Startpagina > Wandelen > GR 129 Dwars door België
Tongewelf wasplaats La Coquenette uit 1844
Leeuwenfontein (19de eeuws)
Autelbas, watermolen
Kasteel Autelbas, begin 20ste eeuw (boven) en vandaag (onder)
Even over Luxemburgs grondgebied
Rentertkapell
Boterbloempje, dagaktieve nachtvlinder
Eindpunt van GR 129, de bron van de Semois te Aarlen
Autelbas, kerk
Grenspaal 88
Clairefontaine, bezinningscentrum
Semoisbron
Habergy
> Onder een dubbele hoogspanningslijn door en dalen in Bébange helemaal tot bij de kerk. Een oudere inwoner, die hier is opgegroeid, vertelt me dat er nu wel 10 keer zoveel huizen staan dan tijdens zijn jeugd. Reflectie van een welvarende streek, waar de jongeren niet wegvluchten maar overdag wel massaal naar het Groot Hertogdom trekken om er te werken. Meer dan de helft van de werkende bevolking in deze dorpen pendelt naar het Groot-Hertogdom! Die recente huizenbouw viel me al op in de vorige dorpen. Ook winkelen doen de inwoners wellicht in het Groot-Hertogdom, ook typisch voor zo'n slaapdorp. Enkel een bushokje om ook de schoolkinderen weg te voeren overdag. Rond de kerk staan wat oude grafzerken geschaard, herinnering aan vervlogen tijden toen ook voor de levenden de kerk het middelpunt was.
> We dalen nog verder tot het laagste punt van Bébange, bij de plaatselijke beek. Daar nemen we rechts een stijgend straatje, we houden rechts aan, stijgen van 300 naar 350 meter hoogte en gaan op het plateau bij een T-kruising rechts een betonwegje volgen dat parallel loopt met een hoogspanningslijn. Aftakkende wegjes negeren we een hele tijd, ook als de weg onverhard wordt en mogelijk omgeploegd is.
> Bij een dikke Amerikaanse eik gaan we op de Y-splitsing links. Aan onze rechterzijde krijgen we een zicht over het oude kasteel van Autelbas uit de 13de - 14de eeuw. Rond het jaar 1800 was het uit met de feodale adellijke geschiedenis van het kasteel, het begin van een periode waarbij het kasteel en omliggende gronden vele malen veranderden van eigenaar en het domein werd opgesplitst voor landbouwuitbating.
> In 1976 werd het geklasseerd als uitzonderlijk Waals patrimonium van het hoogste belang maar in 1983 brandde het kasteel af. Sindsdien lijkt de kasteelsite haast in een permanente staat van restauratie en stabilisatieherstel.
> Eigenlijk bestaat Kwintenhof slechts uit een grote hoeve met bijgebouwen, architecturaal ook niks bijzonders. Voor ons een weids uitzicht en voor het eerst zien we nu ons eindpunt Aarlen in de verte liggen, verhoogd tegen de horizon aan. Helaas volgen we vanaf het Kwintenhof nu langere tijd dat asfaltwegje, we moeten immers verderop de autosnelweg E411 kunnen kruisen over een liefst niet te drukke passage en dit is dan de enige mogelijkheid. Eens de autostrade over blijven we nog zowat 500 meter op dezelfde straat om dan links een andere asfaltweg te nemen. Door een afgeschafte spooroverweg moeten we nog een rondje maken om onder de spoorlijn Brussel - Luxemburg te geraken.
> GR 129 neemt ons dan vervolgens mee op een rondje sightseeing door Autelbas-Barnich. Voorbij de spoorovergang draaien we met de weg mee naar rechts, langs het historisch museum van Autelbas (enkel open op afspraak). De geschiedenis van de nederzetting Autelbas gaat terug tot het neolothicum en kende al een eerste bloei tijdens de gallo-romeinse periode, de eerste eeuwen van de tijdrekening. Dat had ongetwijfeld te maken met de ligging in de buurt van de belangrijke Romeinse heerweg Reims - Trier en met de nabijheid van Aarlen als garnizoenstad.
> In de naam Autelbas herken je de Franse of Latijnse naam voor 'altaar'. De dorpsnaam houdt dus mogelijk verband met een galloromeinse villa die niet ver van een tempel ('altaar') was gelegen. Wellicht de tempel die op de Wollberg bij de Romeinse weg was gelegen. Tijdens de 9de - 10de eeuw bloeide de nederzetting als pottenbakkerscentrum, dat is dan ook het hoofdthema in het plaatselijke museum, naast de geschiedenis van het kasteel.
