat de Sint-Pieter en Pauluskerk van Neerijse ook dienst deed voor de parochianen van Huldenberg en dat ieder dorp zijn eigen kerktoren moest hebben.
Rector de Somerplein
> Het Rector de Somerplein draagt de naam van de eerste Vlaamse rector sinds de vernederlandsing van de Leuvense universiteit, Pieter de Somer (1917 - 1985), de eerste lekenrector ook. Hij was 17 jaar rector, tot aan zijn dood in 1985. Tot 2011 was de naam van het plein bijna 100 jaar lang 'Maarschalk Fochplein', als eerbetoon aan de Franse generaal die de Franse en geallieerde troepen leidde op het eind van WO I. In de nasleep van het enthousiasme rond de bevrijding in 1918, werd overal eer gebracht aan de overwinnende generaals. Vandaag wordt met een meer nuchtere kijk terug gekeken op de vreselijke loopgravenoorlog. Louis Tobback, burgemeester van Leuven, noemde Foch dan ook een oorlogsmisdadiger die miljoenen onnodig de dood heeft in gejaagd. De naamsverandering werd doorgevoerd ter gelegendheid van de opening van het sterk heringerichte plein in 2012.
> Begin 20ste eeuw namen Franstalige zusters benidictinessen er nog hun intrek maar ze verlieten Leuven na de opsplitsing van de univ in 1968. De meeste gebouwen kregen een herbestemming in de met verzorging gerelateerde sector. Opvallendste gebouw is zondermeer de Sint-Geertruikerk met zijn spitse, opengewerkte toren die helemaal uit steen bestaan, zonder houten geraamte dus.
> In de moderne Sigmaplannen voor de Dijle vervult de Doode Bemde dan ook een voorbeeldfunctie. Het is de bedoeling om de komende jaren meer van dit soort halfnatuurlijke overstromingsgebieden in te richten, ondermeer langs de Dijle tussen Haacht, Rijmenam en Muizen, waar we bijna 100 km eerder langs liepen.
> Voor de vroegmiddeleeuwse bewoners van Brabant massaal gingen ontbossen, was de Dijle een zeer brede stroom met moerassige gebieden. Hevige regenval had amper invloed op het debiet van de Dijle, uitgestrekt bos laat water immers maar traag water los aan een beek of rivier. Door de aanleg van akkers verandert dat sterk, niet enkel stroomde het water veel sneller af, er werd hierdoor ook veel sediment afgevoerd.
Neerijse
> Het landelijke dorpje Neerijse heeft wellicht het meest bewaarde oude en waardevolle gebouwen van de hele gemeente Huldenberg. Het dorpszicht vanaf de Sint-Rochuskapel oogt zeer mooi, met name als in april de Japanse kerselaars spectaculair bloesems vormen. De kapel zelf is 19de eeuws.
Klein Begijnhof en Sint-Geertrui-abdij
> Het Klein Begijnhof of Sint-Catharinabegijnhof straalt zeker niet de grootte en harmonie uit van het Groot Begijnhof waarlangs we eerder wandelen over GR Dijleland. Hoewel de omgeving wel aangenaam oogt, schiet er van het oorspronkelijke begijnhof, dat in de 13de eeuw werd opgericht, maar een klein deel over. De meeste huizen zijn vandaag in particulier bezit.
> Wellicht was het begijnhof nauw verweven met de nabijgelegen Sint-Geertrui-abdij. Sinds 1206 was er hier al een religieuze nederzetting, aanvankelijk als priorij, vanaf 1449 als abdij. Ze werd, zoals bijna alle abdijen, opgeheven eind 18de eeuw.
Doode Bemde
> Het natuurgebied Doode Bemde is misschien wel het meest waardevolle van de hele Dijlevallei. De naam verwijst naar 'onbruikbare beemden' (voor de landbouw), omdat ze te nat zijn. Vandaag vervult de Doode Bemde eigenlijk een dubbele rol: Als ecologisch interessant natuurgebied maar ook als natuurlijk overstromingsgebied van de Dijle. Dankzij buffergebieden als deze, waarin de Dijle onbelemmerd kan uitdijen bij hoogwater, wordt een stad als Leuven gespaard van regelmatige overstromingen.
