Startpagina > Wandelen > GR 129 Dwars door België
Aardbeivlinder
GR 129 door het Grand Bois van Tintigy - Bellefontaine
Witte rapunzel
Fond des Iles
Zwartblauwe rapunzel
> Nog zowat 120 kilometers te gaan over GR 129 - Dwars door België. Het centrum van Florenville vormt een knooppunt van langeafstandsroutes, 't is dus even opletten om het juiste pad te kiezen, de witrode streepjes die richting Orval leiden moeten we hebben. Het deel van onze route dat tussen Florenville en Orval loopt, bestaat als Grande Randonnée eigenlijk al heel lang. In de tweede helft van de 20ste eeuw maakte het deel uit van de GR Ardennen - Eifel, na het jaar 2000 was het achtereenvolgens onderdeel van GR's 15 en 16 en pas vanaf 2009 werd het exclusief deel van GR 129.
Bergnachtorchis
Chameleux
Chameleux
> We draaien naar rechts over de hoofdweg rond de abdijgebouwen en op een V-splitsing nemen we de linkse tak. Het doorgaand autoverkeer voor Izel, Pin en Jamoigne wordt sinds enkele jaren gelukkig op de rechtse tak geleid en daardoor is het op de linkse tak (de N840) een stuk rustiger geworden.
> Helaas wandelen we echter wel een volle 5 kilometer over asfalt. Onderweg zijn op alle aftakkingen onderweg dus die 'privé-bordjes' aangebracht. Jammer. Ook voor mijn voeten die die lange harde streep duidelijk niet appreciëren. Let onderweg ook op de flora in de berm, met name op de orchideeën eind mei / begin juni: je ontdekt hier wel honderden keverorchissen en met wat meer geluk ook hier en daar een bergnachtorchis.
> We passeren ondermeer een waterzuiveringsstation (kort na Orval) en een eind verder de kleine nederzetting La Mouline , genoemd naar de gelijknamige beek waarvan we de vallei verder blijven volgen. Voorbij een pompstation en electriciteitscabine, kruisen we de Mouline en nog 50 meter verder kunnen we uiteindelijk van het asfalt af door scherp rechts een bospiste op te wandelen. Ook hier gevarieerde plantengroei in de berm, zoals boswederik en wilde akelei. Na een goeie kilometer gaan we wat harder stijgen, soms zelfs wat venijnig. We arriveren uiteindelijke op een hoogte rond 350 meter, toch een verschil van zowat 150 meter met waar Orval lag.
> Opvallend veel en agressieve muggen onderweg door dit Bois de Houdrée, ze hebben het volop op mijn blote benen en armen gemunt. Om er van af te raken is het een kwestie van hogerop het plateau te bereiken, waar wat wind waait. Daar blijven we de bosweg volgen in ongeveer dezelfde richting om bij een jagershut uit te komen. Rechtdoor, vlak langs die barak om dan 50 meter verder, via een onopvallende tunnel, onder de spoorlijn Bertrix - Virton door te wandelen.
> Zoals wel vaker het geval is de flora langs de spoorwegberm erg gevarieerd. In mei valt zeker de vele geelgekleurde brem op. Af en toe pakken we ook nog een plukje bos mee en kort bij een GSM-antenne kruisen we een secundaire weg waar we een volgende overweg vinden. Ook deze laten we rechts liggen, we draaien zelfs wat weg van de spoorlijn door daar links over een verbrokkeld asfaltwegje te wandelen. Dat gebruiken we tot kort bij een bosrand en populierendreef. Zo'n 30 meter daarvoor gaan we rechts een bospad op om zo weer richting spoorlijn te wandelen. Nog voor je bij de sporen arriveert, moet je rechts een onopvallend paadje nemen dat naar een goed verstopt tunneltje leidt. Zo geraken we weer aan de andere zijde van de spoorlijn Bertrix - Virton.
> Op een volgende V-splitsing nemen we de rechtertak. Een vos, die op slechts enkele meters van mij het wandelpad kruist, doet me even verrassen. We wandelen langs het Moufan-kruis, het staat bij 150 jaar ouden dennen en herinnert aan een zekere Nicolla Moufan, die hier in het jaar 1677 om het leven kwam. Nog wat dieper in het Maidgibois ontdekken we een verlaten huis met een vijver, helemaal geïsoleerd gelegen in het bos, Baraque Payat.
> De geschiedenis van dit huis is me onbekend, de site wordt als geïntegreerd natuurelement wel beperkt onderhouden. Zo vinden tegenwoordig in het huis vleermuizen onderdak. Vlak in de buurt, aan de linkerzijde, stroomt rijkelijk een bron. Een groepje Vlamingen heeft deze plek blijkbaar uitgekozen voor een nachtje wildkamperen.
