Startpagina > Wandelen > GR 129 Dwars door België
Haut-le-Wastia
Crèvecoeur
Crèvecoeur
18de eeuwse wegafbakening
Bouvignes, middeleeuwse stadspoort
Crèvecoeur, 16de eeuwse gravure Chastillon
Dinant
> In 1827 koopt Cézarinne Colette Flavie du Rot de ruïnes, het begin van de eerste reddingsfase eigenlijk. Deze jonge Gentse laat binnen de muren van het kasteel een paviljoen bouwen dat ze meerdere zomers betrekt. Ze leidt graag gasten door de ruïnes die menig romantische ziel, kunstenaar of schrijver bekoren. Niet moeilijk om dat voor te stellen als je ook nu nog ziet hoe de restanten van het trotse Montaigle haast harmonieus versmelten met de rotsen. Er ontstaat zelfs een elitair toerisme in de 19de eeuw. Een beroemd bezoeker was schrijver Victor Hugo, die in 1863 de ruïnes bezocht.
La Grange
Montaigle, 19de eeuwse ets
> Hoewel hier al sinds de jaren '60 geen treinen meer reden, werden de sporen om strategische redenen pas in de jaren '00 gedeclasseerd en volledig ontmanteld. Sinds enkele jaren loopt er naast de langer bestaande railbikeverbinding ook een RAVeL-fietsroute door de Molignéevallei.
> Ter hoogte van het station van Maredsous duikt dat traject trouwens een oude spoortunnel in die onder 'de abdijberg' ligt, de tunnel is 283 meter lang. Het spoortraject door de vallei van de Molignée is bijzonder mooi, onderweg wordt via bruggen talloze malen de rivier gekruist.
> Misschien heb je inmiddels ook al de bordjes van de TransMolignée opgemerkt , een prestigieuze naam maar het betreft hier geen langeafstandswandelroute. Het traject van de Transmolignée loopt tussen de abdij van Maredsous en de tuinen van Annevoie in de Maasvallei, in totaal ongeveer 11,2 km. De route werd opengesteld in 2011.
> Te 'Chapeau de Curé' gaan we rechts weer loofbos in. Op een V-splitsing nemen we de tak rechtsvoor, die licht daalt. De daaropvolgende stijging over dit mooie pad brengt ons bij een kapel. Daar nemen we niet de asfaltweg maar kiezen we rechts voor een dalende steenslagweg. Voor een groene zone met chalet draaien we links om over 200 meter een dalende asfaltweg te volgen. In een bocht naar rechts verlaten we hem door op de linkerzijde een steenslagpad te kiezen. Hier in de buurt kun je ook nog even van de route afwijken voor een uitzicht over het dorpje Sosoye.
> Het nogal rotsig pad wint snel hoogte en bereikt een hooiweide waarvan we de rand volgen langs bos. Best prettig wandelen hier: geen prikkeldraad of jachtborden te zien. We lopen weer bos in, een eenvoudig Sint-Hubertuskapelletje ligt vlak langs ons pad maar is verstopt tussen dikke hagen. Rechtuit verder om daarna een kleine kilometer door open velden te wandelen hoog boven de Molignéevallei.
> We vervoegen een asfaltweggetje dat van links komt en trekken zo wat later naar het dorpje Foy. Daar nemen we telkens de asfaltweg naar links en ter hoogte van een 'gîte de charme', Ferme de Foy, kiezen we rechts voor een kleinere asfaltweg die nog even verder daalt. Voor een oprit rechts over een snel dalend pad tot in de vallei. Daar steken we in het gehucht Marteau de verkeersweg én de Molignée over om een wegje te volgen dat door een zijvallei van de Molignée loopt. Hier stroomt de Flavion.
> We draaien naar de schitterende ruïnes van de burcht van Montaigle ('Arendsberg') toe, strategisch gebouwd op een rotsig uitsteeksel waar de Flavion in de Molignée vloeit.
> Het leidt weinig twijfel dat hier al een versterking was in Keltische tijden. Rivieren waren toen het belangrijkste transportmiddel en op de samenvloeiing van deze twee wateren was bovendien nog een partij rotsen gelegen, een uitstekende setting om een bolwerk uit te bouwen. Rond 270 n/C wordt de rots door een klein Romeins militair garnizoen verdedigd. Bij het begin van de 4de eeuw wordt de top door een 2 meter brede muur omgeven. Dankzij opgravingen kon de locatie van verschillende houten en lemen hutten worden bepaald waar militairen en hun families waren gelegerd. Met tussenpozen duurde de bezetting van de rots tot midden 5de eeuw. Zowat 4 eeuwen lang bleef nadien de plek onbewoond. Rond 900 maakt de familie van de Graaf van Namen Montaigle tot een castra of verblijfplaats. Daarvan blijven vandaag maar enkele sporen over.