> Neerijse dankt zijn vroege ontwikkeling tot parochie aan de eigendommen die de Noordfranse abdij van Corbie hier bezat. De twee toren zijn trouwens zowat het enige dat nog is overgebleven van de 12de eeuwse romaanse kerk. Ze werden destijds opgetrokken in lokale zandsteen en zijn sinds 1938 beschermd als monument. De rest van het kerkgebouw is in baksteen opgetrokken in neoromaanse stijl uit eind 19de eeuw.
> Draaien we om, dan kijken we naar kasteel d'Overschie. Tot de 18de eeuw was het eerder een jachtpaviljoen. Het huidige classicistische gebouw werd rond 1800 opgetrokken. In de 20ste eeuw deed het kasteel ondermeer dienst als kindertehuis, kliniek en hotel-restaurant. Sinds enkele jaren werden in het beschermde kasteel een tiental luxeappartementen ingericht door een bouwpromotor die ook eigenaar is geworden.
> De Doode Bemde bestaat uit verschillende landschapstypes: vijvers, uitgestrekt open en nat grasland, ruigten, snelgroeiende produktiepopulieren (afgebouwd ten voordele van meer streekeigen boomsoorten), broekbos van elzen, hooiland, landbouwweiden en uiteraard de meanderende Dijle die de sterk kronkelende as van het natuurgebied uitmaakt. De Dijle krijgt vandaag weer die ruimte om haar loop vrijer te vormen. De variëteit in landschap en bodemsamenstelling zorgt wat planten betreft voor een soortenrijke omgeving, echt zeldzame plantensoorten zijn er echter niet.
> Sinds 1980 is Doode Bemde erkend als natuurreservaat. Oorspronkelijk was het slechts 5 ha groot, vandaag is dat rond 240 ha! Het beheer gebeurt door twee natuurverenigingen: Vrienden van Heverleebos & Meerdaalwoud en Natuurpunt. Er werd voor een systeembeheer van landschapszorg gekozen (eerder dan voor specifiek soortenbeheer), gericht op het traditionele natte karakter van het landschap dat in een komvormig gebied ligt. Er wordt ook met landbouwers samengewerkt. Hierdoor kan maaiwerk op grotere schaal worden verricht en zijn biologisch storende maïsakkers verdwenen.
begijnhof, met het doel om alles te restaureren en met respect voor het typische karakter ook aan te passen aan meer moderne leefgewoonten. Zo geschiedde. Tussen de jaren '60 en '90 onderging het begijnhof grondige restauraties.
> Vandaag stelt de KU Leuven de begijnhofhuisjes ter beschikking aan studenten als 'universitair woonerf'. Studenten vanaf het derde jaar bachelor kunnen een aanvraag doen, ze betalen 250 à 300 € per maand. In grotere huizen kunnen ook gastprofessoren, onderzoekers en personeel worden onder gebracht.
> Samen met 12 andere Vlaamse begijnhoven werd het Groot Begijnhof op 2 december 1998 bijgeschreven op de UNESCO-lijst van Uniek Werelderfgoed.
> De Arenbergs waren eveneens een familie die de volgende eeuwen een belangrijke invloed uitoefende op het openbare leven van de Zuidelijke Nederlanden (België). Aan de gebouwen werden in de 19de eeuw neogotische elementen toegevoegd. In 1916 schonk de hertog van Arenberg het kasteeldomein aan de universiteit van Leuven. Zo verrassend was dat eigenlijk ook niet. Zowel onder het bezit van de familie de Croÿ als Arenberg is er steeds een grote interesse en steun geweest door de kasteelheren voor letteren en andere wetenschappen en kunstvormen. Vandaag vormt het kasteel de kern van een veel grotere campus aan universiteitsgebouwen waar wetenschappen en ingenieursopleidingen gedoceerd worden.
> Bemerk ook het mooi gerestaureerde molencomplex aan de voorzijde van het kasteel.