> Aan de andere tunnelzijde gaan we kort links - rechts verder het bos in. Ik noteer dat je hier goed op de padmarkering moet letten. Na 150 meter weer links over een rustig bospad met een tijdlang amper hoogteverschil. Onder een hoogspanningslijn door en op een brede V-splitsing kiezen we voor de rechtertak. De geelwitte tekens van de langeafstandsroute Transgaumaise hebben inmiddels de witrode van GR 129 vervoegd. Ter hoogte van enkele afgelegen huizen bereiken we voor de zoveelste keer de spoorlijn Bertrix - Virton.
> Het parallelle steenslagwegje loopt naar de spoorbrug van de verkeersweg Etalle - Gérouville (N895). Die brug gebruiken we niet. Hier ook zie je de 'Stèle Richter' die oorlogsgeweld van mei 1940 herdenkt. Franse ruiters uit de Elzas onder leiding van luitenant Richter sneuvelden in deze omgeving. In de zoom van het bos staat hier ook een overdekte barbecuehut en op dit punt verlaten we het gemeenschappelijk traject met de Transgaumaise alweer. We vervolgen op de V-splitsing voor de barbecuehut immers linksvoor en 150 meter verder gaan we op een padenkruispunt rechts verder. Vanmorgen zagen we al veel witte rapunzel, hier zien we veel zwartblauwe rapunzel bloeien.
> Aan de andere kant belanden we in een afgelegen gehucht van het dorp Pin op een meersprong van wegen, waar we de 2de straat rechts nemen, de Rue Bois Brulé. Dat is een brede asfaltweg die nog langs enkele huizen loopt en dan de bosrand verder volgt, een wat saaie rechte asfaltstreep. Voorbij een verlaten groeve komen we op een kruispunt waar we rechts over een steenslagweg weer het bos intrekken. Na 150 meter vervolgen we linksvoor en na 1 kilometer naderen we de verkeersweg Jamoigne - Virton (N891).
> We steken ter hoogte van een plek met de naam 'Fond des îles' dit keer de spoorlijn niet over maar volgen parallel een asfaltwegje dat al snel overgaat in een steenslagweg.
> Snel even de drinkbus bijgevuld aan de bron en weer verder, ook ik moet stilaan uitkijken voor een tentplek voor de nacht. Ter hoogte van dit huis draait het bospad naar links en we gaan ook weer wat stijgen. Beetje meer doorstappen wil ik voor donker uit het woud geraken om ergens aan een bosrand of zo een kampeerplek voor de nacht te vinden. Het is inmiddels immers al tegen 21 uur aan. Op een padenkruispunt bij enkele grote dennen gaan we rechts en pikken zo weer aan op een zuiderse koers. We blijven dit bospad lang volgen, best een mooi pad met die grassige tussenstrook.
> We stijgen en dalen wat zonder grote verschillen en zowat 200 meter voorbij een verzorgd vijverdomein is het even opletten. De automatische piloot moet af want we moeten dan voor het bospad naar rechts draait aan onze linkerzijde een ander inslaan. Dat loopt verderop langs een GSM-antenne rechtdoor tot bij de zuidelijke verkeersweg tussen Florenville en Virton (N88). Daar 100 meter links en dan rechts een stijgend bospad op.
> Inmiddels is het halftien, de ideale wildkampeerplek is nog niet langs gekomen maar de tijd dringt nu echt wel. Op een bossige crête zoek ik naar een goeie tentplek, liefst met mooi uitzicht. Het lukt niet echt die te vinden, ofwel is de grond te afhellend ofwel te overgroeid. Nog wat verder door dan maar tot in de buurt van het Croix Jean de Paris. Een 200 meter voor dit kruis vind ik dan een matige kampeerplek, aan de voet van een GSM-antenne. Het gezoem van de antennegeneratoren moet ik er maar bijnemen en helaas gaan ook mijn pikketten moeilijk de stenige ondergrond in. Hmm, het lukt niet altijd om een mooie plek voor de nacht te vinden. Nog even genieten van de rozerode gloed aan de horizon en met de zon ondergedoken voor een stevige nachtrust.
> Wat je nu ziet aan ruïneresten zal je misschien wat teleurstellen. Enkel de basisfundamenten zijn nog over. Als je echter goed kijkt, ontdek je een bepaald patroon in de ruïnes. Het (verhoogde) wegdek van de weg Trier - Reims met aan de wegkant een kolonnenrij en de gebouwen voor facilitaire voorzieningen zijn duidelijk te ontwaren. Als het toch niet zo zichtbaar is verklaren de infopanelen op de site wel de lay-out voor jou. De weg Reims - Trier is op een kaart van Zuid-Luxemburg nog gemakkelijk te onderscheiden. Grote delen ervan zijn nu veldweg of een rustige landweg. Zoek naar 'Chaussée Brunehaut' of 'Chaussée Romaine' op topografische kaarten.