> Bij het begin van de 12de eeuw koopt Gilles de Berlaymont de heerlijkheid en richt er een vierkante toren op, een dikke donjon zoals voor die tijd gebruikelijk was. In 1298 koopt Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen en van Namen, de rots van Montaigle voor zijn jongste zoon Guy die er begin 14de eeuw een eerste echte burcht opricht. Het geheel moet er machtig uitgezien hebben met op de top een versterkt woondeel, een hof met bijgebouwen en een neerhof met schuren en stallingen aan de voet van de burcht. Er was ondermeer ook een waterput van 33 meter diepte binnen de versterking. Ondanks de onregelmatige vorm van de rotsen was de burcht symmetrisch van opbouw met evenwijdige torens.
> Later wordt het hof van het kasteel uitgebreid met een terras, omringd door een nieuw 'gordijn' met 3 hoge torens. De opbouw uit de 15de eeuw verandert grondig het uitzicht van het kasteel, minder versterkt uitzicht, meer klemtoon op de woonfunctie. Montaigle zal daarna eigenlijk geen grondige wijziging meer ondergaan.
> In 1554 steken Franse soldaten de burcht in brand. Montaigle zou nooit meer uit de as verrijzen. Het wordt voor de dorpelingen een steengroeve voor hun eigen woningen en veel later voor dichters en schilders een inspiratiebron, vooral vanaf de periode van de romantiek. De mystieke uitstraling is voer voor legendes.
> Het hoogste punt bereiken we bij een oorlogsmonument voor de Fransen. Dit monument herinnert aan de gesneuvelden en de moedige strijd die hier op 13 en 14 mei 1940 werd geleverd door Franse soldaten. De Duitsers waren er in hun blitzkrieg net in geslaagd om de Maas over te steken en de eerste dorpen te bezetten, waaronder Haut-le-Wastia. Het Franse leger kon het dorp mits heroïsche strijd terug heroveren. Inmiddels rukten de Duitsers echter op andere plaatsen verder zuidelijk op waardoor de vooruitgeschoven Franse soldaten onder leiding van kapitein Fockedey te Haut-le-Wastia ingesloten raakten. Te laat kregen ze van hun oversten het bevel om zich terug te trekken tot achter de Molignée, waardoor ze sneuvelden. Het monument staat op de plaats waar Fockedey en zijn mannen hun commandopost hadden.
> Bij het monument rechtdoor langs een taverne, en we krijgen nu het hooggelegen dorp Haut-le-Wastia in zicht.
> Interessant om Montaigle te bezoeken maar het heeft wat kostbare wandeltijd opgesoupeerd. Ik moet nu wel stevig doorstappen om voor donker nog Dinant te halen. We blijven nog kort in de vallei van de Favion. Een draaihekje geeft ons toegang tot een smal maar schitterend wandelpad dat stijgt door een ingesneden, droge vallei. Aan onze linkerzijde zien we nog ruïnes uit lang vervlogen tijden. De stijging wordt wat steiler verderop en via een voetgangerssluis bereiken we een breder pad dat we naar links nemen. Als geasfalteerde veldweg stijgt het nog verder door in open veld naar een GSM-mast. Het hoogteverschil met de Molignée-vallei bedraagt ongeveer 70 meter.
> In Haut-le-Wastia eerste straat rechts (Sur les Moussiats). Hou de padmarkeringen van GR 129 goed in het oog, er volgen enkele V-splitsingen waarbij we eerst rechts, dan links afslaan om daarna over een graspad te lopen met aan onze linkerzijde een mooi zicht over het dorp. We wandelen dus niet door het centrum van Haut-le-Wastia, waar je ondermeer een museum vindt met meer uitleg over de vreselijke gebeurtenissen in mei 1940. GR 129 kiest voor bos nu, we wandelen op de flank van een helling en kiezen op een V-splitsing het hol pad links.
> Als we een heel eind verder weer de bosrand bereiken, vervolgen we niet links naar een boerderij maar rechts, om zo onmiddellijk opnieuw het bos in te duiken. We stijgen wat met aan onze linkerzijde een vallei. Voorbij een korte uitvlakking en een brede bocht stijgen we nog wat verder tot op een bredere weg. Op deze steenslagweg gaan we links om dadelijk het afgelegen boerengehucht La Grange binnen te lopen.