Korbeek-Dijle
> Het centrum van Korbeek-Dijle ligt op 300 meter van het GR Dijleland- traject. Rond de kerk vind je nog een volks café. De Sint-Bartolomeuskerk van Korbeek ziet er niet zo oud uit, het gevolg van een kerkbrand in 1858, waarna in 1860 een nieuwe kerk werd gebouwd. Binnenin staat een Brabants retabel uit 1522 met prachtig houtsnijwerk. Het is opgedragen aan Sint-Stefanus, de vroegere parochiepatroon, waarvan nog belangrijke relikwieën aanwezig zijn. Het toeval wou dat het retabel net werd gerestaureerd in een atelier toen de kerk afbrandde, het bleef dus gespaard. Dit is een van de weinige overgebleven Brabantse retabels, het werd gemaakt in Brussel. Zo'n retabel leest wat als een middeleeuws stripverhaal. Allerlei taferelen uit het leven van Sint-Stefanus zijn erop uitgebeeld, ook mirakels die verband houden met Korbeek. Stefanus werd aanbeden voor mijt, stenen in de ingewanden en hoofdpijn.
Fonske
> Het beeld van Fonske is wellicht het beroemdste standbeeld van Leuven. Het is van de hand van Jef Claerhout en beeldt een student uit die een Leuvense pils in zijn hersenen kapt en zo zijn wijsheid voedt! De student als stevige bierverbruiker van de beroemde Leuvense pils. Blijkbaar waren studentenverenigingen over die opvatting niet zo enthousiast, officieel dus giet Fonske een glas water over zijn hersenen om zijn hersenen te voeden en draagt het beeld de naam 'Bron der Wijsheid', in het Latijn 'Fons Sapientiae'.
Provinciedomein Kessel-Lo
> Het provinciaal recreatiedomein van Kessel-Lo werd gecreëerd in 1970. Eigenlijk is het een samenvoeging van verschillende oude privé-parken tot één geheel van zowat 100 hectaren. Focus ligt op aktieve recreatie en er zijn behalve het grote vijverpark met bloemperken, struweel en bos dan ook heel wat sportvelden en -pistes evenals een zwembadcomplex met ploeterbaden. Je kan er ook bootjevaren en waterfietsen en er is een verkeerspark voor go-carts en fietsen, gericht op kinderen. Andere educatieve projecten zijn onder andere een bijenhuis, ecohuis en dierenweide. Kinderen kunnen er op zoek gaan naar een multicache voor wie van geocaching houdt.
De Grote Spui
> De stad Leuven versterkte in de 14de eeuw de stadsomwalling. Daarbij hoorden ook waterpoorten ter verdediging en een sluissysteem voor controle van het waterpeil. Voor die tijd moet de bouw van zo'n versterking en sluis op een snel stromende rivier als de Dijle een echt huzarenstukje zijn geweest. Vanaf de 16de eeuw werden de arcades ook gebruikt om er een waterrad in te hangen, ter aandrijving van een watermolen die in de loop der eeuwen verschillende functies als krachtbron zou vervullen. Tot begin 20ste eeuw was er industriële bedrijvigheid rond het molencomplex. Nadien deed de sloophamer zijn werk, vooral ten voordele van verkeersaanpassingen in de omgeving. De oude stadsomwalling vormt nu immers de kleine Ring rond Leuven. Wat nog rest van de Grote Spui als oude stadsversterking en industrieel erfgoed, heeft sinds 2009 een beschermd statuut.
Kasteel van Arenberg
> Oorspronkelijk stond hier in de 14de eeuw een burchttoren van de heer van Heverlee. Ongetwijfeld had de versterking een controlerende functie. Niet alleen de Dijle maar ook de Voer lopen hier naar de poorten van Leuven. Vanaf 1446 kwam het domein in handen van een van de meest invloedrijke middeleeuwse families: de Croÿ. Meer dan 150 jaar vertoefden ze hier. Begin 16de eeuw werd begonnen aan een geheel nieuw kasteel, opgetrokken in vroege renaissancestijl. Dat is het kasteel dat er vandaag nog staat. Het domein werd verder uitgebouwd tot begin 17de eeuw. Door huwelijk ging het kasteel over naar de Duitse adellijke familie Arenberg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dijleland (119 km)