> We wandelen een tijdje op een beboste flank, waar in mei veel witte rapunzel bloeit, en dalen tenslotte naar een ingesneden asfaltwegje. We volgen dat wegje over iets meer dan 2 kilometer tot we in het merkwaardige gehucht Chameleux belanden.
> Dit grensplaatsje bestaat eigenlijk uit niet veel meer dan een café-restaurant en oude Romeinse ruïnes. De smalle vallei waarin het gehucht ligt, vormt een bottleneck. Een waaier aan paden en wegen komen hier te samen. Zelfs de oude Romeinse heerweg tussen Reims en Trier maakte hier de enige echte bocht van het hele traject. Om hun veroverde gebieden beter te ontsluiten en militaire bewegingen vlot te kunnen laten verlopen, trokken de Romeinen snelle rechte wegen. De weg door Chameleux dateert uit ongeveer 44 na Christus, dat kon worden bewezen door de vondst in Montauban-Buzenol van een mijlpaal die uit Etalle afkomstig was.
> Door de smalle vallei loopt vandaag ook de grens tussen België en Frankrijk. Een oud verkeersbord (inmiddels opgeruimd) verbood de doorgang op dit punt, aangezien er geen officieel douanekantoor was. Vlakbij ligt het dorpje Williers, hoog op een soort vooruitstekende rots. Heb je de tijd dan kan je er even naartoe klimmen, het ligt op 400 meter en is een bijzonder charmant gehucht dat eigenlijk maar uit één straat bestaat.
> In Chameleux zelf kun je het gelijknamige café-restaurant moeilijk missen. Dit familierestaurant is een uitstekende plek om even uit te blazen op het terras met een Orval, of wat langer met een 'truite meunière' waarvan de forel uit de vijver vlakbij komt.
> Verder richting Orval, een traject dat ik al ken van andere langeafstandsroutes. Zoals je zelf kunt zien aan de vele tekens vormt Chameleux immers ook een flessenhals voor nogal wat lange paden, zoals de Transgaumaise, Via Arduinna, La Gaume Buissonnière en La Lorraine Gaumaise.
> Het GR 129-traject volgt trouw de beek Williers stroomopwaarts. We wandelen hier ook een tijdje op de Franse grens. Het is warm in de Gaume vandaag, langs de snelstromende Williers gooi ik even de wandelschoenen uit voor een verfrissend voetenbad.
> Na zowat 3 kilometer komen we ook langs een zone met picknickbanken en infoborden, ingericht sinds 2012. Een houten brug geeft er ook toegang tot het natuurgebied Les Prés d'Orval. Het traject van GR 129 blijft echter de Williersbeek volgen.
> We bereiken na zowat 5 kilometer door de vallei van de Williers het wegenkruispunt van Orval, op ongeveer 400 meter van de abdij. Je vindt er een paar café-restaurants en overnachtingsmogelijkheid. We draaien links langs de oude abdijvijvers en passeren L'Ange Gardien' ('de bewaarengel'). Heb je de forellen van Chameleux overgeslagen, dan kun je eventueel hier terecht voor een eenvoudig gerecht op basis van Orvalkaas of -bier, zoals een 'Omelette fromage d'Orval'.
> De abdij van Orval heeft echter al veel langer aantrek bij wandelaars. Dit traject maakte al in de jaren '30 van de 20ste eeuw onderwerp uit voor een recreatieve route, het 'Sentier d' Orval'.
> Op de Place Albert I te Florenville starten we langs de verkeersweg naar Virton om al na minder dan 100 meter rechts een verkeersweg in te slaan waar de richting 'Orval' is aangeduid met een wegwijzer. Ook deze weg verlaten we snel, rechts steken we door over gras tussen twee huizen. Op een parking gaan we rechtuit om zo een buurtpaadje te vinden dat lijnrecht loopt. Het arriveert op een wijkstraat, waar we links gaan en na 50 meter rechts. We zijn nu in de straat 'Aux Champs Montants'. Net voor een boerderij ietsje links een graspad op in dezelfde richting, naar een bosrand.
> De site van Orval vindt zijn oorsprong in de 11de eeuw, toen Benedictijnen er een nederzetting oprichtten en de omgeving ontgonnen. In 1131 werd er een cisterciënzerabdij opgericht. Een brand verwoestte de gebouwen grondig in 1252. In 1637 zijn het de Franse troepen die de gebouwen in de as leggen. Pas vanaf 1759 wordt nogmaals aan de heropbouw van de abdij begonnen naast de oude ruïnes.