> We volgen die straat richting kerk en nemen onderweg een oud kerkpaadje om zo achter de kerk te arriveren. Tegenover de voorkant van de kerk steken we de Rue St-Fiacre over om rechtdoor te vervolgen in de Rue de la Huuscht. Die stijgt Autelbas uit en loopt naar de expresweg N4.
> Tegenover de kasteeltoegangsweg draaien we links mee met de straat, het weggetje slingert nu naar de oude watermolen van Autelbas en klimt naar de verkeersweg tussen Autelhaut en Autelbas. Rechts en even stijgen op deze weg, op het eerste kruispunt gaan we weer rechts om langs de andere kant van het kasteel te wandelen, waar zich een toegangspoort en kapel bevinden. We gaan op dat punt links om bij een oude wasplaats en een schooltje weer op de hoofdweg door Autelbas te komen.
> GR 129 gaat eigenlijk al 80 meter voor de kapel rechts een veldweg op. Hij loopt een tijdje langs bosrand en kort nadat hij dan toch het bos ingaat, kiezen we voor een pad rechts. We blijven in het bos meedraaien naar rechts, kronkelen wat door beukenbos met veel ondergroei van lievevrouwbedstro en komen dan op een T-kruising waar we 50 meter links gaan om de weg Hondelange - Sélange te kruisen.
> Over een grassig pad langs bosrand lopen we naar een beek maar net voor we die kruisen kiezen we voor een ander pad dat ongeveer rechtdoor vervolgt, versmalt en nogal nat kan zijn. Als we een breder bospad bereiken, gaan we rechts, langzaam dalend. We blijven die bosweg zowat anderhalve kilometer volgen tot hij op een asfaltweg komt. Daar gaan we links en komen al snel het bos uit door het gehucht Kwintenhof.
> De voormalige autosnelweg N4 doet zijn kleurrijke reputatie alle eer aan: we steken de snelle weg immers voorzichtig over ter hoogte van 'Cabaret Bilitis'. Zo kort bij de eindmeet is onze blik echter rechtuit gericht, voorbij de N4-kruising is het eerste weggetje dat we kruisen eigenlijk het tracé van de Romeinse weg Reims - Trier. We nemen echter het volgende weggetje links, het passeert in de buurt van een chalet en 200 meter verder gaan we op de T-kruising rechts.
> Na meer dan 5 kilometer verharde wegen krijgen we meer afwisseling onder onze voeten. Deze veldweg draait naar bos van Clairefontaine. Eens in dat bos draaien we al snel rechts, over een mooi pad dat vrij snel gaat dalen in de 'heilige vallei' van Clairefontaine. De plek om vergiffenis te krijgen van de zondige blikken langs de N4 een half uurtje eerder.
> Bij het kruispunt aan de drukke verkeersweg Arlon - Virton zijn we echt in het centrum van dit nogal uitgestrekte dorp. Châtillon ligt op de grens van het Arelerland met de Gaume. Het is een straatdorp, gelegen langs de vrij drukke weg van Virton naar Aarlen. Châtillon is relatief hoog gelegen, rond 360 meter. In de buurt ontspringt de Ton, die door heel wat Gaumse dorpen vloeit om uit te monden in de Chiers niet ver van Torgny. Op de kerkgevel kun je nog een zonnewijzer zien uit 1722. Verder heeft het dorp enkele mooie fonteinen en een typische wasplaats in de vorm van een tongewelf. Het water dat overal opborrelt in Châtillon zal wellicht ook aan de basis van het ontstaan van dit dorp hebben gelegen. Met zoveel oude wasplaatsen, waterbakken en fonteinen vormt het thema water ook het onderwerp voor een korte uitgestippelde wandeling. Je kunt hier ook een wandeling maken met als thema een aantal merkwaardige bomen. De bordjes van deze wandeling ben je al tegen gekomen onderweg.
