Startpagina > Wandelen > GR 129 Dwars door België
Sint-Ursmaruskerk, westertoren
In het Bois de Waibes naar Hourpes
Hourpes, voormalige cité
Voormalig stationsgebouw van Hourpes
Sluis Nr 8 te Aulne
Samber te Aulne
Abdijruïnes Aulne
Uitzicht over de Sambervallei
Zicht op Thuin
> Zak zeker ook eens af in de romaanse crypte, je ziet er ondermeer de 8ste eeuwse tombes van enkele van de eerste abten van Lobbes. De monniken werden verjaagd in de nasleep van de Franse Revolutie en hun rijke bezittingen aan gebouwen en land werden rond 1794 verbeurd verklaard, afgebroken of verkocht. Vandaag blijft er behalve de abdijkerk, die werd gedegradeerd tot dorpskerk van Lobbes, nog amper iets over van die middeleeuwse machtsuitstraling.
Sars-la-Buissière Dutroux-horrorhuis in 1997
> We zijn nu vlak in de buurt van het wat verborgen gelegen 19de eeuwse Château de Grignard. Het is genoemd naar het heuveltje waarop het staat en die naam heeft dan weer zijn oorsprong in het feit dat (volgens een legende) de heuvel in de 7de eeuw ooit een uitvalsbasis voor Landelinus en zijn bende struikrovers was, tot bendeleider Landelinus tot inkeer kwam en de abdij van Lobbes stichtte... Sinds enkele decennia is het eigendom van het protestants centrum Tournebride en wordt er onderwijs en vakantie-onderdak gegeven aan groepen jongeren.
Langs de Samber onderweg naar Lobbes
Château de Grignard rond 1920 (postkaart)
Oude abdijmuur van Lobbes
Lobbes Sint-Ursmaruskerk
Sint-Ursmaruskerk crypte
> Zo vroeg op de dag is het nog koel maar bij heet weer of regen ben je in deze omgeving wel helemaal geëxposeerd aan de natuurelementen. We dalen naar Labuissière, bij de verkeersweg even links en na 100 meter rechts. Een mix van snelwisselende paden langs hagen en achtertuinen brengt ons over de Samber en bij het ophaalbruggetje en sluis nummer 2 van een lateraal kanaal te Labuissière (café, toeristische dienst, rustbanken).
> Na de sluis dadelijk rechts, niet op het jaagpad maar op de weg. Wat hogerop en zo'n 350 meter verder, nemen we in een bocht rechtdoor een weggetje dat ter hoogte van een grote schuur spoorlijn 130A oversteekt. Daarna eerste straat rechts, een weggetje dat na de laatste huizen panoramische zichten biedt over de Sambervallei aan onze rechterzijde.
> Misschien doet de naam Sars-la-Buissière ergens ver een belletje rinkelen. Het dorp werd in de zomer van 1996 bestormd door politie, gerecht en een meute pers. Onderzoek naar de gruwel van Marc Dutroux was immers net in een stroomversnelling gekomen als bleek dat de pedofiel hier ook een huis had. Op zijn eigendom werden de begraven lichamen van de kinderen Julie en Mélissa, evenals van zijn kompaan Bernard Weinstein aangetroffen. Hij had er een laagje beton overgekapt. De gemeente Lobbes kocht in 2008 het gruwelhuis op om het af te breken en er een herdenkingspark van te maken. We zijn inmiddels 20 jaar na de feiten maar de gemeente Lobbes heeft nog steeds niks gedaan. Alles staat er nog gewoon te vervallen. Eigenlijk een schande en symboliserend voor de 'laissez faire - laissez passer'- attitude die in Henegouwen al eens vaker merkbaar is dan elders.
> Het Dutroux-huis ligt krak in het centrum van Sars-la-Buissière maar via GR 129 wandelen we niet tot daar. We nemen immers al na 100 meter de eerste veldweg rechts. Die wordt al snel een graspaadje dat voorbij een weide hol pad wordt.
