Startpagina > Wandelen > Streek-GR Dijleland
> Ook tijdens deze etappe volop afwisseling in landschappen en cultuur. Het mooie paadje langs de Voer volgen we verscheidene kilometers vanuit Leefdaal. Helemaal voorbij Vossem tot aan de grote Vossemvijver. Daar zijn we in het park van Tervuren beland, waar ook het bekende Afrikamuseum ligt. Tervuren is ook een poort tot het uitgestrekte Zoniënwoud, waarvan we op Streek-GR Dijleland slechts een hoekje verkennen: het brondgebied van de Voer. Daarna zoeken we het landbouwplateau tussen Duisberg en Huldenberg op. In de vallei van het snelle riviertje de IJse, is het voorbij Hudenberg weer erg genietbaar wandelen. Een diepe holle weg brengt ons tenslotte in Neerijse.
Door de vallei van de Voer te Leefdaal
Vossem, Sint-Pauluskerk
Aalscholvers
Vossemvijver, park Tervuren
Streek-GR Dijleland door het Park van Tervuren
'Spaans huis'
Museum Midden-Afrika
Zevenster, in 12 richtingen takken evenveel wegjes af (compilatiefoto)
Bij de Sint-Janskerk van Tervuren vond in 2008 de inwandeling plaats van Streek-GR Dijleland
Witte kluifzwam
Duisburg
Het mooiste plekje van Duisburg?
Duisburg, Barbarakapel
Huldenberg centrum
Loonbeek, voormalige watermolen op de IJse
Holle weg naar Neerijse
Neerijse, Sint-Pieter-en-Pauwelkerk
Loonbeek, kasteelpoort met embleem
Kasteel Loonbeek rond eind 17de eeuw (gravure Harrewyn, basistekening Van Croes)
Langs de IJse, groot hoefblad
Langs de IJse
Langs het Molenhof, Huldenberg
Wandelpaadje tussen het landbouwplateau van Duisburg en de IJsevallei te Huldenberg
Onderweg naar Huldenberg
Geboorteplaats van de Belgische tafeldruif,
het kasteel van Huldenberg
Een paar overgebleven serres van de ooit meer dan 30.000 rond Hoeilaart, Overijse en Huldenberg
Druiven uit de IJsevallei
Tervuren, Terschurendreef
Brongebied van de Voer
Park van Tervuren
GR-kruispunt in het Zoniënwoud
Park van Tervuren
Wandelen over de dreven door het Park van Tervuren
Tervuren, St Hubertuskapel
Vossem, Sint-Pauluskerk
Kasteel de Robiano
Agrarisch landschap tussen Leefdaal en Vossem
Veldwegje naar Vossem
Kapel van Puttebos
> Op de Waalsebaan even 50 meter rechts om een ingang te vinden tot het park rond de Vossemvijver. We volgen de Vossemvijver in wijzerzin over een breed geasfalteerd parkpad. De attraktie hier rond deze mooie vijvers waren een zevental aalscholvers. Ze waren blijkbaar net op visvangst geweest want enkelen stonden hun nat verenpak opengespreid te drogen in de wind. Naast de aalscholvers rusten hier nog nog heel wat andere vogels.
> Onderweg over Streek-GR Dijleland wandelen we door het Warandepark eerst langs de grootste vijver, de Vossemvijver. Heel wat watervogels strijken er neer. Het landschap rond de vijver is ontworpen als Engels landschapspark. We passeren langs een kleinere vijver en verlaten hier het pad rond de grote vijver om linksvoor licht omhoog het beukenbos in te lopen. Na de kruising met een ander bospad gaan we al snel weer dalen. Langs het Spaans Huis, dan even over een brede geasfalteerde wandelpromenade om dan rechts via een brugje tussen 2 vijvers te lopen. Aan de andere oever van de vijver lopen we even omhoog om links een onverhard bospad te nemen, parallel met het geasfalteerde pad bij de vijveroever. We komen uit bij een rechthoekige vijver.
> Rechts zien we de pompeuze gebouwen van het Museum voor Midden-Afrika, maar we wijken even naar links uit om het brugje over te steken, daarna dadelijk rechts-links om opnieuw over een bospad tussen beuken verder te wandelen. We bereiken uiteindelijk de laatste vijver en lopen voorbij een bareel rechtdoor over een parking. Onmiddellijk komen we zo op het dorpsplein van Tervuren. Behalve de kerk met onopvallende toren, zijn er in de omgeving een paar cafés en vlakbij is ook het VVV-kantoor van deze Vlaams-Brabantse gemeente.
> We gaan de brede kerktrappen op, links rond de kerk en achter de kerk, voorbij het bas-reliëf voor politicus Albert Coppé, gaan we even links tot op de Kasteelstraat om deze in stijgende richting te volgen. Bij een pleintje links en dadelijk weer links in een eenrichtingsstraat met de naam Pastoor Vandersandestraat. Licht dalend lopen we zo langs de oude pastorij en de bibliotheek van Tervuren. We draaien niet mee in de bocht van de weg maar vervolgen linksvoor over een geasfalteerd paadje dat daalt naar een vijver. Vlak voor de vijver rechts langs de oever van deze vijver. Diezelfde richting houden we een tijd aan. links van ons zien we het kasteel de Robiano.