> Er is hier vandaag jacht voorzien maar volgens de boerin is die nu afgelopen op het einde van de dag. De toegangsverbodsborden zijn al weggenomen. Het is hier heerlijk wandelen met een ver zicht over het omliggend groen. Even langs de bosrand en dan links het bos in. Voor een bordje 'privé' gaan we rechtsaf over een smaller pad. Het is hier wat opletten om de padmarkering niet te missen. Toch hoor ik jagers. De jachtinfo klopt dus blijkbaar niet helemaal aan het kabaal te horen. Als wandelaars worden we gevraagd de stilte in het bos te respecteren maar voor jagers geldt blijkbaar net het tegenovergestelde. Over een niet al te duidelijk pad is het kort stevig afdalen geblazen en een via een simpel brugje steek ik een droge beek over om dan dadelijk links te gaan.
> Het lawaai van de bende natuurverstoorders is nu wel heel dichtbij. Even later weer rechts omhoog door een grassige dreef die uiteindelijk arriveert bij een bareel. Aan deze zijde van het bos hangt wel een verbodsbord dat jacht aankondigt, zoals vaak is de wetgeving voor jachtaankondiging dus niet gerespecteerd door de jagers. De borden moeten immers aan alle toegangen hangen. Toch blij dat ik er zo door ben geraakt zonder confrontatie of omleiding. Rechtdoor langs de bosrand en verder op een V-splitsing rechtsvoor.
> We wandelen vervolgens bijna twee kilometer over een betonwegje. Links van ons ligt verborgen achter bos de brede Maasvallei. We verlaten het betonwegje pas ter hoogte van een bezoekersparking aan onze linkerzijde. Die parking steken we over en gaan rechtdoor een paadje op. Na 50 meter rechts maar eerst brengen we nog een niet te missen bezoek aan de burchtruïnes van Crèvecoeur.
> Inspanningen leiden tot het aanwenden van een doordachte bewaringstechniek door Les Amis de Montaigle. Zo werd alle overwoekering van struikgewas en klimplanten verwijderd. Veel gevelstenen werden bewerkt en herplaatst en muren werden opgevuld om verder te vermijden dat klimplanten ze opnieuw zouden aanvreten. Met perslucht werd ook aanslag van de muren verwijderd en er werd op sommige plaatsen microbeton in de voegen aangebracht.
> Montaigle staat inmiddels ook op de lijst van uitzonderlijk Waals patrimonium, wat een waarborg biedt voor verdere stabilisering, archeologisch en historisch onderzoek alsook voor de publieke openstelling. De hele site is inderdaad prachtig gerestaureerd, werk dat vele jaren in beslag heeft genomen. Er wordt niet getracht om het kasteel weer op te bouwen maar om alles zo goed mogelijk te stabiliseren en in stand te houden voor toekomstige generaties.
> Het is aangenaam flaneren tussen de fotogenieke ruïnes en er is ook een klein museum aan verbonden waar je ondermeer de vele gevonden voorwerpen kunt bekijken, evenals een video van de geschiedenis en restauratie van Montaigle.
> Begin 14de eeuw kreeg Crèvecoeur dan nog een hoge toren, waarop Dinant reageerde met het optrekken langs de andere Maasoever - tegenover de burcht van Crèvecoeur - van een eigen versterkte toren van waaruit Bouvignes en Crèvecoeur konden worden bestookt. Die toren van Montorgueil is inmiddels al lang weer verdwenen. Bouvignes kon dus weerstaan aan de eeuwenlange ruzies en oorlogen met Dinant.
> Half 16de eeuw kregen ze echter een gemeenschappelijke vijand. De Franse koning Hendrik stuurde in 1554 zijn plunderende en moordende soldaten uit naar Dinant en liet daarbij ook alle andere burchten van de streek verwoesten. Crèvecoeur onderging dus hetzelfde lot als Montaigle, waar we eerder vandaag langs wandelden. Ook Crèvecoeur zou nooit meer worden heropgebouwd.
> Aan die verwoesting van zowel de stad als de burcht, dankt Crèvecoeur volgens de legende ook zijn naam. Drie moedige ridders verdedigden Crèvecoeur met hand en tand tegen de Fransen. Ze sneuvelden en hun vrouwen, die zich hoog in de toren hadden verschanst, aarzelden niet om een 'hartverscheurende' ('crèvecoeur') beslissing te nemen. Eerder dan hun lot in handen te leggen van de losgeslagen soldaten sprongen ze alle drie te samen uit de toren de Maas in. De legende past ook perfect bij het beeld van de moedige inwoners van Bouvignes, die zich altijd hadden kunnen verweren tegen hun vijanden.