> Zo dalen we in een nat beekvalleitje waar ik heel wat geschubde inktzwammen in het gras zag. Beneden draaien we links mee om al snel weer te stijgen door een mooi gemengd bos en een bosrand van vooral beuken en eiken. Bij een kapelletje even rechtsvoor de asfaltweg op en dadelijk het eerste graspad rechts, alweer dalend.
>Zo komen we bij de voormalige toegangspoort tot het abdijdomein, één van de weinige overblijfselen van de ooit zo machtige en rijke abdij van Lobbes. Het GR 129-traject gaat de poort niet onder maar loopt rechtdoor in de Rue de Gaux. Zo volgen we verder de muur. Onder alweer een brug van een gedesaffecteerde spoorlijn door, op de asfaltweg rechts en verderop rechts even afsnijden over een kasseiweg.
> Rechtdoor over de dorpsweg, links een lang trappenpad op tot halverwege en dan rechts een steegje in waarvan de trappen gedeeltelijk uit de rotsen zijn uitgehouwen. Aan die uitgesleten trappen te zien moeten ze wel erg oud zijn. Langs het oorlogsmonument en links dan de lange trappen op die leiden naar het prachtige kerkgebouw van Lobbes. De hoofdingang is gewoonlijk dicht maar GR 129 gaat links van de hoofdingang langs de kerk en zo kom je bij een zij-ingang die overdag meestal wel open is. Een bezoek aan deze kerk is zeer de moeite, een deel ervan stamt zelfs nog uit de Karolingische tijd.
> Ooit was de abdij van Lobbes wellicht de machtigste in onze streken. Ze werd al gesticht door Landelinus rond het jaar 645 en daarmee behoort ze tot ze tot de alleroudste abdijen van het land, de Merovingers heersten toen nog. Haar invloed en bezittingen strekten zich uit tot ver buiten de regio.
> De Sint-Ursmarus-abdijkerk is misschien zelfs wel het oudste nog bestaande kerkgebouw in België. Uiteraard werden er in de loopt der eeuwen verbouwingen aangebracht maar je herkent nog duidelijk elementen uit het preromaanse (9de eeuw) en romaanse (11de eeuw) stijltijdvak. Het spitse torentje is een toevoeging uit de 19de eeuw. Delen zijn dus wellicht nog van van voor het jaar 1000.
> Bij de historische kerk van Lobbes steken we het pleintje schuinrechts over om de Rue Paschal te nemen. Na twee bochten gaan we rechts een graspad op dat snel daalt tot op een geasfalteerd weggetje. Van hieruit zien we rechts in de verte het belfort van Thuin al. De weg links volgen, langs enkele dikke eiken en als verhard voetpad loopt ie naar het jaagpad langs de Samber.
> We gaan rechtuit weer even de Samber volgen. Ongeveer 250 meter voorbij een kapel ter ere van OLV van Halle kiezen we op een plek met de naam 'Ry à Froment' een onopvallend paadje. Het draait scherp links bij een bronnetje en stijgt sterk, waarbij we een bocht van 180° maken naar links. Wat trappen, dan eerste graspad rechts en na 20 meter op de splitsing links een graspad op dat wat overgroeid kan zijn met brandnetels. V-splitsing rechts, na 10 meter links over nog zo'n mogelijk overgroeid graspad. Weer een reeksje trappen, ze leiden naar een verhard achterstraatje dat nijdig stijgt tot bij de verkeersweg N59 (Manage - Thuin).
> Rechts ligt een Lidl-supermarkt maar we nemen schuinlinks een buurtpad dat verderop langs de achterkant van een schoolgebouw en langs de kerk van Les Waibes passeert. Bij die kerk op de weg rechts-links en steeds rechtdoor door een woonwijk. Zo arriveren we wat later in de wijk Kennedy, waar de weg naar links draait. Daar verlaten we hem om rechtdoor het bos in te lopen. Nu begint weer een bijzonder aangenaam wandeltraject, grotendeels door loofwoud.