> Even opgelet bij de grote verkeersweg. Het traject van GR 129 tot in Meix-le-Tige is gewijzigd sinds 2014. In plaats van 2 km doe je er nu 4,5 km over doordat een servitude blijkbaar niet meer kan worden gebruikt. We gaan dus even rechts bij de verkeersweg om dadelijk het zebrapad te gebruiken en richting kerk te wandelen. Voorbij de eerste bushalte en een waterbak slaan we links een steegje in, als pad komt het na een paar korte bochten uit op de wijkstraat Rue Edouard Ned. Rechts, dan links langs nog een traditionele wasplaats met tongewelf en op de V-splitsing nogmaals links. Na 100 meter volgt nog een V-splitsing, dit keer kiezen we rechts.
> We wandelen nu over een steenslagveldweg die in open veld en tussen weiden vrij stevig gaat stijgen naar een hoogte rond 390 meter. De weg wordt hogerop weer korte tijd verhard, we volgen nu het asfalt tot waar het stopt om daar op de V-splitsing voor de linkertak te kiezen, een steenslagpad. Na zowat 300 meter, op een plek met de naam 'chêne des trois communes' gaan we links. Als we 10 minuten later weer op asfalt komen, blijven we dit weggetje de hele tijd volgen, tot we in het centrum van Meix-le-Tige arriveren bij de kerk.
> Meix-le-Tige is een uitgestrekt dorp met veel recente woningen. Daardoor ging het oude karakter van Meix wat verloren. Het enige cafeetje, Bouvy, sloot de deur in 2011 toen de stokoude waardin Irène overleed. Jammer, het was het soort café ook waar je dadelijk aan de klap ging met de stamgasten, er was tevens een kleine kruidenierszaak. Vandaag is Meix-le-Tige vooral een slaapdorp, waar het overdag dan ook erg rustig is.
> Te Châtillon komen we langs twee zogenaamde 'tunnel-lavoirs'. Gelijkaardige wasplaatsen die zijn overdekt met een tunnelgewelf vinden we haast enkel hier in het Arelerland, in de Gaume en een deeltje van Frans-Lotharingen (regio Longwy / Longuyon). Vermoedelijk is deze constructievorm van tunnel ontstaan begin 19de eeuw in Frans-Lotharingen en heeft de stijl zich in de loop van de 19de eeuw uitgebreid over de hele streek. Het algemene idee van lavoirs dateert vooral uit eind 18de eeuw. Opkomende industrie en nijverheid zorgde voor een groeiende vervuiling van beken en rivieren waarin traditioneel de was werd gedaan. Lavoirs ontstonden dus vooral uit noodzaak voor meer hygiëne. De opkomst van wasmachines in de 20ste eeuw betekende het einde van deze wastraditie.
> Behalve wasplaatsen waren deze lavoirs ook sociale ontmoetingsplaatsen bij uitstek, met name voor het vrouwelijk deel van de dorpsbevolking. Uitgedrukt in meer directe taal: er kon hier tussen het geplens in stevig worden geroddeld. Deze lavoirs in Gaume en Arelerland zijn in de 21ste eeuw vooral interessant als pittoresk opsmukelement in het dorpsbeeld maar ook voor wandelaars die bvb over GR 129 lopen... Bij heet weer is het hier heerlijk om de voeten even te verfrissen of om de watervoorraad bij te vullen aan de bron (waar die nog werkt). Bij nat weer zijn het goeie plekken om te schuilen of om even op adem te komen van al de nattigheid...
> Rechts een recente woonwijk in tot bij de verkeersweg Arlon - Musson (N870) die we oversteken. Rechtdoor een grassige veldweg in die arriveert op de wijkstraat Rue Jacques. Links en na 200 meter even opletten om de afslag naar rechts niet te missen. In de gevel van een oud gebouw waar we langs lopen is een mooi oud gevelkruis ingewerkt, vermoedelijk 18de eeuws. Het graspad komt uit in het gehucht Guelff, hier loopt GR 129 rechtdoor in de Rue Mathen.
> Op een T-kruising links - links (picknickbank, rustbank, speeltuintje, wasplaats). Deze Rue de la Source volgen we een kleine 300 meter, bij huis 37 gaan we rechts. Het wordt even een betonweg die stijgt en breed naar links draait. Daar eindigt het beton alweer, we gaan er rechtdoor, dwars door een akker om in het verlengde weer op beton te vervolgen.
> De hoogspanningslijn leidt ons verder, eerst houden we ze aan onze linkerzijde, daarna aan onze rechterzijde. We kruisen ze nogmaals en wandelen dan naar een geasfalteerd weggetje waar we links gaan. Het traject van GR 570 (Land van Drie Grenzen) vervoegt GR 129 en we wandelen naar het Jungebësch toe, bos dus. Zowat 50 meter in het bos kiezen we links een parallel pad dat we een tijdje gaan volgen en dat langs een waterzuiveringsstation loopt.