> Langs een volgende vijver gaan we links-rechts een asfaltweg op, Hertenbergstraat, die helemaal naar links bocht. Voor het einde van die bocht rechtdoor een bospad in waarvan enkel wandelaars mogen gebruik maken. Hier voorbij een bareel, we komen in het domein van de 'Koninklijke Schenking'. Het prettige graspad komt na een tijd op een iets meer open plek. We zijn hier in het brongebied van de Voer, bronnen en beekjes vormen hier het prille riviertje dat de vijvers van het Park van Tervuren vorm geeft en uiteindelijk naar de Dijle zal vloeien bij Leuven.
> In dat groene gebied gaan we links-rechts over een niet zo duidelijk pad om ongeveer parallel te wandelen met het licht ingesneden valleitje rechts. Verderop dalen we weer iets en vervoegen een weg met dolomietbedekking. Wat lager kruisen we een ander bospad en kort daarna komen we op een splitsing van GR-paden. GR Groene Gordel splitst hier weer af van GR Dijleland. Ook GR 579 en GR 512 lopen hier. We volgen verder de eigen geelrode tekens van Streek-GR Dijleland tot net voor Huldenberg. Dit staat misschien anders in de topografische gids. Heeft te maken met een nieuw tracé van GR 512.
> De wegwijzer toont aan dat we links vervolgen, dus even stevig omhoog en dan rechtdoor in de kaarsrechte, prachtige Terschurendreef. Indrukwekkend hoge beuken die al even recht zijn als het pad zelf, lijnen de dreef af, ze pieken de hemel in. Hier en daar is nieuwe aanplant gebeurd van beuk en eik. Onderweg zowaar een paar witte kluifzwammen gezien.
> De rechte dreef eindigt op een asfaltweg, rechtdoor de Terschurenstraat in en een hele tijd verder rechtdoor tot je na een lichte klim het centrum van Duisburg nadert. De toren van de Duisburgse Sint-Catharinakerk piekt uit het landschap. Ook dit is een van oorsprong romaanse kerk (12de eeuw?) maar met heel wat toevoegingen in andere stijlen later.
> Onderweg zijn in de verte nog serres te zien uit de tijd dat druivenkweek hier zo florissant was.
> Op een kruispunt bij een bloemenwinkel rechts en onmiddellijk links de Schonenboomstraat in. Nog licht verder stijgend langs sportvelden en installaties voor staande wip, lopen we naar de twee watertorens van Duisburg toe. We zijn hier op een hoogte rond 100 meter.
> Na een wegkruising passeren we rechtdoor aan de voet van de watertorens en bij een volgend kruispuntje verlaten we de Schonenboomstraat om rechts de Huldenbergstraat te volgen. Wel kijk, pas nadat we de Schonenboomstraat hebben verlaten komt er ook echt een 'schone boom' aan. Over een kasseiwegje lopen we in een zink bij een prachtige zomerlinde, geflankeerd met een kapel, gewijd aan de Heilige Barbara. Een bijzonder mooi hoekje van Duisburg. Hier staat ook de eerste rustbank sinds we Tervuren verlieten.
> De hemel kleurt inmiddels grijsblauw, met een scherp afgetekende rand. Harde wind maar echt schitterend wandelweer in dit open landschap met ontstuimige wolken. Er hangen dreigende kleuren over het golvende Brabantse leemplateau.
> Rechtdoor over kassei stijgen we naar de grens met Overijse. Hier lopen we over de verharde (!) 'Aardeweg' om bij het einde daarvan alweer Overijse te verlaten en Huldenberg in te wandelen over een veldweg van tweesporenbeton. Als de gewassen niet te hoog staan, zie je links een Lourdeskapel in de velden.
> Bij een kruispunt van veldwegen nemen we een paadje rechts. We vervoegen weer de witrode tekens van GR 512. Langs een lelijk woonpark graaft dat pad zich al snel in, het verbreedt weer wat en gaat uiteindelijk afdalen van het plateau in de IJsevallei.
> Zo arriveren we op de redelijk drukke De Peuthystraat ter hoogte van het kasteel van Huldenberg, herbouwd in Vlaamse renaissancestijl. Het was hier dat tuinman Felix Sohie zijn eerste experimenteren deed om Belgische druiven te kweken rond 1865. Voorzichtig de straat over en we nemen het eerste kasseiweggetje rechts. Het draait rond de fraai gerestaureerde gebouwen van een oude watermolen op de IJse.
> Het paadje langs het Molenhof komt uit in het centrum van Huldenberg. Even opletten met de GR-tekens, in Huldenberg ligt immers een knooppunt van GR-paden. We blijven witrode streepjes volgen maar wel die van GR 512. GR 579 (Brussel - Luik) takt hier immers af en niet enkel de hoofdroute, er vertrekt ook een variant traject van GR 579 via Waver. In het Huldenbergse centrum vind je verschillende winkels. Van de cafés is het volkse Café Casino het gezelligste.