> Al na zowat 100 meter in bos kun je even naar rechts uitwijken om er vanop een rustbank te genieten van het uitzicht over de stad Thuin en de Sambervallei. GR 129 passeert niet door Thuin, hoewel de kleine stad zeker een bezoekje waard is. Zoals je zelf kunt zien vanop GR 129 is het bovendeel van Thuin van oudsher een vestingstadje. Met zijn dominerende positie boven de Sambervallei heeft de site van Thuin ontelbare eeuwen lang een controlerende en beschermende functie gehad.
> Over rotsige grond van paarsachtige kleur bereiken we de oude abdijmuur van Lobbes. Aan het begin ervan heb je trouwens een mooi doorkijkje over Lobbes en zijn unieke kerk. De oude abdijmuur is hier en daar wat afgebrokkeld maar ze bouwden toen nog wel stevige wallen die tegen een stootje konden.
> Na de kruising met het riviertje Hantes komen we aan de rand van het gelijknamige dorpje, dat sinds de 19de eeuw samengevoegd werd met Wihéries en sindsdien dus een dubbele naam heeft. Een breed steenslagpad voert ons langs een petanquepleintje en we vervolgen weer over de trambedding, aanvankelijk nog even tussen achtertuinen en de Hantes, die nu rechts van ons stroomt. De trambedding tekent zich duidelijk af als we na het dorp in meer open landschap door de Hantesvallei lopen en de bedding verhoogd is aangelegd op een talud. Interessante plantengroei verderop langs de taludranden van de trambedding, waaronder varens, mossen en vetplanten.
> Op de kruising met de Rue de Vieux Moulin gaan we links. Dit landelijk weggetje brengt ons bij een calvariekruis (rustbank) waar we de brede steenslagweg langs het kruis nemen. Op een V-splitsing nemen we linksvoor en we wandelen nu door weids landschap van akkers. Op één ervan spuit een boer een vies sproeiprodukt dat helaas mijn richting uitwaait. Op een T-kruising 90° links, we arriveren kort daarna op een kruising bij een arduinen veldkapelletje.
> Op dit eenzame punt vertrekt een bewegwijzerde GR-verbindingsroute tussen de paden GR 129 en GR 125. Niet zomaar een korte link maar eigenlijk is die verbinding met 27 km afstand op zich een volwaardige dagetappe. Over GR 129 vervolgen we rechtdoor in open landschap.
>We komen een tijd later weer bij de oever van de Samber ter hoogte van een alleenstaand huis in natuursteen. De plek draagt de naam 'Petit Sarti'. Even de automatische wandelpiloot afzetten want we gaan hier zomaar niet het jaagpad volgen, dadelijk na het huis gaan we immers links het bos in over een paadje dat al snel de Sambervallei uitklimt. De bodem is nogal rotsig en opvallend paarsachtig gekleurd, wellicht mangaanhoudend. Op het plateau nemen we de asfaltweg in de richting van Sars-la-Buissière, links dus.
Oude toegangspoort abdij Lobbes
Labuissière, Samberkanaal en sluis 2
Afsplitisng van 27 km verbinding naar GR 125
Omgeving ten zuiden van Sars-la-Buissière
> Door open veld wandelen we nu naar het eindpunt van deze etappe. Dat ligt wat verder tussen huizen langs de drukke verkeersweg N579. Hier verlaat ik GR 129 vandaag en wandel rechts 200 meter naar de eveneens drukke rotonde op de N53 / N579. Le-Bout Là-Haut heet de plek, ook bekend hier als Gozée La-Haut. Hier is een bushalte vanwaar ik weer naar het treinstation van Charleroi-Zuid kan geraken. Einde van een zeer gesmaakte etappe.
> Ondanks de verschrompeling van de industrie en de vele stationssluitingen van de NMBS heeft Hourpes merkwaardig genoeg nog een treinhalte! De halte van Hourpes staat met zijn amper 9 opstappende reizigers per dag bekend als het meest rustige station van heel België! 100 jaar geleden stond er zelfs een prachtig stationsgebouw.