> Ter hoogte van een groot wit kruis op een open plek gaan we scherp links om een daling in te zetten. Op een V-splitsing nemen we het sterkst dalend pad. Het loopt naar de bosvijver 'L'étang des Nénuphars' ('de waterlelievijver'). Vaak wordt hier in deze bosvijver druk gevist op brasem, forel, voorn en verschillende karpersoorten. We vervolgen rechtdoor om even later via een tunnel onder de expresweg Arlon - Longwy (N81) door te lopen. Aan de andere zijde wandelen we een woonverkaveling van Messancy binnen. Rechtdoor tot bij de verkeersweg Arlon - Messancy (N883) waar we 200 meter naar rechts gaan om via het zebrapad over te steken naar de Rue de Castel.
> Behalve de laatste witrode tekens, wijst na bijna 500 meter ook een wegwijzer met de tekst 'Source de la Semois' de juiste richting aan. We zijn nu in de Rue Sonnety, na 120 meter, op de hoek met de Rue de Tanneries vinden we de bron van de Semois rond een rechthoekig vijvertje. Bron ook voor twee andere Grande Randonnées die hier vertrekken, GR 16 Semois en GR 15 naar Monschau.
Voor GR 129 - Dwars door België - eindigt het verhaal hier na 573 kilometers. 't Is genoeg geweest. Als beloning krijg ik van bovenaf dan toch de verwachte plensbui over me heen. Mijn wandelschoenen hebben het net volgehouden maar zijn nu helemaal versleten, klaar voor de vuilbak. Eerst nog tot aan het treinstation van Arlon geraken...
Einde.
> Hier hebben de Aarlense Paters van het Heilig Hart een abdij en religieus centrum waar groepen op bezinningsverblijf komen. Dit is niet de site waar de ooit roemrijke middeleeuwse vrouwenabdij van Clairefontaine was gelegen. Om de ruïnes van die middeleeuwse cisterciënzerabdij te bezoeken moet je een goeie kilometer naar links over de valleiweg. Daar heb ik dit keer geen tijd voor gezien de afstand van deze etappe, anders had ik het ommetje wel gemaakt.
> We zijn hier nu ook op het meest oostelijke punt van GR 129 - Dwars door België en kruisen hier het Luxemburgse Nationale pad 'Sentier de la Vallée des sept châteaux', gemarkeerd met een gele balk op blauwe achtergrond.
> Hier trekken we dus alweer België in. Best wel een leuk traject hier. Als we op een breed zanderig bospad komen, kiezen we rechts en stijgen we naar een hoogte rond 350 meter. Op een padenkruispunt bij een dikke beuk was het uitkijken geblazen, want door boskaalslag was er ook geen GR-teken meer te bekennen. Rechts hier maar niet voor lang. In de woestenij moet ik ergens links aftakken (na zowat 50 meter) om aan de hellingrand opnieuw GR-tekens te vinden langs een smal paadje dat nogal overgroeid kan zijn.
> Tussen struikgewas dalen we nu snel naar een breed, zanderig pad waar we links gaan. Afslag rechts negeren, we steken wat lager een beekje over via stapstenen en draaien naar een asfaltweg. We kruisen die weg en vervolgen rechtdoor in een hol pad.
> Over een akker bereiken we een volgende asfaltweg bij de hooggelegen Rentertkapell (rustbank). Tijd voor een laatste rustpauze vooraleer de allerlaatste kilometers van GR 129 aan te vangen (die volledig over asfaltwegen lopen). Ik bemonster mijn wandelschoenen en merk dat ze stilaan beginnen uiteen te vallen. Nog even volhouden, daarna mogen ze de vuilbak in. Dreigende donkere wolken tekenen zich aan de horizonlijn af, waar ook de torens van Aarlen schril afsteken tegen de achtergrond van wolken. Hopelijk blijft het nog een goed uur droog.
> De eenzaam gelegen Rentertkapell is van oorsprong waarschijnlijk 17de eeuws, het huidige uitzicht is vooral het resultaat van restauraties in de 19de eeuw. We blijven de Chemin de la Rentertkapell een hele tijd volgen, ook als er andere straten en nieuwe verkaveling van het gehucht Waltzing bijkomen. Als het zo doorgaat wordt op een dag ook de al eeuwen alleenstaande Rentertkapell opgeslokt door verkaveling. Langs rustbanken wandelen we verder rechtdoor de Rue des Fermes in.