> Langs sportcentrum 'De Kronkel' verlaten we het Huldenbergse centrum. We kruisen weer de IJse en zullen haar loop nu over zowat 3 kilometer volgen. Links dus, langs de rechteroever van het snelstromend riviertje en steeds langs diezelfde oever blijven wandelen.
> We verlaten ter hoogte van het kasteel en de watermolen tijdelijk de IJsevallei. Streek-GR Dijleland draait naar rechts weg van de IJse, langs de afrastering van het kasteeldomein. Een nat gebied loopt over in het Margijsbos, dat vooral is samengesteld uit eik, tamme kastanje en beuk. Dit aangename bospad gaat flink stijgen.
> Eens boven in het Margijsbos kom je op een T-splitsing, links de holle asfaltweg op (Nijvelsebaan). Bij een V-splitsing de linkertak in (Bertelsheide). Kort daarna rechts door een wel erg diep ingesneden hol pad, misschien wel de spectaculairste holle weg van de streek. De wanden langs dit hol pad rijzen wel 10 meter hoog op, hier en daar zijn ze wat verstevigd met houten wallen.
> Een stuk lager verbreedt het pad wat en in het verlengde komen we op een geasfalteerde weg (Kleine Hollestraat). Bij het daaropvolgend kruispunt met de Kamstraat, gaan we links. We passeren ook 'Les Chalets', een stort van bemoste stacaravans onder de benaming 'camping'.
> We bereiken weer de IJse op een splitsing van GR-paden die wordt gemarkeerd met een wandelboom. Naar links vertrekt de geelrood gemarkeerde mooie verbindingsroute van GR Dijleland maar we blijven op de hoofdroute, dat betekent naar rechts langs de IJse (richting Leuven). W blijven dus witrode streepjes volgen in het spoor van GR 512.
> Het oeverpad langs de IJse bereikt 250 meter verder de Beekstraat. Hier hou ik het voor bekeken wat deze etappe betreft. Via de Beekstraat wandel ik links naar het centrum van Neerijse.
> Het is aangenaam wandelen over het dolomietpad langs de IJse, hoewel: helemaal stil is het hier ook niet, met de redelijk druk bereden Sint-Jansbergsteenweg aan de andere kant van de vallei. Onderweg kruis je een drietal weggetjes en op het einde van een 700 meter lang rechtgetrokken deel van de IJse, kom je bij een schuur (rechts) en een watermolen (links). Dit is het oude domein van het Loonbeekse kasteel Van der Vorst.
> Half november maar de herfst lijkt wel een lange pauze te hebben ingelast, bomen staan nog steeds in volle herfskleuren zolang er nog sapdoorstroming is en de wind niet hard waait. Deze etappe, gecombineerd met de verkortingsroute, stemt overeen met de inwandeletappe van GR Dijleland in 2008. De mooie verbindingsroute tussen de vallei van de IJse en de Voer verkennen we nog eens op een aparte pagina.
> Bij de kerk van Leefdaal volgt Streek-GR Dijleland verder trouw de Voer. Het beekwater ziet er proper uit en er zit behoorlijk wat stroming op. We kruisen een tweetal wegen en blijven het paadje volgen. Zo komen we na een goeie kilometer bij een wandelboom, waar de 7 km lange GR-inkortingsroute naar de IJsevallei vertrekt.
> Vandaag blijf ik op de hoofdroute. Bij de wandelboom wandelen we dus rechts weg van de Voer. Een eerste veldweg rechts laten we liggen en we draaien al snel links omhoog door een holle weg die het plateau op loopt. Links van ons een mooi uitzicht over de Voervallei. Late koolzaadvelden kleuren de velden op de heuvels geel, die heuvels zijn bovenaan afgetopt met herfstbossen. De veldweg kan wat vettig zijn. Brabantse leemgrond plakt en schuift stevig. Bij de kapel van Puttebos komen we uit op een gebetonneerde wijkweg van Vossem.
> We lopen tussen een vijver en de Voer een brugje over. Een vrij drukke weg kruisen bij een dam op de Voer en dan door het Twaalf Apostelenbos. Dat bos dankt zijn naam aan het middeleeuwse hoeve "Hof van de 12 Apostelen". Vandaag is dat bos eigendom van de provincie Vlaams-Brabant en grotendeels in beheer door Natuurpunt. Opborrelend kwelwater zorgt voor natte gronden met planten en bomensoorten die in zo'n milieu goed gedijen, zoals wilg en zwarte els. We wandelen nog steeds langs de Voer.
> Bij de kapel nog steeds rechtdoor. Alweer komen we bij de volgende wegkruising aan een GR-splitsing. Van rechts komt uit een holle weg de eveneens met geelrode streepjes bewegwijzerde Streek-GR Groene Gordel, die op dit punt sinds 2013 Streek-GR Dijleland vervoegt tot voorbij Tervuren. Steeds rechtdoor. Verderop loop je in dezelfde richting verder over een beklinkerd buurtpad, dat langs het centrum van Vossem komt.
> Te Vossem gaan we links de Dorpsstraat 100 meter op om dan een paadje te nemen dat weer de Voer volgt, het 'Voerwegske'.