> Dat Hourpes inmiddels wat verworden is tot de afgelegen 'Wild West' van Henegouwen kwam ook tot uiting toen in de jaren 1980 de beruchte moordbende van Nijvel de bossen rond Hourpes gebruikte om misdaadwagens te dumpen en de gewelddadige extreem-rechtse militie Westland Newpost er in de bossen trainingskampen hield.
> Voorbij het kasteeltje rechts meedraaien, na 100 meter het hoofdpad verlaten, rechtdoor en over een beekje het bos in. Nog 100 meter verder links een kleiner pad kiezen dat stevig stijgt uit de Sambervallei. Bij een kruising rechtdoor verder stijgen. Voor het eerst tijdens mijn tocht over GR 129 wordt ik geconfronteerd met borden waarop jachtaankondigingen staan. Het is iets waarmee ik vanaf nu volop zal moeten mee rekening houden. Gelukkig vond de jacht de dag voordien al plaats.
> De flinke stijging eindigt op een brede bosweg, die we naar rechts volgen. 100 meter verder treffen we een schuilhut, rustbank en picknickbank aan. Ideale plek dus om even uit te blazen bij een panoramisch zicht over de Sambervallei. Die is hier op haar mooist.
> Midden 12de eeuw werden overal nieuwe abdijen gesticht in onze contreien en Aulne kreeg 'een doorstart', toen 12 cisterciënzermonniken er zich vestigden. Een gotische kerk en nieuwe kloostergebouwen verrezen en de abdij werd begiftigd met cijnshoeven en grote landeigendommen. Eind 13de eeuw kwam die bloei op een hoogtepunt. De daaropvolgende eeuwen kregen de monniken wel te maken met oorlogen en plunderingen tussen rustigere periodes in.
> Bij de ruïnes lopen we links langs de muur en dan aan de linkerkant van de weg onder een stoere abdijpoort door. Zo komen we weer bij de Samber en langs nog meer caféterrassen. Bij de bosingang kiezen we op de V-splitsing rechtsvoor. Alweer is er jacht aangekondigd, maar dit keer geen verbod, enkel een advies. Het betreft geen drijfjacht maar loerjacht, dat zit dus goed om er toch door te gaan. Enkele drassige passages door dit mooie Bois du Prince.
> Steeds rechtdoor tot we een tijd later ter hoogte van een licht ingesneden beekvallei komen. Daar gaan we voor de beek links en na 200 meter, waar twee beken samenvloeien, steken we rechts de beek over. We stijgen nu zeer gespreid uit de vallei naar het plateau. Als het pad uiteindelijk uitvlakt, komen er wat splitsingen aan, hou dus de GR-tekens goed in de gaten. Als we een tijd later de bosrand bereiken, vervolgen we rechtuit door een dreef die is afgezoomd met esdoorns.
> In de 18de eeuw kende Aulne een ongekend hoogtepunt, de verworven rijkdom door de grote inkomsten uit de cijnshoeven straalden van nieuwe gebouwen af (veelal in classicistische stijl), de monniken verbleven haast in paleizen en leefden in luxe. Dit zou echter ook het begin van het einde betekenen.
> In de nasleep van de Franse Revolutie trok in 1794 verpauperd volk uit Mons naar Aulne om er te plunderen en te branden. Als de rook was opgetrokken bleef er van die rijkdom haast niks over. Jaren later, toen de politieke stabiliteit weer was teruggekeerd, kochten enkele overgebleven religieuzen een deel van de abdij wel terug maar een heropbloei bleef uit en rond half 19de eeuw was het helemaal uit met het abdijleven te Aulne. Enkele gebouwen deden nadien nog dienst als gesticht.
> Best te moeite om de abdijruïnes te bezoeken (toegangsticket nodig), vooral de ruïnes van de 12de eeuwse gotische kerk ogen bijzonder fotogeniek. Even verpozen met het plaatselijk biertje, een 'ADA', smaakt best lekker. Dan weer op pad voor de laatste kilometers van deze indrukrijke etappe.