> Aan een kruispuntje kort bij het centrum van slaapdorp Waltzing nemen we een straatje links naar een kruispunt met een grote oorlogskapel. Rechtdoor in de Rue du Brill, einde rechts en stijgen door jawel... meer recente verkavelingen tot een top rond 395 meter hoogte.
> Hier loopt de waterscheidingslijn tussen het Maas- en het Rijnbekken. Boven op de T-kruising naar links, Rue des Espagnols. Op het einde van die straat gaan we rechts een straat in die naar de oude snelweg N4 loopt, 'La Nationale Quatre'. Rechtdoor, langs de parking van de Carrefour en rechts de boulevard Rue des Déportés in. We zijn nu in het centrum van Aarlen aangekomen. Nu nog de bron van de Semois vinden...
> Voor 1830 waren de huidige Waalse provincie Luxemburg en het Groothertogdom Luxemburg één gebied, het stond onder het gezag van het Nederlandse huis van Oranje. Met de opstand van de Zuidelijke Nederlanden tegen Willem I in 1830 moeten de grenzen opnieuw worden vastgelegd.
> De internationale grootmachten Groot-Brittannië, Rusland, Oostenrijk en Pruisen erkennen in 1830 al het Voorlopige Bewind van de jonge Belgische staat en publiceren in 1831 de 'Grondslagen der Scheiding'. Daarbij wordt ondermeer heel Luxemburg aan de Nederlanders gegeven. België protesteert en dat resulteert in een akkoord waarbij het Frans sprekend deel van Luxemburg aan België zou worden gegeven en het Letzebuergesch sprekend deel aan Nederland. Omwille van strategische redenen laat Frankrijk die grens nog wat aanpassen. Een krachtmeting tussen Nederland en Frankrijk over de grenzen zal de volgende jaren de jonge Belgische politiek overheersen. Ondertussen blijft België nog jaren heel Luxemburg besturen.
> In 1838 aanvaardt Willem I eindelijk de XXIV artikelen en dus ook de uitgetekende grens. In 1839 wordt het akkoord ondertekend en vanaf 1843 start een Belgisch-Nederlandse commissie met de afbakening van de oostgrens op het terrein. Vandaar dat in de ijzeren palen het jaartal 1843 is gesmolten.
> De gietijzeren palen (hol binnenin) werden vervaardigd in de Cockerill-fabrieken van Seraing. Ze wegen ongeveer 372 kg per stuk. Je verplaatst dus de grens niet even snel. Het octagonale onderste deel (grotendeels in de grond) is 1 meter lang. De top is een gestileerde dennenappel.
> De vorm van deze grenspalen is zowat identiek aan die op de huidige grenslijn tussen België en Nederland. Op de grens tussen Luxemburg en België zijn ze echter niet of slecht onderhouden. In de 170 jaren dat ze er staan hebben ze heel wat te verduren gekregen: Jagers die ze als schietobject gebruiken, boeren die ze scheefrijden met hun machines, vandalisme, oorlog, enz... Niet weinigen zijn er hun dennenappeltje, dat de paal aftopt, bij ingeschoten. Gezien hun respectabele leeftijd verdienen ze eigenlijk toch wat meer zorg en bescherming. Het zijn excentrieke symboolobjecten van het oude Europa met zijn vaak verschoven grenzen.
> De grenspalen tussen het GH Luxemburg en België zijn genummerd van 1 tot 286. Langs GR 129 passeren we enkel nummer 88. Soms staan de grenspalen echt verstopt, niet altijd zijn ze even gemakkelijk te ontdekken. Het vinden en fotograferen van al die palen is voor sommigen een echte sport geworden. En na 170 jaar heeft elke paal wel wat zijn eigen geschiedenisverhaal...
> GR 129 vervolgt tegenover de abdijbrug over een paadje dat op een donkere helling van dennenbos snel omhoog loopt en om een heuvel heen langs een oude steengroeve. Daarna pikken we een prachtig crêtepaadje op. Waar er voldoende lichtinval is, zien we onderweg meiklokjes, hengel en blaassilene opduiken. Het paadje wordt trouwens erg zanderig, hele legers mieren trekken er overheen. En zo wandelen we ongemerkt even het Groot-Hertogdom Luxemburg in over zowat 700 meter. Aan de rechterzijde een doorkijkje op het Luxemburgs dorp Eischen.