> Helaas hebben de Cisterciënzers de tijdsgeest tegen als enkele jaren later de Franse Revolutie uitbreekt en hun eigendommen verbeurd worden verklaard en geplunderd. Opnieuw wordt Orval verlaten. Pas na de Eerste Wereldoorlog wordt er weer aan heropbouw gedacht. De nieuwe abdij wordt in de jaren '30 en '40 gebouwd, in een stijl die voor die tijd redelijk revolutionair is. Aan de ingang bevindt zich een 17 meter hoog Mariabeeld.
Baraque Payat
Onderweg naar Orval
Bron van Mathilde
Omelette fromage d'Orval
Orval
> Vooral de eerste 10 kilometers van deze eerste Gaume-etappe zijn bijzonder leuk. We passeren door het kleine historische gehucht Chameleux met zijn Romeinse ruïnes. Een aardige, bijna vlakke wandeling brengt ons vervolgens door een beekvallei naar de beroemde abdij van Orval. Daarna volgen er wat geasfalteerde kilometers en de laatste 10 kilometers van onze tocht lopen voor het overgrote deel door uitgestrekte bossen tussen Orval, Jamoigne en Gérouville.
> We kruisen talloze malen de spoorlijn Bertrix - Virton maar er valt amper nog een treinstation te bespeuren. Florenville heeft naast een treinstation echter ook een uitgebreid aanbod aan busverbindingen, bijvoorbeeld richting Orval, Pin en Gérouville. Mits wat planning kun je deze etappe ook in twee breken door bijvoorbeeld te Pin een bus te nemen. Bevoorrading enkel te Florenville, horeca te Orval.
> Het is de ligging van de site, de mooie combinatie van de romantische ruïnes en de 'nieuwe' abdijgebouwen in gele steen die het geheel zo prachtig maken. Voeg daarbij nog de vervaardiging van ambachtelijke producten (kaas en bier) en meteen ook is de populariteit voor een bezoek aan de site verklaard. De abdijruïnes met museum, kruidentuin en oude apotheek zijn dagelijks te bezoeken voor enkele euro's.
> Aan de bron van Mathilde kun je je watervoorraad bijvullen. Aan deze bron, die al van in de Merovingische periode het middelpunt van de site vormt, is een legende verbonden. Toen Mathilde van Toscane in het dal haar trouwring verloor riep zij door gebed de hulp van God in. Spontaan sprong er aan de bron een forel uit het water met de bewuste gouden ring in zijn bek. Mathilde riep verrukt uit dat deze plaats voorwaar een gouden dal is (Val d'Or), vanwaar de naam Orval ontsproot. De reddende forel zit ook in het logo van het abdijbier.
> Het is mogelijk om in het abdijcomplex te overnachten, in het kader van bezinning- of 'herbronningweekends'. Wandelaars kunnen ook terecht in de omgeving van Orval voor overnachting. Aan het abdijcomplex is ook een winkel waar je artisanale producten of literatuur kan vinden. Het eten van kaas of bier moet wel buiten de abdij plaats vinden. De brouwerij zelf wordt slechts uitzonderlijk voor het publiek opengesteld.
> Na een lange pauze in L'Ange Gardien zet ik mijn tocht weer verder. Vanuit Orval is er echter niet zoveel keuze aan andere aantrekkelijke paden, dat merk je straks als we een resem 'privéweg-bordjes' passeren. Er werd wel eens gedacht om de route gedeeltelijk door Frankrijk te laten lopen om meer aantrekkelijke paden te hebben, uiteindelijk werd van het idee 'Dwars door België' dan toch niet afgeweken.
> De weg door Chameleux was van primair belang, hij verbond Trier met Reims, via ondermeer Aarlen. Soms lagen de woonkernen langs de weg te ver uit elkaar voor paard en mens. Daarom werden om de 15 kilometer een soort tussenstations ontwikkeld waar paarden konden worden gewisseld of gelaafd, en waar een aantal basisvoorzieningen voorhanden waren. Chameleux was zo'n relaisstation, gelegen tussen de stations van Carignan en Etalle. De Romeinse site was in functie van de 1ste tot de 5de eeuw. Met het verval van het Romeinse rijk verdween ook voor een stuk het nut van de weg. Opgravingen vanaf de 19de eeuw brachten ook interessante vondsten uit die Romeinse periode aan het licht, zoals munten, keramiek en objecten uit de plaatselijke smidse. De meeste objecten kwamen in streekmusea terecht.