> Ter hoogte van dat zwembad gaan we rechts een paadje op dat nu snel daalt naar het centrum van Dinant. Daar gaan we scherp rechts om verder te dalen en de spoorlijn over te steken. Daarmee zijn we bij het einde gekomen van het lange tweede deel van GR 129 - Dwars door België. Om het station van Dinant te bereiken ga je links. Over de Maasbrug wachten ons nog meer dan 250 GR 129-kilometers...
> Tussen de abdij van Maredsous en de Molignéevallei loop je niet meteen over een spannend wandelpad, GR 129 volgt gewoon de dalende verkeersweg tot in de buurt van het voormalige treinstation van Maredsous. Dat oude station is nu een toeristisch café-restaurant.
> Je kunt hier ook kiezen voor de railbike in plaats van het voetenwerk. Per 'draisine' kun je zo naar Warnant of Falaën sporen (14 km H/T). Dat railbiketraject loopt over de voormalige bedding van spoorlijn 150, een lijn tussen de Sambervallei en de Franse Maas die volledig werd opgeheven of waarvan resterende delen werden geïntegreerd in andere spoorlijnen.
> Komende van de abdij gaan we over GR 129 in de vallei niet rechts naar het station maar links langs de nogal drukke valleiweg over zowat 150 meter. Net voor het volgende kruispunt kiezen we rechts voor een vrij lang maar gelijkmatig stijgend pad dat geleidelijk meer in noordoostelijke richting gaat draaien.
> Boven op het plateau komen we in open veld op een veldwegenkruispunt dat de naam 'Chapeau de Curé' draagt. We kwamen twee etappes eerder, in de buurt van Nalinnes, nog zo'n plek met dezelfde naam tegen. Geen idee vanwaar dit vreemde toponiem 'pastoorshoed' afkomstig is.
Bouvignes en de Maasvallei
Montaigle
Montaigle
Bospad boven de Molignée-vallei
> De lokale bevolking werd echter niet gebeten door toeristische of romantische microbes. Hun gewoonte om de ruïnes als steengroeve te gebruiken bracht de teleurgestelde eigenares er toe Montaigle van de hand te doen. Dankzij de tussenkomst van Graaf de Beaufort, die het kasteel in 1854 opkocht en eerste verstevigingswerken liet uitvoeren, werd het historische gebouw gered. Bij zijn dood werd het in 1865 door de familie del Marmol opgekocht. Zij zorgden ervoor dat de omgeving geklasseerd werd als beschermd monument.
> Het behoud en de bescherming zal vanaf de jaren '60 van de 20ste eeuw worden overgenomen door de vereniging 'Association des amis de Montaigle', die dankzij vrijwillige bijdragen Montaigle als monument willen vrijwaren en beter tot zijn recht laten komen. Dankzij financiële steun van de Franse gemeenschap (later het Waalse gewest), private mecenassen en belangenloze verenigingen konden beschermingswerken worden gerealiseerd.
> Vandaag een etappe langs historische burchten en versterkingen waarvoor in een ver verleden gevochten, gemoord en verwoest werd: Montaigle, Crèvecoeur en Dinant. Vandaag romantische plekken van rust en vrede. Versterkt met bostrajecten en groene valleien vormen ze een prima cocktail voor een afwisselende wandeletappe over GR 129 - Dwars door België. Met 20 km wandelafstand kozen we voor een niet zo'n superlange etappe, het laat wat tijd om de fotogenieke ruïnes van Montaigle en Crèvecoeur te bezoeken of de oude stadjes Bouvignes of Dinant. De laatste etappe ook van GR129 Noord. Vanaf Dinant en de Maasvallei zal immers de lange tocht van GR 129 Zuid door de Ardennen een aanvang nemen.
> Vanuit Namur of Dinant is Maredsous te bereiken per TEC-bus 35 naar de halte Maredsous Abbaye of Maredsous-Gare. Dinant is vlot ontsloten per trein via de spoorlijn door de Maasvallei.
> Tussen de stad Dinant en Bouvignes met zijn versterkte burcht Crèvecoeur, heeft het eeuwenlang niet geboterd. Meer zelfs: de legers van beide Maasnederzettingen raakten vaak slaags in onderlinge oorlogen. Dinant heeft Bouvignes meermaals aangevallen van de 12de tot de 16de eeuw, soms wekenlang, maar meestal konden de Bouvignois dat geweld met succes afslaan.