> Als we bij een beukenbos komen, gaan we op de padsplitsing links (!). Na 50 meter zie je aan je linkerzijde grenspaal 88 staan. De grens werd hier gemarkeerd in 1843, jaartal dat je ook kunt aflezen op de oorspronkelijke grenspaal. In de bijna twee eeuwen dat hij hier staat heeft hij ongetwijfeld al heel wat meegemaakt zoals je merkt aan zijn kogelwonden.
> Ook ter hoogte van de kerk vervolgen we steeds rechtdoor. We stijgen wat en pas voorbij het kerkhof en op een top gaan we naar rechts (tussen huizen 40 en 42), een asfaltwegje op dat hoog in het landschap loopt. Als het naar links draait, gaan wij rechts verder (rustbank) over een veldweg langs een bosrand. Meix-le-Tige ligt nu aan onze rechterzijde. Op zo'n 200 meter van de verkeersweg Meix - Aubange (waarop druk verkeer op de pendeluren naar Luxemburg) gaan we links het bos in. Zowat 100 meter verder gaan we op een padenkruispunt links dalen. Hetzelfde pad volgen we nu een tijd tot in een wijk van Habergy bij een wasplaats. Het water dat de bron produceert, smaakt alvast beter dan dat van Châtillon.
Meix-le-Tige
Messancy, passage onder de expresweg N81
Messancy, restanten afgebrand kasteel
Kerk Bébange
> Laatste etappe op onze tocht Dwars door België, na 20 stapdagen en meer dan 570 kilometers zullen we vandaag eindpunt Arlon binnen wandelen. We verlaten ook de Gaume en komen te Châtillon het Arelerland of Pays d'Arlon binnen om er een hele dag te verblijven. Geologische sluit ons wandelgebied misschien nog aan op de Gaume maar je merkt toch wel een aantal verschillen. De bruine zandstenen huizen zijn hier veelal bedekt met bepleistering, hier en daar is de grond sterk ijzerhoudend en ook het dorpskarakter verandert. Dit is een economische welvarende streek, mede dankzij de ligging bij het Groot-Hertogdom Luxemburg. We rijgen nogal wat dorpen en gehuchten aan elkaar en in tegenstelling tot de vorige etappes wandelen we minder lang door bossen, vaker door een lappendeken van weiden, akkers, bos en nogal wat recente verkavelingsuitbreidingen. Voor we Aarlen bereiken pikken we ook nog even een randje van het Groot-Hertogdom Luxemburg mee ter hoogte van Clairefontaine.
> Te Messancy is een treinstation op de lijn Libramont - Virton - Athus, te Aarlen heb je aansluiting op de lijn Brussel - Luxemburg. Aarlen is uiteraard de vekeershub van de regio wat bussen betreft.. Behalve de expresbus 1011 naar Luik waaieren bussen ook uit naar bijna alle dorpen van het Arelerland. Bevoorrading onderweg te Messancy en Arlon, idem voor horeca. Cabaret Bilitis te Autelbas brengt een apart soort animatie langs GR 129 maar met 36 km wandelkilometers voor de boeg richt je je blik beter rechtuit op het pad...
> We dalen lichtjes tot in de vallei van de Ruisseau de Messancy, waar ook de spoorlijn Libramont - Athus loopt. Wil je inkopen doen ga dan de asfaltweg rechts in, nog voor je de spoorlijn bereikt, er zijn ondermeer een frituur-restaurant, een krantenwinkel en op het einde van de straat rechts een superette.
> Messancy (in het Letzebuergesch 'Miezeg') is een gemeente die uit 11 dorpen bestaat en in totaal zowat 7500 inwoners telt. Het gemeentehuis, waarlangs we net passeerden, is van oorsprong een kasteel, gebouwd in 1896 en eclectisch van stijl. In 1972 nam de gemeente er haar intrek. Dwars door Messancy loopt een beek, de Ruisseau de Messancy, die nabij Athus in de Chiers uitmondt. Van oudsher genoten de inwoners van Messancy van burgerlijke vrijheden, hen toegekend door de wet Beaumont in de 13de eeuw. Met een paar honderd inwoners was Messancy een belangrijke nederzetting, vergeleken met de talloze kleinere gehuchten in de streek.