> De monniken wisten het meer dan 1000 geleden al dat het hier aangenaam vertoeven is. 's zomers, als er genoeg toeristische passage is, kun je hier zelfs boottochten maken op de Samber. We steken de ophaalbrug over en gaan rechts langs het Samberkanaal naar de ruïnes van de ooit machtige abdij van Aulne.
> De geschiedenis van deze abdij zou bijna even oud zijn als die van Lobbes, die we eerder vandaag passeerden. Volgens de legende zou Landelinus, stichter van de abdij van Lobbes, zich hier op dit onontgonnen en eenzaam land hebben teruggetrokken rond het jaar 657 (?). Hieruit groeide een benedictijnergemeenschap die aanvankelijk onder voogdij van Lobbes een bloei kende maar toch in verval raakte vanaf eind 9de eeuw, ondermeer als gevolg van plundering door Noormannen.
> Over een oude bostoegangsweg dalen we weer af in de Sambervallei. Bij het medisch instituut Saint-Exupéry eindigt de lange bostocht. Over een asfaltweg zoeken we de oever van de Samber op. In de pittoreske omgeving van Sambersluis nummer 8 en een ophaalbrugje, vinden we een eerste café-restaurant en er is verderop nog veel meer keuze! Niet toevallig, want dit is wel een erg geliefd hoekje van Henegouwen, temeer daar hier ook de fotogenieke abdijruïnes van Aulne liggen.
> Een volgende rustbank staat op een plek waar we met het hoofdpad mee naar links draaien. Na 200 meter rechts een verharde bosweg op door het Bois Domaniale de Leernes. Die weg loopt langs een boswachterswoning. In de buurt ligt rechts in de bosjes nog een uitzichtpunt over de Sambervallei. Bij een bareel links meedraaien en op de bosrand gaan we rechts over een hobbelige asfaltweg.
> GR 129 - Dwars door België - loopt even langs de bosrand maar dringt even later toch weer het bos in over een brede allée. Enkele honderden meters verder kiezen we een paadje rechts en 5 minuten later verplicht links over een pad dat wat jojoot en naar rechts gaat draaien. Kort daarna komen we op een GR-kruispunt. Vanaf hier zal GR 12 (Amsterdam - Parijs) met het traject van GR 129 samenlopen over 10 kilometer.
> In het gehucht is tot vandaag nog een zekere gradatie in de woningbouw te vinden, die de status van de werknemers reflecteerde. In het kasteel zat dus de grote baas, de wat grotere huizen waren van opzichters, boekhouders en bazen, terwijl Hourpes voor zijn arbeiders ook drie kleine cités had. Daarvan blijft er nu nog één over, bestaande uit een dertigtal huizen.
Plateau ten zuiden van de Sambervallei
Chicken-run op de GR 129 - Dwars door België
> De NMBS dropt me probleemloos weer in Solre-sur-Sambre. Van de treinhalte wandel ik de Rue Esperanto af om in het centrum een buurtpaadje te nemen dat van het dorp weg loopt. Helaas is men al een tijdje vergeten de snoeischaar te zetten in het weelderige struikgewas langs het pad, meteen al een moeizame start.
> Bij de oprit van een huis is het een beetje dalen tot bij de weg naar Labuissière. Die even links op om dadelijk rechtsvoor een parallel paadje te nemen dat boven de verkeersweg gaat lopen. Een bijzonder prettig pad waarvan enkel nog de kunstmatige verhoging er aan herinnert dat dit eigenlijk een oude tramtalud is. Tramlijn 450 liep van het treinstation van Solre via Hantes-Wihéries naar Montignies. Een bonte mengeling van soorten struikgewas ontwikkelde zich langs de spoorzate.
