Startpagina > Wandelen > GR 129 Dwars door België
Les Epioux
Florenville in de Gaume, uitzicht over de Semoisvallei naar Martué toe
Onderweg langs de Semois
Martué
Florenville
> Een en al rust en stilte hier, behalve dan het vrolijk ochtendconcert van een massa fluitende vogels. De natuur in het Forêt d'Herbeumont oogt frisgroen na het vele nachtelijke hemelwater. Na een tijd stijgen bereiken we de omgeving van Rocher du Chat. We stijgen geleidelijk verder door via de vallei van de beek Maissinette en komen op een padenkruispunt dat is gemarkeerd met een houten wegwijzer. Hier kiezen we rechts (richting Les Epioux) om nog iets hoger te wandelen. Op een kruising met een asfaltweg (overdekte rustbank) rechtdoor over een asfaltwegje dat licht golvend helemaal tot Les Epioux loopt.
Onderweg naar Martué
Herbeumont-sur-Semois
> Vergeet ook niet even achter de kerk te wandelen, je kunt er op een bank genieten van een heerlijk panorama over het landschap waarin we zonet wandelden. Voor mij is Florenville een tijdelijk eindpunt tijdens de tocht op zoek naar het diepste zuiden van België. En dat is toch nog enkele stevige etappes verwijderd...
> Vandaag staat dus een laatste Ardennenetappe op het programma. Dat afscheid ging gepaard met een behoorlijke natte start, vannacht is er immers boven de camping aan het Semoisviaduct van Herbeumont een hevig onweer overgetrokken met bakken regen. In de Semoisvallei klonk de weerkaatsing van de donderslagen extra hard, ik had dus niet meteen de gewenste verkwikkende nachtrust om aan deze laatste Ardennenetappe te beginnen. Maar goed, vandaag staan er eigenlijk weinig kilometers op het programma, dat mag wel na de twee vorige nogal uitputtende etappes. Behalve mijn nat grondzeil heeft mijn tent eigenlijk het doucheweer goed doorstaan.
> Als ik vertrek vanuit de camping is de Semoisvallei nog aan het nadampen van al dat water. Vanuit camping 'Champ Le Monde' wandel ik terug naar de samenvloeiing van de Antrogne-beek in de Semois, waar ik weer kan aanpikken op GR 129 – Dwars door België. Het verbindingspad is overigens best leuk. Aan de andere zijde van de Antrogne vindt ik naast de witrode GR-tekens ook een overdekte picknickzone en bbq-gelegenheid. Je mag hier blijkbaar ook een vuurtje maken en er is zoiets als een 'klein strandje'. Vanop de samenvloeiing heb je ook zicht op de voormalige 'Prieuré de Conques' gelegen op de andere oever van de Semois. Het eeuwenoude kloosterdomein van Conques is nu een luxueus hotel-restaurant.
> Ietsje boven de Semois pik ik weer aan op GR 129. De onverharde bosweg gaat geleidelijk aan stijgen en houdt die klim een tijd aan. Uiteindelijk zullen we onderweg naar Les Epioux toch iets meer dan 100 hoogtemeters overwinnen, aanvankelijk nog boven de mooie Semois, waarin slierten waterranonkel meedansen op de waterstroom.
> We kruisen de verkeerweg Neufchâteau – Florenville (N85), iets naar links en dan rechts weer het bos in. Kort daarna zien we ook andere witrode tekens opduiken. Ze zijn van GR 16, het mooie Sentier de la Semois, misschien wel de spectaculairste Grande Randonnée in België. We zullen tot het eindpunt van deze etappe (Florenville) in he spoor lopen van GR 16 en volgen dus de GR-tekens mee naar rechts.
> We gaan in Les Epioux de spoorweg over en wandelen over GR 129 langs de vijvers tesamen met de witblauwe G.B.-tekens van de langeafstandswandeling La Gaume Buissonnière. Bij het einde van de vijver volgen we het Sentier Ecologique naar rechts en bij een V-splitsing kiezen we linksvoor. Na een lichte stijging dalen we even licht over een single track. Verderop kun je via een doorkijkje al net de hoge kerktoren van Florenville waarnemen, ons einddoel voor deze etappe. Wat verder draait ons pad het bos in naar links en langs een picknickbank.