> Het 'Voerwegske' wordt er alleen maar mooier op. Steeds maar rechtdoor tot je in een paar kronkels wat van de Voer wordt weggeleid om na een passage tussen coniferen en afspanningen uit te komen bij een kleine vijver. Het zijn kolonies van groene halsbandparkieten die hier verantwoordelijk zijn voor de ambiance en het gekwetter in de bomen.
> Tervuren is verbonden met rechtstreekse buslijnen naar Leuven en Brussel. Ook vanuit Leefdaal heb je vlot een bus naar Leuven, Bertem of Tervuren. Bussen rijden er frequent in deze regio ten zuidoosten van Leuven, de lijnen zijn vooral gericht op het treinstation van Leuven. Rechtstreekse verbindingen tussen de valleien van de Voer en de IJse bestaan er amper. Wellicht moet je via Leuven reizen en daar wisselen. Bus 395 rijdt tussen het treinstation van Leuven en het centrum van Neerijse.
> Cafés en restaurants onderweg heb je te Leefdaal, Tervuren, Huldenberg en Neerijse. Voor bevoorrading kan je terecht in de Spar supermarkt van Leefdaal, rond het marktplein en zijstraten van Tervuren en in Huldenberg centrum.
> Het is mogelijk om deze etappe sterk in te korten door de variantroute van GR-Dijleland te volgen, deze is slechts 7 km lang en loopt rechtstreeks van Leefdaal naar Neerijse.
Druiventeelt
> Vandaag nog amper voor te stellen maar de dorpen Hoeilaart, Overijse en in iets mindere mate ook Huldenberg en Duisburg hadden tot de jaren '70 van vorige eeuw de naam van 'glazen dorpen', vooral Hoeilaart. Alles had te maken met de zeer lucratieve teelt van tafeldruiven in verwarmde serres. Zuiders gerichte hellingen verdwenen grotendeels onder het glas van serres, iedereen ging druiven kweken in de eerste helft van de 20ste eeuw.
> Het verhaal begint rond 1865 met de tuinier van het kasteel van Huldenberg (waar we straks langs wandelen). De jonge tuinman Felix Sohie, die net zijn diploma had behaald in de Vilvoordse tuinbouwschool, mocht er van de kasteelheer buiten het onderhoudswerk experimenteren met de kweek van druiven in een kleine serre. Het resultaat was verbluffend en Sohie mocht het surplus aan druiven zelf verkopen op de Brusselse markt. Enkele jaren later begon Sohie zijn eigen kweekbedrijf in verwarmde serres. Sohie breidde het aantal serres al snel uit en optimaliseerde het verwarmingssysteem.
> Vanaf 1880 begon men elders in de druivendorpen zijn formule te kopiëren en in het begin van de 20ste eeuw begonnen de dorpen 'een glazen uitzicht' te krijgen. Met de tram werden de druiven naar Groenendaal gebracht om per trein geëxporteerd te worden over heel Europa, later werden ook de Verenigde Staten een afzetmarkt. Kort voor WO II bereikte de teelt het hoogtepunt. Meer dan 30.000 serres stonden er in Hoeilaart, Overijse, Duisburg en Huldenberg. Een jaarlijkse opbrengst van zowat 13 miljoen kilo druiven!
> Vanaf begin jaren '60 begon de motor van dat economisch succes echter te sputteren. Invoer van veel goedkopere zuiderse tafeldruiven, hoge investeringskosten, sterke verhoging van stookolieprijzen en dure kost voor deze arbeidsintensieve teelt, deden de Vlaams-Brabantse tafeldruif de das om. De tafeldruif van eigen kweek werd zelfs in eigen land een exclusief luxeprodukt door de hoge prijs. Tussen 1970 en 1980 daalde het aantal serres van 26.000 naar 11.000, in 1990 bleven er daarvan nog 2.700 over en vandaag kan je buiten wat hobbyisten het aantal druiventelers op twee handen tellen. Een monotoon glazen landschap zie je dus niet meer, helaas zijn het vooral verkavelingen van nieuwe woonwijken die de serres vervingen.
Huldenberg
> De dominant gelegen en nogal monumentale Onze-Lieve-Vrouwekerk van Huldenberg werd gebouwd vanaf 1250, in een gotische stijl. Ze verving toen al een oudere romaanse kapel. Zoals met de meeste kerken, volgden de eeuwen daarop nog verbouwingen, de belangrijkste ingrepen wellicht in de 18de eeuw, nadat een brand in 1735 veel schade had aangericht. Let ook op de opvallende (18de eeuwse) zonnewijzer aan de zuidzijde. Tussen 9 en 16 uur kan je er de tijd op aflezen.
> In het centrum zie je verder een mix van bouwstijlen. Het mooiste gebouw is het gemeentehuis met zijn fraaie neobarokke voorgevel.
> Aan de buitenzijde van het koorgedeelte zie je nog versiering met boogvormige uitsprongetjes, typisch voor een zogenaamde 'Lombardische fries'. Ook de paradijspoort in romaanse stijl is nog te herkennen, langs hier werden de lijken naar het kerkhof gedragen om begraven te worden na de dienst. Het oorspronkelijke bouwmateriaal is kalkzandsteen, gewoon uit de streek afkomstig.
