Startpagina > Wandelen > GR 129 Dwars door België
Glaumont, typische Ardense langgevelhoeve
Spoorlijn 163a, Pont de La Blanche
GR-smiley
De Semois ter hoogte van Herbeumont / Conques
Ruînes van de leisteenmijn Les Collards
Eenbes
Onder de Pont Duny en langs een H.Barbarakapelletje
Kamperen onder spoorviaduct te Herbeumont
> Nogal wat zijpaden negerend, loop ik gewoon rechtuit het bos uit over een stukje grassige veldweg tot bij een asfaltweg. We zijn bij die bosrand ook van Paliseul de gemeente Bertrix binnengewandeld. Bij de asfaltweg links en na 150 meter rechts, 400 meter verder links aanhouden over een slingerend weggetje dat naar Glaumont loopt.
> Nog voor een grote solitaire beuk dalen we rechts verder naar dit authentiek boerengehucht. We gaan er rechts langs een koeienstal en veedrinkbank en blijven op de hoofdweg. Ter hoogte van een beeld voor Onze-Lieve-Vrouw van Beauraing gaan we rechts even parallel wandelen met de expressweg Libramont - Bouillon (N89).
Oude mijnschachtput
Zelfde dreef tijdens zomer en herfst
Offagne
> Rechtdoor en we beginnen aan een zeer geleidelijke daling die pas zal eindigen als we de Semois bereiken over een dik uur. We starten ter hoogte van de verkeersweg op een hoogte rond 420 meter en bereiken na 2 kilometer op een hoogte van 360 meter een brugje over de bovenloop van de beek Antrogne. Over de brug volgen we een steenslagweg rechts. We blijven de snelstromende beek maar volgen en bereiken een half uur later een bareel en een depot van de boswachterij.
> Voorbij een volgende bareel zijn we op de kruising met de asfaltweg naar Herbeumont-dorp. We nemen die niet (tenzij je naar Herbeumont-centrum wil) maar kruisen hem en vervolgen rechtdoor in de vallei van de Antrogne. De weg loopt even omhoog en waar hij een haarspeldbocht maakt, verlaten we hem door rechts een steenslagweg te volgen en zo in de vallei van de Antrogne te blijven. We bereiken daarna een grote, schaduwrijke picknickzone waar we niet de Antrogne oversteken maar links van de beek blijven en de steenslagweg verlaten. Ook de volgende brug steek je niet over. We blijven trouw aan de linkerzijde van de Antrogne tot de plek waar de beek uiteindelijk mondt in de machtige Semois (picknickzone).
> Met een zicht over de Semois eindig ik deze etappe. Hier verlaat ik tijdelijk GR 129 door rechts de Antrogne over te steken via een houten brug om naar de camping 'Champ le Monde' te wandelen. Deze ligt in de schaduw van het prachtige spoorlijn 163a-viaduct van Herbeumont. Geen receptionist te bekennen op de nogal rommelige camping, een gratis nachtje kamperen dan maar.
> Een vroege start vandaag, al om kwart over zeven was de tent opgebroken en kon ik er invliegen voor weer stevig wat kilometers over GR 129 - Dwars door België. Vanaf de rand van het Bois de Chenet, bij het dorpje Framont, daal ik langs een vijver verder tot bij een asfaltweg. Die gaan we naar links volgen over 400 meter om nog voor een bos rechts een veldweg op te wandelen langs produktiebos van dennen. Op de splitsing die al snel volgt, gaan we rechtsvoor verder het dennenbos in.
> Een volle kilometer verder over het hoofdpad bereiken we bij een verharde weg opnieuw een vijver. We gaan er rechts over 500 meter en daarna links over een veldweg die langs een linde en een antennemast pal zuidelijke loopt. Als bospad arriveert dit wegje uiteindelijk op een weg van nogal verbrokkeld asfalt, die we een tijdje volgen. We draaien naar links mee tot op een kruispunt midden de velden. Deze plek staat op de topokaart als Le Grand Wé. We gaan daar links.
> Aan onze rechterzijde moet Offagne liggen maar pas ter hoogte van de tweede kruising met een asfaltweg krijgen we het dorpje te zien. De kerktoren van Offagne oogt nog redelijk modern, hij werd dan ook maar een goeie halve eeuw geleden gerenoveerd. Net zoals Framont behoort Offagne vandaag tot de Luxemburgse gemeente Paliseul.