> Mis kort daarna niet het smaller paadje links en na 50 meter zou je een aanduiding moeten zien die aanleiding geeft om even van de GR-paden af te wijken. Vlakbij ligt immers het schitterende Semois-uitzichtpunt Roche Pinco. Dit is één van de mooiste uitzichtpunten van de Ardennen, geen huis in zicht, enkel bossen en de diep stromende Semois. Een bankje op die plek staat te uitnodigend opgesteld om niet even de rugzak af te gooien en te genieten.
> We dalen snel nu en waar je bij de Semois komt, staat een rustbank. Rechtdoor, langs de eerste huizen van Lacuisine. Het is eigenlijk al zo'n 40 kilometers geleden, van boerengehucht Glaumont, dat we nog eens door een dorp kwamen! Maar in Lacuisine (= 'De Keuken') - valt niet veel te eten. Geen probleem, in Florenville heb je straks volop shopping- en eetmogelijkheid.
> De meest populaire verklaring voor de dorpsnaam 'Lacuisine' is dat de graven van Chiny op deze locatie tijdens hun jachtpartijen in de 11de eeuw hier een soort kook- en eetplaats hadden.
> GR 129 – Dwars door België - loopt hier nog steeds te samen met GR 16 en kruist in het centrum van Lacuisine de hoofdweg om rechtdoor te vervolgen. Voorbij het kerkhof van Lacuisine komen ook de geelwitte tekens van de Transgaumaise er nog bij. We zijn nu dus echt in de Gaume aangekomen. De spoorlijn over en bij een rustbank ontplooit zich een mooi panorama voor ons, met Florenville gelegen op de meest noordelijke Gaume-cuesta.
> Over de spoorlijn links dus en na 50 meter rechts, een graspaadje op dat recht naar het volgende dorpje loopt, Martué. We komen langs de Camping à la Ferme waar wandelaars voor een prikje bij de boer kunnen overnachten. Op de hoofdstraat door Martué links langs de kapel met zijn Santiago Matamoros.
> Het domein Les Epioux dankt zijn bestaan volledig aan de metaalnijverheid die hier tussen ongeveer 1550 en 1850 floreerde. De zuidelijke Ardennen en de Gaume waren in die periode uiterst geschikt voor de aanwezigheid van ambachtelijke ijzersmelterijen omwille van de snelstromende beken voor drijfkracht en het uitgestrekte bosareaal voor de aanmaak van houtskool. IJzererts werd opgedolven op lage diepte of uit halfopen mijnen in de buurt. In 1608 richtte Pierre Tamison een gieterij op bij de samenvloeiing van de beken ‘Ruisseau Bronsu’ en ‘Ruisseau d’Espioux’.
> De gebouwen van Les Epioux die je nu ziet werden oorspronkelijk opgericht rond 1650 door de toenmalige eigenaars, ze dienden ook als verblijfskwartier voor de meestergasten. In 1730 werden de domeingebouwen grondig gerestaureerd en in 1878 werd de toren flink verhoogd. Eigenlijk is de architectuur van de gebouwen niet zo biezonder en vrij banaal.
> Na 1800 ging het bergaf met de metaalindustrie in Les Epioux. Toegenomen concurrentie en schaalvergroting maakten de afgelegen ovens van Les Epioux onrendabel zodat ze een voor een sloten. Tegen 1850 was alle industriële aktiviteit gestaakt. De treinlijn Dinant – Florenville – Athus die achter de gebouwen door loopt, kwam veel te laat om de metaalindustrie hier een nieuwe adem te geven. Na de sluiting van de ovens kwamen de gebouwen en het uitgestrekte bosdomein in handen van particulieren, onder hen enkele spraakmakende figuren, zoals een nogal ontvlambare neef van Napoleon, Pierre Bonaparte.