De IJse
> De IJse, het riviertje dat zijn naam leende aan de dorpen Overijse en Neerijse, ontspringt in het Zoniënwoud tussen Hoeilaart en Sint-Genesius-Rode. De IJse vloeit er door bronbos en langs een aantal vijvers om dan als een riviertje verder te vloeien in een relatief diep ingesneden vallei door meer vijvers en door de dorpen Hoeilaart, Overijse, Huldenberg, Loonbeek en Neerijse. Ze mondt tenslotte in het natuurgebied Doode Bemde de Dijle in, een plek waar we trouwens zullen langs komen tijdens de volgende etappe.
> Zoals je zelf kan merken tijdens de wandeling langs de IJse, heeft de mens over de eeuwen heen stevig ingegrepen op de rivier. Niet enkel met de aanleg van vijvers, vaak ontstaan door moerasdrooglegging maar op nogal wat plaatsen is de rivier recht getrokken, bijvoorbeeld voor de bouw van watermolens. Op andere plaatsen mag ze nog steeds lustig slingeren in vele bochten.
> Ook andere delen van de IJse zijn het ontdekken waard, zoals de mooie Koningsvijvers en de Ganzepootvijver in het Zoniënwoud. Het water van de IJse ziet er vrij proper uit, toch heeft het een biologische kwaliteit die eerder als slecht tot matig kan worden omschreven. De vervuiling begint al bij het verlaten van het Zoniënwoud met afvalwater en water dat van het vuile ringdek afstroomt. Verderop krijgt de IJse meer slecht te water te verwerken, ondermeer van overstorten en via afspoeling uit landbouwgronden. Er wordt gewerkt aan een verbetering van de waterkwaliteit, met respect voor het natuurlijk karakter van de rivier. De inspanningen van de voorbije decennia en in de toekomst vragen echter veel geduld om resultaten te zien.
Sint-Pauluskerk Vossem
> Vossem heeft een interessant kerkgebouw, gebouwd rond het jaar 1200. Zoals je zelf kan zien werden nogal wat aanpassingen aangebracht de volgende eeuwen. Dat gebeurde niet steeds even overdacht. Van voren bekeken is het gebouw asymmetrisch en weinig harmonieus.
Kapel van Puttebos
> Deze kapel, die op de grens ligt tussen de dorpen Vossem en Leefdaal, is opgetrokken in eenvoudige maar sierlijke landelijke barokstijl. Zoals je zelf kan lezen in de nok werd ze gebouwd in 1727. Mogelijk vond hier al een Mariaverering plaats in de middeleeuwen. Zeker is dat er een eerste stenen kapel werd gebouwd in 1636, wellicht niet toevallig een jaar nadat zowel in Vossem als in Leefdaal een dodelijke pestepidemie had gewoed. De kapel is dan ook gewijd aan OLV van Gezondheid. De naam 'Puttebos' is een verbastering, wellicht verwijzend naar de eigenaar van het nabijgelegen bos, de orde van Pitzemburg. Heeft dus niks met putten te maken...
'De Lin'
> De omgeving van deze mooie boom met veldkapel is beschermd als landschap. In nogal wat boeken en websites staat aangegeven dat dit de 'Schoonenboom ' is (waarnaar ook de straatnaam verwijst) en dat dit een winterlinde is. Tweemaal fout volgens de Vlaamse organisatie voor Onroerend Erfgoed.
> De bewuste Schoonenboom moet gestaan hebben waar zich nu de watertorens bevinden. Bewijs daarvoor is ook de Ferrariskaart (1778) waar inderdaad een boom op dat hoog gelegen wegenkruispunt staat. Fout ook omdat het niet om een winterlinde (of kleinbladige linde) gaat maar over een zomerlinde. Het verschil tussen beide boomsoorten is voor de leek vooral te merken aan de grootte van de bladeren, ze zijn bij een zomerlinde een stuk groter. De zomerlinde van Duisburg is volgens Onroerend Erfgoed aangeplant begint 18de eeuw, wat zijn leeftijd op zo'n 250 à 300 jaren oud brengt.
> Zelf zijn we geneigd de boom iets jonger te schatten, op de Ferrariskaart van 1778 is hij immers niet te zien. Daarom zou ik hem eerder op een respectabele 200 jaren of iets meer schatten. Daarmee is het de oudste linde van de streek en haast zeker ook de dikste. Het is een gezond prachtexemplaar met mooi gespreide takken en kruin. Wie ietsje dichter kijkt, kan echter zien dat een holte in de stam is opgevuld met beton. Mogelijk werd hij geplant om het oude wegenkruispunt te markeren, misschien te samen met het kapelletje. De huidige Sint-Barbarakapel is wel niet de eerste, het gebouwtje dat er nu staat is van 1867.