> Het is hier overigens erg rustig wandelen, in de bossen weerklinkt enkel vogelgefluit, geen menselijke beweging gezien de voorbije kilometers. Op een volgende kruising 50 meter naar rechts en dan links, een goede bospiste op, bij een splitsing kiezen we linksvoor. Ons bospad komt op een T-kruising waar we een rustig asfaltwegje rechts nemen. Het loopt wel naar de vrij drukke verkeersweg N853. We volgen helaas even deze verkeersweg rechtuit over zowat 350 meter richting Offagne. Snel van dit onaangenaam stuk GR af, links vinden we een rustiger wegje, het loopt naar de spoorlijn Bertrix - Virton.
> De sporen lopen net zoals GR 129 naar het diepe zuiden van België, we zullen deze spoorlijn de volgende dagen dan ook nog enkele malen kruisen. Deze keer steken we over via een brug en blijven op hetzelfde asfaltwegje tot bij een bosrand. Daar gaan we rechts langs de rand van het domeinbos van Ambly over een steenslagweg tot ongeveer 80 meter voorbij de domeiningang.
> Ter hoogte van enkele vijvers gaan we scherplinks tussen de beuken. Het pad versmalt tot een paadje dat wat geprangd loopt tussen dennenaanplant en beukenbos. Op een kruispunt van boswegen vervolgen we nog even rechtdoor maar na amper 100 meter slaan we linksaf in een donkere bosweg. Een boswachter zoekt zich met zijn dienstvoertuig eveneens een weg over dit donker puttenwegje, even controleren wellicht wie er op deze godvergeten lap bos door de Ardennen struint.
> We zijn nu in de intieme vallei van de Munos gekomen. Mooi natuurgebied met zeldzame flora of misschien spot je met heel veel geluk wel een bever aan het werk. Het brede bospad biedt slechts met mondjesmaat een meer open zicht boven de beekvallei. We kruisen schuin een asfaltweg en 10 minuten later gaan we naar links snel dalen in de vallei. Beneden, aan de Pont de la Scierie, staat een picknickbank bij de kabbelende Ruisseau des Munos. We steken de brug over en gaan dadelijk rechts om zowat 200 meter de verkeersweg richting Mortehan te volgen. Dan links over een fors stijgend asfaltwegje dat langs de voet van de Château des Fées loopt.
> Bij een 'croix d'occis' kruisen we een grotere asfaltweg (Bertrix - Auby-sur-Semois ). Het stenen kruis herinnert aan Joseph Husson. Deze boer uit Auby-sur-Semois was in 1918 op de terugweg naar huis na een beestenverkoop op de markt van Bertrix. Hij werd hier 'laf vermoord' zoals het opschrift meldt, voor zijn geld. Roofmoord dus. Aan de overzijde van de verkeersweg loopt een onverharde weg verder, hij gaat licht dalen door uitgestrekt woud.
> Op een rustige asfaltweg gaan we 200 meter rechts en bij een rustbank op een vijfsprong nemen we de eerste weg links. Op de V-splitsing na 150 meter kiezen we rechtsvoor, we dalen naar een beekvallei en komen een tijdje later weer op een vijfsprong. Hier ongeveer rechtdoor gaan, een eerste weg oversteken en dan de tweede weg rechts nemen. Zoiets.
> Een merkwaardige plek. De versterking, waarvan je nog wat stenen muren ziet in vage terrassen, dateert uit de 3de - 4de eeuw, uit de tijd van de Romeinse bezetting dus. Er zijn ook nog houten resten die kunnen wijzen op een oudere (Keltische?) nederzetting maar daar bestaat geen zekerheid over. Mogelijk was er bewoning tot de 6de of 7de eeuw. Andere sporen duiden er op dat er rond de 11de of 12de eeuw nog een donjon werd opgetrokken.
> Aan de voet van het Château des Fées, ter hoogte van een overdekte picknickbank en een herdenkingskruis voor een Vlaamse jongen, gaan we links. Er is hier nogal overdadig padmarkering aangebracht. Achter de hut gaat het rechts steil naar omhoog een crête op, deel van de natuurlijke verdediging van de oude site.
> Het crêtepad loopt dan door een strookje beukenbos, daarna wat dennenbos, en verderop over een breed bospad dat wordt geflankeerd door statige, monumentale eiken, haast een dreef. Het hoogteverschil vanaf de Vallée des Munos is toch zowat 80 meter.