> Door schenking kwamen Les Epioux en de uitgestrekte bossen rondom in eigendom van het OCMW van Bergen (Mons). De infoborden onderweg maakten dat al duidelijk. Het is voor het Bergense OCMW een bron van inkomsten door de verkoop van kapbare bomen, verpachting voor jacht en vislicenties. Ze halen jaarlijks zowat een miljoen € inkomsten uit het 1700 hectaren grote domein. Van het kasteel van Les Epioux stortte in 1963 de grote hal in. De provincie Luxemburg nam de gebouwen in erfpacht voor 27 jaar maar het ene mislukte project volgde het andere op, in die mate dat ze er in 2011 met plezier vanaf wilden, wel na het betalen van een half miljoen € schadevergoederingen aan het OCMW van Bergen. Inmiddels staan de verkommerde gebouwen er bestemmingloos bij. Een conciërge houdt het belangrijkste in stand. Het OCMW is al jaren op zoek naar een investeerder.
> Het uitzicht van Martué als een typisch Gaums straatdorp van aaneengebouwde huizen met voor de woning een lange 'usoir' (voor stockering van hout, karren, mest) is nog mooi bewaard. De huidige kapel van Martué - gewijd aan Sint-Rochus - werd in 1726 gebouwd, een datumsteen op het portaal is daar het bewijs van.
> Over de afbeelding van een ruiter met vaandel boven de kerkdeur hangt wat een mysterie. De ingemetselde steen is wellicht afkomstig van een veel ouder gebouw van voor 1726, de stijl lijkt romaans (11de-13de eeuw). Een atypische voorstelling van Sint-Rochus? Het zou ook een afbeelding kunnen zijn van Sint-Jacob, Santiago de Morendoder, de verbeten strijder te paard, volop in de aanval. De link met passerende pelgrims naar Santiago de Compostela is niet ondenkbaar.
> Kijken we even naar de naamsoorsprong van Martué: waarschijnlijk afgeleid van 'Martin wé', het 'wed' van Martin. Een wed is een doorwaadbare plaats in een beek of rivier. Hiermee wordt uiteraard de passage door de Semois bedoeld, we zullen dadelijk langs GR 129 die plaats passeren. Martin of Maarten was wellicht de bezitter van de grond waarop deze doorwaadbare plaats lag in de vroege middeleeuwen. Waar een passage over een beek of rivier nu overal vlot wordt genomen door bruggen, was dat in de middeleeuwen niet zo evident. De weinige brugoverspanningen waren vaak in hout en verkeerden in slechte staat of spoelden 's winters weg. Vaak waren ze onderwerp van tolheffing. In Martué is waarschijnlijk nooit een brug geweest in de middeleeuwen wat niet betekende dat er geen tol moest worden betaald. Deze hindernissen waren dan ook vaak verzamelplaatsen voor reizigers zoals handelaars en pelgrims. Meer uitleg over de link tussen Martué en Compostela vind je op de pagina over Via Arduinna.
Martué, gerechtskruis
Les Epioux, vijvers
Zicht over de Semois boven Lacuisine
Lacuisine
Roche Pinco
> Dit keer een korte etappe maar wel een bijzonder leuke. Afscheid van de Ardennen. Met nog een paar schitterende zichten over de sterk meanderende Semoisvallei laten we de Ardennen achter ons en wandelen we via Les Epioux naar de Gaume. Voorbij Lacuisine ligt het eerste echte Gaumedorp, meteen ook een pareltje van typische Gaume-architectuur: Martué. Even de Semois over daar om naar de stad Florenville te klimmen, waar we deze zuiderse etappe vol afwisseling afsluiten.
> In tegenstelling tot vorige - nogal eenzame - etappes heb je onderweg en op het eindpunt Florenville mogelijkheid tot bevoorrading. Florenville biedt alles: een camping, treinstation en busstation van waaruit TEC-bussen alle richtingen uitwaaieren. De stad is ook bekend voor zijn zondagshopping. Te Martué heb je ook een Camping à la Ferme (boerencamping) en een gîte.