> We dalen naar een kabbelend beekje bij een voormalig molencomplex. De mooi gelegen locatie wordt verhuurd aan groepen die er ook hun tenten kunnen opslaan. Weer op asfalt draaien we naar rechts, naar de Samber. Bij een rustbank links het jaagpad (RAVeL) op. Zowat twee kilometer volgen we nu het betonpad langs de Samber. Heerlijk rustig hier, geen autolawaai, enkel van een sporadische trein die door de Samervallei spoort.
> Enkele honderden meters nadat we onder de Pont de la Planchette zijn doorgelopen (een in onbruik geraakte spoorbrug), is het uitkijken naar een bospaadje dat links aftakt en dat snel de Sambervallei uitstijgt. Voor het eerst op GR 129 - Dwars door België krijgen we nu met klimpartijen te maken.
> Ha, dit is echt wel een van mijn 'favorietste' etappes van GR 129 - Dwars door België. Vandaag is het Samberdag, we zoeken de vallei van deze Henegouwse rivier verscheidene malen op en evenveel keren klimmen we weer uit het rivierdal. Voor het eerst op GR 129 - Dwars door België - komen er ook stevige reliëfverschillen in het landschap. Hoogtepunten zijn zondermeer de unieke preromaanse kerk van Lobbes en de fotogenieke abdijruïnes van Aulne. Mijn absolute topplek is echter een merkwaardig piepklein dorpje dat helemaal in de bossen verstopt ligt, Hourpes. Tussen al dat moois wisselt het landschap vaak, van open akkerland over frisse weiden tot behoorlijk wat plukken loofwoud. Dit is een etappe met een hoge genietbaarheidsgraad.
> Beginpunt Solre-sur-Sambre is te bereiken per trein, het dorp ligt immers op de spoorlijn Charleroi - Erquelinnes. Eindpunt voor vandaag is een plek met de naam 'Le-Bout Là-Haut', wat je zou kunnen vertalen als 'Op 't eind ginderboven'. Het ligt in Gozée langs de drukke verkeersweg Beaumont - Charleroi en je kunt er vlot een bus nemen naar het treinstation Charleroi-Sud. Het is niet moeilijk om deze etappe in te korten als je dat wil, de Samberspoorlijn 130 A tussen Erquelinnes en Charleroi telt immers nog enkele stations die niet ver van onze wandelroute GR 129 lopen, zoals de stations van Lobbes, Hourpes en Landelies (niet ver van Aulne). Horeca te Solre, Labuissière, Lobbes en Aulne.
> We wandelen door een mooi bosbestand, waarin vooral eik overheerst. Afwijken van het hoofdpad doen we niet, steeds maar volgen, ook als het bospad ter hoogte van enkele huizen en een bareel een asfaltlaag krijgt. Aan je rechterzijde zie je nog vage resten van een fabriek. Moeilijk voor te stellen vandaag maar van de 18de tot begin 20ste eeuw was hier volle bak bedrijvigheid, met dampende schoorstenen, cokesovens en walserijen...tot de boel failliet ging in 1928. De titel boven het plaatselijke infobord is dan ook toepasselijk: 'Quand la nature reprend ses droits...'.
> Zo lopen we het godvergeten en geïsoleerd gelegen dorpje Hourpes binnen. Een watertoren met een gat in is nog zo'n industrieel overblijfsel. Vooral het fantasierijke kasteel aan de rechterkant valt echter op. Het werd gebouwd in opdracht van de Engelse industrieel Thomas Bonehill, nadat hij inspiratie vond in een gelijkaardig kasteel in Zwitserland. Bonehill betekende voor Hourpes een beetje wat John Cockerill voor de staalindustrie van Luik betekende.
> Zeker de moeite om dus ook binnenin even op verkenning te gaan. Daar oogt ze wat steriel opgekuist en misschien vind je de bepleisterde muren niet zo authentiek. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht behoren natuurstenen binnenmuren echter niet tot de middeleeuwse bouwtraditie. Meestal werden ze toen overkalkt en zelfs aangekleed met muurschilderingen. Blote natuurstenen binnenmuren zijn vooral iets van de neoromantiek, iets dat dus met name in de 20ste eeuw populair werd.