> We blijven het hoofdpad rechtdoor volgen tot we zowat 2 km na het Château des Fées links een smaller pad kiezen dat licht gaat dalen. Het bereikt een grote open barbecue-zone met picknickbanken. Net op tijd, de overdekte braadplek biedt een prima schuilgelegenheid tegen de plotse regen die hevig neerplenst. De nabijheid van de grote camping van Bertrix brengt me in de verleiding om er voor vandaag al mee te kappen. De kaart vertelt me dat die camping op slechts een paar honderden meters van de barbecue-zone ligt. Eigenlijk wat vroeg om nu al de rugzak af te leggen en de donkere wolken maken snel weer plaats voor een stralende zon.
> Ik besluit dan maar verder te trekken. De snelle weerswissel zorgt voor een stomend bos. Het tracé van GR 129 - Dwars door België - draait rond de picknick- en bbq-zone en bereikt een vijfsprong waar we het tweede pad nemen van rechts gezien. Het loopt een donker dennenbos in en stijgt aanvankelijk wat tot een hoogte rond 440 meter. Op een asfaltweg gaan we rechts. Een omgekapt dennebos heeft plaats gemaakt voor een prachtig vergezicht over de omliggende bossen.
> Via een veetunnel gaan we die onderdoor om dan wat licht te stijgen. We krijgen zicht op een vallei waarin het bedrijf Piscivair in 38 kunstmatige vijvers vis kweekt. Vooral elrits, een kleine karperachtige die later wordt uitgezet in rivieren, vijvers en natuurgebieden. Op een kruispunt nemen we een asfaltwegje rechts tussen jonge dennenplantages. Na 100 meter links een steenslagweg op. We wandelen nu een kilometer door het mooie Bois de Monti en blijven het pad volgen tot bij een asfaltweg waar we links gaan om te dalen naar een grote vijver in het gehucht La Géripont.
> Wat me opvalt in het gehucht is dat er niet eens een rustbank is en dat al het water is afgespannen, alsof je hier niet zo welkom bent in deze stille uithoek. Niet echt een 'terre accueillante' dus. We dalen naar de Ruisseau des Aleines, een beek die haar water afvoert naar de Semois. Op de V-splitsing in het centrum van Géripont kiezen we voor de dalende weg. We blijven deze weg zowat 2 km volgen, waarbij we onderweg heel wat andere paden negeren. Verharding verandert enkele keren in steenslagbedekking en omgekeerd.
> Voilà, we maken hier kennis met een van de spectaculairste en duurste spoorlijnen die in België ooit werden aangelegd. Dit is het beruchte tracé van spoorlijn 163a dat Bertrix met de Franse grens linkte ter hoogte van Muno. Over deze spoorlijn en haar bijzondere geschiedenis hebben we een erg uitgebreid verslag geschreven, dat je elders op Trekkings.be vindt. Over GR 129 ontdekken we slechts een goeie kilometer van het oude spoortracé. De Pont de La Blanche dankt haar naam aan de blonde waardin die hier in de vallei ooit een cafeetje had en vooral mijnwerkers over de cafévloer kreeg. Het spoorviaduct werd oorspronkelijk gebouwd rond 1907 maar de nazi's vernielden het gedeeltelijk tijdens hun aftocht in 1944. Het huidige viaduct dateert dan ook uit 1946. Spoorlijn 163a werd aangelegd zonder één enkele overweg, vandaar dat de lijn nogal wat bruggen en tunnels heeft. Dit viaduct overspant de vallei van de beek Aise.
Over de bedding van ex-spoorlijn 163a
Door het Bois de Monti
Château des Fées
Château des Fées
Croix Joseph Husson
> De hele dag vertoeven we in de echte Ardennen. Een erg eenzame etappe, we komen slechts door een paar boerengehuchten, ondanks de lange afstand. Aan bossen en snelstromende beken geen gebrek daarentegen. De tofste plekken onderweg zijn de vallei van de Munosbeek, het Château des Fées, het tracé van spoorlijn 163a en de lange afdaling langs de Antrogne.