> Op de hoofdstraat door Martué links langs een bron, de mooie kapel, een groupsgîte, een grote kastanjelaar en langs het bijzondere gerechtskruis van Martué, de trots van het dorp. In Martué staat al eeuwenlang een gerechtskruis. Dit is niet zomaar een kruis langs de weg. Het symboliseert de vrijheden die het dorp ooit had verworven via de wet Beaumont. Het kruis dateert uit 1327 (!) en staat trots opgesteld aan de ingang van het dorp als je de Semois oversteekt.
> Het kruis stond er dus. In 2007 schepte een boer van het dorp met zijn tractor per ongeluk het oude monument van zijn sokkel. De schade was vreselijk: het kruis en de kolom waren opgetrokken in lokale kalkzandsteen, eeuwen wind en regen hadden van het gerechtskruis een broos monument gemaakt. Alles lag volledig in gruzelementen. Van 'ne lompen boer' gesproken! Het dorp was meteen zijn symbool kwijt. Sinds 1946 al was het kruis een beschermd monument, het is het oudste monument van de streek en zelfs vrij uniek in zijn soort in België. Er bleef zeven jaren enkel een sokkel over.
> Hoe verliep het verder? Er werden al plannen gemaakt om het kruis te reconstrueren met een kolom in lokale steen of in beton en waarbij fragmenten van het originele kruis zouden worden opgeslagen in de kapel van Martué. Rond 2010 lijkt er een beslissing te zijn genomen om de kolom en het kruis herop te bouwen uit de originele stukken, ondanks de grote schade en fragmentatie. Met bindmiddel wordt dus alles terug zo goed mogelijk in elkaar gepuzzeld. In juli 2014 was het zover, het door de Brusselse restaurateur Vereecke herstelde 'Croix de Justice' staat weer op zijn plaats. De restauratie kostte 15.000 €.
> De Semoisbrug van Martué over en wat verder bij een groepje bomen naar links, de asfaltweg volgen voor de laatste klim van de dag. We gaan de steile kant op van de meest noordelijke cuesta van de Gaume. Boven komen we terecht in het levendige centrum van de stad Florenville.
> De stad Florenville ligt op de scheiding van Gaume en Ardennen. Behalve de hoge kerktoren is de stad Florenville eerder arm aan bezienswaardigheden. Opvallend landmerk en van ver zichtbaar is de 50 meter hoge slanke kerktoren van Florenville. De vorige toren, pas in 1873 gebouwd, werd verwoest in 1940. Wellicht was de toren een té aantrekkelijk uitzichtpunt voor de vijand. De huidige toren werd gebouwd in 1951. Het is mogelijk om de torentrappen te beklimmen tijdens de zomermaanden en er te genieten van het weidse uitzicht over de Gaume. In de toren bevindt zich ook een beiaard van 48 klokken.
> De attractiviteit van de stad ligt eerder in de onmiddellijke omgeving, waar je tal van recreatieve mogelijkheden hebt in een boeiend landschap. Praktisch is de stad wel handig, je vindt er alle voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer naar andere etappeplaatsen op GR 129 Semois. Niet ver van de kerk ligt ook een goed gedocumenteerd VVV-kantoor. De stad is ook bekend in de streek voor zondagshopping, je vindt er de meeste winkels tijdens het weekend dus open. ’s Maandags dan weer zijn de meeste zaken gesloten, op de supermarkten na.
> Verder boven de Semois. Zowat 400 meter na Roche Pinco niet het pad links nemen dat naar de Semois daalt (zoals ik verkeerdelijk deed) en arriveert op een plek met de naam 'Les Long Prés'. Je moet echter steeds rechtdoor tot je uit het bos komt en zicht krijgt op een paar huizen van Lacuisine. Kijk naar de ondergrond, we stappen van leisteen over naar bruinachtige zandsteen, van de Ardennen de Gaume in! We lopen niet door tot op de straat maar gaan links over een onduidelijk paadje door het gras. Je komt op een breder pad waar je even rechts gaat en dadelijk weer links (dus ook nu niet tot de asfaltweg lopen). Het paadje leidt door struikgewas achter wat huizen. We pikken nog even een prachtig Semois-zicht mee aan onze linkerzijde.