> In de 17de eeuw werd een absoluut dieptepunt bereikt toen oorlogen, plunderingen en vooral een pestepidemie (1636) bijna geheel Messancy uitroeide. Eind 18de eeuw was Messancy dan weer een welvarend dorp, met zowat 3 à 400 inwoners. Halfweg de 19de eeuw was het weer armoe troef in de hele streek, evenals in een groot deel van het huidige Groothertogdom Luxemburg. Met duizenden ontvluchtten de Luxemburgers hun land en namen de boot om definitief te emigreren naar de Verenigde Staten. Alleen al uit het dorp Messancy emigreerden bijna 100 inwoners. Nog in diezelfde periode stierven in Messancy een honderdtal inwoners aan cholera. Er kwam daarna weer wat welstand met de bloeiende zware metaalnijverheid in de regio.
> Een laatste klap kreeg Messancy te verduren toen in 1977 de staalfabriek van Athus sloot en duizenden arbeiders op straat kwamen te staan. Ondertussen is men daarvan volledig hersteld. Succesvolle reconversie, de bloeiende economie van het Groot Hertogdom en Europees geld voor regionale grensoverschrijdende projecten brachten een ongekende rijkdom in de streek. Een afspiegeling kun je daarvan zien in de bedrijven buiten het dorpscentrum, waaronder een Cora hypermarkt. De inwoners van Messancy behoren nu tot de meest welstellende van heel Wallonië!
> In de mooie wachtzaal van het treinstation van Messancy heb ik even een middagpauze genomen in de schaduw. Ik ben eigenlijk nog wat moe van de lange etappe gisteren en ook vandaag wachten er nog heel wat kilometers voor we de eindmeet halen, nog zowat 22 km zelfs. Toch nog even afgeweken van de wandelroute om te Messancy via GR 570 door het parkje met de kasteeltorens te wandelen. Terug op GR 129 dan, we steken de spoorlijn over en wandelen rechtdoor in een straat met de passende naam 'Rue de la Promenade'.
> Op het einde van het park (dat aan onze rechterzijde ligt), draaien we links en verlaten hier dus het gemeenschappelijk traject met GR 570. Bij de V-splitsing die dadelijk volgt, nemen we de rechtertak, nog steeds de Rue de la Promenade. Licht stijgend lopen we alweer langs een verkavelingsuitbreiding. Zowat 100 meter voorbij een gaspaal kiest het tracé van GR 129 rechts een grasweg langs een bosrand en nog 100 meter verder links voor een onduidelijk pad langs de bosrand. Mogelijk is het s' zomers flink overgroeid door opgeschoten gras, ik kreeg het behoorlijk warm onder de brandende zon tijdens de worsteling met de hoge vegetatie.
> Zo snijden we een deel van de bochtende asfaltweg af om hem even later weer te vervoegen. Bij regenweer of dauwnat kun je dus beter op de asfaltweg blijven en niet voor het struikgewas kiezen. We gaan een top over op ongeveer 375 meter hoogte, aan de ander zijde dalen we naar Sélange, waarvan we de eerste huizen al snel langslopen. Ook hier veel nieuwbouw. Op een T-kruising links tot op een kruispunt. Rechts ligt café 'Village' maar dat bleek gesloten. We vervolgen trouwens links over een stijgende asfaltweg en wandelen dus niet het centrum van Sélange in. We blijven dezelfde richting aanhouden en negeren dus wat aftakkingen.
> Ons doel is een afgelegen kapel die op de kaart staat als 'Klaus'. De naam verwijst mogelijk naar een vroegere kluizenaarswoning. Achter de kapel heb je een heerlijk uitzicht over de streek vanop een rustbank of vanop het gras. Een ideale rustplek halfweg om nog even wat energie op te doen voor de rest van de etappe.
> Vooraleer de eerste fietsers over het RAVeL-pad komen aansuizen, is mijn tent al opgebroken en kan ik 'slapend Châtillon' inwandelen. Het fietspad, dat ook wordt gevolgd door de witrode streepjes van GR 129, voert me recht naar het dorp trouwens. Rechtuit de gebetonneerde RAVeL op dus. Die eindigt in Châtillon.
> Langs het kerkhof (rustbank) dalen we verder af en komen zo langs de Leeuwenfontein. Ik vul mijn waterfles bij maar dat valt toch wat tegen, het water heeft geen aangename smaak, het is sterk ijzerhoudend.