Molenhof
> Zoals bijna elk kasteeldomein had ook het Huldenbergse kasteel zijn eigen pachthoeve. Het Molenhof werd rond 1615 gebouwd in leem en met een watermolen op de IJse, voor het malen van graan. Vandaag is het een privé-woning, rad en binnenwerk zijn verdwenen ten voordele van woninginrichting. Sinds 1979 hebben de gebouwen en onmiddellijke omgeving een beschermde status.
De Voer
> Er zijn meer kleine riviertjes die 'Voer' als naam dragen. Het woord is afgeleid van het Germaans Fura of Furo, wat 'afvoer' of 'voerende' betekent, verwijzend naar die functie van de beek of rivier. Het dorp Tervuren, waar we nu naar toe wandelen, heeft zijn naam trouwens ook te danken aan de Voer. 'Tervuren' heeft niets met vuur te maken, wel met water: 'Ter Fura'.
> In Tervuren, in het Kapucijnenbos, ligt trouwens het brongebied van de Voer. We zullen er verderop langs komen. De Voer is ongeveer 15 km lang en mondt bij Leuven uit in de Dijle.
> Zoals veel kerken in de middeleeuwen was ook die van Vossem binnenin bekleed met muurschilderingen in een romaanse en gotische stijl. Rond 1700 liet de pastoor alles overpleisteren en werd de kerk vrij radicaal herbouwd. Tijdens een grondige restauratie rond 1970 werden sommige fresco's weer bloot gelegd. Een paar resten van die minstens 500 jaar oude fresco's werden in 1992 gefixeerd met veel zorg en respect voor het origineel. Ze zijn te bekijken vandaag.
Park van Tervuren
> Eeuwenlang al is dit ommuurde landschap een domein van vijvers, bossen en tuinen, al stond oorspronkelijk de recreatieve functie niet centraal. De oorsprong ligt in een met water omringde burcht, die de Hertog van Brabant, Hendrik I, in de 12de eeuw liet bouwen bij de samenvloeiing van Voer en Maalbeek.
> Vooral begin 17de eeuw, onder de landvoogdij van Albrecht en zijn nicht/echtgenote Isabella, werd het domein omgevormd tot een park met tuinen, waar ze overigens zelf graag verbleven. Een deel van de oorspronkelijke omheining van 7 km muren dateert nog uit die periode.
> Ook de Sint-Hubertuskapel (op het einde van het park, 150 meter links van GR Dijleland) werd onder hun sterk katholieke bewind gebouwd. Deze bedevaartskapel werd opgetrokken in 1617 door Wenzel Cobergher op de plek waar Sint-Hubertus in 727 zou gestorven zijn (volgens een variant van de legende over het leven van Sint-Hubertus).
> Vlakbij bevinden zich de restanten van het kasteel van de hertogen van Brabant. Keizer Jozef II liet het in 1782 grotendeels afbreken. Alleen de 18de eeuwse koninklijke stallen bleven bewaard. Ze dienden nog tot 30 juni 2014 meer dan 100 jaar als kazerne. De gemeente Tervuren wil van de hoefijzervormige gebouwenstructuur in de toekomst wooneenheden maken.
> Tervuren moet altijd aantrekkelijk zijn geweest voor de bezettende macht over de eeuwen heen, voornamelijk in een functie als jachtgebied. Het huidige parkdeel van vijvers werd de laatste maal grondig gewijzigd eind 19de eeuw, onder het bewind van Leopold II. Hij liet de bekendste Europese landschapsarchitecten uit die tijd overkomen naar Tervuren: de Fransman Jules Vacherot en de Duitser Edouard Keilig. Wat je vandaag ziet is vooral uit hun plannen voort gesproten. Ondermeer de grote Vossemvijver ontstond toen door een samenvoeging van een aantal kleinere vijvers. De Warandevijvers worden gevoed door het riviertje de Voer, dat we al sinds Bertem stroomopwaarts volgen langs GR Dijleland. Hier is het eerder een gekanaliseerd beekje.
> Onderweg door het park zie je ook een mooi oud gebouw met trappengevel: de Gordaalmolen, beter bekend tegenwoordig als 'het Spaans Huis'. Dit gebouw, dat onder beheer is van Natuur & Bos / Inverde, heeft als watermolen voor graan een geschiedenis die wellicht terug gaat tot de tijd waarin de Hertog van Brabant hier een waterslot liet bouwen (12de eeuw).
> De banmolen op de Voer behoorde dus tot de burcht en werd voor het eerst vermeld als de molen van Gordale in documenten uit 1293. Gordale moet een boerenhof zijn geweest. De benaming 'Spaans huis' slaat wellicht op gebruikte baksteen bij de heropbouw rond 1534: ter plaatse gebakken bouwsteen die met zijn lange vorm later bekend stond als 'Spaanse steen'. Toch zou de naam 'Spaans huis' mogelijk pas vanaf 1900 ingang hebben gevonden. Het huidige uitzicht van de oude molengebouwen kwam er grotendeels onder het bewind van Albrecht en Isabella (begin 17de eeuw).