> Hopelijk heb je tijdens de vorige etappe te Maissin voldoende bevoorrading gestockeerd. Pas in Herbeumont, op het einde van deze etappe, kun je weer een winkel vinden maar je moet wel 2 km van GR 129 afwijken. Onderweg tijdens deze etappe kun je ook drankgelegenheid vinden bij de museummijn La Morépire, bij het spoorviaduct Pont de La Blanche (beperkte openingsuren). Daar kun je ook een bus nemen naar Herbeumont of het treinstation van Bertrix (beperkte bussen) indien je deze etappe wil inkorten. In de omgeving van Bertrix kun je ook deze etappe in twee delen door te overnachten op de camping van Bertrix (op 300 meter van de bbq-zone van Bertrix).
> Onze weg komt op een driesprong waar we linksvoor vervolgen over een verharde dienstweg (met bareel). In de buurt ligt ook een arboretum, gesticht in 1914. Niet echt de moeite, tenzij je een passie hebt voor dendrologie. Het arboretum is immers wat opgegaan in de rest van de bosrijke omgeving. Pas wanneer we op een asfaltweg komen, wijken we af om deze asfaltweg links te volgen en zo te dalen tot bij een oud spoorviaduct, de Pont de La Blanche.
> Bij het kapelletje gaan we rechts de verkeersweg (N884) op die parallel met de spoorlijn door de vallei van de Aise loopt. Na slechts 100 meter gaan we bij het einde van de vangrail links, we kruisen de Aise en beginnen nu aan een lange klim over een 'chemin forestier'. Onderweg zie je nog gebouwen in ruïne die deel uitmaakten van de 19de eeuwse leisteenmijn Les Collards, evenals ingangen van oude schachtputten.
> Tot mijn verrassing ontdek ik hier ook een plant die je eerder ziet op licht kalkhoudende grond, éénbes. Ondanks het feit dat de Aise geen grote beek is, loopt ze wel diep ingesneden. Het hoogteverschil dat we overwinnen tussen vallei en plateau bedraagt toch wel 120 meter. Boven bereiken we een schuine T-kruising, links een brede bosweg op. Het pad daalt en stijgt licht afwisselend, loopt langs een vijver en klimt naar de weg Saint-Médard - Herbeumont. Hier is een overdekte picknickbank.
> Voorzichtigheid is wel geboden, geen goed idee om wat wildweg van het bospad af te wijken en zeker niet om te proberen in de oude mijnschachten rond te neuzen. Als je hier iets voorhebt, zal niemand je snel vinden. Wijk dus best niet van het pad af.
> Vooraleer ik GR 129 verder ga volgen over de oude spoorbedding, wijk ik even van de route af om in het café van de museumleisteenmijn La Morépire (Au Coeur de l'Ardoise) een pint te gaan drinken. Heb je de tijd en is de museummijn geopend, dan loont het zeker de moeite om af te dalen in de oude leisteenmijn. Je maakt er kennis met het harde leven van de mijnwerkers die hier tot in de tweede helft van de 20ste eeuw ten koste van hun gezondheid leisteen naar boven haalden. De leisteenmijnen in en rond de vallei van de Aise waren trouwens de hoofdreden waarom de dure spoorlijn hier werd doorgetrokken begin 20ste eeuw.
> Terug op GR 129. We wandelen niet het spoorviaduct over maar gaan de spoorlijnbedding in de richting van Herbeumont volgen over een kleine kilometer (rustbanken en infoborden onderweg).
> Zowat 50 meter voor we bij de Pont Duny komen moet je even opletten, we nemen rechts een paadje dat tussen het struikgewas even parallel loopt met de spoorbedding en dan daalt om beneden links te gaan, onder de hoefijzervormige Pont Duny door tot bij een Barbarakapelletje. Dat hier de heilige Barbara wordt vereerd is geen verrassing. Ze is de patroonheilige van de mijnwerkers en er zijn dus langs de oude toegangspaden tot de leisteenmijnen nog verschillende Barbarakapelletjes te vinden vandaag.
> Niet zo ongewoon dat op zulke rotsige uitsteeksels waar grote beken of rivieren samenvloeien een dominerende versterking werd gebouwd in een ver verleden. Dat zagen we bijvoorbeeld ook al eerder langs GR 129, zoals in de vallei van de Molignée. Inwoners uit de streek konden eeuwen later door gebrek aan historische kennis de betekenis van die ruïnes niet meer duiden en deze mysterieuze bouwresten werden dan ook vaak onderwerp van een plaatselijke legende. Vandaar de huidige naam 'Château des fées' of 'Feeënkasteel'.