> Hun sterke verdedigingsgordels dienden dus niet enkel om het scheepvaartverkeer op de Maas te domineren maar vooral ook om onderling strijd te weerstaan. Dinant behoorde dan ook eeuwenlang tot het prinsbisdom Luik, terwijl Bouvignes onder de macht viel van het graafschap Namen. De conflicten draaiden ook om de gronden die aan de overzijde van de Maas lagen. Bouvignes kreeg al een burcht in de 12de eeuw en ook het stadje zelf werd in de 12de eeuw broodnodig versterkt, eerst met muren, in de 13de eeuw ook met 16 torens.
> We wandelen enkele tientallen meters terug en zetten over een cornichepad in vele zigzags de daling in naar de Maasvallei. Door de bomen heen zie je het oude stadje Bouvignes korter bij komen. Beneden loopt GR 129 niet echt door Bouvignes, dat al in het jaar 1213 de titel van stad kreeg.
> Het loont echter zeer de moeite voor een korte kennismaking met dit historisch stadje waar je haast geen toeristen aantreft, in tegenstelling tot Dinant. Let zeker ook op de resten van de oude omwalling van zware natuurstenen torens en muren. De kerk werd gebouwd op een oude rotsige versterking. In de buurt zie je ook nog een oude toegangspoort. Let ook even op het merkwaardige kopje in de muur bij de Porte de la Val op een hoogte van ongeveer drie meter. Binnen de oude muren ontdek je ook nog een aantal middeleeuwse steegjes tussen de dicht op elkaar gebouwde huizen.
> Nog voor de Porte de la Val leiden de GR-tekens ons rechts om dan dadelijk links een stijgend onverhard pad op te lopen. Het stijgt gelijkmatig door en loopt boven op het plateau langs een weide om verder rechtuit een nog licht stijgende asfaltweg te vervoegen. Voor het plaatsnaambord 'Dinant' ga je bij een electriciteitscabine links alweer een dalend paadje op.
> Ter hoogte van een monumentale linde en de lindendreef van het kasteel van Meez gaan we rechtdoor. Verderop dalen we over de inmiddels weer geasfalteerde weg een verkaveling in. We kruisen er enkele wijkstraten. Op de Rue de Sologne gaan we links nog wat sterker dalen. De straat is afgezoomd met oude markeringspalen uit de 18de eeuw, dit is nog vroeger zelfs een oude Romeinse weg naar Dinant geweest.
> Ter hoogte van de met zomerlinden omgeven kapel voor Notre Dame de Bonsecours (uit 1804) gaan we rechtsaf een stijgend bospaadje op. Er bloeit hier in de lente opvallend veel gevlekte arondskelk maar misschien ontdek je hier meer merkwaardige planten, zoals mannetjesorchissen. We negeren een eerste padafslag langs dit mooie, rustige pad maar we nemen wel de volgende afslag rechts. Dat pad voert ons naar een padenkruispunt bij een open plek. Even opletten nu om het juiste pad te kiezen. Je moet ongeveer rechtdoor voor een smal pad kiezen. Verderop zetten we nogmaals de daling in naar de Maasvallei.
> Onderweg wandelen we langs de grote gebouwen van het Collège Notre Dame de Bellevue. Langs het collegezwembad, van daaruit heb je trouwens een prima overzicht op Dinant met zijn citadel en collegiale kerk.
> Tijden veranderen... in 1964 werd Bouvignes gefuseerd met de oude vijand Dinant. Niet tot ieders tevredenheid, zoals je nog kunt aflezen op een deurlijst in Bouvignes: "1213: Bouvignois nous étions, 1964: Bouvignois nous resterons".
> De ruïnes van Crèvecoeur zijn dus een kort bezoekje waard, al was het maar voor het geweldig uitzicht over Bouvignes en het eerste zicht op de indrukwekkende Maasvallei. Van de burcht is niet zoveel overgebleven na bijna 500 jaren geruïneerd te zijn. In 2012 onderging de site stabilisatiewerken om ze tegen verder verval te beschermen.
> De site van La Grange ('de schuur') bestaat uit twee boerderijen waarvan er één als toeristisch verblijf wordt verhuurd. Je kunt hier prijsgunstig overnachten, ook als je alleen bent. We wandelen over het erf van de eerste boerderij en op de asfaltweg draaien we rechts mee tot bij een vijver. Daar links en voor de tweede boerderij volgen we de weglopende asfaltweg langs een paardenweide. Langzaam dalen we zo naar het bos van La Grange.