> Al vroeg moet de Gordaalmolen zijn maalfunctie hebben verloren, mogelijk al eind 18de eeuw. De gebouwen dienden van dan af als woonhuis en later als conciërgewoning voor het Warandepark. Na 1980 is de Gordaalmolen onbewoond en een fase van snel verval zet in, gerokken door communautair getwist over eigendomsoverdracht, bevoegdheid, financiering en twijfels over de bestemming. Het verval is op den duur in de eerste jaren van het nieuwe millennium zo ver gevorderd, dat op initiatief van de heemkundige kring van Tervuren een aktiecomité wordt opgezet, 'SOS Spaans Huis'. De druk door het comitéop ministers en overheden leidde uiteindelijk toch tot een grondige restauratie, die werd ingezet in 2009.
> Probleem was nu nog om er een goede nabestemming voor te vinden. Natuur & Bos kantte zich tegen commerciële uitbating maar vond uiteindelijk een compromisoplossing door de uitbating van een parkcafé toe te wijzen aan de de VZW 3Wplus (kansenproject voor langdurig werklozen) in combinatie met tentoonstellingsruimte en infocentrum. In 2013 en 2014 werd het Spaans Huis hiervoor nogmaals aangepast.
> Je kan op deze mooie locatie sinds 2014 terecht voor een drankje of hapje op basis van Vlaams-Brabantse streekprodukten. Open woensdag tot zaterdag van 11 tot 17u30.
> Vanuit het Warandepark zie je ook de gebouwen in Lodewijk XVI-stijl van het museum Midden-Afrika, opgetrokken rond 1902 op vraag van Leopold II. Het is omgeven door een zeer grote Franse tuin in terrasvorm. In dit rijke gebouw wou Leopold II niet enkel zijn trofeeënkast uit de kolonies onderbrengen maar ook objecten uit andere wereldcontinenten.
> De bouw van een permanente behuizing voor de collectie vloeide voort uit de wereldtentoonstelling van 1897, waarbij Leopold II in en rond het Warandepark de koloniale verworvenheden van zijn Vrijstaat Congo etaleerde, inclusief een Congodorp bevolkt met Congolezen die als attraktie dienden alsof het om een zoo ging. Het museum dat enkele jaren later werd opgetrokken, groeide uit tot een van de meest bezochte in België. De Afrikaanse collectie is bijzonder waardevol en enorm uitgebreid, slechts een fractie daarvan kan worden uitgestald. Tot 2016 is het museum gesloten met het oog op een grondige interne modernizering.
> In de buurt lligt ook het Koloniënpaleis. Oorspronkelijk stond hier een ander paleis dat in 1879 afbrandde en waarin ondermeer de zot geworden Charlotte verbleef, zus van Leopold II en ex-keizerin van Mexico.
> Heb je de tijd dan kan je even afwijken van de GR en de zuidelijke kant van het 205 ha grote Warandepark ontdekken. Ga er op zoek naar 'de Zevenster' waar 12 dreven en wegen te samen komen! de zogenaamde 'dolmen' op het middelpunt zijn helemaal geen megalieten maar stenen die uit een Duisburgs veld kwamen en waarvoor Leopold II 150 frank betaalde...
> Het park van Tervuren of De Warande, wordt beheerd door Natuur & Bos. Op mooie dagen kan het er vrij druk zijn met wandelaars, joggers en picknickers. Je hoort hier misschien nogal wat Frans en andere talen praten, dit park is dan ook een populair uitje voor veel bezoekers uit het Brussels Gewest en buitenlandse expats, maar we zijn hier dus nog steeds volop in Vlaanderen. De mooiste tijd om hier te wandelen is ongetwijfeld eind oktober, begin november, als de vele beuken goudgeel kleuren.
Tervuren Sint-Janskerk
> De Sint-Janskerk van Tervuren is een mooi voorbeeld van Brabantse gotiek. Ze werd in verschillende fasen gebouwd en herbouwd tussen de 13de en 15de eeuw. Er liggen ook enkele Brabantse hertogen begraven. Opvallend aan het gebouw is dat er geen echte kerktoren is te zien maar een wat pietluttig dakruitertje, ondanks de rijke historische uitstraling van een plaats als Tervuren. Die kerktoren is er wel eeuwenlang geweest maar rond 1777 werd de toen barokke toren gesloopt omwille van instortingsgevaar. Bij de restauratiewerken die de daaropvolgende jaren gebeurden, was wel een nieuwe toren voorzien maar die kwam er om onbekende reden niet. In 1810 werd dan maar een dakruiter geplaatst ter vervanging. De kerk is meestal toegankelijk voor bezoek.
Loonbeek, kasteeldomein Van Der Vorst
> Misschien herken je in de gebouwen nog amper een kasteel, laat staan de grandeur van de versterkte woning uit de middeleeuwen. Het gevolg van lange aftakeling en late restauratie. Het kasteel draagt de naam van de machtige Antwerpse familie Van der Vorst, die in de 16de en 17de eeuw heel wat politieke macht uitoefende in het oude Hertogdom Brabant.
> Tijdens het geweld van de godsdienstoorlogen ging in 1578 de oude burcht in vlammen op. Ze maakte plaats voor een eigentijds kasteel met een open en burgerlijk uitzicht maar ook nog steeds met defensief karakter. De familie Van der Vorst week uit naar Duitsland bij de troebelen rond de Franse Revolutie, dat luidde het begin in van lang verval.
> Verschillende opeenvolgende eigenaars veranderden een en ander aan het kasteel, zo werden de oude kasteeltorens afgebroken en wat nog niet verland was van de kasteelgrachten, werd rond 1870 grotendeels gedempt. De laaggelegen omgeving rond het kasteel veranderde sindsdien in moerassig gebied, landschappelijk gezien eigenlijk niet oninteressant. Van de klassieke tuinen bleef hierdoor echter haast niks over, enkel wat oude bomen.
> Vanaf WO I ging het helemaal bergaf. Het leegstaande kasteel werd geplunderd van zijn meubilair. De Brusselse industrieel die het in 1923 opkocht, verhuurde het als pachthof en liet voor zichzelf een villa optrekken in het nabij gelegen Margijsbos.
> Na WO II deed het nog dienst als opslagplaats...en als varkensfokkerij...tot de varkenspest uitbrak! Sinds eind jaren '60 werd het kasteel weer gerestaureerd en wordt het tot vandaag gebruikt als rustiek landhuis. Wat nog rest ziet er allemaal weer goed onderhouden uit. Je wandelt langs een oude 17de eeuwse toegangspoort van het kasteel, opgetrokken in vroeg classicistische stijl. Het embleem boven de poort is dat van de familie Van der Vorst, wel een kopie.
> Aan de overkant van het domein zie je een watermolen met bijhorende gebouwen. Net zoals andere kastelen die we langs GR Dijleland passeren (zoals te Huldenberg en Leefdaal), behoorde het blijkbaar tot het prestige van de plaatselijke kasteelheer om een molen te bezitten. Bovendien maakte hij ook de dorpsbevolking hierdoor sterker afhankelijk van hem, granen geteeld op zijn gronden moesten immers verplicht door zijn watermolen passeren. Een banmolen wordt zo'n 'gebonden' molen genoemd.
> Al minstens sinds de 15de eeuw is daar een watermolen op de IJse, de huidige gebouwen zijn 17de-18de eeuws met nog latere aanpassingen. Nog vele jaren na WO II bleef de molen in werking, vanaf 1952 werd een turbine gebruikt in plaats van een waterrad om energie op te wekken. Pas in 1970 viel hij definitief stil.
Margijsbos
> Hoewel dit bos voor een deel is verkaveld en dus ook gedeeltelijk is geprivatiseerd, vormt het Margijsbos een waardevol biotoop in de IJsevallei. Het is een van de grotere bossen van de streek en eigenlijk een restant van het oude kolenwoud dat zich lang geleden ook uitstrekte over grote delen van het Dijlebekken. Tijdens de eeuwen dat het bos eigendom was van de kasteelheren van Loonbeek, werd geen geomotrische padenstructuur ontwikkeld in het bos, zoals vaak werd gedaan in domeinbossen, met name in de 18de eeuw. De huidige padenstructuur is dus geboetseerd op die van de middeleeuwse, eerder chaotische van aard en met paden die 'meeplooien' met het sterk geaccidenteerde reliëf in dit hellingbos. Over de naam 'Margijsbos' verhaalt de volksmond dat een van de middeleeuwse kasteelheren zich 'mijnheer Geijs' liet noemen, wat later dan verbasterde tot het bos van 'Margijs'. Etymologisch bestaan er wellicht nog andere verklaringen.
Koninklijke Schenking
> Leopold II had eind 19de eeuw een enorme persoonlijke rijkdom verzameld aan eigendommen, kastelen, bossen en parken. Het geld daarvoor kwam zonder twijfel rijkelijk binnen gestroomd via Congo, dat oorspronkelijk ook zijn eigendom was. Rond 1900 liet hij de meeste van zijn gronden en eigendommen overmaken aan de Belgische Staat. De reden hiervoor was wellicht om te vermijden dat zijn eigendommen in buitenlands bezit kwamen, gezien zijn dochters met buitenlanders waren uitgehuwelijkt. Als tegenprestatie moest de Belgische Staat het onderhoud op zich nemen van zijn voormalige eigendommen en een aantal paleizen en kastelen ter beschikking houden van zijn opvolgers.
> Voor het beheer van die goederen werd de Koninklijke Schenking opgericht, een wat schimmige autonome organisatie van de Staat, die tot op vandaag nog bestaat. Die eigendommen zijn te vinden van Oostende tot de Ardennen maar vooral in en rond het Brusselse. Hier te Tervuren vallen ondermeer de gebouwen van de British School, het Kapucijnenbos en het arboretum in het Zoniënwoud onder de Koninklijke Schenking.
Kasteel de Robiano
> Alweer een kasteel met een oude geschiedenis, mogelijk in de 16de eeuw uitgegroeid van een hofstede naar een kasteel. De voorlaatste adellijke eigenaars, de familie de Robiano liet het eind 19de, begin 20ste eeuws nog sterk verbouwen. Daarna functioneerde het nog een tijd als vakantiekolonie voor kinderen. Tegenwoordig heeft een Amerikaans softwarebedrijf er haar intrek genomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GR Dijleland (119 km)